Rome revisited; een rondgang langs de kunstverzamelingen van aristocratische families.

Niet voor de eerste keer bezocht ik Rome. Na het zien van de tentoonstelling over keizer Domitianus móest ik terug maar al voor vertrek kreeg ik het benauwd. Beter dan Willemijn van Dijk deze gesteldheid door de Italiaanse prinses laat verwoorden in haar gelijknamige roman kan ik het niet zeggen:” … Toen ze zelf door Rome dwaalde werd ze vooral betoverd door de terloopse schoonheid van de stad…..maar nu ineens drukte het op haar, al die cultuur en geschiedenis. Achter ieder stukje marmer …. ging weer een andere, nog oudere steen schuil… De beelden, de stenen, de fonteinen en de  koepels die ze eerder bewonderde leken nu wel valluiken… de grond verdween onder haar voeten… “
Daarom een ingetogen selectie die toont dat Rome meer biedt dan oudheden en Vaticaanse musea. Naar de Capitolijnse Musea lieten we ons via het Forum Romanum nog wèl op de toeristenstroom meevoeren, maar in de Galleria Doria Pamphilj, het Palazzo Barberini en het Museo Nazionale Romano belandden we in oases van rust. Zelfs in de populaire, prachtig in het groen gelegen Galleria Borghese kregen we, dankzij vooraf geboekte slottijden, de ruimte. Elders bleken E-tickets in het voorjaar niet nodig, maar hier waren alle kaartjes die dag uitverkocht.

Lido di Ostia als uitvalsbasis bleek voor ons een goede keuze. ’s Morgens zwemmen in de voor Italianen nog veel te koude zee; daarna met bus, trein en metro op pad naar de Città eterna. We hopen dat de ‘mascherina obbligatoria’ haar werk doet, want in het OV zaten we als haringen in een ton, of op z’n Italiaans: sardientjes in een blik. Als je niet in zee wil kun je echter beter in Rome logeren.  

Ostia Antica
Tussen het moderne Ostia en Rome ligt Ostia Antica. In de Oudheid lag deze welvarende havenstad aan de monding (ostium) van de Tiber. Hier losten schepen uit alle windstreken hun handelswaar. Een muurschildering toont hoe graan uit Egypte aan boord wordt gebracht. In de loop van de tijd verzandde de haven. De Tiber nam een andere loop en na een malaria uitbraak veranderde Ostia in de 4e eeuw in een spookstad en daarna in een bouwmarkt.

Romeins theater Ostia Antica foto: Marina Marijnen

In het uitgestrekte archeologische park was het voor Romeinse begrippen niet druk. Behalve wat toeristen zagen en hoorden we veel scholieren. Enthousiaste docenten trachtten hun liefde voor de (resten van) de klassieke oudheid op hun pupillen over te brengen, maar de selfies leken het toch te winnen van de aandacht voor de oudheden. Tja, al die muurresten, wat moet je ermee?

‘ci vuole un pò di fantasia’…. hoorde ik een van de begeleiders zeggen. In de reisgids lees ik het ook: met een beetje verbeeldingskracht kun je het geratel van de karren op het plaveisel en het geschreeuw van de voerlieden horen. En…als je goed je best doet, zie je in de decumanus maximus, de hoofdstraat, wellicht ook nog de in toga’s gehulde burgers en zich voort haastende slaven en slavinnen.

Het theater, de pakhuizen uit de Republikeinse tijd, de vloermozaïeken in de Thermen van Neptunus en in de handelskantoren aan het Piazza delle Corporazioni (plein van de gilden) helpen de fantasie een handje. Met voorstellingen van schepen en de goederen die ze vervoerden, zoals een olifant!
Hele woonblokken van oorspronkelijk wel drie of vier verdiepingen, de zogenoemde insulae, staan ook nog gedeeltelijk overeind. De sociale woningbouw van de Romeinse Oudheid. Je wil niet weten hoe het plebs hier woonde, in ‘appartementen’ die slechts via de woning van de buren bereikbaar waren. Ze mochten hier niet koken, maar onder het huis van Diana bevond zich een zogenoemd thermopolium,

Thermopolium onder het Huis van Diana foto Marina Marijnen

de snackbar van de oudheid compleet met toonbank en een reusachtige amfoor. Een muurschildering prijst de hapjes aan vervaardigd van verse wortelen en perziken. Dit reclamebord zou niet misstaan in de Vega Bar waar wij de volgende dag een smoothie van verse groenten en vruchten lieten samenstellen.

Sporen van keizer Domitianus
In Rome gaan we op zoek naar de man die in mijn meest recente lezing de hoofdrol vervulde: keizer Domitianus (81-96). Bij de uitgang van metrohalte Colosseo worden we met de overrompelende aanblik van het amfitheater van de Flaviërs meteen met hem geconfronteerd. Het stadion waar 50.000 toeschouwers konden genieten van spektakelstukken, executies en niet in de laatste plaats gladiatorengevechten werd in opdracht van keizer Vespasianus (69-79) gebouwd en door zijn zoon Domitianus met een extra verdieping voltooid. Op de begane grond worden de bogen geflankeerd door pilasters in de Dorische stijl. Aan de façade van de tweede en derde verdieping zijn deze voorzien van kapitelen in de Ionische en Korinthische stijl. In een oogopslag zie ik dat de door Domitianus toegevoegde bovenste ring, waarmee extra staanplaatsen werden gecreëerd, eigenlijk detoneert met het van oorsprong harmonieuze ontwerp. De doorsnee toerist heeft hier geen idee van, maar het enorme theater werd als politiek statement in de tuin van de verguisde keizer Nero opgetrokken. Met het aantreden van de ‘soldatenkeizer’ Vespasianus werd Nero letterlijk en figuurlijk onder geschoffeld!

Colosseum 2020 Wikimedia Commons

Voor atletiekwedstrijden en wagenrennen liet Domitianus nog een stadion bouwen. Het bood plaats bood aan wel 30.000 toeschouwers. Onder de tribunes bevonden zich winkels en bordelen, waar bezoekers na een opwindende wedstrijd even konden relaxen. In de vorm van het Piazza Navona, nu beter bekend van Bernini’s Fontana dei quattro Fiumi, is de voormalige renbaan nog duidelijk herkenbaar. Ook in de naam van de kerk Sant’Agnese in Agone weerklinkt het verleden: in ‘agone’ betekent in het strijdperk. De naam van het Piazza Navona is daar een verbastering van.  

Luchtfoto Piazza Navona, waarin de vorm van het oude stadion duidelijk herkenbaar is.

Onder de Flaviërs kwamen ook de boog van Titus, de Templum Pacis en de Templum Gentis Flaviae van de grond, waarover u elders op deze site kunt lezen.

Op de Palatijn, naast de overblijfselen van de bescheidener woningen van keizer Augustus en zijn vrouw Livia, liet Domitianus een enorm woon-werkpaleis bouwen. De glans van de door architect Rabirius ontworpen gebouwen is verdwenen, maar de omvang van het complex, dat vrijwel de hele top van de Palatijn bedekt is nog altijd indrukwekkend; evenals het uitzicht. Dwalend door de schamele resten heb je ook hier wel wat verbeeldingskracht nodig. Het gidsje Roma passato e presente, met transparante impressies van de oorspronkelijke situatie over de afbeeldingen van de ruïnes, helpt daarbij. In haar nieuwe roman Julia beschrijft Rosita Steenbeek een kleurrijke avondvoorstelling met 3 d-projecties op de ruïnes van het Forum Romanum, waarmee de tijd van keizer Augustus tot leven komt. De pracht en praal van de met marmer beklede wanden en vloeren van de keizerlijke vertrekken spraken niet alleen tot de verbeelding van ooggetuigen, maar inspireerden eigentijdse bouwkundig tekenaars tot het maken van reconstructies van Domitianus’ paleis.

Reconstructie van de Domus Flavia, Domitianus’ paleis op de Palatijn 
© AKG Images 301773_Peter Connolly .
Reconstructie triclinium in paleis Domitianus, Rome
© image supplied by and copyright 2021 Learning Sites, Inc.

Voor het verhaal achter de afgebrokkelde muren van het Forum en de Palatijn moet je in het Museo Nazionale Romanum en de Capitolijnse Musea aan het Campidoglio zijn. Hier vind je antieke beelden die sinds de 15e eeuw zijn teruggevonden. Het Campidoglio en het Palazzo Nuovo zijn, geïnspireerd op de bouwstijl van de oude Romeinen, ontworpen door Michelangelo; de uomo universale die zijn talrijke sporen ook elders in de stad, zoals in de Sint Pieter en de Sixtijnse kapel achterliet.

