Tips voor museumbezoekers

Beste Kunstliefhebber,
Komend najaar zijn er weer veel interessante tentoonstellingen in de Nederlandse Kunstmusea te bezoeken. In het navolgende breng ik naast de nog lopende en eerder gepubliceerde tentoonstellingen een selectie van de nieuwste onder uw aandacht. Mijn eerste lezing in het najaar zal gaan over Henri Matisse.

Chez Henri Matisse – Masterpieces from Centre Pompidou. 3 oktober tot en met 14 februari 2027 in het H’ART Museum Amsterdam

De eerder betreurde breuk met het Russische moedermuseum is voor de Amsterdamse Hermitage een blessing in disguise gebleken. De allianties met nieuwe partners als het British Museum, het Smithsonian American Art Museum en niet in de laatste plaats het Centre Pompidou resulteerden in succesvolle exposities over Kandinsky, Brancusi en de nog lopende expositie American Identities.

Dit najaar staat een van de meest vernieuwende modernisten op de agenda. Met 30 schilderijen, sculpturen en prints van zijn hand, biedt de tentoonstelling Chez Matisse een unieke kans om kennis te maken met de man die kon toveren met kleuren en vormen. In de loop van zijn carrière verruilde Matisse het penseel voor de schaar. Eerst nog als hulpmiddel bij het samenstellen van zijn monumentale compositie La Danse, later noodgedwongen om gezondheidsredenen. Met zijn meer dan levensgrote geknipte creaties oogstte hij tot in Rusland en de VS veel succes en bewondering. Zijn invloed zie je in eveneens getoond werk van tijdgenoten als George Braque, Picasso, Sonia Delaunay en navolgers als Barnett Newman, Ellsworth Kelly en Mark Rothko. In mijn lezing neem ik u mee naar het kleurrijke land van Henri Matisse.  Informatie en inschrijven.

Tuin der lusten – De zeventiende eeuw in bloei. 29 september tot en met 29 maart 2027 in de Lakenhal Leiden

In een indrukwekkende totaalervaring ontvouwt zich een wereld waarin kunst, natuur en verbeelding samenkomen. Met schilderijen en objecten uit de collectie van The Phoebus Foundation, onder meer gepresenteerd in een heuse wonderkamer, toont de tentoonstelling hoe bloemen in de zeventiende eeuw niet alleen wegens hun schoonheid, maar ook voor wetenschappelijke doelen werden uitgebeeld.                                              

In de schilderkunst zijn bloemen ook dragers van symboliek. Ze staan voor verlangen en de vergankelijkheid van het bestaan. Deze aspecten worden geïllustreerd met topstukken van onder anderen Jan Brueghel de Oude, Clara Peeters, Anna Maria Janssens en Jan Davidsz. De Heem. De boeketten ogen realistisch, maar zijn dat niet. De opmerkzame beschouwer ontdekt dat ze zijn samengesteld met voorjaars-, zomer- en herfstbloeiers. In verschillende doeken en panelen voegden de kunstenaars wat extra’s toe in de vorm van insecten en rariteiten; door de natuur of mensenhand vervaardigde kostbaarheden. Wat begint als een ode aan de schepping, ontvouwt zich gaandeweg niet alleen tot een verhaal over wetenschappelijke nieuwsgierigheid, maar ook als een zoektocht naar handel met overzeese gebieden, aldus het persbericht. 

From Dusk Till Dawn: een reis door de nacht in de 17e eeuw. Tot en met 22 februari 2027 in het Dordrechts Museum

Deze kunsttentoonstelling over het nachtleven in de vroegmoderne tijd neemt je mee op een tocht door de nacht toen deze nog echt donker was: van avondstond tot ochtendgloren. Onderweg ontdek je een onderbelichte wereld vol verstilde maanlandschappen, spannende heksensabbatten en vrolijke nachtbrakers. Dit laatste onderwerp riep de lang vervlogen stem van mijn Zeeuwse grootmoeder in herinnering.  Toen ik haar als tiener vertelde over uitgaan in de grote stad zei ze misprijzend: …’de nacht is voor het ongedierte’…  
                                
De door kunsthistoricus en journalist Stefan Kuiper samengestelde tentoonstelling gaat niet alleen over de nacht, maar is ook opgebouwd als nachtelijke ervaring. In elf opeenvolgende thema’s, losjes overeenkomend met de uren na zonsondergang, wordt het nachtleven in de vroegmoderne tijd in beeld gebracht. Deze presentatie is een primeur. Niet eerder werd in Nederland een tentoonstelling gewijd aan de nacht in de 17e eeuw. Je ziet meer dan honderd kunstwerken uit binnen- en buitenland, van o.a. Gerrit Dou, Aelbert Cuyp en Gesina ter Borch.

