
In samenwerking met de Galleria Borghese organiseert het Rijksmuseum dit voorjaar een expositie over gedaanteverwisselingen. Tachtig topstukken bieden een veelvormige staalkaart van mooie en minder mooie menselijke drijfveren. In schilderijen van Titiaan, Correggio, Cellini, Caravaggio en Rubens herken je passie, verlangen, wellust, jaloezie, bedrog en, zoals in Caravaggio’s Narcissus, buitensporige eigenliefde.

Sentimenten die nog altijd bestaan. De kunstwerken zijn geïnspireerd op de Metamorfosen van de Romeinse dichter Publius Ovidius Naso (8 n. Chr.). Verhalen uit een eeuwenoude, dode taal inspireren nog steeds kunstenaars schrijvers, fotografen en cineasten. Met een vooruitziende blik voorspelde Ovidius:
…alles verandert, maar niets gaat teloor!…
In onaards mooie dichtregels vertelt de auteur over chaos, kosmos en wonderlijke transformaties van goden en stervelingen. Gedreven door liefde, wellust of angst, nemen zij op cruciale momenten een andere gedaante aan. Om hun doel te bereiken deinsden de goden op pre-Machiavelliaanse wijze niet terug voor geweld en bedrog, zoals te zien in Luca Giordano’s bloedstollende verbeelding van Apollo en Marsyas. De satyr die Apollo tijdens een muziekwedstrijd naar de kroon had gestoken werd levend gevild. Kwestie van perceptie: dit vreselijke einde werd in de Renaissance uitgelegd als een troostrijke transitie; de ziel werd immers uit het lichaam bevrijd.

Dit schilderij wordt in de laatste zaal gespiegeld door Magritte’s surrealistische Modèle Rouge III uit 1937, waarin twee enkellaarsjes op griezelige wijze veranderen in blote voeten of is het andersom? Met deze stille metamorfose maakt Magritte voelbaar hoe broos en veranderlijk onze werkelijkheid is, aldus het bijschrift.
De museale reis door het rijk geaccidenteerde dichterlijke landschap van Ovidius begint lieflijk. Ter illustratie van de bron waaruit Ovidius putte wordt een doek getoond van Nicolas Poussin, waarin Apollo, de god van de poëzie, de dichter laat drinken uit een met inspiratie gevulde gouden beker. In de aangrenzende vitrine staat een fonkelende 17e -eeuwse bokaal met een in emailverf en goud aangebrachte voorstelling van Orpheus die mensen en dieren met zijn muziek betoverde.

Niedersächsisches Landesnuseum, Hannover
In de volgende ruimte ontdek je een verrassende parallel tussen het christelijke scheppingsverhaal en Ovidius visie op de ontstaansgeschiedenis van de aarde. Op een visueel welhaast onnavolgbare wijze bracht de Vlaamse Caravaggist Louis Finson het Ovidiaanse begin van de wereld in beeld. De personificaties van de elementen vuur, lucht, water en aarde zijn verwikkeld in een woeste worsteling. Alleen het visueel ontwarren van de afzonderlijke, tot één kluwen gecomponeerde lichamen, is al een hele puzzel.

Deze krachtmeting resulteert uiteindelijk in orde. De Titaan Prometheus, die in Ovidius scheppingsverhaal uit klei de eerste mens schiep, is vertegenwoordigd met een eivormig sculptuurtje van Constantin Brancusi. Wie onlangs de aan hem gewijde tentoonstelling in H’ART museum bezocht herkent zijn minimalistische stijl.
Jupiters wegen zijn ondoorgrondelijk. Na deze introductie wordt het genieten van vindingrijkheid. Niet alleen van Ovidius en de oppergod Jupiter, maar ook van de op hen geïnspireerde creaties van talloze oude- en hedendaagse kunstenaars, want Ovidius is een blijvende inspiratiebron.
Hoofdrolspeler is de oppergod Jupiter. Wellicht gevoed door eigen onderdrukte wensen tot escapisme, waren Jupiters amoureuze avonturen populair bij kunstenaars. Om zich, onttrokken aan de blik van zijn jaloerse echtgenote Hera, ongestoord te kunnen wijden aan zijn buitenechtelijke escapades veranderde Jupiter nogal eens van gedaante. Vermomd als stier, zwaan of, zoals in schilderijen van Titiaan en Hendrick Goltzius, een wolk van goudenregen, vierde hij zijn lusten bot. Hoe Jupiter Leda, de vrouw van de koning van Sparta, in de gedaante van een zwaan tot de zijne maakt is door de eeuwen heen veelvuldig in beeld gebracht.

Galleria Borghese, Rome

Meestal herkenbaar, zoals in het campagnebeeld met Michele Tosini’s Leda, maar soms ook cryptisch, zoals bij Isamu Noguchi (1904-1988), die het verhaal tweemaal in beeld bracht. Voor zijn impressie van 1928 gebruikte hij aluminium, brons en messing. In 1942, tijdens zijn leertijd bij Brancusi, ontstond een in blank albast vormgegeven poëtisch-erotische versie.
Om zich ongestoord te kunnen verpozen met de Fenicische koningsdochter Europa, vermomde Jupiter zich als stier. Ook dit verhaal kom je in velerlei variaties tegen onder meer in een gobelin naar ontwerp van Laurent de la Hyre uit het midden van de 17e-eeuw.

door Manufacture des Gobelins, Parijs, 1650–1670. Wol en zijde. Fondation Toms Pauli, Lausanne
In andere verhalen bleef Jupiter zichzelf. Om te ontsnappen aan de blik van Hera, betoverde hij de door hem begeerde vrouwen. In een doek van Correggio bemint hij de beeldschone priesteres Io in de gedaante van een koe.

