Beste Lezers,
In deze Museumtips neem ik u mee naar Leiden, waar Jan Steen ter gelegenheid van zijn 400ste geboortejaar leven in de brouwerij brengt. Het is feest in de stad. Daarvoor zijn geen slingers, maar wel 28 schilderijen van zijn hand opgehangen, naast werken van bevriende tijdgenoten.
In Den Haag verdient London Calling uw aandacht. In het Kunstmuseum kunt u schilderijen zien die 50 jaar geleden opzien baarden. Met Lucien Freud, David Hockney en vele tijdgenoten.
En in het Limburgs Museum kunt u de ‘Venlose’ Familie Goltzius ontmoeten. Met indrukwekkende prenten maakten zij naam in heel Europa.
Dit laatste geldt ook voor de Romeinen die hun macht zo’n 2000 jaar geleden tot in onze streken vestigden. In Garderen brengen 25 internationale zandkunstenaars de Romeinse tijd tot leven.
U vindt ook tips die ik al eerder publiceerde en nog actueel zijn. Zoals Israëls in de ban van Van Gogh, de tentoonstelling Meet SU Meet US in het Suriname Museum, Kunsthal Kade met de Stairway to..? en Back to Benin in Zwolle, Turner water en licht in Dordrecht , Metamorfosen in Amsterdam en last bus not least Birds in het Mauritshuis.
En ik attendeer u op de laatste lezing Metamorfosen van het seizoen bij de gelijknamige tentoonstelling in het Rijksmuseum, op woensdagmorgen 13 mei om 10.00 uur in de Cultuurhoek Driebergen en op Vrijdagmorgen 15 mei 10.00 uur in de Oosterkerk Zeist.
Thuis bij Jan Steen. 400 jaar Leven in de brouwerij tot en met 23 augustus in Museum de Lakenhal, Leiden

Na Zwolle (Thuis bij Ter Borch), Amsterdam (Thuis in de 17e eeuw) komen museumbezoekers Thuis bij Jan Steen in Leiden. Ter gelegenheid van het 400ste geboortejaar van misschien wel de vrolijkste kunstenaar van de 17e eeuw is het feest in de stad waar hij werd geboren en begraven.
Daarvoor zijn geen slingers, maar wel 28 schilderijen van zijn hand opgehangen, naast werken van bevriende tijdgenoten. Onder wie de Leidse fijnschilders Frans van Mieris, Ary de Vois, Gabriel Metsu en Quiringh van Brekelenkam, met wie hij graag een pint dronk. Allen waren lid van de Leidse kunstenaarsvereniging St. Lucas. Hun invloed is in Steens oeuvre herkenbaar is. Van Jan van Goyen, de vader van Jan Steens echtgenote Grietje, zie je een Gezicht op Leiden. Van zijn leertijd bij Van Goyen dateert Steens Landschap met een zandweg uit 1648.
De tentoonstelling met voornamelijk kleine en enkele grote werken wordt opgeleukt met blow-ups van aansprekende scènes. De samensteller van de tentoonstelling Lea van der Vinde karakteriseert Steen als een briljante verhalenverteller. Met een scherp oog voor detail legde hij het alledaagse leven vast. Met humor in de ware betekenis van het woord: een lach in een traan. Tegenwoordig ligt dat anders, maar destijds begreep de goede verstaander de verwijzing naar de onderliggende betekenis.
Deze tentoonstelling, de eerste sinds 100 jaar, maakt duidelijk dat het predicaat briljant niet alleen opgaat voor Steens narratieve talent, maar ook voor zijn veelzijdigheid in onderwerpkeuze en techniek. Terwijl de meeste 17e -eeuwse schilders zich toelegden op één tak van schilderkunst, zoals het portret of het landschap, beoefende Steen tal van genres. Naast de overbekende interieurstukken en herbergscènes schilderde hij monumentale historiestukken met mythologische- en Bijbelse scènes, zoals het heftige Christus verdrijft de geldwisselaars uit de tempel. Anders dan Steens jolige zelfportretten met geheven glas wellicht doen vermoeden kende Steen ook een andere kant. Hij doorliep de Latijnse School en stond ingeschreven bij de Leidse universiteit. Steen kende zijn klassieken. Het thema van de Bespotting van Ceres, dat hij in zijn eigen tijd ensceneerde, ontleende hij aan Ovidius Metamorfosen (1e eeuw). Hoe deze Romeinse dichter ook anderen, zelfs tot de huidige dag inspireerde, is tot 27 augustus in het Rijksmuseum te zien.
In zijn huiselijke scènes en historiestukken wisselde Steen een minutieuze, fijne penseelstreek af met losse, levendige toetsen. Evenals Frans Hals gebruikte Steen zijn echtgenotes en kinderen vaak als model. Zo kom je als beschouwer inderdaad… thuis bij Jan Steen. Naar de daarin afgebeelde bende verwijst het gezegde een huishouden van Jan Steen. Voor opruimen had hij geen tijd: als vader van 8 kinderen moest hij zijn aandacht verdelen tussen zijn schilderwerk, zijn taken als bierbrouwer en herbergier.
De tentoonstelling is thematisch ingericht. Je ziet Steen onder meer in relatie tot de Leidse fijnschilders. Andere onderwerpen zijn satire en spel en verhalende werken van velerlei soort zoals het geestige Doktersbezoek, waarin een chirurgijn onder het toeziend oog van de patiënt en haar moeder, de inhoud van een urinaal bestudeert. Waar gaat dit over? De sleutel aan de wand naast het hemelbed geeft, samen met het schilderij in het schilderij, het antwoord. Tijdgenoten zagen het meteen. Het meisje lijdt aan minnepijn of erger: ze is zwanger! Met het bovenstaande licht ik slechts een tipje op van de sluier. Let bij je bezoek aan de Lakenhal ook op de parallelle bijschriften. Verschillende werken inspireerden basisschoolleerlingen tot frisse observaties. Lees binnenkort meer op deze website.
Link: De Lakenhal
Familie Goltzius- Meesters uit Venlo tot en met 31 mei in het Limburgs Museum

