De Schepping van de Wetenschap. Tot en met 2 juni 2024 in Museum Catharijneconvent.

Religie en wetenschap onverenigbaar? Vergeet het maar!

Earthrise (aardopkomst) is een foto van de Aarde, gemaakt in 1968 door astronaut William Anders tijdens de Apollo 8-missie. De officiële naam van de foto is afbeelding AS8-14-2383. Bron Wikipedia

De tentoonstelling laat zien dat mensen sinds jaar en dag in religie en wetenschap niet alleen antwoorden zoeken op existentiële vragen maar ook op onverklaarbare verschijnselen die hun verwondering wekken. Beide disciplines staan sedert het midden van de 19e eeuw op gespannen -soms zelfs vijandige- voet met elkaar. Althans dat wordt vaak gedacht. Ten onrechte menen de samenstellers van deze expositie, die in samenwerking met Teylers Museum en Rijksmuseum Boerhaave tot stand kwam. Voorafgaand aan de opening laten de conservatoren Lieke Wijnia en Geertje Dekkers zien dat onderzoek van de omringende wereld in het verleden -maar ook nu nog- juist vanuit een religieuze vraagstelling voortkwam!
Zij proberen het stereotype beeld te nuanceren. De gedachte dat wetenschap en religie onverenigbaar zouden zijn komt voort uit de lotgevallen van Galileo Galilei (1564-1642) die rond 1612 durfde te tornen aan het gangbare wereldbeeld. De Rooms Katholieke kerk beschouwde de aarde als het middelpunt van de schepping, zoals ook de oude Grieken hadden gedacht. Daarvan getuigt een kleurrijke verbeelding van de kosmos die de cartograaf Andreas Cellarius in de late 17e eeuw, gebaseerd op de ideeën van Claudius Ptolemaeus (2e eeuw) publiceerde. Sinds mensenheugenis wordt de stand van de hemellichamen bestudeerd. Met de verworven informatie werd vroeger het juiste moment bepaald om gewassen te zaaien. Tegenwoordig is dat niet meer nodig. De data van verschillende religieuze feesten worden nog altijd bepaald aan de hand van de stand van de maan. De stand van de sterren hielp bovendien bij navigatie op zee en over land.

Door eigen waarneming ontdekte Galilei dat de door Nicolaus Copernicus in 1543 gepresenteerde destijds controversiële visie op de relatie tussen de zon en de aarde op waarheid berustte. Copernicus publicatie de Revolutionibus orbium coelestium, ligt in de expositie open bij de afbeelding waarin de zon het middelpunt is van de kosmos. Niet de zon draait om de aarde, maar de aarde draait om de zon!

Met deze wereldschokkende ontdekking veranderde het wereldbeeld van geocentrisch in heliocentrisch. Toen Galileo vasthield aan zijn bewering werd hij door de kerkelijke autoriteiten in 1633 gedwongen om zijn bevindingen te herroepen. Hij veranderde echter niet van gedachten. Volgens een anekdote mompelde hij binnensmonds …e pur’ si muove… [en toch beweegt ze].

Het zou echter nog tot 1992 duren eer Paus Johannes Paulus II Galilei in het gelijk stelde en rehabiliteerde. Geloof en sterrenkunde gaan in de Rooms Katholieke kerk al langer hand in hand, zoals foto’s van religieuze sterrenkundigen laten zien.  

De tentoonstelling werpt nieuw licht op de ontwikkeling van wetenschappen als astronomie, anatomie, biologie en geologie. Deze eeuwenlange geschiedenis is niet los te denken van het christendom. Anders dan vaak gedacht blijkt dat de onderlinge relatie tussen religie en wetenschap tot de huidige dag veeleer dynamisch, veelzijdig èn verrassend is!

Newtoniaanse spiegeltelescoop, 1736. Leiden, Museum Boerhaave.

In de introductiezaal staat een enorme spiegeltelescoop uit 1736. Met zo’n instrument deed Isaac Newton (1643-1727) zijn waarnemingen. In deze ruimte informeert een sympathieke stem met een licht Amsterdams accent de bezoeker over de fascinatie met de ruimte en de hier getoonde objecten. Als ervaringsdeskundige weet astronaut André Kuipers als geen ander waarover hij het heeft!
Ter illustratie van de invloed van de Bijbel op het wetenschappelijk denken wordt een kostbare geïllustreerde Bijbel getoond. Het 13e -eeuwse manuscript ligt open bij het boek Genesis. In de versierde beginletter, een zogeheten gehistorieerde initiaal, worden alle dagen van de schepping in beeld gebracht.

Het spanningsveld tussen geloven en zelf onderzoeken wordt mooi verbeeld in een schilderij van Hendrick ter Brugghen uit 1622. De in het evangelie beschreven ongelovige Thomas doet, door zijn vinger in de zijdewond van Jezus te steken, op empirische wijze onderzoek naar het waarheidsgehalte van diens opstanding uit de dood. De gedachte eerst zien, dan geloven wordt onderstreept door de discipel die er, gewapend met een knijpbril met zijn neus bovenop staat. Ook in zijn optische hulpmiddel komen religie en wetenschap samen.

In het daarnaast getoonde sculptuurtje van Kathrin Schlegel komen verleden en heden samen. Dit eigentijdse kunstwerk -waarvan meer voorbeelden in de expositie te zien zijn- geeft haar betekenis niet een-twee-drie prijs. Als je goed kijkt herken je een in een wond gestoken vinger. Je ziet het niet, maar het werk heeft een extra betekenislaag. Het is gemaakt van een omgesmolten, want overbodige, miskelk!

Kathrin Schlegel, Vessel to flesh, 2023. Coll. Kunstenaar

De expositie is ingericht aan de hand van 4 kijkrichtingen. De blik naar Boven is gericht op de hemel. De blik naar Binnen onderzoekt letterlijk de ‘inwendige’ mens en haar plaats in de wereld. Bij de blik naar Buiten wordt al wat groeit en bloeit bekeken. De blik naar Beneden richt de focus op de aarde. In de laatste sectie ontmoet de bezoeker wellicht het meest indrukwekkende object in deze tentoonstelling: de Homo diluvii testis. Dit fossiel uit de collectie van Teylers Museum werd ooit aangezien voor een tijdens de Bijbelse zondvloed verdronken mens.

In de zalen en kloostergangen van het oude convent maakt de bezoeker een fascinerende reis door de tijd. Door de eeuwen heen stonden religie en wetenschap soms tegenover elkaar, maar ze gingen ook vaak op verrassende wijze samen. Dit laatste wordt onder meer geïllustreerd met een ontroerend filmpje dat in 1968 aan boord van de Apollo 8 werd opgenomen. In de geavanceerde technische bagage van de astronauten bevond zich ook een Bijbel. Deze mannen waren zich ervan bewust dat ze veel konden, maar de grote geheimen van het heelal en het ontstaan van het leven op aarde konden ze niet bevatten. Terwijl zij op kerstavond een rondje om de maan vlogen lazen de crewleden om beurten voor uit het scheppingsverhaal, waarna zij de thuisblijvers op planeet aarde een gelukkig kerstfeest wensten. Van die reis dateert William Anders iconische foto: Earthrise, die de cover van het begeleidende boek siert. Naast deze bijzondere kerstgroet hangt een poster met een heel andere boodschap: Er is geen God! De vrolijke Russische kosmonaut German Titov was tijdens zijn ruimtereis in 1961 God niet tegengekomen en engelen evenmin!

Vladimir Menshikov, Er is Geen God, Affiche, 1975. Clinton, Icon Museum and Study Center

Tijdens een lezing bekende de populaire sterrenkundige Govert Schilling dat astrofysici weliswaar veel, maar tegelijkertijd ook weinig weten. Over het precieze ontstaan van het onmetelijke heelal en het ontstaan van de mens tasten ook de knapste astronomen nog in het duister. De enige zekerheid is dat we van sterrenstof gemaakt zijn en dat we tot stof zullen wederkeren. Saillant detail; de theorie van de oerknal als verklaring van het ontstaan van het heelal, werd door een katholieke priester geformuleerd.

Eerste foto van een zwart gat in de Melkweg,
2019. Event Horizon Telescope Collaboration

Een recent voorbeeld van de synthese tussen religie en wetenschap lees je bij de spectaculaire foto van een zwart gat, waarmee de astrofysicus Heino Falcke en zijn team de wereld in 2019 verraste. Deze knappe kop, die het observatorium regelmatig voor de preekstoel verruilt, omschrijft dit fenomeen als de poort naar de hel. Alles wat daar binnenkomt wordt verzwolgen… Bij dit scenario moest ik denken aan de dichter Dante en zijn metgezel Vergilius, die, zoals beschreven in La Divina Commedia, ruim 700 jaar geleden bij de poorten van de hel werden begroet met de volgende woorden:   

…’lasciate ogni speranza, voi ch’entrate’….  