Met oeroude uit het bronzen tijdperk daterende archeologische vondsten tot objecten die recent bovengronds kwamen wordt de geschiedenis van de plek waar Rome gesticht zou zijn door de legendarische koning Romulus in beeld gebracht. Muurresten van de oude tempel van Jupiter zijn in de opstelling achter glas zichtbaar gelaten. Indrukwekkend zijn de vele antieke sculpturen, mozaïeken en wereldberoemde schilderijen die door verschillende Renaissancepausen werden verzameld. Te veel om op te noemen, daarom enkele hoogtepunten.  

Een meer dan levensgroot verguld bronzen hellenistisch beeld van de mythologische krachtpatser Hercules, daterend van de 2e eeuw v. Chr. Een aandoenlijk, realistisch beeld van een dronken oude vrouw. Opdat niemand haar elixer zal afpakken, klemt ze de kruik tegen haar magere borst. Dit beeld is, evenals veel andere, een Romeinse kopie naar een Grieks voorbeeld.

We zien de veel als tuinbeeld gekopieerde Discuswerper en de Capitolijnse Venus, die kuis haar schaamte bedekt. Ook zie ik Bernini’s kop van de Medusa terug, die tijdens de op deze site besproken tentoonstelling Caravaggio en Bernini in 2020 het Rijksmuseum te zien was.

Capitolijnse Venus

In het Palazzo dei Conservatori troont Bernini’s monumentale beeld van Paus Urbanus VIII (1623-1644), die vóór zijn uitverkiezing als Maffeo Barberini door het leven ging. Met zijn in marmer gehouwen levendige, gebiedende handgebaren en de op virtuoze wijze weergegeven plooien in zijn gewaad bereikte Bernini een ongeëvenaard realistisch effect. In de fraai gedrapeerde koorkap verwerkte hij het wapen van de familie Barberini: drie honingbijen. Bij het Palazzo Barberini zien we ze terug. Maffeo Barberini verving de weinig elegante paardenvliegen in het oude familiewapen door nijvere bijen. Voorzien van het devies: Sponte Favos, Aegre Spicula: gaarne geef ik honing, node de angel. 

Bernini paus Urban III Capitolijnse Musea

Wekt dit levensechte in koud marmer vervaardigde 17e eeuwse beeld al bewondering, bij het zien van de antieke bronzen sculpturen val ik stil. Onvoorstelbaar dat de Spinario, een volkomen gaaf ogende naakte jongen die een doorn uit zijn voet peutert, in de 1e eeuw van onze jaartelling werd samengesteld uit oudere hellenistische onderdelen. Nog ouder is het bronzen beeld van de uit de 5e eeuw v. Chr. daterende Capitolijnse wolf met de overigens pas later toegevoegde tweeling Romulus en Remus. Indrukwekkend ook zijn de kolossale onderdelen van een uiteengevallen monumentaal beeld van keizer Constantijn.

Spinario , brons, eerste eeuw bc Capitolijns museum Palazzo dei Conservatore

Het absolute hoogtepunt in de Capitolijnse collectie vormt het unieke uit de Oudheid daterende ruiterstandbeeld van keizer Marcus Aurelius (161-180); het enige dat is ontkomen aan de smeltoven. De verhouding man en paard klopt niet helemaal, maar een kniesoor die daar op let. De imposante kop van de keizer die als filosoof de geschiedenis is ingegaan, is evenals het hoofd van het paard van een prachtig patina voorzien.

Ruiterstandbeeld van Marcus Aurelius, brons, Palazzo dei Conservatori

Bij het zien van zoveel vakmanschap rijst de vraag: hoe déden ze het? Bij een volkomen gaaf bewaard levensgroot Grieks-Hellenistische beeld van een rustende bokser (1e eeuw v. Chr.) in het Museo Nazionale Romano lees ik de volgende dag het antwoord. Zijn prachtige gespierde lichaam, de ooit gebroken neus en talloze littekens op gezicht en lichaam, verraden zijn beroep. De lippen en de tepels van de bokser zijn met koper geaccentueerd, alsook de bloeddruppels en de wonden. Het realisme wordt nog versterkt door de houding van zijn hoofd: hij lijkt even op te kijken om te luisteren naar hetgeen een denkbeeldig persoon tegen hem zegt.  

De bronzen beelden werden met de zogenoemde cire-perdue methode in onderdelen vervaardigd. Even kort door de bocht: een in was gemodelleerde figuur of delen daarvan, werd met een laag klei omkleed, waarna de was werd gesmolten. In de aldus ontstane mal werd het brons -een legering van koper, tin en lood- gegoten.

Grieks-Hellenistische beeld van een rustende bokser (1e eeuw v. Chr.) in het Museo Nazionale Romano Foto: Marina Marijnen

De collectie van de Capitolijnse musea telt ook een groot aantal schilderijen. Niet alleen van bekende Italiaanse, maar ook Hollandse en Vlaamse meesters. Tijdens zijn verblijf in Italië gaf Pieter Paul Rubens (1577-1640) een in mijn ogen geestige impressie van de mythische tweeling Romulus en Remus, weergegeven als twee hoogblonde Rubensiaanse putti!

Pieter Paul rubens Romulus en Remus 1612

Caravaggio Johannes de Doper in de woestijn, 1602, Capitolijnse Musea

Overal in de stad, kom je werken van die andere Michelangelo tegen, beter bekend als Caravaggio. Zijn betoverende Waarzegster uit 1595 en de sensuele Johannes de Doper uit 1602 worden in een mini expositie in dialoog gepresenteerd met werk van Zurbaran en Velazquez uit het Saint Louis Art Museum. Dankzij een 3-D print en een tekstbord in braïlle kunnen blinden en slechtzienden deze eveneens ervaren. 

In het Palazzo Massimo, een van de vier locaties van het Museo Nazionale Romano, worden eveneens honderden antieke beelden getoond: anonieme voorouderportretten en identificeerbare keizersportretten en hun echtgenotes. De zorgvuldig in marmer gebeitelde kapsels geven een indruk van de wisselende haarstijlen in die tijd. Ineens stond ik oog in oog met de Flavische keizers over wie ik geïnspireerd op de tentoonstelling Domitianus God op Aarde gesproken en geschreven heb: Vespasianus, Titus en Domitianus. Boven een lege sokkel lees ik dat Domitianus op reis is naar…. Olanda. Eind juli wordt hij terugverwacht in de Italiaanse versie van de tentoonstelling die tot en met eind mei 2023 te zien zal zijn in Palazzo Villa Caffarelli.

Tussen antieke beelden valt een op zijn buik slapende sensuele figuur op. Het blijkt een kopie van de Hermafrodiet van de Griekse beeldhouwer Polycles (2e e. v. Chr.). De dichter Publius Ovidius Naso (1e eeuw) stelde het verhaal van de metamorfose van de mooie zoon van Hermes en Aphrodite op schrift. De goden verhoren de bede van de tot over haar oren verliefde nimf Salmacis en laten haar versmelten met haar geliefde. Wanneer je om het beeld heenloopt zie je aan de voorzijde de tekenen van u mag kiezen: zijn/haar/hun letterlijke tweeslachtigheid.

Palazzo Massimo slapende Hermafrodiet

In het Palazzo Massimo zijn ook muurschilderingen en mozaïeken, uit de diverse publieke Romeinse badhuizen te zien. Behalve badderen konden de bezoekers zich daar ook anderszins ontspannen en ze fungeerden als ontmoetingsplek voor zowel zakelijke als privé afspraken. De van de 4e eeuw daterende Thermen van Diocletianus, de grootste van de Romeinse Oudheid, zijn met een combi ticket van het Museo Nazionale Romano eveneens te bezoeken. Ook hier liet de alleskunner Michelangelo zijn sporen achter. Met het ontwerp van de Basilica van Santa Maria degli Angeli gaf hij een deel van het profane antieke badhuis een nieuwe sacrale functie.

