Tips voor museumbezoekers

Beste Lezer,  

Wat is er deze winter op museumgebied te beleven? U vindt hieronder een selectie. Heeft u geen zin of tijd om dit hele voorwoord door te lezen, scroll dan snel door en stop bij de afbeelding van de tentoonstelling die uw belangstelling heeft!

PAN Amsterdam 2022 tot en met 27 november, RAI Amsterdam

Wat een verademing om weer ongehinderd door mondkapjes over de Pan te dwalen. De internationale kunstbeurs wordt dit najaar voor de vijfendertigste keer georganiseerd. In Amsterdam worden oude en moderne meesters aangeboden, sieraden, antiek, design en fotografie. Daarnaast is een keur aan eigentijds werk te zien en te koop!

Variërend van Billy Apple’s fluoriserende glazen Regenboogsculpturen, van rond 1965 bij The Mayor Gallery tot een uit karton samengesteld Shelter van Machteld Rullens uit 2022 bij Martin van Zomeren.

Ferdinand Hart Nibbrig Kust en duinen bij Zoutelande ca. 1910

Voor liefhebbers van oude en moderne schilderkunst is de beurs een walhalla. Voor het zeldzame pointillistische schilderij van Jan Toorop voorstellende de Baai van Lynmouth uit 1888 bent u te laat. Kunsthandel Albricht was het in het openingsweekend al kwijt. Maar hier zag ik nog een blij makende impressie in dezelfde stijl van Duinen bij Zoutelande door Ferdinand Hart Nibbrig.

Pieter Nason (1612 – c.1688) A Dutch noblewoman, possibly Adriana Sophia van Raesfeld (c.1650 – 1694)

Pieter Nasons Portret van een adellijke dame werd door The Weiss Gallery dit weekend ook al verkocht. Maar geen nood: van dezelfde kunstenaar hebben ze nog een Dutch Noble Woman op voorraad, voor wie vermoedelijk Adriana Sophia van Raesfeld model stond. Tegen het decor van een mooie liefdestuin liet zij zich in ca. 1671 in een fantasierijke uitmonstering op haar allermooist vereeuwigen.  

Zeeuwse klederdracht Jimmy Nelson

Mocht uw belangstelling meer uitgaan naar het mummieportret uit de Fajoem bij Mieke Zilverberg, helaas, dit werk draagt ook al een rode stip. Maar hier zijn nog tal van oudheden te koop. Bij Zilverberg kun je tegenwoordig ook terecht voor eigentijds fotowerk van Jimmy Nelson. Ik zag een betoverend portret van vier (generaties) vrouwen, die in Zeeuwse klederdracht uitwaaien op het strand.

Ook oude en moderne Japanse prenten bleken in het openingsweekend zeer in trek. Bij Oranda Jin zag ik een 18e -eeuws exemplaar van een Hollander met Indische bediende, waarin de tegenwoordig gehekelde gezagsverhoudingen nog helemaal scheef zijn. De voorstelling herinnert aan de periode waarin de Hollanders op het eilandje Deshima, als enige buitenlandse natie handel mochten drijven met het voor anderen gesloten Japan. Bij Hotei Japanese Prints viel mijn oog op twee verstilde moderne exemplaren uit de jaren ’30 van de vorige eeuw. Nagels van Ito Shinsui, waarin een half ontblote dame met toewijding haar voeten verzorgt, voordat zij deze in een Voetenwarmer (Kotatsu) zal steken.

Ito Shinsui (1898 – 1972)Nagels (Tsume), uit Tweede serie van Moderne schoonheden (Gendai bijin shū dai nishū). 1936

Dit is slechts een willekeurige selectie, maar er is nog veel meer moois te koop. Ook voor wie niet komt om te shoppen is de Pan een feest. Waar kun je in één dag genieten van een visuele, bijna tastbare  impressie van de hele kunstgeschiedenis tot en met de meest recente creaties?

Het kan nog tot en met 27 november, dagelijks van 11 tot 18 uur.  

Ga voor meer informatie of een virtueel bezoek naar www.pan.nl

Sterven in Schoonheid: De wereld van Pompeï en Herculaneum, tot en met 26 maart in het Drents Museum.

Bakker Terentius Neo en zijn vrouw, 1e eeuw. Foto Nationaal Archeologisch Museum Napels

De kunstschatten uit het oude Armenië hebben in Assen plaats gemaakt voor een indrukwekkende nieuwe tentoonstelling: de Wereld van Pompeï en Herculaneum. Dat deze steden in het jaar 79 door een uitbarsting van de Vesuvius ten onder gingen is geen nieuws. Maar dat de allesverwoestende eruptie niet op 24 augustus van dat jaar, maar twee maanden later in oktober plaats vond is dat wel. Al verandert deze wetenschap aan de loop van de geschiedenis niet veel. Pompeï, aan de voet van de vulkaan, werd ‘slechts’ ondergesneeuwd door een regen van as en puin, maar het iets lager gelegen Herculaneum verdween onder een 25 meter dikke laag van gestold lava. In de loop der tijd werd het stadje daarenboven toegedekt met de bebouwing van het dorpje Resina.

Toen werklieden bij het slaan van een waterput in 1709 op antieke brokstukken stuitten werd Herculaneum bij toeval uit haar eeuwenlange winterslaap gewekt. Ter verfraaiing van zijn paleis liet Koning Karel van Bourbon destijds een reeks beelden en architectuur fragmenten opdiepen. Deze 18e -eeuwse opgravingen vallen onder de categorie schatgraven. Van enig historisch bewustzijn was nog geen sprake. Pas in 1927 werd begonnen met wetenschappelijk begeleide opgravingen. Inmiddels is een kwart van de totale oppervlakte van 5 ha blootgelegd. De rest van dit rijke bodemarchief ligt veilig, doch ontoegankelijk verborgen onder de kelders van de huizen in Ercolano, zoals Resina na 1969 wordt aangeduid.

Fresco met muziekuitvoering Pompeï, 1e eeuw. Foto Nationaal Archeologisch Museum Napels

Anders dan de gangbare insteek, waarin vooral de laatste uren van de slachtoffers centraal staan, belichten de samenstellers van deze expositie een ander aspect van Pompeï en Herculaneum. Zij tonen de mooie kant van het leven van ‘de’ inwoners van deze steden, vóórdat het noodlot toesloeg. Daarbij wordt wel voorbijgegaan aan het feit dat die schoonheid alleen was weggelegd voor de elite en enkele gefortuneerde middenstanders, zoals bakker Terentius en zijn vrouw. Het wereldberoemde portret, waarin zij hun welstand en geletterdheid evoceren is in Assen te zien.

Het enorme leger slaven dat zorgde voor het welzijn van de happy few, mocht naar de hen omringende schoonheid alleen maar kijken, maar aankomen niet, tenzij bij de uitoefening van hun werkzaamheden.