Virtueel bezoek 
In de spectaculair ingerichte grote zaal zie je diverse hemelglobes en astrolabia, waarmee de stand van de hemellichamen kan worden bestudeerd. Hier ligt ook de oudst bekende rudimentaire telescoop die bij archeologisch graafwerk in Delft aan het licht kwam. In de vitrines liggen de originele publicaties van Copernicus en Galilei. Blikvanger is de indrukwekkende blow-up van de sterrenhemel uit het planetarium van Eyse Eysinga (1744-1828). Deze godvrezende, eenvoudige handwerksman had een bijzondere hobby. In zeven jaar tijd construeerde hij in zijn woonhuis in Franeker een getrouwe weergave van het firmament. Via een ingenieus raderwerk op zolder bewegen alle hemellichamen sinds 1710 tot de dag van vandaag op de minuut nauwkeurig; echt ongelooflijk! Hier gaat de stelling op: achter elke grote man staat een vrouw. Zijn echtgenote vond ook alles maar goed: tot in de bedstede hingen gewichten om de boel in het juiste tempo te laten draaien!
Met vooruitziende blik beschreef Eysinga in een handleiding de correctie die om de 4 jaar handmatig op zolder moest worden uitgevoerd. Dit jaar was het weer zover: de huidige directeur van het Planetarium liet het raderwerk letterlijk en figuurlijk een tandje minder lopen om het systeem van 1 maart terug te zetten naar 29 februari!

Planetarium Eyse Eysinga in zijn woonhuis te Franeker 1710

Niet iedereen was verrukt over de geheimen van het onmetelijke en niet te bevatten heelal. De soms aan angst grenzende verwondering over de verschijnselen aan het firmament wordt treffend geïllustreerd met een 17e -eeuws paneeltje. Lieve Verschuier gaf een impressie van de consternatie die in 1680 in Rotterdam ontstond toen een staartster aan de hemel verscheen. Geprogrammeerd door Bijbelse onheilstijdingen, waaraan hemeltekenen vooraf zouden gaan, kijkt een vrouw angstig weg. Gewapend met een Jacobsstaf kunnen anderen hun ogen niet van de komeet af houden. In 1774 liet een onheilsprofeet van zich horen. Gebaseerd op zijn bestudering van de sterren voorspelde de Friese predikant Eelco Alta het naderende einde der tijden.

Staartster boven Rotterdam, Lieve Verschuier, 1680. Rotterdam, Museum Rotterdam

In deze ruimte bevestigen foto’s van een pater en twee nonnen de zojuist genoemde relatie tussen de Rooms Katholieke kerk en de sterrenkunde. Giuseppe Laïs (1845-1921), lid van de congregatie der Oratorianen, is er even bij gaan liggen om de sterrenhemel door een enorme telescoop te bestuderen. Deze zogeheten Carte de Ciel telescoop staat opgesteld in het astronomische onderzoeksinstituut van het Vaticaan, de Specola Vaticana in Castel Gandolfo. Het ontstaan van dit sterrenkundig instituut dateert uit de tijd waarin Paus Gregorius XIII in 1582 de kerkelijke kalender liet hervormen. De fraters van het Vaticaans instituut doen nog steeds onderzoek, maar niet meer vanaf deze plek. Tegenwoordig richten zij de blik vanuit een observatorium in Mount Graham in de VS hemelwaarts.
In de Specola Vaticana waren in de late 19e en vroege 20e eeuw ook vrouwen werkzaam. In een ongedateerde foto brengen twee kloosterzusters de sterren in kaart. Als tiener zag ik The Nun’s Story, waarin Audrey Hepburn door de hoofdpoort het klooster ingaat om jaren later, bevrijd door de achterdeur weer uit te treden. De beelden wekten mijn misplaatste medelijden met de nonnen die achterbleven. Niet in beslag genomen door de dagelijkse zorg voor man en kinderen genoten zij vrijheid om zich aan onderwijs en studie te wijden.

Relatie tussen religie en wetenschap.
De tentoonstelling maakt de eeuwenlange zoektocht naar kennis en de aftastende en soms schurende relatie tussen religie en wetenschap zichtbaar. De historische objecten, manuscripten en kaarten worden op verrassende wijze gepresenteerd naast eigentijdse artistieke creaties. In zijn Sfeer uit ca. 1916 geeft Theo van Doesburg een [door theosofische ideeën ingegeven] abstracte impressie van de kosmos. Van de vrouwelijke amateurastronoom Rohini Devasher wordt de installatie One Hundred Thousand Suns getoond. Deze presentatie uit 2022 is gebaseerd op waarnemingen die in het Kodaikanal Solar Observatorium in India zijn vastgelegd.

In de volgende zaal krijgt de bezoeker de gelegenheid om de blik naar binnen te richten. De objecten worden tegen een toepasselijke bloedrode achtergrond getoond. Hier zie je Michiel van Mierevelts Anatomische les van Dr. Willem van der Meer uit 1617. Objecten en geschriften illustreren de voortgang van de kennis van de inwendige mens.

De Anatomische les van dr. Willem van der Meer, Michiel Jansz. van Mierevelt, 1617. Delft, Museum Prinsenhof. Schenking van de Reinier de Graaf Groep

Tijdens onze Middeleeuwen stond de geneeskunde in de Arabische wereld op een hoog peil; daarvan getuigen antieke medische geschriften. In de bagage van reizigers belandden deze Arabische medische teksten in Europa. In een 15e -eeuws manuscript uit de Leidse Universiteitsbibliotheek zie je een kleurrijke afbeelding van medische instrumenten. 

Rond 1300 waren artsen al begonnen met empirisch onderzoek van het menselijk lichaam. Religie, astrologie en geneeskunde komen samen in een zestiende-eeuws gebedenboek. In een miniatuur is te zien hoe zo’n anatomische les in zijn werk ging. De toenmalige medische wetenschap was gebaseerd op de ideeën van de Grieks-Romeinse arts Claudius Galenus (2e eeuw). Hij beschreef hoe een disbalans tussen de lichaamssappen: gele en zwarte gal, bloed en slijm ziekten bij de mens veroorzaakte. Lange tijd werd aangenomen dat de stand van de hemellichamen hier invloed op had, zoals te zien in een van de illustraties.

Anoniem. Getijdenboek, 1513-1527. Antwerpen The Phoebus Collection. Foto Marina Marijnen

De veronderstelling dat het Vaticaan het ontleden van het menselijk lichaam verboden zou hebben lijkt een misvatting. Hoe zou de Katholieke kerk anders aan al die stoffelijke resten van heiligen zijn gekomen? In een laat 15e-eeuwse reliekhouder uit het arsenaal van het Catharijneconvent toont de heilige Laurentius de rib, waarvan een partikel in dit sculptuurtje bewaard wordt. Gelovigen waren er destijds heilig van overtuigd dat relieken wonderdadige krachten bezitten.  

In 2020 legde Laurence Winram een eigentijdse anatomische les vast. Geïnspireerd op Rembrandts Anatomische les van Dr. Tulp memoreerde hij de ontleedsessie van de zogeheten Edinburgh Seven. De eerste vrouwen die in 1869 medicijnen studeerden. Ook Anna Maria van Schurmann (1607-1678) heeft hier een plekje gekregen. De rector van de Utrechtse Universiteit, Gisbertus Voetius, gaf haar toestemming om de colleges vanachter een gordijntje (…) te volgen!  Naast haar portret ligt de dissertatie, waarin zij de stelling verdedigt dat de vrouwelijke geest geschikt is voor intellectuele zaken. Zij zette haar vertoog kracht bij met passages uit de Bijbel.

Iris Kensmil, The contribution of Henrietta Lacks, 2023. Utrecht, Museum Catharijneconvent

Met het uit 2023 daterende postume portret van Henrietta Lacks zijn we terug in de twintigste eeuw. Geïnspireerd op de iconografie van de Heilige Lucia vervaardigde Iris Kensmil de beeltenis van de vrouw die in 1951 overleed aan baarmoederhalskanker. Op het schoteltje in haar hand liggen niet de ogen van de vroegchristelijke martelares, maar haar uitvergrote kankercellen. Ze verwijzen naar een medisch wonder. Artsen brachten deze foute cellen destijds voor onderzoek naar het laboratorium. Tot hun verbazing ontdekten zij dat deze naar haar vernoemde HELA- cellen zich -tot de huidige dag- buiten het lichaam van de overleden patiënt bleven delen. Henrietta Lacks leverde een belangrijke bijdrage aan de ontwikkeling van nieuwe medicijnen. Zo werd deze zwarte vrouw een gesanctioneerde ‘modern saint of science!’ Regelgeving rond privacy bestond destijds nog niet, maar de familie is dankbaar dat hun voormoeder op deze wijze een bijdrage aan de wetenschap levert en daardoor voortleeft.

In de volgende ruimte wordt de blik achtereenvolgens naar buiten en beneden gericht. Hier vind je Charles Darwins On the Origin of Species uit 1859. Daarin poneerde hij de stelling dat alle wezens afstammen van voorouders die miljoenen jaren geleden leefden en zich sindsdien verder hebben ontwikkeld. In deze afdeling mag Carolus Clusius (1707-1778) niet ontbreken. Door nauwkeurige bestudering en classificering in soorten en ondersoorten bracht Clusius Gods Schepping ‘als een tweede Adam’ overzichtelijk in beeld. Clusius kan gerekend worden tot de zogeheten fysicotheologen, die de uitkomsten van empirisch onderzoek in overeenstemming trachtten te brengen met Gods schepping. De wonderen van de natuur beschouwden zij als bewijs daarvan. Anderen namen afstand van het scheppingsverhaal. Door eigen bevindingen en de wreedheden die hij in de natuur en de hem omringende wereld waarnam, viel Darwin, die aanvankelijk een gelovig man was, van zijn geloof en werd agnost.

