Ravenna revisited , impressie van een zomerreis naar Ravenna

Drinkschaal met duiven, Mausoleum van Galla Placidia, 5e eeuw

Als kind bezocht ik met mijn ouders de mozaïeken van Ravenna. Prachtig vond ik al die uit kleurrijke steentjes samengestelde figuren en dieren. Hoe deden ze het?! Destijds had ik geen idee, maar inmiddels weet ik dat vaardige handwerkslieden hun voorstellingen aan de hand van ontwerptekeningen in de met cement bedekte wanden aanbrachten. Voor de ornamenten gebruikten ze sjablonen. Door de marmeren en glazen steentjes een beetje schuin in het cement te duwen gingen de voorstellingen door de reflectie van het licht, letterlijk stralen. En dat doen ze bijna 1500 jaar na dato nog steeds!                                                                                        

Om de doorstroming te bevorderen, maar ook om ervoor te zorgen dat toekomstige belangstellenden van deze kleurenpracht kunnen genieten mogen bezoekers van het kleine Mausoleum van Galla Placidia en het Battistero Neoniano maar 5 minuten binnenblijven.

Anders dan wel gedacht is de als opus tessallatum aangeduide kunstvorm geen Romeinse uitvinding. In de 8e eeuw v.Chr. werden in Klein-Azië al eenvoudige vloermozaïeken gelegd. De Grieken vervaardigden in de 5e eeuw v. Chr. ook al figuratieve mozaïeken van kiezelstenen. Handwerkslieden uit Byzantium brachten hun kennis en vaardigheid naar Ravenna, dat van de 6e tot de 8e eeuw onder Byzantijnse heerschappij stond. In de beeldtaal van deze mozaïeken komen de laatantieke Romeinse en Byzantijnse tradities samen.

Terwijl het aan de overzijde van de rivier de Rubicon gelegen Rimini zwaar geleden heeft tijdens WOII zijn de eeuwenoude vroegchristelijke bezienswaardigheden van Ravenna gespaard gebleven. In de naoorlogse jaren heeft deze historische stad op economisch gebied een enorme industriële sprong voorwaarts gemaakt. Dat is de omgeving van Ravenna niet ten goede gekomen. Advies: gewoon de andere kant op kijken! Dat is in Ravenna geen probleem: de stad herbergt een schat aan interessante vroegchristelijke gebouwen. De oudste dateren van de tijd waarin Ravenna onder keizer Honorius, de hoofdstad van het West Romeinse Rijk was. Zijn vader, keizer Theodosius besloot in 395 tot tweedeling van het immense gebied. Zijn zoon Arcadius heerste in het Oost-Romeinse Rijk. Honorius zwaaide van 393 tot 423 de scepter over het westelijke deel. In 402 vestigde hij zich in Ravenna. In de geschiedenis van deze periode komen we zijn naam en die van zijn halfzuster Galla Placidia (ca. 388-450) veelvuldig tegen. Na de ontijdige dood van haar echtgenoot Keizer Constantius III trad zij op als regentes voor haar zoon Valentinianus III. Galla Placidia’s bizarre levensloop, die buiten het bestek van dit stukje valt, is een filmscript waardig.

Einde West-Romeinse Rijk                                                          
Met de inval van de Germaanse generaal Odoaker kwam in 476 een einde aan het door corruptie en wanbestuur verzwakte West-Romeinse Rijk. Zijn heerschappij was echter van korte duur. Odoaker werd in 493 door de Ostrogotische koning Theodorik (454-526) op lafhartige wijze vermoord. Ook deze potentaat was geen blijvertje, maar de bouwwerken die hij liet verrijzen staan nog steeds overeind. Na Theodorik komt de Byzantijnse keizer Justinianus in het verhaal. Hij nam met succes de wapenen op tegen de Goten en zou van 527-565 aan de macht blijven. Ze zijn allang tot stof vergaan, maar de herinneringen aan Justinianus, zijn voorgangers en de ‘barbaarse’ heersers zijn nog springlevend.  Daarvan getuigen acht op de werelderfgoedlijst van UNESCO genoteerde monumenten. Het bekendst zijn de mozaïeken van Ravenna, die, dat is wellicht minder bekend, voor het merendeel aangebracht zijn in de gebouwen die uit Theodoriks tijd dateren.

De mozaïeken van de kerken in Ravenna zijn prachtig, maar de bouwgeschiedenis is ook interessant. De ‘barbaarse’ vorst Theodorik was niet alleen de bouwheer van zijn eigen Mausoleum; hij gaf ook opdracht tot de bouw van de San Vitale, de Sant’Appolinare Nuovo en de Sant’Apollinare in Classe. In deze kerken liet Justinianus I (527-565) de mozaïeken aanbrengen waar we in het navolgende naar gaan kijken.

Behalve het imposante Mausoleum van Theodorik, de San Apollinare in Classe en de Sant’Appolinare Nuovo liggen alle bezienswaardigheden op loopafstand in het oude centrum.


Wie was Justinianus?
Zijn naam is niet alleen verbonden met de mozaïeken van Ravenna, hij is ook de bouwheer van de Haghia Sophia in Constantinopel. Na de verovering van de door Constantijn de Grote gestichte hoofdstad van het Oost-Romeinse Rijk door Mehmet II veranderde deze vroegchristelijke kerk in 1453 in een islamitisch gebedshuis. Justinianus vestigde zijn macht niet alleen in Ravenna, maar heroverde ook grote delen van het Romeinse Rijk die in handen van de oorspronkelijke bewoners waren gevallen. Daarenboven is Justinianus de geschiedenis ingegaan als de man achter het eerste burgerlijk wetboek: het Corpus Iuris Civilis

Julius Caesar                                                                           
Je ziet er niets meer van, maar verder terug in de tijd werd in de streek rond Ravenna ook al geschiedenis geschreven. In 49 v. Chr. stak de Romeinse veldheer Julius Caesar de Rubicon over, een riviertje tussen Ravenna en Rimini. De woorden die hij daarbij sprak: alea iacta est; de teerling is geworpen, waren veelbetekenend. Met deze provocerende handeling ging hij niet alleen over een geografische-, maar ook over een politieke- en psychologische grens! Caesar daagde zijn rivaal consul Pompeius uit. Diens bevel om zijn troepen te ontbinden, had Caesar genegeerd. Geschrokken nam Pompeius de wijk naar Griekenland, waar hij door Caesar werd verslagen. De rest is geschiedenis, zoals in de aan Caesar gewijde tentoonstelling in Museum H’ART onlangs te zien was.  

Anders dan soms gedacht, was Caesar zelf geen keizer. Met zijn optreden plaveide hij echter wel de weg naar het erfelijk keizerschap. Zijn adoptiefzoon Octavianus zou als keizer Augustus een belangrijk hoofdstuk vullen in de geschiedenis van het Romeinse Rijk. Ook bij Ravenna liet hij zijn sporen na. Als thuisbasis van de vloot, de Classis, liet Augustus een haven aanleggen. In de loop der tijd is deze verzand, maar de naam van het plaatsje Classe herinnert nog aan de dagen van weleer. Door talrijke overzeese contacten ontstond hier een multiculturele gemeenschap, waar plaats was voor Grieken, Syriërs, Armeniërs, Joden en Christenen. Rond het jaar 44 stichtte Apollonaris, het bisdom Ravenna. Met Apollinaris, wiens naam je in Ravenna veelvuldig tegenkomt, begint het navolgende virtuele bezoek aan de mozaïeken van Ravenna. We starten in Classe op enkele kilometers buiten het centrum.

San Apollinare in Classe
In de voorhof van deze kerk wordt de stichter van de haven gememoreerd met een kopie van het beroemde standbeeld van Augustus van Prima Porta, dat in de 19e eeuw werd gevonden bij de Villa van Livia in Rome.

Aartsbischop San Appolinare temidden van lammeren. Basiliek Sant’Apollinare in Classe

De in 549 gewijde kerk is boven het graf van de martelaar Apollinaris gebouwd. De voor de regio karakteristieke campanile dateert van de 10e eeuw. In het muurvlak boven de zuilen zijn in de 17e eeuw de portretten van de bisschoppen van Ravenna aangebracht. Interessant, maar daar zijn we niet voor gekomen. Evenals de gebouwen in de binnenstad is ook deze kerk gesierd met schitterende mozaïeken. In het betoverende apsis mozaïek is Appolinaris prominent aanwezig. Vanuit een paradijselijke weide kijkt hij over de grazende lammeren, naar de schapen in de kerk. Zijn handen in antieke orante houding geheven in een gebed zonder eind. De schapen zijn voor meerdere uitleg vatbaar. Ze kunnen geduid worden als de stammen Israëls, de 12 apostelen en als gelovigen in het algemeen.
Boven Apollinaris is een symbolische interpretatie van de Transfiguratie op de berg Tabor te zien. Bij deze in het Nieuwe Testament op drie plaatsen beschreven wonderlijke ‘transitie’ van Christus, zouden de Oudtestamentische figuren Mozes en Elia verschenen zijn. Het wonder wordt symbolisch verbeeld door een met edelstenen bezet kruis. De drie lammeren staan voor de discipelen die Jezus op de berg vergezelden: Johannes, Petrus en Jacobus. De dadelpalmen in de pendentieven neigen hun kruinen naar de hoofdvoorstelling.

Basiliek van St. Appolinare in Classe , met edelstenen bezet kruis met in het medaillon
een ‘portret’ van Christus

Onder de aartsengelen Michaël en Gabriël bevinden zich de apostelen en evangelisten. Rechts zie je een gecomprimeerde voorstelling van de drie Oudtestamentische offerscènes van Abel, Melchisedek en Abraham die in de christelijke leer als voorafbeeldingen worden gezien van de offerdood die Jezus voor de mensheid bracht.

Langs de Via di Roma gaan we in noordelijke richting naar de eveneens aan Apolinaris gewijde Sant’Apollinare Nuovo.

Detail Draperieën met niet weggeschilderde handen in Theodoric’s paleiskapel

Basilica di Sant’Apollinare Nuovo                                                  In deze kerk bereikt de mozaïekkunst een ware apotheose. De Sant’Apollinare Nuovo werd in 490 gebouwd als paleiskapel van Theodorik de Grote (454-526). Een tiental meters verderop zijn nog enkele reminiscenties van het cosidetto, maar onbewezen, Palazzo di Teodorico te zien. Evenals bij de andere vroegchristelijke kerken van Ravenna, verraadt het sobere exterieur niets van de pracht die de bezoeker binnen te wachten staat. Deze kerk is een mooi voorbeeld van een vroegchristelijke basilica. Zo’n door twee zuilenrijen geflankeerde rechthoekige ruimte met een halfronde nis tegenover de ingang had in voorchristelijke tijden een publieke functie. Na Theodoriks tijd werd deze kerk opnieuw gewijd. Dat was nodig, want de Ostrogotische heerser was een volgeling van de dissident Arius (256-336), die -even kort door de bocht- de goddelijke drie-eenheid ontkende. Arius aanvaardde God, maar ontkende de goddelijke natuur van Jezus. Om deze reden werden hij en zijn volgelingen door de kerk als ketters beschouwd. Bisschop Agnellus liet rond het midden van de 6e eeuw afbeeldingen van Theodorik en zijn hofhouding uit het decoratieschema van de kerk verwijderen. Degenen die met deze taak belast waren maakten zich er kennelijk snel van af.  Als je goed kijkt kun je in de voorstelling van Theodoriks paleis met zuilen en voorhangen boven de zij ingang nog enkele ‘vergeten’ handen van in orante houding biddende figuren uit Theodoriks tijd zien.

Zuilen en draperieën van Theodoriks paleis met reminiscenties van orante figuren.

Het rijkversierde interieur zorgt voor een letterlijk en figuurlijk duizelingwekkende ervaring. Hier geen overweldigend apsis mozaïek, maar een barok altaar dat ik voor gezien houd. Aan de in drie lagen aangebrachte mozaïeken op de zijwanden hebben we onze handen, of liever, onze ogen al vol! In de bovenste rij zie je scènes uit het leven van Jezus en de wonderen die hij verrichtte. Na enig speuren ontdek ik de opwekking van Lazarus en, precies zoals ik het mij van een kleurplaat op de lagere school herinner: de genezing van een verlamde man. Omdat er door de voordeur geen bijkomen aan was, lieten enkele mannen een lamme man op draagbed aan touwen door het dak voor de voeten van Jezus neerdalen.  

Het neerlaten van de verlamde man in Capernaum

Onder deze reeks staan heiligen en profeten prominent in het gelid. De daar weer onder aangebrachte processies springen echter het meest in het oog. Links van het altaar staan over de hele lengte van het schip 22 devote in het wit geklede maagden. Voorzien van hun naam volgen ze de wijzen uit het Oosten die hen voorgaan naar de in Byzantijnse stijl weergegeven tronende Moeder Gods met haar kind.

Drie wijzen uit het Oosten Basiliek St. Apollinaris Nuovo

Op de tegenoverliggende wand wordt de optocht van de maagden gespiegeld in een processie van 26 in witte toga’s gehulde martelaren. Zij zijn op weg naar een knappe tronende Christusfiguur, van wie ook niet-gelovigen terstond gaan houden!

Christus op de troon

Achter de maagden gaf de anonieme mozaïekkunstenaar een interessante contemporaine impressie van de haven van Classe. Voor de twee vuurtorens en de ommuurde stad liggen enkele schepen voor anker.

Mausoleum van Theodorik                                                
Buiten het centrum kun je (op een combi-ticket) het Mausoleum van Theodorik bezoeken. Het massieve uit enorme kubieke blokken steen opgetrokken bouwwerk staat 1500 jaar nadat het eind 19e eeuw letterlijk uit de drassige bodem boven water kwam, weer fier in het landschap. Opnieuw rijst de (onbeantwoorde) vraag hoe deden ze het?! Dat geldt vooral voor de 300 ton wegende uit Istrië afkomstige steen die de koepel vormt van het tienhoekige, twee verdiepingen tellende bouwwerk. De verstilde atmosfeer van de indrukwekkende lege en koele ruimte wordt verhoogd door de stemmige tonen van Albinoni’s Adagio in G minor. 

Via een buitentrap bereik je de bovenverdieping. Laat hier je fantasie even werken bij de aanblik van de enorme op een badkuip gelijkende porfieren sarcofaag. Hierin vond Theodorik volgens de overlevering zijn laatste rustplaats. Het is dat er een bordje non toccare hangt, maar anders…

Na de bezichtiging van deze buiten de stad liggende monumenten keren we terug naar het centro storico, waar Galla Placidia in de eeuw voor Theodorik en Justinianus ook haar sporen achterliet.

Christus de Goede Herder. Mausoleum Galla Placida

Mausoleum van Galla Placidia
Volgens de overlevering gaf Galla Placidia (390-450), dochter van keizer Theodosius I en zus van keizer Honorius opdracht voor de bouw van het naar haar genoemde Mausoleum. Ook hier geeft het eenvoudige exterieur niets prijs van het met prachtige mozaïeken versierde interieur. Onder een blauwe sterrenhemel staan drie sarcofagen, waarin de stoffelijke resten van Galla Placidia, haar tweede echtgenoot Keizer Constantius III en keizer Honorius of Placidia’ s zoon Valentinus zouden zijn bijgezet. Deze in de jaren ‘80 door George Zarnecki, een autoriteit op het gebied van de vroegchristelijke kunst, geopperde ‘wetenschap’ lijkt inmiddels achterhaald. Dat de in Rome overleden Galla Placidia hier haar laatste rustplaats vond wordt tegenwoordig betwijfeld. Dit doet niets af aan de pracht van deze vermoedelijk aan de martelaar Laurentius gewijde kapel. In de apsis tegenover de ingang herken je hem aan zijn attribuut, het rooster, waarop de onfortuinlijke man levend werd verbrand. Naast hem staat een op een eigentijds zogeheten minibiebje gelijkend kastje met de geschriften van de evangelisten: neem en lees!

Laurentius met rooster en Minibiebje. Apsis, Mausoleum van Galla Placidia

Het schaarse licht dat door de albasten vensters binnenvalt zorgt voor een mysterieuze sfeer. Maar gelukkig worden de mozaïeken met sterke lampen aangelicht. Anders dan de overige iets latere vroegchristelijke mozaïeken in Ravenna zijn deze nog zonder Byzantijnse invloed in de laatantieke Romeinse stijl gemaakt. Opvallend is het realisme dat niet alleen de figuren, maar ook het landschap kenmerkt. Het centrale kruis in de koepel symboliseert Christus; de symbolen in de pendentieven verwijzen naar de schrijvers van de boeken in het kastje: de 4 evangelisten. De leeuw voor Marcus, de adelaar voor Johannes, de os voor Lucas en de gevleugelde mens voor Mattheus.

Het mozaïek boven de ingang toont het iconische beeld van Christus als de Goede Herder, zoals beschreven in Johannes 10: 11-14. e.v.  De drinkende herten en duiven verwijzen naar Psalm 42, ’t Hijgend hert, der jacht ontkomen!…

San Vitale
Naast het Mausoleum van Galla Placidia bevindt zich de achthoekige Basilica di San Vitale. De bouw van de naar de martelaar Vitalis genoemde kerk ving nog tijdens Theodoriks bewind aan en werd in 548 toen Justinianus aan de macht was door bisschop Ecclesius gewijd. De heilige Vitalis zou ten tijde van de christenvervolgingen onder keizer Diocletianus rond het jaar 304 levend begraven zijn. De kerk weerspiegelt de overgang van de klassieke naar de Byzantijnse bouwkunst. In de apsis troont Christus op een blauwe wereldbol, geflankeerd door de heilige Vitalis en bisschop Ecclesius. Op de wanden daarnaast vind je de reeds genoemde beeltenissen van Keizer Justinianus en zijn gemalin met hun hun gevolg. Opmerkelijk voor die tijd zijn de portretmatige gezichten. Let ook op het prachtige detail in de zoom van Theodora’s gewaad: een minuscule afspiegeling van de Driekoningen die we eerder in de San Apollinare Nuovo zagen! Rechts van Justinianus heeft aartsbisschop Maximianus een plekje gekregen.

In de apsis zien we het aandachtspunt van de gelovigen: Christus die de gaven van Justinianus en zijn vrouw in ontvangst neemt. Ook hier zien we de al besproken oudtestamentische prefiguraties van Jezus offerdood. Interessant terzijde: mocht je ooit een bezoek brengen aan de Paltskapel die Keizer Karel de Grote rond 800 in Aken liet bouwen, dan zie je in één oogopslag dat deze geïnspireerd is op de San Vitale.

Naast de San Vitale vind je het Museo Nazionale, ondergebracht in een voormalige Benedictijnerklooster. De collectie bestaat uit Romeinse en vroegchristelijke objecten, waaronder reliëfs uit de Byzantijnse tijd, munten, iconen uit de Venetiaans-Kretenzische school en schilderijen van onder anderen Paolo Veneziano.