Drinkschaal van aardewerk met goud en lapis lazuli. Foto Nationaal Archeologisch Museum Napels

Niet alleen in de huizen, maar ook in overheidsgebouwen, badhuizen en op straat waren muurschilderingen en sculpturen te zien. Portretbustes van rijke weldoeners en niet in de laatste plaats: keizers, die zich om redenen van propaganda bij voorkeur een beetje mooier dan in werkelijkheid lieten portretteren. De omhooggevallen of beter -gevochten soldatenkeizer Vespasianus vormt hierop met zijn realistisch weergegeven kop een uitzondering.

Marmeren buste van Keizer Tiberius. Pompeï, 1e eeuw. Foto Nationaal Archeologisch Museum Napels.

De enige directe verwijzingen naar het moment, waarop dit mooie leven in Pompeï en Herculaneum abrupt tot stilstand kwam, vormen projecties van de vulkaanuitbarsting en het aandoenlijke, solitair gepresenteerde afgietsel van een slachtoffer, dat in zijn of haar stervensuur niets anders kon doen dan het onvermijdelijke einde af te wachten…

De bezoeker van de tentoonstelling Sterven in Schoonheid ziet geen gruwelen, maar wordt uitgenodigd te genieten van de schoonheid, het sleutelwoord dat alle sprekers bij de voorbezichtiging in de mond namen. Prachtige veelkleurige fresco’s, gebruiksvoorwerpen, portretbustes, juwelen en een grote fraai bewerkte kluis nodigen daartoe uit. Elk object getuigt ontegenzeggelijk van een grote schoonheid. Alle ellende is netjes weggepoetst, alleen een zwartgeblakerd altaar, een zogeheten lararium en een verkoold brood in de vorm van een wagenwiel herinneren nog aan de ramp waardoor aan dit mooie leven een einde kwam. Het brood dat ik vijftig jaar geleden met mijn ouders in het Archeologisch museum in Napels zag, ligt er uit de tijd en ver van huis nog net zo bij. Bij dit weerzien ervaar ik het begrip tijd even als tijdloos! 

Sterven in Schoonheid: De wereld van Pompeï en Herculaneum, tot en met 26 maart in het Drents Museum.

Lezing: donderdagavond 8 december, Oosterkerk, Zeist en woensdagochtend 14 december, Cultuurhoek, Driebergen. Informatie en aanmelden onder deze link: uitdekunstmarina

Byblos: ’s werelds oudste havenstadtot en met 12 maart 2023 RMO Leiden

Liefhebbers van archeologie en exotische bestemmingen kunnen tot en met 12 maart in het Leidse RMO een bezoek brengen aan de legendarische Libanese havenstad Byblos. Van de glorie van weleer resten vandaag slechts ruïnes, maar wel zeer indrukwekkende! Ze liggen ten noorden van Beiroet bij het hedendaagse Jbeil.

Met een geschiedenis van 8500 jaar staat de oudste havenstad ter wereld genoteerd op de werelderfgoedlijst van UNESCO.

Tijdens een voorbezichtiging brachten conservator Lucas Petit, projectleider Tanja van der Zon en archeoloog Tania Zaven uit Beiroet de voorbije wereld van Byblos in gloedvolle bewoordingen tot leven.

Wat rond 6500 v. Chr. niet meer was dan een eenvoudig vissersplaatsje was rond 3000 uitgegroeid tot een welvarende havenstad. Schepen vanuit de hele mediterrane wereld legden aan voor het legendarische cederhout, dat met haar rechte wel 40 meter hoge stammen een geliefd en duurzaam bouwmateriaal was. In Bijbelse tijden -denk aan de tempel van Salomo- en voor bouwprojecten van Egyptische farao’s. Op de hellingen van het Libanongebergte zijn ceders tegenwoordig schaars, maar met een groots opgezet project voor herbeplanting wordt aan herstel gewerkt.

In Byblos was behalve cederhout nog veel meer te koop: ivoor, wijn, olie, goud, zilver en edelstenen. Illustratief voor de macht van destijds beroemde heersers van Egypte is dat farao’s wegens hun goddelijke status niet hoefden te betalen voor het geliefde cederhout.

Waar goederen verhandeld worden is een deugdelijke administratie wenselijk. Een interessant hoofdstuk in deze expositie is die gewijd aan de ontwikkeling van het Latijnse alfabet. Aan de hand van de Libanese ‘Steen van Rosetta’ en verschillende tekstvoorbeelden wordt verduidelijkt dat Byblos daarin een voortrekkersrol speelde.

Byblosschrift (niet-ontcijferd ‘Byblos-schrift’) | brons, 1600-1200 v.Chr. , uit Byblos | © Ministry of Culture, Lebanon/Directorate General of Antiquities (DGA), inv. 16598

Egyptenaren, Feniciërs, Assyriërs, Babyloniërs, Perzen, Grieken en Romeinen hebben hun sporen in Byblos nagelaten. De archeologische vondsten hebben hun weg gevonden naar het Nationaal Museum van Beiroet, het Louvre in Parijs en het British Museum. Tot 13 maart wordt de archeologische en culturele rijkdom van Byblos geïllustreerd met 500 bruiklenen. Van eenvoudige vishaken, ankers die daar -in hun vorm van grote steenklompen- helemaal niet op lijken, kleitabletten, tekstfragmenten op papyrus, sculpturen, gouden wapens, juwelen met kleurrijke edelstenen, een Romeins mozaïek, een bronzen beeld van Heracles en niet in de laatste plaats een enorm leger van iconische bronzen mens- en dierfiguurtjes.

De uitgebreide geschiedenis van Byblos wordt verteld aan de hand van koningen, mythologische helden, handelslieden, goden, priesters en priesteressen. Een hoofdrol is weggelegd voor de geliefde godin, de ‘Dame van Byblos’, in wie de Egyptenaren een verschijningsvorm van hun eigen godin Hathor zagen. In een computerbeeld van een sarcofaag wordt  een Fenicische stoet met gelovigen aangelicht, die op weg zijn om de dame van Byblos, die niet met een eigen naam wordt aangeduid, eer te brengen.   

Heel bijzonder zijn de vondsten die kortgeleden in een elitegraf werden ontdekt. Dankzij zogenoemde non destructieve prospectiemethoden werden delen daarvan, nog ondergronds, in situ, met behulp van elektronische weerstandstechnieken zichtbaar gemaakt. Een fantastische vinding, want zo kan het verleden zonder de kosten en moeiten van daadwerkelijke opgraving, toch worden onderzocht.

Ondanks de moeilijke communicatie -in Beiroet was na de explosie van augustus 2020 bijvoorbeeld dagelijks maar één uur stroom beschikbaar- is het de samenstellers van de expositie toch gelukt om een prachtige tentoonstelling tot stand te brengen. Deze vierde expositie in de antieke stedenreeks wordt in een feeërieke enscenering gepresenteerd. Even ben je bang om ze omver te lopen, maar de pop-ups die de expositie verlevendigen, geven mee! Het grafisch ontwerp staat op het conto van Kathrin Hero, die ook de pop-ups bedacht. Karst-Janneke Rogaar, illustrator van kinderboeken, maakte de illustraties bij de verhalen.

