Meesterwerken uit Le Havre.  Tot en met 13 september in Singer Laren

Othon Friesz, De oude haven van Le Havre bij avond, 1903. Doek 81 x 100 cm.  MuMa, Le Havre. 

Alweer impressionisten ! Eerder zagen we in Singer Laren de Laatste impressionisten (met Henri Le Sidaner en Emile Claus) en Frisse Wind (Duits en Deens impressionisme). En met Vive l’Impressionnisme memoreerde het Van Gogh Museum vorig jaar ook al de ‘uitvinding’ van de stroming. Nou ja, uitvinding…

In 1872 gaf Claude Monet met enkele losse penseelstreken een ongebruikelijke impressie van Le Havre bij zonsopkomst. Vandaag zijn de vlot gepenseelde laat negentiende-eeuwse modernisten populair, maar in 1874 wist het publiek niet wat het zag! Het schetsmatige in de complementaire kleuren oranje en blauw opgezette werk, deed een groot beroep op het voorstellingsvermogen. Het licht van de opkomende zon was met wat grove oranje toetsen aangeduid; het kabbelende water met enkele likken donkerblauwe verf. Water, land en lucht gaan haast onmerkbaar in elkaar over. Gevraagd naar de titel van het schilderij zou Monet geantwoord hebben: noem het maar Impression soleil Levant

Kunstcriticus Louis Leroy bestempelde de schilderijen van Monet en zijn geestverwanten daarna als het werk van de impressionisten. Dat was niet als compliment bedoeld, maar de kunstenaars adopteerden het affront als geuzennaam! 

Monets overbekende doek uit Musée Marmottan ontbreekt, maar zijn door de ochtendzon beschenen sneeuwlandschap roept een soortgelijke sfeer op.

Claude Monet, Soleil d’hiver, Lavacourt (Winterzon, Lavacourt), winter 1879-1880, olieverf op doek, 55 x 81 cm, MuMa Le Havre, legaat Charles-Auguste Marande, 1936

Voegt deze expositie in Laren, anders dan kijkplezier, nog wat toe? Dat je de in de catalogus gesuggereerde zomervakantie aan de westkust van Frankrijk kunt overslaan nu de impressionisten dicht bij huis te zien zijn, gaat misschien wat ver. Een groot deel van de collectie is weliswaar in Laren te zien, maar het Museum van Moderne kunst, het MuMa in Le Havre, dat deze zomer een hommage brengt aan de jonge Monet, heeft nog veel meer in huis. De kleurrijke, vrolijk stemmende expositie in Laren brengt je in zomerse sferen en is zeker de moeite waard. Je ziet behalve impressionisten ook pointillisten, fauvisten en werk van de Nabis.   

Kunststad Le Havre: venster op de wereld
In de late 19e en vroege 20e eeuw was de havenstad aan de monding van de Seine een populaire bestemming voor kunstenaars. Vanuit Parijs was Le Havre goed bereikbaar per spoor en de haven was ook een belangrijke uitvalsbasis naar Engeland en Amerika. Aan de Normandische kust en de oevers van de Seine vonden kunstenaars niet alleen inspiratie in de natuur, maar ook in de daarmee contrasterende industriële omgeving. Daarvan is Alfred Sisley’s impressie van de Seine bij Point-du-Jour uit 1877 een voorbeeld. Sfeervol zijn de atmosferische landschappen, strand- en zeegezichten weergegeven in het typerende, zinderende licht van de kust, dat we ook kennen van de Domburgse schilders. De nuchtere lokale bevolking zag er niets bijzonders aan, maar het is wetenschappelijk bewezen dat de zoutkristallen van verdampt zeewater het maritieme licht een speciale intensiteit geeft.   

Met snelle toets zetten de impressionisten van het eerste uur: Eugène Boudin, Claude Monet, Camille Pisarro en Johan Bartold Jongkind hun momentopnames op het doek. Één wand is gevuld met een reeks ogenschijnlijk hedendaagse kunstwerken. Het zijn echter impressies van weidse luchten uit de serie Grand Ciel, die Boudin tussen 1888-1895 op paneel vastlegde. De wolkenluchten deden me denken aan de meteorologische studies die John Constable ruim 60 jaar eerder maakte en de Rosy Fingered Dawn, waarin Willem de Kooning in 1963 een impressie gaf van de dageraad bij Louse Point. Dit werk uit het Stedelijk zal dit najaar te zien zijn in een overzichtstentoonstelling in het Rijksmuseum. 

Eugène Boudin (1824-1898), Étude de ciel au couchant, ca. 1888-1895, huile sur bois, 27,5 x 21 cm. © MuMa Le Havre / Florian Kleinefenn

Bij moderne kunst wordt meestal aan Parijs gedacht, maar Le Havre had ‘het’ in 1845 al. Er was een Musée- en een École des Beaux Arts, waar kunstenaars als Othon Friesz en Raoul Dufy werden opgeleid. En evenals in Parijs werden ook hier (twee)jaarlijkse Salons gehouden. Met financiële steun boden haven- en fabrieksbaronnen als Charles-Auguste Marande, Olivier Senn en Pieter van der Velde eigentijdse kunstenaars een podium. In 1906 werd bovendien Le Cercle de l’Art Moderne opgericht. Geen exclusief clubje van mecenassen. Ook lokale kunstenaars als Raoul Dufy, Othon Friesz en Georges Bracque hadden zitting in het comité. 