Battistero Neoniano                                                                          
Een bezoek aan het historische centrum van Ravenna is niet compleet zonder een kijkje te nemen in het Byzantijnse Battistero Neoniano, ook aangeduid als de battistero degli Ortodossi, waarmee bedoeld wordt dat deze anders dan de Battistero degli Ariani, niet-Ariaans is.In 458 gaf bisschop Orso opdracht voor de bouw, die onder de naamgever van de kapel, bisschop Neone werd voltooid. De oorspronkelijke vloer, die ver onder het huidige straatniveau ligt, is achter een hekje zichtbaar gelaten. De wanden van de 8-hoekige binnenruimte zijn verdeeld in 2 boven elkaar geplaatste bogenrijen. De achthoekige vorm verwijst symbolisch naar de zeven scheppingsdagen en de dag van het Laatste Oordeel. Het interieur is eveneens bekleed met mozaïeken. Op het plafond prijkt een mozaïek vanJohannes de Doper die Jezus, staand in de rivier, onder het toeziend oog van de twaalf discipelen, doopt.

De doop van Christus , Battistero degli Ariani

Van Theodorik ‘s tijd dateert nog een achthoekige doopkapel: het Battistero degli Ariani.  Ook hier is de doop van Christus in de Jordaan in het koepel mozaïek afgebeeld. Door het water zie je zijn ontblote onderlichaam. Anders dan de in de Bijbel genoemde ‘kemelharen’ mantel is Johannes hier gehuld in een luipaardvel. De oude man naast de doopscène staat, conform de klassieke iconologie, als stroomgod voor de rivier de Jordaan. De witte duif boven hen staat voor de Heilige Geest die na de doop neerdaalde uit de hemel terwijl de stem van God volgens Mattheus 3: 13-17 klonk: …’dit is mijn geliefde zoon in wie ik vreugde vind’

Museo Arcivescovile                                                                                       
Na het bezichtigen van deze monumenten kun je je kennis over de periodes waarin ze gebouwd en versierd werden verdiepen in het Museo Nazionale en het Museo Arcivescovile – het aartsbisschoppelijk Museum, dat ondergebracht is in het achter de Dom gelegen aartsbisschoppelijk paleis. Hier zie je nog meer mozaïeken, sculpturen, kunstvoorwerpen uit de oude dom, een marmeren sarcofaag en een (onthoofd) porfieren standbeeld van vermoedelijk keizer Justinianus. Niet te missen hoogtepunt is de in een glazen vitrine geplaatste ivoren troon van bisschop Maximianus. Neem even de tijd om de gedetailleerde reliëfs met bijbelse scènes te bekijken. De zetel werd in de 6e eeuw in Alexandrië gemaakt. Aan de voorzijde zie je panelen met Johannes de Doper en 4 evangelisten. De achterzijde vertoont scènes uit het leven van Jezus.

Troon van bisschop Maximianus

Met het aantreden van Justinianus beleefde Ravenna een bloeiperiode. De dood van de keizer in 565 vormde het begin van het einde. Zoals elders in de Romeinse wereld werd ook de teloorgang van Ravenna bespoedigd door factoren als wanbestuur en corruptie. Met de verovering door de Longobarden was het in 751 met Ravenna als hoofdstad van het Byzantijnse rijk gedaan. In latere tijden viel de stad achtereenvolgens onder Venetiaans- en Vaticaans bestuur. De talrijke architecturale en artistieke overblijfselen getuigen van deze bloemrijke verschillende hoofdstukken uit de lange geschiedenis van Ravenna.

                                 

Andiamo a Milano! Een selectie van bezienswaardigheden in Noord-Italië.

Direct na aankomst gaan wij op weg naar de Duomo. In een bocht van de Via Dante krijgen we onverwacht de door de late middagzon aangelichte gevel in het vizier. Dit beeld zag ik vorig jaar in een schilderij van Petrus Tetar van Elven (1828-1908). Met zijn Veduta Fantastica dei Principali Monumenti d’Italia, een gedroomde visuele top tien van Italiaanse bezienswaardigheden maakt de schilder het onmogelijke mogelijk: visit Italy in one day!  De Milanese dom verheft zich op majestueuze wijze boven de grillige kustlijn van Genua; geflankeerd door de San Marco van Venetië. Via de Sint Pieter die zich fantasievol aftekent tegen het decor van de Vesuvius keren we terug in Milaan.

Petrus Tetar van Elven (1828-1908), Veduta Fantastica dei Principali Monumenti d’Italia, Galleria d’Arte Moderna,Genua

Het exterieur van de Dom biedt met haar rijke gebeeldhouwde façade al een overweldigende impressie, maar van het interieur word je helemaal stil. Tweeënvijftig reusachtige pijlers dragen het dak van de immense binnenruimte, waarin het licht door kleurrijke glas-in-loodramen naar binnen valt. Met grafmonumenten en altaarstukken wordt de herinnering aan heiligen en aartsbisschoppen van Milaan levend gehouden. De eerste van een lange lijst is ‘Barnaba Apostolo’. Een hoofdrol is weggelegd voor de 4e -eeuwse kerkvader Ambrosius, wiens naam we elders in de stad nog vaak tegenkomen.

Tijdens de bezichtiging valt mijn oog op het beschilderde orgelluik voorstellende de Geboorte van de maagd Maria: Santa Maria Nascente aan wie de dom gewijd is. Juist wanneer ik mij afvraag hoe dat orgel zou klinken vult de kathedraal zich op plotseling met eerst nog oorstrelende, daarna oorverdovende klanken. Na Bachs Erbarme dich en Schafe können sicher weiden, zet de organist bij Saint Saëns Orgel Sympfonie even later alle registers open.

Carlo Pellicani Maagd Maria 1774

In het Museo del Duomo worden altaarstukken van Tintoretto, sculpturen,  ontwerpschetsen en bozzetti -proefstukken- van de marmeren reliëfs die de negentiende -eeuwse façade sieren bewaard, zoals de voorstelling Judith onthoofdt Holofernes. Tussen deze oude kunstwerken staat een ogenschijnlijk moderne sculptuur van roestig oud ijzer. Schijn bedriegt: het staketsel is het geraamte van de met een verkleinwoord aangeduide Milanese Madonnina, waarvan we op de binnenplaats van de aanpalende San Gottardo een kopie zagen. Nou ja: Madonnaatje…Haar lengte bedraagt drie meter, maar vanaf het Piazza del Duomo is het originele Mariabeeld gereduceerd tot een goud getint stipje aan de blauwe hemel.

In de nabijgelegen Galleria Emanuele II genieten we na deze eerste indrukken van een coteletto Milanese. De patate fritte worden op z’n Italiaans zonder mayo geserveerd. Mayonaise? Nessun problema! In het chique restaurant Biffi Duomo wordt even later –pazzi Olandesi– een gloednieuwe plastic fles onvervalste Calvé mayonaise neergezet; buon appetito!

In de Pinacoteca di Brera komen veel echo’s uit mijn studietijd boven. Op de fundamenten van een ouder klooster stichtten Jezuïeten hier in de 16e eeuw een kenniscentrum met bibliotheek en kunstcollectie. Keizerin Maria Theresia van Oostenrijk opende hier in 1773 de Accademia di Belle Arti. Bij binnenkomst ziet de bezoeker de vingeroefeningen van schilders leerlingen die hier de kunst van hun illustere voorgangers afkeken. In 37 zalen krijg je zeven eeuwen kunstgeschiedenis voorgeschoteld. Voor wie dit niet kan behappen is een handzaam boekje langs 30 niet te missen topstukken beschikbaar: A occhi aperti Trenta capolavori imperdibili!

Ruim veertig jaar na het college waarin ik kennis maakte met de vroeg-Italiaanse renaissance kunstenaars sta ik oog in oog met Mantegna’s Bewening van de dode Christus uit 1483. In dit wereldberoemde werk is voor het eerst een perfect in het verkort liggend lichaam weergegeven. De blote voeten van Christus steken bijna tastbaar en enigszins blasfemisch uit het schilderij. Hier hangt ook het indrukwekkende altaarstuk dat Piero della Francesca in 1475 voor Federico Montefeltro schilderde. In deze zogeheten Sacra Conversazione gaf de schilder de devote hertog van Urbino met zijn goede kant weer. De rechterzijde van zijn gelaat was tijdens een gevecht ernstig verminkt.

Om het nijpende tekort aan expositieruimte onder de aandacht te brengen zijn in de zalen met oude kunst metershoge vitrines met 19e en 20e -eeuwse topstukken opgesteld.

Rafaello Sanzio, Het Huwelijk van de Maagd Maria, 1505. Doek, 170 x 118 cm Pinacoteca di Brera

De Brera bezit ook Rafaels fabelachtige Huwelijk van de Maagd Maria (1504). Tal van trouwlustige jongemannen dongen naar haar hand. Het was moeilijk kiezen, maar volgens de Legenda Aurea kwam het lot haar op miraculeuze wijze te hulp. De man wiens staf zou bloeien werd uitverkoren. De beschouwer weet het allang, maar in het tafereel is de ware Jacob nog maar net bekend geworden. Rafaël bracht de ontgoocheling van een afgewezen elegant geklede kandidaat humoristisch in beeld. Teleurgesteld breekt hij zijn staf in tweeën!
In overeenstemming met zijn devies: …’fare le cose non come le fa la natura ma come ella le dovrebbe fare’… bracht Rafael zijn onderwerp niet in beeld, zoals de natuur dat doet, maar zoals de natuur het zou hebben moeten doen!

Caravaggio, Maaltijd te Emmaüs, 1606, Brera, Milaan

In zijn Maaltijd te Emmaüs, met het moment waarop de volgelingen van Jezus de ware aard van de ‘vreemdeling’ ontdekken, deed Caravaggio in 1606 precies het omgekeerde. Anders dan Rafael bracht hij de natuur niet mooier, maar juist realistischer dan de werkelijkheid in beeld. Romeinse prelaten, gewend aan de zoetgevooisde beeldtaal van de barok, erkenden dat hij talent had, maar betreurden de wijze waarop hij deze gave misbruikte!

Het slotakkoord van de vaste opstelling vormt het iconische, letterlijk en figuurlijk romantische schilderij Il Bacio van Francesco Hayez. Een strijder voor de Italiaanse eenwording geeft zijn lief een voor de goede verstaander veelbetekenende kus. Deze herkent in de groene mantel, de rode ‘calzamaglia’ (sloblousen) en de witte manchetten de kleuren van de nieuwe Italiaanse vlag.

Francesco Hayez, Il Bacio, 1859. Doek 112 x 88 cm

Oververzadigd aan culturele indrukken genoten wij in de Obica Mozzarellabar naast het Una hotel van een heerlijke, met een kunstig geknoopte burrata di mozzarella afgetopte pizza.

De volgende dag bezochten wij de Pinacoteca Ambrosiana en de crypte van de San Sepolcro, waar je enkele meters onder het huidige straatniveau op de schaarse resten van het Romeinse Mediolanum staat. In het voetspoor van Keizer Constantijn, de heiligen Augustinus en Ambrosius èn Leonardo da Vinci beleef ik magische momenten. De mystieke sfeer wordt verhoogd door een eigentijdse lichtsculptuur van een ‘stenen’ doodsbed met een paar in driedimensionale vorm gevouwen handen. Het werk is onderdeel van vijf op het leven van Jezus geïnspireerde werken van de expositie Oliviero Rainaldi 2023 AD, die tot en met 13 juni in de crypte te zien is.  

Rainer Olivieri, Lichtsculptuur, San Sepolchro, Milaan. Foto: Marina Marijnen

Een gepolychromeerd beeld van een biddende prelaat herinnert hier aan de nachtelijke bidstonden van kardinaal Carolus Borromeo. Zijn kunstverzameling vormt de basis van de pinacotheek. Zijn kunstverzameling vormt de basis van de pinacotheek en de in 1620 voor educatieve doeleinden opgerichte Accademia del Disegno. Behalve het campagnebeeld van de collectie, het Fruitmandje van Caravaggio zie je werk van Botticelli, Titiaan, Giorgione, Domenico Ghirlandaio en de in Noord-Italiaanse musea alomtegenwoordige Bernardino Luini, die in de stijl van Da Vinci werkte. Leonardo zelf is vertegenwoordigd met een portret van Franchino Gaffuria, de hof componist van de Sforza’s, bij wie Leonardo ook kind aan huis was. In de zalen zijn de meest uiteenlopende kunstvoorwerpen te zien, zoals een ‘reliekhouder’ met een goudblonde haarlok van de dochter van Paus Alexander VI. In de TV serie The Borghia’s (2011) werd de rol van de niets ontziende, maar engelachtig ogende Lucrezia vertolkt door de daarvoor geblondeerde Holliday Grainger.

Ronduit spectaculair is Rafaëls originele ontwerp voor het monumentale fresco de School van Athene, dat hij in 1509-1510 in opdracht van Paus Julius II aanbracht in de vertrekken van het Apostolisch Paleis in het Vaticaan. Rond Plato en Aristoteles zien we een samenscholing van beoefenaars van de zogenoemde Artes Liberales: de zeven vrije kunsten: grammatica, dialectica, retorica, aritmetica, geometria, musica en astronomia.  Het fresco, waarvan je hier het karton ziet, geeft een visuele samenvatting van zowel het gedachtengoed als de vormentaal van de Renaissance; de wedergeboorte van de kunst en kennis van de Griekse Oudheid.

Van mijn bestudering van de Stanze van Rafaël was niet veel blijven hangen, maar via een touchscreen fris ik mijn geheugen op. Tussen de verschillende portretmatige personificaties en figuranten zoek ik tevergeefs naar het zelfportret van Rafaël. Zijn beeltenis in de periferie van het karton is in de loop der tijd gesneuveld. In Plato’s gelaatstrekken zijn die van Leonardo da Vinci wel duidelijk herkenbaar.

Rafael, De School van Athene, karton. Pinacoteca Ambrosiana. Milaan

De vruchten van zijn intelligente geest liggen 500 jaar na dato binnen handbereik in de vitrines van de Biblioteca Ambrosiana, waarin een aantal van de in totaal meer dan 1000 originele bladen uit de zogenoemde Codex Atlanticus worden getoond. Van commentaar voorziene tekeningen waarin Leonardo zijn inventieve, soms zeer vooruitziende ideeën over o.a. vestingwerken en vliegmachines aan het perkament toevertrouwde. Wie meent dat aan dit verslag (minstens) een capolavoro ontbreekt heeft gelijk. Een slottijd voor Leonardo’s Laatste Avondmaalmoet maanden vooruit worden geboekt. Wij waren te laat. Goede reden om nog eens terug te keren naar Milaan. Dan kunnen we ook naar het onlangs in de NRC beschreven nieuwe Milanese museum, ingericht met Moderne- en Etruskische kunst (waar een luchtje aan zit…). 

Waar je in Milaan ook gaat of staat; overal betreed je historische grond. Ook wanneer we ons even rust gunnen in de wijk Navigli. De van de 12e– en latere eeuwen daterende kanalen werden oorspronkelijk aangelegd voor de aanvoer van marmer voor de bouw van de Dom. Alleen de Vicolo dei Lavandai herinnert aan de tijden van weleer. Met wat fantasie hoor je misschien het kletsen van de wasvrouwtjes en het natte goed dat ze op de stenen wasplanken slaan. Langs het Naviglio Grande ligt een keten van druk bezochte bars en restaurants, waar je tijdens het happy hour, wanneer canoisti in snelle boten voorbijglijden, kunt genieten van drinks, bites en dinner. 

Bij een kort verblijf in Milaan kun je in het Castello Sforzesco in enkele uren toch een goed beeld van het glorieuze verleden van de stad krijgen. De eerste aanleg van het kasteel dateert van de late 14e en vroege 15e eeuw, toen Galeazzo II Visconti en zijn zoons de scepter zwaaiden. Hun opvolgers Francesco en Lodovico Sforza, bijgenaamd Il Moro, veranderden de locatie in een waar Renaissance hof met geleerden en kunstenaars als Bramante en Leonardo da Vinci. Eind 19e eeuw werd het vervallen fort door architect Luca Beltrami voor museale doelen gerestaureerd.

In een aparte afdeling zie je Michelangelo’s Pieta Rondanini.  De sculptuur, waaraan de kunstenaar als 89 jarige nog werkte werd onvoltooid in zijn werkplaats in Rome aangetroffen. Het werk draagt de sporen van het eerste beitelwerk waarmee de kunstenaar het marmer te lijf ging en pentimenti van een compositorische opzet waar hij spijt van kreeg. Bij deze worsteling denk ik aan Michelangelo’s eigen eufemistische woorden:  het beeld zit al in het marmer verscholen, ik hoef het alleen nog maar te bevrijden!

Michelangelo, Pieta Rondanini, Castello Sforzesco, Milaan. Foto Marina Marijnen.

Het Castello is één groot pakhuis met: archeologische fragmenten van Romeins,  Romaans- en Renaissancistisch beeldhouwwerk. Tot de hoogtepunten behoort een serie monumentale wandtapijten met Bijbelse voorstellingen. In de pinacoteca kom je alle in de Brera en Ambrosiana aanwezige namen weer tegen. Tussen al deze mannen van naam ontdekte ik een enkel stuk van Fede (Federica) Galizia en de onlangs gerehabiliteerde schilderende zusjes Sofonisba, Lucia en Elena Anguissola.

Het Castello herbergt ook nog zalen vol met aardewerk, majolica, porselein wapentuig en muziekinstrumenten en ook nog een Egyptisch museum. Een korte wandeling door het park bracht ons bij het Triennale Design museum. In de interessante opstelling van eigentijds en twintigste -eeuws Italiaans Design herkenden we onze eigen SMEG waterkoker en een multifunctionele reliek uit mijn kindertijd: de metallic blauwe stofzuiger, die dienst deed als raket. 

Op weg naar het Gardameer doen we Brescia aan. In Museo Tosio Martinengo zien we de bruiklenen terug die in 2017 in de tentoonstelling In het hart van de Renaissance in Rijksmuseum Twente getoond werden. Wij kwamen vooral voor de grootste archeologische site van Noord-Italië: het Capitolium met de resten van het Romeinse Brixia. Zoals elders in Italië lagen de oudheden hier eeuwenlang voor het oprapen, waardoor de vitrines hier niet half zo mooi en goed gevuld zijn als die in de archeologische musea met provinciaal Romeinse vondsten in eigen land. Tijdens een begeleide groepswandeling loodst een weinig geïnspireerde gids ons langs de vondsten uit een aan Jupiter, Juno en Minerva gewijde Romeinse tempel en een metershoog, deels goud verguld bronzen beeld van de overwinningsgodin Victoria. Ook zijn muurresten met (fragmenten van) frescos te zien. Buiten het museum ligt een verstild met klaprozen en boterbloemen begroeid theater.  Wie in het nabijgelegen klooster van het Museo di Santa Giulia wellicht een saaie religieuze opstelling verwacht komt aangenaam bedrogen uit. Behalve Middeleeuwse kunst krijg je hier een fantastische indruk van Romeinse woningen in situ met fraaie mozaïeken en resten van de vloerverwarming, het hypocaustum. Wie na Brescia nog niet genoeg van Romeinse oudheden heeft moet naar Sirmione.