In het Limburgs museum hebben de fascinerende Bourgondiërs plaats gemaakt voor een nieuwe dynastie: de ‘Venlose’ familie Goltzius. De Bourgondiërs deden wellicht nog een belletje rinkelen, maar of dat ook zo is bij de familie Goltzius?
Tot eind mei komen meesterwerken van de ‘beroemdste Europese -van oorsprong Venlose -kunstenaarsfamilie’ weer thuis. De tentoonstelling leert (of beter beweert) dat de roots van deze artistieke familie in Venlo liggen. Deze kunstenaars lieten hun sporen na in Haarlem, Keulen, Brugge, Londen en zelfs in Rome. Hun werk was niet alleen te vinden aan koninklijke hoven, maar ook in de huizen van de burgerij. De vermelding van Venlo als dè plaats van herkomst van de familie Goltzius is wellicht wat vergezocht. maar het doet niets af aan het belang van deze expositie, waarin je veel te weten komt over het kunstenaarsbedrijf in de 16e en 17e eeuw.
Als stamvader wordt de in Venlo woonachtige schilder Hubrecht Goltz genoemd, die zijn naam ontleende aan de Goltzhof, een Duitse boerenhoeve. Zijn kleinzoon Hubert Goltzius (1526-1583) woonde niet in Venlo, maar voor het Venlose stadsbestuur schilderde hij een indrukwekkend Laatste Oordeel (1577) met de wederkomst van Christus. Gezeten op een roze wolkenband komt Hij oordelen over de mensheid. Onder luid bazuingeschal staan de doorheen krioelende naakten op uit de dood. Opvallend is de gedetailleerde, anatomisch correcte weergave van het menselijk naakt. Meestal vind je de uitverkorenen ter rechterzijde van Christus, links voor de beschouwer, en de verdoemden aan de sinistere kant, links van Christus. In dit paneel zie je weinig verschil, maar een pentito die zich de haren uit het hoofd trekt spreekt boekdelen…
Niet alleen Hubrecht, Hubert en zijn achterneef Hendrick (1558-1617) waren getalenteerd. De familie stond volgens het persbericht ‘bol van de kunstenaars’. In Venlo leer je niet alleen de mannen, maar ook de vrouwen kennen, onder wie Hendricks echtgenote Margaretha Jansdr. Zij speelden in het kunstenaarsbedrijf een belangrijke rol.

De hoofdrol is weggelegd voor Hendrick Goltzius. Hij werd in Bracht-am-Nederrhein (vlakbij Venlo) geboren. Via zijn uitgever Philips Galle in Antwerpen raakten zijn talloze prenten verspreid, zoals de reeks met vallende mythologische figuren. Vanaf 1600 legt hij zich toe op de historieschilderkunst, waarin je invloeden van Rubens, Titiaan en anderen herkent. Tijdens een reis naar Italië (1590-1591) bestudeerde hij de Renaissance meesters en antieke gebouwen. Zijn vriend Karel van Mander maakt hier in zijn Schilder-Boeck uit 1604 melding van. In 1583 vestigde Hendrick zich in Haarlem. Met Van Mander en Cornelis van Haarlem richtte hij een ‘academie’ op, waar zij werkten ‘nae ’t leven’. Hun monumentale doeken met Bijbelse en mythologische scènes bevinden zich in het Frans Hals museum. In Venlo zie je zijn Zondeval (1610) en Stervende Adonis (1609). De fraai gemodelleerde lichamen getuigen van de eerdergenoemde studies ‘nae ’t leven’.
In de tentoonstelling ligt het zwaartepunt op de prentkunst. Behalve originelen van Hendricks hand worden ook exemplaren van zijn zwager Cornelis Drebbel en de zonen van Hendricks stiefzoon Jacob Matham (1571-1631) getoond. Zij borduurden niet zelden voort op het werk van Hendrick. In deze prenten zie je niet alleen invloeden van Italiaanse kunstenaars, maar ook hoe zij op hun beurt anderen inspireerden. Hun prenten bevatten nieuwsfeiten, portretten, religieuze en maatschappijkritische onderwerpen en prenten met moraliserende grappen, zoals de ondeugende prent van Hendricks broer Conrad. Onder de optilbare rok van een zich in de spiegel bewonderende dame wordt een vrijend paartje zichtbaar. 400 jaar geleden wisten ze het al: sex sells!
Vernieuwend was Hendricks toepassing van de zogeheten chiaroscuro houtsnede, waarmee gebruikmakend van meerdere blokken, prenten in verschillende kleuren konden worden vervaardigd.
Als kers op de taart wordt een recente ontdekking getoond: een prent voorstellende de Jacht naar God.
Ook al kwamen de leden van de familie Goltzius niet allemaal uit Venlo, de tentoonstelling biedt een mooi overzicht van hun rijke oeuvre alsook een interessant inkijkje in de kunstenaarspraktijk van die dagen.
Link: Limburgs Museum
London Calling, tot en met 7 juni in Kunstmuseum Den Haag