Tuinkamer (fresco) villa Livia foto: Marina Marijnen

De muurschilderingen uit de tuinkamer van de Villa van Livia a Prima Porta vormen een onbetwist hoogtepunt. Bij het betreden van deze zaal stuit ik op een grote groep studenten. Ze luisteren letterlijk en figuurlijk ademloos naar een docent met een zwaar Amerikaans accent. De temperatuur en luchtvochtigheid in de benauwde ruimte doen de kwetsbare schilderingen èn de aanwezigen vast geen goed. Met de opdracht nog eens goed te kijken zijn de studenten gelukkig snel klaar en even later sta ik helemaal alleen in de nagebootste paradijselijk tuin van Livia. Er zitten vogels in de bomen en struiken en in het gras zie ik zelfs een vogelkooi. Ingericht in het souterrain van haar woning op de Palatijn (naast Domitianus latere paleis) wist Livia haar gasten 2000 jaar geleden maar ook huidige bezoekers met dit enorme trompe-l’oeil te verbluffen!

Verderop zie ik nog meer fresco’s met idyllische scènes. Ze sieren een columbarium, dat in 1929 werd ontdekt in het park bij de Villa Doria Pamphilj. (Niet te verwarren met de gelijknamige Galleria, waarover straks meer). Met soortgelijke bouwsels verschaften welgestelde families hun slaven en vrijgelatenen een laatste rustplaats. In de schilderingen zien we de overledenen genieten van een maaltijd of handenklappend dansen. Eindelijk bevrijd van het aardse slavenjuk, gaan ze in het hiernamaals helemaal uit hun dak! Ook hier vraag ik mij af hoe die fresco’s heelhuids in het museum zijn beland. In 1929 werden ze nog via de nu verouderde stacco methode met een deel van de muur losgebeiteld, c.q. gezaagd. Tegenwoordig worden fresco’s middels de zogenoemde strappo techniek van de muur verwijderd. Daartoe wordt de voorstelling op een met lijm bedekte linnen doek, zachtjes met een rubber hamer losgeklopt en op een stevige drager overgebracht, zoals in een youtube fimpje van Museo Benozzo Gozzoli te zien. Een link vindt u onder dit artikel.

Spiegelzaal Galleria Doria Pamphilj Foto: Marina Marijnen

Van dit columbarium uit de Villa Doria Pamphilj neem ik u mee naar de Galleria Doria Pamphilj. Door de toegangspoort aan de Via del Corso bereikt de bezoeker het voor publiek opengestelde stadspaleis. Bij het zien van de in de corridor geparkeerde Ferrari Testa Rossa (van de directeur of een nazaat van de beroemde Genuese generaal Andrea Doria?) zou ik de klok 25 jaar terug willen zetten; wat zou ons zoontje dit leuk hebben gevonden! Eenmaal binnen is deze gedachte snel verdwenen. Niet alleen de wanden van de schitterende bal- en spiegelzaal, maar ook die van de andere vertrekken, zijn van de plinten tot de fraai beschilderde plafonds, volgehangen met schilderijen.

Jan van Scorel, portret van Agatha van Schoonhoven

Het is onbegonnen werk om alles in je op te nemen. Er zijn Italiaanse, Franse en Spaanse meesters. De vier Caravaggio’s in deze collectie kun je moeilijk missen, maar voor de zekerheid wijst een pijl de weg. Na wat huiswerk kijk ik uit naar een klein damesportretje van Jan van Scorel. Op dit paneeltje vereeuwigde hij zijn levensgezellin: Agatha van Schoonhoven. Kijk in de eerste zaal meteen rechts omhoog, want je loopt er zo aan voorbij! Jan van Scorel reisde in 1518 via Italië naar het heilige land. Tijdens de terugreis deed hij in 1522 Rome aan, waar de Nederlandse paus Adriaan VI, aan wie het Catharijneconvent deze zomer een tentoonstelling wijdt, zojuist tot paus was gekozen. Deze stelde van Scorel aan als conservator van de pauselijke collecties met werken van Rafael en Michelangelo. Na Adrianus ontijdige dood, nam Van Scorel de opgedane kennis mee naar huis en introduceerde de Renaissance in de Lage Landen. Nog even terug naar Scorel’s lieflijke damesportretje. Als kanunnik van de Utrechtse Mariakerk diende hij celibatair te leven, maar een geestelijke is ook maar een mens. Agatha schonk hem vier zonen en twee dochters.

In een aparte nis ziet de bezoeker het portret dat Velazquez vervaardigde van de beroemdste bewoner van dit imponerende palazzo: Giovanni Battista Pamphilj (1574-1655). In 1644 werd hij als Innocentius X tot paus gekozen. Van zijn looks moest hij het niet hebben. Tijdgenoten omschrijven zijn uiterlijk als het …’piu difforme di volto che fosse mai nato tra gli uomini’ …het meest misvormde van alle ooit geboren mannen. Toch heeft Velazquez er iets moois van weten te maken. Met een scala aan warme en koele offwhite tinten in de soutane en het welhaast iriserende rozerood van de als een kapmantel op zijn schouders rustende mozetta, ligt een heel palet verscholen. Deze tinten corresponderen niet alleen met het pauselijke hoofddeksel, de solideo, maar ook met het inkarnaat en de lippen van de grimmig kijkende pontifex.   

Velazquez, portret van Paus Innocentius X

We volgen de pijl en bereiken Caravaggio’s onorthodoxe weergave van het aloude thema de Rust op de Vlucht naar Egypte. Het verschil wordt duidelijk wanneer je verderop Annibale Carracci’s weidse Landschap met hetzelfde onderwerp beziet. Caravaggio concentreert zich op de hoofdrolspelers. Terwijl Maria met haar kindje is ingedommeld houdt Jozef de partituur op voor een bevallige engel. Met zijn vioolspel zorgt deze voor een vrolijke noot tijdens de barre voetreis naar Egypte. Verbazingwekkend dat de woest en gevaarlijk levende Caravaggio (zie elders op dit blog) tot zulke lieflijke scènes in staat was. In het ernaast getoonde doek met de Berouwvolle Maria Magdalena zie ik een echo van de tedere Madonna. Het handelsmerk van Caravaggio, sensueel weergegeven jongens, is niet alleen in de engel, maar ook in de enigszins spottende, uitdagende Johannes de Doper, herkenbaar. Even vrees ik te lijden aan het Stendhal syndroom: want dit werk heb ik toch ook al in de Pinacotheek van de Capitolijnse Musea gezien? Het tekstbordje stelt gerust; het betreft hier een tweede, door Caravaggio zelfgeschilderde kopie.

Caravaggio, Rust op de Vlucht naar Egypte 1595-1597

Voor werken van Caravaggio zit je in Rome goed. Al was niet iedereen geporteerd van de onconventionele, soms rauw realistische stijl waarin hij Bijbelse figuren weergaf. Verschillende prinsen en prelaten, gewend aan zoetgevooisde barokke voorstellingen, erkenden dat hij talent had, maar zij betreurden dat hij zijn gave misbruikte. Anderen, onder wie Kardinaal Scipione Borghese (1577-1633) bewonderden hem. Toen hij weer eens in de penarie zat trad de man Gods als zijn beschermheer op.

Bernini Portretbuste Scipione Borghese, 1632, Galleria Borghese

De rijke collectie van de Galleria Borghese, telt maar liefst zeven werken van Caravaggio. Scipione Borghese en zijn oom Camillo verzamelden ook 16e en 17e eeuwse Italiaanse, Vlaamse, Duitse en Hollandse Meesters met klinkende namen als Lucas Cranach, Giovanni Bellini, Sandro Botticelli, Rafael, Guercino, Titiaan, Veronese, Rubens en anderen.  

In een van de eerste zalen zijn de Caravaggio’s te zien: zijn Zelfportret als Bacchus, een Jongen met een Fruitmand, een Heilige Hieronymus, de deerniswekkende David met het hoofd van Goliath en een Johannes de doper met een ram, verwijzend naar het lam Gods dat geofferd zal worden. Hier hangt ook de prachtige, enigszins raadselachtige Madonna dei Palafrenieri, dat hij schilderde voor de kapel van de broederschap van Sant’Anna: de zogenoemde Palafrenieri. Het Christuskind, weergegeven als een doodgewone uit de kluiten gewassen blote jongen, vertrapt samen met zijn moeder een slang, symbool van het kwaad. Wegens het gemis aan decorum werd het doek na korte tijd uit de kapel verwijderd.