Gerrit Stevens Cramer, Microscoop met afbeelding van een luis en de hand van God. 1729-1755. Leiden Rijksmuseum Boerhaave. Foto Marina Marijnen

De groeiende wetenschappelijke belangstelling wordt geïllustreerd met verschillende 18e en 19e -eeuwse publicaties. Jan Zwammerdams Bijbel der Natuure Of Historie der Insecten (1737-1738) ligt open bij een illustratie waarin hij Gods almacht illustreert aan de hand van de anatomie van een luis. Dit voorbeeld van de ‘minste van Gods schepselen’ is overgesprongen op de ernaast getoonde microscoop. De beschildering van dit optische instrument bewijst dat de maker ervan thuishoort in het kamp van de fysicotheologen. Boven de luis en de onderzoeker bracht hij de hand van God aan!
In deze ruimte nemen de samenstellers van de tentoonstelling je mee naar de flora en fauna van Suriname. Geïnspireerd op de wonderen die Maria Sybilla Merian daar in de vroege 18e eeuw vastlegde, vervaardigde Patricia Kaersenhout een schitterend wandkleed. In het midden van dit geweven drieluik kopieerde zij Merians gedetailleerde weergave van de groeistadia van de bananenplant en de ontwikkeling van een rups tot vlinder. Het boek waaraan Kaersenhout de afbeelding ontleende zie je hier ook: de Metamorfoses Insectorum Surinamensium, 1705.

Patricia Kaersenhout, Of Palimpsests & Erasure, 2022. Tilburg. Collectie kunstenaar.

In het linkerdeel schemeren de portretten van Maria Sybilla en haar inheemse ‘slavin’ Kwasiba, als in een palimpsest [een hergebruikt stuk perkament] door. Een subtiele verwijzing naar het slavernijverleden, dat in de geschiedenisboeken lange tijd onzichtbaar was.  

De ark van Noach, Kasper Bosmans, 2022, Museum Catharijneconvent Utrecht

De verhalen over de schepping en de zondvloed plaatsten al dan niet gelovige lezers van de Bijbel eeuwenlang voor raadsels. In zijn impressie van de Ark van Noach maakt Kasper Bosmans zijn vragen zichtbaar. Bood deze Bijbelse reddingsboot ook plaats aan nietige wormen, insecten en vissen? Aanhakend bij deze vragen over Noach’s grootscheeps evacuatie: sta ik even stil bij de straf die God over de verdorven mensheid uitstortte: de zondvloed. In de tentoonstelling is -in de woorden van Wijnia- de graal van de paleontologie te zien: een fossiel van de zogeheten zondvloedmens. Bij het zien van dit wel heel kleine ‘voorwereldlijke’ mensje [later herkend als een reuzensalamander] verwondert de kijker van nu zich over de goedgelovigheid van de mensen, die deze wetenschappelijke ‘ontdekking’ rond 1735 door de Zwitserse onderzoeker Johann Scheuchzer kregen voorgeschoteld. Hij trachtte de wereld en al wat daarin leefde eveneens vanuit Bijbelse optiek te verklaren.

Reuzensalamander,Homo diluvii testis, Teylers Museum.

Naast deze reuzensalamander worden meer fossielen en ammonieten getoond. Een paar versteende slakken werden als stille getuigen van Bijbelse gebeurtenissen, in de 18e eeuw als reli-souvenier uit het Heilige land meegenomen.   

Naast al die goedgelovigheid weerklonken -vanuit religieuze hoek- ook kritische geluiden. Een bijzondere wetenschappelijke ontdekking sloeg in als een bom. De katholieke priester en sterrenkundige G. Lemaître (1894-1966) was de grondlegger van de theorie van de oerknal. In 1927 lanceerde hij de stelling dat het universum uit een kleine massa ontstond, die geleidelijk aan steeds verder uitdijde. Deze visie op de oorsprong van alle leven op aarde was niet in overeenstemming met het Bijbelse scheppingsverhaal. In het originele notitieboekje waarin Lemaître zijn berekeningen vastlegde -een hersenkrakertje voor wiskundigen- kunt u zijn gedachtegang proberen na te volgen!

Op de duiding van het zwarte gat moet de mensheid nog wachten, maar de bezoeker verlaat de tentoonstelling met een vernieuwde visie op wetenschap en religie. Anders dan het betreden van Dante’s Inferno is een bezoek aan deze tentoonstelling een hoopvolle ervaring. Een absolute aanrader: zowel voor gelovige belangstellenden als atheïsten en agnosten! 

L. Wijnia e.a., De Schepping van de wetenschap, Museum Catharijneconvent Utrecht, 2024.

Link: Museum Catharijneconvent

Maria Magdalena: Kroongetuige, zondaar, feminist! Tot en met 9 januari in Museum Catharijneconvent

In Utrecht kunt u tot en met 9 januari kennis maken met Maria Magdalena. Bij het horen van haar naam reproduceert uw auditieve geheugen wellicht de stem van Yvonne Elliman:        … ‘I don’t know how to love him’…  De vraag die Maria Magdalena zich in deze song uit de film Jesus Christ Superstar stelt is nog steeds actueel.

Wat bracht haar zo in verwarring en wie was Maria Magdalena?

Volgens een veelgehoord antwoord was zij een prostituee in het gevolg van Jezus van Nazareth. Maar komt het beeld dat we kennen uit schilderijen, boeken en films overeen met de  Bijbelse Magdalena? 

In de loop van de tijd heeft Maria Magdalena zich doen kennen als een vrouw met vele gezichten. Gebaseerd op nieuwtestamentische- en apocriefe Bijbelverhalen; interpretaties daarvan en legendes is het beeld van een hybride persoonlijkheid ontstaan. Een door Jezus van bezetenheid genezen vrouw, wordt vereenzelvigd met de zondares die de voeten van Jezus met haar tranen wast, met haar haren droogt en met kostbare olie zalft. Zij is getuige van de kruisiging en Jezus opstanding uit de dood. Maar de Rooms Katholieke kerk heeft haar prominente rol eeuwenlang doodgezwegen. Pas in 2016 werd zij door Rome als ‘apostel der apostelen’ erkend. De lijst met Magdalena’s vele gezichten is in de vorige eeuw verder uitgebreid. Feministes adopteerden haar als boegbeeld, anderen zien haar als levensgezellin van Jezus. Tegenwoordig wordt zij meer als powervrouw gezien. Celebrities als Kim Kardashian laten zich zelfs als Maria Magdalena portretteren!

In de tentoonstelling is Magdalena in al deze hoedanigheden te zien: van geminachte zondares tot manmoedige apostel.  

Staand onder het kruis en conform de christelijke deugd van humilitas laag bij de grond knielend of liggend, terwijl zij de voeten van Jezus zalft. Verschillende kunstenaars geven Maria Magdalena in berouwvolle meditatie weer.

Juan Maria Caballero (?) Heilige Maria Magdalena, 1650 – 1670, Museum Catharijneconvent Utrecht

Ogenschijnlijk boetvaardig, maar vaak herinnert haar lichaamshouding aan haar veronderstelde leven als zondares. De zeventiende eeuwse kunstenaar Juan Martin Caballero, laat haar op dubbelzinnige wijze in een wulpse houding mediteren bij een op kruishoogte gehouden crucifix. Jan Cossiers voegt aan zijn door de schedel als boetvaardige zondares afgebeelde Magdalena ook nog een bescheiden toetsje sensualiteit toe. Met dit vanitas symbool is ook Alfred Stevens ingetogen Magdalena uit 1887 toegerust. Het beeld van de verleidelijke zondares is echter persistent. Met zijn als odalisque neergevlijde laat 19e eeuwse Modern Magdalene uit Boston keert Merritt Chase elke terughoudendheid letterlijk en figuurlijk de rug toe. In een geraffineerde houding, haar gelaat in gespeelde schaamte afgewend, laat hij precies die kant van Maria Magdalena zien, waar men nu vanaf wil.  

Van deze verleidelijkheid is bij de Magdalena’s van de eigentijdse kunstenaars Egbert Modderman en Matthew Stone niet veel meer over. Zij brengen haar zelfverzekerd, unladylike wijdbeens zittend in beeld. Met een blik van wie doet me wat?!

Anders dan bij de verleidelijke versies zullen beschouwers van Matthew Stone’s Magdalena minder gauw in vervoering raken. Zijn uit esthetisch oogpunt weinig aantrekkelijke vrouw siert de platenhoes van het in 2019 uitgebrachte album Magdalene van zangeres FKA Twigs. In deze halfblinde, door het leven op straat of door automutilatie geschonden Magdalena, is het oude beeld van de zondares omgevormd tot een boegbeeld van de feministische emancipatiebeweging.

Matthew Stone, FKA Twigs, Album Magdalene, 2019

In de uitzending van de Ochtend van 4 op 28 juni jl. vertelde conservator Lieke Wijnia dat Maria Magdalena als getuige van Jezus opstanding al in de vroegchristelijke tijd monddood werd gemaakt. In de patriarchale verhoudingen van die dagen was tussen de mannelijke volgelingen van Jezus geen plaats voor een vrouw in een prominente rol. Voor deze tentoonstelling is geen speciale aanleiding, maar gezien het wisselende perspectief op gangbare vrouwbeelden en de vervagende contouren tussen het mannelijke en het vrouwelijke, past Maria Magdalena goed in de huidige tijdgeest, aldus Wijnia.  

Tijdens mijn bezoek aan de expositie zag ik hoe ontwerpbureau Trapped in Supurbia dit aspectspeels aankondigt. Afhankelijk van het standpunt leest de bezoeker -heel symbolisch- de van MAN naar VROUW verspringende titel van dit deel in de tentoonstelling. Hier wordt uitleg gegeven over het door de kerk gezaaide ongeloof aan Maria Magdalena’s woorden, omdat zij een vrouw was….