Het Haagse Kunstmuseum presenteert aan de lopende band nieuwe tentoonstellingen. Vaak zelfs gelijktijdig. Onlangs zag ik de tentoonstelling London Calling met werk van kunstenaars die vijftig jaar geleden opzien baarden. Nadat zij de leidende artistieke rol van Parijs had overgenomen was de Britse hoofdstad the place to be. De zogeheten School of London is inmiddels een moderne klassieker. In 1976 organiseerde de Amerikaanse kunstenaar R.B. Kitaj de tentoonstelling The Human Clay, waarin de term School of London werd gemunt. Een verzamelnaam voor vogels van verschillende artistieke pluimage met één gemene deler: de menselijke vorm. De bezoekers zagen hoe Henry Moore (1898-1986), David Hockney (1937) en 48 anderen de mens in beeld brachten. Geheel tegen de heersende tijdgeest -abstractie was het kernwoord- gingen deze kunstenaars gewoon door met figuratief werken.
Nou ja gewoon… Dat label past niet bij het werk van Francis Bacon, Lucien Freud en hun collega-schilders. En zeker niet bij Freuds bijna sculpturaal, ogenschijnlijk met gekleurde klei geplamuurde naaktportretten van modellen die hun beste tijd gehad hebben, zoals David and Eli uit 2003 en Standing by the Rags, voor wie Freuds toenmalige model en vriendin Sophie de Stempel in 1988 model stond. Ze lijken in niets op de klassieke, geïdealiseerde Venus van Milo, Titiaans Venus van Urbino of Canova’s Venus Victrix. Maar daar ging het ook niet om. In deze naaktportretten leefde Freud zich haast wellustig met dik opgebrachte verf uit. Hij schilderde zijn modellen in provocerende houdingen, met uitgezakte borsten, billen en spot-on de genitale zones. Met de bedoeling het publiek te choqueren. Épater la bourgeoisie was in de jaren ’60-’70 immers het devies.
In navolgende jaren werd de term School of London vooral gebruikt voor een selecte groep met Michael Andrews, Frans Auerbach, Francis Bacon, Lucian Freud, Leon Kossoff en Kitaj. Allen hebben in deze tentoonstelling een eigen zaal gekregen.
Zij werkten voornamelijk figuratief, maar niet in de traditionele zin van het woord. In de pasteus opgebrachte verf in Auerbachs Small portrait of E.O.W. (1957), is het even zoeken naar de daarin verstopte beeltenis van zijn muze Stella West. Dat geldt ook voor het door angst en ellende getekende zelfportret van Francis Bacon of zijn sterk vervormde portret van Isabel Rowsthorne. In de expositie is ook plaats voor verschillende vrouwelijke kunstenaars als Sandra Fischer, de echtgenote van R.B. Kitaj, Celia Paul, de vriendin van Lucian Freud en Sylvia Sleigh. Hun portretten van naakte mannen zijn letterlijk en figuurlijk van een ontwapenende directheid. Opvallend is de blik waarmee de in verschillende staat van opwinding verkerende heren de beschouwer recht aankijken: alsof ze willen zeggen: zie mij eens!
In de tentoonstelling kom je ook kunstenaars tegeen die de figuratie destijds trouw bleven, zoals Paula Rego. Van haar hand wordt een op William Hogarths satirisch-moraliserende reeks Marriage à-la-mode (1743-45) geïnspireerde reeks getoond, waarin zij met indringende autobiografisch getinte beelden het mislukken van een gearrangeerd huwelijk in beeld brengt. Ook Denzil Forrester, een kunstenaar met een migratieachtergrond, heeft een plek gekregen. Hij gebruikt de menselijke figuur om de in Londen neergestreken Caribische diaspora in beeld te brengen.
Na het (soms) picturale geweld van voornoemde kunstenaars vormen de in een helder palet geschilderde werken van David Hockney een aangenaam slotakkoord. Aan zijn in vrolijke kleuren geschilderde beelden ging evenwel een worsteling vooraf. In Tea Painting in an illusionistic Style uit 1961 of Third Love Painting uit 1960 verwerkte Hockney zijn ontluikende homoseksualiteit. Hierna klaarde zijn palet op. Van de seventies dateren zijn portretten van het echtpaar Mr. And Mrs. Clarke en de meesterlijk getroffen momentopname van My parents.
Na London Calling bezocht ik het kleurrijke universum van de 98-jarige Amerikaanse Lois Dodd. Haar werk bevindt zich op het snijvlak van figuratie en abstractie, waartoe ze geïnspireerd werd door Piet Mondriaan. Deze expositie is inmiddels afgelopen, maar via Youtube kun je haar alsnog leren kennen: Lois Dodd, Framing the Ephemeral.
Link: Kunstmuseum Den Haag
Het Romeinse Rijk in Zand. Beeldentuin, Garderen, 2026

Geïnteresseerd in het roemruchte verleden van de Romeinen? Bezoek dan de tentoonstelling Het Romeinse Rijk in Zand waar je de verbazingwekkende creaties van een internationale groep zandkunstenaars kunt bewonderen. De locatie lijkt vergezocht, maar ook op de Veluwe, boven de noordgrens van het Romeinse Rijk zijn sporen van Romeinse bewoning gevonden. Daarvan getuigen de spectaculaire resten van een Romeins legerkamp bij Ermelo, dat in de tweede eeuw plaats bood aan een verondersteld aantal van 6000 tot 8000 soldaten.
Sinds 5 jaar staat de zogeheten Neder-Germaanse Limes genoteerd op de Werelderfgoedlijst van Unesco. De samenstellers van de expositie grepen deze mijlpaal aan als thema voor het jaarlijkse ‘festival’ met zandsculpturen. Deze grens werd in de eerste eeuwen van onze jaartelling gemarkeerd door een keten van zo’n 20 grensforten en wachttorens langs de Rijn. In Archeologie Museum Hoge Woerd, ondergebracht in een replica van het daar gelokaliseerde Romeinse Castellum, kom je alles te weten over de daar gelegerde soldaten. Zij mochten tijdens hun 25-jarig contract niet trouwen, maar de natuur moest zijn loop hebben. Met lokale vrouwen stichtten zij gezinnen die in het aangrenzende kampdorp woonden. Onder de handen van zo’n 25 internationale kunstenaars komt het Romeinse Rijk in Garderen tot leven. De soms metershoge creaties verbeelden de opkomst, bloei en val van het Romeinse Rijk. De aandacht is niet alleen gericht op de (wan)daden van veroveringsgezinde keizers en soldaten. Je ziet ook minutieus vormgegeven stadsgezichten en straatscènes, waarin het alledaagse tot leven komt. Kleurrijke op religie en mythologie geïnspireerde scènes verlenen de expositie extra glans. Elke sculptuur vertelt een eigen verhaal. Zoals de scène waarin de Hongaarse kunstenaar Zsolt Thoth een vroeg voorbeeld van roofkunst in beeld brengt. In de episode waarin Romeinse soldaten de Menora uit de door hen in het jaar 70 verwoeste tempel van Jeruzalem meedragen, herken ik de voorstelling van de Triomfboog van Titus op het Forum Romanum. Mijn vermoeden dat de barst in de voorstelling geen toeval is wordt door de kunstenaar bevestigd. Met deze scheur brengt hij de toorn van Jaweh in beeld.

