Tips voor museumbezoekers

Voorwoord – Museumtips – voorjaar 2024

Beste lezers,

Ook dit voorjaar is er in ons land weer een veelvoud aan interessante en mooie tentoonstellingen te bezoeken. Hieronder vindt u informatie over de meest in het oog springende exposities. U kunt scrollen tot u bij de voor u interessante expositie komt. Bij enkele heb ik een uitgebreider artikel op deze website geschreven. Wilt u zich goed voorbereiden op uw bezoek lees dan het artikel of kom luisteren naar mijn lezing.

De Schepping van de Wetenschap. Tot en met 2 juni 2024 in Museum Catharijneconvent.

Religie en wetenschap onverenigbaar? Vergeet het maar!

Campagnebeeld Museum Catharijneconvent

De tentoonstelling laat zien dat mensen sinds jaar en dag in religie en wetenschap niet alleen antwoorden zoeken op existentiële vragen maar ook op ogenschijnlijk onverklaarbare verschijnselen die hun verwondering wekken. 
Beide disciplines staan sedert het midden van de 19e eeuw op gespannen -soms zelfs vijandige- voet met elkaar. Althans dat wordt vaak gedacht. Ten onrechte menen de samenstellers van deze expositie die in samenwerking met Teylers Museum en Rijksmuseum Boerhave tot stand kwam. Zij proberen dit stereotype beeld te nuanceren.  

Voorafgaand aan de opening laten hoofd- en gastconservator Lieke Wijnia en Geertje Dekkers zien dat onderzoek van de omringende wereld in het verleden meestal -maar ook nu nog- juist vanuit een religieuze vraagstelling voortkwam!
Deze tentoonstelling werpt nieuw licht op de ontwikkeling van wetenschappen als astronomie, anatomie, biologie en geologie. Deze eeuwenlange ontwikkeling is niet los te denken van het christendom. Anders dan vaak gedacht blijkt dat de onderlinge relatie tussen religie en wetenschap veeleer dynamisch, veelzijdig èn verrassend was en nog steeds is!

Newtoniaanse spiegeltelescoop, 1736. Leiden, Museum Boerhaave.

In de introductiezaal staat een enorme spiegeltelescoop uit 1736. Met zo’n instrument deed Isaac Newton (1643-1727) zijn waarnemingen. In deze ruimte informeert een sympathieke stem met een licht Amsterdams accent de bezoeker over… de ruimte. Als ervaringsdeskundige weet André Kuipers als geen ander waarover hij het heeft!
Ter illustratie van de invloed van de Bijbel op het wetenschappelijk denken wordt hier een kostbare geïllustreerde Bijbel getoond. Het 13e -eeuwse manuscript ligt open bij het boek Genesis. In de versierde beginletter, een zogeheten gehistorieerde initiaal, worden alle dagen van de schepping in beeld gebracht.

Het spanningsveld tussen geloven en zelf onderzoeken wordt mooi verbeeld in een schilderij van Hendrick ter Brugghen uit 1622. De in het evangelie beschreven Ongelovige Thomas doet, door zijn vinger in diens zijdewond te steken, op empirische wijze onderzoek naar het waarheidsgehalte van de opstanding van de gekruisigde Heer. De gedachte eerst zien, dan geloven wordt onderstreept door de discipel die er, gewapend met een (destijds nieuwe wetenschappelijke verworvenheid) knijpbril met zijn neus bovenop staat.  

In het daarnaast getoonde sculptuurtje van Kathrin Schlegel komen verleden en heden samen. Dit eigentijdse kunstwerk -waarvan meer voorbeelden in de expositie te zien zijn- geeft haar betekenis niet een-twee-drie prijs. Als je goed kijkt herken je een in een wond gestoken vinger. Je ziet het niet, maar het sculptuurtje heeft een extra betekenislaag. Het is gemaakt van een omgesmolten, want overbodige, miskelk!

Kathrin Schlegel, Vessel to flesh, 2023. Coll. Kunstenaar

De expositie is ingericht aan de hand van 4 kijkrichtingen. De blik naar Boven is gericht op de hemel. De blik naar Binnen onderzoekt letterlijk de ‘inwendige’ mens en haar plaats in de wereld. Bij de blik naar Buiten wordt al wat groeit en bloeit bekeken. De blik naar Beneden richt de focus op de aarde. In de laatste sectie ontmoet de bezoeker de Homo diluvii testis. Dit fossiel uit de collectie van Teylers Museum werd ooit aangezien voor een bij de zondvloed omgekomen mens.

In de zalen en kloostergangen van het oude convent maakt de bezoeker een fascinerende en leerzame reis door de tijd. Door de eeuwen heen stonden religie en wetenschap soms tegenover elkaar; ze gingen echter ook vaak op verrassende wijze samen. Dit laatste wordt geïllustreerd met een ontroerend filmpje dat in 1968 aan boord van de Apollo 8 werd opgenomen. In de geavanceerde technische bagage van de astronauten bevond zich ook een bijbel. Terwijl zij op kerstavond een rondje om de maan vlogen lazen de crewleden om beurten een stuk voor uit het scheppingsverhaal, waarna zij de thuisblijvers op planeet aarde een gelukkig kerstfeest wensten.

Daarnaast hangt een poster met een vrolijke Russische kosmonaut die op zijn zoektocht in de ruimte geen God of engelen was tegengekomen!

Eerste foto van een zwart gat in de Melkweg, 2019. Event Horizon Telescope Collaboration

Een recent voorbeeld van de synthese tussen religie en wetenschap lees je bij de spectaculaire foto van een zwart gat, waarmee de astrofysicus Heino Falcke en zijn team de wereld in 2019 verraste. Deze knappe kop, die het observatorium als predikant regelmatig voor de kansel verruilt, omschrijft dit zwarte gat als de poort naar de hel. Alles wat daar binnenkomt wordt verzwolgen…                                               Hierbij moet ik denken aan de woorden waarmee de dichter Dante en zijn metgezel Vergilius ruim 700 jaar geleden bij de poorten van de hel werden begroet:                                                        
…’lasciate ogni speranza, voi ch’entrate’….  
Dante Alighieri, La Divina Commedia, 1300.

Bij het betreden van deze interessante en leerzame tentoonstelling is angst absoluut onnodig. De expositie is niet alleen een aanrader voor al of niet gelovige wetenschappers, maar ook voor atheïsten en agnosten! 

Lees binnenkort meer op www.uitdekunstmarina.nl

Frans Hals. Tot en met 20 mei in het Rijksmuseum Amsterdam

Frans Hals, Luitspeler, 1623. Musée du Louvre, Parijs

Het is eindelijk zover: de langverwachte tentoonstelling over Frans Hals is vanaf 16 februari in het Rijksmuseum te zien: een groot overzicht met ca. 50 werken van de meester van de snelle toets! Enkele dagen geleden kreeg ik de unieke kans om bijna alleen door de prachtige zalen van de Philipsvleugel te dwalen. De daar opgedane indrukken deel ik binnenkort graag met u in een artikel en lezingen over de schilder van de lach!

Na succesvolle tentoonstellingen over de Late Rembrandt (2019) en Johannes Vermeer (2023) wordt Frans Hals (1582-1666) tot 10 juni met absolute topwerken in het Rijksmuseum geëerd. Een onvergetelijke ervaring! Met welk superlatief zal directeur Taco Dibbets deze blockbuster nu weer aanprijzen? A once in a lifetime experience en Now or Never hebben we al eerder gehoord.

De bezoeker krijgt de unieke kans om Frans Hals meesterlijke toets van heel dichtbij te zien. De bewondering voor zijn werk die -we kunnen ons dat niet voorstellen- in de loop van de 18e eeuw was weggezakt, kreeg in de 19e eeuw een nieuwe impuls. De schilderijen van Frans Hals zetten talloze Franse impressionisten in vuur en vlam. Toen kunstenaars als Monet, Manet en tijdgenoten de losse, schetsmatige toets van Frans Hals in het pas geopende Stedelijke museum van Haarlem zagen, herkenden zij in hem een geestverwant:

…’ Mais Frans Hals, c’est un moderne!’…

Kom binnenkort luisteren en kijken tijdens een van mijn lezingen en ontdek de toets van Frans Hals en de verhalen achter de mensen die hij portretteerde! Interessant ter voorbereiding op of ter verdieping na een bezoek aan de tentoonstelling!

