Welkom

Beste Lezer,

Wat een goed bericht, de musea gaan weer open voor publiek. Vanaf 5 juni bent u welkom. Wel een ticket reserveren of aanmelden dan kunt u nog de t/m 11 juli verlengde tentoonstelling Surinaamse School bezoeken en de zojuist geopende expositie over Frida Kahlo in het Cobra museum. Tijdens een voorbezichtiging zag ik de artistieke vruchten van de haat-liefderelatie tussen Frida Kahlo (1907-1954) en Diego Rivera (1886-1957). Werk waarin hun gedeelde passie voor Mexico en de revolutie (1910-1917) een prominente rol speelt. Daarnaast laten de prachtige zelfportretten van de zwaar gehandicapte Kahlo zich lezen als een indringend autobiografisch beeldverhaal. De reproducties van Ribera’s muurschilderingen weerspiegelen hun beider bevlogenheid voor de revolutionaire idealen. Uit Ribera’s landschappen en figuurstukken spreekt zijn liefde voor Mexico. Deze werken vormen de kern van de Gelman collectie, waarvan ook andere in ons land minder bekende Mexicaanse werken getoond worden, zoals de leuke circusvoorstellingen van Maria Isquierdo (1902-1955 ). Eigentijdse foto’s en op Kalo geïnspireerd werk van latere kunstenaars complementeren het beeld van deze sterke vrouw, die haar tijd in meerdere opzichten ver vooruit was. T/m 26 september te zien in het Cobra Museum, Amstelveen, waar ook de tentoonstelling Karel Appel 100 jaar t/m 24 oktober te zien is. Vanaf oktober zal nog meer verrassend werk van Frida Kahlo te zien zijn in het Drents Museum. In het volgende seizoen hoop ik u een gecombineerde lezing te bieden van beide exposities

Onlangs openden enkele musea al vast deuren, die voor anderen (nog even) gesloten blijven. Ik genoot het voorrecht al even binnen te mogen kijken in de nieuwe tentoonstellingen in het Mauritshuis en het Haagse Kunstmuseum. Mijn impressies wil ik graag met u delen.

Tijdens een rondleiding door de tentoonstelling Het Gedroomde Museum, tot 7 november te zien in het Kunstmuseum, opende conservator Jet van Overeem mijn ogen voor het weldoordachte exterieur en interieur van het door architect H.P. Berlage (1856-1934) ontworpen kunstmuseum. Een architectonisch hoogstandje uit 1935, waar ik tot voor kort alleen oog had voor de daar getoonde kunstwerken. 

Centrale hal Kunstmuseum Den Haag met werk van Sol LeWitt. Foto: Gerrit Schreurs

Het museum moest gebouwd worden op een groene locatie vlakbij de zee. Deze bepaling werd in verband met de belichting van de te exposeren kunstwerken van cruciaal belang geacht. Licht zoals je dat alleen in de nabijheid van de zee kunt vinden werd het leitmotiv in het uiteindelijk uitgevoerde ontwerp. Het valt via een ingenieuze dakconstructie binnen in het museum, dat ontworpen werd als symbiose tussen architectuur, kunst en mens. De laatste is daarbij maatgevend.

Interactie tussen museum en publiek is tegenwoordig niet meer weg te denken, maar participatie was destijds een nouveauté. Alsook de gedachte dat het museum niet alleen voor de elite zou moeten zijn, maar ook voor de ‘werkende klasse’ en de jeugd.

Het traject van ontwerp, naar uiteindelijke oplevering en inrichting wordt aan de hand van maquettes, gedetailleerde bouwtekeningen, artist’s impressions en foto’s ontvouwd. Ontwerp en uitvoering van het museum waren destijds ultramodern. Tegen het decor van twee grote waterpartijen rijst het museum, mooi passend in de destijds nog onbebouwde landschappelijke omgeving op. Via een corridor, waar dagelijkse beslommeringen kunnen worden achtergelaten, nadert de bezoeker de entree om vervolgens de wereld van de kunst te betreden. een wereld die zich op verrassende wijze, badend in licht en kleur openbaart. U kunt het hier lezen.

In geuren en kleuren vertel ik u graag wat ik gezien heb in de tentoonstelling Vervlogen Geuren in Kleuren, die tot en met 29 augustus te zien is in het Mauritshuis.  

