Tips voor museumbezoekers

Beste Kunstliefhebber,
Komend najaar zijn er weer veel interessante tentoonstellingen in de Nederlandse Kunstmusea te bezoeken. In het navolgende breng ik naast de nog lopende en eerder gepubliceerde tentoonstellingen een selectie van de nieuwste onder uw aandacht. Mijn eerste lezing in het najaar zal gaan over Henri Matisse.

Chez Henri Matisse – Masterpieces from Centre Pompidou. 3 oktober tot en met 14 februari 2027 in het H’ART Museum Amsterdam

De eerder betreurde breuk met het Russische moedermuseum is voor de Amsterdamse Hermitage een blessing in disguise gebleken. De allianties met nieuwe partners als het British Museum, het Smithsonian American Art Museum en niet in de laatste plaats het Centre Pompidou resulteerden in succesvolle exposities over Kandinsky, Brancusi en de nog lopende expositie American Identities.

Dit najaar staat een van de meest vernieuwende modernisten op de agenda. Met 30 schilderijen, sculpturen en prints van zijn hand, biedt de tentoonstelling Chez Matisse een unieke kans om kennis te maken met de man die kon toveren met kleuren en vormen. In de loop van zijn carrière verruilde Matisse het penseel voor de schaar. Eerst nog als hulpmiddel bij het samenstellen van zijn monumentale compositie La Danse, later noodgedwongen om gezondheidsredenen. Met zijn meer dan levensgrote geknipte creaties oogstte hij tot in Rusland en de VS veel succes en bewondering. Zijn invloed zie je in eveneens getoond werk van tijdgenoten als George Braque, Picasso, Sonia Delaunay en navolgers als Barnett Newman, Ellsworth Kelly en Mark Rothko. In mijn lezing neem ik u mee naar het kleurrijke land van Henri Matisse.  Informatie en inschrijven.

Tuin der lusten – De zeventiende eeuw in bloei. 29 september tot en met 29 maart 2027 in de Lakenhal Leiden

In een indrukwekkende totaalervaring ontvouwt zich een wereld waarin kunst, natuur en verbeelding samenkomen. Met schilderijen en objecten uit de collectie van The Phoebus Foundation, onder meer gepresenteerd in een heuse wonderkamer, toont de tentoonstelling hoe bloemen in de zeventiende eeuw niet alleen wegens hun schoonheid, maar ook voor wetenschappelijke doelen werden uitgebeeld.                                              

In de schilderkunst zijn bloemen ook dragers van symboliek. Ze staan voor verlangen en de vergankelijkheid van het bestaan. Deze aspecten worden geïllustreerd met topstukken van onder anderen Jan Brueghel de Oude, Clara Peeters, Anna Maria Janssens en Jan Davidsz. De Heem. De boeketten ogen realistisch, maar zijn dat niet. De opmerkzame beschouwer ontdekt dat ze zijn samengesteld met voorjaars-, zomer- en herfstbloeiers. In verschillende doeken en panelen voegden de kunstenaars wat extra’s toe in de vorm van insecten en rariteiten; door de natuur of mensenhand vervaardigde kostbaarheden. Wat begint als een ode aan de schepping, ontvouwt zich gaandeweg niet alleen tot een verhaal over wetenschappelijke nieuwsgierigheid, maar ook als een zoektocht naar handel met overzeese gebieden, aldus het persbericht. 

From Dusk Till Dawn: een reis door de nacht in de 17e eeuw. Tot en met 22 februari 2027 in het Dordrechts Museum

Deze kunsttentoonstelling over het nachtleven in de vroegmoderne tijd neemt je mee op een tocht door de nacht toen deze nog echt donker was: van avondstond tot ochtendgloren. Onderweg ontdek je een onderbelichte wereld vol verstilde maanlandschappen, spannende heksensabbatten en vrolijke nachtbrakers. Dit laatste onderwerp riep de lang vervlogen stem van mijn Zeeuwse grootmoeder in herinnering.  Toen ik haar als tiener vertelde over uitgaan in de grote stad zei ze misprijzend: …’de nacht is voor het ongedierte’…  
                                