Caravaggio, Madonna dei Palafrenieri 1605/1606 Galleria Borghese

Ook voor Bernini had de kardinaal grote bewondering. In de opstelling zijn een groot aantal topstukken van zijn hand te zien, waaronder busteportretten van Camillo en Scipione Borghese. Zij hadden nauwe banden met de kerk. Scipione werd in 1605  tot kardinaal verheven. Dit had hij te danken aan zijn oom Camillo (1550-1621) die in 1605 als Paolo V tot paus werd gekozen.
Indrukwekkender zijn Bernini’s beeldengroepen van Bijbelse en antieke onderwerpen, zoals de Ontvoering van Proserpina (1621-22), de Vlucht van Aeneas, Anchises en Ascanius, een acrobatisch huzarenstukje, waarin Bernini de lichamen kunstig opeenstapelde en de David, die in opperste concentratie op het punt staat de steen richting de reus Goliath te lanceren. De in marmer uitgehouwen figuren lijken er met hun perfect uitgewerkte anatomie en treffend weergegeven fysionomie niet slechts op, maar zij zìjn mensen van vlees en bloed!  De voor Apollo wegvluchtende Daphne spreekt mij het meest aan. In zijn Metamorfosen beschrijft Ovidius dit antieke #metoo verhaal, waarin Daphne door goddelijk ingrijpen gered wordt van de man die haar wil overweldigen. Tijdens een wilde achtervolging verandert zij langzaam in een laurierboom. Bernini gaf het begin van haar transformatie met de groei van kleine bebladerde takjes aan haar vingers subtiel aan. Tegelijkertijd beginnen ook haar welgevormde tenen in kleine boomwortels uit te lopen. Een ongelooflijk poëtische vertelling verbeeld in marmer! 


Bij het zien van nóg een verleidelijk neergevlijde Hermafrodiet in deze collectie ben ik weer even in de war. Dit beeld heb ik gisteren toch ook al gezien? Het blijkt geen vergissing. In het Palazzo Massimo bevindt zich een uit de 2e eeuw na Chr. daterende kopie. En er is er zelfs nog een. Het Louvre-Lens bezit de kopie welke Napoleon als roofkunst meenam uit de collectie van de Borgheses. Die Hermafrodiet rust op een door Bernini vervaardigd marmeren matras.   

Antonio Canova Paolina Borghese Bonaparte als Venus Victrix 1805 – 1808

Sprekend over de Borgheses, Napoleon en op marmeren matrassen liggende figuren kan het portret dat Antonio Canova in de vroege 19e eeuw van Napoleons zuster Pauline Bonaparte vervaardigde niet ongenoemd blijven. Bevrijd uit blank carara marmer poseert de echtgenote van (nog een) Camillo Borghese naakt als Venus Victrix. Onder het matras bevond zich een mechaniek, waarmee de op haar dagbed rustende Française kon ronddraaien!

Maderno / Bernini Palazzo Barberini 1625 – 1629

Tot slot nog een impressie van ons bezoek aan het Palazzo Barberini. Er is veel ten nadele van de Renaissancepausen te zeggen, maar oog voor kunst hadden ze. Voor Maffeo Barberini, de zojuist genoemde latere paus Urbanus VIII, ontwierp architect Carlo Maderno een landelijke villa aan de rand van de stad. Ten gevolge van urbanisatie (…) is deze door Bernini voltooide plattelandsvilla inmiddels ingesloten door latere bebouwing. Ook dit Palazzo herbergt een enorme kunstcollectie met topstukken daterend van de 13e tot de 18e eeuw. Behalve de genoemde kunstenaars ontdek ik ook nieuwe namen. Orazio Gentileschi, Giovanni Baglione, met zijn Sacrale en Profane liefde, Guercino’s Saul en David en vele anderen, waaronder twee enorme doeken van El Greco, met de Aanbidding der herders en de Doop van Christus. En, een beetje een vreemde eend in de bijt, Hans Holbein’s portret van Koning Henry VIII.

Op billboards in de stad hadden we haar al gezien, Rafaels verleidelijke Fornarina de mooie met geheimzinnigheid omgeven geliefde van Rafael. Vermoedelijk gaat achter deze bijnaam de ‘bakkersdochter’ Margherita Luti schuil. Na de ontijdige dood van de schilder zou ze de sluier hebben aangenomen, maar in 1520 kon Rafael haar mooie lichaam, nog niet gehinderd door de monastieke regel van kuisheid, nog onverhuld vereeuwigen.

Raphael Sanzio Fornaria 1520

Ook de Barberini wisten Caravaggio’s rauw realistische, maar soms ook poëtische werk te waarderen, waarvan zijn Narcissus een voorbeeld is. Gestraft voor het afwijzen van de nimf Echo werd Narcissus verliefd op zijn eigen spiegelbeeld. Een beetje eigenliefde kan geen kwaad. Erasmus, elders in deze opstelling aanwezig in een portret door Quinten Matsys, wist al: wie niet van zichzelf houdt, kan niet van anderen houden, maar hopeloos verliefd op jezelf, dat geeft problemen!  

Bijbelse vrouwen in meer of minder deugdzame rollen, vormden in de 16e en 17e eeuw geliefde onderwerpen. Esther, Rebecca, Bathseba en Suzanna, maar ook moordvrouwen als Delila en Salomé. Jaël en Judith onderscheiden zich in dit rijtje. Met het doden van de vijanden van het Joodse volk verwierven zij een heldinnen status. Caravaggio creëerde een gruwelijke scène, waarin de Joodse weduwe Judith, geholpen door haar dienstmeid, Holofernes, de legeraanvoerder van de vijand, op onverschrokken wijze letterlijk een kopje kleiner maakt. Staand voor het enorme doek, doe ik ongemerkt een stap achteruit om geen bloedspetters op mijn zomerjurk te krijgen.

Caravaggio bracht de emoties van de twee vrouwen en hun slachtoffer op onnavolgbare wijze in beeld. Het gelaat van Judith weerspiegelt zowel afkeer als vastberadenheid, dat van de dienstbode een en al concentratie. Klaarstaand met de zak om het hoofd mee naar huis te nemen. Zie ook hoe treffend Caravaggio de agonie van de in doodsnood verkerende Holofernes in beeld heeft gebracht.  

Caravaggio, Judith onthoofdt Holofernes, 1598-1599, Galleria Nazionale d’ Arte Antica, Rome

In de Cornaro kapel van de nabijgelegen Santa Maria della Vittoria staan we even later oog in oog met Bernini’s Extase van de Heilige Theresia. In de tentoonstelling Caravaggio en Bernini was twee jaar geleden de bozzetto te zien, waarin Bernini zijn eerste idee van de in zwijm vallende Spaanse non uit Avila in terracotta had vormgegeven. Het als een wonder beschouwde goddelijke visioen werd waarschijnlijk veroorzaakt door versterving. De non nam alleen nog maar hosties tot zich. Een kleine engel doorboort haar hart, waardoor ze één wordt met haar hemelse bruidegom. Deze mystieke ervaring wordt benadrukt met vanuit de hemel neerdalende gouden stralen. In de loges naast de beeldengroep wisselen leden van de Cornaro familie van gedachten over het wonder waarvan ze getuige zijn. En ik ben even terug in de collegebanken; vanuit een ver verleden resoneert de ondeugende opmerking van een sceptische kunsthistoricus:

’if this is godly ecstasy, I know it very well’…

Bernini De Extase van Theresia 1646 in de Santa Maria della Vittoria kerk in Rome.

Het youtube filmpje waarin het verwijderen en verplaatsen van fresco’s wordt getoond:

Youtube filmpje van Museeo Benozzo Gozzoli:

Ook interessant:

Domitianus God op aarde

Utrecht Caravaggio en Europa

Caravaggio en Bernini

Artemisia Gentileschi: Vrouw en Macht. Rijksmuseum Twenthe, t/m 27 maart 2022.

Artemisia Gentileschi Jaël en Sisera, 1620, Szépmüvészeti Múzeum/ Museum of Fine Arts, Boedapest

In de najaars-tentoonstellingen spelen drie vrouwen een hoofdrol. De bijbelse Maria Magdalena, de 17e eeuwse barokschilderes Artemisia Gentileschi (1593- 1656?) en haar 20e eeuwse Mexicaanse collega Frida Kahlo (…). Hoe verschillend ook, zij hebben een ding gemeen: zij veroverden een plaats in een door mannen gedomineerde wereld.