Het sinds vroegchristelijke tijden bestaande negatieve vrouwbeeld werd door Gregorius de Grote versterkt. In de 6e eeuw vereenzelvigde deze paus de door de evangelist Lucas met name genoemde Maria Magdalena, bij wie Jezus zeven demonen uitdreef (Lucas 8:2) met de eveneens door Lucas beschreven anonieme zondares (Lucas 7: 36) èn de zuster van Lazarus, Maria van Bethanië (Lucas 10: 38 e.v.). Zo verkreeg Maria Magdalena een drievoudige identiteit. De zeven demonen werden door de kerk naast een verwijzing naar Magdalena’s seksuele zonden ook als symbool voor de zeven hoofdzonden geduid. De tot inkeer gekomen zondares werd een populaire heilige, die makkelijker was na te volgen dan foutloze maagdheiligen. Haar rol als kroongetuige van de opstanding bleef tot in onze tijd echter onderbelicht.  

Helen Verhoeven bracht de uitdrijving van de zeven demonen als een surrealistische droom in beeld. Onder het toeziend oog van Petrus en zeven op hun beurt wachtende melaatse patiënten, vliegen de demonen weg.

Helen Verhoeven, The Exorcism of Mary Magdalene, 2020. Courtesy kunstenaar en Stigter van Doesburg

Ruim 600 jaar geleden probeerde de oermoeder van het feminisme, Christine de Pizan, de door de kerk gecreëerde negatieve kijk op Maria Magdalena tevergeefs te ontkrachten.  In de Cité des Dames schrijft zij reeds in 1405 over het belang van Maria Magdalena als kroongetuige van de opstanding van Jezus.

Het zou echter nog tot 1969 duren voor Maria Magdalena door Paus Paulus I werd gezuiverd van het stigma dat haar door zijn voorganger Gregorius was toegebracht. Maar het eeuwenlang ingesleten negatieve beeld behoorde daarmee nog niet tot het verleden.   

Toen Magdalena in 2016 door de kerk gerehabiliteerd werd kopte de NRC :
… “Paus Franciscus eert ‘prostituee’ Maria Magdalena’….
Het bericht meldde dat de naamdag van Maria Magdalena, 22 juli, op de liturgische kalender gelijkgesteld werd aan de feestdagen van de andere apostelen. In die prominente rol heeft David LaChapelle haar weergegeven. In zijn gefotografeerde tableau vivant brengt hij haar staand naast Jezus in beeld als een kekke, hooggehakte meid met een hip hoedje.  

David LaChapelle, Jesus is my homeboy: Sermon, 2003. Portland LA, Studio David LaChapelle

Door de eeuwen heen heeft Maria Magdalena kunstenaars geïnspireerd tot mooie, ontroerende en soms confronterende werken. Met Middeleeuwse ivoren paneeltjes, schilderijen en sculpturen uit latere tijden èn eigentijdse creaties is een veelkleurig mozaïek ontstaan dat alle facetten van haar complexe persoonlijkheid weerspiegelt.  

Zij sprak ook tot de verbeelding van cineasten. Aan het begin van de tentoonstelling ziet de bezoeker een mix van oude en recente filmfragmenten uit onder meer Jesus Christ Superstar (1971) en Dan Browns Da Vinci Code (2006). Films waarin Magdalena als prostituee of echtgenote van Jezus ten tonele wordt gevoerd. In 2018 presenteerde Garth Davis haar in zijn Mary Magdalene als een geëmancipeerde, prominente volgeling van Jezus. Davis baseerde zich kennelijk op het in 1898 in Egypte ontdekte evangelie naar Maria Magdalena, waarvan in de zaal met canonieke en apocriefe evangelieteksten een facsimile wordt getoond.
In haar sculptuur Monnikenwerk, citeerde Anjet van Linge Maria Magdalena’s woorden:

         …’Wat voor jullie verborgen is, zal ik jullie vertellen’..

Evangelie van Maria, Berlijnse Codex. Berlijn, Ägyptisches Museum etc., Staatliche Museen

De in de 19e en 20e eeuw ontdekte zogenoemde gnostische evangelieteksten werpen nieuw licht op de gezagsverhoudingen in de door mannen gedomineerde kring rond Jezus. Ze tonen dat Maria Magdalena een prominente rol heeft gespeeld. Aan het Evangelie van Filippus (2e h. 2e eeuw) ontleende Dan Brown de in zijn boek beschreven intieme relatie tussen Maria Magdalena en Jezus.

De beeldvorming van Maria Magdalena in de Oosters Orthodoxe kerk komt in de expositie eveneens aan bod. Opvallend is het ontbreken van de hierboven geschetste veelvormigheid. Dit hangt samen met de betekenis van iconen. Anders dan religieuze schilderijen hebben iconen een devotionele functie. Gelovigen vereren de op de icoon afgebeelde heilige, die in de orthodoxe optiek -mits in de onveranderlijke traditionele iconografie weergegeven- daadwerkelijk aanwezig is. Als zogenoemde mirredraagster en als kroongetuige van Jezus opstanding wordt zij als ‘apostel der apostelen’ op 22 juli op feestelijke wijze herdacht en vereerd.

Verwijzingen naar haar zondige verleden ontbreken veelal of zijn schaars. In een naar Byzantijnse stijl vervaardigd Florentijns paneel is Maria Magdalena omgeven door episodes uit haar leven. Linksboven is zij ook als zondares afgebeeld. Ogenschijnlijk is zij in een bruine mantel gehuld, maar bij nadere beschouwing blijkt dat zij van top tot teen behaard is!

Waar komt dit merkwaardige beeldelement vandaan? Deze vraag werd in de tentoonstelling Body Language beantwoord.

Er is sprake van een versmelting van twee heiligen. Maria van Magdala en Maria van Egypte (4e eeuw). Volgens de overlevering trok deze tot inkeer gekomen prostituee, zich als kluizenares terug in de woestijn. Ter bescherming tegen de nachtelijke koude begon haar lichaamsbeharing op miraculeuze wijze te groeien. Dit wonder inspireerde Kiki Smith in 1994 tot haar  sculptuur van Maria Magdalena als een ikoon van de feministische kunst.  

In een 17e eeuwse bruikleen van het Ikonen museum uit Kampen treft Maria Magdalena zoals beschreven door de Evangelist Johannes, het graf van Jezus leeg aan. Linksboven is de in de orthodoxie eveneens weinig verbeelde ontmoeting van Magdalena met de tuinman te zien, in wie zij even later de opgestane Jezus herkent. Via Kretenzische ikonenschilders is dit van oorsprong westerse beeldelement in de orthodoxe iconografie beland.

Mirre dragende vrouwen bij het lege graf en verschijning van Christus aan Maria Magdalena Rusland 17e eeuw, Kampen Ikonenmuseum

Een cruciale episode, waaruit blijkt dat Maria Magdalena de eerste getuige was van Jezus opstanding.  

Wanneer de ‘hovenier’ haar bij haar naam noemt ontdekt zij de ware gedaante van de tuinman. Ze strekt haar hand naar hem uit, terwijl ze verrast uitroept:  ‘Raboeni’! Jezus weert haar echter af met de woorden Noli me Tangere: raak mij niet aan. Hij geeft te kennen dat hij niet meer van deze wereld is. Deze woorden hebben talloze beeldhouwers, schilders en naaldkunstenaars geïnspireerd. In de tentoonstelling bevindt zich een prachtig geborduurde koorkapschild, waarin de ‘tuinman’, relaxed leunend op zijn schop, Maria te woord staat.

De aan het Johannes evangelie (20: 11-18) ontleende bijbelpassage is behalve ‘fotogeniek’ ook van cruciaal belang als bewijs voor enkele in de apocriefen gesuggereerde veronderstellingen. Op grond van Maria’s uitroep Raboeni kan worden afgeleid dat Maria Magdalena zijn leerling was. Het verlangen om hem aan te raken zou de liefdesrelatie van Jezus en Maria Magdalena bewijzen.

Noli Me Tangere, Koorkapschild, ca. 1540-1550. Gouda, Oud Katholieke Parochie H. Johannes de Doper.
Foto Ruben de Heer

Naast de reeds genoemde bijbelse vrouwen wordt de door Johannes (8:1) genoemde overspelige vrouw ook met Maria Magdalena in verband gebracht. Wanneer zij door hypocriete schriftgeleerden wordt voorgeleid, voorkomt Jezus dat zij gestenigd wordt. Hij vergeeft haar: …’gaat heen en zondig niet meer’…  De morrende omstanders druipen af wanneer hij hen te verstaan geeft: …’wie van u  zonder zonden is werpe de eerste steen’….

Een eveneens door Johannes beschreven voorval tijdens een maaltijd in het huis van Lazarus en zijn zusters, is meermaals in schilderijen uitgebeeld. Terwijl Martha de gasten bediende zalfde Maria de voeten van Jezus met kostbare nardusolie. Judas Iskariot had kritiek op deze verspilling. De opbrengst van de dure olie had beter aan de armen besteed kunnen worden. Jezus wierp tegen: ‘Laat haar, ze doet dit voor de dag van mijn begrafenis. De armen zijn immers altijd bij jullie, maar ik niet’

Deze episode wordt in de expositie geïllustreerd met een 16e eeuws paneel uit The Phoebus Foundation en een eigentijdse versie van David Chapelle.  

