Tips voor museumbezoekers

Beste Lezer,  

Wat is er deze winter op museumgebied te beleven? U vindt hieronder een selectie. Heeft u geen zin of tijd om dit hele voorwoord door te lezen, scroll dan snel door en stop bij de afbeelding van de tentoonstelling die uw belangstelling heeft!

Suze Robertson: Toegewijd, Eigenzinnig, Modern. Tot en met 5 maart in Museum Panorama Mesdag, Den Haag.

Suze Robertson, Pietje lezend meisje ca 1898, Part. Collectie

Pietje. Onlangs zag ik haar terug in de aan Suze Robertson (1855 – 1922) gewijde solotentoonstelling. In 1893 portretteerde de Haagse kunstenares deze jonge vrouw, gekleed in haar eenvoudige donkerbruine goed. Robertson zette haar neer tegen een non-descripte achtergrond, versierd met puur bladgoud. Waarom? Zoals iedere werkende vrouw wist Robertson: een goede hulp is goud waard! Met een boek rust Pietje even uit. Wat zou ze lezen? Een keukenmeidenroman of een bijbel?
Dit portret is ter gelegenheid van Robertsons honderdste sterfdag tot en met 5 maart in Museum Panorama Mesdag te zien samen met ruim 75 vlot geschetste tekeningen en schilderijen. Ze dateren van de late 19e en vroege 20e eeuw. Het was nog lastig om enige chronologie in de meest ongedateerde tekeningen aan te brengen.

Suze Robertson, Oude Hanna, circa 1903-1910, pastel op karton, 47 x 38 cm, particuliere collectie. Foto Piet Gispen.

Dankzij het familiearchief kon daar, afgaande op Robertsons verschillende woonplaatsen, door de samenstellers van de expositie Kees van der Geer en Suzanne Veldink enige lijn in worden gebracht. De getekende en geschilderde werken van eenvoudige, hardwerkende boerenvrouwen vormen het hoofdonderwerp van Robertsons oeuvre, dat qua onderwerp en stijl doet denken aan Vincent van Gogh. Close-up weergegeven in de pastel Oude Hanna (1903-1910) of op de rug gezien zoals in Vrouw met geit.  Deze overeenkomst geldt ook voor diverse, simpele stillevens. De vruchten in Stilleven met rode appelen, roepen ook herinneringen op aan de appels van Cézanne, die Robertson waarschijnlijk in een kunsttijdschrift op de leestafel van Pulchri in Den Haag had gezien. Aanvankelijk hanteerde zij nog de destijds gebruikelijke donkere kleuren van de Haagse School, maar al snel klaarde haar palet op. Zoals te zien in het doek Vrouw aan tafel. Robertson schilderde meermaals verstilde binnenkamers met vrouwen die, zittend bij een raam, opgaan in huiselijke bezigheden. Tot deze compositiewijze werd zij mogelijk geïnspireerd door de schilderijen van Johannes Vermeer, die destijds weer in de belangstelling stonden. Tijdens de Vermeer tentoonstelling in het Rijks, waarover ik binnenkort zal spreken, kan deze veronderstelling worden getoetst. U kunt dit artikel hier verder lezen.

Kees van Dongen: Durf en Verleiding tot en met 7 mei in Singer Laren.

Kees van Dongen, Deux yeux, 1911. © ADAGP, Paris

Met de titel ‘De Grote Ogen van Kees Van Dongen’ presenteerde Museum Boijmans in 2010 een indrukwekkend overzicht van de kunstenaar. Toen Van Dongen in Parijs het werk van Picasso, Matisse en andere avant-gardisten zag liet hij de academische stijl van zijn vroege werk los. Niet langer geïnteresseerd in academische onderwerpen en landschappen, verklaarde Van Dongen de vrouw tot het mooiste landschap! Gebruikmakend van vereenvoudigde vormen, neergezet in felle, onnatuurlijke kleuren komen Van Dongens vrouwen toch op overtuigende wijze uit de verf.  Ze zijn nu te zien in Singer Laren. Naakt, maar ook gekleed hebben zij een sensuele uitstraling. Maar niet iedereen kon zijn naaktportretten waarderen. Tot driemaal toe werden deze wegens de veronderstelde zedenbedervende invloed door de politie van tentoonstellingen verwijderd.