Conservator Suzanne Veldink ziet overeenkomsten tussen Le Havre en Laren. Na de aanleg van de Gooische Stoomtram in 1881 veranderde het eenvoudige schapendorp eveneens in een kunstenaarskolonie. In de ongerepte landelijke omgeving vonden Piet Mondriaan, Jan Sluyters, Leo Gestel, Anton Mauve, Wally Moes en Lou Loeber inspiratie. Le Havre en het nabijgelegen Trouville, Honfleur en Êtretat werden in dezelfde periode ontdekt door de eerdergenoemde impressionisten en hun collega’s Pierre-Auguste Renoir, Raoul Dufy en Henri Matisse. 

Het allereerste impressionistische schilderij.
Monet wordt vaak gezien als de vader van het impressionisme, maar eigenlijk was hij een dwerg die stond op de schouders van voorgangers. Lang voor Monets Impression Soleil Levant ontstond, schilderde Joseph Mallord William Turner rond 1832 diverse impressies van de zonsondergang in Le Havre. Daarover lees je meer in de catalogus. 

Turner stak het Kanaal meer dan eens over naar het continent. Met zijn in Le Havre geschilderde atmosferische doeken, wordt hij als de voorloper van de impressionisten beschouwd. In Turners impressies van zonlicht op water herken je in één oogopslag Monets inspiratiebron. Op hun beurt staken Pisarro en Monet het Kanaal over. Van die periode dateren Monets talrijke op Turner geïnspireerde impressies van de Houses of Parliament bij zonsondergang.    

Joseph Mallard William Turner, Sunset, watercolor en gouache op papier, 1830, 30 x 22 cm

Camille Corot en Eugène Boudin speelden eveneens een belangrijke rol in Monets artistieke ontwikkeling. Hun advies om en plein-air te gaan werken wordt in de tentoonstelling geïllustreerd met een uitvergrote foto van Boudin werkend op het strand van Le Havre. Aan de oevers van de Seine keek Monet de losse toets af van Johan Barthold Jongkind. De Nederlander plaveide de weg naar het impressionisme. Jongkinds rol is geen verzinsel van kunsthistorici: Monet zei het zelf: 

        …C’est a lui [Jongkind] que je doit l’éducation de mon oeil’…

Ook tijdgenoten Camille Pisarro en Camille Corot zijn vertegenwoordigd in Laren. Van Corot zie je een eenvoudig zeegezicht, waargenomen vanaf de kliffen bij Le Havre. Interessanter zijn de in opdracht geschilderde havengezichten van Pisarro. Het ging hem vooral om de atmosferische impressies, maar details als een loskraan, elektrische verlichting, een tram, urinoir en wandelaars die een kijkje kwamen nemen verlenen deze werken een documentaire waarde.  

Camille Pisarro, L’Anse des Pilotes, Le Havre, matin, soleil, marée montante  Le Havre, 1903. Doek 54 x 65 cm.  

Kort voor Pisarro’s dood in 1903 werden twee doeken uit deze reeks voor 4.000 francs aangekocht door het Musée des Beaux Arts du Havre. Rond die tijd werd de collectie ook verrijkt met Monets Kliffen bij Varengeville, de Parlementsgebouwen van Londen 1903 en de Nympheas uit 1904. De catalogus geeft informatie over het vooruitstrevende aankoopbeleid van het museum. 

In de tentoonstelling wordt ook werk getoond van de tweede generatie impressionisten als Othon Friesz, Maxime Maufra en Henry Moret.
Voortbouwend op de impressionistische erfenis van hun voorgangers, voegden zij een persoonlijke toets aan hun werk toe. In zijn duidelijk op Monet geïnspireerde La Baie de Lampaul uit 1901 hanteerde Henry Moret (1856-1913) een gedurfd, onnatuurlijk palet. Het impressionistische erfgoed inspireerde (Emile) Othon Friesz in 1903 tot het schilderen van een spannende nocturne. Het in paarsblauwe tinten geschilderde Oude dok van Le Havre roept een verstilde, mysterieuze sfeer op. Als je goed luistert kun je het klotsen van het water tegen de kade horen. In zijn Maison La Ciotat laat hij zich in 1907 van een andere, bijzonder kleurrijke kant zien.   

Verstilling is ver te zoeken in Frits Thaulows (1847-1906) dynamische impressie Le Vapeur Transatlantique uit 1898De Noorse schilder, die ook te zien was in de tentoonstelling Frisse Wind, vormde via zijn zwager Paul Gauguin, een belangrijke schakel tussen de Franse modernisten en de Scandinavische impressionisten. Maxime Maufra nam hetzelfde onderwerp ter hand. In zijn Transatlantique sortant du port uit 1905 kiest de stoomboot het ruime sop in rustiger vaarwater. 