Domus di Dioniso, Triclinium met vloermozaiek met Dionisus met een panter, midden 2e eeuw na Christus. Museo Santa Giulia, Brescia

Sirmione                                                                                                                     
Langs de kusten van het Gardameer zijn ook talrijke resten van Romeinse bewoning te vinden. In Desenzano kun je de Villa Romana bezoeken en op het uiterste puntje van het schiereiland Sirmione liggen de resten van de enorme villa, die sinds de 18e eeuw, naar de grotachtige ruïnes, aangeduid wordt als de Grotte di Catullo. De locatie dankt haar naam aan een versregel van de dichter Catullus (1e eeuw v. Chr.), die Sirmione bezingt als het mooiste juweel van alle eilanden. Dat de dichter hier zelf op deze toplocatie heeft gewoond wordt betwijfeld. Vlakbij de resten van het badhuis ligt een enorme cisterne, waarin regenwater voor de nu met gras begroeide piscina werd opgevangen. In de olijfgaard brengt de wind en het ruisen van de zee mijn inlevingsvermogen op gang. Even sta ik 2000 jaar terug in het peristilium van ‘Catullus’ villa. Ook deze site viel in de loop der tijd ten prooi aan plunderaars. De fragmenten van de tentoongestelde archeologische vondsten, waaronder een gehavende kop van Dioscuros, zijn ook hier weinig indrukwekkend.

Grotta di Catullo (foto: Wiki commons)

Vanuit Desenzano werd een lang gewenst uitstapje naar Mantua mogelijk. Hoofddoel was het Palazzo (del) Te: het buitenverblijf van de markies van Mantua Federigo II Gonzaga. Giuliano Romano tekende niet alleen voor de sobere op de Romeinse bouwstijl geïnspireerde architectuur, maar ook voor het daarmee contrasterende uitbundige decoratieve programma van het interieur. Anders dan de naam doet vermoeden is het ‘paleisje’ niet gebouwd om thee te drinken. Het bouwwerk dankt haar naam aan de rivier de Te. Om geen detail te missen van de uitbundige in maniëristische stijl uitgevoerde mythologische scènes, keken wij letterlijk en figuurlijk reikhalzend onze ogen uit. Op de wanden van Sala dei Cavalli ziet de bezoeker portretten van Federigo Gonzaga’s favoriete paarden. Giuliano en zijn helpers gaven ze op bedrieglijke wijze, vervaarlijk balancerend op een smal muurrandje weer.  

Giuliano Romano, Sala dei Cavalli, 1526-28. Mantua, Palazzo Te

De Griekse mythologie vormt een Fundgrube voor belerende en pikante onderwerpen. In de Camera d’amore e psyche gaat de goudblonde oppergod niet gehinderd door zijn  vermomming als zeemeerman recht op zijn doel af. Er is geen ontkomen aan, maar dat lijkt de godin Olympia niet erg te vinden!  

Giuliano Romano, Jupiter verleidt Olimpia. Fresco Mantua, Palazzo Te

De absolute climax van maniëristische schilderkunst is de val van de giganten in de Camera dei Giganti. Vanuit de als trompe l’oeil geschilderde koepel slaan olympische goden in een eeuwigdurende holding, het strijdgewoel gade. Romano gaf de giganten met in onze ogen lachwekkende aandacht voor de anatomie en menselijke emoties, helemaal over de top, weer. Kunstenaars die de verworvenheden van de Renaissance onder de knie hadden deden daar nog een schepje bovenop. Schilders biograaf Giorgio Vasaro legt uit waarom: …’per demonstrar l’arte’…. om te laten zien wat ze konden. Als je de fresco’s van dichtbij bekijkt zie je graffiti, waarmee  spreekwoordelijke ‘gekken en dwazen’ in latere tijden hun signatuur in de eeuwenoude fresco’s krasten. Sommige dateren van het midden van de 18e eeuw.

Grafitti Foto: Marina Marijnen

Na al dit visuele geweld vinden we in de Giardino Secreto een rustpunt. Als geen ander begrijpen wij waarom Federigo behoefte had aan een refugio. Naar de mode van die tijd voorzien van een Grotto.  Lang heeft de hertog er niet van kunnen genieten. Onze rust was ook van korte duur. Het besluit om snel nog even een kijkje te nemen in het Palazzo Ducale bleek een tour de force, maar het was de moeite waard. In de Camera degli Sposi zagen we de fresco’s die Andrea Mantegna in opdracht van Markies Ludovico II Gonzaga aanbracht. De bestaande en de geschilderde architectuur gaan naadloos in elkaar over. Verscholen in een van de verticale decoratieve muurversieringen liet Mantegna zijn melancholieke zelfportret achter. De klus, die hem van 1465 tot 1474 bezighield, liet zichtbaar sporen achter op zijn gelaat.

Zelfportret Andrea Mantegna, 1465-74. Palazzo Ducale, Mantua

De centrale voorstelling bestaat uit het familieportret van de markies, zijn echtgenote Barbara van Brandenburg, hun kinderen en hofhouding, weergegeven in een tuinkamer. Geïnspireerd op de belangstelling voor de Antieke Oudheid plaatste Mantegna Romeinse architectonische resten in de achtergrond. Hij gaf de markies en zijn aandachtig luisterende secretaris ogenschijnlijk in een ongedwongen pose weer, maar zijn intentie om een informeel portret te maken komt niet helemaal uit de verf. Ondanks zijn poging om er met verschillende houdingen en gelaatsuitdrukkingen -let op de zuinigjes kijkende Barbara- een levendig geheel van te maken, heeft de voorstelling meer weg van een geforceerd tableau vivant. De schilder muntte echter uit in ordinantie en met de goudbrokaten kleding in stofuitdrukking. De voorstelling bevat diverse interessante details, zoals de dwerg naast de elegante in tweekleurige hosen gestoken blauwogige hoveling. De tegenwoordig als kleine mensen aangeduide dwergen werden destijds voor de aardigheid aan Renaissancehoven ‘gehouden’. In het Palazzo Ducale herinnert een aantal mini appartementen aan hun aanwezigheid. Bij het zien van de zoete kinderportretten wordt de inspiratiebron voor de lieflijke kinderen van de Pre-Rafaëlieten duidelijk.  

Andrea Mantegna, Familieportret Markies Ludovico II Gonzaga. Palazzo Ducale, Mantua.

Ronduit geestig zijn de nieuwsgierige hemelbewoners, die de jonggehuwden, aan wie het vertrek haar naam dankt, vanuit de als trompe l’oeuil geschilderde koepel, in het (nu verdwenen) huwelijksbed begluren. Eveneens vermakelijk zijn de rond de tamboer dartelende putti. Mantegna, de kampioen van het verkort, gaf de puppy-vette beentjes kostelijk weer! Deze bedrieglijk echt geschilderde koepel deed niet alleen tijdgenoten, maar ook latere bewonderaars versteld staan. In de zomereditie van Kunstschrift  die ik na thuiskomst in de brievenbus vond zie ik de verrukkelijk dartelende putti terug! 

Andrea Mantegna Koepel Camera Degli Sposi

Na een schier eindeloze odyssee door talloze duizelingwekkend beschilderde zalen werden we onverwacht beloond. Ineens stonden we in een door zuilen omsloten tuin met geschoren buxushagen en bloeiende oleanders. Waren we nu ongemerkt weer op de begane grond beland? Nee, deze gewaarwording bleek geen hallucinatie of fata morgana. De bewering dat de Giardino Pensile, op de bovenste verdieping van het palazzo, bij de bezoeker een senso di meraviglia teweeg zal brengen klopt helemaal! 

Gardino Pensile, Palazzo Ducale Mantua

Link: In het hart van de Renaissance, Rijksmuseum Twenthe, 2017

Hemelvaartsdag en een bijzondere ontdekking in Kasjmir

De tombe van Jezus in India, een reliek van onschatbare waarde…

Nanga Parbat 8126 m, de meest westelijke top van de Himalaya

In een nog niet door 9/11 geschonden wereld, reisden wij 20 jaar geleden naar de Indiase deelstaat Kasjmir. Dat kon wel weer verzekerde een reisburo in New-Delhi ons. De vijandelijkheden van de zoveelste Kasjmir oorlog waren in 1999 geluwd. Het werd een adembenemende tocht. Onder de besneeuwde toppen van de Nanga Parbat zag ik de groene alpenweiden van Pahalgam, compleet met een Zwitserse gondola. De in kleurige sari’s geklede figuranten pasten echter niet in mijn schemata.

Minder poëtisch waren de met zandzakken beveiligde wachtposten, waar Indiase soldaten mijn paspoort aandachtig maar ondersteboven controleerden.

De kiem voor de strijd in Kasjmir werd gelegd in 1947. Brits India werd opgedeeld in het islamitische Pakistan en het hindoeïstische India. Daarbij werd ook een grens getrokken door Kasjmir; het door de Britten zo geliefde noordelijke puntje van hun Aziatische Empire. In het Indiase deel van Kasjmir bestaat de bevolking grotendeels uit moslims die niet onder Indiaas bestuur willen leven. Dit heeft sindsdien tot meerdere oorlogen en terroristische aanslagen geleid.

Het natuurschoon dat de Britten in de koloniale tijd naar Kasjmir lokte maakte op ons een grote indruk. Beelden daarvan waren in de jaren ’80 al te zien geweest in films als de Far Pavillions, Heat and Dust en de televisie serie The Jewel in the Crown.

Westerse toeristen kwamen er tijdens de adempauze in de voortdurende schermutselingen niet. Daarom waren wij voor de vriendelijke bevolking in deze exotische omgeving ook een bezienswaardigheid.

Tijdens deze reis deden wij een verrassende ontdekking die ik u niet wil onthouden. Daarom, aan de vooravond van Hemelvaartsdag deel ik met u de volgende impressie van mijn hand die het dagblad Trouw publiceerde in 2001.

Rozabal Moskee

…In de middeleeuws aandoende oude stadskern van Srinagar bezoeken wij de Rozabal-moskee, welke -anders dan het armoedige exterieur doet vermoeden- een reliek van onschatbare waarde herbergt: de tombe van Jezus van Nazareth. Een hekje geeft toegang tot een schamele moskeetuin met lege olieblikken als plantenbak. De christelijke deugd van humilitas, nederigheid, wordt in de nabijheid van dit graf voorbeeldig beoefend. Wij laten onze schoenen staan en betreden de gewijde ruimte. Niets wijst op het belang van de reusachtige tombe, die achter glas zichtbaar is. In de kale ruimte bevindt zich slechts een bord met voor ons onleesbare tekst; een toefje plastic bloemen erboven. Een ondefinieerbaar, aan blasfemie grenzend gevoel bekruipt mij. In deze verstilde ruimte kijk ik naar de tombe waarin ‘onze’ Jezus begraven zou liggen. Een vreemde gedachte dat hij ergens begráven zou kunnen zijn. Christenen herdenken immers ieder jaar zijn hemelvaart.

Hoe was Jezus ooit in India beland? In het voetspoor van Alexander de Grote? Om zijn apostelen het goede voorbeeld te geven of gewoon uit wandersucht?   

Wijd verbreide legende 
Op zoek naar een antwoord blijkt behalve de islam, ook het hindoeïsme en het boeddhisme het verhaal van Jezus in India te kennen. Zelfs apocriefe christelijke teksten maken melding van zijn verblijf in Centraal-Azië. Om een reis van Jezus naar India fysiek mogelijk te maken, moeten kruisdood en hemelvaart ontkend worden. Dat doet de Koran. Drie dagen na de kruisiging stond Jezus op uit het graf, waarna hij -volgens de overlevering- met zijn moeder naar Damascus reisde. Langs het traject Damascus-Kasjmir lijken diverse plaatsnamen aan hun verblijf te herinneren. In Efese krijgt de toerist het huisje van Maria aangewezen. Via Anatolië en Perzië zouden Jezus en Maria naar Afghanistan zijn getrokken.

                                                                 

De route naar India

Gaandeweg zou Jezus bekendheid hebben gekregen onder de naam Yuz Asaph: ‘leider van hen die van melaatsheid genezen zijn’. In noord-west Afghanistan leeft zelfs een soefi-sekte, die Yuz Asaph, ‘de profeet van Israël’, vereert. Nabij de stad Mari in Oost-Pakistan is nog een verondersteld spoor van onze reizigers te vinden; op de plek genaamd Mai Mari da Asthan zou Maria haar laatste rustplaats hebben gevonden. 

Volgens een mondelinge overlevering, waarin Kasjmir fungeert als het beloofde land dat Mozes zocht, maar nooit zou hebben gevonden, zouden de Kasjmiri afstammen van één van de ‘verloren stammen van Israël’.

Ook enkele christelijke geschriften, waaronder de apocriefe Handelingen van Thomas, maken melding van een reis die Jezus in het jaar 47 met de apostel Thomas gemaakt zou hebben naar het hof van de Indiase koning Gundafor in Taxila in het huidige Pakistan. De kerkvader Iraeneus tenslotte noemt in zijn Adversus haereses uit de 2de eeuw een verblijf van Jezus in Azië. 

Jezus’ legendarische reis kwam in Kasjmir, waar diverse plaatsnamen eveneens zijn toenmalige aanwezigheid suggereren, ten einde. Maar hét ‘bewijs’ voor wie geloof hecht aan deze ongebruikelijke levensloop van Jezus is zijn graf in Srinagar. De handgeschreven mededeling op het bord bij zijn tombe luidt in vertaling: “Yuz Asaph betrad de vallei van Kasjmir vele eeuwen geleden; zijn leven was gericht op het zoeken van de waarheid”. Onder de tombe, die als grafmonument fungeert bevindt zich een crypte met de sarcofaag van Yuz Asaph, waarnaast zich twee in de steen gegraveerde voetafdrukken met littekens van kruisigings wonden bevinden.

Waarom wordt Yuz Asaph door moslims geëerd? 
Welke de ware identiteit van Yuz Asaph ook mag zijn: in Srinagar ziet men in hem de man die wij kennen als Jezus van Nazareth, die zieken genas en zijn toehoorders aanspoorde zich van alle geestelijke en lichamelijke onzuiverheden te ontdoen. Honderden pelgrims zouden zijn graf bezoeken: moslims, hindoes, boeddhisten en nu zelfs twee christenen uit Nederland…

De islam erkent de goddelijke natuur van Jezus niet, maar beschouwt hem wel als een belangrijke profeet. Hij voorspelde de komst van de profeet Mohammed. Hiermee is het belang van Yuz Asaph alias Isa ibn Maryam ofwel Jezus, in bepaalde delen van de moslimwereld geschetst. Een wereld, waarin de voorbeeldige pelgrim Yuz Asaph afzag van de eenvoudige rechtstreekse weg naar de hemel en niet rustte voor hij de lange moeilijke reis had volbracht naar het beloofde land, Kasjmir, dat inmiddels een verloren paradijs is.

Lang voor de Britten dit ‘mekka’ ontdekten lieten Moghul heersers hier in de 17e eeuw schitterende zomerresidenties verrijzen. Omringd door formeel aangelegde tuinen met verkoelende waterpartijen en sprookjesachtige namen als Nishat Bagh en Shalimar Bagh. Laatsgenoemde dateert van de tijd van Jehangir een zoon van Sjah Jahan, de bouwheer van de Taj Mahal. Eeuwen later lanceerde modeontwerper Guerlain een goddelijk parfum onder de naam Shalimar. 

In miniaturen met afbeeldingen van de Moghul tuinen vonden de tuinarchitecten van de Zonnekoning, Louis XIV inspiratie voor de baroktuinen van Versailles.

De met fraai houtsnijwerk versierde hotelboten in het Dal Lake liggen er verlaten bij. Toen wij er waren was het in de vroege ochtend een va-et-vien van parlevinkers die hun waren bij de woonboten kwamen aanbieden: bloemen, geborduurde kasjmir shawls en kodakfilmpjes. Beelden van een voorbije tijd, waarvan hierbij nog enkele impressies. Onlangs verscheen de Nederlandse vertaling van Madhuri Vijay’s veel geprezen  roman The far Field, waarin een jonge vrouw uit Bangalore een eveneens verrassende en in politiek opzicht verhelderende reis maakt naar Kasjmir.

Bibliografie:

B. Cascoigne, De Groot Mogols, Teleac, Houten, 1992.

H. Kersten, Jesus lived in India, Victoria, 1997.

M Vijay, The Far Field, London, 2019.

Bovenstaande is een verkorte versie van mijn artikel Jezus hemel is een graf in Srinagar, Dagblad Trouw, 23 mei 2001. Zie deze link.

Sardegna, een week in ZW Sardinië

…‘C’era una volta’ …Zo beginnen ook de sprookjes in Italië.

Cover van kinderboek over de Nuraghi in Tharros

In Tharros, een van de talrijke archeologische sites van Sardinië, koop ik een boekje waarin de complexe bewoningsgeschiedenis van Tharros aanschouwelijk wordt gemaakt voor kinderen. Deze stad op de zuidelijke punt van het schiereiland Sinis, werd in de 7e eeuw v. Chr. door de Feniciërs gesticht. Na hen kwamen in de 6e en 5e eeuw v. Chr. de Puniërs (zoals de Romeinen de Carthagers noemden) en daarna de Romeinen (1e eeuw v. chr. – 5e e. n. Chr.).

Grijnzend masker uit de 4e eeuw v Chr.

Om de vijand af te schrikken gebruikten de Feniciërs maskers ‘di tipo orrido’, die op mij eerder een lachwekkend dan een afschrikkend effect hadden. In het archeologisch museum van Cagliari zag ik deze bijna eigentijdse kaalkop met een neusbel!

Van de Romeinse periode resteren in Tharros op nog geen vierkante kilometer (de sporen van) drie badgebouwen.
In de vroegchristelijke tijd toen (gemengd) baden onbehoorlijk werd gevonden is één van die thermen verbouwd tot christelijke kerk, compleet met ‘battistero‘, een doopkapel. Zo werd het door een aquaduct aangevoerde water toch nog nuttig gebruikt!

Naast de ruïnes van Tharros bevindt zich het oudste Byzantijnse kerkje van Sardinië. Een uit grote blokken opgetrokken rudimentair godshuis gewijd aan San Giovanni di Sinis.

San Giovanni di Sinis uit de 5e eeuw , herbouwd in de 9e en 10e eeuw n.Chr.

De Feniciërs die rond 1000 v. Chr. neerstreken op de kusten bij Tharros, Nora en Cagliari, waren niet de eerste en evenmin de laatste nieuwkomers op Sardinië. Zo’n 450.000 tot 150.000 jaar v. Chr. kwamen bewoners van het Toscaanse vasteland via een landengte naar Sardinië. Als gezegd gevolgd door de Feniciërs, de Carthagers en de Romeinen. Na de ineenstorting van het Romeinse Rijk in de tweede helft van de 5e eeuw streden verschillende veroveraars om het eiland: Vandalen, Byzantijnen, Arabieren, Pisanen, Genuezen, Spanjaarden, Oostenrijkers en het koningshuis van Savoye. Met de eenwording van Italië in 1861 kwam een einde aan het autonome koninkrijk Sardinië.  