Kees van Dongen, Het blauwe hoedje, 1937. Singer Laren

In 1905 exposeerde hij samen met Matisse en andere nieuwlichters op de beroemd geworden Salon d’Automne. Een criticus bestempelde de kleurrijke exposanten smalend als Les Fauves; de wilde beesten! 

In Parijs maakte de jongen uit Delfshaven zijn eigen profetie meer dan waar: …’Let maar op, ik ga beroemd worden’…

In Singer Laren wordt getoond hoe het hem lukte om kort na 1900 in Parijs door te breken. Uitgangspunt voor de presentatie van Van Dongens weg naar succes vormt Het blauwe hoedje daterend van 1937 uit de eigen collectie.

In het radioprogramma Spraakmakers van 17 januari jl. lichten gastconservator Anita Hopmans en directeur Rudolphe de Lorme Van Dongens weg naar succes toe. In Parijs viel hij niet alleen op met zijn robuuste verschijning, maar vooral met zijn vlotte, maatschappijkritische tekeningen. Van Dongens illustraties werden in het satirische blad ‘L’assiette au beurre’ en andere tijdschriften gepubliceerd, waaronder ‘Les Temps nouveaux’, ‘Froufrou ‘ en ‘Le Rire’. Van Dongen bezat de vaardigheid om razendsnel een figuur of een portret neer te zetten: ‘klaar is kees’. Daarnaast beschikte hij het talent om zich als een hedendaagse marketeer te promoten.

Kees van Dongen, Gravin Anna de Noailles, 1931. Stedelijk Museum, Amsterdam

Kort na 1900 was hij op de juiste plaats: Parijs had behoefte aan artistieke vernieuwing. Vanaf 1904 exposeert hij in de Salons des Indépendents, waar kunstenaars die de academische regels hadden afgezworen, hun werk exposeerden. Met zijn betoverende door het pas geïntroduceerde elektrische licht beschenen nachtscènes en impressies van danslokalen valt hij op. In de jaren ’30 is hij een gevierde society schilder. Tal van dames lieten zich door hem  portretteren.

Uit het interview blijkt dat het bedenken van een tentoonstellingsconcept een ding is, maar de realisatie ervan een heel ander. Om de gewenste bruiklenen te verkrijgen reisde Hopmans onder andere naar prins Albert van Monaco. Niet tevergeefs. In de tentoonstelling is Van Dongens Portret van een zwarte bokser (1910) uit diens collectie te zien.  
Tegenwoordig wordt Van Dongen als een van de vernieuwers van de Nederlandse kunst gezien.

Johannes VermeerRijksmuseum Amsterdam 10 februari t/m 11 juni 2023

Het melkmeisje, Johannes Vermeer, ca. 1660

In samenwerking met het Mauritshuis presenteert het Rijksmuseum van 10 februari tot 11 juni een unieke overzichtstentoonstelling gewijd aan Johannes Vermeer (1632-1675). Naast werk uit Nederlands kunstbezit, zijn buitenlandse bruiklenen te zien, zoals de Geograaf uit Frankfurt en de Schrijvende vrouw met dienstbode uit Dublin.

Met het eigen Melkmeisje, het Straatje en het Meisje met de Parel uit het Mauritshuis, is deze expositie de grootste Vermeer tentoonstelling ooit. Vermeers oeuvre, dat slechts 35 werken telt, is de perfecte illustratie van het gezegde …’niet het vele is goed, doch het goede is veel’…  

Lezingen bij de grote Vermeer tentoonstelling:
Vrijdagmorgen   24 februari, Oosterkerk,  Zeist
Woensdagochtend   8 maart, Cultuurhoek, Driebergen

Sterven in Schoonheid: De wereld van Pompeï en Herculaneum, tot en met 26 maart in het Drents Museum.