De makers van de tentoonstelling vroegen zich af hoe geur werd uitgebeeld. Afgezien van degenen die de vijf zintuigen in beeld brachten, zullen de meeste 17e eeuwse schilders hier niet over nagedacht hebben.   

Johannes van Wijckerslooth deed dat in zijn Zelfportret met de vijf zintuigen wèl. Het portret fungeert als statement: een goede schilder [als hijzelf] kan de abstracte sensaties van zintuiglijke waarnemingen in beelden vangen. In het schilderij-in-het-schilderij brengt hij op geraffineerde wijze de reukzin in beeld. Je moet wel goed kijken, want op het eerste gezicht lijkt het of de schilder in zijn neus zit te peuteren. Wie zijn blikrichting volgt ziet de smeulende stinkveter rechtsonder in schilderij.   

Johannes van Wijckersloot, Zelfportret, 1669, Museum der bildenden Künste, Leipzig (Maximilian Speck von Sternburg Stiftung)

Aangevuld met vragen over betekenis van- en associaties bij geuren is een bijzondere tentoonstelling ontstaan. De bezoeker wordt uitgenodigd om de waarneming van kunst vanuit een ànder perspectief, met behulp van de reukzin te ervaren!

Anno 2021 weten we dat ziekteverwekkers alom tegenwoordig zijn en zeker in het bedorven water van zo’n gracht. Destijds was men er ook van overtuigd dat ziektes door (geuren in) de lucht werden verspreid. Met het branden van wierook en het dragen van zogenoemde pomanders, reukbollen met geurige kruiden, probeerde men ziektekiemen buiten te houden. U leest er hier alles over.

Behendig laverend tussen de Covid hindernissen konden verschillende lezingen eind vorig jaar toch doorgaan. Zowel in de grote zaal van de Cultuurhoek als in de Oosterkerk zaten de aanwezigen volkomen coronaproof (sorry Japke-D. Bouma) ver uit elkaar. In de pauze bleef iedereen zitten, terwijl ik gewapend met gezichtsbedekking rondging met koffie. Mijn voornemen deze succesformule bij mijn lezing over de Surinaamse School in het Stedelijk te herhalen werd helaas door de tweede lockdown verhinderd. Van uitstel komt echter geen afstel. Voor maart staan twee lezingen over deze interessante tentoonstelling op het programma, waarvoor ik u in het navolgende hoop te enthousiasmeren.

Jules Chin A Foeng, ‘Chinese slippers’, 1981-1983, doek. Collectie Patrick Chin A Foeng

Als vervolg op mijn lezing over de Grote Suriname tentoonstelling geef ik een lezing over de Surinaamse School, die onlangs in het Stedelijk Museum werd geopend. Tijdens een Winti ceremonie werd respect en dankbaarheid tot uitdrukking gebracht aan moeder aarde en voorouders, onder wie enkele van de nu getoonde kunstenaars. Met deze tentoonstelling haakt het Stedelijk Museum aan bij de viering van Suriname 45 jaar Onafhankelijk. Aan dit feestje doen 35 twintigste eeuwse kuntenaars met figuratief en abstract werk mee. De expositie is niet alleen van historisch belang, maar gezien de BLM discussie ook actueel.

Tien jaar geleden zou de voorspelling van een expositie met Surinaamse kunst in het Stedelijk nog als lachwekkend zijn ervaren, maar de tijden zijn veranderd, aldus presentatrice Tanja Jadnanansing. Met schilderijen, werk op papier en documenten geeft de tentoonstelling een kleurrijke impressie van de Surinaamse kunst tussen 1910 en het midden van de jaren ’80. Hoewel mannelijke kunstenaars in de meerderheid zijn, is ook prachtig werk te zien van de 19e eeuwse fotografe Augusta Curiel en beeldend kunstenaars Noni Lichtveld (1929-2017) en Rihana Jamaludin (1959).