Frits Thaulow Le Vapeur transatlantique, 1898, doek 55 x 81 cm. MuMa Le Havre

Op zoek naar het zuidelijke licht 
Moderne kunstenaars lieten zich graag uitdagen door de steeds wisselende lichtgesteldheden. Henri Matisse werd op Corsica betoverd door het licht: ‘alles schittert, alles is kleur, alles is licht’. In zijn Rue dans le Midi uit 1919 gaat het niet zozeer om de weergave van de straat, maar om het licht. Dat laatste geldt nog meer voor Henri Edmond Cross (1856-1910) zinderende impressie van Plage de la Vignasse, dat hij in navolging van Georges Seurat in kleine gestippelde toetsjes neerzette. Door de elementaire kleuren rood, blauw en geel te combineren met de complementaire kleuren oranje, violet en groen creëert hij een heerlijke impressie van de zomerse duinrand.

Henri-Edmond Cross, La Plage de la Vignasse (Het strand van La Vignasse), ca. 1891-1892, olieverf op doek,
65,5 x 92,2 cm, MuMa Le Havre, collectie Olivier Senn, schenking Hélène Senn-Foulds, 2004

Andere kunstenaars ontdekten ook de pittoreske mediterrane havenplaatsen La Ciotat ten oosten van Marseille en Collioure nabij de Spaanse grens. In zijn monumentale Collioure, retour de Peche geeft Jac Martin-Ferrières een impressie van vissers die terugkeren na de vangst. 

Paul Gauguin zocht het verder van huis. Hij verliet zijn vrouw en 5 kinderen en ging scheep naar Panama en later vestigde hij zich op Tahiti. Van zijn hand zie je een sfeervolle, exotische impressie van het in nevelen gehulde vulkanische eiland Moorea.

Paul Gauguin, Paysage de te Vaa, 1896. Doek, 46 x 74 cm. MuMa Le Havre, legaat Charles-Auguste Marande

Behalve het felle, onnatuurlijke kleurgebruik, dat hen de bijnaam le Fauves bezorgde [wilde dieren], speelt ook licht een belangrijke rol bij  Albert Marquet, Henri Matisse en Henri Manguin. Dat geldt ook voor de symbolisten en de Nabis, die zich tijdens het fin de siècle afzetten tegen de impressionisten. De Nabis, Hebreeuws voor Profeten, wilden meer dan een vluchtige momentopname. Met grote kleurvlakken brengen zij hun persoonlijke gevoelens en het ‘ongeziene achter de zichtbare werkelijkheid’ in een enigszins naïeve stijl tot uitdrukking. Paul Serusier, Maurice Denis, Pierre Bonnard en Ker-Xavier Roussel beschouwden Paul Gauguin als hun profeet van de moderne kunst. 

De diepgang die zij zochten wordt mooi verbeeld in het paneel Silhouetten voor de dageraad van Lucien-Hector Monod (1867-1957). Op haar klompen staat een Franse Kniertje in alle vroegte bij de haven op de uitkijk. Wellicht ingegeven door actuele  hittegolf is La Valse van Félix Vallotton mijn absolute favoriet. Een bijzonder originele impressie van verschillende gelukzalig zwierende schaatsers op de ijsbaan van het Palais des Glace. Let vooral op de zichtbaar genietende kunstrijdster, wier gezicht nog net binnen het beeld valt. 

Félix Vallotton, La Valse (De wals), 1893.Olieverf op doek, 61 x 50 cm
MuMa Le Havre, collectie Olivier Senn

De eerdergenoemde kunstverzamelaars van Le Havre hadden ook een fijne neus voor tekeningen en gouaches. Ze kochten werk van Edgar Dégas, Odilon Redon en Armand Guillaumin. In de aan werken op papier gewijde zaal valt een portret door Edouard Vuillard (1868-1940) op. De schilder legde niet alleen de gestalte van zijn op de rug geziene handwerkende moeder vast, maar ook haar spiegelbeeld op het raam. Het portret dat een liefdevolle, huiselijke sfeer ademt spreekt boekdelen. Op zijn 60e woonde Vuillard nog bij moeder thuis.  

Édouard Vuillard, Au Coin de la fenêtre, 1915. Pastelkrijt op papier, 70 x 54 cm.
MuMa Le Havre, legaat Charles-Auguste Marande, 1936

Vrouwelijke kunstenaars
aar Veel is het niet, maar met drie werken besteedt de tentoonstelling ook aandacht aan  vrouwelijke kunstenaars. Marie Bracquemont, Marie Droppe en Berthe Morisot, die vertegenwoordigd is met een portret van haar dochter Julie. Inmiddels zijn we gewend aan de quasi onvoltooide stijl van de impressionisten, maar destijds oogstte dit aspect veel kritiek. Tot dan toe was het ondenkbaar om het doek, zoals in Julie’s jurkje, onbeschilderd te laten. Het publiek dacht dat het nog niet af was, dit non-finito was een bewuste artistieke keuze. Morisot keek deze kunstgreep af van Paul Cézanne, die daar rond 1885 in een van zijn versies van de Monte Sainte Victoire mee was begonnen. Ook de manier waarop Morisot het kindergezichtje veeleer suggereert dan portretteert was in die tijd bepaald ongebruikelijk!