Het eiland ligt bezaaid met sporen van de vroegste Sardijnse beschaving (1800-500 v. Chr); de Nuraghi, een volk van herders en krijgers. De restanten van hun uit gestapelde stenen opgetrokken hutten, de nuraghe, staan als stille getuigen van deze beschaving nog her en der in het landschap. Zoals bij Barumini, waar het grootste nuraghische fort van het eiland te bezichtigen is: Su Nuraxi, daterend van 1500 v. Chr. Het Villaggio Nuragico, dat op de werelderfgoedlijst van Unesco is geplaatst, is alleen onder leiding van een gids te bezoeken.

Nuraghe Su Nuraxi 14e eeuw v Chr. en later

Verbazingwekkend hoe deze vroege bewoners uit de bronstijd de loodzware basalt blokken stapelden en zonder specie tot onneembare vestingen bouwden. Kruip door sluip door, attenzione alla testa, bereiken we in het binnenste van het kegelvormige fort, het kostbaarste bezit van deze mensen, een waterput. Bij het zien van de talloze potscherven, ontwaakt de archeologische souvenirjager in mij, maar bijtijds hoor ik de naklank van een douanier op Schiphol …. ‘U dacht hier zeker wel mee weg te komen?!..’ en ik loop met mijn handen in mijn zakken door.

De bodemvondsten van Su Nuraxi zijn te bewonderen in het Archeologisch Museum van Cagliari, gelegen binnen de muren van het door de Spanjaarden gestichte Castello. Via de oude stadspoorten, de Torre di San Pancrazio en de Torre Dell’Elefante is de Citadella dei Musei bereikbaar. Hier bevinden zich ook het Museo Siamese, met Aziatische kunst en het Museo Municipale, met werk van moderne Italiaanse en typisch Sardijnse kunsenaars. Voor wie mijn blog over de tentoonstelling Sprezzatura in het Drents Museum heeft gelezen noem ik een werk van één van de zogenoemde ‘macchiaoli’ Enrico Reycend, Lungo il Fiume Po, presso la Madre di Dio, uit 1884. Ook Giorgio Morandi is ruim vertegenwoordigd.

Enrico Reycend, Museo Municipale, Cagliari

Op de flank van de citadel van Cagliari, ligt (wat rest van) een Romeinse Amfitheater, dat wegens restauratie in september 2019 niet te bezichtigen was.

Neem ook even een kijkje in deels uit de 13e eeuw daterende kathedraal van Santa Maria. Hier herinneren twee 12e eeuwse marmeren kansels van Mastro Guglielmo nog aan de bouwers van de kathedraal, de Pisanen. In later tijd heeft het interieur haar barokke aankleding verkregen. Prachtig zijn de met gekleurd marmer ingelegde vloeren. In de crypte van de Santa Maria hebben de prinsen van Savoye hun laatste rustplaats gevonden.

Kansels in de Santa Maria Cagliari, Mastro Guglielmo 12e eeuw

In het archeologisch museum werden we benieuwd naar de overblijfselen van de oudste stad van Sardinië, Nora. Vanuit Cagliari gaan we op weg naar de zuidelijkste punt van het eiland, richting Capo Spartivento. Daar ligt, heerlijk aan zee, de stad Nora. Terwijl wij over de ruïneuze straten wandelen zijn archeologen en studenten in de brandende zon druk in de weer. De landmeet apparatuur, de kruiwagens en speciale scheppen om de bodem voorzichtig af te schaven komen mij van mijn opgravingsstage in de Meern bekend voor. Nieuw is de drone, die een van hen behendig in de lucht houdt om opnames van de onderzochte tempel te maken. Gefascineerd bezie ik het tafereel, waarin de drone in mijn ogen verwordt tot een vanitassymbool. Een letterlijke verbeelding van het gezegde: de tijd vliegt.

Archeologische site in Nora met drone (zwarte vlek in rechter kwadrant)

De overblijfselen van het Romeinse theater zijn nog goed leesbaar, maar bij het doorgronden en plaatsen van andere oudheidkundige resten wordt vooral een beroep op onze fantasie gedaan. De vier zuilen van het Casa dell’Atrio Tetrastilo (2e-3e eeuw na Chr.) en een aantal goed bewaarde en in situ gelaten mozaïeken zijn daarbij behulpzaam. Deze op een toplocatie gebouwde woning ‘van het atrium met de vier zuilen’ moet hebben toebehoord aan een welgesteld man. Onder de zuilen is het impluvium, waarin water werd opgevangen, nog aanwezig.  

Nora, Zuilen van het atrium uit de Romeinse periode
Nora Mosaic vloer uit de Romeinse periode

In deze stad werd de Fenicische stèle gevonden, waarop ergens tussen de 9e en 8e eeuw v. Chr. de naam van het eiland voor het eerst op schrift werd gesteld.

Interessant en in eufemistische bewoordingen als ‘facilmente leggibile’ aangeduid, zijn de resten van een door wind en zeewater geërodeerde vroeg-christelijke basiliek. In de 4e eeuw gebouwd op een oost-west georiënteerde as. Het bouwmateriaal van de kerk met indrukwekkende afmetingen van 33 x 22 meter, bestaat uit gerecyclede blokken met Egyptische en Hellenistische sporen.

Bij de iets verder gelegen Tempel van Esculapius, daterend van de 3e e. na Chr. werden votiefgeschenken gevonden. Kleine terracottabeeldjes met aanduiding van het zieke lichaamsdeel. Een groter beeld van een slapende naakte jongeling in het museum in Cagliari werd hier ook gevonden. Omhuld door een slang, het attribuut van de god van de geneeskunde Esculapius. Overeenkomstig het geloof dat een zieke tijdens de slaap bij de cultusplek zou genezen, is de jongen slapend afgebeeld.  

Terracottabeeld van een door een slang omkronkelde slapende jongeling. 2e e. v. Chr. Nora. Museo Archeologico, Cagliari.

Na deze virtuele stadswandeling wacht ons in de omgeving van Baia Chia de in de reisgids beloofde beloning. Prachtige zeegezichten met door azuurblauw water omspoelde rotsen en blanke stranden met ‘magistrale zwemlocaties’!

Deze troffen we ook aan bij onze tweede verblijfplaats, Is Arenas, een verstilde plek gelegen in een pijnboombos aan de kust nabij Oristano. Van hieruit bezochten wij de Pozzo di Santa Cristina bij het vroegchristelijke dorpje Paulilatino. Deze goed geconserveerde nuraghische brontempel, dateert van ca. 1200 v. Chr. en was vermoedelijk gewijd aan een moedergodin met weelderige vormen als die van de Venus van Willendorf.
Het heiligdom deed ook dienst voor astronomisch observaties. Op 23 september -wij waren net te laat- stond de zon tijdens de zonnewende of herfstequinox loodrecht boven de evenaar èn de opening van de ondergronds uit grote steenblokken opgetrokken ronde tholos. Het moet fascinerend zijn om het zonlicht weerspiegeld te zien in de onderaardse put. Verschillende andere antieke bouwwerken zijn eveneens zo geconstrueerd dat de zon tijdens de equinox door een opening in het dak of een ander punt naar binnen schijnt, zoals bij de pyramide van Cheops of het Pantheon in Rome. Een bezoek aan de put bij volle maan moet evenzeer bijzonder zijn, wanneer het schijnsel in de put gereflecteerd wordt

In en om de brontempel werden ook votiefgeschenken gevonden. Kleine graatmagere Giacometti-achtige gestalten en een navicella, een bootje met een boeg als van een hert bemand met met kleine vogelfiguurtjes. Tijdens opgravingen kwamen ook fibulae en gouden juwelen uit de Fenicische periode tevoorschijn. Deze vondsten, te zien in het museum in Cargliari, getuigen van het religieuze, culturele en commerciële belang van deze plek.

Een jonge Italiaanse, haar naam was Sara, pakte mij bij de hand en voerde mij mee naar de ondergrondse put waar een Duits stel in de weer was met kaarsen en wierook terwijl ze een wicca-achtige bede uitspraken.
Terug in het daglicht zag ik pas de grote tattoo op Sara’s been met de plattegrond van de toegang tot de put. Ze vertelde dat ze van kind af aan gefascineerd was door dit heiligdom en het daarom altijd bij zich droeg. Het was een bijzondere ontmoeting op deze magische plek.

Ook voor wie minder of niet geïnteresseerd is in archeologie of magie is Sardinië een heerlijke bestemming. Behalve rust,  ruimte en de prachtige kusten, is ook de onderwaterwereld de moeite waard. Voor wandelen en paardrijden bieden de pijnboombossen en zandduinen mogelijkheden. Golfers vinden verschillende mooie deels overschaduwde golfbanen. Archeologie, kunst, cultuur, sport en spel maken Sardinië tot een sprookjesachtige ervaring.  Op weg naar het vliegveld kregen we een mooie toegift: de Romeinse Tempel van Antas bij Fluminimaggiore, waarvan nog 7 zuilen overeind staan. Gebouwd op de resten van een oudere Fenicische tempel uit de 6e-5e eeuw v. Chr.

Is Arenas Golf and Country Club

Vroeg voorjaar in Los Angeles, januari 2019

Los Angeles dankt haar naam aan de in 1781 gestichte Spaanse nederzetting, met een mond vol aangeduid als…El Pueblo de Nuestra Señora la Reina de los Ángeles del río de Porciúncula; het dorp van onze vrouwe de koningin der engelen van de rivier van Porciúncula.

Wanneer je niet houdt van kunst, surfen, jetlag of autorijden schrap L.A. dan gauw van je bucketlist. Los Angeles; een conglomeraat van vele stadsdelen, is doortrokken met freeways and highways. Soms wel 10 rijstroken in dezelfde richting. Anders dan in Nederland blijven de meeste weggebruikers gelukkig -op een enkele walmende pick-up na- wel netjes op hun eigen baan.

Van oost tot west en van zuid naar noord dragen ze kilometerslang dezelfde namen Imperial Highway, Santa Monica Freeway, Sepulveda,  Rosencrans, Wiltshire en Broadway, waardoor je makkelijk op het verkeerde been gezet wordt over je locatie. Hoe vonden we hier jaren geleden zonder gps ooit de weg?!   

Voor Europeanen is ook de manier waarop voorrang op kruisingen in de VS geregeld is verbazingwekkend. Bij elke intersection wordt gedisciplineerd gestopt, waarna geduldig wordt gewacht om in volgorde van aankomst door te rijden.

Wanneer je wèl van kunst, surfen en autorijden houdt, is Los Angeles een heerlijke bestemming. In januari is er kans op mooi voorjaarsweer, ook al zijn storm en regen niet uitgesloten. Beide weertypes maakten wij mee, maar het begon goed met een bezoek aan de  Huntington Library, in San Marino. Geen saaie bibliotheek, maar een visual and intellectual feast zoals de website belooft. Hier maak je aan de hand van middeleeuwse manuscripten, vroege drukken en autografen een reis door de tijd van het geschreven woord. In de vitrines liggen religieuze, historische, politieke geschriften en authentieke versies van wereldberoemde publicaties. Van het 14e eeuwse Ellesmere Psalter tot een originele wiegedruk van de Gutenberg Bijbel uit 1455. Van Geoffrey Chaucer’s Canterbury Tales, tot  Mark Twain’s handgeschreven concept van the Prince and the Pauper en zelfs een brief van Abraham Lincoln over de rassenkwestie; waarin hij tegelijkertijd beweert geen sociale en politieke gelijkheid tussen blank en zwart na te streven, maar hij voegt er  in een adem aan toe dat hij gelooft dat ‘all men are created equal’

In het voormalige woonhuis van Henry Huntington, de stichter van de bibliotheek, is zijn gematerialiseerde droom te zien: een kunstverzameling van wereldklasse. Gevolgd door de strenge blik van zijn zwaar bebrilde echtgenote Mrs Arabella Huntington. Met deze vermogende weduwe van zijn broer, ging Henry een leviraatshuwelijk aan. We dwalen door zalen met Europees meubilair en toegepaste kunst. We zien schilderijen uit de Italiaanse Renaissance en Vlaamse, Engelse en Franse topstukken. Rogier van der Weyden’s Madonna en Kind (1460), Thomas Gainsboroughs’ Blueboy (ca. 1770), portretten door Anthony van Dyck, landschappen van Turner en Constable, werken van Fragonard, Greuze en leden van de School van Barbizon.

Tot en met 25 februari is een kleine expositie van Venetiaanse Vedute te zien met werk van Antonio Canaletto en Bernardo Bellotto. Van deze meesters is tot begin mei ook werk te zien in een overzicht van Italiaanse stadsgezichten in Museum Kade in Amersfoort. Centraal staat de uit die stad afkomstige Caspar van Wittel, alias Caspare Vanvitelli, de trend-setter van Venetiaanse Vedute en inspirator van Canaletto en Bellotto, over wie binnenkort meer op dit blog.

Wie even wil bijkomen van al dit moois kan de natuur in. Geniet (in februari) van de geur van bloeiende mimosa. Rondom het neoclassicistische huis liet Huntington nòg een verzameling aanleggen: een reeks schitterende voorbeeldtuinen met vegetatie van alle continenten. Mijn favoriet is de Japanse tuin, met brug en letterlijk een authentiek Japans ‘open huis’ met rolschilderingen, geflankeerd door een keurig aangeharkte kiezeltuin, bij de aanblik waarvan je completely zen wordt.

Wanneer je na een dag cultuur happen trek hebt gekregen valt het niet mee om tussen de hamburgertenten en grills een naar Hollandse maatstaven gezellig restaurant te vinden. Houd je warme trui of jas maar aan wegens de veelal ijskoude airco’s. De menukaarten kunnen  verwarrend zijn. Kies na de starter een entree wanneer je ook een hoofdgerecht wenst.

Ronduit deprimerend zijn de talrijke zwervers in deze stad; overlevend aan de zelfkant van de inmiddels non-existente American Dream. In  Trouw en NRC las ik eerder reportages over de zwerverswijken, tentcities, in Los Angeles. Maar ook onder bruggen en viaducten pal naast de highways bivakkeren ze in van landbouwplastic en andere rommel geconstrueerde onderkomens. Bij kruisingen lezen we de noden van de outcasts, genoteerd op een stuk karton: I’m hungry, homeless, disabled. De gever van wat dollars, die ongetwijfeld worden omgezet in drank en drugs, krijgt een God bless you mee. Toegerust met deze zegen vervolgden wij onze trip.

Met een bezoek aan de Getty Villa in Malibu blijven wij in high spirits. In deze door oliemagnaat Paul Getty in 1974 gebouwde replica van de Villa dei Papyri in Herculaneum is zijn collectie Griekse en Romeinse oudheden ondergebracht. Ook deze locatie biedt een heerlijke combinatie van cultuur en natuur met uitzicht op de Pacific. De entree is gratis, maar aanmelden voor een betaalde parkeerplaats in de ondergrondse garage is verplicht.

In het museum dalen wij af in de onderwereld, waaraan tot en met 18 maart een verhelderende tentoonstelling gewijd is: Underworld; Imagining the Afterlife. De oude Grieken dachten aanvankelijk dat met de dood het leven definitief beeïndigd was. Een  overtuiging die plaats maakte voor geloof in een leven na de dood. Daarvan getuigt een enorme roodfigurige grafvaas uit de 4e eeuw v. Chr., beschilderd met mythologische scènes.

Ook van de Etrusken en Romeinen, die eveneens geloofden in een leven na de dood, zijn vele topstukken te zien; en tot eind mei ook de tentoonstelling Palmyra: Loss and Remembrance, met tekeningen, prenten en foto’s daterend van vóór de verwoesting van deze belangrijke archeologische stad door IS.

In het Los Angeles County Museum of Art zetten wij onze culturele reis voort. In het Lacma is een keur aan Europese, Amerikaanse moderne en  hedendaagse kunst te zien. Matisse, Paul Klee, Picasso, Pisarro, Marc Chagall, Rothko etc. You just name it.

In de 19e en 20e eeuw werd Europese kunst op grote schaal aangekocht door rijke industriëlen in de VS. Dat de Europese bron toen nog onuitputtelijk was, zie je ook in het Norton Simon Museum, een bij het Europese publiek wat minder bekend museum in Pasadena. Evenals de vele deelcollecties van het LACMA en de beide Getty musea gesticht door een puissant rijke captain of industry: Norton Simon, die scheepsladingen vol Europese kunst opkocht. Om de exodus van Europese kunst naar de Verenigde Staten en elders een halt toe te roepen werd in 1883 de Vereniging Rembrandt opgericht. Een selectie van kunstwerken die sindsdien met steun van de vereniging voor Nederlandse musea werd aangekocht was deze winter te zien in het Kröller Müller museum.

Maar dit terzijde. Terug naar Norton Simon, die o.a. verschillende werken van Vincent van Gogh wist te verwerven: een Portret van zijn moeder en dat van de provencaalse boer Patience Escalier uit 1888. De collectie telt eveneens drie werken van Rembrandt, waaronder het betoverende Portret van een jongen (ca. 1655-60) en een zelfbewust Zelfportret (ca. 1637) van de schilder in de bloei van zijn leven. Dit jaar wordt in het Rijksmuseum en andere Nederlandse musea zijn 350ste sterfjaar herdacht.

De Simon collectie bevat talloze moderne Europese kunstwerken. Een prachtig portret van Picasso, Woman with a Book, in wie de kenner het portret van een van Picasso’s vele geliefden herkent: Marie-Thérèse Walter. Ook veel werk van Dégas: gedaan in gouache, geschilderd en gebeeldhouwd, waaronder het beroemde met een echte tutu geklede danseresje. Simon’s collectie Aziatica tenslotte is overweldigend!  

Voor eigentijdse kunst moet je zijn in het Moca en de Broad met een duizelingwekkende verzameling van contemporary art. Het is raadzaam tickets vooraf te boeken. Wanneer je deze musea op de bonnefooi bezoekt tref je, zeker in het weekend, een lange wachtrij!

Ga luisteren en kijken in Frank Gehry’s Walt Disney Music Hall. De architect ontwierp eveneens het Guggenheim Museum in Bilbao. Wij hoorden een prachtige uitvoering van Britten’s Peter Grimes, Serenade voor hoorn en tenor en Also Sprach Zarathustra van Richard Strauss, dat door de uitvoering van Deodato in mijn auditieve geheugen gebrand is. Adembenemend, evenals de locatie; het in ‘deconstructivistische’ stijl gebouwde onderkomen van het LA Philharmonic Orchestra. Niet lang na voltooiing in 2003, regende het klachten van omwonenden die verblind werden door de reflectie van de Californische zon op de metalen platen waarmee het gebouw bekleed is. Een speciale coating moest het euvel verhelpen….

En zo brak de laatste dag van ons bezoek aan; de grande finale: het Getty Centre, helaas onder Hollandse weersomstandigheden.


De puissant rijke Paul Getty stichter van de Museum Villa in Malibu, heeft voor dit door Richard Meier in natuursteen opgetrokken museum complex ook nog wat oudheden achtergehouden, zoals de Romeinse torso….

…..tentoongesteld op de bovenverdieping van het South gebouw tegen het decor van het omliggende landschap en de contouren Downtown Los Angeles. 