Vrijdag        22 maart 10.00-12.00 uur Oosterkerk Zeist
Woensdag   27 maart 10.00-12.00 uur Cultuurhoek Driebergen
Donderdag 11 april   20.00-22.00 uur Oosterkerk Zeist

Roelant Savery’ s Wonderlijke Wereld. Tot en met 20 mei in het Mauritshuis.

Roelant Savery, Twee paarden en stalknechten, 1628. Stedelijke Collectie. Abby Kortrijk

Wanneer tijdens een denkbeeldige quiz over 17e -eeuwse kunst gevraagd zou worden naar de maker van een bloemstilleven met insecten bestaat de kans dat het -foute- antwoord zou luiden: Ambrosius Bosschaert. Bij een getekend landschap met grillige bergen zouden de deelnemers wellicht denken aan Pieter of Jan Bruegel de Oude. Een doek met een Dodo en andere vogels zou abusievelijk kunnen worden aangezien voor werk van Melchior d’Hondecoeter. Dit zijn slechts drie voorbeelden van het bij velen onbekende werk van Roelant Savery (1578-1639). Zijn veelzijdige repertoire is tot 21 mei in het Mauritshuis te zien.

Roelant Savery, Bloemstuk met twee hagedissen, 1603. Centraal Museum, Utrecht

Bijna veertig jaar geleden werd hij in het Utrechtse Centraal Museum als de maker van een Bloemstuk met twee hagedissen uit 1603 gepresenteerd als de eerste Nederlandse schilder van bloemstillevens met onderkruipsels. Althans, wanneer je Jacques de Gheyn met zijn bescheiden, doch betekenisvolle bosje tulpen uit 1600 niet meetelt. Voor menigeen is dit wellicht nog steeds nieuws, terwijl Savery zo’n 25 bloemstillevens op zijn naam heeft staan. Hij is waarschijnlijk bekender van de mythologische en Bijbelse landschappen, waarin het krioelt van de tamme en wilde dieren. Betoverd door de zoete tonen van Orpheus zijn ze vreedzaam bijeen in een paradijselijke omgeving. Zo moet het na de voltooiing van Gods Schepping geweest zijn. Een natuurlijke dierentuin zonder kooien, waar het lam vredig kon rusten naast de leeuw tot Eva en Adam roet in het eten gooiden. Daarna was vreedzame co-existentie niet alleen tussen dieren, maar ook tussen mensen voorgoed verleden tijd. Van Savery’s hand zijn circa 50 variaties op dit thema bekend.

De schilder portretteerde deze dieren ook afzonderlijk, zoals de goed getroffen Aziatische olifant. Als hofschilder van Keizer Rudolf II kon hij in de menagerie en hortus in Praag zijn hart ophalen aan voorbeelden van inheemse en exotische fauna en flora.

Roelant Savery, Aziatische Olifant, ca. 1610 of 1628-1629, Albertina, Wenen

De keizer verzamelde niet alleen levende have, maar ook andere voortbrengselen van de natuur en door mensenhand gemaakte objecten. Deze zogeheten naturalia en artificialia kregen een plekje in zijn Kunst-und-Wunderkammer. De nauwkeurig naar het leven getekende en geschilderde specimina zijn exponenten van de destijds ontluikende wetenschappelijke belangstelling voor alles wat groeit en bloeit. In de Haagse tentoonstelling leert de bezoeker de schepper van deze wonderlijke wereld kennen als een alleskunner. Voor diverse takken van schilderkunst wordt Savery zelfs als pionier naar voren geschoven. Binnenkort meer op deze site.

Universum Max Beckmann. Tot 20 mei in Kunstmuseum Den Haag.

Zelfportret in Florence, 1907. Hamburger Kunsthalle

Max Beckmann (1884-1950); als je zijn werk even niet paraat hebt zou je hem misschien kunnen verwarren met zijn collega en (voor)naamgenoot Max Liebermann (1847-1935). Beide kwamen graag in Nederland, waar een groot deel van hun schilderijen ontstond.
Bij het betreden van het Universum van Max Beckmann is het verschil echter overduidelijk.
Liebermann geeft met snelle toets een impressie van ruiters, badende jongens en Amsterdamse weesmeisjes. De beelden zijn zichzelf genoeg.
In zijn momentopnames hanteert Beckmann eveneens een vlotte toets. In die werken zit echter een zekere spanning, zoals in Twee vrouwen (in glazen deur) uit 1940; de een kijkt weg, de ander kijkt de beschouwer recht aan. Wat wil Beckmann met die beelden zeggen?

Twee vrouwen (in glazen deur), 1940. Doek 80 x 61 cm. Museum Ludwig, Keulen.

Dat vraag je je vaker af bij zijn doeken, waarin de figuren de hele beeldruimte beslaan. Beckmanns werk wordt gekenmerkt door beklemmende kaders, scherpe hoeken en vervreemdende perspectieven. Tijdens een korte inleiding kan conservator Thijs de Raedt.  nauwelijks wachten om zijn gehoor mee te nemen naar de zalen, waarin de ontwikkeling van Max Beckmann wordt onthuld. Naast enkele vroege, nog rustige composities ziet de bezoeker vooral verontrustende beelden; werken die ontstaan zijn onder de handen van een getormenteerde ziel. Door te schilderen probeert Beckmann grip op de werkelijkheid te krijgen. Een werkelijkheid die voor hem niet uitsluitend bestaat uit hetgeen je ziet, maar ook uit spirituele dimensies. De verbeelding van de zichtbare ruimte en wat daarin niet met het blote oog waarneembaar is; daar draait het om in Beckmanns universum.

De bezoeker maakt in Berlijn kennis met de nog jonge Beckmann. Uit die tijd dateren een stadsgezicht op de Kaiserdam uit 1911 en het zelfportret dat hij in 1907 in Florence schilderde. Zelfverzekerd blikt een nog ongeschonden, knappe Beckmann de wereld in. Deze werken weerspiegelen een overzichtelijke, duidelijk herkenbare werkelijkheid, maar daar komt snel verandering in. Onder invloed van de Berliner Sezession verlaat hij de academische regels. Hij ontwikkelt een eigen krachtige stijl. Zijn doeken worden bevolkt door enigszins raadselachtige figuren die hij, als in een droom, binnen krappe kaders in moeilijk te duiden ruimtes plaatst. Een zaaltekst licht toe dat de vervormde perspectieven en beklemmende kaders voortkomen uit angst, geweld of desoriëntatie.

Theater, uit Gezichten, Max Beckmann 1919 (Uitgever Marées Gesellschaft, R. Piper & Co). 1916, published 1919

Een van de laatste werken uit zijn Berlijnse periode is het in impressionistische toets opgezette doek De Straat; een fragment van een door Beckmann zelf versneden doek. Wat rest is een merkwaardige compositie met portretten van zijn vrienden Israël Ber Neumann en Fridel Batenberg. In de voorgrond staat Max zelf als kleine jongen. Een claustrofobische impressie, waarin meerdere kunsthistorische invloeden resoneren. In de enigszins clowneske koppen meen ik invloeden van James Ensor te herkennen. Een vermoeden dat verderop bij het zien van de serie Gezichten, droge naald etsen met koppen uit het ‘Gekkenhuis’ en het theater, wordt bevestigd.