De Romeinen waren uit op expansie. Vooral tijdens de vroege veroveringstochten onder Julius Caesar ging het er niet zachtzinnig aan toe. In later tijden streefden de overheersers evenwel vreedzame co-existentie na met de overwonnen stammen. De lokale bevolking nam allerlei gebruiken en vaardigheden van hen over, zoals het schrift waaraan het lettertype Roman nog herinnert. Gebruikmakend van bakstenen en dakpannen nam de inheemse bevolking ook bouwmethoden over. In kookpotten en schalen van gedraaid aardewerk, kwamen nieuwe met olijfolie bereide gerechten op tafel. Het voorheen eenvoudige lokale menu werd bovendien aangevuld kip, perziken en wijn. Voorbeelden van deze acculturatie zijn in de talrijke voorstellingen te vinden.
Laat je bij binnenkomst in de Beeldentuin niet afschrikken door de eclectische, overvolle presentatie van hout gesneden creaties en (tuin)beelden die mogelijk niet naar je smaak zijn. In de deels overdekte opstelling wachten van historische toelichting voorziene zandsculpturen, die het predicaat kunstwerk waardig zijn. Ze worden letterlijk en figuurlijk in de bloemetjes gezet; we bevinden ons wel in een tuincentrum. De expositie wordt aangevuld met enkele authentieke bruiklenen van het RMO en Museum Hoge Woerd. Tot begin volgend jaar kun je in Garderen een leerzame en verrassende tijdreis maken naar het Romeinse verleden van ons land.
Link: Beeldentuin Garderen
Israëls in de ban van Van Gogh. Tot 8 juni in de Mesdag Collectie, Den Haag.

In deze intieme tentoonstelling wordt het werk van Isaac Israëls (1865-1934) en Vincent Van Gogh (1853-1890) vanuit een bijzondere invalshoek bezien. In de achtergrond van zeventien schilderijen verwerkte Israëls drie beroemde doeken van zijn voorganger. Uitgangspunt vormt de innige band tussen Israëls en de weduwe van Vincents broer Theo. Jo Bonger beheerde Vincents artistieke erfenis en zijn correspondentie.
Hoe innig? Haar brieven en dagboeknotities tussen 1895-1897 geven het antwoord. Het heeft iets voyeuristisch, maar dankzij de inspanningen van senior conservator Hans Luijten zijn de brieven die Israëls ooit voor her eyes only schreef voor iedereen te lezen op israelsletters.org.
Na een bijzondere middag in Israëls atelier vertrouwde Jo de volgende woorden toe aan haar dagboek:…’En ik schreef niets over dien middag bij Isaac Israels – ’t was maar een gril we hebben met vuur gespeeld- mais on ne badine pas avec l’amour’… (met liefde valt niet te spotten) In de vitrine ligt Jo’s dagboek. De bezoeker mag de woorden van de zorgvuldig uitgeknipte en zo gecensureerde regel zelf invullen.
Van deze jaren dateren Israëls lieflijke portretten van Jo en haar zoontje Vincent Willem. In 1895 besloot Israëls zijn brief aan Vriendin Jo nog met: de Jouwe. Het vuur doofde, maar de vriendschap bleef. Door de Brieven van Vincent die Jo in 1914 publiceerde, raakte Israëls in de ban van Vincent. Hij durfde het haast niet te vragen, maar op Israëls verzoek leende Jo de schilderijen die bij haar aan de muur hingen aan hem uit. Israëls was zo onder de indruk dat hij Vincents Zonnebloemen, de Slaapkamer en het Gele Huis in zijn eigen werk opnam. Tien daarvan zijn nu in de door conservator Lisa Smit en Hans Luijten samengestelde expositie te zien. De tussen 1915-1920 ontstane doeken getuigen van Israëls grenzeloze bewondering voor Van Gogh. Door contrasterende kleuren te gebruiken kwamen contrasteerden Israëls portretten mooi met Vincents Zonnebloemen en het Gele huis.*
Het Portret van een Vrouw voor Van Goghs Zonnebloemen toont een met sigaret gewapende onbekende dame. In zijn beeltenis van een Vrouw in profiel steekt een Indisch meisje met pronte borsten pikant af tegen Vincents Zonnebloemen. Bij het zien van deze creatie zou Vincent zijn ogen vast niet hebben geloofd! Israëls bewondering voor Vincent bereikt een hoogtepunt in zijn Portret van Prof. Dr. Mr. Isaac Bennie Cohen en zijn echtgenote, die hij zittend op een sofa vereeuwigde. Behalve het Gele huis projecteerde Israëls ook de Zonnebloemen en de Slaapkamer op de achterwand. Op een soortgelijke chaisse longue kan de bezoeker voor (kopieën van) deze schilderijen een selfie maken.
Israëls composities zijn interessant als artistieke vinding, maar naar hedendaagse maatstaven zijn ze ook een voorbeeld van toe-eigening. Door Vincents schilderijen in zijn eigen werk op te nemen -een bezigheid die hij zelf omschreef als ‘Vincenten’-, kon Israëls meeliften op de destijds snel stijgende populariteit van Van Gogh.
*Aan Vincents favoriete tint chroomgeel wijdt het Van Gogh Museum tot 18 mei een verrassende expositie
Link: Mesdag Collectie
Stairway to…? Tot en met 10 mei in Kunsthal KaDe, Amersfoort.

