Beste Lezers,
Tijdens de jaarlijkse TEFAF in Maastricht kun je in één dag door 7000 jaar kunstgeschiedenis lopen en je daarbij verwonderen over de ontelbare museumwaardige kunstschatten die te koop zijn ook. Ook dit jaar weer heel bijzonder. Maar geen vervanging van onze grote en kleine musea, waar je in alle rust kunt genieten van overzichtelijke presentaties.
In deze tips neem ik u mee naar de Mesdag collectie, waar je in de intieme tentoonstelling Israëls in de ban van Van Gogh ziet hoe Israels de Slaapkamer en de Zonnebloemen van de door hem bewonderde Van Gogh een plek gaf in zijn eigen werk.
We bezoeken het nieuwe Suriname Museum in Amsterdam. Met een wandeling door de gedeelde koloniale geschiedenis nodigt de tentoonstelling Meet Su Meet Us de bezoeker uit voor een ontmoeting met Suriname en de Surinamers.
In de Amersfoortse Kunsthal stijgen we op. Stairway to…?. Veertig oude en hedendaagse kunstenaars verwerkten trappen en ladders in hun artistieke creaties. Niet alleen om fysiek hogerop te komen maar ook in spiritueel en sociaal opzicht.
In Zwolle vinden we hedendaagse kunst in de tentoonstelling Back to Benin Nieuwe Kunst, Eeuwenoud Erfgoed. De kleurrijke met werk van Nigeriaanse kunstenaars ingerichte tentoonstelling werpt een blik op hun beleving van de koloniale tijd in Benin, zoals Nigeria destijds te boek stond. De teruggave van een eeuwenoude bronzen plaquette uit museum de Fundatie vormt de aanleiding voor de expositie
U vindt ook tips die ik al eerder publiceerde en die nog actueel zijn.
En ik attendeer u op de laatste lezing Metamorfosen van het seizoen bij de gelijknamige tentoonstelling in het Rijksmuseum, op woensdagmorgen 13 mei om 10.00 uur in de Cultuurhoek Driebergen en op Vrijdagmorgen 15 mei 10.00 uur in de Oosterkerk Zeist.
Israëls in de ban van Van Gogh. Tot 8 juni in de Mesdag Collectie, Den Haag.

In deze intieme tentoonstelling wordt het werk van Isaac Israëls (1865-1934) en Vincent Van Gogh (1853-1890) vanuit een bijzondere invalshoek bezien. In de achtergrond van zeventien schilderijen verwerkte Israëls drie beroemde doeken van zijn voorganger. Uitgangspunt vormt de innige band tussen Israëls en de weduwe van Vincents broer Theo. Jo Bonger beheerde Vincents artistieke erfenis en zijn correspondentie.
Hoe innig? Haar brieven en dagboeknotities tussen 1895-1897 geven het antwoord. Het heeft iets voyeuristisch, maar dankzij de inspanningen van senior conservator Hans Luijten zijn de brieven die Israëls ooit voor her eyes only schreef voor iedereen te lezen op israelsletters.org.
Na een bijzondere middag in Israëls atelier vertrouwde Jo de volgende woorden toe aan haar dagboek:…’En ik schreef niets over dien middag bij Isaac Israels – ’t was maar een gril we hebben met vuur gespeeld- mais on ne badine pas avec l’amour’… (met liefde valt niet te spotten) In de vitrine ligt Jo’s dagboek. De bezoeker mag de woorden van de zorgvuldig uitgeknipte en zo gecensureerde regel zelf invullen.