De door kunsthistoricus en journalist Stefan Kuiper samengestelde tentoonstelling gaat niet alleen over de nacht, maar is ook opgebouwd als nachtelijke ervaring. In elf opeenvolgende thema’s, losjes overeenkomend met de uren na zonsondergang, wordt het nachtleven in de vroegmoderne tijd in beeld gebracht. Deze presentatie is een primeur. Niet eerder werd in Nederland een tentoonstelling gewijd aan de nacht in de 17e eeuw. Je ziet meer dan honderd kunstwerken uit binnen- en buitenland, van o.a. Gerrit Dou, Aelbert Cuyp en Gesina ter Borch.

Yayoi Kusama (1929-2026). Tot en met 17 januari 2027 in het Stedelijk Museum, Amsterdam.

Onlangs opende het Stedelijk de deuren voor de tentoonstelling over de onlangs overleden Japanse kunstenares Yayoi Kusama. Achter haar markante verschijning, het zwarte haar verstopt onder een felrode pruik, ging een groot talent schuil. Kusama was een artistieke omnivoor. Zij experimenteerde niet alleen met schilder- en beeldhouwkunst, maar ook met film en poëzie.

Spraakmakend waren haar lichaamsfestivals. De performances waarbij zij naakte lichamen met stippen beschilderde bezorgden haar de bijnaam “Polkadot Princess”.
In de jaren ’60 speelde Kusama een belangrijke rol in de avant-garde van New York. Haar originele protest tegen de Vietnamoorlog haalde destijds de voorpagina’s. Zij bood president Nixon aan de nacht met haar door te brengen als hij de oorlog zou beëindigen. 

De tentoonstelling die bedoeld was als hommage aan de grande dame van de Japanse avant-garde is door haar recente overlijden veranderd in een groots postuum eerbetoon. Tot 18 januari kan het publiek kennis maken met haar originele en veelzijdige oeuvre. Onder enorme blow-ups van gestippelde, octopusachtige tentakels, dwaal je door een welhaast psychedelische wereld. In een gloednieuwe versie van haar iconische installaties, krijg je aldus conservator Leontine Coelewij, het gevoel op te lossen in een oneindig universum van patronen en reflecties. 

Charley Toorop & Pyke Koch. Alles of Niets. Museum More t/m 25 oktober.

Charley Toorop, Maaltijd der vrienden, 1932-1933, Collectie Museum Boijmans Van Beuningen, Rotterdam (Schenking) foto Marina Marijnen

Na de Realismo Magico biedt Museum More een podium aan twee realisten van eigen bodem: Charley Toorop (1891-1955) en Pyke [Pieter] Koch (1901-1991). Zijn bijnaam Pike op een jongensinternaat, adopteerde hij na substitutie van de ‘i’ voor een interessantere ‘y’ als artiestennaam. 

Gastconservatoren Carel Blotkamp en Mieke Rijnders presenteren de bevriende schilders in een parallelle tentoonstelling. Niet alleen de tijd waarin zij leefden en werkten gaat gelijk op, maar ook hun thema’s.  Toorop hanteerde een expressieve realistische toets; Koch werkte in een magisch realistische stijl. Ook al hadden zij geen officiële kunstopleiding genoten, toch – of misschien juist daardoor – ontwikkelden zij een professioneel picturaal handschrift. Charley keek de kunst af van haar vader Jan Toorop. Koch leerde de kneepjes van het schildersvak van zijn vriend de fascist Erich Wichmann. 
De band tussen Toorop en Koch wordt omschreven als innig en grillig. De vraag of ze een knipperlicht relatie hadden blijft in de lucht hangen, maar over hun wederzijdse bewondering en beïnvloeding bestaan geen vragen. Dankzij haar contacten in de artistieke wereld hielp Toorop de tien jaar jongere Koch op weg aan het begin van zijn carrière. 