De bezoeker wandelt als het ware door een archeologisch sprookjesbos, waar je de beroemde ceders van Libanon niet alleen hier en daar ziet, maar zelfs ook ruikt; echt waar!

Daarbij ontvouwen zich in woord en beeld mooie eeuwenoude vertellingen, zoals het verhaal van de Mesopotamische koning Gilgamesj, die hoogstpersoonlijk naar Libanon kwam om de felbegeerde ceders te kappen. De Egyptische godin Isis wekte haar overleden geliefde Osiris in Byblos weer tot leven!


Met beelden van en objecten uit rijke koningsgraven, tal van archeologische vondsten als amforen, wapens en Romeinse mozaïeken komt de millennia oude geschiedenis van Byblos in het RMO tot leven. Vertelt aan de hand van verhalen over koningen, helden, handelaren, goden en priesteressen.

Wegens de verschillende gelaagdheid van het oude Byblos, was het een uitdaging om de site van het oude Byblos in beeld te brengen, maar het is gelukt! Met spectaculaire projecties en 3-D reconstructies, aangevuld met eigentijdse drone-opnamen komt het verleden tot leven. Bijzonder leuk zijn de interviews met volwassen Libanezen, die als kind nog tussen de eeuwenoude ruïnes speelden en nooit een oudheidkundige vondst stiekem in hun broekzak staken!

Nieuwkomers – Vlaamse kunstenaars in Haarlem (1580-1630) in het Frans Hals Museum tot en met 8 januari 2023

Karel van Mander Dans om het gouden kalf, 1602 Olieverf op paneel, 114,1 x 232,5 cm Frans Hals Museum, Haarlem Foto: René Gerritsen

Onder de titel ‘Nieuwkomers‘ presenteert het Frans Hals Museum tot en met 8 januari een boeiende tentoonstelling rond het thema migratie. Niet alleen nu, maar ook in de 17e eeuw een actueel thema. Nadat Antwerpen tijdens de Tachtigjarige Oorlog in 1585 weer in Spaanse -katholieke- handen viel, zochten duizenden protestantse Vlamingen hun heil in Zeeland en Holland. Met hun kennis, kapitaal en talent gaven zij een impuls aan het economische, intellectuele en artistieke leven van Haarlem. De tentoonstelling laat zien dat de instroom van nieuwkomers om met een eigentijds woord te spreken, een enorme impact had. Niet alleen op maatschappelijk, maar ook op artistiek gebied. Tegenwoordig heeft ca. 30% van de inwoners in Haarlem een migratie achtergrond. Aan het begin van de 17e eeuw lag dat op 50%!

De televisie serie Het Verhaal van Nederland wijdde er dit voorjaar ook een interessant hoofdstuk aan in aflevering 6, Geuzen en Papen.

Dat velen de Zuidelijke Nederlanden na de val van Antwerpen in 1585 om religieuze redenen waren ontvlucht was mij bekend. Maar dat het Haarlemse stadsbestuur na het beleg van de stad in 1573 Vlamingen uitnodigde voor de wederopbouw wist ik niet.

Niet alleen de kunsten kregen met de komst van de nieuwkomers een impuls hetzelfde gold voor nijverheid en handel. Met een linnenpers wordt de bloei van de textielindustrie geïllustreerd. Een veelkleurig tegelplateau van de keramist Hans Vierlegger geeft een idee van de bloeiende keramiekbranche.                         De hoofdrol is echter weggelegd voor het leven en werk van zes iconische kunstenaars. Karel van Mander, Frans Hals, Esaias van de Velde, Adriaen Brouwer en Pieter Claes. En niet te vergeten de architect Lieven de Key. Zijn in Renaissancestijl gebouwde Vleeshal en de uitbreiding van het stadhuis zijn nog altijd gezichtsbepalende gebouwen aan de Grote Markt.

Gerrit Berckheyde gaf in 1669 een tegelijkertijd realistische èn onrealistische impressie van De grote markt te Haarlem met de St. Bavo met rechts de Vleeshal; de andere locatie van het Frans Hals museum.  Zo schoon ziet het plein er zelfs in onze tijd nog niet uit!                           

In de expositie is een ereplaats ingeruimd voor de naamgever van het museum. Frans Hals is met verschillende doeken vertegenwoordigd. Het geestige Portret van Willem van Heythuysen die ons, vervaarlijk wippend op zijn stoel, met een nauwverholen grijns aankijkt. Probeer Hals Vissersjongens met frisse blik te bezien. Het door hem uitgevonden genre van straatschoffies werd later nogal eens op kitscherige wijze nagevolgd.  

Ronduit blij makend is Hals portret van Kinderen in een bokkenwagen. Je kunt je haast niet voorstellen dat ze in hun met kostbaar kloskant afgezette ‘goeie goed’, schoenen met strikken en dure sieraden buiten mochten spelen. Het lijkt aannemelijker dat ze speciaal voor dit portret hun zondagse kleren aan moesten, maar ondanks de strakke keurslijfjes is de pret er niet minder om.

Frans Hals Kinderen uit de familie Van Campen met een bokkenwagen 1623-1625 Koninklijke Musea voor-Schone Kunsten van Belgie Brussel, foto: J. Geleyns

Esaias van de Velde schetste een aristocratische picknick, een genre dat ook Dirck Hals, de broer van Frans, regelmatig tot onderwerp koos. In de expositie is een zogenoemde Buitenpartij uit 1619 te zien. Op smetteloos damast zijn kostbare bokalen en kannen uitgestald. Wegwerpservies bestond nog niet. Deze voorstellingen van een vrolijk samenzijn bevatten vaak een extra betekenislaag. Zo symboliseren de weergegeven objecten en handelingen niet zelden de vijf zintuigen. De negatieve connotatie van speelkaarten en de lege fles naast de wijnkoeler behoefde in de 17e eeuw geen nadere uitleg!

Deze beeldelementen zie je ook in Adriaen Brouwers Herberginterieur met kaartspelers van ca. 1625. Anders dan de gebruikelijke monochrome aardtinten van dit genre, zijn de boertige types in dit werkje fris van kleur.

Pieter Claesz Ontbijtstilleven 1625 Frans Hals Museum Haarlem in bruikleen van particuliere-collectie.

De bezoeker krijgt in Haarlem de unieke kans om een bruikleen van Pieter Claesz uit een privécollectie te zien. Dit Ontbijtstilleven uit 1625 is van een ongelooflijke heldere schoonheid.  Ontbijten met oude nagelkaas, lente-ui en haring lijkt mij wat heftig, maar in de 17e eeuw begon men de dag kennelijk met krachtvoer!

De bijbel was in de zeventiende-eeuwse Noordelijke Nederlanden nooit ver weg. Karel van Mander, auteur van het Schilder-boeck uit 1604, dat in de expositie te zien is, putte er inspiratie uit voor zijn Dans om het Gouden Kalf uit 1602. Het onderwerp doet tegenwoordig veeleer denken aan de onderscheidingen die onlangs in de filmwereld werden uitgereikt. De Bijbelse herkomst van de trofee is wellicht minder bekend. Wanneer Mozes, de leider van het Joodse volk, de berg op gaat om met God te spreken, gaat het in het dal bij de achterblijvers helemaal mis. Mozes kan zijn volk nog niet even alleen laten. In plaats van de enige God te eren, aanbidden ze een van ingezameld goud gegoten gouden kalf. Zoals beschreven in Exodus 32: 1 e.v. gaan de Israëlieten drinkend en dansend helemaal los rond dit afgodsbeeld.

