Meesterwerken uit Le Havre.  Tot en met 13 september in Singer Laren

Othon Friesz, De oude haven van Le Havre bij avond, 1903. Doek 81 x 100 cm.  MuMa, Le Havre. 

Alweer impressionisten ! Eerder zagen we in Singer Laren de Laatste impressionisten (met Henri Le Sidaner en Emile Claus) en Frisse Wind (Duits en Deens impressionisme). En met Vive l’Impressionnisme memoreerde het Van Gogh Museum vorig jaar ook al de ‘uitvinding’ van de stroming. Nou ja, uitvinding…

In 1872 gaf Claude Monet met enkele losse penseelstreken een ongebruikelijke impressie van Le Havre bij zonsopkomst. Vandaag zijn de vlot gepenseelde laat negentiende-eeuwse modernisten populair, maar in 1874 wist het publiek niet wat het zag! Het schetsmatige in de complementaire kleuren oranje en blauw opgezette werk, deed een groot beroep op het voorstellingsvermogen. Het licht van de opkomende zon was met wat grove oranje toetsen aangeduid; het kabbelende water met enkele likken donkerblauwe verf. Water, land en lucht gaan haast onmerkbaar in elkaar over. Gevraagd naar de titel van het schilderij zou Monet geantwoord hebben: noem het maar Impression soleil Levant

Kunstcriticus Louis Leroy bestempelde de schilderijen van Monet en zijn geestverwanten daarna als het werk van de impressionisten. Dat was niet als compliment bedoeld, maar de kunstenaars adopteerden het affront als geuzennaam! 

Monets overbekende doek uit Musée Marmottan ontbreekt, maar zijn door de ochtendzon beschenen sneeuwlandschap roept een soortgelijke sfeer op.

Claude Monet, Soleil d’hiver, Lavacourt (Winterzon, Lavacourt), winter 1879-1880, olieverf op doek, 55 x 81 cm, MuMa Le Havre, legaat Charles-Auguste Marande, 1936

Voegt deze expositie in Laren, anders dan kijkplezier, nog wat toe? Dat je de in de catalogus gesuggereerde zomervakantie aan de westkust van Frankrijk kunt overslaan nu de impressionisten dicht bij huis te zien zijn, gaat misschien wat ver. Een groot deel van de collectie is weliswaar in Laren te zien, maar het Museum van Moderne kunst, het MuMa in Le Havre, dat deze zomer een hommage brengt aan de jonge Monet, heeft nog veel meer in huis. De kleurrijke, vrolijk stemmende expositie in Laren brengt je in zomerse sferen en is zeker de moeite waard. Je ziet behalve impressionisten ook pointillisten, fauvisten en werk van de Nabis.   

Kunststad Le Havre: venster op de wereld
In de late 19e en vroege 20e eeuw was de havenstad aan de monding van de Seine een populaire bestemming voor kunstenaars. Vanuit Parijs was Le Havre goed bereikbaar per spoor en de haven was ook een belangrijke uitvalsbasis naar Engeland en Amerika. Aan de Normandische kust en de oevers van de Seine vonden kunstenaars niet alleen inspiratie in de natuur, maar ook in de daarmee contrasterende industriële omgeving. Daarvan is Alfred Sisley’s impressie van de Seine bij Point-du-Jour uit 1877 een voorbeeld. Sfeervol zijn de atmosferische landschappen, strand- en zeegezichten weergegeven in het typerende, zinderende licht van de kust, dat we ook kennen van de Domburgse schilders. De nuchtere lokale bevolking zag er niets bijzonders aan, maar het is wetenschappelijk bewezen dat de zoutkristallen van verdampt zeewater het maritieme licht een speciale intensiteit geeft.   

Met snelle toets zetten de impressionisten van het eerste uur: Eugène Boudin, Claude Monet, Camille Pisarro en Johan Bartold Jongkind hun momentopnames op het doek. Één wand is gevuld met een reeks ogenschijnlijk hedendaagse kunstwerken. Het zijn echter impressies van weidse luchten uit de serie Grand Ciel, die Boudin tussen 1888-1895 op paneel vastlegde. De wolkenluchten deden me denken aan de meteorologische studies die John Constable ruim 60 jaar eerder maakte en de Rosy Fingered Dawn, waarin Willem de Kooning in 1963 een impressie gaf van de dageraad bij Louse Point. Dit werk uit het Stedelijk zal dit najaar te zien zijn in een overzichtstentoonstelling in het Rijksmuseum. 