Bakker Terentius Neo en zijn vrouw, 1e eeuw. Foto Nationaal Archeologisch Museum Napels

De kunstschatten uit het oude Armenië hebben in Assen plaats gemaakt voor een indrukwekkende nieuwe tentoonstelling: de Wereld van Pompeï en Herculaneum. Dat deze steden in het jaar 79 door een uitbarsting van de Vesuvius ten onder gingen is geen nieuws. Maar dat de allesverwoestende eruptie niet op 24 augustus van dat jaar, maar twee maanden later in oktober plaats vond is dat wel. Al verandert deze wetenschap aan de loop van de geschiedenis niet veel. Pompeï, aan de voet van de vulkaan, werd ‘slechts’ ondergesneeuwd door een regen van as en puin, maar het iets lager gelegen Herculaneum verdween onder een 25 meter dikke laag van gestold lava. In de loop der tijd werd het stadje daarenboven toegedekt met de bebouwing van het dorpje Resina.

Toen werklieden bij het slaan van een waterput in 1709 op antieke brokstukken stuitten werd Herculaneum bij toeval uit haar eeuwenlange winterslaap gewekt. Ter verfraaiing van zijn paleis liet Koning Karel van Bourbon destijds een reeks beelden en architectuur fragmenten opdiepen. Deze 18e -eeuwse opgravingen vallen onder de categorie schatgraven. Van enig historisch bewustzijn was nog geen sprake. Pas in 1927 werd begonnen met wetenschappelijk begeleide opgravingen. Inmiddels is een kwart van de totale oppervlakte van 5 ha blootgelegd. De rest van dit rijke bodemarchief ligt veilig, doch ontoegankelijk verborgen onder de kelders van de huizen in Ercolano, zoals Resina na 1969 wordt aangeduid.

Fresco met muziekuitvoering Pompeï, 1e eeuw. Foto Nationaal Archeologisch Museum Napels

Anders dan de gangbare insteek, waarin vooral de laatste uren van de slachtoffers centraal staan, belichten de samenstellers van deze expositie een ander aspect van Pompeï en Herculaneum. Zij tonen de mooie kant van het leven van ‘de’ inwoners van deze steden, vóórdat het noodlot toesloeg. Daarbij wordt wel voorbijgegaan aan het feit dat die schoonheid alleen was weggelegd voor de elite en enkele gefortuneerde middenstanders, zoals bakker Terentius en zijn vrouw. Het wereldberoemde portret, waarin zij hun welstand en geletterdheid evoceren is in Assen te zien.

Het enorme leger slaven dat zorgde voor het welzijn van de happy few, mocht naar de hen omringende schoonheid alleen maar kijken, maar aankomen niet, tenzij bij de uitoefening van hun werkzaamheden.

Drinkschaal van aardewerk met goud en lapis lazuli. Foto Nationaal Archeologisch Museum Napels

Niet alleen in de huizen, maar ook in overheidsgebouwen, badhuizen en op straat waren muurschilderingen en sculpturen te zien. Portretbustes van rijke weldoeners en niet in de laatste plaats: keizers, die zich om redenen van propaganda bij voorkeur een beetje mooier dan in werkelijkheid lieten portretteren. De omhooggevallen of beter -gevochten soldatenkeizer Vespasianus vormt hierop met zijn realistisch weergegeven kop een uitzondering.

Marmeren buste van Keizer Tiberius. Pompeï, 1e eeuw. Foto Nationaal Archeologisch Museum Napels.