Van deze jaren dateren Israëls lieflijke portretten van Jo en haar zoontje Vincent Willem. In 1895 besloot Israëls zijn brief aan Vriendin Jo nog met: de Jouwe. Het vuur doofde, maar de vriendschap bleef. Door de Brieven van Vincent die Jo in 1914 publiceerde, raakte Israëls in de ban van Vincent. Hij durfde het haast niet te vragen, maar op Israëls verzoek leende Jo de schilderijen die bij haar aan de muur hingen aan hem uit. Israëls was zo onder de indruk dat hij Vincents Zonnebloemen, de Slaapkamer en het Gele Huis in zijn eigen werk opnam. Tien daarvan zijn nu in de door conservator Lisa Smit en Hans Luijten samengestelde expositie te zien. De tussen 1915-1920 ontstane doeken getuigen van Israëls grenzeloze bewondering voor Van Gogh. Door contrasterende kleuren te gebruiken kwamen contrasteerden Israëls portretten mooi met Vincents Zonnebloemen en het Gele huis.*
Het Portret van een Vrouw voor Van Goghs Zonnebloemen toont een met sigaret gewapende onbekende dame. In zijn beeltenis van een Vrouw in profiel steekt een Indisch meisje met pronte borsten pikant af tegen Vincents Zonnebloemen. Bij het zien van deze creatie zou Vincent zijn ogen vast niet hebben geloofd! Israëls bewondering voor Vincent bereikt een hoogtepunt in zijn Portret van Prof. Dr. Mr. Isaac Bennie Cohen en zijn echtgenote, die hij zittend op een sofa vereeuwigde. Behalve het Gele huis projecteerde Israëls ook de Zonnebloemen en de Slaapkamer op de achterwand. Op een soortgelijke chaisse longue kan de bezoeker voor (kopieën van) deze schilderijen een selfie maken.
Israëls composities zijn interessant als artistieke vinding, maar naar hedendaagse maatstaven zijn ze ook een voorbeeld van toe-eigening. Door Vincents schilderijen in zijn eigen werk op te nemen -een bezigheid die hij zelf omschreef als ‘Vincenten’-, kon Israëls meeliften op de destijds snel stijgende populariteit van Van Gogh.
*Aan Vincents favoriete tint chroomgeel wijdt het Van Gogh Museum tot 18 mei een verrassende expositie
Link: Mesdag Collectie
Stairway to…? Tot en met 10 mei in Kunsthal KaDe, Amersfoort.

Wanneer je Amersfoort vanuit zuidelijke richting nadert zie je ‘m staan: de metershoge zwarte ladder in de buurt van Kamp Amersfoort. In de tentoonstelling wordt een kleinere versie getoond van dit door Armando (1929-1918) ontworpen oorlogsmonument: die Leiter 31-7-901990. Het is een van de indrukwekkendste objecten in de Amersfoortse Kunsthal. Tot 10 mei zie je hier trappen en ladders die soms letterlijk, maar ook in figuurlijke zin zijn ontsproten aan de fantasie van 40 kunstenaars. Behalve een fysiek hulpmiddel om hogerop te komen, vormt een ladder ook een symbool voor het stijgen in spiritueel en sociaal opzicht. Van beide toepassingen worden veelzijdige en vindingrijke beelden getoond.
Denkend aan ladders herinner ik mij een Bijbelse kleurplaat van de lagere school. Een slapende man droomt over een ladder waarlangs engelen omlaag en weer omhoogklimmen. Een verhaal van hoop op Gods bescherming in bange dagen. In de tentoonstelling zoek ik tevergeefs naar een afbeelding van deze in Genesis 28 beschreven Jacobsladder. Wel ontdek ik enkele oude boekillustraties met ladder beklimmende kopstukken uit verschillende wereldreligies. De geestelijke ladder van Johannes Climacus uit de zevende eeuw, waar met goede voornemens toegeruste christelijke klimmers vanaf tuimelen. Er wordt ook een dertiende eeuwse miniatuur getoond waarop Mohammed via een ladder hemelwaarts klautert. In een negentiende eeuwse illustratie daalt de Boeddha vanuit de hemel via een ladder af naar de aarde.
Er zijn veel hedendaagse- maar ook oude kunstwerken te zien. In de achtergrond van Adriaen van Ostade’s prent met een Familie in een interieur, leidt een ladder naar de vliering. Letterlijk en figuurlijk functioneel zijn ook de ladders in de van 1953 daterende Oogst van Pyke Koch en in Helen Verhoevens Kruisafname uit 2017 is de trap eveneens onontbeerlijk.