Eugène Boudin (1824-1898), Étude de ciel au couchant, ca. 1888-1895, huile sur bois, 27,5 x 21 cm. © MuMa Le Havre / Florian Kleinefenn

Bij moderne kunst wordt meestal aan Parijs gedacht, maar Le Havre had ‘het’ in 1845 al. Er was een Musée- en een École des Beaux Arts, waar kunstenaars als Othon Friesz en Raoul Dufy werden opgeleid. En evenals in Parijs werden ook hier (twee)jaarlijkse Salons gehouden. Met financiële steun boden haven- en fabrieksbaronnen als Charles-Auguste Marande, Olivier Senn en Pieter van der Velde eigentijdse kunstenaars een podium. In 1906 werd bovendien Le Cercle de l’Art Moderne opgericht. Geen exclusief clubje van mecenassen. Ook lokale kunstenaars als Raoul Dufy, Othon Friesz en Georges Bracque hadden zitting in het comité. 

Conservator Suzanne Veldink ziet overeenkomsten tussen Le Havre en Laren. Na de aanleg van de Gooische Stoomtram in 1881 veranderde het eenvoudige schapendorp eveneens in een kunstenaarskolonie. In de ongerepte landelijke omgeving vonden Piet Mondriaan, Jan Sluyters, Leo Gestel, Anton Mauve, Wally Moes en Lou Loeber inspiratie. Le Havre en het nabijgelegen Trouville, Honfleur en Êtretat werden in dezelfde periode ontdekt door de eerdergenoemde impressionisten en hun collega’s Pierre-Auguste Renoir, Raoul Dufy en Henri Matisse. 

Het allereerste impressionistische schilderij.
Monet wordt vaak gezien als de vader van het impressionisme, maar eigenlijk was hij een dwerg die stond op de schouders van voorgangers. Lang voor Monets Impression Soleil Levant ontstond, schilderde Joseph Mallord William Turner rond 1832 diverse impressies van de zonsondergang in Le Havre. Daarover lees je meer in de catalogus. 

Turner stak het Kanaal meer dan eens over naar het continent. Met zijn in Le Havre geschilderde atmosferische doeken, wordt hij als de voorloper van de impressionisten beschouwd. In Turners impressies van zonlicht op water herken je in één oogopslag Monets inspiratiebron. Op hun beurt staken Pisarro en Monet het Kanaal over. Van die periode dateren Monets talrijke op Turner geïnspireerde impressies van de Houses of Parliament bij zonsondergang.    

Joseph Mallard William Turner, Sunset, watercolor en gouache op papier, 1830, 30 x 22 cm

Camille Corot en Eugène Boudin speelden eveneens een belangrijke rol in Monets artistieke ontwikkeling. Hun advies om en plein-air te gaan werken wordt in de tentoonstelling geïllustreerd met een uitvergrote foto van Boudin werkend op het strand van Le Havre. Aan de oevers van de Seine keek Monet de losse toets af van Johan Barthold Jongkind. De Nederlander plaveide de weg naar het impressionisme. Jongkinds rol is geen verzinsel van kunsthistorici: Monet zei het zelf: 

        …C’est a lui [Jongkind] que je doit l’éducation de mon oeil’…

Ook tijdgenoten Camille Pisarro en Camille Corot zijn vertegenwoordigd in Laren. Van Corot zie je een eenvoudig zeegezicht, waargenomen vanaf de kliffen bij Le Havre. Interessanter zijn de in opdracht geschilderde havengezichten van Pisarro. Het ging hem vooral om de atmosferische impressies, maar details als een loskraan, elektrische verlichting, een tram, urinoir en wandelaars die een kijkje kwamen nemen verlenen deze werken een documentaire waarde.  

Camille Pisarro, L’Anse des Pilotes, Le Havre, matin, soleil, marée montante  Le Havre, 1903. Doek 54 x 65 cm.  

Kort voor Pisarro’s dood in 1903 werden twee doeken uit deze reeks voor 4.000 francs aangekocht door het Musée des Beaux Arts du Havre. Rond die tijd werd de collectie ook verrijkt met Monets Kliffen bij Varengeville, de Parlementsgebouwen van Londen 1903 en de Nympheas uit 1904. De catalogus geeft informatie over het vooruitstrevende aankoopbeleid van het museum. 