De enige directe verwijzingen naar het moment, waarop dit mooie leven in Pompeï en Herculaneum abrupt tot stilstand kwam, vormen projecties van de vulkaanuitbarsting en het aandoenlijke, solitair gepresenteerde afgietsel van een slachtoffer, dat in zijn of haar stervensuur niets anders kon doen dan het onvermijdelijke einde af te wachten…

De bezoeker van de tentoonstelling Sterven in Schoonheid ziet geen gruwelen, maar wordt uitgenodigd te genieten van de schoonheid, het sleutelwoord dat alle sprekers bij de voorbezichtiging in de mond namen. Prachtige veelkleurige fresco’s, gebruiksvoorwerpen, portretbustes, juwelen en een grote fraai bewerkte kluis nodigen daartoe uit. Elk object getuigt ontegenzeggelijk van een grote schoonheid. Alle ellende is netjes weggepoetst, alleen een zwartgeblakerd altaar, een zogeheten lararium en een verkoold brood in de vorm van een wagenwiel herinneren nog aan de ramp waardoor aan dit mooie leven een einde kwam. Het brood dat ik vijftig jaar geleden met mijn ouders in het Archeologisch museum in Napels zag, ligt er uit de tijd en ver van huis nog net zo bij. Bij dit weerzien ervaar ik het begrip tijd even als tijdloos! 

Sterven in Schoonheid: De wereld van Pompeï en Herculaneum, tot en met 26 maart in het Drents Museum.

Byblos: ’s werelds oudste havenstadtot en met 12 maart 2023 RMO Leiden

Liefhebbers van archeologie en exotische bestemmingen kunnen tot en met 12 maart in het Leidse RMO een bezoek brengen aan de legendarische Libanese havenstad Byblos. Van de glorie van weleer resten vandaag slechts ruïnes, maar wel zeer indrukwekkende! Ze liggen ten noorden van Beiroet bij het hedendaagse Jbeil.

Met een geschiedenis van 8500 jaar staat de oudste havenstad ter wereld genoteerd op de werelderfgoedlijst van UNESCO.

Tijdens een voorbezichtiging brachten conservator Lucas Petit, projectleider Tanja van der Zon en archeoloog Tania Zaven uit Beiroet de voorbije wereld van Byblos in gloedvolle bewoordingen tot leven.

Wat rond 6500 v. Chr. niet meer was dan een eenvoudig vissersplaatsje was rond 3000 uitgegroeid tot een welvarende havenstad. Schepen vanuit de hele mediterrane wereld legden aan voor het legendarische cederhout, dat met haar rechte wel 40 meter hoge stammen een geliefd en duurzaam bouwmateriaal was. In Bijbelse tijden -denk aan de tempel van Salomo- en voor bouwprojecten van Egyptische farao’s. Op de hellingen van het Libanongebergte zijn ceders tegenwoordig schaars, maar met een groots opgezet project voor herbeplanting wordt aan herstel gewerkt.

In Byblos was behalve cederhout nog veel meer te koop: ivoor, wijn, olie, goud, zilver en edelstenen. Illustratief voor de macht van destijds beroemde heersers van Egypte is dat farao’s wegens hun goddelijke status niet hoefden te betalen voor het geliefde cederhout.

Waar goederen verhandeld worden is een deugdelijke administratie wenselijk. Een interessant hoofdstuk in deze expositie is die gewijd aan de ontwikkeling van het Latijnse alfabet. Aan de hand van de Libanese ‘Steen van Rosetta’ en verschillende tekstvoorbeelden wordt verduidelijkt dat Byblos daarin een voortrekkersrol speelde.

Byblosschrift (niet-ontcijferd ‘Byblos-schrift’) | brons, 1600-1200 v.Chr. , uit Byblos | © Ministry of Culture, Lebanon/Directorate General of Antiquities (DGA), inv. 16598

Egyptenaren, Feniciërs, Assyriërs, Babyloniërs, Perzen, Grieken en Romeinen hebben hun sporen in Byblos nagelaten. De archeologische vondsten hebben hun weg gevonden naar het Nationaal Museum van Beiroet, het Louvre in Parijs en het British Museum. Tot 13 maart wordt de archeologische en culturele rijkdom van Byblos geïllustreerd met 500 bruiklenen. Van eenvoudige vishaken, ankers die daar -in hun vorm van grote steenklompen- helemaal niet op lijken, kleitabletten, tekstfragmenten op papyrus, sculpturen, gouden wapens, juwelen met kleurrijke edelstenen, een Romeins mozaïek, een bronzen beeld van Heracles en niet in de laatste plaats een enorm leger van iconische bronzen mens- en dierfiguurtjes.