De Nederlandse kunstenares Nola Hatterman (1899-1984) heeft een sleutelrol gekregen. Met haar werk, dat van haar leerlingen en van latere kunstenaars wordt een kleurrijk palet geschetst van de kunst in het land dat door W.F. Hermans in 1969 nog werd omschreven als …’de laatste resten tropisch Nederland’
Ook Nola’s afvallige leerling Jules Chin a Foeng (1944-1983) heeft wegens zijn bijdrage aan het kunstonderwijs in Paramaribo een hoofdrol gekregen.
Een rondgang door de chronologisch thematisch ingerichte zalen leert dat dé Surinaamse School met een eenduidige stijl niet bestaat. De artistieke uitingen worden, evenals de samenstelling van de Surinaamse bevolking, gekenmerkt door veelstemmigheid.

Aan het begin van de expositie wordt hulde gebracht aan de man die door de samenstellers als de eerste Surinaamse kunstenaar wordt beschouwd: Gerrit Schouten (1779-1839). Deze zoon van een Amsterdamse zeeman en een moeder van gemengd bloed maakte kunstige diorama’s, kijkdozen met scènes uit het leven van kolonisten en oorspronkelijke inwoners van Suriname. Van zijn hand ziet de bezoeker een  intrigerende vlinderkast met 100 soorten. Bij het lezen van het bijschrift gelooft u uw ogen niet! Te zien tot en met 11 juli 2021.

Lezing bij tentoonstelling Surinaamse school in de Oosterkerk te Zeist op vrijdagmorgen 28 mei. De lezing vangt aan om 10.00 uur.

U kunt zich hier aanmelden. Vanwege de omstandigheden is dit noodzakelijk.

Voor dit seizoen staan in juni mijn uitgestelde lezingen over de tentoonstelling Slavernij in het Rijksmuseum op mijn programma. Zie onder de afbeelding,

Anoniem, Tot slaaf gemaakte mannen graven trenzen, ca. 1850. Amsterdam, Rijksmuseum. Aankoop met steun van het Johan Huizinga Fonds/Rijksmuseum Fonds

Het slavernijverleden is actueler dan ooit. Vrijwel dagelijks worden we via de media met een roep om excuses aan dit donkere verleden herinnerd. De expositie HIER. Zwart in Rembrandts tijd vormde vorig jaar het begin van de samenwerking tussen 12 Nederlandse musea die in deze kwestie kleur bekennen. Voorafgaand aan het herdenkingsjaar 2023 presenteert het Rijksmuseum de tentoonstelling Slavernij. Ingericht rond deze zwarte bladzijde, die je niet zonder meer kunt omslaan.
Afgezien van de leestip De Hut van Oom Tom hebben vijftig-plussers op de scholen van hun jeugd vrijwel niets over de handel in zwarte arbeidskrachten gehoord, maar dat gaat veranderen.  

De geschiedenis van de slavernij ligt minder ver achter ons dan je zou denken. Wanneer je vier of vijf generaties teruggaat kom je in veel stambomen slaafgemaakten en slavenhouders tegen. Soms zelfs beide in een familie, zoals het hoofd Geschiedenis van het Rijksmuseum, Valika Smeulders en cabarettier Jörgen Raymann in het televisieprogramma Verborgen Verleden tot hun (onaangename) verrassing ontdekten.

Bij monde van tien historische personen worden aspecten van dit verleden met waargebeurde verhalen verteld. Aan de hand van objecten, schilderijen, archiefstukken, gedichten en muziek komt niet alleen de veel besproken driehoekshandel van de WIC aan bod. Het verhaal van de schepen die met handelswaar naar de kusten van West-Afrika voeren, waar zwarte arbeidskrachten voor Zuid-Amerika werden geladen, om uiteindelijk met suiker, cacao, koffie en verfhout terug te zeilen naar het vaderland. De tentoonstelling belicht ook de bij het publiek minder bekende slavenhandel en slavernij door de VOC in Zuid-Afrika en Azië en de effecten daarvan in Nederland.

In het project Look at me now nodigen twee kunstenaars van het Curaçaose collectief Instituto Buena Bista, David Bade en Tirzo Martha bezoekers uit om geïnspireerd op de 10 persoonlijke verhalen samen met hen nieuwe beelden te maken. Op deze wijze nodigde Tirzo Martha inwoners van Apeldoorn uit om te participeren aan de constructie van de sculptuur Overcoming Ourselves in order to overcome.
Op een onderstel van gestapelde steenblokken staat een Afrikaans voorouderbeeldje dat een scheepston op zijn schouders torst. Martha laat het aan de verbeelding van de kijker over …’om dit werk tot zijn recht te laten komen’…

Gedurende de looptijd van de Slavernij tentoonstelling zullen in de zalen van de vaste collectie bij ca. 70 objecten tweede tekstbordjes worden aangebracht met informatie over de ‘onzichtbare relatie met slavernij’. 