Je ziet voorbeelden van functionele huishoudtrappen tot sociale ladders, waarlangs mensen -soms gehinderd door obstakels- streven naar vooruitgang. Onder de noemer escalatie -van het Latijnse scala- zie je hoe kleine stappen in de juiste of verkeerde richting bepalend kunnen zijn in relaties of conflicten.
Via een vluchtladder kun je ontsnappen. De ladder staat soms ook voor (valse) hoop op een nieuw begin. Zoals in de imposante en deprimerende video van een groep mannen die welgemoed een vliegtuigtrap opgaat. Eenmaal boven blijkt echter dat deze niet verbonden is aan een vliegtuig.
De meest spectaculaire en hoopgevende ladder zag ik in de video Sky Ladder van Cai Guo-Qiang, die de Chinese kunstenaar opdroeg aan zijn 100-jarige grootmoeder. Na het aansteken van een lont plant een lopend vuurtje zich razendsnel voort om een onaards mooi schouwspel in gang te zetten. Een uit vuurwerk samengestelde ladder vat vervolgens vlam en reikt heel spectaculair 500 meter de lucht in. Je gelooft je ogen niet!
Benieuwd naar meer eigentijdse kunst met ladders? Bezoek ook de Elleboogkerk, waar tot 31 augustus Stephen Deans eigentijdse Installatie Echo met kleurrijke ten hemel reikende ladders te zien is.
Back to Benin Nieuwe Kunst, Eeuwenoud Erfgoed. Tot 8 juni in Museum de Fundatie, Zwolle

De kleurrijke tentoonstelling in de Fundatie werpt een blik op de koloniale periode, waarin het land te boek stond als het koninkrijk Benin. Aanleiding voor de expositie vormt de teruggave van een eeuwenoude bronzen plaquette uit de museumcollectie. Videobeelden nemen de bezoeker mee naar Nigeria, waar de directeur van de Fundatie Beatrice von Bormann verschillende kunstenaars die nu in Zwolle te zien zijn ontmoet. Zij lieten zich inspireren door het koloniale verleden. Sinds de discussies over restitutie van de in 1897 door de Britten geroofde Benin Bronzen, staat de geschiedenis en de kunst van Benin in de belangstelling. In deze video demonstreren eigentijdse bronsgieters hoe zij hun ambacht, de cire perdue methode nog steeds op traditionele wijze beoefenen. Een met bijenwas bekleed model wordt, ingepakt in rode klei, in een houtvuurtje verhit. In de holle ruimte die na het smelten van de was tussen het model en de omhullende klei ontstaat, wordt vloeibaar brons gegoten. Na afkoeling wordt de klei eraf getikt en komt de creatie tevoorschijn.
Von Borrmann was niet alleen op werkbezoek. De video toont ook het plechtige moment waarop de overdracht van de Ama O Ghe Ehen, de met een moddervis gesierde bronzen plaquette, officieel wordt bekrachtigd. Behalve vertegenwoordigers uit de museumwereld zijn ook twee afgevaardigden van het koninklijk paleis aanwezig. Het oude paleis werd in de late negentiende eeuw weliswaar door de Britten leeggeroofd en platgebrand, maar het vorstenhuis van Benin bestaat nog steeds. De huidige in 2016 gekroonde zogeheten Oba Ewuare II fungeert niet als soeverein staatshoofd, maar als hoeder van de cultuur van het oorspronkelijke Edo-volk.
De begeleidende catalogus geeft antwoord op vragen rond de herkomstgeschiedenis van de plaquette, die in 1932 door directeur Dirk Hannema werd aangekocht. Foto’s in oude tentoonstellingscatalogi getuigen van de omzwervingen van dit object dat via Parijs, New York en Amsterdam uiteindelijk in Zwolle terechtkwam. Pas in 2020 kwam de discussie rondom de teruggave van koloniaal erfgoed daadwerkelijk op gang. De restitutie van de bronzen plaat uit de Fundatie markeert een belangrijke stap in de bewustwording over de bedenkelijke kanten van het koloniale verleden. Von Borrmann houdt zich al langer bezig met deze kwestie. In 2021 was zij betrokken bij de tentoonstelling Kirchner en Nolde: Expressionisme. Kolonialisme. In het Amsterdamse Stedelijk werden enkele in 1897 door de Britten geroofde Benin Bronzen getoond.