In de tentoonstelling wordt ook werk getoond van de tweede generatie impressionisten als Othon Friesz, Maxime Maufra en Henry Moret.
Voortbouwend op de impressionistische erfenis van hun voorgangers, voegden zij een persoonlijke toets aan hun werk toe. In zijn duidelijk op Monet geïnspireerde La Baie de Lampaul uit 1901 hanteerde Henry Moret (1856-1913) een gedurfd, onnatuurlijk palet. Het impressionistische erfgoed inspireerde (Emile) Othon Friesz in 1903 tot het schilderen van een spannende nocturne. Het in paarsblauwe tinten geschilderde Oude dok van Le Havre roept een verstilde, mysterieuze sfeer op. Als je goed luistert kun je het klotsen van het water tegen de kade horen. In zijn Maison La Ciotat laat hij zich in 1907 van een andere, bijzonder kleurrijke kant zien.   

Verstilling is ver te zoeken in Frits Thaulows (1847-1906) dynamische impressie Le Vapeur Transatlantique uit 1898De Noorse schilder, die ook te zien was in de tentoonstelling Frisse Wind, vormde via zijn zwager Paul Gauguin, een belangrijke schakel tussen de Franse modernisten en de Scandinavische impressionisten. Maxime Maufra nam hetzelfde onderwerp ter hand. In zijn Transatlantique sortant du port uit 1905 kiest de stoomboot het ruime sop in rustiger vaarwater. 

Frits Thaulow Le Vapeur transatlantique, 1898, doek 55 x 81 cm. MuMa Le Havre

Op zoek naar het zuidelijke licht 
Moderne kunstenaars lieten zich graag uitdagen door de steeds wisselende lichtgesteldheden. Henri Matisse werd op Corsica betoverd door het licht: ‘alles schittert, alles is kleur, alles is licht’. In zijn Rue dans le Midi uit 1919 gaat het niet zozeer om de weergave van de straat, maar om het licht. Dat laatste geldt nog meer voor Henri Edmond Cross (1856-1910) zinderende impressie van Plage de la Vignasse, dat hij in navolging van Georges Seurat in kleine gestippelde toetsjes neerzette. Door de elementaire kleuren rood, blauw en geel te combineren met de complementaire kleuren oranje, violet en groen creëert hij een heerlijke impressie van de zomerse duinrand.

Henri-Edmond Cross, La Plage de la Vignasse (Het strand van La Vignasse), ca. 1891-1892, olieverf op doek,
65,5 x 92,2 cm, MuMa Le Havre, collectie Olivier Senn, schenking Hélène Senn-Foulds, 2004

Andere kunstenaars ontdekten ook de pittoreske mediterrane havenplaatsen La Ciotat ten oosten van Marseille en Collioure nabij de Spaanse grens. In zijn monumentale Collioure, retour de Peche geeft Jac Martin-Ferrières een impressie van vissers die terugkeren na de vangst. 

Paul Gauguin zocht het verder van huis. Hij verliet zijn vrouw en 5 kinderen en ging scheep naar Panama en later vestigde hij zich op Tahiti. Van zijn hand zie je een sfeervolle, exotische impressie van het in nevelen gehulde vulkanische eiland Moorea.

Paul Gauguin, Paysage de te Vaa, 1896. Doek, 46 x 74 cm. MuMa Le Havre, legaat Charles-Auguste Marande

Behalve het felle, onnatuurlijke kleurgebruik, dat hen de bijnaam le Fauves bezorgde [wilde dieren], speelt ook licht een belangrijke rol bij  Albert Marquet, Henri Matisse en Henri Manguin. Dat geldt ook voor de symbolisten en de Nabis, die zich tijdens het fin de siècle afzetten tegen de impressionisten. De Nabis, Hebreeuws voor Profeten, wilden meer dan een vluchtige momentopname. Met grote kleurvlakken brengen zij hun persoonlijke gevoelens en het ‘ongeziene achter de zichtbare werkelijkheid’ in een enigszins naïeve stijl tot uitdrukking. Paul Serusier, Maurice Denis, Pierre Bonnard en Ker-Xavier Roussel beschouwden Paul Gauguin als hun profeet van de moderne kunst. 