Tenslotte; behalve een gevarieerd programma met lezingen, toneel, muziek en debat zal Jörgen Raymann op zes zondagen een talkshow rond het thema slavernij presenteren.

Slavernij, in het Rijksmuseum t/m 29 augustus verlengd.

Lezingen bij tentoonstelling Slavernij zal ik in juni geven.

In de Oosterkerk te Zeist, Woudenbergseweg 44, 3701 BC Zeist (ingang Laantje zonder eind): Donderdagmorgen 10 juni om 10:00 uur.
In de Cultuurhoek Driebergen Engweg 14, 3972 JH Driebergen-Rijsenburg:
woensdagmorgen 9 juni om 10:00 uur.

Francesco Bianchi Buonavita (Florence 1593 – Florence 1658) Maria Magdalene met de zalfpot, eerste helft zeventiende eeuw 17e eeuw


Tijdens de door Corona grotendeels onzichtbaar gebleven tentoonstelling Body Language, hebben de conservatoren van het Catharijne Convent niet stil gezeten. Vanaf 19 februari tot eind augustus is een grote tentoonstelling te zien over Maria Magdalena, de vrouw die met Jezus en zijn volgelingen op trok. Bij het horen van haar naam reproduceert mijn auditieve geheugen de stem van Yvonne Elliman:

                … ‘I don’t know how to love him’…

De vragen die Maria Magdalena zich in deze beroemde song uit de film Jesus Christ Superstar uit 1971 stelt zijn nog steeds actueel.
Wie was Maria Magdalena en wat bracht haar zo in verwarring?

Komt het beeld dat we uit films, boeken en schilderijen van haar kennen overeen met dè bijbelse Maria Magdalena, zo die al bestaan heeft? Want het gangbare beeld van Maria Magdalena is hybride. Variërend van een door Jezus genezen psychiatrisch patiënt, een vrouw van lichte zeden, een apostel tot zelfs de echtgenote van Gods zoon. Deze verschijningsvormen komen voort uit nieuwtestamentische- en apokriefe bijbelverhalen en interpretaties daarvan door kerkvaders. Mede door legendarische toevoegingen is deze mysterieuze vrouw tot de dag van vandaag een belangrijke inspiratiebron voor kunstenaars. In de expositie, die samengesteld is met eigen werken en bruiklenen, ziet de bezoeker haar ook in eigentijdse werk van David la Chapelle, Helen Verhoeven en Marlene Dumas.

In deze lezing nemen we haar verschillende hoedanigheden onder de loep en gaan we op zoek naar de ware aard van Maria Magdalena. Daarbij wordt een kapitale historische fout rechtgezet en zal de vrouw wier imago varieert van hoer tot heilige gerehabiliteerd worden.

Maria Magdalena. De tentoonstelling in het Museum Catharijneconvent is uitgesteld.
In de herfst zal mijn lezing over deze bijzondere vrouw een mooi begin zijn van het van het nieuwe seizoen!

Inschrijven kunt u hier.

Ik hoop u in het nieuwe jaar weer te mogen verwelkomen!

Eerder aangeprezen exposities lopen binnenkort af en zijn wegens de situatie niet geopend maar via mijn uitgebreide besprekingen kunt u deze in de geest nog bezoeken: Body Language (Catharijne Convent), Je Liefhebbende Vincent (Van Gogh Museum) en This is America (Kunsthal Kade), dat in het licht van de bizarre verkiezingstaferelen nog steeds actueel is. De getoonde kunstwerken verwezen in bedekte- maar ook openlijke termen naar de problemen van deze tijd. De bovenzaal was helemaal gewijd aan het probleem president Donald Trump. Er was veel aandacht voor de keerzijde van the American Dream, met schokkende beelden van het tegendeel. Demonstraties van de Black Lives Matter beweging en andere protesten tegen discriminatie, geweld en onderdrukking. Wilt u verder lezen klik dan hier.