Geïnspireerd op de teruggave van de plaquette zijn tien Nigeriaanse kunstenaars een dialoog aangegaan met de geschiedenis, de symboliek en de cultuur van het oude Benin. In de ruim ingerichte zalen zijn behalve objecten van brons ook schilderijen en monumentale textiele werken te bewonderen. Aan de hand van oude foto’s en documenten wordt de koloniale geschiedenis in beeld gebracht.
Birds; Curated by the Goldfinch & Simon Schama. Mauritshuis Den Haag Tot 8 juni 2026

Rijksmuseum, Amsterdam
Wellicht herinnert u zich nog de inspirerende televisieserie, waarin de Britse (kunst)historicus Simon Schama naar aanleiding van zijn boek The Embarrasment of Riches, op bevlogen wijze vertelde over deHollandse burgercultuur van de 17e eeuw. De zojuist geopende tentoonstelling is geïnspireerd op een uit 2023 daterende publicatie waarin hij beschrijft hoe de relatie tussen mens en dier is ontspoord.
Birds behandelt de kijk van de mens op vogels in de breedste zin van het woord. Het alom bekende Puttertje uit het Mauritshuis hielp gastcurator Schama bij het samenstellen van de tentoonstelling.
In vijf hoofdstukken wordt verteld hoe vogels werden gevangen om op te eten of om, al dan niet gekooid, mee te pronken. Je ziet voorbeelden van jachttrofeeën en kleding accessoires gemaakt van vogelveren. In symbolische zin staan vogels daarenboven ook voor liefde, spiritualiteit en …vrijheid. De gevederde vrienden hebben kunstenaars door de eeuwen heen geïnspireerd tot kleurrijke, soms ook ontroerende creaties. Solitair vereeuwigd of als bijwerk; al dan niet met een symbolische betekenis. Daarnaast zie je op vogels geïnspireerde sculpturen, hedendaagse kunstobjecten, audiovisuele installaties en interessante oude en hedendaagse met exotische veren vervaardigde voorwerpen. Functionele en rituele- maar ook modieuze creaties, waarin de dragers letterlijk pronkten met andermans veren. Het absolute hoogte- of beter dieptepunt, betreft een met exotische veren geknutselde ‘vreemde vogel’. Dit ornament werd in de vroege 20e eeuw als hoedenveer gedragen. Soortgelijke absurditeiten inspireerden een aantal welgestelde dames in 1891 tot de oprichting van de Bond ter bestrijding eener Gruwelmode, waaruit in 1899de Vogelbescherming Nederland voortkwam. Het thema van bedreigde vogelsoorten is anno 2026 nog steeds actueel. Met een commercial vroeg Greenpeace al in 1997 om aandacht voor de vervuiling van oppervlaktewater. Tijdens haar dans raakt de Stervende Zwaan besmeurd met stookolie, waarmee het door Tsjaikovski getoonzette sprookje van het Zwanenmeer verandert in een zwarte nachtmerrie.
Het vermogen van vogels om te vliegen heeft de mens millennia lang geboeid. In een blow-up van een prent van Golzius tuimelt de overmoedige Icarus in vrije val omlaag. De vliegkunst hield ook Leonaro da Vinci bezig. Van zijn hand zie je studies van vogels in vlucht. Gebaseerd op deze observaties ontwierp Leonardo enkele ingenieuze vliegtoestellen, die hij wijselijk niet zelf uitprobeerde.
Dit en meer is tot en met 8 juni in het Mauritshuis te zien.
