‘Gainsborough in his own words’, Rijksmuseum Twenthe t/m 24 juli 2016

‘Gainsborough (1727-1788) in his own words’

thomas_gainsborough_zelfportret_ca._1787_royal_academy_of_art
Thomas Gainsborough, Self Portrait, ca. 1787, Royal Academy of Arts, London

In de tentoonstelling ‘Gainsborough in his own words’ zijn twee portretten te zien van Gainsboroughs echtgenote Margaret, geschilderd met een interval van 27 jaar. Op het eerste uit 1758, zien we een struise, blozende vrouw met mooi zwart haar.

thomas_gainsborough_portrait_of_the_artists_wife_gemalde_galerie_JfkMlJeYHYXzaQUg
Thomas Gainsborough, portret of the artists wife, 1758, Gemälde Galerie, Berlin

Van het tweede doek uit 1785 kijkt een gekwetste, doch trotse vrouw ons aan. Alsof ze zeggen wil ‘nou, en ?!’ Onder haar muts komen inmiddels grijze haren tevoorschijn. Zo te zien zijn de jaren niet vriendelijk voor haar geweest. En dat lijkt te kloppen, volgens Gainsboroughs eigen woorden.

Mrs Thomas Gainsborough, 1785, Gainsborough House, Sudbury c) Gainsborough's House; Supplied by The Public Catalogue Foundation
Mrs Thomas Gainsborough, 1785, Gainsborough House, Sudbury (c) Gainsborough’s House; Supplied by The Public Catalogue Foundation

Je zult door je echtgenoot maar ‘old Marge’ genoemd worden; voortdurend bedrogen- en met soa’s opgezadeld worden en dan elk jaar ook nog lief moeten opzitten voor een portret… Uit bronnen komt Margaret Gainsborough naar voren als een dominante vrouw, wat de zoektocht van manlief naar uithuizige pleziertjes wellicht verklaart.

Het echtpaar had twee dochters Margaret en Mary, ‘his dear girls’. Zij zijn in de tentoonstelling in een nogal merkwaardig portret aanwezig. Merkwaardig niet alleen wegens de opvallende naad die er doorheen loopt (de zusjes werden ooit gescheiden), maar ook qua compositie en uitstraling.

thomas_gainsborough_the_artists_two_daughters_ca_1758_va
Thomas Gainsborough, the artists two daughters, 1758, Victoria and Albert Museum, Londen

Anders dan het in de audiotekst – er is geen catalogus – gesuggereerde liefdevolle gebaar, lijkt de ene zus de ander veeleer bij een pluk haar vast te grijpen, waardoor het kleintje enigszins verschrikt en hulpeloos de blik naar de beschouwer wendt. Hoe zich dit laat rijmen met de beschrijving van wederom Gainsborough zelf, dat de jongste Marge, een bazig typetje was en daarom de captain werd genoemd, en de zachtaardige oudste Mary, bijgenaamd Molly, weet ik niet….

Als dochters van (maar) een schilder en een moeder die als onwettig kind geboren was, waren ze verloren tussen twee werelden en hoorden ze in de toenmalige Engelse society nergens echt bij. Daarom gaf Gainsborough hen teken- en schilderles, opdat zij zich later een goede positie zouden kunnen verwerven. Daar kwam echter niets van. Hun volwassen leven bracht hen weinig geluk. Mary wordt krankzinnig en het huwelijk van Marge met de musicus Johann Christian Fischer, in portret prominent aanwezig op de tentoonstelling, loopt uit op een fiasco.

thomas_gainsborough_johann_christian_fischer_ca._1780_royal_collection_windsor
Thomas Gainsborough, Johann Christian Fisher, ca.1780, Royal Collection, Windsor

Portretten en landschappen

Behalve familieportretten vervaardigde Gainsborough ook beeltenissen van tijdgenoten. Adellijke en hooggeplaatste personen en al of niet bevriende figuren uit de literaire- en theaterwereld van die dagen. Het genre portret werd door de 17e eeuwse kunsttheoreticus Gerard de Lairesse, hoofdrolspeler in de najaar tentoonstelling van het Twents museum, wegens het kopiëren van de natuur smalend afgedaan als een genre voor zwakke geesten. Zijn tijdgenoot Samuel van Hoogstraten omschreef portretschilders als ‘maer gemene soldaten in het veltleger van de konst’. Ook Gainsborough vond het schilderen van portretten ‘rather boring’, en dat is nog zacht uitgedrukt. Hij schreef: ‘I am sick of portraits, and wish very much to take my Viola da Gamba and walk off to some sweet village where I can paint landskips and enjoy the fag end of life in quietness and ease’.. Elders heeft hij het zelfs over de ‘cursed face business’ ! Maar er moest wel brood op de plank komen.