Om te ontsnappen aan ongewenste intimiteiten kozen vrouwen soms zelf voor een verdwijntruc. Voordat zij ten prooi dreigde te vallen aan de avances van Apollo, veranderde Daphne, de dochter van de riviergod Peneüs, net op tijd in een laurierboom. Deze transformatie is ook vaak in beeld gebracht, onder meer door Dosso Dossi. Terwijl hij de strijkstok van zijn -anachronistische- viool na zijn serenade heft, voltrekt zich de metamorfose van Daphne. In een Nederlandse vertaling uit 1557 met ‘Excellente figueren ghesneden vuyten vppersten poëte Ovidius’ wordt dit verhaal geïllustreerd met een houtsnede, waarin zij als innocent Maechden haar vader omwille van haar virginiteyt om compassie smeekt. Leuk detail: de afbeelding in dit gedrukte boek is nog op middeleeuwse wijze omkaderd met margeversieringen uit handgeschreven boeken.
De in eigentijdse bewoordingen omschreven metamorfose van Daphne prikkelde de verbeelding van menige kunstenaar: … ‘Amper heeft Daphne haar gebed beëindigd of een zware verstarring trekt over haar lichaam, dun schors omgeeft haar borsten, haren veranderen in gebladerte, armen worden takken, de voeten net nog zo snel, zitten vast met taaie wortels, haar hoofd is een boomtop, van haar persoon rest alleen nog de schittering’…

Met zijn in marmer verbeelde impressie van deze transitie bereikte Gian Lorenzo Bernini in 1625 een absolute apotheose. Het beeld, waarin de vingers van Daphne in kleine bebladerde takjes veranderen en haar teennagels wortel schieten, moest thuisblijven, maar Bernini’s evenzeer levensechte Ontvoering van Proserpina uit de Galleria Borghese is wel te zien.


In de tentoonstelling vind je meer indrukwekkende creaties in marmer, zoals een antiek beeld dat de Minotaurus van het labyrint van Kreta voorstelt. Om dit hybride monster, geboren uit de weerzinwekkende verbintenis van koningin Pasiphaë met een sneeuwwitte stier, zoet te houden werden hem jaarlijks veertien jongens en meisjes voorgeschoteld. Aan deze wreedheden werd door Perseus een einde gemaakt.
Ook de beroemdste beeldhouwer van de 19e eeuw, Auguste Rodin, is vertegenwoordigd. Onder de verwonderde blikken van de legendarische beeldhouwer Pygmalion komt het beeld dat hij zojuist voltooid heeft op wonderbare wijze tot leven. Geïnspireerd op het overigens door Michelangelo -onbedoelde- non-finito liet Rodin het marmer gedeeltelijk onbewerkt.

Het herkennen van Ovidius verhalen vormt een leuke uitdaging. Vooral moderne en hedendaagse creaties zijn verrassend. In 1974 was kunstenaar Ulay, de partner van Marina Abramovic, zijn tijd vooruit. Het tegenwoordig actuele thema van gendergelijkheid inspireerde hem tot zijn als S’He gedoopte dubbelbeelden.

De met echte slangen omringde kop in Juul Kraijers video Spawn (2019) roept associaties op met de metamorfose van de mooie Medusa, die met haar blik eenieder deed verstenen. Met zijn levensgrote beeld van Perseus met het hoofd van Medusa (ca. 1590) bracht Hubert Gerhard het slotakkoord van deze horrorstory in beeld. In 2008 draaide Luciano Garbat de rollen om. In zijn sculptuur houdt Medusa het hoofd van Perseus in de hand. Tijdens de zaak tegen zedendelinquent Harvey Weinstein werd dit beeld, dat door de MeToo-beweging werd geadopteerd, demonstratief voor het gerechtshof van New York geplaatst.
Vergelijk tot slot de vele interpretaties van de metamorfose van Arachne, wier vaardigheid aan het weegetouw haar fataal werd. De jaloerse Minerva verandert haar in een spin. Als wever van kleurrijke verhalen voelde Ovidus verwantschap met het creatieve weefstertje. In een laat zestiende-eeuwse versie geeft Tintoretto haar vanuit een verrassende invalshoek, van onderaf weer. Broedend op haar boze plannen kijkt Minerva in deze versie toe. Luca Giordano brengt het begin van de metamorfose in beeld. Vol afschuw ziet Arachne hoe haar in spinnenpootjes veranderde vingers ijverig beginnen aan het weven van een web.

Gallerie degli Ufizi, Florence
In een olieverfschets van Peter Paul Rubens zien we het trieste einde. Bij het zien van de prachtig geweven geschiedenis van Europa en de stier gaat Minerva, als gestoken door een angel, haar met een weefspoel te lijf. Het slotakkoord van dit verhaal wordt gesymboliseerd door de enorme ijzeren spin die Louise Bourgeois in 2003, geïnspireerd op dit verhaal, creëerde.
In de één-na-laatste verduisterde zaal wacht de bezoeker twee verrassingen. Op een enigszins doorgelegen matras sluimert een vrouw. Als je om het beeld heenloopt ontdek je dat de schone slaapster ook een man is. Deze verbeelding van de door Ovidius beschreven metamorfose van de bronnimf Salmacis en godenzoon Hermaphroditus had zó onder de handen van Bernini kunnen ontstaan, maar dateert van de 2e eeuw. Voor het destijds opgegraven antieke beeld maakte Bernini een comfortabel bedje, zoals te zien is in de openingsdia van dit artikel.
Verder lezen:
F. Capelletti en F. Scholten, Metamorfosen; Ovidius en de Kunsten. Tentoonstellingscatalogus Rijksmuseum/Galleria Borghese, Amsterdam. 2026.
Link: Rijksmuseum Amsterdam