Link: Mauritshuis Birds
Turner: Water en Licht, in het Dordrechts Museum tot en met 14 juni 2026

Ter gelegenheid van de 250ste geboortedag van Joseph Mallord William Turner (1775-1851) organiseert het Dordrechts Museum een tentoonstelling van zijn werk waarin water en licht centraal staan. In deze elementen vonden 17e -eeuwse meesters als Aelbert Cuyp, Jacob van Ruisdael en Ludolf Bakhuizen eveneens inspiratie. Hun werk werd door Turner bewonderd en op eigen wijze nagevolgd. Op zijn beurt zette Turner latere kunstenaars aan tot creativiteit. Via een touchscreen kun je door een van Turners schetsboeken bladeren met impressies van de haven en de Grote Kerk van Dordrecht. Op een van de bladen herken je zijn poging om Hollandse woorden te leren. Geen waste of effort, want Turner bezocht Nederland meermaals, zoals je in de biografische dramafilm Mr. Turner uit 2014 kunt zien. In 1818 was hij al aardig taalvaardig. Hij lichtte de schets van de pakketboot uit Rotterdam met een lokaal woord toe: Dort!
Het op deze schets gebaseerde monumentale doek Dort, or Dordrecht: The Dort Packet Boat from Rotterdam Becalmed (1818)uit het Yale Center for British Art in New Haven is de absolute blikvanger. aan de hand van de met een scherp oog voor (atmos)sferische stemmingen verstilde rivierlandschappen en zijn latere abstracte zeegezichten wordt Turners ontwikkeling in beeld gebracht. Zijn ruige zeegezichten weerspiegelen kracht en schoonheid, maar ook de gevaren van de zee en dat brengt de bezoeker bij het werk van visueel kunstenaar Nicky Assmann.
Ook zij is geboeid door de oerkracht van licht en water. Geïnspireerd door de dramatische klimatologische ontwikkelingen van onze tijd ontwierp zij enkele originele dynamische installaties. Met een hendel kan de bezoeker de installatie Solaris in gang zetten. Uit een met water en zeep gevulde bak komen kleurrijke ‘gordijnen’ omhoog. Voordat deze in het niets oplossen, ontstaat voor enkele momenten een fascinerend kleurrijk schouwspel dat Assmann omschrijft als een turbulente choreografie van iriserende kleuren. Je zou er een verwijzing in kunnen zien naar het op 17e -eeuwse schilderijen veelvuldig voorkomende vanitassymbool van de Homo Bulla. Het leven van de mens is -nog steeds of nu zelfs meer dan ooit- als een zeepbel…
Met de fantasierijke kinetische sculptuur in de vorm van een telescoop, worden kleurexplosies geprojecteerd. Dat is op zich al indrukwekkend, maar deze zogeheten Abysses of the Sorching Sun beweegt heel spectaculair real time mee met de baan van de zon. Het terugkaatsende licht zet de beschouwer niet alleen in een warme gloed, maar ook aan het denken.
Link: Dordrechts Museum Water en Licht
Metamorfosen, tentoonstelling Rijksmuseum, tot en met 25 mei 2026

In samenwerking met de Galleria Borghese in Rome presenteert het Rijksmuseum een boeiende expositie over gedaanteverwisselingen in de kunst. Tachtig topstukken bieden een veelvormige staalkaart van mooie en minder mooie eigenschappen. In schilderijen van Titiaan, Correggio, Cellini, Caravaggio en Rubens herken je: passie, verlangen, wellust, jaloezie, list en bedrog. Geïnspireerd op deze universele sentimenten schreef de Romeinse dichter Publius Ovidius Naso zijn Metamorfosen (8 n. Chr.). In letterlijk en figuurlijk onaards mooie dichtregels vertelt de auteur over chaos, kosmos en wonderlijke transformaties van goden en stervelingen. Op cruciale momenten namen zij als bij toverslag een andere gedaante aan. In veel gevallen vormt liefde of wellust de aanleiding voor de transformatie.