Met het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog komt een einde aan zijn succesvolle begintijd in Berlijn. Terwijl veel jongemannen onder de wapenen worden geroepen, meldt Beckmann zich, uit idealistisch oogpunt, vrijwillig. Als hospik wordt hij letterlijk en figuurlijk met zijn neus op de gruwelijke werkelijkheid gedrukt. Bij oorlogsfilms kun je even wegkijken, maar dat is onmogelijk wanneer de medische verzorging van zwaar verminkte soldaten je werk is. Beckmann kan het niet bolwerken. Binnenkort leest u een uitgebreide geschiedenis.

Frisse Wind; Impressionisme van het Noorden. Tot 6 mei in Singer Laren.

Peder Severin Krøyer, Anna Ancher en Marie Krøyer op het strand van Skagen , 1893

Na de succesvolle tentoonstelling La Grande Bleu is het alweer feest in Singer Laren. Tijdens de goed bezochte opening van Frisse Wind gaf conservator Anne van Lienden een sprankelende inleiding over de hoofdrolspelers in de expositie, die in samenwerking met het Museum Kunst der Westküste en het Landesmuseum Hannover tot stand kwam.

Evenals hun Franse en Nederlandse kunstbroeders gaven de impressionisten van het Noorden de door hen waargenomen wereld met vlotte, kleurrijke penseelstreken weer. Vergelijkbaar met de toets van Claude Monet, Jan Hendrik Weissenbruch en Johan Barthold Jongkind, maar toch anders!

In de met frisse kleuren geschilderde tentoonstellingszalen is te zien hoe deze Noorderlingen en hun Nederlandse collega’s zich lieten inspireren door thema’s als Licht, Land, Stad, Strand, Reizen en Winter.                                                                      

Behalve doeken van Johan Barthold Jongkind, Anton Mauve, George Hendrik Breitner en Jan Toorop ziet de bezoeker werk van Fritz Mackensen en de reeds genoemde Duitsers. Denemarken is vertegenwoordigd door Anna en Michael Ancher, Peder Severin Krøyer en Viggo Johansen. Elke nationaliteit heeft haar eigen klankkleur. Terwijl de Franse impressionisten vooral in lichte, zonnige tinten werkten, hanteerden de Nederlanders een meer gedempt, soms zelfs somber palet. Het werk van de Noorderlingen is licht van kleur en vaak voorzien van een zweempje blauw. De typische tint van de Deense hemel na zonsondergang en voor het vallen van de avond; het zogeheten blauwe uur.  

Verder lezen kunt u hier

Oog in Oog. De mensen achter mummieportretten tot en met 20 mei in het Allard Pierson Museum, Amsterdam.

Als de dag van gisteren
Tijdens het eerste blok van de studie kunstgeschiedenis maakte ik kennis met mummieportretten uit het oude Egypte. Ze zijn gevonden in de Fajoem, een oase bij een zoetwatermeer dat gevoed werd door de jaarlijkse overstroming van de Nijl. De hier gevonden funeraire portretten van de welgestelde elite dateren van de Romeinse tijd. Bijna twee millennia na hun overlijden kijken de geportretteerde mannen en vrouwen je fris en onbevangen aan; alsof hun beeltenis nog maar gisteren werd vereeuwigd! Een verbijsterende en mogelijk zelfs schokkende ervaring voor degenen die vandaag naar hen kijken.

Wie waren deze mensen?
De beeltenissen op deze portretten behoren toe aan (afstammelingen van) Griekse en Romeinse kolonisten, die destijds in de Romeinse provincie Egypte woonden en werkten. Ik neem u even mee terug in de tijd. De eerste Grieken vestigden zich daar al in de 8e eeuw v. Chr. gevolgd door nieuwkomers die zich hier in de Hellenistische periode na de verovering van Egypte door Alexander de Grote (332 v. Chr.) vestigden. Toen Octavianus, de latere keizer Augustus, zijn rivaal Antonius en de Egyptische koningin Cleopatra in de Slag bij Actium versloeg werd Egypte in 31 v. Chr. een Romeinse Provincie.

De nieuwkomers brachten hun taal en cultuur mee. Alexandrië groeide uit tot een belangrijke culturele hoofdstad. In de beeldhouwkunst ontstond bijvoorbeeld een samengaan van Faraonische- en Griekse tradities. De Egyptische frontaliteit werd verlevendigd met vloeiende contouren van de Grieks-Romeinse stijl. In de eerste eeuwen van onze jaartelling ontstonden ook de realistische bijna modern ogende mummieportretten die nog tot 20 mei in het Allard Pierson Museum te zien zijn. De tentoonstelling licht niet alleen toe wie zij waren, maar beantwoordt ook de vraag hoe en door wie deze portretten gemaakt werden en waarom.

Leest u hier verder.

Collectie Centraal (T202369)

Nieuwe inrichting Centraal Museum Utrecht

In de kerstvakantie dwaalde ik door de vernieuwde opstelling van de reeds in 1838 voor publiek opengestelde collectie van het Centraal Museum. Voor 25 cent konden belangstellenden de oudheidkundige verzameling op woensdagmiddagen bewonderen. Tot mijn verbazing lees ik een staaltje van voor die tijd en lang daarna ongehoorde positieve discriminatie: vrouwen hadden gratis toegang!

Na mijn aankomst in Utrecht in 1980 bezocht ik het ‘Stedelijk’ Museum van Utrecht talloze malen. Sinds het aantreden van- en ook na het vertrek van directeur Sjarel Ex is de presentatie van de collectie verschillende malen vernieuwd. In 2016 schreef ik een uitgebreid artikel over de toenmalige make-over van het Centraal Museum. Anno 2023 vroeg deze weer om aanpassing aan het voortschrijdend inzicht van de moderne tijd. Zo heeft het slavernij-verleden een plek gekregen en moesten ‘dominante witte’ mannelijke kunstenaars een stukje opschuiven om ruimte te bieden aan ‘kunstenaars van kleur’, alsook eigentijdse en vergeten vrouwelijke kunstenaars.

Jan van Scorel (Schoorl 1495 – 1562 Utrecht) Middenpaneel van het drieluik De intocht in Jeruzalem , ca 1526, Centraal Museum Utrecht


De nieuwe insteek heeft geresulteerd in een opgefriste presentatie van de eeuwenlange geschiedenis van Utrecht. Onder de noemer Panorama Utrecht vindt je schilderijen en sculpturen uit de Middeleeuwse gloriedagen van de bisschopstad. Tijdens mijn rondgang ontmoette ik veel oude bekenden, zoals Jan van Scorel, die in de vroege 16e eeuw naar Jeruzalem pelgrimeerde. Tijdens de terugreis bleef hij op uitnodiging van de Nederlandse  Paus Adriaan als conservator van de Vaticaanse kunstcollectie nog even in Rome hangen.  Ook Abraham Bloemaert, Paulus Moreelse, Joachim Wttewael  en Gerard van Honthorst, over wie ik als student mijn eerste paper schreef, zag ik terug. Namen die in het door de voormalige Middeleeuwse kloosters bepaalde stratenpatroon van de stad worden gememoreerd. Uiteraard ontbreken de Utrechtse Caravaggisten niet, kunstenaars die, geïnspireerd op het zeer vernieuwende, realistische werk van Michelangelo da Caravaggio, een nieuwe stijl in Utrecht introduceerden.

Behalve zestiende en zeventiende altaarstukken toont het museum een fantasievol op de vormentaal van de Stijl geïnspireerd altaar van Remy Jungerman. Zijn Moengo 1959, verwijst naar de door Afrikaanse slaafgemaakten naar Suriname meegenomen Winti godsdienst.

Collectie Centraal (T202369)

Onder de noemer Denk aan Mij -een woordspeling op de intentie van het Middeleeuwse memoriestuk, waarmee welgestelde lieden hun nagedachtenis veiligstelden- heeft Sojourner Truth met het door Iris Kensmil geschilderde postume portret een gelijkwaardige plaats gekregen naast het 17e eeuwse portret van een ‘witte’ vrouw.  De in slavernij geboren zwarte vrouw werkte voor Nederlandse eigenaren. Nadat ze was weggelopen ontpopte zij zich als voorvechtster van de emancipatie van slaafgemaakten en vrouwen.