Voor we Gainsboroughs geliefde landschappen bekijken nu eerst een korte rondgang door Gainsboroughs portretgalerij.

800px-David_Garrick_by_Thomas_Gainsborough
Thomas Gainsborough, David Garrick, 1770, National Portrait Gallery, London

David Garrick, de goodlooking acteur met wie Gainsborough in het culturele centrum Bath bevriend was, heeft hij zeker niet met tegenzin geschilderd. Gainsborough hield het werk na voltooiing geruime tijd in zijn atelier om het te kopiëren. Met zijn bruine ogen kijkt Garrick ons vanonder zijn grijs gepoederde pruik vriendelijk aan.  De levendige portretten die Gainsborough vervaardigde van componist Johann Christian Bach (ja, zoon van) en de operazanger Giusto Ferdinand Tenducci lijken evenmin aan verveling ontsproten. Enigszins verveeld was hij wellicht wel bij het portretteren van Sir Edward Turner of de wat afwezig op haar harp tokkelende Louisa, Lady Clarges.

Het directe, aansprekende portret van zijn vriend John Joshua Kirby kan Gainsborough onmogelijk met tegenzin hebben geschilderd. Kirby, architect en landschapschilder, doceerde niet alleen aan de Royal Academy, maar hij gaf ook schilderles aan de koning George III !

Kirby’s vader schreef een reisgids de ‘Suffolk traveller’. De hedendaagse anglofiel weet dat het landschap van Suffolk betoverend is, niet alleen voor reizigers, maar ook voor schilders. Die betovering wordt in Gainsboroughs oeuvre weerspiegeld en bevestigd in de volgende woorden: ‘Nature was his teacher and the woods of Suffolk his academy’ !

Bij het Boomachtig landschap met rustende herder uit ca. 1745 valt de Hobbema- en Ruisdaelachtige sfeer op in de woeste natuur, de grillige bomen overhuifd door een dramatische wolkenlucht. In A Forest Road is deze parallel nog duidelijker en in Wooded landscap with a Herdsman bereikt deze gelijkenis een absolute climax !

thomas_gainsborough_boomachtig_landschap_ca_1745_rijksmuseum_twenthe_-_kopie
Thomas Gainsborough, boomachtig landschap met een rustende herder bij een zonnig pad en schapen, ca 1745, Rijksmuseum Twenthe

Academische manier

Gainsborough was een verklaard tegenstander van de gelikte academische schildertrant met historische, Bijbelse of mythologische onderwerpen, gestoffeerd met geïdealiseerde personages. Gainsborough liet zich wel door de natuur inspireren, maar volgde een eigen, onopgesmukt schoonheidsideaal, dat hij vertaalde in een losse, soms bijna impressionistische stijl. Hij liet zich echter wel inspireren door bewonderde voorgangers. Ook de academische praktijk van het bestuderen en kopiëren van oude meesters hield hij erin. We zien een Kruisafneming naar het altaarstuk dat Rubens voor de kathedraal van Antwerpen schilderde en van diens leerling Anthony van Dijck, kopieerde hij het Portret van Lord Bernard Stuart.

Aan een beetje academisme ontkwam hij dus niet en van het podium dat de Royal Academy bood om zijn werk tentoon te stellen maakte hij ook dankbaar gebruik !

Historische context

De werken van Gainsborough worden in de historische context gepresenteerd. Uit museum Boerhave zijn objecten te zien die de Engelse Gouden Eeuw, the Age of Reason illustreren. Een ambivalente tijd: niet alleen de rede maar ook het gevoel begon een steeds grotere rol te spelen: sense and sensibility (…), zoals de portretten en landschappen weerspiegelen.