Om hun doel te bereiken schuwden de goden geweld en bedrog evenmin, aldus conservator Frits Scholten. Luca Giordano’s doek uit 1696 geeft daar aan het eind van de tentoonstelling een bloedstollend voorbeeld van. Omdat hij in zelfoverschatting de multi-taskende god Apollo voor een muziekwedstrijd had uitgedaagd, werd de satyr Marsyas levend gevild. Deze gruwelijke marteling werd in de Renaissance uitgelegd als een troostrijke transitie, want de ziel werd uit het lichaam bevrijd. Dit schilderij wordt in de opstelling gespiegeld aan Magritte’s surrealistische Modèle Rouge III uit 1937, waarin twee enkellaarsjes veranderen in blote voeten of is het andersom? Dankzij Karel van Manders Groot Schilderboeck (1604) werden Ovidius Metamorfosen in ons land populair. In zijn bewerking voorzag hij de verhalen van een moraliserende boodschap. Rubens, Rembrandt en andere historieschilders putten inspiratie uit deze schildersbijbel. En zij niet alleen. Ovidius blijft kunstenaars tot in onze dagen inspireren.
De reis door het geaccidenteerde dichterlijke landschap van Ovidius vangt lieflijk aan. Op een doek uit 1628 laat Nicolas Poussin Apollo drinken uit een met poëtische inspiratie gevulde gouden beker. In de vitrine wordt een met email- en goudverf versierde bokaal getoond met Orpheus en de dieren. In de volgende ruimte wordt de Schepping van de aarde vanuit mythologisch en Bijbels perspectief verteld. De bezoeker ontdekt een verrassende parallel tussen het christelijke scheppingsverhaal en Ovidius versie van de ontstaansgeschiedenis van de aarde. Hier zie je Constantin Brancusi’s minimalistische verbeelding van Prometheus, de Titaan die uit klei de eerste mens schiep. Evenals voor zijn sculpturen van Pasgeborenen koos Brancusi voor de vorm van een ei als oorsprong van alle leven.
Na deze introductie wordt het genieten van vindingrijkheid. Niet alleen van Ovidius en de verleidingskunsten van de oppergod Jupiter, maar ook van de creaties van talrijke oude- en hedendaagse kunstenaars. Wellicht gedreven door de innerlijke wens tot escapisme, blijven Jupiters amoureuze avonturen bij kunstenaars populair. Onttrokken aan de blik van zijn jaloerse echtgenote Hera, gaf Jupiter zich vermomd als stier, zwaan of, zoals in schilderijen van Titiaan en Hendrick Goltzius, in een wolk van goudenregen over aan zijn nieuwe veroveringen. Op 13 mei verwacht ik een lezing over Metamorfosen te geven in de cultuurhoek Driebergenen op15mei in de Oosterkerk Zeist.
Link: Rijksmuseum Amsterdam Metamorfosen
Meet SU Meet US, tot en met 17 mei in het Suriname Museum, Amsterdam.

Valt er na de Grote Suriname tentoonstelling van 2020 nog wat te vertellen over de voormalige kolonie en haar bevolking? Ja, dat kan. In het Suriname Museum aan de Zeeburgerdijk heeft het kleurrijke verhaal over Nederland en Suriname vijftig jaar na de onafhankelijkheid een permanente plek gekregen. Hier kunnen Nederlanders en Surinaamse Nederlanders kennisnemen van hun gedeelde geschiedenis, die dateert van 1667. Op 26 februari van dat jaar zette een Zeeuwse kapitein voet aan wal op deze toen nog onbekende, als ‘wilde’ kust omschreven plek.
Kort daarna verscheen een Nieuwsbrief uit 1667 waarin de ‘heerlijke overwinning van Pirmeriba’ werd bekend gemaakt. De exotische locatie werd omgedoopt in Nieuw Middelburg. De Zeeuwen eigenden zich een aandeel toe in de slavenhandel. De vanuit West-Afrika geroofde arbeidskrachten werden te werk gesteld op de honderden plantages, waar suiker, tabak, cacao en verfhout werd geproduceerd. De overzeese economie dreef op de kurk van de slavernij. Gerrit Schoutens ogenschijnlijk idyllische diorama van katoenplantage Zeezicht geeft een inkijkje in het dagelijks leven. Het valt niet op, maar in de achtergrond sleept een opzichter te paard een slaafgemaakte man mee aan een inmiddels verteerd koord. Dit touw mag verteerd zijn dat geldt niet voor de herinneringen aan dit verleden. Daarvan getuigt het hedendaagse wandkleed in het Haagse Kunstmuseum. Het monumentale geborduurde epos kwam onder veelkleurige handen tot stand. Het is één van de inmiddels 7 wandkleden die in het kader van het participatie project Draden van Ons Nederlandse Slavernijverleden in verschillende Nederlandse provincies zijn gecreëerd.