Collectie Centraal (T202369)

In de smaakvolle -naar laat 20e eeuwse museale inzichten enigszins te volle zalen- zie je behalve schilderijen ook beeldhouwwerk, een kustkabinet, miniglobes en met zogenoemd kwabwerk versierde zilveren drinkschalen. Vroeger verwonderde de bezoeker zich slechts over de prachtige uit hoogwaardig zilver gedreven Bijbelse en mythologische voorstellingen. Nu wordt deze uitgenodigd om na te denken over de herkomst van het door Adam en Paulus van Vianen gebruikte edelmetaal: …’ gedolven in de Spaanse koloniën van Zuid-Amerika, door oorspronkelijke bewoners en Afrikaanse slaafgemaakten’…

In het poppenhuis van Petronella de la Court ( 1624-1707) zie je alles wat hier getoond wordt in het klein terug. Tussen al die mooie oude museale objecten staan eigentijdse creaties van velerlei soort, zoals de spraakmakende prachtige vaginabroek, die Duran Lantink in 2018 ontwierp. De rijke modecollectie van het museum wordt flitsend gepresenteerd met de doorlopende Digitale Catwalk van Studio PMS. Tussen de statische ten toongestelde japonnen en andere kledingstukken paradeert heel geestig een 18e eeuwse japon.  

Collectie Centraal (T202369)

Wanneer de talrijke kunstobjecten je even te veel worden kun je in zaal 8 even op verhaal komen. Neem plaats in de leunstoelen van de fantasievol gereconstrueerde huiskamer van Josephina en Lambertus van Baaren en geniet van de schilderijen die deze Utrechtse aannemersfamilie in de vorige eeuw verzamelde en schonk aan het museum. Zij hadden, uitzonderlijk voor die tijd, ook al oog voor verschillende vrouwelijke kunstenaars als Tjitske Hettinga Tromp en Charley Toorop.

Collectie Centraal (T202369)

In de vaste collectie van een Utrechts museum mogen Gerrit Rietveld en zijn geestverwanten natuurlijk niet ontbreken. Zijn befaamde stoel en andere scheppingen zijn in een speciaal aan hen gewijde zaal te zien. In de nog tot 14 januari lopende tentoonstelling Stoel neemt Stelling in de Stallen kom je Rietvelds creaties nogmaals tegen. Anders dan gebruikelijk bij museale stoelen, mag je hier plaats nemen in de rood-blauwe stoel om te ontdekken dat deze nog lekker zit ook!

Onder de noemers Aandacht voor de Wereld en Doorgeven betreedt de bezoeker tenslotte in de bovenzalen van het museum het domein van een voor velen nog ongekende artistieke wereld. Met robotten en installaties geven eigentijdse kunstenaars hun visie op de wereld van toen en nu. Met deze spannende installaties blijf je bij de tijd! Een ervaring die ik graag voor zelfstudie aanbeveel. 

Door de gecombineerde presentatie van oude en eigentijdse kunst wordt een bezoek aan het Centraal Museum een spannende, nooit saaie ervaring voor alle leeftijden.

Link: Centraal Museum Utrecht

Artikel over het vernieuwde museum in 2016

Ai Weiwei; In search of Humanity. Tot en met 3 maart in de Kunsthal Rotterdam.

In 2021 publiceerde Ai Weiwei zijn vuistdikke memoires: 1000 jaar Vreugde en Verdriet. Ik kreeg het boek als kerstcadeau en was vanaf de eerste bladzijde onder de indruk. In pakkend taalgebruik vertelt Weiwei -Ai is zijn achternaam- niet alleen over zijn eigen leven, maar ook over dat van zijn (groot)ouders en de politieke en sociale ontwikkelingen van China in de periode voorafgaand aan en volgend op de Revolutie van 1911.

Bij het lezen van de lotgevallen die Ai Weiwei, zijn ouders en miljoenen Chinezen ten deel vielen rijzen de haren je te berge! Wanneer een waarzegger na de geboorte van Weiwei’s vader Ai Qing voorspelt dat de boreling veel onheil zal brengen, besteden de ouders zijn (op)voeding uit aan een arme boerenvrouw. Zo hopen ze de voorspelde ellende buiten de deur te houden. Slechts af en toe mocht hun zoon thuiskomen. De relatie met zijn ouders is nooit meer goed gekomen. Ai Qing ontwikkelde zich tot een van China’s meest invloedrijke dichters. Enige tijd was hij zelfs een vertrouweling van Mao Zedong. Tijdens de zogeheten Culturele Revolutie tussen 1966-1976 viel Ai Qing echter in ongenade. Samen met zijn zoon Weiwei werd Qing naar een ballingsoordoord met de weinig hoopgevende bijnaam Klein Siberië gestuurd. De expositie begint met objecten die aan die tijd herinneren. Zoals een met bont beklede schep die verwijst naar het zware handwerk dat de fijnbesnaarde dichter en andere intellectuelen in de heropvoedingskampen moesten verrichten. 

Ai Weiwei Neolithic Vase with Coca-Cola Logo (1994) Pottery and paint, ø 40 × 31 cm Private collection Photo Albertina, Vienna, Lisa Rastl and Reiner Riedler © 2022 Ai Weiwei

Het gebruik van alledaagse tot (anti)kunst opgewaardeerde objecten in de eerste tentoonstellingszaal zijn geïnspireerd op de ready-mades van Marcel Duchamp. De iconische neolithische kruik waarop Weiwei het logo van Coca-Cola aanbracht is hier te zien, alsook het gefotografeerde drieluik, waarin hij een soortgelijke archeologische vondst uit zijn handen laat vallen. Een daad van protest tegen de van overheidswege doorgevoerde vernietiging van de cultuur erfgoed van voorgaande machthebbers. Zoals de afbraak van de Hutongs, de oude volkswijken van Sjanghai en Beijing.

Verder lezen kunt u hier

De Kinderen van de Haagse School: Spelen, Werken, Overleven. Tot en met 20 mei in Museum Panorama Mesdag.

Jozef Israëls, Twee visserskinderen op het strand, z.j. Part. Collectie.

In deze intieme expositie geven werken van de schilders van de Haagse School een beeld van de leefwereld van 19e -eeuwse kinderen. Getuige het bijwerk in de portretten die hun vaders van hen maakten, hadden de spruiten van de kunstenaars het heel wat beter dan hun arme leeftijdgenoten. De werkende jeugd werd niet zoet spelend of musicerend geportretteerd. Zij werden vereeuwigd als boerenknechtje, meid of begeleider van ezelritjes op het strand. De impressies die Isaac Israëls daarvan geeft zien er lieflijker uit dan de werkelijkheid, althans voor de jongen die er blootsvoets naast loopt. In scènes uit het alledaagse leven van arme landarbeiders, vissers en hun kinderen vonden de schilders van de Haagse School onderwerpen, die wegens de emotionele -in onze ogen wellicht melodramatische- lading goed verkochten. De liefdevol gecomponeerde portretten van hun eigen kroost waren in de meeste gevallen niet voor de markt gemaakt. De arme modellen ontvingen een kleine vergoeding, maar op een enkele uitzondering na valt van sociale betrokkenheid niet veel te merken.  

Jacob Maris, Portret van Willem Maris, 1876. Rijksmuseum Amsterdam

Overigens voelden de arme sloebers hun marktwaarde heel goed aan. De ‘Tachtiger’ Frederik van Eden noteerde hoe Larense boeren als er wat te poseren viel, expres hun alleroudste en smerigste kleren aantrokken, zodat ze nog schilderachtiger uit de verf zouden komen! Wally Moes, een van de vrouwelijke kunstenaars in de expositie, bracht vooral de boerenkinderen in beeld. Zij was, als een van de weinigen, begaan met hun lot en zette zich metterdaad in voor scholing van deze kansarme kinderen. Vanaf 1901 gold leerplicht voor kinderen tot 12 jaar, maar om brood op de plank te krijgen moest elk lid van de kinderrijke gezinnen een steentje bijdragen. Van schoolgaan kwam niet veel.