Wanneer je Amersfoort vanuit zuidelijke richting nadert zie je ‘m staan: de metershoge zwarte ladder in de buurt van Kamp Amersfoort. In de tentoonstelling wordt een kleinere versie getoond van dit door Armando (1929-1918) ontworpen oorlogsmonument: die Leiter 31-7-901990. Het is een van de indrukwekkendste objecten in de Amersfoortse Kunsthal. Tot 10 mei zie je hier trappen en ladders die soms letterlijk, maar ook in figuurlijke zin zijn ontsproten aan de fantasie van 40 kunstenaars. Behalve een fysiek hulpmiddel om hogerop te komen, vormt een ladder ook een symbool voor het stijgen in spiritueel en sociaal opzicht. Van beide toepassingen worden veelzijdige en vindingrijke beelden getoond.
Denkend aan ladders herinner ik mij een Bijbelse kleurplaat van de lagere school. Een slapende man droomt over een ladder waarlangs engelen omlaag en weer omhoogklimmen. Een verhaal van hoop op Gods bescherming in bange dagen. In de tentoonstelling zoek ik tevergeefs naar een afbeelding van deze in Genesis 28 beschreven Jacobsladder. Wel ontdek ik enkele oude boekillustraties met ladder beklimmende kopstukken uit verschillende wereldreligies. De geestelijke ladder van Johannes Climacus uit de zevende eeuw, waar met goede voornemens toegeruste christelijke klimmers vanaf tuimelen. Er wordt ook een dertiende eeuwse miniatuur getoond waarop Mohammed via een ladder hemelwaarts klautert. In een negentiende eeuwse illustratie daalt de Boeddha vanuit de hemel via een ladder af naar de aarde.
Er zijn veel hedendaagse- maar ook oude kunstwerken te zien. In de achtergrond van Adriaen van Ostade’s prent met een Familie in een interieur, leidt een ladder naar de vliering. Letterlijk en figuurlijk functioneel zijn ook de ladders in de van 1953 daterende Oogst van Pyke Koch en in Helen Verhoevens Kruisafname uit 2017 is de trap eveneens onontbeerlijk.
Je ziet voorbeelden van functionele huishoudtrappen tot sociale ladders, waarlangs mensen -soms gehinderd door obstakels- streven naar vooruitgang. Onder de noemer escalatie -van het Latijnse scala- zie je hoe kleine stappen in de juiste of verkeerde richting bepalend kunnen zijn in relaties of conflicten.
Via een vluchtladder kun je ontsnappen. De ladder staat soms ook voor (valse) hoop op een nieuw begin. Zoals in de imposante en deprimerende video van een groep mannen die welgemoed een vliegtuigtrap opgaat. Eenmaal boven blijkt echter dat deze niet verbonden is aan een vliegtuig.
De meest spectaculaire en hoopgevende ladder zag ik in de video Sky Ladder van Cai Guo-Qiang, die de Chinese kunstenaar opdroeg aan zijn 100-jarige grootmoeder. Na het aansteken van een lont plant een lopend vuurtje zich razendsnel voort om een onaards mooi schouwspel in gang te zetten. Een uit vuurwerk samengestelde ladder vat vervolgens vlam en reikt heel spectaculair 500 meter de lucht in. Je gelooft je ogen niet!
Benieuwd naar meer eigentijdse kunst met ladders? Bezoek ook de Elleboogkerk, waar tot 31 augustus Stephen Deans eigentijdse Installatie Echo met kleurrijke ten hemel reikende ladders te zien is.
Back to Benin Nieuwe Kunst, Eeuwenoud Erfgoed. Tot 8 juni in Museum de Fundatie, Zwolle

De kleurrijke tentoonstelling in de Fundatie werpt een blik op de koloniale periode, waarin het land te boek stond als het koninkrijk Benin. Aanleiding voor de expositie vormt de teruggave van een eeuwenoude bronzen plaquette uit de museumcollectie. Videobeelden nemen de bezoeker mee naar Nigeria, waar de directeur van de Fundatie Beatrice von Bormann verschillende kunstenaars die nu in Zwolle te zien zijn ontmoet. Zij lieten zich inspireren door het koloniale verleden. Sinds de discussies over restitutie van de in 1897 door de Britten geroofde Benin Bronzen, staat de geschiedenis en de kunst van Benin in de belangstelling. In deze video demonstreren eigentijdse bronsgieters hoe zij hun ambacht, de cire perdue methode nog steeds op traditionele wijze beoefenen. Een met bijenwas bekleed model wordt, ingepakt in rode klei, in een houtvuurtje verhit. In de holle ruimte die na het smelten van de was tussen het model en de omhullende klei ontstaat, wordt vloeibaar brons gegoten. Na afkoeling wordt de klei eraf getikt en komt de creatie tevoorschijn.
Von Borrmann was niet alleen op werkbezoek. De video toont ook het plechtige moment waarop de overdracht van de Ama O Ghe Ehen, de met een moddervis gesierde bronzen plaquette, officieel wordt bekrachtigd. Behalve vertegenwoordigers uit de museumwereld zijn ook twee afgevaardigden van het koninklijk paleis aanwezig. Het oude paleis werd in de late negentiende eeuw weliswaar door de Britten leeggeroofd en platgebrand, maar het vorstenhuis van Benin bestaat nog steeds. De huidige in 2016 gekroonde zogeheten Oba Ewuare II fungeert niet als soeverein staatshoofd, maar als hoeder van de cultuur van het oorspronkelijke Edo-volk.
De begeleidende catalogus geeft antwoord op vragen rond de herkomstgeschiedenis van de plaquette, die in 1932 door directeur Dirk Hannema werd aangekocht. Foto’s in oude tentoonstellingscatalogi getuigen van de omzwervingen van dit object dat via Parijs, New York en Amsterdam uiteindelijk in Zwolle terechtkwam. Pas in 2020 kwam de discussie rondom de teruggave van koloniaal erfgoed daadwerkelijk op gang. De restitutie van de bronzen plaat uit de Fundatie markeert een belangrijke stap in de bewustwording over de bedenkelijke kanten van het koloniale verleden. Von Borrmann houdt zich al langer bezig met deze kwestie. In 2021 was zij betrokken bij de tentoonstelling Kirchner en Nolde: Expressionisme. Kolonialisme. In het Amsterdamse Stedelijk werden enkele in 1897 door de Britten geroofde Benin Bronzen getoond.
Geïnspireerd op de teruggave van de plaquette zijn tien Nigeriaanse kunstenaars een dialoog aangegaan met de geschiedenis, de symboliek en de cultuur van het oude Benin. In de ruim ingerichte zalen zijn behalve objecten van brons ook schilderijen en monumentale textiele werken te bewonderen. Aan de hand van oude foto’s en documenten wordt de koloniale geschiedenis in beeld gebracht.
Birds; Curated by the Goldfinch & Simon Schama. Mauritshuis Den Haag Tot 8 juni 2026