David LaChapelle, My Homeboy: anointing, 2003. Courtesy Studio David LaChapelle

De evangelist Lucas beschrijft in hoofdstuk 8: 2 een soortgelijke gebeurtenis. Tijdens een maaltijd in het huis van Simon de Farizeeër giet een -later als Maria Magdalena bestempelde- anonieme zondares de inhoud van een kruikje kostbare olie over het hoofd van Jezus. Beide passages vormden een rijke inspiratiebron voor middeleeuwse en latere kunstenaars. In een monumentaal 19e eeuws doek uit Musée d’Orsay plaatst Jean Béraud de bijbelse maaltijd in een Parijse setting, gestoffeerd met eigentijdse figuren. De bekende socialist Albert Duc-Quercy stond model voor Jezus. Beraud gaf  Maria Magdalena weer in de gedaante van de courtisane Liane Pougy. De schilder zelf bevindt zich eveneens onder de gasten. Met oog voor detail laat Béraud de dienster met een blad rechts even halthouden, terwijl ze het beeld van de liggende vrouw in zich opneemt. Eén van de heren is meer geïnteresseerd in zijn sigaar die hij aan een kaars aansteekt.  

Jean Béraud, La Madeleine chez le Pharisien, 1891.  Paris, Musee d’Orsay

In de tentoonstelling ontdek ik nog een portretmatige Magdalena. De 16e eeuwse kunstenaar Tomasso di Stefano vereeuwigde een onbekende vrouw als de destijds populaire heilige. Een verstilde impressie van een enigszins schuchtere, devote vrouw, een meisje eigenlijk nog, wier hoofd subtiel is omgeven door een bescheiden nimbus. Terwijl haar handen een albasten zalfbus omklemmen, heeft haar blik na vijf eeuwen nog niets aan zeggingskracht ingeboet.

Tommasso die Stefano, Portret van een vrouw als Maria Magdalena, ca. 1520. Part.Collectie

De uit bijbelse en legendarische ingrediënten samengestelde Maria Magdalena werd ook de patrones van vele aan haar gewijde kloosters. Deze fungeerden vaak als toevluchtsoord voor gevallen vrouwen, die hier vergeving en een zinvolle dagbesteding ontvingen. In de 18e eeuw werden in Engeland en Ierland de door de staat gefinancierde  Magdalene Laundries opgericht. Bedoeld als werkplaats voor gevallen vrouwen. Talloze vrouwen en meisjes werden daar zodanig afgebeuld, dat de Ierse overheid hiervoor in 2013 formeel excuses heeft aangeboden.

Middels een enorme kist wasgoed, vergezeld van een foto en een enigszins vertekend portret van een Magdalene Laundry Girl, memoreert Patricia Cronin deze ‘disgrace’. Deze installatie maakt deel uit van de serie Shrines for girls, waarmee de kunstenares in 2015 op de Biennale van Venetië ook al aandacht vroeg voor eerdere- èn eigentijdse slachtoffers van onderdrukking en verkrachting, zoals vrouwen in India en Nigeria nog dagelijks ervaren.  

Magdalene Laundry Shrine, 2015 (Courtesy Studio Patricia Cronin) Foto Marina Marijnen

Met dit werk is het laatste woord over deze bijzondere tentoonstelling nog niet gezegd. In de Utrechtse expositie ontmoet de bezoeker nog meer boeiende en intrigerende op Maria Magdalena geïnspireerde kunstwerken. Bijna 2000 jaar na haar dood is zij in artistiek opzicht nog springlevend!

Alfred Stevens, Maria Magdalena, ca. 1887. Gent, Museum voor Schone Kunsten. Foto Marina Marijnen

Bij de tentoonstelling verscheen een mooie en informatieve publicatie:

L. Wijnia e.a., Maria Magdalena: Kroongetuige, zondaar, feminist, Museum Catharijneconvent, Utrecht. 2021. (Bron van de getoonde afbeeldingen, tenzij anders vermeld).

Link: Bespreking Tentoonstelling Body Language

Tentoonstelling Bij ons in de Biblebelt, tot en met 22 september 2019 in Museum Catharijneconvent.

Campagnebeeld Bij ons in de Biblebelt, foto Sjaak Verboom, ontwerp Fabrique

Dubbelbeelden

Portretten uit de fotoserie Zaterdag/Zondag van Sjaak Verboom, waarin  vrouwen op zondag een totale make-over ondergaan, roepen een herinnering op.

Wij lopen naar buiten voor een ommetje. Bij de brievenbus staat een jonge vrouw. Onder haar prachtige lange haar is een oor piercing zichtbaar. Ze vertelt dat postbezorging maar een bijbaantje is. Ze doceert kunstvak en is in-between-jobs even thuis bij haar ouders.

Een paar weken later nodig ik haar binnen voor een kop thee. Onze studerende dochter revalideert na een knieoperatie bij ons thuis. Met stijgende verbazing hoort zij het gesprek aan. De ‘postbode’ heeft kunstacademie gedaan. In haar vrije tijd past ze vaak op de vier kinderen van haar zus, die ook les geeft. Welk vak? Geboorte regulatie. Wat vooruitstrevend denk ik, naïef. Pas wanneer de methode wordt genoemd, valt het kwartje: periodieke onthouding. Verbaasd roept dochterlief uit: maar dat werkt toch niet?!

Wanneer onze gast in de loop van het gesprek onbevangen en moedig getuigt dat God voor haar wel nummer één is beseffen we onmiskenbaar dat we in de Biblebelt wonen.   

Historie
Met verwondering en soms verbazing loop ik door de zalen van het Catharijneconvent, waar de wereld van de bevindelijk gereformeerden ontsloten wordt. In de fotoserie zie ik meer dubbelbeelden; door de week casual en hip, op zondag refo-chique. Anders dan de bezoeker van het Catharijneconvent gewend is, deze keer geen oogverblindende objecten en bijzondere schilderijen, maar vooral foto’s en boeken met en over het woord van God. De door dit woord gedicteerde levenshouding van streng gereformeerde gelovigen in de laatste zuil van Nederland, de Biblebelt, wordt niet door beelden, maar vooral met woorden geïllustreerd. De reformatorische cultuur is geen materiële cultuur. Dat heeft te maken met het Tweede van de Tien geboden; de richtlijn voor een zuivere levenswandel. Bijbelteksten spelen een belangrijke rol in het leven van streng gereformeerden, die overigens niet één groep vormen, maar in de woorden van conservator Tanja Kootte uit …’een mozaïek van verschillende kerkgenootschappen bestaat, die we rekenen tot de rechterflank van het protestantisme’

De tentoonstelling verklaart het ontstaan van de Biblebelt; dat deel van ons land met een hoge bevolkingsdichtheid aan reformatorische christenen. Deze streek loopt diagonaal vanuit Zeeland tot diep in het oosten van ons land. Deze demografische gesteldheid vindt haar oorsprong in de late 16e eeuw, de tijd van de 80-jarige oorlog, toen de Noordelijke Nederlanden in opstand kwamen tegen de overheersing van het katholieke Spanje. 

Verkiezingsuitslagen laten zien dat de SGP hier favoriet is. Een historisch overzicht verduidelijkt de ontwikkeling van de verschillende afscheidingen, de bijbehorende geschriften en afbeeldingen van de godshuizen. Waar elders kerken worden gesloten of voor een seculiere doorstart opgedeeld in appartementen, verrijzen in de Biblebelt nieuwe kerken met soms wel 2500 zitplaatsen. De bezoeker ziet foto’s van deze zogenoemde refo-domes in o.a. Bleskensgraaf en Barneveld.

De Hoeksteen, Barneveld

Levenskeuzes

De mensen in de Biblebelt en hun levensstijl staan centraal. Eigentijdse literatuur biedt interessante uitgangspunten. In hun romans beschrijven  Jan Siebelink en Franca Treur meermaals momenten waarop de werking van God in het hart van de gelovige wordt ervaren: het bevinden, waar het voor buitenstaanders wat raadselachtige bijvoeglijk naamwoord bevindelijk van is afgeleid.

Aanhakend op de actualiteit wordt de Nashville verklaring zonder commentaar getoond: met stellingname over Bijbelse seksualiteit gebaseerd op psalm 100:3: …‘Weet dat de Heere God is: Hij heeft ons gemaakt – en niet wij-…’  Dit in Amerika opgestelde pleidooi voor het traditionele gezin, waarmee alternatieve gezinsvormen en het praktiseren van homoseksualiteit op grond van Genesis 1: 27 worden afgekeurd, vindt ook binnen reformatorische kringen in ons land veel weerklank.

’En God schiep den mens naar Zijn beeld;…man en vrouw schiep Hij ze’..
Wanneer ik dit lees komt nog een herinnering boven. In New York worden we in een trendy restaurant door een leuke ober bediend. We raken in gesprek en hoe we erop kwamen weet ik niet meer, maar anders dan we verwachten zegt hij met een lach:

’God created Adam and Eve; not Adam and Steve’…                                                            
Elders in de expositie is de stem te beluisteren van een man voor wie wegens zijn seksuele geaardheid geen plaats meer is in de gereformeerde kerk van zijn jeugd.

De Bijbel en wetenschap

Bijbelteksten en de drie zogenoemde formulieren: de Heidelbergse Catechismus uit 1563, de Nederlandse Geloofsbelijdenis van 1561 en de van 1619 daterende Dordtse leerregels spelen een belangrijke rol in het dagelijks leven van reformatorische christenen. Een paar jaar geleden hoorde ik een leerling van Pabo de Driestar in Gouda tijdens een rondleiding  zeggen:…‘wij geloven dat de Bijbel van kaft tot kaft waar is’. Sprekend over de Heilige Schrift wordt niet gedoeld op eigentijdse edities, maar op de Statenvertaling uit 1637, waartoe in 1619 bij de Synode van Dordrecht werd besloten. Hoe valt deze overtuiging te rijmen met de huidige stand van wetenschap inzake de evolutieleer en recente verkenningen van het heelal?