De hoofdrol die Engeland zich in de 18e eeuw op mondiaal niveau had verworven bracht economische voorspoed, waardoor kunsten en wetenschappen bloeiden. De zojuist uitgevonden stoommachine, een gigantische spiegeltelescoop, een elektriseermachine (waarbij de haren je te berge rijzen). Een hemel- en aardglobe illustreren de zich verruimende horizonten. Het Haags Gemeentemuseum stond twee herenkostuums (habits à la Francaise, zie mijn bespreking van The Catwalk) en prachtige japonnen (robes ajustées) af, die corresponderen met de kleding op Gainsboroughs portretten.

Gainsborough maakte zich als eerste Engelse kunstenaar los uit het academische keurslijf. De academische eis van op monumentaal formaat geschilderde historiestukken liet hij varen. Hij bracht de hem omringende wereld in een losse toets op het doek; gewoon kunst omwille van de kunst. Daarmee was hij een verklaard tegenstander van de man van de Royal Academy, Sir Joshua Reynolds (1723-1792) zijn rivaal, eveneens bekend van succesvolle portretten van de toenmalige Britse upper class.

Tot slot: Turner (1775-1851) en Constable (1776-1837) zijn zonder de baanbrekende stappen van Gainsborough ondenkbaar. Ook zij brachten de natuur op monumentaal formaat, met losse penseelstreek in beeld. Waarbij Turner zich als een impressionist- later zelfs abstract-expressionist avant-la-lettre, ontwikkelde, zoals onlangs eveneens in Twenthe (en Zwolle) te zien was.

Landschappen niet langer gestoffeerd met mythologische of Bijbelse figuren, maar met een enkele reiziger, ruiter of herder, waarmee Gainsborough, Turner en Constable overigens teruggrepen op de bewonderde meesters van de Hollandse Gouden Eeuw, dat wel !

Twenthe

Rijksmuseum Twenthe

 

 

Maya’s in het Drents Museum Assen t/m 4 september 2016

Maya’s: heersers van het regenwoud

Hoog boven de uitgestrekte regenwouden van Guatemala en het Mexicaanse schiereiland Yucatan torenen nog de ruïneuze resten van de bouwwerken van de Maya cultuur; andere zijn door het oerwoud helemaal overwoekerd. De hoogstaande beschaving van de tot de verbeelding sprekende Maya’s kende een bloeiperiode van 250 tot 900 volgens onze –zij kenden een andere- jaartelling. Waarom de Maya steden, met piramides, paleizen en sportvelden naar het schijnt plotseling werden verlaten is een van de vragen die in de Drentse expositie centraal staan.

Regenwoud en piramide, Tikal Guatemala, foto Edwin van Steenis

 Om ons onbekende redenen verlieten de Maya’s hun dichtbevolkte steden, waar zoals in Oxul, wel 6.000 mensen woonden. Waar zijn ze gebleven ?

Ze trokken naar de kust en anders dan wel gedacht wordt, bestaan de Maya’s nog steeds. Bij mijn bezoek aan de nog in opbouw zijnde tentoonstelling zag ik nazaten van die oude Maya’s aan het werk !

Door een smalle corridor tussen twee enorme foto’s van het regenwoud, de habitat van de Maya’s, betreedt de bezoeker de tentoonstellingszaal waar langs smalle gangpaden de vitrines met kostbare Maya-objecten staan opgesteld. De kleur van de kasten, een allesoverheersend maïsgeel, verwijst naar de ontstaansgeschiedenis van dit taaie oerwoudvolk: de eerste Maya-mens zou uit een maïskolf geboren zijn ! De maïsgod, een poppetje met een kolf als hoofd, is dan ook op allerlei voorwerpen te zien.

De bewoners van elk continent hebben zo hun eigen ontstaansgeschiedenis, maar deze genese is wel heel origineel !

De cyclus van het zaaien van maïs, de groei, bloei, oogst en wedergeboorte, vormt het leitmotief in de tentoonstelling. Zonder maïs en water was leven in de Maya steden niet mogelijk. Op ingenieuze wijze werd regenwater in ondergrondse holten en in bepleisterde bassins opgevangen en bewaard.

De grote paleizen en hoge piramides spreken nog altijd tot onze verbeelding. In de jaren 80 beklom ik de piramide in Chichen Itza, in Yucatan; een activiteit waarvoor je beslist ‘schwindelfrei’ moest zijn, want de enige houvast was je eigen mentale kompas !

Zelfs waagde ik mij aan een excursie naar het binnenste van de grafkamer, een claustrofobische ervaring !