Wally Moes, Schaftuurtje, 1885. Museum Boijmans Van Beuningen

Ook al leerden wij op de Middelbare School dat het Kinderwetje van Van Houten (1874) verandering in de regels rond kinderarbeid bracht: de realiteit was evenwel anders. De wet die fabrieksarbeid door kinderen jonger dan 12 jaar verbood werd slecht gehandhaafd en andere werkzaamheden werden er niet in genoemd. In de lezingen die ik in februari en maart organiseer, ga ik in op de zonnige, maar ook de schaduwrijke kant van het kinderleven in Mesdags tijd. Opgeven via deze site.          

Lezing bij tentoonstelling: De Kinderen van de Haagse School
Woensdagochtend, 28 februari 10.00 uur in de Cultuurhoek, Driebergen
Vrijdagochtend, 1 maart 10.00 uur in de Oosterkerk Zeist
Donderdagavond, 7 maart 20.00 uur in de Oosterkerk Zeist

Het Jaar 1000; Nederland in het midden van de Middeleeuwen. Tot en met 17 maart in het Rijksmuseum van Oudheden.

Bij een tentoonstelling in het RMO denk je wellicht eerder aan het oude Egypte, Griekenland of Rome dan aan de Middeleeuwen. Archeologen verdiepen zich echter ook in latere periodes. In deze expositie wordt het belang van de oudheidkunde onderstreept: de kennis uit verschillende geschreven teksten wordt gestaafd en aangevuld met tal van archeologische vondsten.                                            
‘Het Jaar 1000’ brengt een ontbrekend hoofdstuk uit de geschiedenis van ons land in beeld. Na de Karolingische Renaissance ten tijde van Karel de Grote (ca. 747-814) bleven de bladzijden van het geschiedenisboek van ons land onbeschreven. Pas met het aantreden van de Hollandse en Vlaamse graven wordt de draad rond ca. 1100 weer opgepakt. Voor die tijd werd echter ook al geschiedenis geschreven. Over die tussenliggende periode, de tiende en de elfde eeuw die in de ‘Canon van Nederland’ ontbreekt, gaat het tot en met 17 maart in de zalen van het RMO. In het persbericht wordt de tentoonstelling aangeprezen als een winterreis naar het midden van de Middeleeuwen. Vergezeld van ijzingwekkende geluiden worden op de muur van de laatste zaal, letterlijk als een teken aan de wand, citaten uit de zogeheten Annalen van Egmond geprojecteerd:  

999. Terraemotus factus est permaximus: cometes apparuit ….

…‘In het jaar 999 zijn veel wondertekens gezien. Er vond een enorme aardbeving plaats. Een komeet verscheen...’

Sterrenregen met komeet | © Shosho Still uit een van de AV-projecties op de tentoonstellingswanden

De laatste woorden brengen mij 24 jaar terug in de tijd: de mensheid stond op de drempel van het tweede millennium. Nog maar kort tevoren verscheen de komeet van Halley aan het firmament. Midden in een koude winternacht stond ik naar dit magische astronomische fenomeen te kijken. Ik moest denken aan de magiërs uit het kerstverhaal die (misschien wel) deze ster volgden op weg naar Bethlehem. Als kleine jongen had mijn grootvader de komeet in 1910 ook gezien. Wat hij mij daar lang geleden over vertelde, zag ik in 1986 met eigen ogen. Volgens de berekeningen komt Halley in 2061 weer langs. Misschien denkt mijn kleinzoon dan terug aan de verhalen van zijn grootmoeder….

Eindtijd
Bij het naderen van het jaar 1000 waren velen ervan overtuigd dat de wereld zou vergaan. Deze zogeheten eschatologische verwachtingen werden gevoed door Bijbelteksten die daar volgens theologen heel duidelijk over waren. In Openbaring 21: 2 e.v. wordt gesproken over het einde van het duizendjarig koninkrijk. Na het Laatste Oordeel zullen met een nieuwe hemel en een nieuwe aarde betere tijden aanbreken. Velen wachtten verheugd- anderen in doodsangst de vervulling van deze profetie af. Er gebeurde echter niets!

Duizend jaar later herhaalde de geschiedenis zich. Oorlogen, natuurrampen en hongersnood werden door doemdenkers in 1999 gezien als de voorbodes van het naderende einde van de wereld. Actuele wereldgebeurtenissen kwamen in veler ogen overeen met de profetieën in het Bijbelboek de Openbaring.

Deze keer hadden sceptici de overhand; anderen wachtten het moment gespannen, maar in het volste ‘godsvertrouwen’, slapend of wakend af. De morgen van 1 januari van het jaar 2000 bleek in niets af te wijken van andere ochtenden. In haar boek Educated doet Tara Westover, de afvallige dochter van Jehova getuigen, op indrukwekkende wijze verslag van haar vaders teleurstelling.

Onder de noemer Party like it’s 999 wordt in de tentoonstelling aandacht aan de eindtijd besteed. Bij het googelen van deze slogan ontdekte ik op de site van The British Library een leuke geïllustreerde uitnodiging voor een vroegmiddeleeuwse feest. Met slechts één karakter verschil verscheen ook een song van popzanger Prince op het beeldscherm: Party like it’s 1999.

Virtuele tijdreis                                                                                        
Voorafgaand aan dit laatste hoofdstuk maakt de bezoeker van de tentoonstelling een virtuele reis door de tijd. Tussen de opgegraven dagelijkse gebruiksvoorwerpen ligt een fragment van een houten bed, aan de hand waarvan een fraaie reconstructie is gemaakt. Bij het zien van dit comfortabele meubel is de wereld van 1000 jaar geleden ineens niet zo’n ver-van- mijn-bed show meer!                                       
De vorming van het landschap van Nederland wordt uitvoerig belicht. Zompige gebieden worden op last van de bisschop van Utrecht of een lokale kasteelheer ontgonnen. Dijken worden aangelegd en veen wordt als brandstof afgegraven. Water was (en is) er in deze streken in overvloed. In de expositie trekken twee langwerpige in Friesland gevonden botten mijn aandacht. Het zijn de voorlopers van de doorlopers uit mijn jeugd. Met deze zogeheten glissen gemaakt van een middenvoetsbeen van een rund of paard, kon je op het ijs ook uit de voeten! 

Het menselijk ingrijpen had grote gevolgen voor de populatie van zowel mens als dier.

Nederlands landschap ‘Het jaar 1000’ Still uit een van de AV-projecties op de tentoonstellingswanden © Shosho

Dit wordt niet alleen door objecten geïllustreerd, maar ook in op de wand geprojecteerde animaties. In deze door OPERA Amsterdam ontworpen ogenschijnlijk statische impressie van het toenmalige landschap, doemen plotseling wilde zwijnen en een bruine beer op. Elders zwoegen paard en wagen moeizaam een heuvel op. Verderop houdt een eland plots waakzaam stil, terwijl in de lucht enkele blaadjes van de bomen dwarrelen. Met het verdwijnen van hun habitat zijn de eland en de beer uit onze streken vertrokken.
Verder lezen kunt u hier.

Julius Caesar: Ik kwam, ik zag en… ging ten onder. Tot en met 20 mei in Museum H’ART, Amsterdam.

Julius Caesar (100 – 44 v. Chr.) is na ruim 2000 jaar terug in de Lage Landen. Tot eind mei vertelt Museum H’ART (voorheen Hermitage) het spectaculaire levensverhaal van Julius Caesar als veldheer, staatsman, dictator en minnaar…

Dankzij zijn boek De Bello Gallico is veel bekend over Caesars wapenfeiten en de door hem veelal op bloederige wijze veroverde gebieden.