In de tentoonstelling ligt een geschiedenisboek open bij een hoofdstuk over de oude Egyptenaren. Een kadertje geeft richting aan de gewenste gedachtegang van de leerlingen: ‘…Vaardigheid. Geschiedenis beschouwen vanuit de Bijbel. Je moet een historisch persoon of een periode uit de geschiedenis proberen te beoordelen vanuit de Bijbel. Vraag je hierbij af welke richtlijnen de Bijbel geeft over dit onderwerp’…

Ik sla even een zijweg in. Tot mijn verbazing nam ik onlangs kennis van de stellingname van Heino Falcke, hoogleraar radioastronomie en astrodeeltjesfysica aan de Universiteit van Nijmegen. Wetenschapsjournalist Govert Schilling ging tijdens een recente tv-serie met hem op zoek naar de Grenzen van het Heelal. Deze moderne wetenschapper, onlangs in het wereldnieuws met de eerste foto van een zwart gat, gelooft in de oerknal èn het bestaan van God. In Falcke’s eigen woorden: … ‘De oerknal kan nooit de oorsprong zijn. Er was al iets. God is groter dan alles wat wij in kaart hebben gebracht en hij houdt alles ‘in control”, aldus Falcke in een interview bij ForumC geloofenwetenschap.nl. Bij het zien van deze bepaald niet wereldvreemde wetenschapper, ben ik wederom verwonderd: hoe is dit mogelijk? Het antwoord geeft hij zelf:

…’Sterrenkundig onderzoek leert ons hoe het heelal in elkaar steekt. Maar geloof en wetenschap zijn ook met elkaar verbonden. Mijn onderzoek van het heelal geeft me bijvoorbeeld nieuwe beelden om het scheppingsverhaal uit de Bijbel te beleven. Natuurlijk is een Bijbels verhaal iets heel anders dan een wetenschappelijke theorie. Maar het bevat wel waarheid, net als een gedicht of een liefdesbrief…’

Het gezin als hoeksteen van de samenleving.

In de eerste zalen van de tentoonstelling staat de beeldvorming over de Biblebelt centraal. Deze term is eind vorige eeuw overgewaaid uit Amerika. Afgezien van deze benaming zijn er weinig overeenkomsten tussen Amerikaanse en Nederlandse orthodoxe christenen. Aan uiterlijkheden of levensstijl zijn Amerikanen van de Biblebelt nauwelijks te onderscheiden. Ze wijzen het gebruik van moderne media of vaccinaties niet af, aldus hoogleraar James Kennedy in de Catharijne, het magazine van het Catharijneconvent. Anders dan de bescheiden op zelfreflectie en innerlijke beleving gerichte bevindelijkheid van hun Hollandse geloofsgenoten zijn de Amerikanen uitbundig in hun gemeenschappelijk met muziek ondersteunde lofprijzing. Maar op één terrein komen de opvattingen weer samen: een strenge seksuele moraal.

Refo meisjes, herkenbaar aan lange haren en rokken trouwen jong, zonder eerst samen te wonen. Terwijl doorsnee twintigers nog druk zijn met studeren en aanverwante zaken, krijgen zij al kinderen. Tussen twee kerkdiensten door zie ik ze op zondag vaak wandelen met één kind in de wagen, één op het treeplankje voorop en één onderweg.

Samuel Otte’s foto’s van verloofde en jonggehuwde stellen in de serie Gods Bedoeling, illustreren het beeld van het gezin als hoeksteen van de samenleving. Ze poseren zittend op een eenpersoonsbed in hun tienerkamers of een stap verder, in trendy grijs-wit ingerichte ‘modelwoningen’. Op zoek naar landelijk meubilair belandde ik jaren geleden in een ‘country winkel’ op de Veluwe, waar ik mij toen nog onwetend, verbaasde over het winkelende ‘zwarte kousen’ publiek.

Samuel Otte, Peter en Aline, uit de serie Gods bedoeling, 2014

Reformatorische Kunst

In de laatste zaal komt eigentijdse gereformeerde kunst aan bod met verrassende en soms ronduit geestige creaties zoals Martin de Heer’s tekeningen van de Reformeerkoet uit 2015.

Martin de Heer, Reformeerkoet, 2015

Reformatorische kerken zijn sober ingericht; maar anders dan vaak gedacht was Calvijn geen tegenstander van beelden. Hij was alleen tegen het afbeelden van God, licht Tanja Kootte toe. In reformatorische afbeeldingen van de brede en de smalle weg is Hij dan ook afwezig.

De brede en de smalle weg, toegeschreven aan Laurence Neter,1630-1639, collectie Museum Catharijneconvent

Die brede en smalle weg beschreven in Mattheus 7: 13-14, inspireerde de Zeeuwse kunstenares Liesbeth Labeur tot haar bijdrage aan de tentoonstelling.

Liesbeth Labeur, Ballenbad

Je zou haar installatie in de vorm van een ballenbad, als ludiek kunnen ervaren, maar de rode, gele en oranje ballen verwijzen (met wat fantasie) naar de vlammen van de hel in voorstellingen van de smalle en met name de brede weg die daar uitkomt. Ligt wel lekker hoor… en als je er op tijd weer uit klimt bereikt het hellevuur je niet!

Het Tweede Gebod (Exodus 20: 1-17) staat kunstenaars dus (bijna) niets in de weg. Er is zelfs een beroepsvereniging van Kunstenaars op Reformatorisch Fundament, KORF. In verschillende kunstwerken resoneren de thema’s van de expositie. Zoals de in hemelsblauwe tinten verbeelde Pelgrimsreis van Bert Bosch; een trap over een bergkam eindigend in een dubbele hemelwaarts gerichte lichtbaan. Een eigentijdse symbolische verbeelding van de middeleeuwse levensreis van de viator mundi op weg naar het hemelse vaderland.

Bert Bosch, einde van de Pelgrimsreis, 2015

Heel modern en diep doorwrocht is de Kruisiging van Martijn Duifhuizen; een minimalistisch drieluik. In een bijbehorende vitrine ligt een klein paneeltje met -zichtbaar onder een loupe- de namen van 1000 christenen. De horizontale en verticale lijnen vormen een kruis als symbool van alle christenen ter wereld. Het werk bevat een diepere betekenislaag; de figuur ter linkerzijde van christus, de sinistere kant, voor de beschouwer rechts, komt aan het kruis niet tot inkeer, ‘alles blijft horizontaal’, de goede moordenaar aan de rechterkant zal, indachtig de verticale lijn, met Jezus naar de hemel gaan.

Martijn Duifhuizen, Kruisiging, 2019

Wat raadselachtig is de knoestige verbeelding van de ellenlange psalm 119 door Tijs Huisman uit 2016. Bovenin deze sculptuur zit de psalmist van dit 176 regels tellende lied. In mijn afscheidscadeau van de lagere school met de bijbel lees ik de beginregels: …’Welzalig zij, die onberispelijk van wandel zijn, die in de wet des Heren gaan’……Gevolgd door o.a. ….’Met heel mijn hart heb ik u gezocht…. Laat mij niet afdwalen van uw geboden’..het oog op uw paden gericht… wanneer zult u mijn vervolgers berechten… ze hebben voor mij een kuil gegraven… bijna was ik van de aarde verdwenen… aanvaard Heer, de lof uit mijn mond en onderwijs mij in uw voorschriften… zondaars hebben een net gespannen… ik dwaal rond als een verloren schaap’

Tijs Huisman, Psalm 119: hoe wonderbaar is uw getuigenis, 2016

Aan de hand van deze tekst probeer ik de gedachtegang van de beeldhouwer te volgen, maar ik zie, afgezien van wat haken, ogen en holtes, geen aanknopingspunten.

Ook de andere kunstwerken blijken geïnspireerd op bijbelteksten, zoals Piet den Hertog’s paneel getiteld:

Als broeders…?  Gebaseerd op de berijmde psalm 133.

Piet den Hertog, Als broeders samenwonen, 2016

..’Ai ziet hoe goed, hoe lief’lijk is ‘t, dat zonen van ’t zelfde huis, als broeders samen wonen’ …’waar liefde woont, gebiedt de Heer den zegen…’.
Dat de werkelijkheid vaak anders is spreekt uit dit prachtige, bijna magisch realistische beeld.

Ogenschijnlijk lieflijk is het paneel met Mirjam, Kwetsbaar weefsel door Jan den Ouden uit 2016. De kunstenaar kwam tot deze creatie door de woorden uit de berijmde psalm 102: …’als een kleed zal ’t al verouden; niets kan hier zijn stand behouden…’, waarmee het beeld van dit jonge meisje op haar skateboard tot een vergankelijkheidssymbool wordt; er hangt zelfs al een draadje los.

Jan den Ouden, Miriam. Kwetsbaar weefsel, 2016

Wie de zojuist besproken eigentijdse kunstwerken uit deze bijzondere tentoonstelling wil zien kan van dinsdag tot en met zaterdag terecht. Op verzoek van de kunstenaars zijn deze werken op de dag des Heren verscholen achter een gordijn.

Literatuur:

Catharijne, Museummagazine nummer 2, juni 2019.

Link:

Museum Catharijne Convent

Tot ziens in de Biblebelt


Shelter; a contemporary intervention. Zomertentoonstelling Museum Catharijneconvent t/m 9 September

Zaalimpressie kloostergang met werk van Danh Vo en Kerry James                                                             
                                                                                                                                               Wie als regelmatige bezoeker de doorgaans verstilde expositiezalen van het Catharijneconvent betreedt kan deze zomer zijn ogen waarschijnlijk niet geloven! In de Catharinazaal en Schatkamer vallen de zogenoemde ‘interventies’ met eigentijdse kunst uit de tentoonstelling
Shelter, a contemporary intervention nog niet direct op. Dat wordt anders in de bovenzalen.