Berthe Morisot, Filette à la poupée (Meisje met pop/ De dochter van de kunstenaar, Julie Manet), 1883, olieverf op doek, 73 x 70 cm, particuliere collectie, ©Adriaan van Dam

Zoon van Le Havre 
De expositie eindigt met een hommage aan Raoul Dufy, de schilder die op zijn beurt de loftrompet steekt over zijn geboortestad. Experimenterend met licht en kleur vormden de zee en de haven een onuitputtelijke inspiratiebron voor Dufy.  

Behalve in een gedempt palet geschilderde havengezichten en -heel mooi- de empathisch weergegeven havenarbeiders, die na een lange werkdag huiswaarts keren zie je ook veel heldere kleuren, zoals in het doek met een vrolijk gepavoiseerde zeilboot. Enigszins raadselachtig is het doek met een Baadster in Le Havre, waarin hij onder andere het Casino op speelse wijze verwerkte. Leuk is de op een kindertekening gelijkende impressie van een maritiem feest. 

1. Raoul Dufy, Baigneuse au Havre (Baadster in Le Havre), ca. 1935 Olieverf op doek, 65 x 54 cm|MuMa Le Havre, legaat Eugénie Brisson, 1963 2. Raoul Dufy, Fête maritime et visite officielle au Havre, ca. 1915

Het sluitstuk vormt een naar Dufy’s ontwerp geweven wandkleed met een voor de haven geposteerde op Botticelli’s Venus geïnspireerde godin. De scène wordt verlevendigd met een stoomboot die onder een stortbui binnen komt en figuurtjes met paraplus op de kade.  

Raoul Dufy en Louis Carré, Amphitrite à Sainte-Adresse (Amphitrite in Sainte-Adresse),1949
Tapijt, 133 x 295 cm, MuMa Le Havre,

Het bovenstaande geeft slechts een impressie; ga deze expositie vooral met eigen ogen zien. Dat kan tot en met 16 augustus.

Verder lezen:

Michaël Debris, Renoir, Monet, Dufy, Matisse: Meesterwerken uit Le Havre. Tentoonstellingscatalogus Singer Laren, 2026.

Link: Singer Laren

Nieuw Parijs; van Monet tot Morisot. Tot en met 9 juni in het Kunstmuseum Den Haag.

Alweer een tentoonstelling over de impressionisten? Die hebben we toch net in het Van Gogh Museum gezien? Klopt. Met een keur aan vluchtig gepenseelde impressies van landschappen, strandscènes en alledaagse voorstellingen schilderde Vive l’Impressionnisme een kleurrijk, pretentieloos beeld van deze stroming, die zo’n 150 jaar geleden met Monets Impression Soleil Levant begon. De iconische, schetsmatige impressie van een zonsopkomst boven Le Havre. Tegenwoordig zijn de vlot gepenseelde laat negentiende-eeuwse modernisten populair, maar op een tentoonstelling in 1874 wist het publiek -gewend aan schilderijen in academische stijl- niet wat het zag!

Claude Monet, Impression Soleil Levant, 1872, doek 50 x 65 cm. Musée Marmottan Monet, Parijs

Het in de complementaire kleuren oranje en blauw opgezette werk deed een groot beroep op het voorstellingsvermogen. Het licht van de opkomende zon was met wat grove vegen in oranje aangeduid, terwijl het kabbelende water met enkele schetsmatige likken zwarte verf werd gesuggereerd. Water, land en lucht gaan haast onzichtbaar in elkaar over. Gevraagd naar de titel van het schilderij zou Claude Monet geantwoord hebben: noem het maar Impression soleil Levant. Kunstcriticus Louis Leroy omschreef de schilderijen van Monet en zijn geestverwanten als het werk van de impressionisten. Dat was niet als compliment bedoeld, maar de naam van een nieuwe stroming was geboren. 

Vive l’Impressionnisme was in mijn ogen al een feest, maar de tentoonstelling Nieuw Parijs, waarin de bezoeker naast kleurrijk werk een gedegen geschiedenisles krijgt voorgeschoteld, plaatst het veelkleurige palet van de impressionisten letterlijk en figuurlijk in een ander licht.

De in het Van Gogh Museum terloopse vermelding van Claude Monets vlucht naar Engeland en daaropvolgend verblijf in Zaandam, waaraan zijn lieflijke impressie van Huizen aan de Zaan herinnert, valt in het Kunstmuseum door de historische context op zijn plaats.

Monet, Huizen aan de over van de Zaan, 1871-72. Städel Museum Frankfurt am Main

Mijn kennis over de Frans-Duitse oorlog, waarbij het Pruisische leger in 1870 het beleg voor Parijs sloeg was weggezakt. De oude stad had dankzij de renovatie van Baron Haussmann, waarover zo meer, een complete remake ondergaan. Frankrijk had zich in die jaren tot het machtigste land van Europa ontwikkeld. In een poging die status te bewaren verklaarde Frankrijk het snelgroeiende Duitsland in juli 1870 de oorlog. De gegoede burgerij kon de stad bijtijds ontvluchten, maar de arme bevolking bleef achter in de door hongersnood geteisterde stad. Naar schatting lieten 40.000 mensen het leven. Nog geen jaar later werd de strijd op 10 mei 1871 in het nadeel van de Fransen beslecht. Met de nederlaag kwam een einde aan het tweede Franse Keizerrijk en Keizer Napoleon III werd afgezet.