Frida Kahlo genoot volop publieke belangstelling, maar dat gold tot voor kort niet voor Artemisia Gentileschi. Zij is pas eind vorige eeuw herontdekt. Tot en met 23 januari zijn haar historiestukken en portretten naast werken van tijdgenoten te bewonderen. Orazio Gentileschi, Giovanni Francesco Barbieri (‘Il Guercino’), Giovanni Baglione, Gerard van Honthorst, Matteo Loves en Giuseppe Ribera waren in de tentoonstelling Caravaggio en Europa in 2018 ook te zien. Maar de vanuit feminien oogpunt belangrijkste navolger van Caravaggio, Artemisia Gentileschi, schitterde toen door afwezigheid. Haar Judith onthoofdt Holofernes uit de Uffizi had daar niet misstaan. Tijdgenoten en latere critici konden niet geloven dat dit een creatie van een vrouw was. In dit werk resoneert onmiskenbaar Caravaggio’s gelijknamige werk uit het Palazzo Barberini. Bij het zien van dit werk in de tentoonstelling Rembrandt en Caravaggio deed ik in 2006 automatisch een stap naar achteren!  

Na zijn ontijdige dood bleven de moeder en echtgenote van de groothertog van Toscane Cosimo II tot hun ongenoegen met Artemisia’s doek zitten. Onder uitroepen als …’het is èrger dan Caravaggio en ik kan er niet naar kijken’… zouden zij opdracht hebben gegeven om het werk weg te stoppen in de kelder.


Vormde een #MeToo voorval in Artemisia’s jeugd de aanleiding voor deze hardvochtige afrekening? Mogelijk. De met haar vader bevriende schilder Agostino Tassi had Artemisia als jong meisje met geweld tot de zijne gemaakt. Maar bijbelse heldinnen waren destijds geliefd. Zij figureren veelvuldig in Artemisia’s werk: Suzanna, Bathseba en Maria Magdalena. In het campagnebeeld ontmoeten we nòg een bijbelse heldin. We betrappen Jaël op heterdaad. Nadat zij hem vriendelijk heeft onthaald, berooft zij de Kanaänitische hoofdman Sisera met een welgemikte hamerslag van het leven, waarmee zij een heldenstatus verwerft. Een rondgang door de expositie leert dat er in de 17e eeuw veel meer koppen rolden!

Artemisia Gentileschi Jaël en Sisera, 1620, Szépmüvészeti Múzeum/ Museum of Fine Arts, Boedapest

Ook andere moordscènes waren populair. We zien Gerard van Honthorsts Dood van Seneca. Aan Gerardo della Notte, zoals hij in Rome genoemd werd, ontleende Artemisia het kaarslicht motief. Artemisia bracht de  zelfdoding van de Egyptische koningin Cleopatra meermaals in beeld. De houding en aankleding variëren, maar de gifslang die op het punt staat toe te bijten vormt daarin de constante. Het doek waarin zij Cleopatra, gehuld in een azuurblauwe japon ten voeten uit weergaf, is een absolute blikvanger.

Bij Artemisia’s verbeelding van het apocriefe verhaal van Suzanna en de ouderlingen lijkt de verkrachting uit haar jeugd nog niet vergeten. Terwijl zij niets vermoedend geniet van een verfrissend bad, schrikt Suzanna op van twee mannen die niet veel goeds in de zin hebben. Ouderlingen nog wel, die haar proberen te verleiden. Wanneer ze niet op hun avances ingaat strooien ze het praatje rond dat ze een affaire heeft met een jongeman. Op grond van hun tegenstrijdige verklaringen weet de profeet Daniël hen als bedriegers te ontmaskeren. Zo wordt de kuise Suzanna van steniging gered.
Het trauma uit haar jeugd blijft Artemisia blijkbaar achtervolgen. Na eerdere versies uit 1610 en 1622 neemt Artemisia dit thema in 1652 nogmaals ter hand. In de tentoonstelling zie je ook enkele versies van tijdgenoten.

Geschilderde en getekende autobiografie
Tussen de vele wetenschappelijke publicaties vond ik een in 2019 verschenen graphic novel van Gina Siciliano: I Know what I Am: The Life and Times of Artemisia Gentileschi.  Niet zomaar een strip, maar een op gedegen bronnenonderzoek gebaseerd beeldverhaal, waarin Siciliano de lezer letterlijk en figuurlijk meeneemt naar Artemisia’s tijd. Samen met haar vader Orazio stapt de lezer in 1600 de Contarelli kapel binnen. Het zien van Caravaggio’s Roeping van Mattheus zou zijn leven en dat van zijn dochter en andere kunstenaars voorgoed veranderen!

In het werk van vader en dochter Gentileschi en tijdgenoten zie je vele ontleningen aan dit voor die tijd baanbrekende werk. Anders dan de enigszins verheven beeldtaal voor bijbelse voorstellingen, maakte Caravaggio gebruik van alledaagse, door dramatisch clair-obscur belichte figuren, die hij zonder decorum in een onduidelijk gedefinieerde ruimte.

Gina Siciliano, Schavot voor de Engelenburcht, uit ‘I Know What I Am: The Life and Times of Artemisia Gentileschi’ grahic novel by Gina Siciliano

In Siciliano’s stripverhaal ontdek ik de mogelijke inspiratiebron voor de talrijke 17e eeuwse geschilderde onthoofdingen. Een historisch verantwoorde schets van een publieke executie die in 1599 –het jaar waarin Caravaggio zijn Judith onthoofdt Holofernes schilderde- voor de Engelenburcht in Rome plaats vond.

Goede wijn behoeft geen krans’

Of in Artemisia’s woorden: …’Ik zal u niet langer vervelen met mijn vrouwelijke kletspraatjes: de werken spreken voor zichzelf’, zoals ze schreef aan de kunstverzamelaar Don Antonio Ruffo van wie zij een opdracht hoopte te krijgen.

Artemisia Gentileschi Allegorie op de roem, zelfportret als Clio, ca. 1630-1635 The Bennett Collection of Women Realists, San Antonio

In de halfdonkere eerste zaal staat de bezoeker meteen oog in oog met Artemisia Gentileschi. Niet gehinderd door enige vorm van bescheidenheid portretteerde zij zichzelf in de gedaante van Clio, de Griekse muze van de faam. En bescheidenheid is ook niet nodig: ere wie ere toekomt!  Artemisia is de eerste 17e eeuwse vrouwelijke kunstenaar die indertijd tot ver buiten de eigen landsgrenzen beroemd werd. Haar Zelfportret als Pittura, de personificatie van de schilderkunst, werd door koning Karel I van Engeland aangekocht.

Artemisia Gentileschi Allegorie op de schilderkunst, 1638-1639 Royal Collection, Londen

Aan de wand van de tentoonstellingszalen worden veelzeggende zinsneden uit Artemisia’s brieven, die wonderwel vierhonderd jaar bewaard zijn gebleven, geciteerd. Ze geven een inkijkje in het gevoelsleven van deze vooruitstrevende vrouw en haar inspanningen om zich in een door mannen gedomineerde wereld staande te houden. Hoe deed ze dat? Moest zij zich middels een opgeplakte snor vermommen als man? In deze uitmonstering werd zij door de in Rome woonachtige Leonard Bramer op een geinige manier geportretteerd. Ook zonder snor, maar bepaald manmoedig, veroverde zij een plaats in de galerij der grote barokkunstenaars.  

Leonaert Bramer Portret van Artemisia als man met snor, ca. 1620, Koninklijk Musea voor Schone Kunsten van België, Brussel

In de expositie wordt dit portret geflankeerd door de koppen van Dirk van Baburen en Gerard van Honthorst, met wie zij bevriend was. Samen waren ze lid van de Romeinse Accademia dei Lincei; een genootschap waar poëzie, historie en wetenschappen werden beoefend. Ook Simon Vouet, Pierre Dumonstier en Jerome David gaven met portretten van de Italiaanse kunstenares uitdrukking aan hun bewondering voor Artemisia. In zijn gravure naar een verloren gegaan zelfportret van Artemisia lezen we: Invidendum Facilius Quam Imitandum. Haar te benijden is makkelijker dan haar te imiteren!

(Her)Waardering         
Hoewel ze lange tijd in de schaduw van haar vader Orazio Gentileschi en anderen stond genoot Artemisia in de 17e eeuw in binnen en buitenland al bekendheid. In de kunstenaarsbiografiën van Giovanni Baglione (1566-1643) en Joachim von Sandrart (1606-1688) wordt haar naam genoemd. Ze kreeg opdrachten van de groothertog van Toscane, Cosimo II, Michelangelo de Jongere èn Koning Karel I van Engeland. In de late 18e en 19e eeuw raakte ze, door een algemene smaakverandering geleidelijk aan buiten beeld. Het donkere Caravaggeske palet maakte plaats voor heldere gelijkmatig belichte voorstellingen. Ook werd haar werk soms aangezien voor dat van mannelijke tijdgenoten, voor wie ze met haar techniek en overtuigende stofuitdrukking blijkbaar niet onder deed. Haar figuren worden met een dramatisch clair-obscur belicht èn vanuit het perspectief van een vrouw met emotie weergegeven. En dit zonder officiële opleiding!