In verschillende met de kompasrichting aangeduide gebouwen zijn Europese kunstwerken door de eeuwen heen te zien. Meteen links in Gebouw N zijn middeleeuwse verluchte religieuze en profane manuscripten tentoongesteld. In het E en W gebouw zijn wandkleden, meubelstukken en voorwerpen van toegepaste kunst te zien;   sculpturen, schilderijen en tekeningen van Italiaanse en Franse oude en moderne meesters en werken uit de Hollandse Gouden Eeuw.  Eén zaal is helemaal gewijd aan Rembrandt en zijn kring. Hier hangt niet alleen Rembrandts Oude man in militair kostuum van ca. 1631, maar ook een vroeg Lachend zelfportret (ca. 1628) en zijn Apostel Bartholomeüs die er, bijna 400 jaar na dato, uitziet als een hedendaagse man. Hij houdt zijn attribuut onopvallend in de hand. Het mes, waarmee hij gevild werd. Mijn gedachten dwalen af naar de Sixtijnse kapel; met Michelangelo’s interpretatie van deze martelaar in het Laatste Oordeel die is weergegeven met zijn afgestroopte huid in de hand en toegerust met Michelangelo’s eigen gelaatstrekken.

Niet alleen binnen de museummuren, maar ook daarbuiten is veel te genieten. In de prachtig aangelegde tuinen zijn replica’s van Romeinse beelden en eigentijdse sculpturen te zien.

Wat een rijkdom! Googelend naar het bedrag dat hier jaarlijks vrij komt voor nieuwe aankopen –was dat niet 9 miljoen- stuit ik op John Pearson’s biografie over Paul Getty, getiteld Painfully Rich (1994), waarin ik de bevestiging vind van het oude gezegde: geld (alleen) maakt niet gelukkig. Het verhaal van een disfunctionele, zeer ongelukkige familie. Met o.a. de horrorstory over Paul Getty’s door de maffia gekidnapte kleinzoon bij wie de ontvoerders een oor afsneden. Na aanvankelijke weigering betaalde grandpa het losgeld, maar met Paul Getty jr is het evenals met de kunstenaar wiens oor (door eigen hand) werd afgesneden, nooit meer goed gekomen.

Van Vincent van Gogh bezit het museum het kleurrijke doek Irissen uit 1889, geschilderd in de tuin van de psychiatrische inrichting in Saint Remy. Elk succesverhaal heeft een keerzijde.

Los Angeles heeft behalve musea, nog meer te bieden. Voor liefhebbers van auto’s is er het Petersen Automotive Museum. Waar de ontwikkeling van de auto, van de oudste motorisch voortbewogen rijtuigen tot nu, aanschouwelijk wordt gemaakt. Het begon met een koets, waarbij de natuurlijke paardenkracht werd vervangen door een hulpmotor. Tot mijn verbazing zag ik hier oldtimers ontwikkeld in de fabriek van meneer Toyoda (nog met een ‘d’). Voor mijn niet-kennersblik zagen de eerste Japanse modellen er net zo uit als de mij bekende oude Amerikaanse fordjes. Ook andere vroege Japanners vertonen onmiskenbaar parallellen met de Fiat 500 en 600 en de DKW, de ‘Deutsche Kinder Wagen’, die geparkeerd stonden in de straat van mijn kindertijd. Tot mijn verbazing zie ik dat in de 19e eeuw al een prototype werd gebouwd van de eerste hybride. Bij het zien van dit model, de Porsche Semper Vivus uit 1901, een automobiel die aangedreven werd door fossiele brandstof èn electricitieit, rijst de vraag waarom de productie van een dergelijke voertuig zo lang op zich heeft laten wachten!

Tenslotte nog enkele suggesties voor uitstapjes in en om L.A. Volgens velen een must: Venice Beach, maar wij waren er snel uitgekeken. Interessanter vond ik de historische informatie in de kleine expositie over Venetiaanse stadsgezichten van Bellotto en Canaletto in de Huntington Library. Caspare Vanvitelli –  de Nederlandse Italiaan wiens werk nu te zien is in Museum Kade in Amersfoort – schitterde overigens door afwezigheid. Zie elders op deze site. In de Huntington wordt een link gelegd tussen het oude Europese Venetië en het ontstaan van het nieuwe Amerikaanse Venetië. Dit in de vroege twintigste eeuw ontwikkelde  stadsdeel van Los Angeles is doortrokken van enkele kanalen. Een brochure uit 1905 prijst dit ‘Venice of America’ aan als een gezonde leefomgeving. …’Those living in the vicinity will be practically immune from all contagious diseases’… dit dankzij de kanalen gevoed met het zoute water van de oceaan.

Of het laatste nog zo is valt betwijfelen; maar mocht je wat gaan mankeren dan biedt de ‘Green Doctor’ op Venice Beach uitkomst. De man -gekleed in een groene outfit – probeert je binnen te praten in zijn legale shop. Eenmaal binnen kun je de klachten in wietrook doen opgaan… 

Breng ook een bezoek aan Hollywood, met een wandeling langs de namen van celebrities in het plaveisel van de Miracle Mile. Neem even ster allures aan en geniet van een (duur) dinner bij 208 Rodeo Drive. Rijd langs de optrekjes van filmsterren aan Mulholland Drive en neem een kijkje in de spectaculaire decors van de Universal Studio’s. Voor liefhebbers van pretparken is er keuze tussen Disneyworld of Knott’s Berry Farm in het nabij gelegen Orange County. Of bezoek na een mooie rit langs de kust Seaworld in San Diego, waar onder druk van het WNF en andere dierenwelzijn instellingen niet alleen de educatie, maar vooral ook de bescherming van grote zeezoogdieren wordt geafficheerd. Jaren geleden zag ik hier een spectaculaire en letterlijk spetterende show met killer whales maar dat is binnen afzienbare tijd voorbij want de website meldt: this is the last generation of orcas in our care

Surf tenslotte op echte Californische rollers voor een sportieve of liever een intellectuele ervaring naar de volgende sites voor meer informatie.

https://www.huntington.org/venice

http://www.getty.edu/visit/center/

https://www.nortonsimon.org

https://www.discoverlosangeles.com/blog/where-surf-los-angeles

www.uitdekunstmarina.nl

Een uitstapje naar Abu Dhabi

Lees hier over Abu Dhabi en in het volgende artikel op mijn site over het Louvre aan zee.

Abu Dhabi, strand met dhow 1962

Wie in de vorige eeuw zou hebben gezegd: over 50 jaar kun je schaatsen en skiën in de woestijn, zou zeker voor gek verklaard zijn. Datzelfde geldt voor degene die zou hebben voorspeld dat in diezelfde woestijn ooit schilderijen van Leonardo da Vinci zouden hangen. Toen ik in de jaren ’80 voor het eerst in Abu Dhabi kwam, leek niets op deze toekomstige ontwikkelingen te wijzen. Toch heeft die gek gelijk gekregen!

Abu Dhabi kustlijn 1962

Dankzij de vondst en exploitatie van olie, is het onooglijke (parel) vissersplaatsje Abu Dhabi uitgegroeid tot een moderne wereldstad met een skyline als die van Atlanta.  Bestemming voor een alternatieve wintersportvakantie is Abu Dhabi niet, maar je kunt hier wel genieten van zon, zee en cultuur. Het nieuwe Louvre geeft een visueel overzicht van de culturele wereldgeschiedenis, die hier letterlijk en figuurlijk vanuit niet-Europees perspectief wordt gepresenteerd. U kunt hierover lezen in het volgende artikel dat zich richt op het Louvre Abu Dhabi.

Abu Dhabi, zicht op de stad januari 2018

Van de oorspronkelijke vissersnederzetting krijgt de bezoeker in het Heritage Village een indruk. In traditionele met palmbladeren gedekte lemen hutten demonstreren lokale ambachtslieden hun handwerk. Een niet meer voor de visserij gebruikte dhow is pittoresk in het zand gestrand.

De Skyline vanaf Heritage museum Abu Dhabi 2018

Vlak naast dit openluchtmuseum ligt één van de vier shopping malls met Amerikaans allure: Marina Mall. Ik houd niet van winkelen, maar hier zonder etende en rokende winkelaars, werd ik bekeerd. Behalve juwelen, elektronica winkels en leuke boutiekjes treft de bezoeker een Carrefour aan van een formaat dat in Frankrijk niet te vinden is. Nu ik hier toch ben wil ik die letterlijk en figuurlijk ‘onwijze’ ijsbaan ook wel eens zien. Na enig zoeken deelt een gesluierde dame aan de informatiebalie mee ‘we have stopped that’ ! Toch nog enig common sense in deze wereld, waar de “sky” de “limit” lijkt te zijn. Ik besluit om de overdekte skibaan in Dubai ook maar te laten voor wat het is.

Royal emirates palace hotel

 

 

 

 

 

 

 

We besluiten de dag met een kijkje in de voormalige presidentiële residentie, het Emirates Palace hotel. Schattige Japanse meisjes in Hello Kitty outfit, roodverbrande westerlingen op slippers in korte broek en elegante tot de ogen gesluierde vrouwen vergapen zich aan het oogverblindende interieur met marmeren zuilen, goud beschilderde kapitelen, kristallen kroonluchters en enorme boeketten. In een van de cafés genieten we van de high tea en de muziek van een trio conservatorium studenten. Onderaan een caserta-achtige cascade in de tuin wacht nog een verrassing. Rijke-sheiks-zoontjes gehuld in smetteloos wit gewassen dishdashes showen hun dure sportwagens. De meest opvallende, een Ferrari dacht ik met portieren die omhoog opengaan, bleek een McLaren te zijn, zo vertelde mijn zoon. Wie wil mag met de bestuurder op de foto. Na de fotoshoot waarvan dankbaar gebruik wordt gemaakt scheurt hij met veel pk geblèr weg!

Abu Dhabi vanaf Royal Emirates palace hotel

Uitzicht op de haven met bootje

Een bezoek aan de Sheik Zayed bin Sultan al Nahyan-Moskee is de moeite waard. Mooi in de namiddag. Na zonsondergang wordt het gebedshuis in paarsblauwe en maïsgele verlichting omgetoverd tot een sprookjespaleis van duizend-en-één-nacht.  Kunst … of kitsch?

Sjeik Zayed moskee even voor zonsondergang

Ik moest even denken aan de woorden van Middeleeuwse en latere Rooms Katholieke prelaten, die kritiek op de pracht en praal van de kerkschatten weerlegden met de woorden: deus optimus maximus;  voor God is niets goed genoeg. Zo denken ze er hier ook over!

Sjeik Zayed moskee na zonsondergang

Sjeik Zayed moskee

In de oasestad Al Ain, zo’n twee uur rijden in oostelijke richting bezoeken we het National Archeology Museum, waar de bezoeker zo’n slordige 5000 jaar geschiedenis krijgt voorgeschoteld. Niet te vergelijken met presentaties in het westen, maar met goede Engelse en Franse teksten heel informatief. Bijzonder leuk vond ik de foto’s uit de jaren ’60 die de sfeer van mijn beginregels weerspiegelen. Abu Dhabi zoals het ooit was. De tentoonstelling begint met de kleding, gewoonten, en gebruiksvoorwerpen uit het begin van de vorige eeuw. Een beeld van een jongen in de Koranschool, waar hij behalve reciteren van soeraverzen ook leert lezen en schrijven op het schouderblad van een kameel of os. Het equivalent van het leitje waarop mijn moeder nog leerde schrijven. Een bedoeïenen vrouw giet melk in de mond van haar baby met behulp van een schelp. We zien foto-impressies van het ‘straatbeeld’ van Abu Dhabi rond 1960; de tijd waarin Saoedie Arabië de buurlanden probeerde in te lijven. Na een stammenstrijd kwam de familie Al Ain bovendrijven. Uit dit geslacht stamt sjeik Zayed onder wiens heerschappij de Verenigde Arabische Emiraten werden opgericht. Hij gaf de aanzet tot de ontwikkelingen waar wij nu getuige van zijn. Zijn naam en beeltenis duikt overal in Dhabi op.

Al Ain Archeologisch museum, binnenplaats

In het museum wordt aan de hand van archeologische vondsten als speerpunten, vroege artefacten, aardewerk en sieraden een historische indruk gegeven van het stenen tijdperk tot de huidige dag. Interessant zijn de vroege handelscontacten tussen oost en west en vice versa via zijderoutes en overzee. In een scherf herken ik celadon porselein uit China. Opgravingsfoto’s en een reconstructie geven een idee van de zogenoemde Hili graftombe daterend van ca. 2500 BCE (nee, niet before Christ, maar before common era) en daarin gevonden grafgiften.

Hili Tombe

Later zien we de tombes in het archeologisch Hili park terug. Een site die aantrekkelijk gemaakt is voor ouders met kinderen, die in de Arabische wereld als prinsjes en prinsesjes worden behandeld. Tussen de grafheuvels staan speeltoestellen en je kunt met fietsskelters door het park rijden. Jammer dat we geen kleintjes meer hebben!

Familie uitstapje naar archeologische site Hili                                                                                    Eerder op de dag wandelden we in Al Ain door een heerlijke dadelpalmentuin naar de eenvoudige eerste woonstede van sjeik Zayed, dat thans als Palace Museum voor het publiek is opengesteld. Op de wanden zijn citaten van deze vernieuwende heerser aangebracht. Hij gaf behalve de aanzet om scholen, ziekenhuizen, wegen en infrastructuur te bouwen, in de jaren ’70 ook een verrassende impuls aan de emancipatie van de vrouw. In zijn eigen woorden: ..’A woman constitutes half the society and keeps the house. A country aspiring to build itself should not keep a woman in the darkness of illiteracy and a prisoner tot the shackles of oppression’. Daar kunnen ze in veel oosterse landen nog iets van leren.

Palace Museum Al Ain

Voor wie wel met kinderen naar Abu Dhabi reist is er ook nog het pretpark Ferrari-world. Wie geïnteresseerd is in een bij ons uitgestorven elite-sport de valkenjacht vindt het wellicht interessant een kijkje te nemen in het unieke hospitaal voor valken!

 

Links:

Ferrari World

Abu Dhabi Falcon hospital

Georganiseerde reizen naar de Emiraten,  Oman en verder:

Danielle Kloeg Travel Service (DKTS)

Video Abu Dhabi

 

 

Rondreis door Apulië

Napels gezien? Dan is het tijd voor een afzakkertje!

Op naar het land van de trulli, de traditionele kabouterhuisjes, waarmee Alberobello en omgeving in Puglia bezaaid is. De aanblik ervan is op z’n Amerikaans truly amazing! De naam Alberobello, mooie boom, is afgeleid van het Latijnse silva aroboris belli, maar de bomen uit dit mooie sprookjesbos zijn sinds lang gekapt. 

Over het ontstaan van de trulli, gebouwd op een vierkant grondplan met een (oorspronkelijk) uit losse stenen gestapeld kegelvormig dak, gaan diverse verhalen de ronde. Deze bouwwijze zou het idee geweest zijn van een 16e eeuwse ‘onroerendgoedbelastingschuwe’ graaf. Giangirolamo Acquaviva d’Aragona droeg zijn onderdanen op om huisjes zonder cement te bouwen, zodat, wanneer de belastinginner van de koning van Napels langs kwam, deze snel afgebroken konden worden. Nogal omslachtig, daarom lijkt de veronderstelling dat deze manier van bouwen geïmporteerd werd door immigranten van overzee geloofwaardiger. In Turkije zijn soortgelijke zeer oude bijenkorfhuisjes in (het bijbelse) Haran te vinden.

Hoe het ook zij, het betalen van belasting voor deze optrekjes zou tegenwoordig geen probleem meer zijn. Sinds het stadje Alberobello in de Valle d’Itria op de Werelderfgoedlijst van Unesco staat stromen de inkomsten binnen. Het is leuk om hier even rond te kijken en binnen te lopen bij de als museum ingerichte trullo Sovrano of bij de unieke Siamese tweeling.

Terwijl de toeristen zich hier als mieren door de straatjes voortbewegen, is op een steenworp afstand een ongehoorde rust te vinden. Ook buiten Alberobello vaart de locale agrarische bevolking wel bij het toerisme door het exploiteren van een agriturismo, zoals Arco del Sole, nog geen 10 minuten van Alberobello. Het is er doodstil, afgezien van de waakhonden in de buurt, die in beurtzang, canon of tutti voci van zich laten horen.

Gewend aan cultuurrijker bestemmingen als Toscane, de Veneto en Campania, waar je als cultuurminnaar geen kerk of museum wil missen, ervoer ik deze reis een weldadige rust. Want wat er te zien is, is te overzien. Begonnen in Bari bleek Villa Romanazzi Carducci een goede uitvalsbasis, gelegen in een prachtige tuin met zwembad.
Natuurlijk bezochten wij de kathedraal van Sint Nicolaas, de multi-purpose heilige, niet alleen beschermer van zoete kinderen, zeelieden en meisjes zonder bruidsschat. Ergens las ik dat vrouwen die moeilijk zwanger konden worden zich languit op zijn tombe neervlijden, maar sinds Dottore Antinori meer succes boekt verhindert een stevig hek deze behandeling. Wel zag ik in de crypte gesluierde vrouwen die prevelend veelvuldig een kruis sloegen. Enkelen knielden en staken zelfs een arm door het hek om de sokkel van de tombe van de heilige even aan te raken. Schilderijen tonen de wonderen die de bisschop van Myra (270-343) zou hebben verricht. Zeelieden die van een verdrinkingsdood worden gered, de wanhopige vader bij wie de goedheiligman 3 gouden ballen naar binnen gooit, als bruidsschat voor zijn dochters en het verhaal van de wederopstanding van de drie in mootjes gehakte en ingepekelde scholieren.

Aan de Lungomare bezochten wij de Pinacoteca Provinciale Corrado Giaquinto, op de bovenverdieping van het provinciehuis. Ingericht met barokke werken van de man naar wie de galerie genoemd is en werk van Tintoretto, Luca Giordano en een reeks werken in de stijl van Caravaggio door Giuseppe Bonito. Hier ontdek ik een doek met San Pietro liberato dall’Angelo door de uit Amersfoort afkomstige geïtalianiseerde Utrechtse Caravaggist, Matthias Stom, die ver van huis op Sicilië is overleden.

Mathias Stom (Amersfoort ca. 1600 Sicilië ca 1650), Petrus bevrijd door de engel

In een apart zaaltje, het enige met de juiste klimatologische omstandigheden, wordt het topstuk van de collectie getoond: Giovanni Bellini’s San Pietro Martire, met wie de beulen getuige zijn attributen, geen halve maatregelen namen. De keerzijde biedt de bezoeker nog een toegift: een vlot schetsje van een naakte jongeling in contrapost-houding naast de kont van een welgeschapen paard. In de afdeling met 19e eeuwse schilderkunst zien we Manet-achtige vrouwelijke naakten tegen Japanse kamerschermen, waartoe de kunstenaar Giuseppe de Nittis in Parijs werd geïnspireerd.

 

Hier, evenals in andere musea die wij later bezoeken, zijn wij de enige bezoekers. Een overijverige suppoost, blij dat hij eindelijk iets te doen had, hield ons  nauwlettend in de gaten en voorzag ons regelmatig van goedbedoelde overbodige informatie.