Op het eerste gezicht lijkt dit werk eerder op zo’n in Haarlem geliefde buitenpartij; het eigenlijke onderwerp is quasi onopvallend in de achtergrond geplaatst.  Van Mander gaf de Dans om het gouden kalf weer in de nieuwe schilderstijl, die eind 16e eeuw vanuit Italië door reizende kunstenaars werd meegenomen naar de Nederlanden. Een uitbeeldingswijze die gekenmerkt wordt door veel beweeglijke, soms overdreven getordeerde lichamen en een kleurrijk palet van onklassieke tinten als bordeauxrood, citroengeel en petrolblauw. De stijl, waarvan kunsthistorici de vroegste manifestaties herkennen in Michelangelo’s Laatste Oordeel, kwam in de 16e eeuw in de ateliers van Pontormo en Parmigianino tot volle ontwikkeling. Toen zij met de correcte weergave van perspectief en de anatomie van het menselijk lichaam de vormentaal van de Renaissance in de vingers hadden, gingen ze een stapje. Waarom? De Florentijnse schilders biograaf Giorgio Vasari vatte het in zijn Vite de’ piu eccellentie architetti, pittori et scultori Italiani uit 1550 bondig samen: ‘parte per mostrar’ l’arte’:  om te laten zien hoe goed ze konden schilderen. Hij sprak over deze werkwijze als ‘la bella maniera’, waarmee de naam van de nieuwe stroming geboren werd.

Tot en met 8 januari kunt u in de locatie ‘Hof’ van het Frans Hals museum genieten van deze parels van Noord-Hollandse, door migranten gemaakte kunst.  Een introductiefilm schetst de geschiedenis van deze Vlaamse exodus en geeft een beeld van de zes kunstenaars in de tentoonstelling.  In de publicatie De Lage Landen: Nieuwkomers in het Noorden wordt de geschiedenis van de Vlaamse migratie en de hoofdrolspelers door de samensteller van de tentoonstelling Dr. Norbert Middelkoop uitgebreid toegelicht. De historische verhaallijn wordt via hoofstukken over latere nieuwkomers zoals Belgische vluchtelingen tijdens WOI naar onze tijd doorgetrokken. Ook nu komen grote aantallen vluchtelingen naar ons (beloofde) land: zoals Afghanen en Oekraïners. Met bijdragen van eigentijdse nieuwkomers wordt de tentoonstelling met deze uitgave van een context voorzien.
Link naar Nieuwkomers in het Frans Hals Museum

Eindelijk: Golden Boy Gustav Klimt is aangekomen in het Van Gogh Museum en blijft tot 8 januari 2023!

Deze gebeurtenis haalde op 5 oktober de uitzending van Nieuwsuur. Na Johan Remkes maatregelen om de stikstofuitstoot te verminderen en beelden van vrouwen die solidair met hun onderdrukte zusters in Iran de schaar in hun kapsels zetten, was het tijd voor iets moois, aldus presentatrice Mariëlle Tweebeeke.  Het achter haar geprojecteerde schilderij Waterslangen II is na zestig jaar onzichtbaarheid nù in het Van Gogh Museum te zien. Dè locatie bij uitstek voor deze expositie, die laat zien dat Gustav Klimt beïnvloed was door Vincent van Gogh. Bij beelden van het Beethoven fries in het Weense Secessionsgebouw  vertelt conservator Edwin Becker enthousiast dat hiervan een reconstructie in de tentoonstelling te zien is.

Gustave Klimt, Adele Bloch 1907

De meeste bruiklenen komen uit het de Österreichische Nationalgalerie Belvedere, andere zijn van musea en privécollecties uit de hele wereld ingevlogen. Er zijn zo’n 24 schilderijen en 10 werken op papier te zien en evenzovele werken van andere kunstenaars,  maar Klimt ’s meest iconische werk De Kus, is er niet bij. De ‘Nachtwacht van de Oostenrijkers wordt evenals Van Goghs  Zonnebloemen  nooit uitgeleend. Ook ‘the Woman in Gold’ van de Neue Galerie in New York is niet op reis gegaan, maar in mijn lezing ontbreken de thuisblijvers niet. Ook ziet en hoort u over andere kunstenaars die Klimt tot voorbeeld waren en hoe Klimt op zijn beurt anderen inspireerde.

Wilt u mijn lezing over Klimt bijwonen dan kunt u zich hier inschrijven.

Mijn artikel leest u hier.

Gospel: muzikale reis van kracht en hoop in het Catharijneconvent tot en met 10 April 2023
Met de nieuwe tentoonstelling Gospel: Muzikale reis van Kracht en Hoop laat het Catharijneconvent een krachtig nieuw geluid horen! Hoe breng je muziek die eeuwenlang voornamelijk via mondelinge overlevering werd doorgegeven in een museale context in beeld?

Shirma Rouse zingt gospel. Foto Maarten Laupman

Conservator Rianneke van der Houwen en gospelzangeres Shirma Rouse lieten zich inspireren door de muziek en door elkaar: …’wij halen het beste in elkaar naar boven’… Dat is mooi, maar nog niet genoeg om zo’n complex onderwerp in een aansprekende tentoonstelling te presenteren. Een team van deskundigen stond hen bij.

Na een korte inleiding op de tentoonstelling neemt zangeres en co-curator Shirma Rouse de microfoon over. Voor de aula van het Catharijneconvent zich met haar prachtige stem vult licht Shirma toe dat Gospel voor haar a lifestyle is. Met een swingende vertolking van ‘I just want to praise you’ krijgt ze de aanwezige journalisten, eerst nog wat aarzelend, maar al snel handenklappend en swingend op de been.

Gelegenheid voor een verzoeknummer was er helaas niet, maar dat gemis werd in de klankkleurrijke expositiezalen ruimschoots gecompenseerd. Gaan zien en luisteren!
Lees hier verder

Manhattan Masters. Kunstschatten uit New YorkTot en met 15 januari in het Mauritshuis.

Rembrandt zelfportret 1658, the Frick collection NY

Ter gelegenheid van haar 200-jarig bestaan sluit het Mauritshuis haar jubileumjaar af met een unieke tentoonstelling van topstukken uit New York. Bij hoge uitzondering leent de The Frick Collection een deel van haar Europese collectie uit. Bij deze woorden zal de opmerkzame lezer denken, maar zo’n expositie hebben we in 2015 toch ook al gezien?

Klopt. Destijds presenteerde het Mauritshuis een grote tentoonstelling met zesendertig schilderijen, sculpturen en voorwerpen van toegepaste kunst uit diezelfde collectie. Topstukken als het Landschap met voetbrug van Jacob van Ruisdael, Johannes Vermeers Soldaat en lachend meisje en niet in de laatste plaats Rembrandts Zelfportret uit 1658 schitterden toen door afwezigheid. Maar nu zijn ze erbij!