De uitgebreide geschiedenis van Byblos wordt verteld aan de hand van koningen, mythologische helden, handelslieden, goden, priesters en priesteressen. Een hoofdrol is weggelegd voor de geliefde godin, de ‘Dame van Byblos’, in wie de Egyptenaren een verschijningsvorm van hun eigen godin Hathor zagen. In een computerbeeld van een sarcofaag wordt  een Fenicische stoet met gelovigen aangelicht, die op weg zijn om de dame van Byblos, die niet met een eigen naam wordt aangeduid, eer te brengen.   

Heel bijzonder zijn de vondsten die kortgeleden in een elitegraf werden ontdekt. Dankzij zogenoemde non destructieve prospectiemethoden werden delen daarvan, nog ondergronds, in situ, met behulp van elektronische weerstandstechnieken zichtbaar gemaakt. Een fantastische vinding, want zo kan het verleden zonder de kosten en moeiten van daadwerkelijke opgraving, toch worden onderzocht.

Ondanks de moeilijke communicatie -in Beiroet was na de explosie van augustus 2020 bijvoorbeeld dagelijks maar één uur stroom beschikbaar- is het de samenstellers van de expositie toch gelukt om een prachtige tentoonstelling tot stand te brengen. Deze vierde expositie in de antieke stedenreeks wordt in een feeërieke enscenering gepresenteerd. Even ben je bang om ze omver te lopen, maar de pop-ups die de expositie verlevendigen, geven mee! Het grafisch ontwerp staat op het conto van Kathrin Hero, die ook de pop-ups bedacht. Karst-Janneke Rogaar, illustrator van kinderboeken, maakte de illustraties bij de verhalen.

De bezoeker wandelt als het ware door een archeologisch sprookjesbos, waar je de beroemde ceders van Libanon niet alleen hier en daar ziet, maar zelfs ook ruikt; echt waar!

Daarbij ontvouwen zich in woord en beeld mooie eeuwenoude vertellingen, zoals het verhaal van de Mesopotamische koning Gilgamesj, die hoogstpersoonlijk naar Libanon kwam om de felbegeerde ceders te kappen. De Egyptische godin Isis wekte haar overleden geliefde Osiris in Byblos weer tot leven!


Met beelden van en objecten uit rijke koningsgraven, tal van archeologische vondsten als amforen, wapens en Romeinse mozaïeken komt de millennia oude geschiedenis van Byblos in het RMO tot leven. Vertelt aan de hand van verhalen over koningen, helden, handelaren, goden en priesteressen.

Wegens de verschillende gelaagdheid van het oude Byblos, was het een uitdaging om de site van het oude Byblos in beeld te brengen, maar het is gelukt! Met spectaculaire projecties en 3-D reconstructies, aangevuld met eigentijdse drone-opnamen komt het verleden tot leven. Bijzonder leuk zijn de interviews met volwassen Libanezen, die als kind nog tussen de eeuwenoude ruïnes speelden en nooit een oudheidkundige vondst stiekem in hun broekzak staken!

Muzikale reis van kracht en hoop in het Catharijneconvent tot en met 10 April 2023
Met de nieuwe tentoonstelling Gospel: Muzikale reis van Kracht en Hoop laat het Catharijneconvent een krachtig nieuw geluid horen! Hoe breng je muziek die eeuwenlang voornamelijk via mondelinge overlevering werd doorgegeven in een museale context in beeld?

Shirma Rouse zingt gospel. Foto Maarten Laupman

Conservator Rianneke van der Houwen en gospelzangeres Shirma Rouse lieten zich inspireren door de muziek en door elkaar: …’wij halen het beste in elkaar naar boven’… Dat is mooi, maar nog niet genoeg om zo’n complex onderwerp in een aansprekende tentoonstelling te presenteren. Een team van deskundigen stond hen bij.