Bari di notte had een speciale verrassing voor ons in petto. Het centro storico, afgezet met enorme betonblokken, werd door poliziotto’s in soorten en maten bewaakt: polizia stradale, polizia communale en veel carabinieri. Keiharde heavy metal schalde door de straten, waar de hele bevolking voor was uitgelopen. Toen ik vroeg wat er aan de hand was,  luidde het antwoord ‘un Poppustarrrruh’: Iggy Pop. Die ouwe rocker! Ook in het stadskasteel van Carlo V, met architectonische en sculpturale fragmenten uit de regio, zagen we hem in een fototentoonstelling samen met David Bowie.

De streek waar wij rondreizen, de Valle d’Itria, kent een lange geschiedenis. Van Mesapiërs, Grieken, Romeinen, Byzantijnen, Ostrogoten, Normandiërs, het huis van Anjou, Habsburgers tot en met de Bourbons; allen zagen het strategisch potentieel van deze vallei.

Elke havenstad heeft een uit dikke muren opgetrokken Castello.  De eerste aanleg dateert van de tijd van Frederik II Hohenstaufen (1194-1250). Als koning van Sicilië en keizer van het Heilige Roomse Rijk beijverde Frederik II zich, in het voetspoor van zijn roemruchte grootvader Frederik I Barbarossa, voor de bescherming van het ware geloof. Op Sicilië sloeg hij een opstand neer van moslims die een islamitische staat wilden stichten (…). Later in 1228 organiseerde hij een kruistocht naar het Heilige Land om de bijbelse plaatsen voor pelgrims uit het Westen toegankelijk te maken. Deze gingen scheep vanuit de havensteden aan de Adriatische zee. Drie eeuwen later liet keizer Karel V de kastelen van Frederik in zijn strijd tegen de oprukkende Turken versterken. Ook elders, zoals in Utrecht liet hij een burcht bouwen, maar daar was in die dagen nog geen militante Turk te bekennen. Hier bewapende de keizer zich tegen de opstandige bevolking.

De kathedralen en kerken van Apulië dragen de sporen van de heersers die hier in de loop der tijd van troon wisselden. Resulterend in een mengeling van Arabische, Byzantijnse, Normandische, Lombardische en andere invloeden, die in talrijke interessante plaatsjes te zien zijn. Zoals Matera, met haar in de berg uitgehakte grotwoningen en grotkerken, dat een plaats heeft gekregen op de wereld erfgoedlijst van Unesco. Het desolate landschap inspireerde Carlo Levi tot zijn later verfilmde klassieker Cristo si è fermato ad Eboli uit 1945 en Mel Gibson liet zijn Passion of Christ op deze locatie opnemen.

Van verre zie je het witte plaatsje Locorotondo, dat, zoals het woord zegt gebouwd is rondom een heuveltop. Ook Martina Franca met haar  barokke geveltjes is de moeite van een stop waard. Hier bewonderden wij Carella’s 18e eeuwse fresco’s met romantische scènes in het Palazzo Ducale. In de San Martino zien we nog meer fresco’s, o.a. van de voor Utrechters bekende Romeinse soldaat die zijn mantel deelt met een bedelaar.

Hier ontdekken we ook iets nieuws. In de tentoonstelling Maria in Museum Catharijneconvent (zie elders op deze site) ziet de bezoeker haar vele hoedanigheden, maar Maria als herderinnetje, die afrekent met het kwaad in de gedaante van een boze wolf, kende ik nog niet.

 

 

 

 

In Taranto wachtte ons een cadeautje; in de reisgids las ik dat hier (misschien wel) het mooiste archeologisch museum gevestigd was. Met het RMO in mijn gedachten kon ik kon ik dit niet geloven, maar tijdens ons bezoek aan het MARTA troffen we een museum naar Noord-Europese standaard aan. Dat de objecten van topkwaliteit zijn verwondert niet; Taranto is één grote archeologische site. Met vondsten van de vroegste Griekse kolonisten tot en met de Romeinen kun je hier urenlang educatief genieten.  Een foto van de vroegste ‘scavi’ toont dat dat huisvrouwen hangend vanuit het raam nu eens echt iets bijzonders in hun straat konden zien. Er kwam een keur aan Griekse zwartfigurige vazen uit de 6e eeuw voor Christus bovengronds: een bronzen beeld van Zeus met een zogenoemde archaïsche glimlach en fragmenten van grafstenen met anatomisch correct vormgegeven lichamen. Bij de sieraden en gouden lauwerkransen voor overledenen vraag je je af hoe de goudsmid deze perfectie zo’n 2500 jaar geleden, zonder moderne instrumenten voor elkaar heeft gekregen. Oorhangers in de vorm van een bootje en  een op een kerstboombal lijkende hanger van bergkristal beide uit de 4e e. v. Chr. Heel bijzonder ook de twee in elkaar grijpende bronzen handen, die samen een notenkraker blijken te zijn!  Romeinse sarcofagen en kleine anatomisch correct weergegeven sculptuurtjes van dansende figuurtjes, vele nog met de oorspronkelijke polychromie en een prachtig vrouwenkopje met haar make-up 2 millennia na dato nog helemaal intact.  Talrijk zijn ook de Romeinse vondsten. Vloermozaïeken, voorouderbeelden, gebruiksvoorwerpen, glas, munten en make-up spullen, die in de Leidse tentoonstelling Casa Romana, waarover later meer, niet zouden misstaan. Ook in dit museum waren we, afgezien van een luidruchtig echtpaar met dito bambino, de enige bezoekers: jammer voor Marta.

 

 

 

 

 

 

Gallipolli, een havenstad aan de Ionische zee, waarin de naam die Griekse kolonisten aan deze plek gaven nog naklinkt: kallipolis, mooie stad en dat is ze nog steeds. Het centro storico, met kathedraal, kasteel en vissershaven ligt op een eilandje. Aan de haven genoten we bij Martinucci van degustazione di mare; crudo (even doorzetten!) en cotto. Lekker eten, kerken en musea horen erbij, maar het Italiëgevoel is voor mij niet compleet zonder zee. Baia Verde is het mooiste strand, aldus de reisgids, en dat blijkt een publiek geheim. Andiamo alla spiaggia.  Het verblijf op een overvol strand is niet mijn hobby, maar een Italiaans strand zonder diepe kuilen met oosterburen of jongelui met ghettoblasters is leuk. Af en toe opkijkend van mijn boek waan ik me toeschouwer van een Felliniaanse film met gewone Italianen als acteurs,  die niets anders hoeven te doen dan zichzelf zijn!

 

Vanuit Gallipolli bezochten we Lecce dat wegens de vele palazzi en barokke kerken als de Santa Croce, het Florence van het Zuiden wordt genoemd. Aan het Piazza Sant’Oronzo is de herinnering aan de oudheid nog zichtbaar in de resten van een Romeins amfitheater uit de 2e eeuw dat plaats bood aan 25.000 bezoekers. Even verderop ontdekken we nòg een theater dat getuige de Dixi en een rij detonerende blauwe plastic stoelen tot de huidige dag in gebruik is. Ook hier liet Karel V zijn sporen na. Een stevige stadsmuur met de Porta Napoli, moest de oprukkende Turken buiten de deur houden.

 

’s Avonds rijden we naar Leuca; de laatste in één lange rij van typisch Italiaanse stadjes, gelegen aan het einde van de wereld: Finis Terrae, gemarkeerd door een enorme kerk gewijd aan Maria. Het is zaterdagavond en vanuit luidspekers schalt de stem van de celebrerende priester over het kerkplein, gevolgd door kerkzang. Langs de boulevard beneden, staan prachtige buitenhuizen, restaurantjes en een gelateria met goddelijk ijs, maar daarvoor hoef je niet per se naar Leuca.

Om Ostuni kunnen we de volgde dag ook niet heen. De huizen van het stadje bedekken als één groot wit fort met kleine venstertjes een heuveltop. Als elders kunnen ook hier een kathedraal, een keur van kerkjes en een museo archeologico bezocht worden. Kom ’s morgens op tijd of in de namiddag, want in het mezzogiorno, het zuiden van Italië, is in de middag alles chiuso, gesloten. Bij Shuluq ceramiche artistiche laten we ons verleiden tot de aankoop van twee met citroenen beschilderde ceramische plantenhangers. De lieflijke winkeljuffrouw weet ons te overtuigen: we ship worldwide, no problemdieci giorni.. We wachten het (on)rustig af, betaald zijn ze al!

Dan rest ons nog Monopoli, een heerlijk stadje met een wirwar van kleine Middeleeuwse straatjes, winkeltjes en ‘ristorantjes’ en zowaar een niet kunstmatig gecreëerd, maar echt stadsstrand. Het Italiaanse strandgewoel laat ik achter en zwem een eind de zee in. Op dit fenomeen heeft Monopoli overigens geen monopolie; de volgende dag tref ik nog zo’n strandje aan, onder de kliffen waarop Polignano a Mare is gebouwd.
Twee uur voor de terugvlucht naar Olanda neem ik ook hier een frisse duik, maar niet vanaf de hoge rotsen vanwaar regelmatig duikwedstrijden worden gehouden. Of zij hier ook gezwommen hebben is mij niet bekend, maar tal van beroemde schrijvers bezochten Polignano. Liep ik in Monopoli nog door de Via Purgatorio (…) hier in Polignano stuit ik op een deur met de volgende, daarmee in tegenspraak zijnde tekst: ‘Questo luogo è stato creato prima del Paradiso’, was getekend Mark Twain. Voor het paradijs werd geschapen bestond deze plek al. Elders zijn nog meer opmerkelijke citaten op muren en deuren gekalkt. Onder andere van de 19e eeuwse Italiaanse dichter Giacomo Leopardi en Henry Miller die mij in het bijzonder aansprak. Voor wie nog twijfelt aan het nut van kunst …’L’Arte non insegna nulla, tranne il senso della vita!’. Vrij vertaald: Van kunst kun je niets leren, behalve levenskunst!’

Wie opmerkt dat Brindisi in deze beschrijving ontbreekt heeft dat goed gezien. In de Dominicus reisgids lees ik dat de meeste toeristen  Brindisi overslaan, maar dat er …’zeker interessante plekken zijn die de aandacht verdienen’. Anders dan gepland leggen we hier toch maar even aan. Leuk om het eindpunt van de Via Appia, dat vlakbij zee door een van de twee zuilen van Trajanus wordt gemarkeerd te zien. Maar met dit monument is wat betreft historisch Brindisi voor mij alles verteld. Zelden zagen wij een saaiere, uitgestorven stad, waar zelfs het archeologisch museum op zondag gesloten was. Anders dan genoemde gids adviseer ik: laat Brindisi links liggen, in ieder geval op zondag en voor als je toch besluit te gaan, breng dan een heildronk uit op je bezoek: brindisi!

Link: Il Museo Archeologico Nazionale di Taranto (MARTA)

OMAN, januari 2017

Oman revisited

Birkat al Mauz

 

Na 35 jaar keer ik terug naar Oman. Destijds zag ik met spijt de bergketen, de groene palmen en de azuurblauwe zee onder de vleugels van de opstijgende jumbojet wegglijden en beloofde ik mijzelf terug te komen. Nu is het zo ver en rijd ik langs die kale bergketen met groene oases en de azuurblauwe zee.

 

Sultan Qaboos (1940)

Zoals de keizers van het oude Rome hun portret tot in alle buitenposten van hun rijk verspreidden, ontmoet je overal in Oman het vriendelijke, door een keurig getrimde baard omkranste gelaat van sultan Qaboos. Het mooiste vind ik het portret dat ik in het authentieke lemen museumhuis in Al Hamra zag, waar anders dan bij ons in het Openlucht Museum èchte figuranten in de weer zijn met traditionele huishoudelijke bezigheden als het bereiden van qua –koffie- en het bakken van flinterdun brood. Daar zag ik dus het in mijn ogen mooiste portret van de sultan, samengesteld uit honderden zorgvuldig geplakte postzegels, resulterend in een verbluffend goed gelijkend portret! Dit staaltje van liefdevolle huisvlijt mag van mij kunst heten. Het portret deed me denken aan de portretten uit gerecycled materiaal door Arnaud Delorme. Zou het het gelaat van onze koning geplakt in postzegels er net zo gelikt uit zien?

Op de voorpagina van de Oman Times van woensdag 25 januari ontwaar ik Qaboos minzame portret wederom, afgebeeld boven foto’s van de wateroverlast veroorzaakt door de eerste regen in een jaar tijd.

Onder de kop ‘His majesty’s Wisdom’ staat:

’Citizens have a right to know what efforts the government is making to improve living standards, develop the economy, develop national resources and provide care and welfare services for the community, guarantee its security and stability and uphold its values, heritage and achievements’

Nadat de in Engeland opgeleide sultan zijn vader -naar goed Oosters gebruik- afzette en diens op zelfverrijking gerichte politiek verving door een regering voor het volk, heeft hij er veel aan gedaan om deze woorden waar te maken. Vrijwel alles in Oman is prima geregeld. De goed onderhouden wegen waarlangs enorme regeringsgebouwen staan, zijn opmerkelijk schoon. Elders, zoals in Al Hamra, zijn de tot ruïnes vervallen authentieke lemen huizen bewust bewaard gebleven als onderdeel van de Omani Heritage. We parkeerden onze gehuurde 4 wheeldrive en zichtbaar veel bagage met een gerust hart in een achteraf buurt, iets waarover we in Europese vakantielanden of zelfs dichterbij huis niet zouden prakkiseren!

Alle Omani zijn (gast) vriendelijk; we drukten menige spontaan uitgestoken hand ook die van vrouwen en de stapels papieren wisselgeld bleken bij natellen in de auto op de rial nauwkeurig te kloppen! De hartelijke houding jegens onbekende bezoekers stamt uit de tijd dat de meeste Omani nog als bedoeïenen leefden en je een vreemdeling niet in de kou, of in dit geval de woestijn liet staan. Denkend aan de oudtestamentische kinderloze Abraham, alias Ibrahim, peins ik: je weet nooit welke verrassing je dan zou mislopen.

Terug naar het hier en nu: dankzij een goed bewind hebben de streng islamitische burgers kennelijk niets te klagen. In het buurland Jemen lijdt de bevolking tengevolge van een burgeroorlog honger en elders in het Midden Oosten bestrijden bevolkingsgroepen elkaar of worden door IS geterroriseerd.
In onze ogen is Oman een paradijs op aarde. Dat paradijs ontdekten kooplieden in de oudheid ook. Vanuit alle windrichtingen, via karavaanwegen en over zee bereisden zij Oman voor de aankoop van wierook, hout, koper en parels. Archeologische vondsten van beschilderd aardewerk uit Mesopotamië van het 5e millennium voor Chr. duiden op vroege handelscontacten rond de Perzische golf. Ook de Romeinse geschiedschrijver Plinius maakt in de eerste eeuw reeds melding van het rijke Omana. Portugese zeevaarders ontdekten deze regio in de vroege 16e eeuw. In 1506 namen zij onder leiding van Alfonso de Albuquerque bezit van het land. Op de rotsen naast de eertijds zo belangrijke zeehaven van Muthra, traîte-d’union tussen West en Oost, herinneren de forten Mirani en Jalali aan deze periode. Ook landinwaarts lieten de Portugezen hun sporen na in de vorm van ruïneuze en gerestaureerde forten. De mooiste zijn Jabrin Castle en het Fort van Nizwa, deels gestoffeerd met tapijten en huisraad.

Jabrin Castle

In het midden van de 17e eeuw werden zij door de Perzen verdreven. Muscat ontwikkelde zich tot een belangrijke zeehaven. Voor die tijd vestigden Arabische stammen onder leiding van Julanda zich in Nizwa. Zoals elders in Centraal Azië werd ook Oman rond 630 veroverd door Mohammed en onder dwang geïslamiseerd. Om een lang verhaal wat korter te maken slaan we een stukje stammen- en andere strijd over. Midden 18e eeuw verslaat  Ahmed Bin Said de Perzen. Hij is de grondlegger van de Al Bu Said dynastie, die de huidige heerser heeft voortgebracht. Aangezien de ongehuwde Qaboos geen nakomelingen heeft is het de vraag hoe het straks met de erfelijke opvolging van de inmiddels 77 jarige sultan moet. Homoseksualiteit is in Oman strafbaar, maar het is een publiek geheim dat Qaboos de herenliefde is toegedaan…

Sultan Qaboos Grand Mosque (2001)

Niet iedereen kan zich hier wat geaardheid betreft vrijelijk bewegen, maar voor het overige is Oman in de Europese wintermaanden een perfecte bestemming. Behalve zon, zee en natuurschoon biedt het land historische monumenten, waarvan de bezoeker in temperaturen van zo’n 25º comfortabel kan genieten.

Grand Mosq

Langs de weg (Sultan Qaboos street) van het vliegveld naar het centrum van Muscat vindt u de immense moskee die Sultan Qaboos ter meerdere glorie van Allah (en zichzelf) ter gelegenheid van zijn 30-jarig jubileum heeft opgericht. Voor liefhebbers van fotografie een prachtig object.  de oude wijk Mutrah bezochten wij de souq en de vismarkt, waar alles wat kieuwen en tentakels heeft vangstvers wordt verkocht. Leuk en informatief is het nabijgelegen Bait Al Zubair museum met wetenswaardigheden over het land en de bevolking.

 

Mutrah Souq

In de nabijgelegen Ambassadewijk zochten wij tevergeefs naar het Oman Heritage Museum, dat in de Dominicus reisgids van 2015 nog letterlijk ‘warm wordt aanbevolen’ , maar opgeheven bleek. Dat was balen, maar een bezoek aan het luxueuze Al Bustan Palace maakte alles weer goed. Rond borreltijd genoten wij van (alleen maar) thee in de adembenemende lobby. Later op de avond dineerden wij op het strand, met -net als de tafelpoten- onze voetjes in het zand en hier gelukkig wel met een koel glas witte wijn!

Een aanrader en dat geldt ook voor het operahuis van Muscat. Op weg van het vliegveld naar ons hotel wees de taxichauffeur ons vol trots op het Royal Opera House, waar wij helaas geen tijd voor hadden. Weer thuis bezoek ik de website en lees dat je hier luxueus kunt dineren en shoppen (…), en ook kunt genieten van Arabische zangsterren en L’Italiana in Algeri door de Opera di Firenze.. Een gemiste kans stel ik teleurgesteld vast. https://www.rohmuscat.org.om/en/Pages/default.aspx

Bimah Sinkhole

Na twee dagen in Muscat begon onze uitdagende rondreis in zuidelijke richting. Langs het vissersdorp Quriayat, dat niet veel voorstelt, reden we richting Sur. Een weg geflankeerd door rechts de prachtige coulissen van het Hadjargebergte en  links de kust van de Indische Oceaan. Onderweg stopten we bij de betoverende Bimah Sinkhole, een kalksteen krater met azuurblauw zeewater, waarin ik, bij gebrek aan een bourkini, in een lang zwart T-shirt te water ging. De volgende sportieve stop was bij de Wadi Shab, een diepe kloof in de woeste bergen. De reisbeschrijving omschreef

Wadi Shab

dit uitstapje eufemistisch met de woorden ….’hier gaan de wandelschoentjes aan’… maar de realiteit was anders. De excursie bleek een gevaarlijke klim- en klautertocht via smalle paadjes langs steile rotsen waar de hekjes allang geleden naar beneden waren gevallen. De tocht moest ons naar een nòg idyllischer zwemplek leiden, maar gezond verstand maande ons bijtijds terug te keren. Op de vraag hoe de lege wadi’s er gevuld met water zouden uitzien kregen bezoekers van de kloof na de wolkbreuken van 24 en 25                                                                                     januari het antwoord.