De belegering had behalve de door de Duitsers beoogde capitulatie, een desastreus effect.  De kiem van onvrede die door de grootscheepse stedelijke renovatie -in eigentijds jargon: gentrificatie- onder de arme bevolking was ontstaan, kwam letterlijk en figuurlijk tot een ontploffing! In een burgeroorlog lieten de underdogs van Parijs krachtig van zich horen. In hun verlangen naar onafhankelijkheid riepen zij een onafhankelijke staat uit: de ‘Commune’. In de ooggetuigen verslagen van de gebroeders de Goncourt lees je dat de stad is overgegaan in de handen van de armen, maar niet voor lang. De nationale regering sloeg de opstand met harde hand neer. Met zijn Explosie laat Edouard Manet zien hoe het nieuwe Parijs in puin wordt geschoten!

Edouard Manet, De explosie, 1871. Doek 38 x 46 cm. Museum Folkwang, Essen

Duizenden opstandelingen worden opgepakt. In een van de kabinetjes wordt dit hoofdstuk toegelicht met prenten en het portret van de anarchistische martelares, de feministe Louise Michel.

Terwijl ik dit schrijf hoor ik op 26 februari tijdens de NPO klassieke Filmmuziek Top 200 toevallig Dmitri Sjostakovitsj Nieuw Babylon, in 1921 gecomponeerd voor de gelijknamige film over de opstand in Parijs. Volgens presentator Hans Hafmans hoor je de onrust in Parijs er niet in terug, maar ik denk dat hij niet goed heeft geluisterd.

In deze woelige tijd leven en werken de impressionisten. De chroniqueurs van de luchtige, mooie kant van het leven waren er als ooggetuigen bij, maar de meesten liepen met oogkleppen op. Hun schilderijen weerspiegelen het optimisme en de vreugde van de nieuwe tijd; de gehavende gebouwen hielden ze angstvallig buiten beeld.

Nieuw Parijs 
De titel Nieuw Parijs verwijst letterlijk naar de nog altijd veelgeprezen, radicale renovatie die de architect Baron Georges-Eugène Haussmann in opdracht van keizer Napoleon III sinds 1852 ter hand nam. Hij is in de expositie vertegenwoordigd met een trots portret. Het Middeleeuwse brandgevaarlijke Parijs moest plaats maken voor een leefbare gezonde stad, met een goede infrastructuur. De arme bevolking leefde in krotten; de Seine was als open riool een broeiplaats van besmettelijke ziekten als cholera. De grootscheepse operatie ging zoals je ook vandaag de dag nog overal ter wereld ziet gepaard met onteigeningen, speculatie en corruptie. Na de afbraak knapte de stad ontegenzeglijk op. Aan brede boulevards verrezen statige woonblokken afgewisseld met lommerrijke parken. Ondergronds werd met een nieuw rioleringssysteem nog een ‘wegennet’ aangelegd. De stad werd bovendien verrijkt met theaters, restaurants en een indrukwekkende opera. Deze faciliteiten boden de welgestelde Parijzenaren een beter leven, maar dat was niet voor iedereen weggelegd. De keerzijde van het Parijse succesverhaal wordt in het hoofdstuk de Mythe van Parijs op aangrijpende wijze in woord en beeld toegelicht. Door de afbraak van de oude stad werd de arme bevolking naar de periferie van Parijs verdreven, maar de welgestelde Gustave Caillebotte had geluk. Vanaf het balkon van zijn nieuwe appartement geeft hij de beschouwer een blik op de Boulevard Haussmann.

Gustave Caillebotte, Uitzicht door een balkon, 1880. Doek 66 x 55 cm. Van Gogh Museum Amsterdam.
Honoré Daumier, uit de serie Huurders en eigenaren. “Het is een beetje moeilijk om in een vat te wonen als men niet een geboren cynicus is”. 1854 Lithografie Musée Carnavalet, Paris

Voor de nieuwbouw werden naar schatting 35.000 metselaars en timmerlieden uit de provincie opgetrommeld. Ze werden door de bourgeoisie met de nek aangekeken en moesten maar zien waar ze de nacht doorbrachten. De problemen leidden niet alleen tot de opstand van 1871, maar inspireerden Honoré Daumier. Met een flinke dosis zwarte humor brengt hij de misstanden in beeld. In zijn reeks Huurders en Eigenaren geeft hij impressies van daklozen die slapen in een nog niet geplaatste rioolbuis of met een knipoog naar Diogenes, in een lege ton. In een van zijn litho’s zie je zelfs verschoppelingen die zich nestelen in een urinoir.