Rijksmuseum, Amsterdam
Wellicht herinnert u zich nog de inspirerende televisieserie, waarin de Britse (kunst)historicus Simon Schama naar aanleiding van zijn boek The Embarrasment of Riches, op bevlogen wijze vertelde over deHollandse burgercultuur van de 17e eeuw. De zojuist geopende tentoonstelling is geïnspireerd op een uit 2023 daterende publicatie waarin hij beschrijft hoe de relatie tussen mens en dier is ontspoord.
Birds behandelt de kijk van de mens op vogels in de breedste zin van het woord. Het alom bekende Puttertje uit het Mauritshuis hielp gastcurator Schama bij het samenstellen van de tentoonstelling.
In vijf hoofdstukken wordt verteld hoe vogels werden gevangen om op te eten of om, al dan niet gekooid, mee te pronken. Je ziet voorbeelden van jachttrofeeën en kleding accessoires gemaakt van vogelveren. In symbolische zin staan vogels daarenboven ook voor liefde, spiritualiteit en …vrijheid. De gevederde vrienden hebben kunstenaars door de eeuwen heen geïnspireerd tot kleurrijke, soms ook ontroerende creaties. Solitair vereeuwigd of als bijwerk; al dan niet met een symbolische betekenis. Daarnaast zie je op vogels geïnspireerde sculpturen, hedendaagse kunstobjecten, audiovisuele installaties en interessante oude en hedendaagse met exotische veren vervaardigde voorwerpen. Functionele en rituele- maar ook modieuze creaties, waarin de dragers letterlijk pronkten met andermans veren. Het absolute hoogte- of beter dieptepunt, betreft een met exotische veren geknutselde ‘vreemde vogel’. Dit ornament werd in de vroege 20e eeuw als hoedenveer gedragen. Soortgelijke absurditeiten inspireerden een aantal welgestelde dames in 1891 tot de oprichting van de Bond ter bestrijding eener Gruwelmode, waaruit in 1899de Vogelbescherming Nederland voortkwam. Het thema van bedreigde vogelsoorten is anno 2026 nog steeds actueel. Met een commercial vroeg Greenpeace al in 1997 om aandacht voor de vervuiling van oppervlaktewater. Tijdens haar dans raakt de Stervende Zwaan besmeurd met stookolie, waarmee het door Tsjaikovski getoonzette sprookje van het Zwanenmeer verandert in een zwarte nachtmerrie.
Het vermogen van vogels om te vliegen heeft de mens millennia lang geboeid. In een blow-up van een prent van Golzius tuimelt de overmoedige Icarus in vrije val omlaag. De vliegkunst hield ook Leonaro da Vinci bezig. Van zijn hand zie je studies van vogels in vlucht. Gebaseerd op deze observaties ontwierp Leonardo enkele ingenieuze vliegtoestellen, die hij wijselijk niet zelf uitprobeerde.
Dit en meer is tot en met 8 juni in het Mauritshuis te zien.
Link: Mauritshuis Birds
Turner: Water en Licht, in het Dordrechts Museum tot en met 14 juni 2026

Ter gelegenheid van de 250ste geboortedag van Joseph Mallord William Turner (1775-1851) organiseert het Dordrechts Museum een tentoonstelling van zijn werk waarin water en licht centraal staan. In deze elementen vonden 17e -eeuwse meesters als Aelbert Cuyp, Jacob van Ruisdael en Ludolf Bakhuizen eveneens inspiratie. Hun werk werd door Turner bewonderd en op eigen wijze nagevolgd. Op zijn beurt zette Turner latere kunstenaars aan tot creativiteit. Via een touchscreen kun je door een van Turners schetsboeken bladeren met impressies van de haven en de Grote Kerk van Dordrecht. Op een van de bladen herken je zijn poging om Hollandse woorden te leren. Geen waste of effort, want Turner bezocht Nederland meermaals, zoals je in de biografische dramafilm Mr. Turner uit 2014 kunt zien. In 1818 was hij al aardig taalvaardig. Hij lichtte de schets van de pakketboot uit Rotterdam met een lokaal woord toe: Dort!
Het op deze schets gebaseerde monumentale doek Dort, or Dordrecht: The Dort Packet Boat from Rotterdam Becalmed (1818)uit het Yale Center for British Art in New Haven is de absolute blikvanger. aan de hand van de met een scherp oog voor (atmos)sferische stemmingen verstilde rivierlandschappen en zijn latere abstracte zeegezichten wordt Turners ontwikkeling in beeld gebracht. Zijn ruige zeegezichten weerspiegelen kracht en schoonheid, maar ook de gevaren van de zee en dat brengt de bezoeker bij het werk van visueel kunstenaar Nicky Assmann.
Ook zij is geboeid door de oerkracht van licht en water. Geïnspireerd door de dramatische klimatologische ontwikkelingen van onze tijd ontwierp zij enkele originele dynamische installaties. Met een hendel kan de bezoeker de installatie Solaris in gang zetten. Uit een met water en zeep gevulde bak komen kleurrijke ‘gordijnen’ omhoog. Voordat deze in het niets oplossen, ontstaat voor enkele momenten een fascinerend kleurrijk schouwspel dat Assmann omschrijft als een turbulente choreografie van iriserende kleuren. Je zou er een verwijzing in kunnen zien naar het op 17e -eeuwse schilderijen veelvuldig voorkomende vanitassymbool van de Homo Bulla. Het leven van de mens is -nog steeds of nu zelfs meer dan ooit- als een zeepbel…
Met de fantasierijke kinetische sculptuur in de vorm van een telescoop, worden kleurexplosies geprojecteerd. Dat is op zich al indrukwekkend, maar deze zogeheten Abysses of the Sorching Sun beweegt heel spectaculair real time mee met de baan van de zon. Het terugkaatsende licht zet de beschouwer niet alleen in een warme gloed, maar ook aan het denken.
Link: Dordrechts Museum Water en Licht
Metamorfosen, tentoonstelling Rijksmuseum, tot en met 25 mei 2026