Yayoi Kusama (1929-2026). Tot en met 17 januari 2027 in het Stedelijk Museum, Amsterdam.

Onlangs opende het Stedelijk de deuren voor de tentoonstelling over de onlangs overleden Japanse kunstenares Yayoi Kusama. Achter haar markante verschijning, het zwarte haar verstopt onder een felrode pruik, ging een groot talent schuil. Kusama was een artistieke omnivoor. Zij experimenteerde niet alleen met schilder- en beeldhouwkunst, maar ook met film en poëzie.

Spraakmakend waren haar lichaamsfestivals. De performances waarbij zij naakte lichamen met stippen beschilderde bezorgden haar de bijnaam “Polkadot Princess”.
In de jaren ’60 speelde Kusama een belangrijke rol in de avant-garde van New York. Haar originele protest tegen de Vietnamoorlog haalde destijds de voorpagina’s. Zij bood president Nixon aan de nacht met haar door te brengen als hij de oorlog zou beëindigen. 

De tentoonstelling die bedoeld was als hommage aan de grande dame van de Japanse avant-garde is door haar recente overlijden veranderd in een groots postuum eerbetoon. Tot 18 januari kan het publiek kennis maken met haar originele en veelzijdige oeuvre. Onder enorme blow-ups van gestippelde, octopusachtige tentakels, dwaal je door een welhaast psychedelische wereld. In een gloednieuwe versie van haar iconische installaties, krijg je aldus conservator Leontine Coelewij, het gevoel op te lossen in een oneindig universum van patronen en reflecties. 

Charley Toorop & Pyke Koch. Alles of Niets. Museum More t/m 25 oktober.

Charley Toorop, Maaltijd der vrienden, 1932-1933, Collectie Museum Boijmans Van Beuningen, Rotterdam (Schenking) foto Marina Marijnen

Na de Realismo Magico biedt Museum More een podium aan twee realisten van eigen bodem: Charley Toorop (1891-1955) en Pyke [Pieter] Koch (1901-1991). Zijn bijnaam Pike op een jongensinternaat, adopteerde hij na substitutie van de ‘i’ voor een interessantere ‘y’ als artiestennaam. 

Gastconservatoren Carel Blotkamp en Mieke Rijnders presenteren de bevriende schilders in een parallelle tentoonstelling. Niet alleen de tijd waarin zij leefden en werkten gaat gelijk op, maar ook hun thema’s.  Toorop hanteerde een expressieve realistische toets; Koch werkte in een magisch realistische stijl. Ook al hadden zij geen officiële kunstopleiding genoten, toch – of misschien juist daardoor – ontwikkelden zij een professioneel picturaal handschrift. Charley keek de kunst af van haar vader Jan Toorop. Koch leerde de kneepjes van het schildersvak van zijn vriend de fascist Erich Wichmann. 
De band tussen Toorop en Koch wordt omschreven als innig en grillig. De vraag of ze een knipperlicht relatie hadden blijft in de lucht hangen, maar over hun wederzijdse bewondering en beïnvloeding bestaan geen vragen. Dankzij haar contacten in de artistieke wereld hielp Toorop de tien jaar jongere Koch op weg aan het begin van zijn carrière. 

Beiden schilderden landschappen, stillevens, op de klassieke mythologie geïnspireerde werken, maar ook arbeiders, sekswerkers en portretten. Toorops portretten zijn onopgesmukt, meedogenloos direct. Dat geldt niet alleen voor haar schetsen van psychiatrische patiënten, maar ook voor haar zelfportretten. Je krijgt wat je ziet. Bij Koch ligt dat anders: zijn portretten tonen een zekere idealisering. In verschillende op Italiaanse oude meesters geënte schilderijen verwijst hij naar de vergankelijkheid. Andere werken bevatten psychologische-, politieke en nazi-gerelateerde Germaanse referenties. Tijdens een verblijf in het Italië van Mussolini werden zijn rechtse ideeën gevoed, maar naar verluid nam hij in 1941 afstand van het fascistische gedachtegoed. Lees hier verder.