 

Piramide Chichen Itza (Mexico), foto Drents Museum Assen

De mysterieuze hiëroglyphen waarmee zij communiceerden fascineren evenzeer. Zo’n 800 letter- en beeldtekens komen voor op gedenkzuilen, altaren, aardewerk en voorwerpen van jade, het ‘goud’ van de Maya’s. De duiding van deze mysterieuze tekens is inmiddels voor 90% mogelijk dankzij Maya kenner Prof. Dr. Nikolai Grube, hoogleraar aan de Universiteit van Bonn.

Eveneens fascinerend zijn de bloederige offers en het levensgevaarlijke balspel, waarbij de bal door een kleine, ronde opening moest worden geworpen. De spelers ‘gingen ervoor’ en speelden letterlijk en figuurlijk op leven en dood; het verliezende team werd onthoofd.…

Balspel Chíchen Itzá
Balspel Chíchen Itzá

Van dit alles komt niets ons bekend voor, het enige raakvlak met dit mysterieuze volk is de graagte waarmee zij ‘hot chocolate’ dronken ! Daar waren de Maya’s dol op getuige het deksel van een wierookbrander met een door cacaobonen (zo kostbaar dat ze ook als betaalmiddel fungeerden) bedekt beeld van de godin van de cacaoboon

Deksel van wierookvat met cacaogodin en cacao bonen. Collectie Nationaal Museum voor Archeologie en Etnologie, Guatemala

 Zij is één van de vele goden van de Maya’s. Deze huisden en in de onder-, midden- en bovenwereld. Heilige bomen speelden hierin een belangrijke rol, want de wortels, de stam en de takken waren in elk van deze 3 werelden aanwezig. Ook andere goden werden met een wierook, copal, in voornoemde antropomorfe branders vereerd.

Machtige koningen met goddelijke status, heersten over de verschillende elkaar regelmatig bevechtende stadstaten van het Mayarijk, dat delen van Zuid-Mexico, Guatemala, Belize, Honduras en El Salvador besloeg. De koning fungeerde als intermediair tussen de aardbewoners en de godenwereld. Op diverse stèles in de tentoonstelling zijn hun verdiensten geboekstaafd, zoals op een exemplaar van wel 800 kg ! De directeur van het in Guatemalteekse Archeologisch museum verschaft de menselijke (Maya) maat.

Directeur Daniel Aquino Lara Museo Nacional de Arqueologia y Etnologia, Guatemala met Stèle Foto Drents Museum 

Het koningschap was erfelijk, maar de troonpretendent moest zonder piepen wel een bloederige initiatierite doorstaan. Met een roggestekel werd zijn penis bewerkt, zoals te zien in een een replica van een tempel fresco uit San Bartolo, ‘de Sixtijnse kapel van de Maya’s’

Muurschildering met bloedige rituelen in de piramide San Bartolo Guatemala
Muurschildering met bloedige rituelen in de piramide San Bartolo Guatemala

Met deze tentoonstelling biedt het Drents Museum wederom een spraakmakende archeologische tentoonstelling, aangeprezen met de woorden: …van de makers van het Terracotta Leger…  De expositie toont een fascinerende mix van in Europa nog nooit getoonde bruiklenen uit o.a. Guatemala en Schaffhausen. Tot de absolute topstukken behoort het spectaculaire koningsmasker van Jade, het affiche van de tentoonstelling.

 

Jademasker
Jademasker, vindplaats onbekend, Collectie Fundación La Ruta Maya, foto Drents Museum

Behalve een mooie terugblik op de bloeiperiode van de Maya’s en de artefacten uit hun bestaan, geeft de tentoonstelling suggesties voor antwoorden op hun raadselachtige trek naar de kust.

Wellicht was de grond door monocultuur uitgeput, zeker is dat voorafgaand aan hun vertrek een bevolkingsexplosie plaats vond en dat het gebied in de jaren 810, 860 en 910 n Chr. geteisterd werd door aanhoudende droogte, waardoor de waterbassins opdroogden.

Heel Assen staat in het teken van de Maya’s, op 25 februari was het op het grasveld voor het museum een drukte van belang, daar zal voor de duur van de expositie een heuse piramide verrijzen !

Literatuur:

V.T. van Vilsteren & N. Grube, Maya’s: Heersers van het Regenwoud, tentoonstellingscatalogus Drents Museum, Assen, 2016. (WBOOKS €24,95)

  CR92sPT5