Raz al Jinz Eco hotel

Onze relaxte start deze morgen brak ons op: tijdens de rit naar het schildpaddenstrand van Ras al Jinz vervielen we in duisternis… Uiteindelijk bereikten we onze volgende stop: een schitterend gelegen luxueuze Eco tent bij het Ras al Jinz hotel. ‘s Avonds laat zagen we een ploeterende groene reuzenschildpad bezig met het leggen van zo’n honderd eieren. Toen ze haar laatste ei gelegd had bedekte de aanstaande moeder de hoop eieren met vinnige gebaren, waarna ze haar logge lijf moeizaam terug sleepte naar zee.

Moeder in wording

Een ontroerend schouwspel, wanneer je bedenkt dat ze haar kroost -van de 100 eieren die 6 weken later uitkomen, overleven slechts enkele schildpadjes- nooit te zien zal krijgen! Vol ongeloof las ik dat deze dieren eenmaal volwassen, van soms wel 1000 kilometer ver, terugkeren naar hun geboortegrond voor een reprise in hun voortplantingscyclus. Daarin slaagt slechts 1 op de 10.000 dieren. In de Disneyfilm Finding Nemo zag ik ze zwemmen, de honderden migrerende zeeschildpadden.

Wahibi Sands

Graag hadden wij van de verstilde plek nog wat genoten, maar onze itinirario schreef een vroeg vertrek voor om via de Wadi Bani Khalid, alweer een sprookjesachtige plek, door te reizen naar onze volgende bestemming: het 1000 nights Camp in de Wahibi Sands waar we in een geitenharen Sheikh tent zouden gaan overnachten. Voor deze sensatie, een spannende rit  met half leeggelopen banden door de woestijn… hoef je geen geitenharensokken type te zijn ! Glijdend als over pistes met platgereden sneeuw, zoefden we over het zand. Even kwamen we in de verleiding om, zoals we enkele locals zagen doen, recht tegen een zandduin op te rijden, maar gelukkig kreeg gezond verstand de overhand. Ook de met een doodshoofd gemarkeerde afslag negeerden we. Toen de kaart een ‘doorwaadbare’ plek hoog over het duin aangaf, kropen we alsnog spectaculair het zandduin op; de instructie volgend: zet de 4 wheel drive in de hoogste stand, neem een aanloop en hup…. Voor een idee van deze condities: denk aan de film Tirza, waar hoofdrolspeler Gijs Scholten van Aschat onder heel wat minder gunstige omstandigheden voortploetert door vergelijkbare zandduinen in Namibië.

1000 Nights Camp

Aangekomen in het 1000 nights kamp werden we meteen weer zo’n hoog duin opgejaagd, dit keer te voet, om te genieten van de in de beschrijving beloofde mooie zonsondergang. Deze bleef echter verscholen achter dreigende regenwolken.

My Toyota is fantastic!

Een kudde fotogenieke kamelen maakt in de vroege morgen alles weer goed. Na een voldane fotosessie keren we terug in de bewoonde wereld. In Mintirib laten we de banden van onze 4 wheel drive weer oppompen en zetten de achtervolging in achter een Toyota met in de laadbak nog een fotogenieke kameel. Dit beeld zou een prachtige illustratie zijn bij de reclameslogan my Toyota is fantastic!

 

 

Grand Canyon

Vervolgens bezoeken we het pittoreske bananendorp Birkat al Mauz met vele deels leegstaande lemen huizen. Hier begonnen we aan een prachtige rit door de Omaanse Grand Canyon. Aan de voet van het Saiq plateau werden naam, kenteken en paspoortnummer door een politieagent genoteerd; wagens zonder 4 wheel drive werd toegang tot de pas geweigerd. Het beloofde een spannende rit te worden, maar de weg was anders dan bij de latere beklimming van de Jebel Shams, prima. Waar is dit papierwerk nou goed voor dachten we. Een zwart op wit bewijs dat het verdwenen Hollands echtpaar hier echt aan haar laatste reis was begonnen? 
Boven wachtte ons een mooi maar letterlijk en figuurlijk kil onthaal in het Sahab Hotel. Het bedienende Indiase personeel was echter vriendelijk en zette zelfs een straalkacheltje voor ons neer.

Sahab hotel (lekker rustig!)

Nizwa Fort

De volgende bezienswaardigheid is de voormalige hoofdstad van Oman, Nizwa. De reisgids dicteert een bezoek aan de geitenmarkt en de souq. Deze zijn vooral leuk wegens de fotogenieke momenten. Na het bezichtigen van het Nizwa Fort ontmoeten we Ali, eigenaar van een souvenirwinkeltje, met later via Whatsapp berichtjes, foto’s en video’s uitwissel. Zijn meest recente met diepe stem ingesproken bericht: …Dear Marina, see you next year in Nizwah, Ins Allah, Ins Allah, bye, bye, bye !!!

Nizwa Souq

 

 

 

 

 

 

 

 

Verder gaat het op weg naar de bergoase Al-Hamra, waar als elders de lemen huizen veelal verlaten zijn. De leegloop van het platteland is ook in Oman een probleem. Wanneer we aan ons volgende bergavontuur beginnen, blijft gek genoeg de voorzorgsmaatregel zoals bij de vorige bergtocht achterwege, terwijl dat hier wel verstandig zou zijn geweest. Het bereiken van de top van de Jabal Shams langs bloedstollende ravijnen via deels onverharde- en niet van vangrails voorziene wegen had veel weg van een dodemansrit!

Mosq Bahla

Aangekomen op de hoogste piek van Oman verwachtten wij een verblijf in een schitterend resort, maar boven bleek voor ons geen plaats in de herberg! Er zat niets ander op dan de berg weer af te gaan. Kort na zonsondergang bereikten we het op een ander plateau gelegen View Camp, met vrijstaande hotelkamers op palen die de naam van het resort waar hadden kunnen maken. Letterlijk en figuurlijk waren wij hier echter in de wolken beland. De regen begon inmiddels flink door te zetten. Gedurende het hele voorafgaande jaar was geen druppel gevallen, maar nu gingen de hemelsluizen open. Het was was koud en winderig. Gelukkig was er een vertroostend en sensationeel warm bad met door de wolken heen soms uitzicht op de lichtjes van het dadeldorp Al Hamra, diep beneden.

Jebel Champs

In de loop van de volgende ochtend trok de mist op en wandelden we door Al Hamra, op zoek naar het bovengenoemde Bait al Safah huis, waar we na bezichtiging Omaanse koffie dronken (geef mij maar een nespressootje) en ons door de Osmaanse dames rozenzalf, sjaals een ‘huisgemaakte’ sleutelhanger en letterlijk een okergeel voorhoofd lieten aansmeren (brings happiness!)

Bait al Safah

Dat huis te vinden was geen sinecure. Het ‘museum’ stond nergens aangegeven en alleen door puur toeval kwamen we er toch nog terecht. Als in een film kwam ons uit een van de tot ruïnes vervallen, maar deels nog bewoonde lemen huizen een vrouw te hulp. Terwijl haar dochtertje mee huppelde, wees ze ons door de wirwar van vervallen straatjes, met handen en voeten gebarend de weg. Toen ze een groepje in smetteloos witte boernoesen geklede mannen tegenkwam ging ze gauw terug, maar om de hoek vonden we het Bait al Safah museum. Individuen kwamen er eigenlijk nooit, hoorden we, alleen kleine groepen met gids. Zo leerden we de het dagelijks leven van de eenvoudige Omani kennen. Met een okergeel besmeerd voorhoofd, verliet ik het pand. Volgens mijn reisgenoot liep ik voor gek, maar de zegen miste zijn uitwerking niet. Na deze bijzondere rondreis genoten wij tot slot nog enkele dagen van de faciliteiten in het paradijselijke Shangri-la Resort Al Husn hotel (adults only). Na het zwemmen in de onstuimige zee stond om 16.00 een verrukkelijke high tea klaar. En om 18.00 stipt was het happy hour in de meest ruime zin van het woord. Onder de zoete tonen van de Celtic harp bespeeld door een lieflijke Argentijnse ‘Lavinia Meier’, deed het personeel haar uiterste best om een Omaanse vakantie die dreigde te eindigen in een ongewenste dry january, af te wenden door het gemis van alcohol in de voorafgaande dagen scheutig te compenseren.

Shangri La Al Husn hotel

Shangri La Al Husn hotel

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Link:
Onze individuele reis was goed georganiseerd door DKTS in Zevenaar. We kunnen hen van harte aanbevelen.

 

Napels zien en dan …..

……..gelukkig thuiskomen!!

                ………Torna a Surriento….. famme campá !..…

In 1902 werden deze dichtregels van Giambattista de Curtis door zijn broer Ernesto getoonzet in de ultieme Napolitaanse canzone. Dit woord te vertalen als smartlap zou een grove belediging zijn !

Beluister de versies van Luciano Pavarotti in duet met Meat Loaf of Andrea Boccelli

 

In de sixties weerklonk deze melodie in een hartstochtelijke remake van Elvis Presley: Surrender !

Dat Sorrento in vele toonaarden werd bezongen is geen wonder. Het bloemrijke, door azuurblauw water omspoelde Peninsola Sorrentina is een groot feest; althans voor de toeristen. De camerieri in de hotels en restaurants, gestoken in zwarte pakken en overhemden met lange mouwen, serverend in temperaturen van (nu al) 340, ervaren dat vast anders, al laten ze het niet merken. Tijdens een vakantieweek in Sorrento, zagen wij niets dan vriendelijke sorrisi !

Sorrento_Napels_baai_Vesuvius
Baai van Napels met Vesuvius, zicht vanaf Sorrento

Wanneer je je geen zomervakantie zonder zee kunt voorstellen is Sorrento een ideale bestemming voor kunst- en cultuurliefhebbers. Boek een hotel met toegang tot een privé strand. Zoals Palace Hotel Europa met zwembad en een lift die stopt in een spannende ondergrondse tunnel, aan het eind waarvan licht gloort en … de zee.

20160708_110104
Onderdoorgang naar golf van Napels

Culturele uitstapjes zijn vanaf Sorrento eenvoudig te maken met de Circumvesuviana, de trein met eindstation Napoli, die je naar de scavi van Pompeii en Ercolano (Herculaneum) brengt. Aan de pier van Sorrento varen ferry’s af en aan naar Napels, Procida, Ischia en het eveneens talloze malen bezongen Capri.

Wij begonnen de week met een bezoek aan het Museo di Capodimonte, het ‘rijksmuseum’ van Napels, hooggelegen in een mooi park. De draagvleugelboot brengt je vanaf Sorrento in een mezz’oretta, ‘n half uurtje, naar Napels. In plaats van het zoeken naar de metro (dove ?) en daarna de bus (come ?) kozen wij voor gemak. Een taxi bestuurd door een autista met het schizofrene karakter van een bandito en een pirata, bracht ons in een kwartiertje op onze bestemming.

Reggia_Capodimonte_Napoli
Museo di Capodimonte, Napels

De Farnese collectie, welke koning Karel III in 1734 van zijn moeder Elisabetta Farnese erfde, vormt de basis van dit enorme museum, eertijds het paleis van de koningen van het huis Bourbon. Behalve overdadig versierde vertrekken, waaronder een porseleinsalon in Chinoiserie stijl, vindt u hier topwerken van de vroege 13e tot in de 19e eeuw. In de collectie zijn schilders van naam vertegenwoordigd: Masaccio, Bellini, Parmigianino, Titiaan, Guido Reni, Caravaggio, Artemisia Gentileschi, Mattia Preti, Pieter Breughel de Oude en onze eigen Matthias Stomer uit Amersfoort, die als veel Nederlandse kunstenaars in de 17e eeuw naar Italië reisde en daar de rest van zijn leven bleef. In navolging van Caravaggio schilderde hij historiestukken met halffiguren, die dramatisch in chiaro-scuro belicht worden, zoals zijn Emmaüsgangers en Aanbidding der herders. Van een andere belangrijke fiammingho, Pieter Brueghel de Oude, bewaart het museum de Parabel van de Blinden.

Indrukwekkend zijn Massaccio’s Kruisiging, Titiaans Danaë en portretten van paus Paulus III. Zo ook Parmigianino’s, Lucrezia, naar wier beeltenis -ontdekte ik- de dochter van Paus Alexander VI in de tv serie de Borgia’s, onmiskenbaar gemodelleerd is. Hetzelfde blonde haar omzoomt het lieflijke, lichtroze getinte gezicht.

Parmigianino_Lucrezia
Parmigianino, Lucrezia, Museo di Capodimonte, Napels

Borgia_Lucretia_Lucrezia_tv series
Holliday Grainger as Lucrezia Borgia in The Borgias (TV Series, 2011)

 

 

 

 

 

 

 

 

Van documentaire waarde is Jacopo de’ Barbari’s Portret van Fra Luca Pacioli met zijn leerling Guidobaldo da Montefeltro, zoon van Federigo, hertog van Urbino, die in mijn bespreking van Fernando Botero in de Kunsthal binnenkort nog ter sprake zal komen.

De geleerde monnik Fra Pacioli is de personificatie van de nieuwe Renaissance mens. Hij publiceerde een wiskundige verhandeling gebaseerd op Euclides en was niet alleen de leermeester van Guidobaldo, maar eveneens van Leonardo da Vinci.

Ook Caravaggio’s Geseling van Christus, maakte veel indruk, maar Artemisia Gentileschi’s Judith en Holofernes sloeg alles. In andere schilderijen, waarin de bloedmooie oudtestamentische heldin figureert, toont zij triomfantelijk het reeds van de romp gescheiden hoofd van de vijandelijke legeraanvoerder. Hier bevindt de beschouwer zich midden in de crime scene, terwijl de brute moord wordt voltrokken ! Automatisch doe je een stap naar achteren om geen bloedspatten op je kleding te krijgen !

Gentileschi_beheading_Judith_Holofernes
Artemisia Gentileschi, Judith en Holofernes, Museo di Capodimonte, Napels

Behalve oude meesters zijn in Capodimonte ook 19e en 20e eeuwse meesters te zien, zoals Andy Warhols Vesuvius, uit 1985.

Warhol_Vesuvius
Andy Warhol, Vesuvius, Museo di Capodimonte, Napels

Een bezoek aan het Certosa van San Martino in de wijk Vomero is eveneens de moeite waard. Goed bereikbaar met de Funicolare. In dit kartuizerklooster wordt de geschiedenis van Napels aanschouwelijk gemaakt; daarnaast vindt u hier een keur aan Napolitaanse kerststallen. Rust even uit in de met marmeren zuilen omzoomde kloosterhof; het Chiostro Grande en geniet van het panorama; de golf van Napels met de Vesuvius, zoals u dat tot nu toe alleen van ansichtkaarten en reisfolders kende.

Napoli_golfo
Golfo di Napoli

Natuurlijk mag een bezoek aan het Nationaal Archeologisch Museum niet ontbreken. Na een bezoek aan Ercolano (Herculaneum) en Pompeii worden de blinde vlekken in uw voorstellingsvermogen hier ingevuld. Zoals de transparante tekeningen die je in populaire archeologie boekjes over foto’s met ruïnes kunt leggen. In het archeologisch museum vindt u de èchte dansende faun, waarvan u in de luxueuze gelijknamige villa in Pompeii een replica zag. 

House of the FaunAmphitheater, Faun Pompeii, Ancient, Pompeii Herculaneum, Italy Faunopompei,
House of the Faun Pompeii Herculaneum, Italy

 

Ook allerlei gebruiksvoorwerpen en huisraad, waaronder een schommelwiegje, sieraden en heel ontroerend: de gipsafgietsels van de slachtoffers die in hun vlucht werden ingehaald door de dood. Kort na de verwoestende uitbarsting van de Vesuvius in de zomer van het jaar 79 probeerden plunderaars nog kostbaarheden uit de bedolven steden op te diepen, maar in de loop der tijd raakten Pompeii en Herculaneum in de vergetelheid. Tot een boer in 1710, bij het slaan van een waterput op een aantal stukken gekleurd marmer stuitte. Het begin van de herontdekking van Herculaneum, dat, zo’n 25 meter onder het huidige nivo, onder een dikke laag lava, goed geconserveerd bleef. Voornoemde objecten en zelfs verkoolde broden en eieren bleven als bij toverslag eeuwenlang staan, alsof een spookachtig commando: ‘freeze !’ had weerklonken.

Bijzonder schokkend zijn de bewoners, die tijdens hun vlucht door de dood werden ingehaald; verstikt door een reeks pyroclastische golven. Aan de periferie van Herculaneum liggen ze nog steeds; gestold in doodsangst.

IMG_1812 kopie

Lopend door Herculaneum en Pompeii hoor je, wanneer je je fantasie laat werken, de karren ratelen over de met keien geplaveide straten; de uitgesleten sporen zie je nog. Voor mijn geestesoog zag ik ook antieke figuren eten in de thermopolia, de snackbars van de Romeinen, met de kruiken voor etenswaren nog in situ.

Beeldhouwer Igor Mitoraj (1944-2014) voegt aan de intrigerende resten van de oude stad een extra dimensie toe met zijn monumentale op de oudheid geïnspireerde sculpturen, zoals Ikaro Blu, op het Forum, de gevallen Icarus. Zijn beeltenis zou niet hebben misstaan op de cover van Kate Atkinsons, prijswinnende bestseller A god in Ruins.

 

Mitoraj_Ikaro Blu_Ikaro blue
Mitorai, Ikaro Blu

Voor een bezoek aan Pompeii by night, kunt u tijdens de zomermaanden op zaterdagavond terecht. Maar kom op tijd: omdat de entree dan € 2,– i.p.v. € 20,– is, staat er om 20.00 uur al een enorme rij wachtenden voor de biglietteria.

Voor wie niet naar Napels reist biedt de catalogus die in 2007 verscheen bij de tentoonstelling De laatste uren van Herculaneum, in Museum het Valkhof, een goed alternatief.

Sorrento is een prima uitvalsbasis voor excursies. Behalve in noordelijke richting kun je in zuidelijk richting Salerno de tempels van Paestum bezoeken of kiezen voor een bustocht langs de Costa Amalfitana. Rijd over de smalle kustweg met in de diepte de schitterende costa smeralda naar het pittoreske Positano. De locatie waar Francesca uit de film ‘Under the Tuscan sun’ haar Italiaanse vlam terugvindt, maar -niet ongebruikelijk bij ‘latin lovers’– in de armen van een volgende verovering. We reden door naar Amalfi, eertijds een belangrijke zeerepubliek. Bij de haven staat een standbeeld van Flavio Gioia, die volgens de overlevering in de 13e eeuw het kompas zou hebben uitgevonden. Een uitvinding die ook door Genua wordt geclaimd.