Omdat vrouwen niet werden toegelaten tot de academie moest Artemisia de kunst afkijken van haar vader en mannen als Caravaggio en Agostino Tassi.

De betrekkelijke onzichtbaarheid van Artemisia en haar weinige vrouwelijke collega’s heeft sinds het einde van de vorige eeuw heel wat pennen in beweging gezet. Op internet kwam ik teksten van feministische kunsthistorici tegen die in de jaren ’80 beweerden dat in H.W. Janson’s gezaghebbende Wereldgeschiedenis van de kunst …’geen enkele vrouwelijke kunstenaar voorkomt’… Toen ik mijn editie erop na sloeg zag ik dat vrouwen weliswaar ver in de minderheid zijn, maar degenen wier naam niet in het zwarte gat van de geschiedenis zijn verdwenen, noemt hij wel degelijk. Aan Artemisia Gentileschi besteedt Janson zelfs evenveel woorden als aan haar beroemde voorganger Caravaggio. En -even terzijde- bij ‘onze eigen’ Judith Leyster (1609-1660) memoreert Janson, het moederschap als voornaamste oorzaak van de afwezigheid van vrouwen. Al zijn er uitzonderingen. Rachel Ruysch zette 10 kinderen op de wereld en liet ook nog een prachtig geschilderd oeuvre na. Artemisia kreeg 5 kinderen, van wie alleen haar dochter Prudenzia de volwassen leeftijd bereikte. Zij leerde haar dochter het schildersvak, maar er zijn geen werken van Prudenzia’s hand bekend.

In de 20e eeuw werd Artemisia door de Italiaanse kunsthistoricus Roberto Longhi uit een lange winterslaap gewekt. In 1916 publiceerde hij zijn biografie Gentileschi padre e figlia. In Longhi’s ogen was Artemisia ’de enige vrouw in Italië die ooit heeft begrepen wat schilderkunst is’… Ook Longhi’s echtgenote Anna Banti, raakte in de ban van Artemisia. In de jaren ’50 publiceerde zij een biografische roman over Artemisia wier leven in 1997 werd verfilmd. En in 2002 verscheen een historische roman door Susan Vreeland. 

Feministische hordenloop 
Ook feministische kunsthistorici kregen oog voor Artemisia. In The Obstacle Race (1979) beschrijft Germaine Greer de hordenloop van vrouwelijke kunstenaars. Artemisia’s Portret van een vaandeldrager in de Pinacotheca van Bologna wekte niet alleen haar belangstelling voor de vergeten kunstenares; het werk bracht ook de overtuiging: … you can do it, girls!…Greers boek markeerde het begin van een blijvende herwaardering van Artemisia Gentileschi.

Tien jaar later deden de Guerilla Girls met een ludieke actie ook een feministische duit in het zakje. Op de stadsbussen van New York lazen voorbijgangers: …’Do women have to be naked to get into the MET?…

Evenredig aan de herwonnen museale aandacht, nam ook de financiële interesse voor Artemisia’s werk toe. In 2018 kocht de Londense National Gallery Artemisia’s Zelfportret als heilige Catharina van Alexandrië (1615-1617) voor 4.7 miljoen dollar. Dat was de ‘wake-upcall’ voor de internationale kunstmarkt. Bij het Franse veilinghuis Arturial werd vorig jaar een Lucretia voor bijna 5 miljoen euro afgehamerd.

Artemisia Gentileschu, Zelfportret als Catharina van Alexandrië, 1616, National Gallery, Londen

Meme Artemisia door MeToo

È vero, È vero, È vero!
Onder tortuur schreeuwde Artemisia deze woorden uit tijdens het proces dat haar vader Orazio in 1612 had aangespannen tegen de man aan wie hij zijn dochter voor perspectieflessen had toevertrouwd maar die dat vertrouwen zo ernstig had beschaamd. Tassi beloofde met haar te trouwen, maar hij kwam zijn trouwbelofte niet na. Dat kon ook niet, want hij was al getrouwd. Artemisia’s vingers werden met een scherp aangetrokken touw gepijnigd en ze werd middels een vaginaal touché, onderworpen aan een vernederend lichamelijk onderzoek. Tassi werd schuldig bevonden en verbannen, maar kon niettemin ongestraft in Rome blijven. Het juridische verslag van dit wellicht vroegst geboekstaafde #MeToo voorval was in 2018 in de Artemisia tentoonstelling in Londen te zien. De #MeToo beweging heeft Artemisia’s portret als meme geadopteerd.

Artemisia Gentileschi personificatie van de Inclinatie, 1615-1616, Casa Buonarroti, Florence

Na een gearrangeerd huwelijk met Pierantonio Stiattesi vertrok Artemisia toen zelf maar naar Florence. Over haar echtgenoot weet de geschiedenis niet veel meer te melden dan dat hij goed was in het opmaken van Artemisia’s geld. In Florence begon haar ster te rijzen. Zij werd -uitzonderlijk voor een vrouw- toegelaten tot de Accademia dell’Arte del Disegno. Ze ontving opdrachten van Cosimo II de’Medici. Via hem openden zich deuren die voor anderen gesloten bleven. Ze raakte bevriend met Galileo Galileï en van Michelangelo de Jongere ontving ze de opdracht voor het schilderen van een Personificatie van de Inclinatie, dat zich nog altijd in Casa Buonarotti bevindt. En ze ontmoet de edelman Francesco di Niccolo Maringhi. Met de vondst van een aantal onthullende brieven kwam deze affaire in 2011 aan het licht.

De personificatie, voor wie Artemisia zelf model stond, laat zich leiden door haar attribuut, een kompas en een ster aan het firmament.  Elementen die zij via haar vriendschap met Galileo Galilei in haar repertoire had opgenomen.

Thema’s
Wandteksten met citaten uit Artemisia’s brieven lichten de thema’s in de tentoonstelling toe. Het thema Vrouw in de Mannenwereld wordt geïllustreerd met de woorden die ze in 1649 schreef aan Don Antonio Ruffo:

Ik denk niet dat u enig verlies zal lijden als u met mij in zee gaat. En u zult de geest van Caesar in de ziel van een vrouw vinden….

Rembrandt, Aristoteles met de buste van Homerus, 1653, Metropolitan Museum of Art

Bij Rembrandtkenners gaat bij het horen van deze naam wellicht een belletje rinkelen. Ja, ook Rembrandt correspondeerde met deze Siciliaanse kunstverzamelaar, voor wie hij het doek Aristoteles met de buste van Homerus schilderde, dat zich thans in het Metropolitan museum in New York bevindt.

Bij Het lichaam van een Vrouw: worden Averardo de’Medici’s woorden aangehaald: …Bij wijze van spreken kun je de zachtheid van haar prachtige huid bijna met je handen voelen….
Bij het thema Getekende Levens ventileert ze haar ongenoegen over de ongelijke financiële behandeling die haar als vrouw ten deel valt. En onder de noemer de Rollen omgedraaid prijst ze zichzelf met aan als: …’een vrouw met een overvloed aan talent, een vrouw die ieder onderwerp elke keer op een andere manier schildert.

Behalve in Florence werkte Artemisia in Genua, Rome, Venetië en Engeland. Tussen 1637-1639 werkte ze met haar vader in Greenwich aan plafondschilderingen in the Queens House die nu in Marlborough House te zien zijn.

Na het Engelse avontuur woonde ze in Napels, waar ze soms samen werkte met Massimo Stanzione en Viviano Codazzi. In de kathedraal van Pozzuoli bevindt zich een Heilige Januarius van haar hand.
In 1656 loopt haar levensspoor dood. Vermoedelijk is zij tijdens de pestepidemie van dat jaar overleden. Na lange tijd onzichtbaar te zijn geweest is Artemisia Gentileschi weer helemaal in the picture. Met de artistieke èn financiële waardering voor haar werk zit het anno 2021 ook wel snor!