Caesar was niet alleen op militair en zakelijk gebied succesvol, maar ook in de liefde. Tijdens pillow-talk kwam hij van de echtgenotes van zijn tegenstanders heel wat te weten… Hij veroverde zelfs het hart van de Egyptische koningin Cleopatra! In de Netflix serie Queen Cleopatra is te zien dat hij niet onmisbaar was. Na Caesars dood nam Marcus Antonius de vrijgekomen plaats in. In de zalen aan de Amstel worden de vele kanten van deze interessante historische figuur en zijn tijd aan de hand van bruiklenen uit binnen- en buitenland belicht.

Lupa Capitolina met Romulus en Remus. Brons. Kopie naar origineel in het Archeologisch museum in Rome

De inrichting van de expositie door Anika Ohlerich van ontwerpbureau  Archetypisch is bijzonder. Met een knipoog naar neon verlichte reclames voor eigentijdse merken als Coca-Cola, lichten de naam en uitspraken van Julius Caesar op tussen de bouwsteigers van het in destijds snelgroeiende -in aanbouw zijnde- Romeinse Rijk.    

In 44 v. Chr. komt Caesar op gewelddadige wijze aan zijn einde. Zijn naam en naar onze maatstaven bedenkelijke faam, leven niet alleen in geschiedenisboeken, muziekstukken en literaire werken voort, maar ook in ons dagelijks taalgebruik: de maand juli, de keizerstitel en de overwinningskreet: Veni, Vidi, Vici! In de laatste zaal, waarin aandacht aan zijn nalatenschap wordt  besteed, krijgt het publiek de gelegenheid om op ’Caesars persoon en handelen te reflecteren’…

Grote Indonesië tentoonstelling. Tot en met 1 april 2024 in de Nieuwe Kerk Amsterdam.

Na de Grote Suriname tentoonstelling van 2019 richten de programmamakers van de Nieuwe kerk hun vizier deze winter op Indonesië. Zelf ben ik daar nooit geweest, maar door de verhalen van mijn vader en Indische vrienden reisde ik in de geest talloze malen naar Indië. De koloniale benaming van de archipel, die door Louis Couperus, Hella Haasse en meer recent Dido Michielsen nog werd bezongen als de ‘gordel van smaragd’. Deze naam kom je in de tentoonstelling niet meer tegen. Ook Wieteke van Dort en Yvonne Keuls, die eind vorige eeuw vanuit Nederlands perspectief met humor over tempo doeloe -de ‘goede oude tijd in ‘ons Indië’ – schreven doen in de Nieuwe Kerk niet meer mee. Anders dan eerdere tentoonstellingen, waarin de geschiedenis van de voormalige Nederlandse kolonie centraal, zoals Beyond the Dutch in het Centraal Museum (2009) en Revolusi vorig jaar in het Rijks, biedt deze tentoonstelling met een nadrukkelijke keuze voor ‘het grotere verhaal’ een nieuw perspectief. We delen een verleden, maar hetzelfde verleden verdeelt ons ook, aldus de samenstellers van de expositie. Er worden nieuwe verhalen en verzwegen geschiedenissen verteld. De tentoonstelling weerspiegelt een dialoog die nog niet is afgesloten.

Verder lezen kunt u hier.

Naschrift Kunstbeurs de PAN.
Zonnig gestemd bezocht ik tijdens een regenachtige dag de jaarlijks kunstbeurs de PAN in Amsterdam. Om in enkele uren mijn weg in het overweldigende aanbod van 2000 jaar kunstgeschiedenis te vinden koos ik water als leidmotief: de gemene deler van de schilderijenvan waarover ik deze winter lezingen geef bij de tentoonstelling La Grande Bleue in Singer Laren en Kinderen van de Haagse School in Museum Mesdag. Water was bijna overal te vinden. Variërend van diep donkerblauw tot smaragdgroen en vele gradaties daartussen. Mediterrane kusten onder oogverblindend zonlicht, met in badkleding gestoken zonaanbidsters en afgezien van opgestroopte broekspijpen, volledig geklede (mensen) kinderen op de qua temperatuur gematigder Noordzeestranden van Isaac Israëls.

Een werk dat op de huidige tentoonstelling in Singer Laren niet zou misstaan is van Roger Limousse (1894-1989) een paneeltje van slechts 33 x 22 cm Porte ouverte sur le Port aangeboden bij Drs. J.C. van Schaik, Zwolle. Dat geldt ook voor Frits Kleins impressie Bagneurs sur la plage mediterranée dat bij Dolf van Omme werd aangeboden. Voor Jasper van den Hams leuke Marokkaanse mediterrane Memories 47, kwam ik helaas te laat, maar Contempo Rotterdam heeft nog meer Van den Hams in stock! En ook Wim Oepts in expressionistische stijl geschilderde Huis in Zuid-Frankrijk, dat zo naar de museumzalen van Singer Laren had gekund, was door Arnold Ligthart reeds verkocht.

Isaac Israëls, Ezeltje rijden op het strand van Scheveningen, doek 69 x 100

Warm of iets koeler: de zuidelijke en noordelijke impressies doen wat vrolijkheid betreft niet voor elkaar onder en qua gevarieerd schilderkunstig vakmanschap evenmin. Liefhebbers van realisme, impressionisme, fauvisme, kubisme, expressionisme en pointillisme vinden op de Pan allen wel iets van hun gading. Van Isaac Israëls met snelle toets gepenseelde impressies van Ezeltje rijdende kinderen in Scheveningen tot het pointillistische Gezicht op Vlieland door Ferdinand Hart Nibbrig bij Mark Smit.

Verder lezen kunt u hier.

Tonia: Model en activiste. Tot en met 17 maart in Singer Laren.

Iris Kensmil, Tonia Stieltjes, 2023, olieverf op linnen, 80 x 60 cm, foto: Gert Jan van Rooij

Tonia Stieltjes, het zwarte model dat rond 1920 door Jan Sluijters in doorschijnend oranje negligé werd geportretteerd, staat deze winter centraal in een interessante solotentoonstelling in Singer Laren.
Als muze van Sluijters en goede vriendin van Piet Mondriaan was zij in eerdere groepsexposities te zien. In deze op haar recente biografie geïnspireerde tentoonstelling heeft zij de hoofdrol. Niet alleen als schildersmodel. De bezoeker leert de in 1881 geboren dochter van een Surinaamse zeeman en een Amsterdamse wasvrouw ook in andere hoedanigheden kennen.

Foto’s en tekstfragmenten belichten haar jeugd in de Kattenburgerstraat op de Oostelijke eilanden. Als 16-jarig meisje wordt ze blind. Gelukkig herkrijgt ze het zicht aan een oog, waarna ze dienstbode wordt in het gezin van de Amsterdamse ondernemer en politicus Floor Wibaut en zijn echtgenote, de feministe Mathilde Berdenis van Berlekom. Beiden zijn zeer sociaal betrokken bij het erbarmelijke lot van de Amsterdamse arbeiders. Tonia ontwikkelt zich daar niet toevallig tot de leidster van de vakbond voor dienstbodes Allen voor Elkander. Om haar daden kracht bij te zetten publiceert ze in het blad Ons Streven.

Na haar tweede huwelijk met Ingenieur Wim Stieltjes vertrekt ze naar Parijs. Het huis van het echtpaar wordt in de vroege jaren ’20 een zoete inval voor kunstenaars als Piet Mondriaan met wie zij een hechte band heeft. Wanneer Tonia, die een slechte gezondheid had, op 51 jarige leeftijd overlijdt verliest Piet Mondriaan naar eigen zeggen de enige persoon die hem echt begreep.

Iris Kensmil, Op bezoek bij Mondriaan, 2023, gouache, aquarelle, 60 x 65,5 cm, foto: Marina Marijnen

Het schaarse beeldmateriaal wordt aangevuld met speciaal voor deze tentoonstelling vervaardigd werk. In gouache en aquarelverf geeft Iris Kensmil een impressie van Tonia’s bezoek bij Mondriaan. Van Brian Elstak wordt onder de titel Papa een indringend portret in acryl getoond van Tonia’s vader, Papa uit 2023. Anthony Milgens, de nog in slavernij geboren vader van Tonia, werd in 1862 vrijgekocht. In 1866 komt hij naar Amsterdam. De ketenen en beelden van een Surinaamse plantage in de achtergrond verwijzen naar zijn herkomst. Rechtsachter zien we Anthony en de Amsterdamse dienstbode met wie hij in 1881 in het huwelijk treedt, Maria Heidman, met hun dochter Tonia.