Hanson in het Catharijneconvent
De Refter van Museum Catharijneconvent met op de vloer Derelict Woman (1971) van Duane Hanson (coll. Centraal Museum Utrecht)

In de Refter ontmoet ik een oude bekende. Duane Hansons Derelict woman uit 1973. Wist ze mij in de Drentse expositie the American Dream, ter illustratie van de keerzijde daarvan al te raken, hier in het voormalige gasthuis van de Johannieters, is de confrontatie nog groter. Liggend onder een 16e eeuws beeld van de gekruisigde Christus, die volgens de leer voor de zonden der mensheid is gestorven, vraag je je af of deze zwerfster de liefde van God nog gaat meemaken.

Serie Anti Drone Tenten (2013) van Sarah van Sonsbeek

De zomerexpositie in Museum Catharijneconvent is genoemd naar goudkleurige shelters van Sarah van Sonsbeeck, gemaakt van folie dekens die bootvluchtelingen tegen onderkoeling krijgen aangereikt. Haar Anti Drone Tent beschermt de vluchtende mens eveneens tegen herkenning met infra rood vanuit drones. Door de vorm en het materiaal verwijst de tent tegelijkertijd naar geborgenheid en opvang in hedendaagse vluchtsituaties en de oorspronkelijke functie van het Catharijneconvent. Het 16e eeuwse klooster herbergde een gasthuis voor zieken, armen en daklozen.

De hedendaagse kunstwerken van o.a. Daan van Golden, Danh Vo, Marlene Dumas, Frank Ammerlaan en Damien Hirst onderbreken de verstilde sfeer van het Catharijneconvent, waar de geschiedenis van het christendom in Nederland wordt verteld. Ze vormen een schakel tussen verleden en heden.

Voor deze bijzondere expositie hebben het Centraal Museum en het Catharijneconvent de handen ineen geslagen. Aanleiding vormt het 550 jarig bestaan van het oude kloostergebouw. Met haar geschiedenis alleen al kan een boek worden gevuld. Karmelieten moesten hun in aanbouw zijnde klooster in 1528 op last van keizer Karel de V afstaan aan Johannieters. Leden van deze orde moesten hun  klooster annex gasthuis op het Catharijneveld verlaten om plaats te maken voor de bouw van kasteel Vreedenburgh. In het nieuwe Catharijneconvent richtten de Johannieters wederom een gasthuis in. Na de oprichting van de Utrechtse medische faculteit in 1636, kwam de eerste hoogleraar Willem Stratenus hier al met zijn studenten voor ‘bedside-teaching’, waarmee het fundament werd gelegd voor het Utrechtse Academische ziekenhuis. In later tijd fungeerde het Catharijneconvent o.a. als passantenhuis voor soldaten en vonden Belgische refugiés hier tijdens WO I onderdak. Sinds 1979 tenslotte vinden door ontkerkelijking overbodig geworden christelijke objecten hier een veilig onderkomen. Het Catharijneconvent was en is a real shelter.

De tentoonstelling  is samengesteld door Bart Rutten, directeur van het Centraal Museum. In 1997 zag hij in Chicago een expositie waarin kunst uit verschillende culturen in dialoog was opgesteld. Leidraad vormde de behoefte van de mens ‘om een staat van religieuze extase te bereiken’. De huidige expositie is hierop geïnspireerd en ingericht rond de vraag hoe kunstvoorwerpen functioneren en hoe deze ons bewustzijn aanspreken.

Wat doet kunst met je?

Aan kunst kun je plezier beleven, kunst kan je verrijken en aanzetten tot nadenken. Kunst kan je ontroeren en zelfs in vervoering brengen, maar kunst kan ook irritatie of woede opwekken. In een recente publicatie, Kunst is om te huilen beschrijft Anton Erftemeier deze effecten. In deze expositie kom je alle in dit boek beschreven gemoedstoestanden tegen.

Soms worden we door kunst geraakt zonder precies te begrijpen waarom… Niet het verstand maar het gevoel neemt de leiding. Zelf had ik dat bij een van de 20e eeuwse objecten: een lege doos met titel: The book of 100 Questions van James Lee Byars uit 1969. Bij de uitleg waarvan ik mij enigszins bij de neus genomen voelde. Too many questions, denk ik; dit is in een jaren ’70 populaire term zo would be !

Intuïtie vormde ook voor Rutten de leidraad bij zijn object keuze; resulterend in een expositie die uit twee delen is opgebouwd. Rutten combineerde werken uit de vaste collectie van het Catharijneconvent met modern en eigentijds werk van zijn eigen museum en bruikleengevers.

The Altar, Damien Hirst, Centraal Museum
The Altar (2005), Damien Hirst, Coll. Centraal Museum Utrecht, foto: Mike Bink

Bij verschillende werken bestaat een link tussen kunst en religie. Nu eens is religie ver weg, dan weer ervaart de bezoeker een associatie met het geloof, soms ook is religie duidelijk aanwezig. De bedoeling van het plaatsen van moderne kunstwerken in deze historische omgeving is de aandacht van de beschouwer tot nauwkeuriger kijken te prikkelen.

Damien Hirst’s altaar met een kruis en met pinnen doorstoken (heilig) hart uit 2005, opgesteld nabij twee 17e eeuwse altaarstukken van Abraham Bloemaart, past naadloos in de historische kloosteromgeving.

Hier verbaast de bezoeker zich wellicht over de  combinatie van gebruikelijke en ongebruikelijke objecten. Een kruis, ingelegd met gekleurde stenen, die bij nadere beschouwing pillen blijken te zijn. Een schedel als memento mori en een uitvergrote pijnstiller….Intrigerend, maar wat wil de kunstenaar hiermee zeggen? Verwijst die pil naar Karl Marx overtuiging: …Religion ist das Opium des Volkes? De bezoeker mag het zelf invullen.

Pieter d’Hont, Het Gesprek 1960

In de Utrechtzaal sluit een beeldengroepje toepasselijk aan bij de subtitel van de tentoonstelling: een dialoog tussen twee roomskatholieke geestelijken, vervaardigd door ‘stadsbeeldhouwer’ van de vorige eeuw Pieter d’Hont (1917-1997). Als student gingen wij in de jaren ’80 op excursie naar zijn atelier in bolwerk Manenburg. De groep is een hommage aan de door de beeldhouwer bewonderde paus Johannes XXIII, hier nog weergegeven in zijn hoedanigheid van kardinaal Angelo Roncalli, in gesprek met de toenmalige aartsbisschop van Florence, Elia Dellacosta

Aan het begin van de opstelling biedt Daan van Goldens Kompositie uit 1971 in de Catharinazaal een mogelijkheid tot  associatie met de ruim 400 jaar oude florale motieven in het gebedenboek van Beatrijs van Assendelft, links daarvan opgesteld. En, je zou er zo aan voorbij lopen, even naar rechts hangt nog een werk van Van Golden: Sleeping Buddha. Een collage uit 1975, opgewerkt met pareltjes en bloedkoraal. Qua techniek en onderwerp geheel passend in de ontstaanstijd. In de jaren ’70 keerden velen de traditionele westerse kerken de rug toe. In de zoektocht naar gemoedsrust en antwoorden op levensvragen richtte menige westerling zich op Oosterse religies en meditatietechnieken. Nu zie je overal boeddha beeldjes maar Daan van Golden was een van de eersten die zich, na zijn verblijf in het Verre Oosten, door het boeddhisme liet inspireren. Ook de geschilderde bloemmotieven vinden daar hun oorsprong. Voor zijn Kompositie vormde Japans pakpapier de inspiratiebron. Al associërend kwamen mijn gedachten uit bij de kleurrijke florale motieven in de marmeren Moghul paleizen, zoals de Taj Mahal.

Kompositie, 1971, Daan van Golden, collectie Centaal Museum Utrecht

Taj Mahal, Agra, India bloemmotief

Achterin in de volgende ruimte, de Schatkamer, staat eenzaam tussen de sacrale gewaden, een profaan mini jurkje van sleetse geborduurde Chinese zijde met aan de bovenzijde een modern rafelrandje. Een creatie van couturier Jan Taminiau, wiens werk t/m  28 augustus in het Centraal Museum te zien is. Hij knipte het model, dat hij Passe Partout noemde, in 2008 uit een oud kazuifel van een processiebeeld.

Zuster Majella Hoppenbrouwers met ingelegde schedel op schoot uit The New Dress van Roy Villevoye en Jan Dietvorst

Al eerder was in het Catharijneconvent videokunst te zien, zoals Bill Viola’s The Greeting tijdens de Maria tentoonstelling vorig jaar. Nu wordt The New Dress (2016) getoond, een ontroerende film van Roy Villevoye en Jan Dietvorst over het leven van zuster Majella Hoppenbrouwers, die als jonge vrouw naar Papoea-Nieuw-Guinea vertrok. Op een foto zien we de nu 90 jarige missiezuster, geportretteerd in een remake van de nieuwe luchtige jurk, die zij zich voor haar werk in de tropen liet aanmeten. Op haar schoot omklemt ze een met kraaltjes versierde kop gesneld door mannen onder wie zij in de vijftiger en zestiger jaren het woord van God verkondigde. De film zoomt in op de trofeeën van de trotse koppensnellers. Damien Hirst’s met diamanten bezette (afgietsel van een) schedel For the love of God, uit 2008, zou in deze sectie van de tentoonstelling niet misstaan.