Galleria – 12 tentoonstellingen in één in het Rijks Museum van Oudheden, Leiden. Te zien t/m 1 november 2026.

Tot en met 1 november kun je in het Leidse Rijks Museum van Oudheden de veelvormige expositie Galleria bezoeken. Het is geen gewone tentoonstelling, maar een fantasievolle reeks van 12 mini exposities, die op speelse wijze zijn ingericht met kunstvoorwerpen en archeologische objecten, waarmee – hoe interessant ook- geen afzonderlijk tentoonstelling gevuld zou kunnen worden. De getoonde objecten dateren van de prehistorie tot de huidige dag. 

Na het veldwerk, het conserveren en het beschrijven van archeologische vondsten is idealiter iemand aan zet die deze vondsten visueel in context plaatst. In Galleria 4 bieden de tekeningen van graficus Bob Brobbel – als een hedendaagse Johan Isings – een frisse blik op de geschiedenis van ons land. Zijn tekeningen van de prehistorie, de Romeinse tijd en de Middeleeuwen geven letterlijk en figuurlijk in vogelvlucht tijdloze impressies van de verleden tijd. De afbeeldingen waarmee hij in 1981 het publieksboek Verleden Land illustreerde, bepalen nog steeds onze kijk op het verleden. 

Castrum van Nijmegen (Gelderland, ca. 100 na Chr.); aquarel door Bob Brobbel.© Collectie en foto: Rijksmuseum van Oudhed

Je ziet een onder meer een illustratie van een veilig achter een stroomrug gelegen nederzetting ten tijde van de band ceramische cultuur, een reconstructie van een Romeinse Villa Rustica en het Romeinse fort dat in de eerste eeuwen van onze jaartelling lag bij Nijmegen. Lees hier verder

Lou Loeber: Kunstenaar en idealist. Tot en met 27 september in Stedelijk Museum Schiedam

Lou Loeber, Zeeland, 1923, olieverf op board, particuliere collectie © Lou Loeber
c/o Pictoright Amsterdam 2026

Tot en met 27 september is in het Stedelijk Museum Schiedam een overzicht te zien van het kleurrijke, sociaal bewogen oeuvre van Lou Loeber (1894–1983). Haar naam roept wellicht niet meteen herkenning op, maar binnen de Nederlandse moderne kunst neemt zij een bijzondere positie in. Met haar tegenwoordig actuele ideeën over gelijkwaardigheid en toegankelijkheid was zij haar tijd ver vooruit. Geïnspireerd op deze idealen ontwikkelde ze in de jaren twintig een heel eigen harmonieuze stijl, waarmee ze wilde bijdragen aan een evenwichtigere, socialere wereld. In haar interieurs, landschappen, stillevens en portretten vertaalt zij de waargenomen werkelijkheid naar abstracte vormen, maar het onderwerp blijft herkenbaar. Invloed van Wassily Kandinsky en De Stijl is niet ver weg. Loeber vindt dat haar werk toegankelijk moet zijn voor iedereen. Haar composities worden gekenmerkt door een uitgebalanceerd evenwicht tussen kleur en vorm. Met wat fantasie herken je bloemen in een stilleven van 1928, terwijl deze in het paneel met Aronskelken uit 1928 overduidelijk aanwezig zijn. Lees hier verder.

 Valkhof Museum in Nijmegen is vernieuwd en open

Het vernieuwde Valkhof in Nijmegen met ruiterstandbeeld van Fernando Sanchez Castillo (artist impression)

Donderdag 4 juni werd het vernieuwde Valkhof op feestelijke wijze geopend door koningin Maxima. In de Ochtend van NPO klassiek lichtte scheidend directeur Hedwig Saam de vernieuwde presentatie toe. Het exterieur van het in 1999 door Architect Ben van Berkel ontworpen gebouw onderging onder zijn handen een metamorfose. Ineke Hans tekende voor de make-over van het interieur.   