Link: Rijksmuseum Twenthe: Artemisia. vrouw en macht

J. Keizer e.a., Artemisia Vrouw en Macht, Rijksmuseum Twenthe, Enschede, 2021.

B. Eberd & L. Helmus, UtrechtCaravaggio en Europa, tentoonstellingscatalogus, Centraal Museum Utrecht, 2018.

G. Siciliano, I Know What I Am: The Life and Times of Artemisia Gentileschi, Fantagraphics Books, Seattle, 2019.   

(Ook in Nederland verkrijgbaar)

Caravaggio-Bernini. Vroege barok in Rome. Rijksmuseum, Amsterdam tot en met 13 september 2020

Gian Lorenzo Bernini, Medusa, Rome, 1638–1640, Rome, Musei Capitolini, Palazzo dei Conservatori

Nederlandse musea die de naam van een beroemde kunstenaar als publiekstrekker ‘ijdel’ gebruiken kregen tot voor kort de volgende kritiek: 

’Voor Velazquez moet je in Madrid zijn, voor Caravaggio in Italië’….

Dit verwijt kun je de samenstellers van de tentoonstelling Caravaggio & Bernini niet maken. Zij zijn respectievelijk met twaalf en dertien werken aanwezig. Van Gian Lorenzo Bernini (1598-1680) is ook nog een zelfportret te zien.

Gelukkig had ik voor sluiting van de musea nog de gelegenheid diverse voorjaarstentoonstellingen te zien, zodat u deze via mijn besprekingen toch kunt bezoeken. In dit stukje neem ik u mee naar de tentoonstelling over de vroege barok in Rome met werk van Caravaggio, Bernini en tijdgenoten. Op de drempel van de 17e eeuw vond in Rome een revolutie op artistiek gebied plaats. Voor het weergeven van Jezus, Maria en katholieke heiligen introduceerde Michelangelo Merisi da Caravaggio (1571-1610) een ongebruikelijke realistische stijl, waarin zij getoond werden als doodgewone mensen. Niet iedereen was gecharmeerd van zijn ongepolijste stijl. Verschillende Romeinse prelaten erkenden Caravaggio’s talent, maar zeiden ze:…’hij misbruikt het!’…Toch vond zijn vormentaal veel navolging. Zoals de bezoekers van de tentoonstelling Utrecht, Caravaggio en Europa uit 2019 zich vast nog herinneren. Fris uw geheugen op met de bespreking in mijn archief.  

In de reeks internationaal georiënteerde duo-exposities, biedt het Rijks na Rembrandt-Velazquez, nu een podium aan Caravaggio, Bernini en tijdgenoten. Schilderijen en sculpturen worden op verrassende wijze gecombineerd. Evenals de figuren van Caravaggio worden ook Bernini’s marmeren portretbustes en grotere sculpturen gekenmerkt door een naturalistische touch, emotie èn nonchalance.

Zaalimpressie Tentoonstelling Caravaggio en Bernini in Het Rijksmuseum, Amsterdam Foto: Olivier Middendorp

Het Italiaanse vormgevers duo Formafantasma heeft rust gebracht in de presentatie van de uiterst beweeglijke, barokke objecten. In de witte museumzalen kozen zij als draagvlak voor de getoonde kunstwerken een daarmee corresponderende- òf contrasterende tint: okergeel, roestbruin, perzik, blauw-grijs en een niet makkelijk te benoemen rose tint. Wanneer ik Simone en Andrea om de exacte kleur vraag denken ze even na om zich er -ze weten het ook niet- lachend van af te maken: just pink!

Toen de katholieke kerk tijdens de voortschrijdende reformatie terrein verloor werden tijdens het Concilie van Trente (1545-1563) maatregelen genomen om het tij te keren. Naast hervormingen binnen de bestaande kerk zagen kerkleiders in de beeldende kunst mogelijkheden om gelovigen voor de moederkerk te behouden en afgedwaalde schapen terug te lokken. Zo ontstond de prachtlievende kunststroming, die als de Barok de geschiedenis is in gegaan; vernoemd naar een grillig gevormde parel: de barocco.

Directeur Taco Dibbits noemt de universele drijfveer achter het ontstaan van barokke kunst: …. emotie

Caravaggio en Bernini voegden aan die soms wat zoetgevooisde vormentaal een aardse component toe. Met een rauw realistische toets trachtte Caravaggio de toeschouwer emotioneel aan te spreken; Bernini deed dat middels zijn naturalistische beeldtaal.

De tentoonstelling trok eerder in het Weense Kunsthistorisches Museum 340.000 bezoekers. Door de Covid-crisis zal dat aantal in Amsterdam nooit bereikt worden. Daar helpt geen lieve Sint Corona meer aan. Deze martelares uit de 2e eeuw wordt op meerdere feestdagen herdacht: 20 februari, 24 april, 14 mei en 18 september. De kans dat één van deze data profetische betekenis zal krijgen voor het einde van deze crisis lijkt te vervliegen….

We beginnen ons virtuele bezoek aan de tentoonstelling met een Italiaans lesje. De expositie is ingericht naar de volgende thema’s:  
Meraviglia & Stupore, Orrore & Terribilità, Amore, Visione, Passione & Compassione, Moto & Azione, Vivacità, Antichità & La gran Maniera greca en Scherzo. Ook zonder kennis van het Italiaans zijn de Engelse equivalenten met gemak herkenbaar.                                                                                          
In de sectie Meraviglia & Stupore wordt ik inderdaad op verbazingwekkende wijze getroffen door Caravaggio’s Narcissus uit 1601.

Michelangelo Merisi da Caravaggio, Narcissus, ca.1600, Gallerie Nazionali d’Arte Antica, Palazzo Barberini, Rome

De manier waarop de schilder dit droevige verhaal uit Ovidius Metamorfosen in beeld brengt is illustratief voor Caravaggio’s vernieuwende realistische stijl. Zonder landschappelijke achtergrond zoomt hij in op de beeldschone jager die, nadat hij haar had afgewezen, door de wraakgodin Nemesis gedoemd is tot eeuwige eigenliefde. Bij het aanschouwen van zijn in het water gereflecteerde gelaat, wordt hij verliefd op zichzelf. Wanneer hij zijn spiegelbeeld tracht te omarmen belandt hij in de koele meren des doods.

In zijn toelichting neemt conservator Frits Scholten zijn gehoor middels een dia even mee naar Caravaggio’s schilderijen in de Contarelli kapel in de San Luigi dei Francesi in Rome, waar de evangelist Mattheus opgeschrikt door de engel, een krukje omver stoot. Dit detail, dat ik voor zelfstudie aanbeveel, werd door de beeldhouwer Mochi met een knappe kunstgreep in marmer overgenomen in diens Annunciatie uit de kathedraal van Orvieto. Een vroeg voorbeeld van het nieuwe realisme dat zich in de eerste helft van de 17e eeuw in Italië manifesteert.  

In de tentoonstelling is te zien dat het niet bleef bij hier en daar een ontlening. Naar het antieke gebruik van emulatio probeerden kunstenaars elkaar op artistiek gebied te evenaren of te overtreffen. De 16e eeuwse kunstenaarsbiograaf Giorgio Vasari memoreert een uit de hand gelopen  voorbeeld tussen de schilders Giovanni Baglione en Caravaggio. In opdracht van kardinaal Benedetto Giustiniani trachtte Baglione met zijn in de expositie aanwezige Amor Sacro e amor profano in 1602 een werk dat Caravaggio voor Benedetto’s broer Vincenzo had geschilderd, te overtreffen. In chiaro-scuro gemodelleerd neemt Baglione de uitdagende houding van Caravaggio’s engel uit diens Amor Vincit Omnia in de Gemäldegalerie Berlijn, over. Naar eigen zeggen beeldde hij de goddelijke liefde uit, terwijl Caravaggio meer doelde op de aardse (volgens sommigen homo erotische) liefde. De gelijkenis met Caravaggio’s werk was overduidelijk en gaf indertijd aanleiding tot spotverzen. Baglione diende een aanklacht in, waarna Caravaggio, die daar een aandeel in had, werd opgepakt.

Giovanni Baglione, Goddelijke en aardse liefde, Rome ca.1602, Staatliche Museen zu Berlin, Gemäldegalerie, Berlijn

Caravaggio was een vernieuwer. De expositie laat zien dat veel tijdgenoten bij hem de kunst afkeken, zoals Guido Reni en Manfredi. In hun bijdragen zijn echo’s van Caravaggio’s sensuele naakte jongelingen te zien, zoals in verschillende door hem geschilderde versies van Johannes de Doper.

Onder de noemer Affetti, doorgaans gebezigd voor positieve gevoelens van genegenheid, worden in de tentoonstelling ook werken met negatieve emoties getoond, zoals Caravaggio’s, Jongen gebeten door een hagedis. Close-up schilderde Caravaggio het van pijn vertrokken gelaat van een aanstellerige jongeling. Geweldig om dit veelvuldig gereproduceerde werk in het echt te zien!