Waar je in de expositiezaal ook staat, er is geen ontkomen aan de zelfbewuste blik van Rembrandt die zichzelf als een oudtestamentische patriarch of koning portretteerde. Het leven van Rembrandt kende vele ups-and-downs. De zorgen hebben zijn sporen in zijn met pasteuze verf geboetseerde gelaat achter gelaten. Maar hij is overeind gebleven. Gehuld in vorstelijk goudbrokaat met in zijn hand de heersersstaf; ‘every inch a King’ om Rembrandtkenner Abraham Bredius te citeren. Niet alleen het Van Gogh museum, maar ook het Mauritshuis presenteert dit najaar zijn Golden Boy! Rembrandt gaf zich niet als ambachtsman, maar als een heer van stand weer, gekleed in een goudkleurig gewaad. En wel in navolging van twee illustere 16e -eeuwse voorgangers Jan Gossaert en Lucas van Leyden.

De nu getoonde werken vallen kwantitatief in het niet bij de talrijke Europese topstukken in Amerikaanse collecties.

Ruim honderd jaar geleden vond een ware exodus plaats van Hollandse en Engelse schilderijen naar Amerika. Aangekocht voor de aankleding van de stadspaleizen van de nouveau riches, die in de HBO serie The Gilded Age zo treffend geportretteerd worden. Om deze uittocht van Hollandse meesters te stoppen werd de Vereniging Rembrandt opgericht.

De ‘Manhattan Masters’ werden aangekocht door de legendarische staalmagnaat Henry Clay Frick (1849-1919). Van eenvoudige komaf werd hij de verpersoonlijking van the American dream! Onder de topwerken bevinden zich Rembrandts Poolse Ruiter (1655), zijn portret van Nicolaas Ruts (1631) en Johannes Vermeers Dame en dienstbode (1666). Deze schilderijen moesten deze keer thuisblijven, maar Vermeers Soldaat en meisje en de overige 17e -eeuwse meesters maken het gemis ruimschoots goed.

Benieuwd naar deze en meer werken uit de Frick Collection? Kom dan naar mijn lezing:
Woensdagochtend 16 november 10.00 in de Cultuurhoek in Driebergen
Vrijdagochtend 18 november 10.00 in de Oosterkerk in Zeist

Love Stories: Kunst Passie en Tragedie: Hermitage Amsterdam. Tot 9 januari 2023.

Laurence Olivier and Vivien Leigh by an unknown photographer (1937)

Hermitage Amsterdam presenteert haar eerste grote tentoonstelling na de noodgedwongen koerswijziging veroorzaakt door de oorlog in Oekraïne.  In plaats van noordoost wijst het kompas nu in tegengestelde richting, naar de Londense National Portrait Gallery. Tijdens de preview licht directeur Annabelle Birnie toe dat de directie, na de verbroken banden met Rusland, vasthoudt aan de oorspronkelijke doelstelling van het museum: het vertellen van mooie verhalen. Voortaan zal over de grenzen worden gekeken naar mogelijkheden voor samenwerking met internationale musea. Dat klinkt in meerdere opzichten veelbelovend.  Zoals de portretten uit Londen nu naar Amsterdam zijn gekomen, kunnen in de toekomst ook andere wereldcollecties in eigen land worden bewonderd. Niet alleen goed voor de geest, maar door minder vliegen, ook goed voor de planeet!

Love Stories is daarvan het eerste voorbeeld. Con Amore toont de expositie zo’n honderd werken uit de Londense Portrait Gallery aangevuld met Nederlandse portretten die geselecteerd werden door de Dutch National Portrait Gallery. Deze organisatie stelt zich, naar eigen zeggen, ten doel om door portretkunst bij te dragen aan een samenleving waarin mensen waardering en begrip krijgen voor de manier waarop zij van elkaar verschillen.

In deze expositie draait het om de liefde in de breedste zin van het woord. En vooral om de inspirerende kracht van liefde als drijfveer van alle mogelijke artistieke uitingen. Aan de hand van zes thema’s dwaal je door de met diagonaal geplaatste wanden ingerichte expositie. Om het niet te bont te maken zijn niet alle kleuren van de regenboog als achtergrond gekozen. De eigentijdse veelkleurigheid op het gebied van de liefde is echter wel het leidmotief. De symbolisch rood, roze en blauwgekleurde kunstig met elkaar vervlochten wanden -hokjesvorming wordt zorgvuldig vermeden- vormen het decor voor oude, moderne en eigentijdse kunstwerken.

Detail de triomf van Galatea Galatea, 1512-14 Raffaello Santi(Raffael) Niet in de expositie

Van oudsher zijn de liefdesgodin Venus en haar zoon de aanjagers van liefde. In deze expositie richt Amor zijn pijlen op bekende en minder bekende historische en eigentijdse figuren. Het verlangen naar of de vervulling van liefdesrelaties heeft zijn weg gevonden naar schilderijen, gedichten, literaire werken, foto’s en niet te vergeten het witte doek. Mannen en vrouwen, mannen en mannen, vrouwen en vrouwen of varianten daarop; in deze tentoonstelling zijn alle combinaties mogelijk.

Lees hier verder: Love stories

Marinetti en het Futurisme: manifest voor een nieuwe Wereld. Tot en met 19 februari in Rijksmuseum Twenthe.

Umberto Boccione, Forms of Continuity in Space, 1913

In Enschede reist de bezoeker Back to the Future met Marinetti, Balla, Severini en andere futuristen. Deze avant-gardisten gaven in de eerste decennia van de vorige eeuw vorm aan hun optimistische toekomstverwachtingen. Vóór 1914 was daar, dankzij technologische vernieuwingen, die vrijheid, vooruitgang en welvaart beloofden ook nog alle reden voor.

Na de gezapige jaren van het fin de siècle raakte het industriële productieproces en bijgevolg het hele maatschappelijke leven in een stroomversnelling. Jonge kunstenaars luidden optimistisch een nieuw artistiek tijdperk in.

Het begon allemaal met een publicatie in de Franse krant le Figaro. Met zijn manifest voor een nieuwe wereld maakte de Italiaanse dichter Filippo Tommaso Marinetti op 20 februari 1909 zijn baanbrekende ideeën over een op handen zijnde nieuwe orde wereldkundig. Een lofzang op de nieuwe door snelle, tijd en mankracht besparende machines aangedreven toekomst, waarin hij en zijn geestverwanten radicaal braken met de oude orde:

         …’Laat ze maar komen…steek de musea in brand!’…

Dromen over een nieuwe wereld kon toen ook nog! Anders dan het door de wereldreligies beloofde geluk nà de dood, kon een gelukkig leven in de nabije toekomst, ja zelfs in het hier en nu al werkelijkheid worden. Kunst en politiek gingen in die dagen hand in hand, ook al had deze relatie soms meer het karakter van een haat-liefde verhouding.