Na een grootschalige renovatie voldoet het museum aan de eisen van de tijd. Dat geldt niet alleen voor de klimaatbeheersing, maar ook voor de presentatie van de eeuwenoude objecten. Het sleutelwoord van de vernieuwing, zowel van het interieur als van het exterieur, is verbinding. Met een caféterras aan het Kelfkensbosplein wordt de voorheen gesloten kunsttempel aan de buitenzijde letterlijk met de stad verbonden. Ook binnen gaat het museum een verbinding aan met het heden. Niet alleen met de presentatie van de vaste collectie, maar vooral met de tijdelijke tentoonstellingen.

Mens op de grens, Romeinse gezichtshelm, 2e helft 1ste eeuw, Valkhof Museum, foto Ivar Pel

Toen en Nu.
Zo’n 25 jaar geleden bezocht ik met mijn tienerzoon de indrukwekkende materiële erfenis van de Romeinen. Zij slaagden er in de 1e eeuw na Chr. in de grenzen van hun immense imperium tot in de Lage Landen uit te breiden. We bewonderden de archeologische resten van Castrum Noviomagus. Ook op de nabijgelegen plek waar ooit een paleis van Karel de Grote had gestaan was verwondering over het verre verleden onze belangrijkste emotie.  Nu gaat het niet langer alleen maar over kijken naar mooie en interessante objecten uit het verre verleden. Door geschiedenis en kunst te verbinden met de huidige tijd ontstaan andere perspectieven. Een betere plek voor dit nieuwe concept is nauwelijks denkbaar, want in Nijmegen komen sinds de Romeinse tijd vele levens en verhalen samen. In de uitgebreide kelderverdieping zijn archeologische vondsten te zien, waaronder bezittingen van soldaten die uit alle delen van het Romeinse imperium in Noviomagus waren gestationeerd.
Lees hier verder

Onvergetelijk: Vrouwelijke kunstenaars van Antwerpen tot Amsterdam, 1600-1750. MSK Gent. Tot 31 mei 2026.

Louise Hollandine van de Palts, ‘Zelfportret’, ca. 1650-1655, privéverzameling

Op de valreep bezocht ik de indrukwekkende tentoonstelling Onvergetelijk: Vrouwelijke kunstenaars in het Gentse Museum voor Schone Kunsten. De expositie was tot 31 mei te zien. Om te voorkomen dat de herontdekte vrouwen weer vergeten worden en omdat ik het een interessant verhaal vind bied ik deze terugblik. De uitstekend gedocumenteerde en geïllustreerde catalogus maakt een virtueel bezoek aan de expositie alsnog mogelijk.
Letterlijk en figuurlijk een onvergetelijke ervaring! Een tentoonstelling waarin vrijwel uitsluitend vrouwelijke merendeels vergeten kunstenaars te zien waren. Vrouwen speelden in de zeventiende en achttiende eeuw een belangrijke rol in het artistieke leven, maar tot voor kort werden zij in de traditionele kunstgeschiedenis genegeerd. De onzichtbaarheid is veroorzaakt door een combinatie van maatschappelijke- en door moeder natuur bepaalde factoren. Tenzij jouw vader of broer kunstenaar was waren de mogelijkheden om het schildersvak te leren beperkt. Zelfs als je toegang had tot een familie atelier, voorzagen mannen jouw schilderij niet zelden van hun hun signatuur! 
Lees mijn artikel hier

Het Europa van Isaac Israels. Tot en met 30 augustus in Museum Kröller-Müller.