Brian Elstak, Papa, 2023, Foto: Marina Marijnen

Van Sluijters hand zijn nog twee portretten van Tonia in Rode Blouse te zien, waarvan een aquarel uit een privécollectie.

Esther Schreuder, Tonia Stieltjes: Activiste, Model en Wilskrachtdokter, uitgeverij Waanders, 2023

Brueghel: de familiereünie. Tot en met 7 januari in het Noord-Brabants Museum, Den Bosch.

Jan Brueghel de oude, De boerenbruiloftsdans ca.1600, Musée des Beaux-Arts, Bordeaux

De trouwe lezers hebben het in mijn programma voor het nieuwe seizoen natuurlijk al gezien; maar het Noordbrabants Museum biedt tot en met 7 januari een podium aan Pieter Brueghel de Oude èn familie. Van het midden van de 16e eeuw tot 1700, drukten de Brueghels hun stempel op de schilderkunst van hun tijd. Het talent van de aartsvader van boerenbruiloften en humoristisch verbeeldde spreekwoorden werkte in vier generaties door. Zijn kinderen Pieter Brueghel de Jonge en Jan Brueghel de Oude gaven het gen door aan hun zonen Jan Brueghel de Jonge en Pieter Brueghel III, die dit op hun beurt ook weer deden.

Begint het u al te duizelen? Geen nood in de tentoonstelling verduidelijkt een overzichtelijke stamboom de vele vertakkingen en mocht u benieuwd zijn naar hun uiterlijk? Ook daar is aan gedacht. Aan een van de wanden is met eigentijdse portretjes een ‘smoelenboek’ aangebracht.     

Dat achter elke succesvolle man een vrouw staat wordt tegenwoordig steeds meer erkend. In deze tentoonstelling treden de tot voor kort onzichtbare Brueghelvrouwen voor het eerst uit de coulissen. De bezoeker maakt kennis met de stammoeder Mayken Verhulst, die zelf ook niet onverdienstelijk schilderde. De expositie biedt eveneens aandacht aan de historische context. Welke invloed had de ‘ontdekking’ van de Nieuwe Wereld en de daarmee samenhangende wereldhandel op hun werk?  Lees binnenkort meer in een bespreking van de tentoonstelling en kom luisteren naar mijn lezing. Inschrijven kan hier.

Lezingen bij de tentoonstelling over Brueghel: de familiereünie.
Woensdagmorgen,  25 oktober,      10.00 uur Cultuurhoek,  Driebergen
Vrijdagmorgen,        27 oktober,      10.00 uur Oosterkerk,    Zeist
Donderdagavond       9 november,  20.00 uur Oosterkerk,    Zeist

Henri Charles Manguin, Jeanne à l’ombrelle, Cavalière,1906, olieverf op doek, 61 × 50 cm, Kunsthalle Bielefeld

La Grande Bleu. Schilders  van De Méditerranée. Tot en met 7 januari 2024 in Singer Laren.

De schilderachtige kust van de Middellandse zee trekt vanaf de late 19e eeuw behalve welgestelde overwinteraars ook kunstenaars aan. De eilanden Mallorca, Corsica en Capri zijn eveneens geliefd. Niet alleen Franse kunstenaars, maar ook de Nederlanders Leo Gestel, Barthold Jongkind, Jan Sluijters, Jan en Charley Toorop, Kees van Dongen e.a. worden bekoord door het zuidelijke licht, de kleuren en de azuurblauwe waterspiegel van La Grande Bleue. De daarop geïnspireerde vernieuwende composities worden tot begin januari getoond naast werk van Franse, Italiaanse, Spaanse en Belgische tijdgenoten als Gustave Courbet, Claude Monet, Adolphe Monticelli, Raoul Dufy, Pierre Bonnard, William Degouve de Nuncques en anderen. Met hun in verschillende stijlen geschilderde mediterrane impressies is het tot 8 januari heerlijk overwinteren in Singer Laren!

Lezingen bij de tentoonstelling La Grande Bleue De Méditerranée 
Vrijdagmorgen,          1 december, 10.00 uur Oosterkerk,  Zeist
Woensdagochtend  29 november, 10.00 uur  Cultuurhoek, Driebergen
Donderdagavond   23 november,  20.00 uur Oosterkerk, Zeist.

Inschrijven kan hier.

In de tentoonstelling Roofkunst in het Mauritshuis is alle luchtigheid verdwenen. Hier voeren sleutelwoorden als ernst, verbijstering, boosheid en ongeloof de boventoon.

Roofkunst: tien verhalen tot en met 7 januari 2024 in het  Mauritshuis. 

Roofkunst: tegenwoordig een actueel onderwerp, maar toen Marei von Saher, de erfgename van de Joods kunsthandelaar Goudstikker zo’n vijftien jaar geleden over teruggave van zijn schilderijen begon, was de roep om restitutie van Joods bezit voor velen nog bijzonder nieuws. Vandaag de dag kunnen musea echter niet meer om teruggave heen. Onlangs meldden de media dat de VS zeven geroofde werken van Egon Schiele na jaren van juridisch touwtrekken teruggeeft aan de nazaten van de in Dachau omgekomen Joodse kunstverzamelaar Fritz Grünbaum. 

Tot en met 7 januari vertelt het Mauritshuis tien verhalen over roofkunst. Het meest bekend zijn de door de nazi’s geroofde kunstschatten van Joodse eigenaren, maar roofkunst is van alle tijden. De expositie geeft niet alleen aandacht aan door de nazi’s afgenomen Joods bezit, er zijn ook voorbeelden van geroofde kunst ten tijde van Napoleon. Kwantitatief staan deze voorwerpen echter in geen vergelijk met de duizenden etnografische objecten en voorwerpen van kunst die tijdens de Koloniale overheersing in Europese verzamelingen zijn beland.

In de introductiefilm volgen we de in een stemmig pak gestoken Surinaamse dichter Onias Landveld tijdens een bezoek aan het Berlijns museum. Over zijn kostuum draagt hij een traditionele groenblauw geruite omslagdoek, een zogeheten pangi. Even later houdt hij een Surinaamse staf in de vorm van een voorouderbeeldje in zijn gehandschoende handen: …’ my people made this, why is it here?’  Hij geeft de wens te kennen het object mee te willen nemen. Waarheen? Vraagt de conservator. Hij antwoordt dat hij er wel een plekje voor zal vinden… Lees hier meer.

Goed nieuws voor de liefhebbers van Vincent van Gogh! Dit najaar kun je twee aan Van Gogh gewijde tentoonstellingen bezoeken, over wie je elders op deze site meer artikelen vindt. Vincent van Gogh in Drenthe in het Drents Museum en Vincent van Gogh aan de Seine in het Van Gogh Museum.

Vincent van Gogh, Rij boerenhuizen, Drenthe, 1883, aquarelverf op papier, 25 x 36,5 cm, Von der Heydt Museum, Wuppertal

Vincent van Gogh is wereldberoemd. Dat hij in Nuenen en Den Haag heeft gewerkt is gemeengoed, maar dat hij in 1883 ook drie maanden in Drenthe heeft gewerkt is minder bekend. Van deze periode zijn zes schilderijen, meerdere tekeningen en aquarellen én een serie brieven aan zijn broer Theo bewaard gebleven. 

Rond deze kleine nalatenschap heeft het Drents Museum, Assen een intieme tentoonstelling ingericht. Op reis met Vincent. Van 11 september 2023 tot en met 7 januari 2024 De bezoeker gaat figuurlijk en letterlijk -zie het nevenprogramma op de website van het museum- Op reis met Vincent.