Heeft het Futurisme nou wel of niet een fascistisch tintje? Deze vraag wordt in de tentoonstelling eveneens gesteld. Was het futurisme een vooruitstrevende utopische ideologie of propaganda van een fascistisch regime, verpakt in modernistische vormentaal?

De futuristen brachten hun vertrouwen in de toekomst in een dynamische beweeglijke stijl tot uitdrukking. De al genoemde industriële machines en vooral de magische vliegvliegmachines vormen een belangrijke inspiratiebron. In schilderijen, tekeningen, sculpturen, foto’s en filmbeelden staken zij ook hun politieke engagement niet onder stoelen of banken.

In deze bijzonder interessante tentoonstelling worden alle zintuigen bediend.  Je kunt er zelfs de geuren van het Futurisme opsnuiven, waarmee een bezoek aan deze tentoonstelling een totaal-ervaring wordt!

Anders dan zijn geestverwanten was Marinetti geen schilder of beeldhouwer, maar een woordkunstenaar. Naast zijn manifest zie je in de expositie ook citaten van zijn pennenvruchten. Interessant zijn de zogenoemde onomatopeeën, of op z’n Italiaans: parole in libertà; woorden waarin Marinetti  op fonetische wijze het geluid dat die woorden beschrijven nabootst of suggereert. Mooi voorbeeld is het gedicht Zang Tumb Tumb, waarin Marinetti de geluiden van oorlogshandelingen letterlijk verklankt. Zang staat voor het artilleriegeschut, Tumb voor de daaropvolgende explosie en Tuumb voor de echo daarvan. Deze beschrijving komt mogelijk enigszins abstract over, maar in de op zaal getoonde tekstfragmenten komt zijn bedoeling tot leven.

Naast bekende werken van Gino Severini, Umberto Boccioni, Giacomo Balla ontmoet de bezoeker ook werken van de tweede generatie getoond: Roberto Marcello Baldessari, Fortunato Depero en Ivanhoe Tato. Zijn er ook vrouwen bij? Ja, niet veel, maar de bezoeker ziet verschillende vrouwvriendelijke en door vrouwen gemaakte werken. Zoals een René Magritte-achtige, in de ruimte zwevende vrouwelijke tors van Enrico Prampolini, Kosmisch moederschap, 1930.

En er is werk van Benedetta Cappa (1897-1977). Je zou misschien denken dat zij meeliftte op de bekendheid van haar echtgenoot Marinetti, maar ze is  met het prachtige Verbrande bergen in eenzaamheid uit 1936 helemaal op eigen kracht aanwezig. Even googelen leert dat zij aan tal van wereldwijde exposities deelnam, zoals een retrospectief in het New Yorkse Guggenheim Museum in 2014.

Gaan kijken dus in Rijksmuseum Twenthe; het kan nog tot en met 19 februari.

Benedetta Cappa, Cime arse di solitudine, 1936

DE NIEUWE VROUW, Toorop, Dumas, Loeber, Sluijters, Besnyö, Israels, Berg en vele anderen tot 8 januari in het Singer Museum Laren

Leo Gestel, vrouw met sigaret, 1911, Singer Laren

In Singer Laren maken Theo van Rysselberghe, Jan Sluijters en de Modernen van 13 september tot en met 8 januari plaats voor de Nieuwe Vrouw. Het museum dat we kennen van mooie, soms wat brave tentoonstellingen over moderne kunst, haakt met deze expositie aan bij de actualiteit, waarin velerlei kwesties rond identiteit, wetgeving en moraal ter discussie staan.

…’ De Nieuwe Vrouw vertelt het verhaal van veranderende maatschappelijke posities van vrouwen, gereflecteerd in de Nederlandse kunst vanaf eind 19de eeuw. In de schijnwerpers staan vrouwen die de barricade op gaan, nieuwe werkvelden betreden, meesterwerken scheppen, collecties aanleggen, een sigaret opsteken, met hun korte (of lange) coupe flaneren of op de fiets springen. Vrouwen die – keer op keer – tornen aan de ideeën van wat typisch ‘vrouwelijk’ of ‘mannelijk’ is, die met conventies breken en grenzen verleggen’… aldus het persbericht.

Met schilderijen en tekeningen uit de late 19e en eerste helft van de 20e eeuw, aangevuld met eigentijds werk wordt de voortschrijdende emancipatie in beeld gebracht. De bezoeker ziet werk van Hart Nibbrig, Charley Toorop, Marlene Dumas, Else Berg, Jan Sluijters, Iris Kensmil, Lou Loeber, Eva Besnyö e.a.

Rainer Fetting, De Kus, 1952, Collectie Museum No Hero

Moderne, eigentijdse en oude kunst gaan in Museum No Hero in Delden op verrassende wijze hand in hand. Kleur loopt als een rode draad door de expositiezalen, waar de traditionele kunsthistorische tijdlijn is losgelaten.

De Middeleeuwers, Modernisten en eigentijdse kunstenaars strijden hier niet om voorrang. De Duitse neo-expressionisten die zich sinds de jaren ’70 van de vorige eeuw als de Neue Wilden manifesteerden, hebben in het verzamelbeleid van Geert Steinmeijer, de stichter van het museum, echter wel een streepje voor. Met hun kleurrijke, expressieve werk zetten zij zich af tegen de in die jaren gangbaarder conceptuele en abstracte kunst. Deze kunststromingen zijn overigens ook rijk vertegenwoordigd in de collectie van No Hero. De bezoeker ziet behalve werk van deze stromingen ook doeken van de Haagse School, en voorbeelden van Middeleeuwse altaarstukken.  

Al niet meer zo nieuw, maar daarom niet minder actueel is het vernieuwde Museum Arnhem met de tentoonstelling Van Links naar Rechts, die nog tot en met 20 november te zien is in Arnhem.

Johan van Hell, Straatmuzikanten, 1952, Collectie Museum Arnhem

Dit voorjaar heropende Museum Arnhem haar deuren. Voor de directie, medewerkers en vooral de museumbezoekers een heuglijk feit. Omwonenden die overlast hadden van de jarenlange bouwactiviteiten waren minder positief. Dat leed is nu geleden en het resultaat mag er zijn

In de door Benthem Crouwel Architects ontworpen nieuwe vleugel komt de geëxposeerde kunst tot haar recht en biedt tevens een magnifiek uitzicht op de uiterwaarden.

De tentoonstelling Van Links Naar Rechts biedt een overzicht van honderd jaar Neorealisme in de schilderkunst. Tijdens het interbellum vertoont de beeldende kunst duidelijk sporen van politieke polarisatie. Naast bekende namen als Carel Willink, Raoul Hynckes en Pyke Koch zijn schilderijen van onderbelicht gebleven progressieve en communistische kunstenaars te zien en werken van nationaalsocialisten.

De economische crisis van 1929 en de machtsovername van Hitler in Duitsland in 1933 raakten ook de kunst en de kunstenaars in Nederland, aldus het persbericht. Of ze nu partij kozen of niet, de maatschappelijke polarisatie had gevolgen voor hun persoonlijk leven, hun carrières en de collectievorming van musea.