De diepgang die zij zochten wordt mooi verbeeld in het paneel Silhouetten voor de dageraad van Lucien-Hector Monod (1867-1957). Op haar klompen staat een Franse Kniertje in alle vroegte bij de haven op de uitkijk. Wellicht ingegeven door actuele  hittegolf is La Valse van Félix Vallotton mijn absolute favoriet. Een bijzonder originele impressie van verschillende gelukzalig zwierende schaatsers op de ijsbaan van het Palais des Glace. Let vooral op de zichtbaar genietende kunstrijdster, wier gezicht nog net binnen het beeld valt. 

Félix Vallotton, La Valse (De wals), 1893.Olieverf op doek, 61 x 50 cm
MuMa Le Havre, collectie Olivier Senn

De eerdergenoemde kunstverzamelaars van Le Havre hadden ook een fijne neus voor tekeningen en gouaches. Ze kochten werk van Edgar Dégas, Odilon Redon en Armand Guillaumin. In de aan werken op papier gewijde zaal valt een portret door Edouard Vuillard (1868-1940) op. De schilder legde niet alleen de gestalte van zijn op de rug geziene handwerkende moeder vast, maar ook haar spiegelbeeld op het raam. Het portret dat een liefdevolle, huiselijke sfeer ademt spreekt boekdelen. Op zijn 60e woonde Vuillard nog bij moeder thuis.  

Édouard Vuillard, Au Coin de la fenêtre, 1915. Pastelkrijt op papier, 70 x 54 cm.
MuMa Le Havre, legaat Charles-Auguste Marande, 1936

Vrouwelijke kunstenaars
aar Veel is het niet, maar met drie werken besteedt de tentoonstelling ook aandacht aan  vrouwelijke kunstenaars. Marie Bracquemont, Marie Droppe en Berthe Morisot, die vertegenwoordigd is met een portret van haar dochter Julie. Inmiddels zijn we gewend aan de quasi onvoltooide stijl van de impressionisten, maar destijds oogstte dit aspect veel kritiek. Tot dan toe was het ondenkbaar om het doek, zoals in Julie’s jurkje, onbeschilderd te laten. Het publiek dacht dat het nog niet af was, dit non-finito was een bewuste artistieke keuze. Morisot keek deze kunstgreep af van Paul Cézanne, die daar rond 1885 in een van zijn versies van de Monte Sainte Victoire mee was begonnen. Ook de manier waarop Morisot het kindergezichtje veeleer suggereert dan portretteert was in die tijd bepaald ongebruikelijk!

Berthe Morisot, Filette à la poupée (Meisje met pop/ De dochter van de kunstenaar, Julie Manet), 1883, olieverf op doek, 73 x 70 cm, particuliere collectie, ©Adriaan van Dam

Zoon van Le Havre 
De expositie eindigt met een hommage aan Raoul Dufy, de schilder die op zijn beurt de loftrompet steekt over zijn geboortestad. Experimenterend met licht en kleur vormden de zee en de haven een onuitputtelijke inspiratiebron voor Dufy.  

Behalve in een gedempt palet geschilderde havengezichten en -heel mooi- de empathisch weergegeven havenarbeiders, die na een lange werkdag huiswaarts keren zie je ook veel heldere kleuren, zoals in het doek met een vrolijk gepavoiseerde zeilboot. Enigszins raadselachtig is het doek met een Baadster in Le Havre, waarin hij onder andere het Casino op speelse wijze verwerkte. Leuk is de op een kindertekening gelijkende impressie van een maritiem feest. 

1. Raoul Dufy, Baigneuse au Havre (Baadster in Le Havre), ca. 1935 Olieverf op doek, 65 x 54 cm|MuMa Le Havre, legaat Eugénie Brisson, 1963 2. Raoul Dufy, Fête maritime et visite officielle au Havre, ca. 1915

Het sluitstuk vormt een naar Dufy’s ontwerp geweven wandkleed met een voor de haven geposteerde op Botticelli’s Venus geïnspireerde godin. De scène wordt verlevendigd met een stoomboot die onder een stortbui binnen komt en figuurtjes met paraplus op de kade.  

Raoul Dufy en Louis Carré, Amphitrite à Sainte-Adresse (Amphitrite in Sainte-Adresse),1949
Tapijt, 133 x 295 cm, MuMa Le Havre,

Het bovenstaande geeft slechts een impressie; ga deze expositie vooral met eigen ogen zien. Dat kan tot en met 16 augustus.

Verder lezen:

Michaël Debris, Renoir, Monet, Dufy, Matisse: Meesterwerken uit Le Havre. Tentoonstellingscatalogus Singer Laren, 2026.

Link: Singer Laren

Geverifieerd door MonsterInsights