De naam Isaac Israels is onlosmakelijk verbonden met vluchtige impressies van ezeltje rijdende kinderen en gracieuze mannequins. De zomertoonstelling in Kröller-Müller Museum laat zien dat deze Hollandse impressionist meer in zijn mars had. De zoon van Jozef Israëls, de voorman van de Haagse School, gaf als kind blijk van een groot tekentalent. Anders dan de stemmige getinte doeken van zijn vader, die zijn inspiratie vond in het eenvoudige vissersleven, gaf Isaac in kleurrijke toetsen weer wat hem voor ogen kwam. Terwijl hij op de Scheveningse boulevard en plein-air zat te werken bleven voorbijgangers staan om te zien hoe hij zijn onderwerpen met trefzekere toets op het doek bracht. Eén van hen vroeg om zijn portret. Het was in no time klaar. Toen de opdrachtgever zijn ongenoegen uitte over de prijs, antwoordde Israels: u kunt in elk geval niet zeggen dat u er lang op hebt moeten wachten!
Israels sloeg al jong zijn vleugels uit. Als dertienjarige ging hij op ‘tienertoer’ door Europa. Daarna leed hij een leven lang aan wat de Duitsers zo treffend omschrijven als Fernweh. Wegens zijn ongebreidelde reislust wordt hij in de tentoonstelling omschreven als een nomade. Tijdens zijn omzwervingen door heel Europa ontstonden talrijke stadsgezichten en impressies van het mondaine leven. Hij vestigde zich enige tijd in Parijs (1904) en Londen (1913-1914). Van beide periodes dateren werken die een goed getroffen indruk geven van de bedrijvigheid op straat en de in het Bois de Boulogne en Hyde Park flanerende high society. 
Dankzij deze tot heden onderbelichte kant van Israëls krijgt de bezoeker een uniek beeld van het Europa van zijn tijd. Israels was niet alleen een bereisd-, maar ook een belezen man. Geïnspireerd op Emile Zola’s sociaal geëngageerd roman Germinal reist Israels in 1885 naar de Belgische mijnstreek de Borinage. Zijn fascinatie voor de Spaanse cultuur brengt hem in 1894 in Spanje, vanwaar hij oversteekt naar Marokko. Vergevorderde plannen voor een reis naar Rusland worden belemmerd door WOI en de Russische Revolutie. In 1921 vertrekt Israels naar Nederlands-Indië. Waar hij ook gaat of staat, hij heeft altijd een schetsboekje op zak. De snelle kladjes dienen als uitgangspunt voor autonome in waterverf, pastel of olieverf uitgevoerde werken.  Van zijn laatste jaren dateren zonnige vlot geschetste impressies van het mondaine leven in Antibes, Florence, Rimini en Viareggio. 
 
Met eigen werk en bruiklenen uit museale en particuliere collecties wordt de reislustige kant van Israels in beeld gebracht. De tentoonstelling vormt een waardevolle aanvulling op de interessante expositie Israëls in de ban van Van Gogh, die tot 7 juni in de Mesdag Collectie te zien is.   Link: Kröller Müller Museum

Geloof: Schatten uit het Rijks door de ogen van nu. Tot en met 30 augustus in Museum Gouda

In Gouda is de eerste editie van een op geloof, hoop en liefde geïnspireerde reeks te zien. Deze traditionele ankerpunten van het leven vormen het uitgangspunt voor deze expositie met afgestofte werken uit het depot van het Rijksmuseum. De vraag wat ons tegenwoordig houvast biedt staat centraal. Aan de hand van kunstwerken die hen raken reflecteren mensenrechtenjurist Naema Tahir, de schrijver Arnon Grunberg en columnist Stephan Sanders vanuit hun respectievelijk Arabische, Katholieke en Joodse achtergrond op dit thema. De bezoeker wordt wellicht verrast door de ontdekking dat in elk van deze culturen dezelfde verhalen voorkomen. Zoals de geschiedenis waarin Abraham die opdracht krijgt zijn zoon Isaac te offeren; een verhaal dat voor christenen symbool staat voor godsvertrouwen. Dit onderwerp figureert ook in de Hebreeuwse Thora, waarin het offer wordt uitgelegd als toegewijd zijn aan het woord van God. In de Koran luistert de protagonist naar de naam Ibrahim. Met dezelfde intentie herdenken moslims deze episode jaarlijks met het offerfeest. 
Voor de in Afghanistan geboren Naema Tahir is… ‘Alles …heilig. Alles … door god geschapen’… In het aan Geloof en Schoonheid gewijde februarinummer van Kunstschrift, noemt zij Rembrandts portretten van de 16e -eeuwse Mogolkeizer Shah Jahan een brug tussen Oost en West. Bij een anoniem 18e -eeuws Gezicht op Smyrna met de ontvangst van een Nederlandse delegatie aan het hof van de sultan, pleit zij voor verdraagzaamheid en wederzijds respect. Haar advies: behandel een vreemde zoals jezelf behandeld wilt worden. 
Volgens Stefan Sanders is …’Geloof niet persé gemaakt voor heiligen, maar juist ook voor mensen die dreigen om te vallen’, maar het isnet andersom. ‘Omgevallen mensen’ kwamen nà hun val tot geloof, zoals de joden vervolger Saulus, die herboren als de apostel Paulus werd heilig verklaard. Tussen de talrijke werken vond Sanders nog een Bijbelse vader-zoon relatie: De parabel van de Verloren zoon. Ineen schilderij van Frans Francken zet de niet bij name genoemde jongen de bloemetjes nog buiten, maar in een werk van Rembrandt wordt de berooide zoon liefderijk omarmd door zijn vader. Bij een Bewening van Christus wil adoptiekind Sanders nog iets persoonlijks kwijt: …De liefde van Maria om het kind van God onvoorwaardelijk te ontvangen getuigt van liefde die de biologische wetten overstijgt… 
OokGrunberg staat stil bij de morele dilemma’s waar vaders mee geconfronteerd worden.  Niet alleen Abraham, maar ook de vader van Iphigenia uit het treurspel van Euripides en God, de vader van Jezus moesten moeilijke keuzes maken, waarbij het doel de middelen heiligde.