Een tentoonstelling die u waarschijnlijk wel kunt gaan bezoeken is te zien in Hermitage Amsterdam, Romanovs in de ban van de ridders, tot in de zomer 2021. Hieronder een korte impressie.

Enkele weken na de opening werd de tentoonstelling Romanovs in de ban van de Ridders wegens de aangescherpte Coronamaatregelen alweer gesloten. Anders dan de tentoonstelling Body Language in het Catharijneconvent, die daardoor voor de tweede keer uit het zicht verdween, is dit voor de Hermitage geen (blijvende) ramp. De expositie loopt tot en met de zomer van 2021.

In de grote zaal staat de bezoeker meteen in de Middeleeuwen: blinkende harnassen, wapengekletter op het toernooiveld, schone jonkvrouwen van wie eer en maagdelijkheid moeten worden verdedigd…. 
Feit en fictie: het is allemaal te zien in deze tentoonstelling ingericht met objecten uit de Hermitage Petersburg.
De riddertijd (bijna) verbeeld zoals we die van onze kindertijd kennen, compleet met oude televisiebeelden van de serie Ivanhoe.
Ridders: je ziet ze overal. Op een 12e eeuwse aquamanile, een liturgische schenkkan in de vorm van een ridder te paard. Een model dat tijdens de kruistochten in het Westen werd geïntroduceerd. In een laat 15e eeuws drieluik van Hugo van der Goes zien we een soldaat in harnas tijdens de kindermoord van Bethlehem.

Alles lijkt te kloppen tot we bij het hoofdstuk hoofse liefde aankomen, beschreven in de 13e eeuwse Roman de la Rose. Dankzij de toelichting van emeritus hoogleraar Nederlandse letterkunde Herman Pley blijkt dat wij op de Middelbare school maar de halve waarheid hoorden over deze tweedelige roman geschreven door Guillaume de Lorris en (na diens dood) voltooid door Jean de Meung. De inhoud van het pikante tweede deel werd ons onthouden! De eerste feministe Christine de Pisan las zowel het eerste als tweede deel en opende met haar Livre de la cité des dames in 1405 de nog altijd voort durende discussie over de daarin geschetste positie van de vrouw. De Roman de la Rose is -getuige de stapel in de museumwinkel- tot de huidige dag een bestseller!  

Boven een manuscript uit de 16e eeuw worden de daarin geschilderde miniaturen met commentaar van Pley geprojecteerd. Alles in deel 2 draait om genot  … ‘buiten het huwelijk’ … licht hij schalks toe. In de vitrine tegenover de Roman de la Rose staan twee metalen kuisheidsgordels opgesteld (bekend van highschool jokes), maar je kunt niet alles geloven. Ze horen thuis in de categorie fake news, dat ten tijde van de Gothic revival ook al bestond.

Met Middeleeuwse objecten en kunstvoorwerpen in neo stijlen uit de schatkamers van de 18e en 19e eeuwse tsaren Paul I, Nicolaas I en Alexander III wordt de herwaardering van de ‘dark ages’ getoond. In (de nasleep van) turbulente tijden van de Industriële Revolutie, Napoleontische Oorlogen en opkomend nationalisme ontstond een verlangen naar de ‘goeie ouwe tijd’, waarin Europa en de kerk nog niet verscheurd waren.
Tijdens de Romantiek droomde men graag weg naar de periode, die eeuwenlang miskend ingeklemd had gezeten tussen de klassieke oudheid en de wedergeboorte daarvan de Renaissance.
In de tentoonstelling wordt de herwaardering van de Middeleeuwen breed geïllustreerd met schilderijen, beelden, voorwerpen van toegepaste kunst, literatuur, muziek, nagespeelde toernooien en bal masqués aan het Russische en Nederlandse hof. Ook koning Willem II en zijn Russische echtgenote Anna Paulowna lieten zich niet onbetuigd, zoals in het laatste kabinet van de expositie te zien is.

De tentoonstelling met activiteiten voor jong en oud loopt tot en met de zomer van 2021.

Museum Hermitage Amsterdam: Romanovs in de ban van de ridders