Beiden schilderden landschappen, stillevens, op de klassieke mythologie geïnspireerde werken, maar ook arbeiders, sekswerkers en portretten. Toorops portretten zijn onopgesmukt, meedogenloos direct. Dat geldt niet alleen voor haar schetsen van psychiatrische patiënten, maar ook voor haar zelfportretten. Je krijgt wat je ziet. Bij Koch ligt dat anders: zijn portretten tonen een zekere idealisering. In verschillende op Italiaanse oude meesters geënte schilderijen verwijst hij naar de vergankelijkheid. Andere werken bevatten psychologische-, politieke en nazi-gerelateerde Germaanse referenties. Tijdens een verblijf in het Italië van Mussolini werden zijn rechtse ideeën gevoed, maar naar verluid nam hij in 1941 afstand van het fascistische gedachtegoed. Lees hier verder.

Galleria – 12 tentoonstellingen in één in het Rijks Museum van Oudheden, Leiden. Te zien t/m 1 november 2026.

Tot en met 1 november kun je in het Leidse Rijks Museum van Oudheden de veelvormige expositie Galleria bezoeken. Het is geen gewone tentoonstelling, maar een fantasievolle reeks van 12 mini exposities, die op speelse wijze zijn ingericht met kunstvoorwerpen en archeologische objecten, waarmee – hoe interessant ook- geen afzonderlijk tentoonstelling gevuld zou kunnen worden. De getoonde objecten dateren van de prehistorie tot de huidige dag. 

Na het veldwerk, het conserveren en het beschrijven van archeologische vondsten is idealiter iemand aan zet die deze vondsten visueel in context plaatst. In Galleria 4 bieden de tekeningen van graficus Bob Brobbel – als een hedendaagse Johan Isings – een frisse blik op de geschiedenis van ons land. Zijn tekeningen van de prehistorie, de Romeinse tijd en de Middeleeuwen geven letterlijk en figuurlijk in vogelvlucht tijdloze impressies van de verleden tijd. De afbeeldingen waarmee hij in 1981 het publieksboek Verleden Land illustreerde, bepalen nog steeds onze kijk op het verleden. 

Castrum van Nijmegen (Gelderland, ca. 100 na Chr.); aquarel door Bob Brobbel.© Collectie en foto: Rijksmuseum van Oudhed

Je ziet een onder meer een illustratie van een veilig achter een stroomrug gelegen nederzetting ten tijde van de band ceramische cultuur, een reconstructie van een Romeinse Villa Rustica en het Romeinse fort dat in de eerste eeuwen van onze jaartelling lag bij Nijmegen. Lees hier verder

Lou Loeber: Kunstenaar en idealist. Tot en met 27 september in Stedelijk Museum Schiedam

Lou Loeber, Zeeland, 1923, olieverf op board, particuliere collectie © Lou Loeber
c/o Pictoright Amsterdam 2026

Tot en met 27 september is in het Stedelijk Museum Schiedam een overzicht te zien van het kleurrijke, sociaal bewogen oeuvre van Lou Loeber (1894–1983). Haar naam roept wellicht niet meteen herkenning op, maar binnen de Nederlandse moderne kunst neemt zij een bijzondere positie in. Met haar tegenwoordig actuele ideeën over gelijkwaardigheid en toegankelijkheid was zij haar tijd ver vooruit. Geïnspireerd op deze idealen ontwikkelde ze in de jaren twintig een heel eigen harmonieuze stijl, waarmee ze wilde bijdragen aan een evenwichtigere, socialere wereld. In haar interieurs, landschappen, stillevens en portretten vertaalt zij de waargenomen werkelijkheid naar abstracte vormen, maar het onderwerp blijft herkenbaar. Invloed van Wassily Kandinsky en De Stijl is niet ver weg. Loeber vindt dat haar werk toegankelijk moet zijn voor iedereen. Haar composities worden gekenmerkt door een uitgebalanceerd evenwicht tussen kleur en vorm. Met wat fantasie herken je bloemen in een stilleven van 1928, terwijl deze in het paneel met Aronskelken uit 1928 overduidelijk aanwezig zijn. Lees hier verder.

Geverifieerd door MonsterInsights