Door deze periode van politieke polarisatie verdwenen vooral sociaal geëngageerde en activistische kunstenaars als Berthe Edersheim, Harmen Meurs en Nola Hatterman voor lange tijd uit de kunstgeschiedenis, maar in deze expositie worden zij naast bekende namen als Willink, Raoul Hynckes en Pyke Koch gerehabiliteerd. Ook eigentijdse kunstenaars als Marlene Dumas en Iris Kensmil hebben een plek gekregen.

Na de Tweede Wereldoorlog raakt het realisme steeds meer in diskrediet, maar de tentoonstelling laat zien dat figuratieve kunst nooit van het toneel is verdwenen.

Een wandeling door de beeldentuin naar ontwerp van Karres en Brands is eveneens een aanrader. De oude parkstructuur is in een eigentijds jasje gestoken, en vormt een mooi decor voor Henry Moore’s Warrior en De Borstentros van Maria Roosen.

Paus Adrianus VI – wereldleider uit Utrecht Catharijneconvent tot en met 13 november 2022

Adriaan Floriszoon, Boeyens Paus Adrianus (1459-1523) naar Jan van Scorel

De in 1459 in Utrecht geboren Adrianus Boeyens was meer een geleerde dan een kerkleider. Begonnen als (ex locum) pastoor van Goedereede was hij voorbestemd tot grotere taken. Hij maakte carrière in dienst van keizer Karel V. Aan de vooravond van de zich in hoog tempo verspreidende ideeën van de Reformatie beleeft de kerk in West-Europa een grote crisis. Veel kerkleiders zijn corrupt en het Vaticaan is bankroet. Een slechtere tijd om paus te worden, is er niet, aldus het persbericht. Dat gold zeker voor een paus die even schoon schip in het Vaticaan wilde maken. Adriaan ontving het bericht van zijn uitverkiezing in Spanje. Tijdens zijn uitreis naar Italië werd hij op het Iberisch schiereiland door het volk nog toegejuicht, maar toen hij in Ostia van boord ging, wachtte hem een minder hartelijk welkom. De mare dat de curie in hem een strenge kerkleider zou krijgen, die wars was van gekonkel, luxe en corruptie, was hem vooruitgesneld.

In de Utrechtzaal van het Catharijneconvent is een kleine, zogenoemde focustentoonstelling ingericht rond de man, die vijf eeuwen terug op een steenworp van het museum in ‘Paushuize’ leefde en werkte!   Door zijn zuivere idealen was het in Rome al na 14 maanden met hem gedaan. Op 14 september 1523 kwam hij volgens sommigen onder verdachte omstandigheden aan zijn einde.

In de Utrechtzaal kijkt Paus Adrianus welwillend neer op de bezoekers. Met zijn concrete hervormingsplannen, was hij, anders dan wel beweerd wordt, een man met een visie. In de expositie zie je authentieke documenten en de Kruisigingstryptiek (uit het atelier) van Jan van Scorel die Paus Adrianus tijdens zijn kortdurende pontificaat terzijde stond. Op terugreis van een pelgrimstocht naar het Heilige Land deed van Scorel Rome aan. Daar was de Nederlandse kunstenaar in 1522 de juiste man op de juiste plek. Na de ontijdige dood van Rafael zat Paus Adriaan dringend verlegen om een nieuwe conservator van de pauselijke collecties. Deze functie bood Van Scorel een unieke gelegenheid om de werken van Michelangelo en Rafael te bestuderen. Over Rafael en Jan van Scorel leest u meer in mijn verslag van een recente stedentrip naar Rome. Een reis welke, evenals die van Paus Adriaan en Jan van Scorel begon in Ostia.

Wanderlust 19 juni t/m 8 januari 2023 in het Dordrechts Museum

Pierre Dubourque, Romeins Landschap met koets, 1843

Reizen: even uit de sleur van de dagelijkse beslommeringen…

Getuige de recente taferelen op Schiphol is de drijfveer die in het Duits zo treffend wordt omschreven als ‘Fernweh’ na de pandemie sterker dan ooit!

De tentoonstelling Wanderlust laat zien dat er niets nieuws onder de zon is. Ook in de 19e eeuw werd volop gereisd. Strandvakanties bestonden nog niet. Reizigers wilden hun horizon verbreden, maar de zon en met name het zuidelijke licht, bracht hen en vooral menige kunstenaar in vervoering!

In de expositie reist de bezoeker op comfortabele wijze door de landen die eertijds met groot ongemak werden doorkruist. Een virtuele roadtrip door landschappen die niet meer bestaan, over ijzingwekkende bergpassen naar de rustige Noord-Italiaanse dalen en de glooiende heuvels van de Romeinse Campagna. Zoals de zonen van adellijke en welgestelde families tijdens hun Grand Tour zagen en kunstenaars deze, elk op zijn eigen manier op het doek vastlegden. Italië was lange tijd favoriet, maar de tentoonstelling laat zien dat ook nieuwe bestemmingen werden aangedaan: de Verenigde Staten, Suriname en Nederlands-Indië, waarmee ook de schilderstijl veranderde. Tussen bekende namen als Abraham Teerlink en Jozef August Knip prijken de namen van ‘vergeten’ kunstenaars Betzy Akersloot-Berg, Anna van Sandick en Elisabeth Koning die hun emoties bij de door hen waargenomen landschappen krachtig of juist lieflijk in verf omzetten. De exotische Indonesische flora was het specialisme van Elisabeth Koning. Van de in Nederland geschoolde Indische kunstenaar Raden Saleh zijn werken te zien waarin het overzeese land vanuit koloniaal perspectief is weergegeven.  

Tegelijk met Wanderlust toont het Dordts Museum de expositie Watamula, waarin zes eigentijdse kunstenaars reislust koppelen aan expansiedrang en de gevolgen daarvan.

Hans Broek, Charlotte Schleiffert, Kevin Osepa en Jennifer Tee laten niet alleen schoonheid zien, maar ook de vernietigende sporen die de mens nalaat.

Charlotte Schleiffert, What kind of leader do we need II (2014)

Na deze bescheiden selectie blik ik vast even vooruit op de grote najaarstentoonstellingen, waarover ik u in mijn lezingen van het komende seizoen hoop te vertellen.

Nieuwe lezingen seizoen 2022-2023

Gustave Klimt, Adele Bloch 1907

Gustave Klimt. Van Goghmuseum Amsterdam. 7 oktober t/m 8 januari 2023.   
De wegens Corona tweemaal uitgestelde tentoonstelling over Gustav Klimt is dit najaar eindelijk in het Van Gogh Museum te zien. Misschien heeft u zich inmiddels laten verleiden tot een bezoek aan de met muzikale effecten opgeleukte ‘immersieve’ tentoonstelling Gustav Klimt: Goud en Kleurrijk in het digitale museum Fabrique des Lumières. In deze op de totaalervaring gerichte presentatie wordt de bezoeker helemaal ondergedompeld, maar er is geen verband met de tentoonstelling.