Met vragen als wat geloof jij, wat zijn jouw rituelen, wat geeft jou houvast wordt de bezoeker actief betrokken bij de tentoonstelling die dit najaar doorreist naar verschillende Nederlandse Musea. Data voor de volgende exposities over Hoop en daarna over Liefde zijn nog niet bekend.

Link: Museum Gouda

Tentoonstelling Zin in…. Tot en met 30 augustus in Museum Catharijneconvent

Ook in Utrecht kun je deze zomer op zoek naar zingeving. De tentoonstelling Zin in … is evenals die in Museum Gouda tot stand gekomen met medewerking van acht  gastcuratoren. Zij reflecteren op de vraag: “wat geeft het leven echt betekenis?” Wat hebben deze verscheidenheid aan mensen met elkaar gemeen? Meer dan je zou denken.

Honderd jaar geleden werd het antwoord vaak gevonden in het christelijke geloof. Tegenwoordig zoeken mensen kracht en inspiratie buiten de traditionele religieuze en politieke kaders. Ook al zijn de tijden veranderd, vrijwel ieder mens verlangt naar verbondenheid met anderen. Soms in een geloofsgemeenschap, maar vaker daarbuiten.
De tentoonstelling is samengesteld door een bont gezelschap: onder meer een popmusicus die de betrekkelijkheid van succes inziet, een gepensioneerde advocaat die zich inzet voor kwetsbaren in de samenleving, een arts die pleit voor ècht kijken naar de patiënt en een non die deze aanpak toepast bij de hulpverlening aan dakloze vrouwen en kinderen. In video’s lichten zij hun keuze uit eeuwenoude en moderne werken uit het Catharijneconvent toe.  
Het zal geen verbazing wekken dat de woorden van de onlangs overleden 19-jarige influencer Jade Kops een diepe indruk op mij maakten. Op haast bovenmenselijke wijze wist zij haar angst voor het onvermijdelijke einde om te buigen in daadkracht waarmee zij lotgenoten een hart onder de riem te stak. In een nisje van de kloostergang heeft een van de werken die haar positieve kracht gaven een verstild plekje gekregen: de Hipster Nativity (2016). Terwijl Jozef een selfie maakt komen de driekoningen op elektrische tweewielers aan bij de met zonnepanelen bedekte stal.
Naast de laatmiddeleeuwse sculptuur van Maria met Kind door de Meester van de Utrechtse stenen Vrouwenkop vertelt zuster Augustines Maria Leunissen over haar levenswerk. In de crisisopvang voor dakloze vrouwen en kinderen zet zij zich in voor hun fysieke en mentale welzijn. Vanuit haar eigen inschatting voorzag zij in hun behoefte aan kleding, voedsel en onderdak. Het moment waarop een dakloze vrouw en haar dochter de door Maria aangeboden woning weigerden betekende een keerpunt. Tot dan toe vulde Leunissen zelf in wat de hulpzoekende nodig had. Sindsdien vraagt zij: wat hebben jullie nodig?

Het bovenstaande is een impressie van een tentoonstelling die menigeen zal uitnodigen tot een persoonlijk moment van bezinning.  Ga kijken en lees ook het Museummagazine de Catharijne, waarin de gastcuratoren uitgebreid aan het woord komen. 