In samenwerking met de Galleria Borghese in Rome presenteert het Rijksmuseum een boeiende expositie over gedaanteverwisselingen in de kunst. Tachtig topstukken bieden een veelvormige staalkaart van mooie en minder mooie eigenschappen. In schilderijen van Titiaan, Correggio, Cellini, Caravaggio en Rubens herken je: passie, verlangen, wellust, jaloezie, list en bedrog. Geïnspireerd op deze universele sentimenten schreef de Romeinse dichter Publius Ovidius Naso zijn Metamorfosen (8 n. Chr.). In letterlijk en figuurlijk onaards mooie dichtregels vertelt de auteur over chaos, kosmos en wonderlijke transformaties van goden en stervelingen. Op cruciale momenten namen zij als bij toverslag een andere gedaante aan. In veel gevallen vormt liefde of wellust de aanleiding voor de transformatie.
Om hun doel te bereiken schuwden de goden geweld en bedrog evenmin, aldus conservator Frits Scholten. Luca Giordano’s doek uit 1696 geeft daar aan het eind van de tentoonstelling een bloedstollend voorbeeld van. Omdat hij in zelfoverschatting de multi-taskende god Apollo voor een muziekwedstrijd had uitgedaagd, werd de satyr Marsyas levend gevild. Deze gruwelijke marteling werd in de Renaissance uitgelegd als een troostrijke transitie, want de ziel werd uit het lichaam bevrijd. Dit schilderij wordt in de opstelling gespiegeld aan Magritte’s surrealistische Modèle Rouge III uit 1937, waarin twee enkellaarsjes veranderen in blote voeten of is het andersom? Dankzij Karel van Manders Groot Schilderboeck (1604) werden Ovidius Metamorfosen in ons land populair. In zijn bewerking voorzag hij de verhalen van een moraliserende boodschap. Rubens, Rembrandt en andere historieschilders putten inspiratie uit deze schildersbijbel. En zij niet alleen. Ovidius blijft kunstenaars tot in onze dagen inspireren.
De reis door het geaccidenteerde dichterlijke landschap van Ovidius vangt lieflijk aan. Op een doek uit 1628 laat Nicolas Poussin Apollo drinken uit een met poëtische inspiratie gevulde gouden beker. In de vitrine wordt een met email- en goudverf versierde bokaal getoond met Orpheus en de dieren. In de volgende ruimte wordt de Schepping van de aarde vanuit mythologisch en Bijbels perspectief verteld. De bezoeker ontdekt een verrassende parallel tussen het christelijke scheppingsverhaal en Ovidius versie van de ontstaansgeschiedenis van de aarde. Hier zie je Constantin Brancusi’s minimalistische verbeelding van Prometheus, de Titaan die uit klei de eerste mens schiep. Evenals voor zijn sculpturen van Pasgeborenen koos Brancusi voor de vorm van een ei als oorsprong van alle leven.
Na deze introductie wordt het genieten van vindingrijkheid. Niet alleen van Ovidius en de verleidingskunsten van de oppergod Jupiter, maar ook van de creaties van talrijke oude- en hedendaagse kunstenaars. Wellicht gedreven door de innerlijke wens tot escapisme, blijven Jupiters amoureuze avonturen bij kunstenaars populair. Onttrokken aan de blik van zijn jaloerse echtgenote Hera, gaf Jupiter zich vermomd als stier, zwaan of, zoals in schilderijen van Titiaan en Hendrick Goltzius, in een wolk van goudenregen over aan zijn nieuwe veroveringen. Op 13 mei verwacht ik een lezing over Metamorfosen te geven in de cultuurhoek Driebergenen op15mei in de Oosterkerk Zeist.
Link: Rijksmuseum Amsterdam Metamorfosen
Meet SU Meet US, tot en met 17 mei in het Suriname Museum, Amsterdam.

Valt er na de Grote Suriname tentoonstelling van 2020 nog wat te vertellen over de voormalige kolonie en haar bevolking? Ja, dat kan. In het Suriname Museum aan de Zeeburgerdijk heeft het kleurrijke verhaal over Nederland en Suriname vijftig jaar na de onafhankelijkheid een permanente plek gekregen. Hier kunnen Nederlanders en Surinaamse Nederlanders kennisnemen van hun gedeelde geschiedenis, die dateert van 1667. Op 26 februari van dat jaar zette een Zeeuwse kapitein voet aan wal op deze toen nog onbekende, als ‘wilde’ kust omschreven plek.
Kort daarna verscheen een Nieuwsbrief uit 1667 waarin de ‘heerlijke overwinning van Pirmeriba’ werd bekend gemaakt. De exotische locatie werd omgedoopt in Nieuw Middelburg. De Zeeuwen eigenden zich een aandeel toe in de slavenhandel. De vanuit West-Afrika geroofde arbeidskrachten werden te werk gesteld op de honderden plantages, waar suiker, tabak, cacao en verfhout werd geproduceerd. De overzeese economie dreef op de kurk van de slavernij. Gerrit Schoutens ogenschijnlijk idyllische diorama van katoenplantage Zeezicht geeft een inkijkje in het dagelijks leven. Het valt niet op, maar in de achtergrond sleept een opzichter te paard een slaafgemaakte man mee aan een inmiddels verteerd koord. Dit touw mag verteerd zijn dat geldt niet voor de herinneringen aan dit verleden. Daarvan getuigt het hedendaagse wandkleed in het Haagse Kunstmuseum. Het monumentale geborduurde epos kwam onder veelkleurige handen tot stand. Het is één van de inmiddels 7 wandkleden die in het kader van het participatie project Draden van Ons Nederlandse Slavernijverleden in verschillende Nederlandse provincies zijn gecreëerd.
Surinaamse Nederlanders kennen de ‘laatste resten tropisch Nederland’, zoals W.F. Hermans Suriname in 1969 omschreef, als hun geboorteland. Het is misschien misschien een droombestemming, maar de koloniale geschiedenis zelf is een nachtmerrie. In de opstelling wordt het zwarte slavernijverleden getoond, maar in de chronologisch thematische opstelling ervaart de bezoeker ook verwantschap, hoop en verbroedering.
Aan de hand van materieel en immaterieel erfgoed brengt de openingstentoonstelling Meet Su Meet Us de vele facetten van de door immigratie gevormde gemêleerde Surinaamse samenleving in beeld. Alle bevolkingsgroepen krijgen een gezicht en middels oral history een stem. Ook oorspronkelijke bewoners als de Caraïben, Arowakken en Wayana’s.
Link: Suriname Museum
Betoverend Nidden. Marie Tak van Poortvliet Museum, Domburg. Tot 29 juni 2026