Surinaamse Nederlanders kennen de ‘laatste resten tropisch Nederland’, zoals W.F. Hermans Suriname in 1969 omschreef, als hun geboorteland. Het is misschien misschien een droombestemming, maar de koloniale geschiedenis zelf is een nachtmerrie. In de opstelling wordt het zwarte slavernijverleden getoond, maar in de chronologisch thematische opstelling ervaart de bezoeker ook verwantschap, hoop en verbroedering.
Aan de hand van materieel en immaterieel erfgoed brengt de openingstentoonstelling Meet Su Meet Us de vele facetten van de door immigratie gevormde gemêleerde Surinaamse samenleving in beeld. Alle bevolkingsgroepen krijgen een gezicht en middels oral history een stem. Ook oorspronkelijke bewoners als de Caraïben, Arowakken en Wayana’s.
Link: Suriname Museum
Betoverend Nidden. Marie Tak van Poortvliet Museum, Domburg. Tot 29 juni 2026

Nog nooit van Nidden gehoord? Neem dan een kijkje in de bijzondere tentoonstelling in het Domburgse Marie Tak Van Poortvliet Museum. Badgasten en lezers van mijn museumtip over Jacoba van Heemskerck kennen dit kleine museum in de Zeeuwse badplaats wel. Dit voorjaar worden onbekende, inspirerende werken getoond uit de Litouwse kunstenaarskolonie Nidden (thans bekend als Nida). Een betere locatie voor de schilderijen die aan de zogeheten Koerse Schoorwal ontstonden is nauwelijks denkbaar. Zon, zee, hoge duinen en het sprankelend licht boven de lagune in de Baltische Zee kenmerken ook de omgeving van Domburg.
Zoals kunstenaars als Piet Mondriaan, Jan Toorop en Jacoba van Heemskerck naar de Zeeuwse badplaats trokken, brachten kunstenaars die opgeleid waren aan de Kunstacademie van Köningsberg hun zomers eveneens graag door aan de kust. Rond 1900 waren Lovis Corinth (1858-1925), Max Pechstein (1881-1955) van die Brücke en Karl Schmidt-Rottluff (1884-1976) hier te vinden.
Niet alleen schilders, maar ook de auteur Thomas Mann streek neer op Nidden. Een ansichtkaart geeft een ogenschijnlijk harmonieuze impressie van de schrijver met zijn kleine kinderen, van wie enkelen een ongelukkig leven wachtte.
Ongeluk is in de getoonde tekeningen, litho’s en schilderijen ver te zoeken. We zien vrolijke meisjes met gevlochten haar en een welhaast mediterrane impressie van het huis van Thomas Mann.
Tijdens de opmars van Hitler werd de Koerse Schoorwal ingelijfd bij het Derde Rijk. Na WOII werd Litouwen een Sovjetrepubliek. De blijdschap van haar na de Wende herwonnen onafhankelijkheid is nu omgeslagen in angst voor het vanuit het Oosten dreigende gevaar, maar daarvan zie je in de geëxposeerde werken geen spoor.
Discovering Ancient Egypt tot en met 3 mei in het RMO Leiden

Een bijdrage in het winternummer van Kunstschrift deed mijn fascinatie voor het oude Egypte herleven. Als tiener maakte ik in 1969 een werkstuk over Toet-Anch-Amon. In 1922 was de ontdekking van zijn nog verzegelde graf wereldwijd voorpaginanieuws. Vanaf zijn mummiekist blikt de jonggestorven farao de toekomst onverschrokken tegemoet. De zanger Panesy slaat de bezoekers eveneens met een onbewogen uitdrukking gade. In mijn werkstuk noteerde ik een citaat uit Het Beste van augustus 1960:…’SOS voor de tempels van Nubië. … Tenzij de wereld edelmoedig en snel in de buidel tast zal Egypte’s nieuwe stuwdam bij Assoean duizenden van ’s mensen oudste en waardevolste scheppingen doen overspoelen’…
In 1969 organiseerde UNESCO een grootscheepse reddingsactie. Voor haar steun werd Nederland beloond met een geschenk uit het bedreigde gebied. De tempel staat in de voorhal van het RMO, waar nu de tentoonstelling Discovering Ancient Egypt te zien is.