Een nieuw begin
Het verhaal begint met een stadsgezicht van Monet uit de eigen collectie van het Kunstmuseum: Quai du Louvre uit 1867. In dat jaar meldde Monet zich met een ongebruikelijk verzoek bij het Louvre. Anders dan veel van zijn collega’s kwam hij niet om de oude meesters te kopiëren, maar hij vroeg toestemming om vanaf het oostelijke balkon een stadsgezicht te schilderen. Kunsthistorica Linda Nochlin duidde deze handeling in 1971 als een veelzeggend symbolisch gebaar.  Met zijn eigentijdse stadsgezicht keerde Monet de oude meesters in de zalen van het Louvre letterlijk en figuurlijk de rug toe. Dit werk markeert niet alleen het begin van een uit de as herrezen stad en een nieuwe levensstijl van de bourgeoisie, maar ook het begin van een nieuwe kunststroming. De eeuwenlang als het hoogste goed geprezen academische historiestukken, maakten plaats voor impressies van het eigentijdse leven. Monet nam het voortouw. Het schilderij dat Monet in 1867 vanaf het balkon schilderde heeft, naast twee andere stadsgezichten van zijn hand, een eigen wand gekregen. In de grote zaal hangt ook zijn Jardin de l’Infante uit het Allen Memorial Art Museum in Ohio en een zomerse impressie van de Eglise Saint-Germain-l’Auxerrois, 1867 uit Berlijn.

In de tentoonstelling zijn zo’n 65 impressionisten uit binnen- en buitenlandse collecties te zien. Voorbeelden van louter eigentijdse impressies van de bedrijvigheid in de stad; l’art pour l’art, waarin ook plaats is vooreen reclamebord en zoiets vulgairs als een urinoir. Destijds een nieuw element in het straatbeeld, waarvan je in de eerste zaal naast een reeks serieuze ontwerpen ook spotprenten ziet van Honoré Daumier.  

Claude Monet, Quai du Louvre, 1867. Doek ,65 x 93 cm. Kunstmuseum Den Haag

Het academische tijdperk, waarin het historiestuk met een mythologisch of bijbels onderwerp als de belangrijkste tak van schilderkunst gold wordt afgesloten met een streng zelfportret van de kampioen van het classicisme: Jean-Dominique Ingres. Hij overleed op bijna symbolische wijze in het jaar waarin Monet zijn Quai du Louvre schilderde. Het portret dat Carolus Durand in datzelfde jaar van Monet schilderde hangt hier ook. Nooit geweten dat de oude bebaarde Monet, in zijn jonge jaren zo’n knappe man was!

Portrait of Claude Monet (1840-1926) 1867 (oil on canvas)Carolus-Duran, MUSEE MARMOTTAN, PARIS,

Monet wordt gezien als de vader van het impressionisme, maar hij was een dwerg die stond op de schouders van een voorganger. Monet had zijn toets naar eigen zeggen geleerd van de Nederlandse Fransman Johan Bartold Jongkind. Van zijn hand zie je een impressie van de afbraak van een oude leerfabriek aan de Rue des Francs-Bourgeois-Saint-Marcel uit 1868. Op het dak gaan werklieden het oude gebouw met sloophamers te lijf.  

Johan Barthold Jongkind, Afbraak van de Rue des Francs-Bourgeois-Saint-Marcel, 1868. Doek, 34 x 42 cm. Kunstmuseum Den Haag

De meeste impressionisten brengen de mooie kant van het nieuwe Parijs in beeld. De stad die kunstenaars tot de huidige dag blijft inspireren. Dertig jaar na Monets Quai du Louvre beklom Etienne Moreau-Nelaton de Nôtre Dame. Vanaf ijzingwekkende hoogte gaf hij een originele impressie van de nog in nevelen gehulde stad.

Etienne Moreau-Nelaton, Parijs gezien vanaf de Nôtre Dame, ca. 1898. Doek 62 x 88 cm. Staatsgalerie, Stuttgart
Charles Marville, Boven aan de rue Champlain, 20e arrondissement, 1877-1878, albuminedruk van glasnegatief 26 x 37 cm, Musee Carnavalet – Histoire de Paris.

De geschilderde beelden van het nieuwe Parijs worden aangevuld met foto’s die Charles Marville van de vele sloop- en bouwactiviteiten maakte. Zoals een opname van een vies en haveloos gebouw naast de winkel van Maison Colin, waar Monet vermoedelijk zijn schilder benodigdheden kocht. Prachtig maar ook schrijnend is de foto van een groep metselaars. Zij maakten deel uit van de tienduizenden arbeiders aan wie de nieuwbouw werk verschafte. De anonieme working-class hero’s zijn roemloos de vergetelheid ingegleden, maar de werken hunner handen, waarin voor hen geen plaats was, staan nog altijd fier overeind. Met een opname uit 1877 geeft Charles Marville een desolate impressie van een man die uitkijkt over de uit planken en andere troep opgetrokken nieuwe krottenwijk. De door de sloophamers opgeruimde krotten gaven lucht en ruimte; daarvan getuigt de Jongkinds impressie van de na afbraak bijna geheel vrijstaande Nôtre Dame.

Johan Barthold Jongkind, De kapel van de Nôtre -Dame gezien van de Pont de la Tournelle, 1854.
Doek 44 x 65 cm. Kunstmuseum Den Haag.

Auguste Renoir had eveneens oog voor een middeleeuws bouwwerk dat de afbraak had overleefd. De sprankelende impressie, die hij in 1872 schilderde van de oudste brug van Parijs, de Pont Neuf is ook te zien.