Link: Museum Catharijneconvent

De Wereld van Gerard van Honthorst. Tot 14 september in het Centraal Museum Utrecht.

Thuis is dit jaar het museale sleutelwoord. Recent kwamen museumbezoekers al thuis bij de Zwolse familie Ter Borch; in Amsterdam kwamen ze thuis in de zeventiende eeuw en in de Leidse Lakenhal kom je tot half september thuis bij Jan Steen. De kosmopoliet Gerard van Honthorst (1592-1656) is nu ook (even) thuis in zijn geboortestad Utrecht, maar een thuisblijver was hij niet. In de tentoonstelling volg je hem op zijn reizen. Met veel gemak, con sprezzatura, zoals gedicteerd in het ‘Hoe hoort het eigenlijk’ van de Italiaanse auteur Baldassare Castiglione, voelde hij zich zowel in Rome, Den Haag als Londen thuis! De subtitel van de aan Honthorst gewijde tentoonstelling luidt: In alles anders dan Rembrandt. Conservator Liesbeth Helmus benadrukt dat het niet om een wedstrijd gaat, maar het is wel tijd voor herwaardering van Honthorst, die lang in Rembrandts schaduw stond. De eclips dateert uit de 19 eeuw. Gebaseerd op hun culturele tradities zochten Europese landen na de Franse overheersing naar een eigen identiteit. Zo werd Rembrandt als nationale held op de kaart gezet. Honthorst, die in de zeventiende eeuw op internationaal niveau veel succesvoller was, raakte door het ophemelen van Rembrandt buiten beeld. Een geïllustreerde tijdlijn maakt de levensloop en artistieke wapenfeiten van beide kunstenaars inzichtelijk. Eén ding hadden ze gemeen: een ongekend talent, maar de verschillen in karakter en in artistiek opzicht zijn groot. Rembrandt was een eigenzinnige man; een non-conformist die zijn oren niet liet hangen naar zijn opdrachtgevers. Honthorst was makkelijk in de omgang en flexibel. Met een flatteuze toets kwam hij tegemoet aan hun wensen.
Na zijn leertijd bij de Utrechtse schilder Abraham Bloemaert ontwikkelde Honthorst zich tot een artistieke alleskunner. Zijn oeuvre bevat altaarstukken, figuurstukken met invloed van Caravaggio en Italiaanse tijdgenoten, pastorale scènes, (gehistorieerde) portretten en historiestukken. Met portretten van het Engelse koningshuis en de Hollandse Oranjes maakte hij furore. In 1628 ontstond het spontane, van dichtbij waargenomen portret van Koning Karel I. De monarch die 14 jaar later met goedkeuring van het Engelse parlement werd geëxecuteerd heeft het hoofd hier nog op zijn plaats.  
In de opstelling zie je wand vullende blow-ups van Honthorsts monumentale plafond- en wandschilderingen in The Queens Staircase in Hampton Court Palace en in de Oranjezaal van Huis ten Bosch. De beschilderingen werden aangebracht ter nagedachtenis van Frederik Hendrik. Honthorst portretteerde Amalia van Solms hier in de gedaante van Artemisia. Door de in wijn opgeloste as van haar gecremeerde echtgenoot te drinken gaf de voorbeeldige echtgenote van koning Mausolos (4e eeuw v. Chr.) letterlijk en figuurlijk een proeve van echtelijke liefde die de dood overstijgt. In 1632 stond Amalia ook model voor Honthorst. Eerder dat jaar kreeg Rembrandt opdracht voor een pendant bij een door Honthorst vervaardigd portret van Frederik Hendrik. Toen het klaar was werd Honthorst gevraagd het werk over te doen. Bij het zien van de naast elkaar geplaatste portretten is in één oogopslag duidelijk waarom. Het zijn twee van de ruim zestig schilderijen uit de eigen collectie en bruiklenen van het Louvre, de Britse Royal Collection en de Galleria Borghese.