Na een korte inleiding op de tentoonstelling neemt zangeres en co-curator Shirma Rouse de microfoon over. Voor de aula van het Catharijneconvent zich met haar prachtige stem vult licht Shirma toe dat Gospel voor haar a lifestyle is. Met een swingende vertolking van ‘I just want to praise you’ krijgt ze de aanwezige journalisten, eerst nog wat aarzelend, maar al snel handenklappend en swingend op de been.

Gelegenheid voor een verzoeknummer was er helaas niet, maar dat gemis werd in de klankkleurrijke expositiezalen ruimschoots gecompenseerd. Gaan zien en luisteren!
Lees hier verder

Marinetti en het Futurisme: manifest voor een nieuwe Wereld. Tot en met 19 februari in Rijksmuseum Twenthe.

Umberto Boccione, Forms of Continuity in Space, 1913

In Enschede reist de bezoeker Back to the Future met Marinetti, Balla, Severini en andere futuristen. Deze avant-gardisten gaven in de eerste decennia van de vorige eeuw vorm aan hun optimistische toekomstverwachtingen. Vóór 1914 was daar, dankzij technologische vernieuwingen, die vrijheid, vooruitgang en welvaart beloofden ook nog alle reden voor.

Na de gezapige jaren van het fin de siècle raakte het industriële productieproces en bijgevolg het hele maatschappelijke leven in een stroomversnelling. Jonge kunstenaars luidden optimistisch een nieuw artistiek tijdperk in.

Het begon allemaal met een publicatie in de Franse krant le Figaro. Met zijn manifest voor een nieuwe wereld maakte de Italiaanse dichter Filippo Tommaso Marinetti op 20 februari 1909 zijn baanbrekende ideeën over een op handen zijnde nieuwe orde wereldkundig. Een lofzang op de nieuwe door snelle, tijd en mankracht besparende machines aangedreven toekomst, waarin hij en zijn geestverwanten radicaal braken met de oude orde:

         …’Laat ze maar komen…steek de musea in brand!’…

Dromen over een nieuwe wereld kon toen ook nog! Anders dan het door de wereldreligies beloofde geluk nà de dood, kon een gelukkig leven in de nabije toekomst, ja zelfs in het hier en nu al werkelijkheid worden. Kunst en politiek gingen in die dagen hand in hand, ook al had deze relatie soms meer het karakter van een haat-liefde verhouding.

Heeft het Futurisme nou wel of niet een fascistisch tintje? Deze vraag wordt in de tentoonstelling eveneens gesteld. Was het futurisme een vooruitstrevende utopische ideologie of propaganda van een fascistisch regime, verpakt in modernistische vormentaal?

De futuristen brachten hun vertrouwen in de toekomst in een dynamische beweeglijke stijl tot uitdrukking. De al genoemde industriële machines en vooral de magische vliegvliegmachines vormen een belangrijke inspiratiebron. In schilderijen, tekeningen, sculpturen, foto’s en filmbeelden staken zij ook hun politieke engagement niet onder stoelen of banken.

In deze bijzonder interessante tentoonstelling worden alle zintuigen bediend.  Je kunt er zelfs de geuren van het Futurisme opsnuiven, waarmee een bezoek aan deze tentoonstelling een totaal-ervaring wordt!

Anders dan zijn geestverwanten was Marinetti geen schilder of beeldhouwer, maar een woordkunstenaar. Naast zijn manifest zie je in de expositie ook citaten van zijn pennenvruchten. Interessant zijn de zogenoemde onomatopeeën, of op z’n Italiaans: parole in libertà; woorden waarin Marinetti  op fonetische wijze het geluid dat die woorden beschrijven nabootst of suggereert. Mooi voorbeeld is het gedicht Zang Tumb Tumb, waarin Marinetti de geluiden van oorlogshandelingen letterlijk verklankt. Zang staat voor het artilleriegeschut, Tumb voor de daaropvolgende explosie en Tuumb voor de echo daarvan. Deze beschrijving komt mogelijk enigszins abstract over, maar in de op zaal getoonde tekstfragmenten komt zijn bedoeling tot leven.