Wanneer u mijn lezing bijwoont kunt u op traditionele wijze via oog en oor genieten van de kleurrijke werken van Gustave Klimt (1862-1918) en belangrijker nog kennisnemen van verhaal achter zijn werk. Tijdens het fin de siècle, de tijd van de Jugendstil, Art Nouveau en Wiener Secession, zette hij met zijn gekunstelde decoratieve stijl de toon. Zijn afbeeldingen van verleidelijke door fantasierijke, vegetatieve ornamenten omgeven vrouwen voorzag hij letterlijk en figuurlijk van een gouden randje! De tentoonstelling laat invloeden zien van Monet, Van Gogh en Matisse en werpt licht op de invloed die Klimt op zijn beurt uitoefende op Whistler, Toorop en Rodin. 

Lezingen Gustave Klimt:
Woensdagochtend 19 oktober, Cultuurhoek Driebergen.
Donderdagavond    20 oktober & vrijdagochtend 4 november, Oosterkerk, Zeist

Manhattan Masters. Kunstschatten uit New York. Van 22 september tot en met 15 januari in het Mauritshuis.

Rembrandt zelfportret 1658, the frick collection NY

Het Mauritshuis sluit haar jubileumjaar af met een unieke tentoonstelling van topstukken uit New York. Bij hoge uitzondering leent de The Frick Collection een deel van haar Europese collectie uit. Ruim honderd jaar geleden vond een ware exodus plaats van Hollandse en Engelse schilderijen naar Amerika. Deze werken vonden een plek in de stadspaleizen van de nouveau riches, die in de HBO serie The Gilded Age zo treffend geportretteerd worden. De collectie werd bijeengebracht door de legendarische staalmagnaat Henry Clay Frick (1849-1919). Van eenvoudige komaf werd hij de verpersoonlijking van the American dream! Onder de topwerken bevindt zich het beroemde Zelfportret van Rembrandt uit 1658, zijn Poolse Ruiter (1655), zijn portret van Nicolaas Ruts uit 1631 en Johannes Vermeers Dame en dienstbode uit 1666.

De collectie bevat ook portretten van Fricks favoriete kunstenaars Gainsborough en Reynolds. Een onbetwist hoogtepunt is Ingres betoverende portret van de Comtesse d’Haussonville. Welke werken uit de enorme collectie naar Den Haag komen blijft voorlopig geheim. Het Mauritshuis houdt de spanning er tot de opening op 27 september in. Het enige wat het museum erover kwijt wil is dat het gaat om 10 topwerken van Hollandse schilderkunst, die nog door Henry Clay Frick zelf zijn aangekocht.

Van 1 tot en met 30 november is Rembrandts Vaandeldrager eveneens te zien in het Mauritshuis.

Lezingen over Manhattan Masters:
Woensdagochtend 16 november,  Cultuurhoek, Driebergen
Vrijdagochtend       18 november,  Oosterkerk, Zeist

Pompeï Fresco

Pompeï. Drents Museum, Assen. Naar verwacht van 13 november t/m 5 maart

Na eerdere spraakmakende archeologische tentoonstellingen presenteert het Drents Museum dit najaar een bijzondere expositie over Pompeï, de stad die in 79 n. Chr. door een uitbarsting van de Vesuvius werd vernietigd. Rond het midden van de achttiende eeuw kwamen resten van de onder as en puin bedolven stad weer aan het licht. En daar vlakbij ontdekten archeologen nòg een spectaculaire, maar minder toegankelijke stad: Herculaneum, die schuilging onder een dikke laag gestolde lava. Onder de koning van Napels, Karel de Bourbon, werd een aanvang gemaakt met opgravingen. De ontdekte marmeren beelden en schilderingen veroorzaakten een hernieuwde belangstelling voor de klassieke oudheid en resulteerden in een daarop geïnspireerde kunststroming: het neo-classicisme.

Het Drents Museum vertelt het dramatische verhaal van de laatste uren van de inwoners van deze steden. In het Archeologisch Museum van Napels zie je ontroerende afgietsels van de slachtoffers, die verstikt door vulkanische gassen, solitair ineengedoken of in elkaars armen, hun laatste bange momenten beleefden. Wie waren zij en hoe leefden deze mensen voordat de vulkaan uitbarstte en gehoor gevend aan het denkbeeldige commando freeze, voor altijd in een laatst aangenomen houding versteenden? Aan de hand van unieke topstukken uit Italiaanse collecties, wordt leven en werk van de Romeinen uit die tijd verteld.

Lezingen over Pompei en Herculaneum:
Donderdagavond     8 december Oosterkerk, Zeist.
Woensdagochtend 14 december  Cultuurhoek, Driebergen

Johannes VermeerRijksmuseum Amsterdam 10 februari t/m 11 juni 2023

Het melkmeisje, Johannes Vermeer, ca. 1660

In samenwerking met het Mauritshuis presenteert het Rijksmuseum van 10 februari tot 11 juni een unieke overzichtstentoonstelling gewijd aan Johannes Vermeer (1632-1675). Naast werk uit Nederlands kunstbezit, zijn buitenlandse bruiklenen te zien, zoals de Geograaf uit Frankfurt en de Schrijvende vrouw met dienstbode uit Dublin.

Met het eigen Melkmeisje, het Straatje en het Meisje met de Parel uit het Mauritshuis, is deze expositie de grootste Vermeer tentoonstelling ooit. Vermeers oeuvre, dat slechts 35 werken telt, is de perfecte illustratie van het gezegde …’niet het vele is goed, doch het goede is veel’…  

Lezingen bij de grote Vermeer tentoonstelling:
Donderdagavond    23 februari, Oosterkerk,  Zeist
Woensdagochtend   8 maart,    Cultuurhoek, Driebergen

Castellum Hoge Woerd, de Meern.

Tijdens een opgraving in een boomgaard in de Meern had ik als archeologiestudent in de winter van 1982 -en de begeleidende archeologen evenmin- nooit kunnen denken dat jaren later op die plek een museum zou verrijzen. Ondergebracht in (de vorm van) het hier ontdekte Romeinse grensfort, waarvan tijdens latere opgravingen voor de aanleg van de Vinexwijk Leidsche Rijn, de sporen zichtbaar werden. In deze lezing neem ik u mee terug in de tijd. In het zogenoemde Castellum, dat deel uitmaakte van de Limes, een keten van verdedigingsforten aan de noordgrens van het Romeinse Rijk, was het een en al bedrijvigheid. Op het geringe oppervlak van anderhalf voetbalveld was een militaire eenheid van 480 man -een Cohort- gelegerd. Dat gold ook voor het daarbuiten gelegen kampdorp -de vicus- waar gezinsleden van de soldaten, neringdoenden, handelaren en herbergiers woonden.

Laat u in deze lezing meenemen naar het verre verleden èn het heden, want in Museum het Castellum is het nog steeds een en al bedrijvigheid!

Lezingen over het Castellum in de Meern:
Woensdagochtend 19 april, Cultuurhoek, Driebergen
Donderdagavond   20 april, Oosterkerk,    Zeist