Voor Toet-anch-amon moet je naar het indrukwekkende Grand Egyptian Museum dat onlangs in de nabijheid van de piramides is geopend. In Leiden kun je de oudheden niet alleen bewonderen; in deze expositie worden ook de resultaten van (natuur)wetenschappelijke onderzoek belicht. Je verneemt bovendien dat farao’s uit het Nieuwe Rijk en de Fatimiden en Mammelukken na hen, met belangstelling terugkeken op hun beroemde voorgangers van het Midden- en Oude Rijk. De fascinatie voor- en de pogingen om de geheimen van het oude Egypte te ontrafelen gaat door. Deze zoektocht wordt geïllustreerd met dierenmummies, prachtig versierde teksten op papyrus, sculpturen en manuscripten. Het gaat daarbij om meer dan de verwondering over de esthetische kant van de objecten. Recente ontdekkingen met onderzoeks-methoden als de MRI-scan verlenen de expositie een extra dimensie. De CT-scan van de mummiehuls van de Panesy bracht verrassend genoeg niet het lichaam van een man aan het licht, maar dat van een vrouw. De kist werd kennelijk zonder angst voor repercussies van de goden van het hiernamaals gerecycled voor het stoffelijk overschot van een onbekende vrouw. Dit en meer zie je tot en met 3 mei in het Leidse RMO. Link: RMO Leiden
De Werelden van Jan Toorop, een artistieke zoektocht. Van 21 januari tot 11 mei in Singer Laren

In de zomers van de vroege twintigste eeuw was Jan Toorop (1858-1928) vaak in het landelijke Domburg te vinden. Weg van de grote stad en de industrialisatie bracht hij het eenvoudige leven van de lokale bevolking in beeld. Met zijn Zeeuwse- en vroegere symbolistische werken heeft hij naam gemaakt, maar Toorop heeft ook andere avant-garde stromingen ‘uitgeprobeerd’. Werken waarin hij een impressionistische, pointillistische endivisionistische toets hanteerde geven een indruk van zijn levenslange artistieke zoektocht. In de expositie leer je hem kennen als artistieke omnivoor. Dit beeld wordt aangevuld met werk van tijdgenoten en navolgers. Geïnspireerd op werk van Paul Gauguin en James McNeil Whistler ontwikkelde Toorop een unieke beeldtaal, waarin elementen van eigentijdse Europese kunst en de Javaanse beeldcultuur samen komen. Behalve in contemporaine stromingen vond hij ook inspiratie in herinneringen aan Indonesië, waar hij in 1858 als zoon van Nederlands-Indische ouders werd geboren. Zijn symbolistische werken met beweeglijke lijnen vertonen echo’s van het Wajangspel.
Werken op papier, sculpturen en originele correspondentie bieden een nieuw Aziatisch perspectief op Toorop, die sinds jaar en dag voornamelijk als een belangrijke Nederlandse avant-gardist werd gezien. Met hedendaagse begrippen als ‘koloniale migrant’ en ‘man van kleur’ wordt zijn profiel naar huidige criteria geactualiseerd. De expositie geeft Toorop zijn ware identiteit terug, aldus de samenstellers van de tentoonstelling.
De expositie besteedt ook aandacht aan zijn bekering tot het Rooms-Katholieke geloof. In deze keuze speelde zijn relatie met de dichteres en kunstenaar Miek Janssen een belangrijke rol. De veertien kruiswegstaties uit de St. Bernulphuskerk in Oosterbeek en bruiklenen uit Museum Catharijneconvent getuigen van zijn religieuze bevlogenheid.
Een artikel over Jan Toorop in Singer vindt u hier