Naast bekende werken van Gino Severini, Umberto Boccioni, Giacomo Balla ontmoet de bezoeker ook werken van de tweede generatie getoond: Roberto Marcello Baldessari, Fortunato Depero en Ivanhoe Tato. Zijn er ook vrouwen bij? Ja, niet veel, maar de bezoeker ziet verschillende vrouwvriendelijke en door vrouwen gemaakte werken. Zoals een René Magritte-achtige, in de ruimte zwevende vrouwelijke tors van Enrico Prampolini, Kosmisch moederschap, 1930.

Benedetta Cappa, Cime arse di solitudine, 1936

En er is werk van Benedetta Cappa (1897-1977). Je zou misschien denken dat zij meeliftte op de bekendheid van haar echtgenoot Marinetti, maar ze is  met het prachtige Verbrande bergen in eenzaamheid uit 1936 helemaal op eigen kracht aanwezig. Even googelen leert dat zij aan tal van wereldwijde exposities deelnam, zoals een retrospectief in het New Yorkse Guggenheim Museum in 2014.

Gaan kijken dus in Rijksmuseum Twenthe; het kan nog tot en met 19 februari.

Moderne, eigentijdse en oude kunst gaan in Museum No Hero in Delden op verrassende wijze hand in hand. Kleur loopt als een rode draad door de expositiezalen, waar de traditionele kunsthistorische tijdlijn is losgelaten.

Rainer Fetting, De Kus, 1952, Collectie Museum No Hero

De Middeleeuwers, Modernisten en eigentijdse kunstenaars strijden hier niet om voorrang. De Duitse neo-expressionisten die zich sinds de jaren ’70 van de vorige eeuw als de Neue Wilden manifesteerden, hebben in het verzamelbeleid van Geert Steinmeijer, de stichter van het museum, echter wel een streepje voor. Met hun kleurrijke, expressieve werk zetten zij zich af tegen de in die jaren gangbaarder conceptuele en abstracte kunst. Deze kunststromingen zijn overigens ook rijk vertegenwoordigd in de collectie van No Hero. De bezoeker ziet behalve werk van deze stromingen ook doeken van de Haagse School, en voorbeelden van Middeleeuwse altaarstukken.  

Nieuwe lezingen seizoen 2022-2023

ultuurhoek, Driebergen

Castellum Hoge Woerd, de Meern.

Tijdens een opgraving in een boomgaard in de Meern had ik als archeologiestudent in de winter van 1982 -en de begeleidende archeologen evenmin- nooit kunnen denken dat jaren later op die plek een museum zou verrijzen. Ondergebracht in (de vorm van) het hier ontdekte Romeinse grensfort, waarvan tijdens latere opgravingen voor de aanleg van de Vinexwijk Leidsche Rijn, de sporen zichtbaar werden. In deze lezing neem ik u mee terug in de tijd. In het zogenoemde Castellum, dat deel uitmaakte van de Limes, een keten van verdedigingsforten aan de noordgrens van het Romeinse Rijk, was het een en al bedrijvigheid. Op het geringe oppervlak van anderhalf voetbalveld was een militaire eenheid van 480 man -een Cohort- gelegerd. Dat gold ook voor het daarbuiten gelegen kampdorp -de vicus- waar gezinsleden van de soldaten, neringdoenden, handelaren en herbergiers woonden.

Laat u in deze lezing meenemen naar het verre verleden èn het heden, want in Museum het Castellum is het nog steeds een en al bedrijvigheid!

Lezingen over het Castellum in de Meern:
Woensdagochtend 19 april, Cultuurhoek, Driebergen
Donderdagavond   20 april, Oosterkerk,    Zeist