Wederopbouw
Na de burgeroorlog moest, voordat aan herstel werkzaamheden kon worden gedacht, weer puin worden geruimd. De Nederlandse impressionist Arthur Briët geeft met zijn schildering van de fraai aangelichte Sacré Coeur een mooi tijdsbeeld. De nog in de steigers weergegeven basiliek werd ter nagedachtenis aan de oorlogsslachtoffers gebouwd.

Even een flashback: de impressionisten keerden terug naar hun gehavende stad, maar in hun doeken brengen ze met optimistische blik als gezegd alleen de mooie kant van de stad in beeld. Het verloederde gebied rond het Louvre, werd opgeschoond en veranderde uiteindelijk met de nabijgelegen Tuilerieën in een heerlijke plek waar Parijzenaren konden genieten van de gecultiveerde natuur. Maar anders dan het schilderij van Claude Monet uit 1876 doet vermoeden, was dit project in dat jaar nog niet gerealiseerd. In zijn kleurrijke impressie van de tuinen naast het gespaarde Pavillion de Flore houdt hij het tijdens de opstand van de Commune verbrande paleis zorgvuldig buiten beeld.

Claude Monet, De Tuilerieën, 1876. Doek 54 x 73 cm. Musée Marmottan Monet, Parijs.

De politieke voorkeuren van de impressionisten lopen uiteen, maar ze voelen zich verbonden door het gezamenlijk doel van nationale eenheid. Renoir en Degas waren in het rechts conservatieve kamp te vinden, Pissarro hing links-anarchistische idealen aan, maar hun frisse impressies getuigen van een gedeelde positieve kijk op de toekomst. Met dat doel wordt 30 juni in 1878 uitgeroepen tot een feestdag. De wereldtentoonstelling die in dat jaar wordt georganiseerd ademt dezelfde vooruitgangsgedachte. Met een impressie van honderden wapperende vlaggen brengt Monet het nieuwe elan en de feestvreugde in beeld!

Monet, De Rue Montorgueil in Parijs. Viering van 30 juni 1878. Doek 81 x 50 cm. Musee d’Orsay, Parijs
Charles Marville, Vespasienne (urinoir), Pont d’Arcole Parijs 1858-1871 Albuminedruk, Musée Carnavalet, Paris

Voorbeelden van de technologische voortuitgang die de industriële revolutie voortbracht zie je eveneens terug in de schilderijen van die tijd.  Voor de afzet van machinaal gemaakte producten werd voor het eerst op grootschalige wijze reclame gemaakt. Affiches die voorheen op muren werden aangebracht, worden nu op urinoirs en speciaal ontworpen reclamezuilen geplakt. Dit laatste als courtesy voor de dames die niet bij de pissoirs hoefden stil te staan om de reclameboodschappen voor parfumerieën te lezen. Met de renovatie van de stad werd winkelen een nieuwe vorm van vrijetijdsbesteding.

De zojuist aangelegde parken boden een nieuwe vorm van vrijetijdsbesteding. Manet geeft een leuke impressie van een groep Parijzenaren tijdens een partijtje croquet.

 

Mary Cassat, Herfst, portret van Lydia Cassat, 1880. Doek 93 x 66 cm. Petit Pales, Musee des beaux-Arts de la Ville de Paris.

Vrouwelijke kunstenaars en elegante Parisiennes
In de expositie is ook aandacht voor vrouwen. Vrouwelijke kunstenaars werden destijds niet toegelaten op de Academie. Tegenwoordig is dat ondenkbaar, maar even alleen een cafe bezoeken was not done!  Toch bliezen ze hun partijtje, gewapend met de female gaze, op schilderkunstig gebied volmondig mee!

Berthe Morisot schetste vrouwen en kinderen tijdens een picknick. Mary Cassatt portretteerde haar zus Lydia bij een bezoek aan het theater. In een andere impressie gaf zij haar weer terwijl ze tijdens een herfstwandeling even op een bankje zit te genieten. Niet veel later is ze dood.

In die dagen ontwikkelde Parijs een toonaangevende rol op het gebied van damesmode. In de grote zaal zie je voorbeelden van de later spreekwoordelijk geworden elegante vrouw: de Parisienne!

In 1882 schetste Manet het portret van ‘Jeanne’ als personificatie van het voorjaar. De afbeelding wordt getoond naast een editie de Petit Courrier des dames uit 1867 met de nieuwste modesnufjes. Het onderwerp wordt geïllustreerd met twee hypermoderne dames in hoepelrokken, die op het punt staan om in de trein te stappen.

Modes de Paris, Modeprent uit Petit Courrier des Dames, 1867. Staalgravure 29 x 20 cm.
Kunstmuseum Den Haag

Modieuze japonnen waren nodig voor soirées en het bezoeken van het theater en de opera. Een foto geeft een impressie van de nog in aanbouw zijnde Opera .  

Louis-Émile Durendelle, Bouwplaats van de Opéra Garnier, zijkant, Albumineprint, Bibliothèque National de France

Pisarro was onder de indruk van de nieuwe Opera en vond daarbij inspiratie. Een boom in herfsttooi fungeert als repoussoir voor zijn vluchtige impressie van de Avenue de l’Opera in 1898.