Lees hier verder

Thuis bij Jan Steen. 400 jaar Leven in de brouwerij tot en met 23 augustus in Museum de Lakenhal, Leiden

Jan Steen, De Piskijker,, ca. 1663-1665 Langdurig bruikleen Museum De Lakenhal Leiden

Na Zwolle (Thuis bij Ter Borch), Amsterdam (Thuis in de 17e eeuw) komen museumbezoekers Thuis bij Jan Steen in Leiden. Ter gelegenheid van het 400ste geboortejaar van misschien wel de vrolijkste kunstenaar van de 17e eeuw is het feest in de stad waar hij werd geboren en begraven. 

Daarvoor zijn geen slingers, maar wel 28 schilderijen van zijn hand opgehangen, naast werken van bevriende tijdgenoten. Onder wie de Leidse fijnschilders Frans van Mieris, Ary de Vois, Gabriel Metsu en Quiringh van Brekelenkam, met wie hij graag een pint dronk. Allen waren lid van de Leidse kunstenaarsvereniging St. Lucas. Hun invloed is in Steens oeuvre herkenbaar is. Van Jan van Goyen, de vader van Jan Steens echtgenote Grietje, zie je een Gezicht op Leiden. Van zijn leertijd bij Van Goyen dateert Steens Landschap met een zandweg uit 1648. 

De tentoonstelling met voornamelijk kleine en enkele grote werken wordt opgeleukt met blow-ups van aansprekende scènes. De samensteller van de tentoonstelling Lea van der Vinde karakteriseert Steen als een briljante verhalenverteller. Met een scherp oog voor detail legde hij het alledaagse leven vast. Met humor in de ware betekenis van het woord: een lach in een traan. Tegenwoordig ligt dat anders, maar destijds begreep de goede verstaander de verwijzing naar de onderliggende betekenis. 

Deze tentoonstelling, de eerste sinds 100 jaar, maakt duidelijk dat het predicaat briljant niet alleen opgaat voor Steens narratieve talent, maar ook voor zijn veelzijdigheid in onderwerpkeuze en techniek. Terwijl de meeste 17e -eeuwse schilders zich toelegden op één tak van schilderkunst, zoals het portret of het landschap, beoefende Steen tal van genres. Naast de overbekende interieurstukken en herbergscènes schilderde hij monumentale historiestukken met mythologische- en Bijbelse scènes, zoals het heftige Christus verdrijft de geldwisselaars uit de tempel. Anders dan Steens jolige zelfportretten met geheven glas wellicht doen vermoeden kende Steen ook een andere kant. Hij doorliep de Latijnse School en stond ingeschreven bij de Leidse universiteit. Steen kende zijn klassieken. Het thema van de Bespotting van Ceres, dat hij in zijn eigen tijd ensceneerde, ontleende hij aan Ovidius Metamorfosen (1e eeuw). Hoe deze Romeinse dichter ook anderen, zelfs tot de huidige dag inspireerde, is tot 27 augustus in het Rijksmuseum te zien.  

In zijn huiselijke scènes en historiestukken wisselde Steen een minutieuze, fijne penseelstreek af met losse, levendige toetsen. Evenals Frans Hals gebruikte Steen zijn echtgenotes en kinderen vaak als model. Zo kom je als beschouwer inderdaad… thuis bij Jan Steen. Naar de daarin afgebeelde bende verwijst het gezegde een huishouden van Jan Steen. Voor opruimen had hij geen tijd: als vader van 8 kinderen moest hij zijn aandacht verdelen tussen zijn schilderwerk, zijn taken als bierbrouwer en herbergier.

De tentoonstelling is thematisch ingericht. Je ziet Steen onder meer in relatie tot de Leidse fijnschilders. Andere onderwerpen zijn satire en spel en verhalende werken van velerlei soort zoals het geestige Doktersbezoek, waarin een chirurgijn onder het toeziend oog van de patiënt en haar moeder, de inhoud van een urinaal bestudeert. Waar gaat dit over? De sleutel aan de wand naast het hemelbed geeft, samen met het schilderij in het schilderij, het antwoord. Tijdgenoten zagen het meteen. Het meisje lijdt aan minnepijn of erger: ze is zwanger! Met het bovenstaande licht ik slechts een tipje op van de sluier. Let bij je bezoek aan de Lakenhal ook op de parallelle bijschriften. Verschillende werken inspireerden basisschoolleerlingen tot frisse observaties. Lees hier verder.

Geverifieerd door MonsterInsights