Amalfi, Duomo
Amalfi, Duomo

In Amalfi bezochten wij de Dom gewijd aan de heilige Andreas die gestorven is aan een X-vormig kruis. Zoals alle kerken in Italië, heeft ook deze, gesticht in de 9e eeuw, een lange geschiedenis. Achter de beroemde bronzen deuren met bijbelse scènes in de Lombardisch-Romaanse facade gaat een barok interieur schuil. Tussen de zuilen bevinden zich enkele spolia; antieke zuilen geroofd uit Paestum. ’s Middags gingen we op zoek naar de passeggiata costiera, een romantisch rotspaadje langs de zee, dat ik mij na 45 jaar nog goed herinner… Twee jonge informatrices van de locale VVV hadden geen idee, maar een paar oudjes wisten het (nog) wel; …’lí sopra l’acqua’… Zij wezen ons een met houten leuninkjes afgezet, onbereikbaar paadje langs de rotsen, vlak boven het water. Ook hier heeft de opwarming van de aarde toegeslagen; het zeewater is zodanig gestegen dat het paadje niet meer bereikbaar is. We konden er alleen nog maar naar kijken. Een diner bij ristorante Lo Smeraldino, naast de jachthaven maakte alles goed. Met uitzicht op het sprookjesachtige Amalfi, waar steeds meer lichtjes aangingen.

Amalfi_strand_zee
Amalfi

Wij moesten de cameriere, luisterend naar de naam Erasmo (ja, in Italië kan dat !) aansporen om de gangen snel achter elkaar te serveren. …’Non vi preoccupare, Signora’, als u de laatste bus mist breng ik u en vostra bella figlia persoonlijk terug naar Sorrento. Un vero cavaliere ! Jammer dat we toch nog op tijd waren voor de laatste bus!

Maak tenslotte ook een bezoek aan Capri. Diverse lijnen, waaronder de SNAV, varen af en aan met hydrofoils, afgeladen met toeristen. Koop uw tickets van te voren om op de dag zelf niet onaangenaam verrast te worden. Voor onze geplande terugreis met de laatste boot van 18.30 waren geen ticktets meer beschikbaar, zodat wij Capri al om 15.55 moesten verlaten. Wat gezien de drukte en hitte achteraf niet zo erg was. ‘Thuis’ konden we nog even zwemmen en chillen (in de woorden van dochterlief) bij ons hotel.

We keken terug op een spectaculaire rit met funicolare vanaf Marina Grande naar het hoger gelegen stadje Capri. We maakten een bloemrijke wandeling door pittoreske straatjes en via Via Krupp bereikten we de Giardini di Augusto met een betoverend panorama.

IMG_2008 kopie
Via Krupp

IMG_2004 kopie

 

 

 

 

 

 

In het nabijgelegen kartuizerklooster ontdekte een monnik bij toeval het maken van parfum (è vero ?). We lieten ons helaas verleiden tot de aankoop van een van de beroemde Profumi di Capri di Carthusia maar werden ‘geflest’ want bij gebruik bleek de geur met de frisheid van limoenen na enkele minuten reeds vervlogen !

Profumo di Capri
Profumo di Capri

Omwille van de tijd moesten wij jammergenoeg afzien van een bezoek aan Villa Jovis, het paleis van keizer Tiberius. De wandeling naar punta del Capo zou met 34o trouwens ook afzien zijn geweest. Toch hadden we de salto di Tiberio wel graag willen zien; de plek van waar hij ongewenste gasten via een valluik in het azuurblauwe water liet tuimelen. Dit azuurblauwe water kunt u bewonderen in de grotta azzurra. Sinds de tijd van de Grand Tours al een verplicht nummer. Het water neemt hier door lichtreflectie een heel bijzondere kleur aan; een mengeling van opaal, smaragd en aquamarijn.

In de 19e eeuw werd Capri een geliefde bestemming van kunstenaars en schrijvers als Alexandre Dumas, Oscar Wilde en de Zweedse arts en schrijver Axel Munthe. Evenals de Duitse industrieel Krupp werd hij verliefd op Capri en liet er een huis bouwen.Villa Michele is thans een museum. Laat u tenslotte door een van de talrijke schippers brengen naar een van de rotsstrandjes, waar je een verfrissend bad kunt nemen in het goddelijke azuurblauwe water.

Met het voorgaande heb ik u een impressie van Napels, Capri en het heerlijke schiereiland Sorrento gegeven. Wie de voorkeur geeft aan een kortere, poëtische impressie klikt hier voor de woorden van de gebroeders De Curtis !

De lokroep van het lied is even gestild, maar de herinneringen aan deze onvergetelijke reis beginnen zich nu al zodanig te nestelen dat wij een come-back niet uitsluiten !

Verder lezen:

Ph. Von Zabern, Verschüttet vom Vesuv: Die letzten Stunden von Herculaneum, Mainz am Rhein, 2006.

Links:

Fra Luca Pacioli:

Avondopenstelling Pompeii 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Andiamo a Bologna !

 

Bologna_Madonna di San Luca_colonnade_ansicht
Bologna, ansichtkaart colonnade naar Sanctuario della Madonna di San Luca

Nooit in Bologna geweest en ook niet van plan daar naar toe te gaan ? Reis dan in de geest met mij mee naar la Grassa, of zo je wilt la Dotta. Bijnamen van de oudste universiteitsstad op het westelijk halfrond, gesticht in 1088. Respectievelijk de vette, niet in de huidige betekenis als superlatief voor iets ‘cools’, maar duidend op welstand en la Dotta, tja, dat kan alleen maar de geleerde betekenen.

Bologna is een bruisende studentenstad, zoals wij ‘s nachts in onze B & B met kamer aan een ogenschijnlijk doodstille straat, helaas ondervonden. Vroeg uit de veren dus, maar dat moest toch wel gezien het programma dat wij voor deze midweek hadden opgesteld.

We begonnen met een bezoek aan de San Petronio, een kolossale gotische kerk aan het Piazza Maggiore, gewijd aan de beschermheilige van de stad, wiens feestdag 4 oktober, toevallig samenvalt met die van mijn vorige protagonist, Franciscus van Assisi. Petronius reisde in zijn jonge jaren naar het heilige land. In 432 werd hij gewijd tot bisschop van Bologna. Zijn attribuut een kerkmodel verwijst naar de diverse door hem gestichte kerken. In 450 vond hij zijn laatste rustplaats in de San Stefano; een van de 7 vroegchristelijk kerkjes die ook een belangrijke bezienswaardigheid vormen.

Terug naar de San Petronio. Wanneer je de kerk via het hoofdportaal in de onvoltooid gebleven façade betreedt, sta dan even stil bij de vroeg 15e eeuwse reliëfs met oudtestamentische scènes door Jacopo della Quercia. Ze vormden een bron van inspiratie voor Michelangelo.

02_La basilica di San Petronio
Bologna, La Basilica di San Petronio

Door toedoen van paus Pius IV bleef de façade onvoltooid. De San Petronio zou de Sint Pieter in Rome naar de kroon steken !

Binnen sta je op historische grond: in 1530 werd Karel de V hier tot keizer gekroond en tijdens het Concilie van Trente (1535-63) kwamen de bisschoppen ook hier in vergadering bijeen. Staand in de immense binnenruimte zie ik deze historische beelden voor mijn geestesoog verschijnen ! Interessant is de enorme zonnewijzer aangebracht in het plaveisel van de kerk; rond het midden van de 17e eeuw ontworpen door Giovanni Domenico Cassini. Na uitbreiding van de kerk herstelde hij de reeds in de 16e eeuw voor didactische doeleinden aangebrachte meridiaan, die dwars over de kerkvloer loopt.

Evenzeer interessant zijn de fresco’s in de Cappella dei Re Magi. Koop even een apart kaartje om de vroeg 15e eeuwse fresco’s door Giovanni da Modena goed te kunnen bekijken. Indrukwekkend is de ‘Boschiaanse’  scène gebaseerd op Dante’s Inferno, waarin een afzichtelijke behaarde duivel zondaren verslindt, die hem vervolgens langs de natuurlijke weg weer verlaten.  Rechtsboven dit duivelse monster bevindt zich de scène waarin Mohammed verscheurd wordt door demonen, welke enige jaren geleden aanleiding gaf voor een voorgenomen, maar verijdelde aanslag door moslimextremisten…..

3_Giovanni da Modena_Inferno_ca 1410
Giovanni da Modena, Inferno ca 1410

Op het Piazza Maggiore bevindt zich een fontein met het boegbeeld van Bologna: de prachtige Neptunus, van Giambologna de als Jean de Boulogne geboren maniërist. Hij leefde zich uit  in het weergeven van de geprononceerde musculatuur en de moeilijke houding van de god van de zee, die balancerend op één voet, (voorbij aan het het Renaissance ideaal van stand-en-spilbeen ) het hele plein domineert !

Bologna_Neptuno_Giambologna
Bologna, Neptunus op Piazza Maggiore

Ook bezochten wij het Archiginnasio, de bakermat van de Universiteit van Bologna, met het anatomisch theater en de naar Joachino Rossini’s Stabat Mater vernoemde gehoorzaal. De Universiteits bibliotheek van Bologna is hier eveneens gehuisvest. In de 16e eeuw gebouwd in opdracht van Paus Pius IV. In het met lambrizeringen betimmerde anatomisch theater herinneren een wit marmeren snijtafel en sculpturen van -ter bestudering van de musculatuur- gestripte mannen, aan de didactische taferelen van weleer.

 

Anatomisch_theater_snijtafel
Anatomisch theater (snijtafel), Bologna

Op advies van onze gastvrouw ondernamen wij een pelgrimage naar het Sanctuaria di San Luca; een pelgrimskerk hoog boven de stad, die de echte pelgrim te voet bereikt via een bijna 4 kilometer lange overdekte colonnade. Deze werd speciaal ontworpen ter bescherming van de icoon die tijdens een processie langs dit steile traject naar boven werd gedragen. Wie geen boete wil doen kan beter een taxi nemen om niet amechtig aan te komen bij de Madonna di San Luca.

In de barokke kerk voert een trap naar een klein podium op het koor, waar je even kunt mediteren, bidden en/of een foto maken van de ikoon, wier beeltenis van de maagd Maria teruggaat op het oerbeeld dat geschilderd zou zijn door de evangelist Lucas. Vanachter een risa, de bekleding met verguld zilverbeslag, lijkt zij, samen met haar ouwelijke kindje, de devote beschouwers te begluren, terwijl deze na het slaan van een kruis hun gebeden tot haar richten. Volgens de overlevering werd deze ikoon door een pelgrim meegebracht uit Constantinopel. Let op de sieraden die smekelingen haar in ruil voor bijstand hebben geschonken en geniet daarna van het fraaie uitzicht en de rust !

Madonna_maria_Icoon_Lucas de evangelist
Icoon van de maagd Maria, toegeschreven aan Lucas, de evangelist,

Gastronomia Bolognese

In Bologna wilden wij de beroemde spaghetti alla Bolognese ook wel eens proeven. ‘No, no’, zei onze gastheer; ‘spaghetti alla Bolognese non esista’, bestaat niet, ‘è un mito’. Het is een wijdverbreide mythe !

Teleurgesteld gingen we toen maar op zoek naar een pizza Bolognese. Bij bestudering van het menu bleek zijn bewering onjuist: in een restaurantje op de incrocio Montegrappa stond tagliatelle Bolognese wel degelijk op het menu! In dit ristorante, zwaait een aardige identieke tweeling (‘gemelli identiche’) zeer gastvrij de scepter. Met hun fraai in jaren ‘60 stijl gekapte identieke hoofden en precies dezelfde gulle glimlach, waren zij slechts aan hun verschillend gekleurde truitjes te herkennen. Aanrader voor een goede Italiaanse maaltijd genoten in een sfeervolle omgeving. Heel anders dan het ons aanbevolen veel duurdere da Nello, gerund door ongastvrij, arrogant personeel.

Behalve voedsel voor de inwendige mens heeft Bologna veel geestelijk voer te bieden. Voor oude kunst kun je je hart ophalen in de Pinacoteca Nazionale, vlakbij de Due Torri, waarover zo meer. In het voormalige Jezuïetenklooster van Sant’Ignazio zijn werken van de 13e t/m de 18e eeuw te zien. Schilderijen van Giotto en tijdgenoten, 14e eeuwse fresco’s, en werken uit de periode van het Humanisme en de Renaissance van kunstenaars als Rafaël, Perugino, Carracci, maniëristen als Vasari en Parmiggianino en barokke meesters als Guido Reni. Na een ochtend (let op, het museum sluit al om 13.30), kun je in deze studentenwijk voor un tozzo di pane; voor een appel en een ei, een kop koffie met een panino gebruiken om krachten te verzamelen voor de volgende bezienswaardigheid; het beklimmen van de Torre degli Asinelli, de Bolognese tegenhanger van het torentje van Pisa. Na 500 treden wordt je letterlijk en figuurlijk adembenemend beloond met een wijds uitzicht !

corsi-di-formazione-bologna
Torre degli Asinelli

Voor liefhebbers van moderne en eigentijdse kunst is een bezoek aan het Mambo, het Modern Art Museum van Bologna een must. Een ruim en licht museum ondergebracht in een voormalige broodfabriek, waar behalve het Museo Morandi ook moderne en eigentijdse kunst vanaf WO II te zien is, met onder andere voorbeelden van Minimal Art en Arte Povera. Via Don Minzoni 14. Wie geïnteresseerd is in de ontstaansgeschiedenis van Bologna moet in het Palazzo Pepoli zijn. Hier is de ontwikkeling van de stad deels gepresenteerd aan de hand van moderne beeldmiddelen, vanaf de stichting in de Etruskische tijd tot nu te volgen. In een ‘virtueel theater’ stap je via een 3D-film zo in de geschiedenis van Bologna !

Morandi_Landschap_1936
Morandi, Landschap,1936

En verder terug in de tijd kunt u naar het Museo Civico Archeologico aan de Via dell’Archiginnasio, waarover ik hierboven al schreef. Hier tref je een boeiende, maar ouderwetse encyclopedische opstelling aan van Pre-historie, Egyptenaren, Etrusken, Grieken en Romeinen. Verrassend was de prachtige tentoonstelling, Egitto Splendore Millenario capolavori da Leiden a Bologna, waar het verhaal van het oude Egypte aan de hand van prachtige artefacten, teksten, mummiekisten en mummies tot 17 juli a.s. verteld wordt. Om deze tentoonstelling te zien non è necessario andare a Bologna, hoef je niet perse naar Bologna te reizen. De tentoonstelling is tot stand gekomen in samenwerking met het RMO in Leiden. Een groot aantal objecten zal daar vanaf 6 oktober te zien zijn in een nieuwe vaste opstelling.

Wie even genoeg heeft van musea (..) bezoeke het complesso monumentale di Santa Maria della Vita, wier barokke koepel het stadsbeeld domineert.

Bologna_Santa Maria della Vita
Bologna, Santa Maria della Vita

De stichting van deze kerk gaat terug op de reis die Raniero Barcobini Fasani in 1260 maakte. Zichzelf geselend onder het uitroepen van Pace, Pace, kwam hij vanuit Perugia aan in Bologna. Hij stichtte de orde der Battuti Bianchi, de frati flagellanti. Naast zelfkastijding hielden deze flagellanten zich bezig met de verzorging van zieken en pelgrims in hun gasthuis. Het aanpalende kerkje gewijd aan San Vito, werd wegens de vele genezingen omgedoopt tot ‘chiesa della Vita’. Deze middeleeuwse stichting groeide uit tot het huidige kunstrijke complex (toch weer een museum !) van Santa Maria della Vita annex oratorium.

Niccolò dell’Arca_Bewening
Bewening, Niccolo dell Arca in de Santa Maria della Vita

De belangrijkste bezienswaardigheid is de laat 15e eeuwse terracotta beeldengroep van Niccolò dell’Arca. Een expressieve bewening, waarbij de beeldhouwer alle registers van verdrietige emoties heeft open getrokken. Als je goed naar de verbijsterde, door verdriet overmande figuren kijkt, kun je bijna horen hoe hoe ze het uitschreeuwen. Letterlijk en figuurlijk ongehoord voor een kunstwerk uit de 15e eeuw. Het suggereren van dergelijke gemoedstoestanden geschilderd op het platte vlak is al knap, maar het driedimensionaal uitbeelden van dergelijke emoties was volkomen nieuw in die dagen.

Van links naar rechts: Jozef van Arimathea met hamer en nijptang, waarmee hij zojuist de spijkers uit Jezus handen en voeten heeft verwijderd. Direct naast hem staat Maria, de moeder van de zonen van Zebedeus (Jacobus de Meerdere en Johannes de Evangelist); ontzet knijpt zij in haar bovenbenen. Aan haar rechterzijde staan de handenwringende Madonna en Johannes, die sprakeloos zijn hand in een traditioneel gebaar van treurnis voor de mond geslagen heeft. Maria Cleophas probeert met haar handen tevergeefs het kwaad en onrecht af te weren en over Maria Magdalena de boetvaardige zondares, lijkt een stormwind te razen. Zij geeft in een welhaast macabere dans uiting aan haar verdriet. In schril contrast met deze dynamische figuren ligt daar heel sereen en verstild de gekruisigde op een met fraaie textiel bekleed bed.

Bijbelvasten onder de lezers zullen één figuur missen. De grote afwezige is Nicodemus, de ongelovige die hielp bij het overbrengen van het lichaam naar het graf. Volgens de overlevering droeg zijn beeld de gelaatstrekken van Giovanni Il Bentivoglio, een hoge piet in Bologna, wiens beeld na inname van de stad door Paus Jullius II in 1506 werd vernietigd om de herinnering aan deze voormalige signore (alleenheerser) van de stad, uit te wissen.

Eveneens bijzonder en in 1568 reeds bezongen door Vasari in diens Vite, is een beeldengroep uit 1522 in het oratorium, met het Ontslapen van de Maagd Maria, door Alfonso Lombardi. Een wervelende, uiterst realistische verbeelding geplaatst tegen een prachtige trompe-l’oeil; een bedrieglijk echt, maar geschilderd architectonisch décor. In de voorgrond ligt de ongelovige Hebreëer, die volgens de legende probeerde de baar omver te werpen. God strafte direct: zijn beide handen werden afgehakt. De man, zeer onthand, kwam echter meteen tot geloof, waarna een engel zijn handen weer vastplakte !

Tot slot noem ik nog even de tentoonstelling over Edward Hopper in het Palazzo delle Esposizioni. De expositie met ca. 60 werken, variërend van Parijse aquarellen, landschappen en stadsgezichten van de jaren ‘60 tot mooie beelden van desolate Amerikaanse landschappen en eenzame individuen is nog tot 24 juli in 2016 in Bologna te zien.

Dit en meer, zagen wij in Bologna !

Hopelijk heeft u met mijn verslag een goede virtuele reis naar Bologna gehad en mochten deze regels u geïnspireerd hebben om daadwerkelijk naar la Dotta af te reizen: dan zeg ik:

Buon Viaggio e a presto !

 

Geverifieerd door MonsterInsights