Nog nooit van Nidden gehoord? Neem dan een kijkje in de bijzondere tentoonstelling in het Domburgse Marie Tak Van Poortvliet Museum. Badgasten en lezers van mijn museumtip over Jacoba van Heemskerck kennen dit kleine museum in de Zeeuwse badplaats wel. Dit voorjaar worden onbekende, inspirerende werken getoond uit de Litouwse kunstenaarskolonie Nidden (thans bekend als Nida). Een betere locatie voor de schilderijen die aan de zogeheten Koerse Schoorwal ontstonden is nauwelijks denkbaar. Zon, zee, hoge duinen en het sprankelend licht boven de lagune in de Baltische Zee kenmerken ook de omgeving van Domburg.
Zoals kunstenaars als Piet Mondriaan, Jan Toorop en Jacoba van Heemskerck naar de Zeeuwse badplaats trokken, brachten kunstenaars die opgeleid waren aan de Kunstacademie van Köningsberg hun zomers eveneens graag door aan de kust. Rond 1900 waren Lovis Corinth (1858-1925), Max Pechstein (1881-1955) van die Brücke en Karl Schmidt-Rottluff (1884-1976) hier te vinden.
Niet alleen schilders, maar ook de auteur Thomas Mann streek neer op Nidden. Een ansichtkaart geeft een ogenschijnlijk harmonieuze impressie van de schrijver met zijn kleine kinderen, van wie enkelen een ongelukkig leven wachtte.
Ongeluk is in de getoonde tekeningen, litho’s en schilderijen ver te zoeken. We zien vrolijke meisjes met gevlochten haar en een welhaast mediterrane impressie van het huis van Thomas Mann.
Tijdens de opmars van Hitler werd de Koerse Schoorwal ingelijfd bij het Derde Rijk. Na WOII werd Litouwen een Sovjetrepubliek. De blijdschap van haar na de Wende herwonnen onafhankelijkheid is nu omgeslagen in angst voor het vanuit het Oosten dreigende gevaar, maar daarvan zie je in de geëxposeerde werken geen spoor.
Discovering Ancient Egypt tot en met 3 mei in het RMO Leiden

Een bijdrage in het winternummer van Kunstschrift deed mijn fascinatie voor het oude Egypte herleven. Als tiener maakte ik in 1969 een werkstuk over Toet-Anch-Amon. In 1922 was de ontdekking van zijn nog verzegelde graf wereldwijd voorpaginanieuws. Vanaf zijn mummiekist blikt de jonggestorven farao de toekomst onverschrokken tegemoet. De zanger Panesy slaat de bezoekers eveneens met een onbewogen uitdrukking gade. In mijn werkstuk noteerde ik een citaat uit Het Beste van augustus 1960:…’SOS voor de tempels van Nubië. … Tenzij de wereld edelmoedig en snel in de buidel tast zal Egypte’s nieuwe stuwdam bij Assoean duizenden van ’s mensen oudste en waardevolste scheppingen doen overspoelen’…
In 1969 organiseerde UNESCO een grootscheepse reddingsactie. Voor haar steun werd Nederland beloond met een geschenk uit het bedreigde gebied. De tempel staat in de voorhal van het RMO, waar nu de tentoonstelling Discovering Ancient Egypt te zien is.
Voor Toet-anch-amon moet je naar het indrukwekkende Grand Egyptian Museum dat onlangs in de nabijheid van de piramides is geopend. In Leiden kun je de oudheden niet alleen bewonderen; in deze expositie worden ook de resultaten van (natuur)wetenschappelijke onderzoek belicht. Je verneemt bovendien dat farao’s uit het Nieuwe Rijk en de Fatimiden en Mammelukken na hen, met belangstelling terugkeken op hun beroemde voorgangers van het Midden- en Oude Rijk. De fascinatie voor- en de pogingen om de geheimen van het oude Egypte te ontrafelen gaat door. Deze zoektocht wordt geïllustreerd met dierenmummies, prachtig versierde teksten op papyrus, sculpturen en manuscripten. Het gaat daarbij om meer dan de verwondering over de esthetische kant van de objecten. Recente ontdekkingen met onderzoeks-methoden als de MRI-scan verlenen de expositie een extra dimensie. De CT-scan van de mummiehuls van de Panesy bracht verrassend genoeg niet het lichaam van een man aan het licht, maar dat van een vrouw. De kist werd kennelijk zonder angst voor repercussies van de goden van het hiernamaals gerecycled voor het stoffelijk overschot van een onbekende vrouw. Dit en meer zie je tot en met 3 mei in het Leidse RMO. Link: RMO Leiden
De Werelden van Jan Toorop, een artistieke zoektocht. Van 21 januari tot 11 mei in Singer Laren

In de zomers van de vroege twintigste eeuw was Jan Toorop (1858-1928) vaak in het landelijke Domburg te vinden. Weg van de grote stad en de industrialisatie bracht hij het eenvoudige leven van de lokale bevolking in beeld. Met zijn Zeeuwse- en vroegere symbolistische werken heeft hij naam gemaakt, maar Toorop heeft ook andere avant-garde stromingen ‘uitgeprobeerd’. Werken waarin hij een impressionistische, pointillistische endivisionistische toets hanteerde geven een indruk van zijn levenslange artistieke zoektocht. In de expositie leer je hem kennen als artistieke omnivoor. Dit beeld wordt aangevuld met werk van tijdgenoten en navolgers. Geïnspireerd op werk van Paul Gauguin en James McNeil Whistler ontwikkelde Toorop een unieke beeldtaal, waarin elementen van eigentijdse Europese kunst en de Javaanse beeldcultuur samen komen. Behalve in contemporaine stromingen vond hij ook inspiratie in herinneringen aan Indonesië, waar hij in 1858 als zoon van Nederlands-Indische ouders werd geboren. Zijn symbolistische werken met beweeglijke lijnen vertonen echo’s van het Wajangspel.
Werken op papier, sculpturen en originele correspondentie bieden een nieuw Aziatisch perspectief op Toorop, die sinds jaar en dag voornamelijk als een belangrijke Nederlandse avant-gardist werd gezien. Met hedendaagse begrippen als ‘koloniale migrant’ en ‘man van kleur’ wordt zijn profiel naar huidige criteria geactualiseerd. De expositie geeft Toorop zijn ware identiteit terug, aldus de samenstellers van de tentoonstelling.
De expositie besteedt ook aandacht aan zijn bekering tot het Rooms-Katholieke geloof. In deze keuze speelde zijn relatie met de dichteres en kunstenaar Miek Janssen een belangrijke rol. De veertien kruiswegstaties uit de St. Bernulphuskerk in Oosterbeek en bruiklenen uit Museum Catharijneconvent getuigen van zijn religieuze bevlogenheid.
Een artikel over Jan Toorop in Singer vindt u hier