Tegelijk met Shelter wordt de nieuwe opstelling van Rembrandt en de Gouden Eeuw gepresenteerd. Bijbelschilderkunst uit de vaste collectie in samenspraak met eigentijdse deels op de bijbel geïnspireerde kunst. Op de begane grond van de westelijke kloostergang krijgt de bezoeker hiervan vast een voorproefje. Een interessante juxtapositie van het vroeg 17e eeuwse portret van dominee Willem Thielen, wiens molensteenkraag zich spannend verhoudt met Ad Dekkers Op-Art Variatie op cirkels no. III uit de jaren zestig.

Ad Dekkers, Variatie op Cirkels no III, in samenspraak met Molensteenkraag van dominee Willem Thielen.

Ook de combinatie Jewish Girl uit 1986 van Marlene Dumas naast Salomon de Brays Jaël, Debora en Barak uit 1635 in de kloostergang boven nodigt uit tot aandachtig kijken. De oudtestamentische heldin Jaël, eveneens een Joods meisje, kijkt de beschouwer over de eeuwen heen indringend aan. Een op het eerste gezicht wellicht wat raadselachtige voorstelling, maar als je goed kijkt zie je een tentpin met, nauwelijks waarneembaar, enkele druppels bloed. Het corpus delicti, waarmee Jaël de vijandige legeraanvoerder Sisera heeft gedood. Mooi voorbeeld van een zogenoemd historiestuk, het genre dat in de 17e eeuw door kunstcritici het meest gewaardeerd werd. Waarom?

Om de voorstelling te begrijpen is kennis nodig. Historieschilders kozen een dramatisch moment uit een mythologisch, historisch of bijbels verhaal, waarvan de betekenis alleen begrepen kan worden door iemand die het verhaal kent. In dit geval het bijbelboek Richteren, hoofdstuk 4. Voorafgaand aan de confrontatie tussen Israeliëten en Kanaänieten voorspelt de profetes Debora dat de vijandige legeraanvoerder niet zal worden gedood door die van de Israëlieten, Barak, rechts in beeld, maar door een vrouw. De voorstelling bewijst haar gelijk en verraadt tevens invloed van de Italiaanse meester Caravaggio, aan wie het Centraal Museum dit najaar een grote tentoonstelling wijdt. Kenmerkend voor diens navolgers is het inzoomen op halffiguren, waarin vaak het contrast tussen jong en oud wordt benadrukt, belicht in een dramatisch chiaro-scuro. De zogenoemde Utrechtse Caravaggisten zijn eveneens bedreven in het treffend weergeven van stofuitdrukking: het zachte incarnaat van Jaëls borsten, de soepele stof van haar openhangende keursje (waarmee ze haar slachtoffer eerder wist te verleiden) naast de harde structuur van Baraks wapenrusting.

Marlene Dumas, The Jewish Girl, 1986, Collectie Centraal Museum Utrecht

Samuel de Bray, Jael, Deborah en Barak, 1635

Dwalend door de museumzalen zie ik behalve schilderijen ook ‘sculpturen’, zoals 3 zuurstofflessen van Sarah van Sonsbeeck.  Alleen het verhaal achter dit materiaal kan boeien. Eilandbewoners van Tristan da Cunha, die dergelijke flessen als gong gebruikten brachten Van Sonsbeeck op het idee voor deze installatie. De kunstenares nam er een mee en liet er een paar in brons namaken. Door ze vervolgens te laten stemmen, kregen de saaie flessen een bijzondere meerwaarde. Wanneer deze met een hamer worden aangetikt klinkt het volgende akkoord: Es, D, G, waarmee het kunstwerk ineens helemaal binnen de kloostermuren past: de beginklanken van Bachs’ Soli Deo Gloria!

Mooi gemaakt, maar eveneens raadselachtig is het roodkoperen beeld van de Vietnamese kunstenaar Danh Vo, die als bootvluchteling naar Nederland kwam. Waar dit werk mij aan doet denken?

Vo_we the people
Danh Vo, We the People (detail), 2011-2014. The Ekard Collection

Aan de manier waarop de onderdelen van vliegtuigvleugels met klinknagels zijn vastgezet, zoals ik met een zitplaats boven de wing vaak heb gezien. En waar zou je dan naar toe vliegen, vraagt de rondleidster met wie ik meeloop. Nou, bijvoorbeeld New York. Helemaal goed, want hier staat het beeld waarvan deze sculptuur -in replica- een onderdeel is. Van de 250 delen die de kunstenaar tussen 2011 en 2014 kopieerde en wereldwijd verkocht, is dit een fragment. Voor wie het niet direct voor zich ziet: u kijkt hier naar een plooival in het gewaad van het Amerikaanse Vrijheidsbeeld. De titel: We the People verwijst naar de beginregels van de Amerikaanse Grondwet. Ook dit werk, dat immigranten bij aankomst in de VS zien, past goed in het voormalig gasthuis. Voor de kunstenaar, die zelf ooit vluchteling was, staat het beeld tevens voor het begrip vrijheid.

Uit de spullen van Danh Vo’s vader hangt in de grote zaal een in schoonschrift gekopieërde brief. Op zich niets bijzonders, zo’n ingelijst stuk papier, maar wanneer je kennis neemt van de inhoud krijg je kippenvel. Aan de vooravond van zijn executie schreef de Franse missionaris Jean-Theophane Venard (1829-1861) de volgende woorden aan zijn vader: .. ‘Wij zijn allemaal bloemen …. welke God plukt in zijn eigen tijd’ ….

Kunst kan op onverwachte momenten ontroeren.

De brief hangt in de grote tentoonstellingszaal, waar ook de met goudverf beklede zadeldeken van Janis Rafa Cover Blue with Red stripes (2018) te zien is en haar film, waarin een  boom wordt begraven (…).

Copper Ribbon_Carl Andre
Carl Andre, Copper Ribbon, 1969, Museum Kröller Möller, Otterlo

In deze ruimte kreeg Bart Rutten de gelegenheid een persoonlijke creatie toe te voegen. Carl Andre overhandigde hem een koperen strip, die hij in een door hemzelf gekozen vorm mocht neerleggen. Aan deze interessante interactie tussen kunstenaar en tentoonstellingsmaker, leverde een onoplettende bezoeker onbedoeld ook nog een bijdrage, waarna het beschadigde object werd verwijderd.

Ammerlaan Untitled
Frank Ammerlaan, Untitled, 2018, Met dank aan Frank Ammerlaan en Upstream Gallery

Elders in de opstelling hangt een in mijn ogen wat smoezelig patchworkje van Frank Ammerlaan (1979). Het is gemaakt van oude restjes stof. Kunstig in elkaar gezet, dat wel. Maar boeiend?

Pas toen ik verderop nog even omkeek zag ik het. Een prachtige ogenschijnlijk driedimensionale creatie van sterren!  Het deed me denken aan de verrassende scheppingen van Maurits Escher die t/m 27 augustus te zien zijn in het Fries Museum.

Kerry James Marshall Vignette
Kerry James Marshall, Vignette, 2003, Defares Collectie

Van de geëxposeerde schilderijen is Kerry James Marshall’s Vignette uit 2003 mijn absolute favoriet. Tegen een idyllische achtergrond rent een zwart mensenpaar weg. Het contrast tussen de lieflijke achtergrond en de hard rennende figuren maakt, wanneer je de scène even op je laat inwerken, een grote indruk. Adam en Eva, verjaagd uit het paradijs? Als stripfiguren die zich na het uithalen van kattenwaad uit de voeten maken. Zwart. Letterlijk en figuurlijk. De kapsels laten er geen twijfel over bestaan, maar er is nog een bewijs; kijk maar goed naar het hangertje van de man. Door Rutten -in het licht van de eerste in Afrika levende mens- terecht als geloofwaardiger beschreven dan de ons bekende witte Adams en Eva’s uit de westerse kunstgeschiedenis. Ook los van de bijbelse context nog steeds actueel. Kennen we ze niet allemaal: zwarte momenten, waaruit we zo hard mogelijk zouden willen wegrennen?

Hatterman Pieta
Nola Hatterman, Pieta of Kruisafname, 1949, Collectie Centraal Museum

De Nederlandse actrice en kunstenaar Nola Hatterman koos in 1949 met haar Kruisafneming eveneens voor een destijds als controversieel ervaren, iconografie. In plaats van de blauwogige donkerblonde Jezusfiguren, bekend van andere schilderijen en bijvoorbeeld de film Jezus Christ Superstar. De rol van Judas kon in de jaren ’70 zelfs nog kritiekloos worden toebedeeld aan een zwarte man…

Hatterman vond in Suriname inspiratie voor deze kruisafname van een zwarte Jezus. Rutten plaatst haar naast een Kruisiging door Pieter Lastman uit 1625. Een werk dat qua emotie, hoewel ingetogener, niet onderdoet voor de luid lamenterende Maria’s van Hatterman. In het Catharijneconvent zult u tevergeefs zoeken naar beelden van Maria met een gekleurde huid. Het Catharijneconvent bezit de Zwarte Madonna van Frans Franscicus uit 2001 maar deze is momenteel niet te zien.

Het bovenstaande is een impressie van een alleszins indrukwekkende tentoonstelling, waarmee het Catharijneconvent haar wellicht wat brave imago heeft afgelegd!

Museum Catharijneconvent: Shelter

Geverifieerd door MonsterInsights