Gaf Pissarro een impressie van de buitenkant; Edgar Degas was veelvuldig binnen te vinden Zittend in de coulissen schetste hij vanuit een ongebruikelijke invalshoek, een close-up geschetste pastel van drie danseressen.

Edgar Degas, Drie danseressen, ca. 1903. Pastel op papier 94 x 81 cm.
Fondation Beyeler, Riehen/Bazel, Beyeler Collectie

Verrassend zijn Degas momentopnames waarin hij theaterbezoeksters met een toneelkijker betrapt. Probeerden ze beter zicht te krijgen op de voorstelling of bespiedden ze een interessant personage in een andere loge? Dit onderwerp werd door zijn leerling Mary Cassatt eveneens ter hand genomen.

Mary Cassatt, In het theater, ca. 1880. Litho 45 x 31 cn. Van Gogh Museum

Het ogenschijnlijk mooie, mondaine theaterleven had een keerzijde. Achter de schermen van het uit marmer opgetrokken, met goud vergulde decoraties gesierde operagebouw was veel mis. De opera bood weliswaar een podium aan arme meisjes, kinderen soms nog, maar zij vielen niet zelden ten prooi aan uitbuiting en gedwongen sekswerk, aldus de samenstellers van de tentoonstelling.

Naast een chique garderobe met uitgaanskleding, was ook kleding voor sportieve activiteiten te koop. Auguste Renoir portretteerde Madame Henriette Darras in ruiterkostuum. 

Auguste Renoir, Portret van Madame Henriette Darras, ca.  1868. Doek 48 x 40 cm. Musee d’Orsay

De voor die tijd gewaagde stoere outfit wordt versterkt door de zelfverzekerde blik die zij de beschouwer vanachter haar voile toewerpt. Sportieve parisiennes als Madame Darras waren regelmatig in het Bois de Boulogne te vinden. Vrouwen van stand die destijds nog geketend waren aan conventies, mochten hier zonder chaperonne paardrijden.

Het in kunstwerken geschetste tijdsbeeld wordt met geschreven bronnen, foto’s en affiches gecompleteerd. Je ziet interessante spotprenten van de al genoemde Daumier en foto’s van de fotograaf en ballonvaarder Felix Nadar, die de op de Salon geweigerde impressionisten in 1874 zijn studie een podium voor hun tentoonstelling bood.

Honore Daumier, Nadar verheft de fotografie tot het hoogtepunt van kunst, 1862. Uit Le Boulevard, lithografie 27 x 22 cm. Bibliothèque Nationale de France, Parijs

Naast stadsgezichten en portretten ontdekten Bazille, Manet en Renoir in figuren aan de zelfkant van de samenleving een nieuwe inspiratiebron, zoals voddenrapers, vagebonden en circusartiesten. Bekend voorbeeld is de Clown van Renoir. In de expositie zie je ook Italiaanse straatzangeres door Frederic Bazille, die in 1871 zou sneuvelen tijdens de Frans-Duitse oorlog. Toen Monet, die de oorlog ontvlucht was, terugkwam was de industriële revolutie volop in gang. De gietijzeren overkappingen en de locomotieven die daaronder op stoom kwamen vormende het symbool bij uitstek van de moderne tijd. Ze inspireerden hem tot in stoom gehulde impressies van de Pont de l’Europe Gare St. Lazare uit 1877. Het verhaal gaat dat hij de stokers vroeg om wat extra kolen op het vuur te gooien zodat hij zijn compositie in stoomwolken kon hullen.

Claude Monet, Pont de L’Europe Gare St. Lazare, 1877,

Paul Cézanne, die de geschiedenis is ingegaan als de bruggenbouwer tussen de impressionisten en de kubisten, vond in zijn jonge jaren eveneens inspiratie in het nieuwe Parijs. Van zijn hand zie je een vingeroefening, waarin hij Arman Guillaumin de Bercy’s, Quai d Guercy met havenarbeiders kopieert.    

Paul Cézanne, Quai de Bercy in Parijs, ca. 1875-1876. Doek 60 x 73 cm. Hamburger Kunsthalle

In een van de laatste zalen kom ik in Monets La Grenouillère uit 1869 de print op mijn jas tegen. De impressie van het kikkereilandje waar Parijzenaren in hun vrije tijd vertier zochten, inspireerde modeontwerpers Lizzy & Co tot de creatie waarin ook ik mij even een Parisienne waan.

Claude Monet, La Grenouillère, 1869. Doek 75 x 100 cm. The Metropolitan Museum of Art, New York.

Het bovenstaande is slechts een impressie van deze belangwekkende expositie, waarin voor het eerst het complete verhaal van de impressionisten en hun tijd verteld wordt.

Literatuur:

F. van Dijke, Nieuw Parijs: van Monet tot Morisot. Kunstmuseum Den Haag, 2024.

Link naar tentoonstelling Nieuw Parijs in het Kunstmuseum Den Haag.

Link naar mijn bespreking van de tentoonstelling Vive l’Impressionnisme.

Geverifieerd door MonsterInsights