Wijzig je koers na dit Drentse reisje en vertrek in zuidelijke richting naar het Van Gogh Museum in Amsterdam, waar het jubileumjaar wordt afgesloten met de tentoonstelling Van Gogh aan de Seine. in het Van Gogh Museum vanaf 13 oktober tot en met 14 januari 2024.

Deze tentoonstelling is gewijd aan de tot nog toe onderbelichte jaren waarin Vincent Van Gogh en zijn collega’s Charles Angrand, Paul Signac, Georges Seurat, Emile Bernard vanaf 1881 enkele jaren regelmatig gezamenlijk werkzaam waren aan de Seine. Ze ontmoeten elkaar in het toen nog schilderachtige plaatsje Asnières ten noordwesten van Parijs. In Vincents tijd was het een geliefde groene plek waar stedelingen ook graag hun vrije tijd doorbrachten. Het gebied was nog maar kortelings ontsloten door het spoor en ijzeren bruggen.

Inmiddels heeft de tijd deze situatie ingehaald. Door verstedelijking en industrialisatie resten van dat ooit pittoreske plaatsje slechts impressies op de schilderijen van Van Gogh en zijn schilders vrienden. Van hun hand zijn 75 werken uit topmusea en privécollecties tot en met 14 januari bijeengebracht. Een aantal daarvan uit privécollecties was niet eerder te zien. In deze schilderijen zie je hier en niet alleen indrukken van de oprukkende moderne geïndustrialiseerde tijd, maar ook sporen van de verschillende stijlen waarmee deze kunstenaars elkaar onderling beïnvloedden.  Dat Vincent tijdens zijn Parijse jaren volop experimenteerde in de stijlen van zijn collega’s is bekend. Ook in deze expositie zie je nu eens een impressionistische toets, dan weer een gestippeld werk maar ook een werk waarin de invloed van Emile Bernard -en daarmee diens vriend Paul Gauguin- herkenbaar is.

Vincent van Gogh, Bruggen over de Seine bij Asnières, 1887, Olieverf op doek, 53,5 x 67 cm, Sammlung Emil Buhrle, in langdurig bruikleen bij Kunsthaus Zürich

De bezoeker krijgt een goede indruk van de jaren dat Vincent van Gogh en tijdgenoten Seurat, Signac Bernard en Angrand hun schetsboeken meenamen naar Asnières aan de Seine. In de expositie worden 75 werken getoond, waarin zij hun aan de waterkant opgedane impressies in kleurrijke werken vastlegden.

Het zijn beelden van een veranderende wereld, waarin de natuur en de opkomende industrie samengaan, maar ook waarin de natuur plaats moet maken voor de moderne tijd!  Meer lezen kunt u hier.

Vincent van Gogh aan de Seine in het Van Gogh Museum vanaf 13 oktober tot en met 14 januari 2024.

G. Berckheyde, Grote Markt Haarlem met de St. Bavo, 1969.

Blik op Haarlem; Ruysdael –Berckheyde – Van Goyen. Tot en met 7 januari in het Frans Hals Museum.

Voor het eerst speelt het 17e eeuwse Haarlemse stadsgezicht een hoofdrol in een tentoonstelling. Met deze expositie verklaart het museum naar eigen zeggen haar liefde voor de stad en ommelanden van Haarlem, zoals waargenomen door toonaangevende kunstenaars als Jacob van Ruisdael, Gerrit Berckheyde, Jan van Goyen en vele anderen. Stadgezichten van Haarlem waren in de 17e eeuw zo  populair dat ze een eigen genre vormden: ‘Haarlempjes’. Ook impressies van de omringende bleekvelden in de duinen, soms dramatisch belicht, met aan de einder de door St. Bavo karakteristieke ‘skyline’ waren geliefd. Een van de eerste kunstenaars die zich door Haarlem lieten inspireren was Jan van Goyen, maar de werken van Berckheyde en Ruisdael zijn bekender. Zij creëerden brandschone impressies van de stad, waar anders dan de historische werkelijkheid, geen ongerechtigheid op valt te ontdekken!

In de intieme zalen van het voormalige Oudemannenhuis maakt de bezoeker een denkbeeldige wandeling door het deels nog goed herkenbare Haarlem van bijna vier eeuwen geleden. Bijzonder is Jan van Goyens Gezicht op het Spaarne alsook enkele bruiklenen uit particulier bezit zoals vroege ‘Haarlempjes door Jacob van Ruisdael en het Gezicht op de Sint Bavo door Gerrit Berckheyde. Heel indrukwekkend Hendrick Vrooms monumentale Slag op het Haarlemmermeer, dat door het Rijksmuseum werd afgestaan. Daarnaast zijn tekeningen en prenten uit het Haarlems Archief te zien, waaronder een meer dan één meter brede grote tekening van het Beleg van Haarlem. Een bezoek aan deze tentoonstelling is zowel voor Haarlemmers als buitenpoorters een bijzondere sensatie!

Vergeet niet ook even binnen te lopen bij de overburen in het ABC Architectuurcentrum. Geinspireerd op de schilderijen uit de tentoonstelling kun je in de expositie Blik op Haarlem zand, water, vest, stad, de stedelijke ontwikkeling van Haarlem volgen.  

Henry Moore; vorm en materiaal. Tot en met 22 oktober in Museum Beelden aan Zee.

Henry Moore, King and Queen, 1952-53, brons Foto: Marina Marijnen

He leaped the fence and saw that all nature was a garden’, aldus de schrijver Horace Walpole over William Kent (1685-1748). De vader van de Engelse landschapstuin ‘abhorred a straight line’, het ordeningsprincipe van de Franse formele tuin.

Ook Henry Moore (1898-1986) had een hekel aan rechte lijnen. Hij zag liever ronde natuurlijke vormen. De Britse beeldhouwer wiens werk in Museum Beelden aan Zee te zien is, vond zijn inspiratie eveneens in de natuur: …’the whole of nature is an endless demonstration of shape and form. It always surprises me when artists try to escape from this’…

Het mooiste voorbeeld van die gedachte is verbeeld in de afgeronde vormen van Sheep Piece uit 1971, die als reusachtige echo’s van de anatomie van de eromheen grazende schapen, in het open veld in Perry Green staat opgesteld. In de mooi uitgevoerde catalogus is een afbeelding van dit kunstwerk te zien, met een foto van Moore, staand naast een groot hek…

Vaak balanceren Moore’s werken op de grens van figuratie en abstractie. In zijn fantasierijke creaties is de natuur letterlijk en figuurlijk nooit ver weg. Dat geldt niet alleen voor de organische en morfologische vormentaal, maar ook voor de thema’s, zoals de sculpturen, waarin de moeder-kind relatie centraal staat.

Moore deed zijn inspiratie ook op uit gevonden voorwerpen. Tijdens wandelingen raapte hij allerlei door weer, wind en water gepolijste stenen, botten en schelpen op, waarin moeder natuur zelf als beeldhouwer bezig is geweest. Deze wheather beaten objecten vormen zijn voornaamste inspiratiebron, maar ook de materialen waarin hij zijn ideeën gestalte gaf, stuurden de vormgeving. En er is meer -mo(o)re-. Misschien het belangrijkste en minst belichte beeldmiddel in Moore’s werk is ruimte.

Na eerdere spraakmakende tentoonstellingen over wereldberoemde beeldhouwers als Zadkine (2018), Niki de Saint Phalle (2019) en Igor Mitoraj (2021) laat het museum nu indrukwekkende, kleine en monumentale werken van Henry Moore zien. Terecht wordt hij als een pionier van de moderne Europese beeldhouwkunst gepresenteerd. Aan de hand van een groot aantal bruiklenen van de Henry Moore Foundation is zijn artistieke ontwikkeling tot en met 22 oktober in Museum Beelden aan Zee te zien.

Verder lezen kunt u hier.

Geverifieerd door MonsterInsights