Michelangelo Merisi da Caravaggio, Jongen gebeten door een hagedis ca. 1597-1598, Fondazione di Studi di Soria dell’Arte Roberto Longhi, Florence

Rond het midden van de 17e eeuw experimenteert Bernini ook met soortgelijke geëmotioneerde gelaatsuitdrukkingen, zoals in zijn fantastische kop van een verdoemde, de Anima Dannata, in het Palazzo di Spagna en de vier groteske koppen in de sectie Scherzo. Voor een waarheidsgetrouwe afbeelding van een van pijn vertrokken gelaat, bestudeerde Bernini zijn spiegelbeeld terwijl hij zich opzettelijk aan een paar gloeiende kolen brandde.

Gian Lorenzo Bernini, groteske mannenkop, 1650-1655, Part.coll. Rome

Anders dan de overlevering wil, vervaardigde Bernini deze koppen niet voor de koets van Paus Innocentius X, maar voor zijn eigen rijtuig. Op weg naar de Piazza Navona, waar op 12 juni 1650 zijn Fontana dei quattro fiumi zou worden onthuld, moesten deze kwaaie koppen de voorbijgangers waarschuwen om aan de kant te gaan!

Ook interessant is Bernini’s uit marmer gehouwen kop van de Medusa, dat gekozen werd als campagnebeeld. Anders dan de gebruikelijke afschuwwekkende afbeeldingen van de met een kop vol kronkelende slangen gestrafte (voorheen mooie) Medusa, zoals die van Caravaggio in de Uffizi, wekt Bernini’s droevige Medusa veeleer medelijden.

In de themazaal Orrore & Terribilta wordt het nog erger. Was eerder sprake van de doelstelling de beschouwer emotioneel aan te spreken; de nu getoonde beelden moeten hen schrik aan jagen. De indrukwekkende, gekwelde soms schuldbewuste koppen zijn ook veelal geïnspireerd op  Caravaggio’s voorstellingen van David met het hoofd van Goliath, die ook in de Utrechtse Caravaggio tentoonstelling te zien waren.

Met het thema vivacita gaat de tentoonstelling verder met levensechte geschilderde en gebeeldhouwde portretten. Zoals Francesco Mochi’s, marmeren kop van een Jongeling uit Chicago.

Francesco Mochi, Bust of a Youth (Saint John the Baptist), Chicago (IL) Art Institute of Chicago

Bernini, Scipione Borghese, 1632

Blikvanger in deze ruimte is het bijzonder realistische marmeren busteportret van kardinaal Scipione Borghese, dat ik even aanzag voor een werk van Bernini. Mijn vergissing blijkt niet zo gek: het werk is van Bernini’s tovenaarsleerling Giuliano Finelli, die de kardinaal in zijn versie in de Galleria Borghese op bijna identieke wijze modelleerde. Een goed gelukt geval van emulatio.
Let op de minieme verschillen in details als het plukje haar dat nog net onder de kardinaalsbonnet uitpiept en de bijna tastbare iets opstaande kraag met daaronder de rouches van zijn onderkleed. De levensechtheid wordt nog vergroot door het tijdens het aankleden in kennelijke haast slordig overgeslagen knoopje van zijn soutane!

Giuliano Finelli, Kardinaal Scipione Borghese, 1632, The Metropolitan Museum of Art, dank zij een schenking van Louisa Eldridge McBurney, 1953

Eveneens imponerend is Caravaggio’s Portret van Fra Antonio Martelli (1607-1608), ridder van de orde van Malta. Niet alleen intrigerend wegens het realistische gehalte, maar meer nog wegens het achterliggende verhaal. Nadat Caravaggio Rome in 1605 wegens een moord was ontvlucht belandde hij via Napels op Malta. De grootmeester van de orde Alof de Wignacourt bood de van God losgeraakte schilder niet alleen onderdak en opdrachten, maar liet hem zelfs als lekebroeder toe tot de orde. Even leek het er op dat Caravaggio zijn leven beterde, maar hij verviel in zijn oude fouten en belandde weer achter de tralies. Hij ontsnapt. Achtervolgd door tegenslagen komt hij in 1610 ziek en uitgeput op het strand van Porto Ercole aan zijn einde.

Michelangelo Merisi da Caravaggio, Fra Antonio Martelli ridder in de orde van Malta, Gallerie degli Uffizi, Florence

In betere tijden maakte Caravaggio het portret van de nog maar 28 jarige kardinaal Maffeo Barberini (1568-1644). Barberini kijkt even op van zijn lectuur. Te oordelen naar het formaat daarvan en het fleurige boeketje ernaast vast geen bijbel, maar eerder liefdespoëzie. Hier komen Caravaggio en Bernini even heel dicht bij elkaar.

In Barberini’s opdracht maakte de 19 jarige Gian Lorenzo Bernini, nog werkzaam in het atelier van zijn vader Pietro, een perfect beeld van de heilige Sebastiaan, dat ook in de expositie aanwezig is. Je hoeft geen kunsthistoricus te zijn om in de houding van Sebastiaan Bernini’s inspiratiebron te herkennen. Voor wie het even niet paraat heeft: Michelangelo’s Pieta uit de Sint Pieter, daterend van 1498-99. Kijk straks ook even naar de houding van Christus in de Bewening van Annibale Carracci, die eveneens naar dit voorbeeld gemodelleerd is.

Fantastisch om al deze werken hier in samenhang te zien. Dat geldt ook voor de talrijke close-up geschilderde (zelf)portretten en genrestukken van Caravaggio en zijn navolgers. In Angelo Caroselli’s Zingende man is invloed van Caravaggio’s musicerende figuren ook niet ver weg.

In navolging van Caravaggio’s Luitspeler in de Petersburgse Hermitage schilderden de Utrechtse Caravaggisten eveneens musicerende figuren, zoals Hendrik Terbrugghen’s luitspeelster uit 1627.

Bernini, detail kraag Thomas Baker

Bernini’s Portret van Thomas Baker (1638). Deze Engelsman, die Rome bezocht om Bernini voor een portretbuste van koning Karel I te charteren, liet zichzelf meteen ook even vereeuwigen! De fraai in marmer gebeitelde kanten kraag doet denken aan geschilderde exemplaren van Rembrandt en Anthony van Dyck. De portretkop is op welhaast lachwekkende wijze bekroond met een wat groot uitgevallen pruik!

Gian Lorenzo Bernini, Bust Thomas Baker (1606-1658) Rome 1637-1638, Victoria en Albert Museum, Londen

Tussen alle geschilderde en gebeeldhouwde objecten valt mijn oog op een bijzonder sculptuurtje van de heilige Veronica dat Francesco Mochi rond 1650 maakte. Afgezien van het tekstbordje wijst niets op haar identiteit. Haar attribuut, de zweetdoek waarmee zij tijdens de kruisweg het gezicht van Jezus afwiste, ontbreekt. Althans op het eerste gezicht. Heel geraffineerd graveerde Mochi deze bijzondere reliek, die tot de huidige dag bewaard wordt in de St. Pieter, aan de binnenkant van haar mantel.

Francesco Mochi, St.-Veronica, 1630/31 -1654, Particuliere Collectie, Engeland

Mochi was niet alleen groot in kleine sculpturen, van zijn hand ziet de bezoeker ook een monumentaal Paard in volle draf , waar de Britse paardenschilder George Stubbs, wiens oeuvre tot 1 juni de verstilde zalen van het Mauritshuis siert, nog jaloers op zou zijn.

Zaalimpressie Francesco Mochi, Paard in volle draf, 1616-1617, Galleria Pallavicini, Rome foto: Marina Marijnen

Onder de noemer Visione, waarmee stervelingen een kortstondige blik in de hemel wordt vergund, ziet de bezoeker o.a. Spadarino’s Christus toont zijn wonden, uit 1630. In reactie op het ongeloof van de discipel Thomas, legt Christus, terwijl hij de beschouwer indringend aankijkt, de vinger op de zere plek. Eerst zien dan geloven.  

Hier ook een reeks in mystieke extase verkerende heiligen. In deze staat van opperste vervoering komen zij nòg een stapje dichter bij God, die de sluier van het hemelse paradijs even oplicht. Hun lichaamshoudingen zijn veelal ontleend aan bijvoorbeeld Caravaggio’s Extase van St. Franciscus.

Ook Bernini waagde zich aan de uitbeelding van deze sublieme geestesgesteldheid. Hèt hoogtepunt van Bernini’s kunnen op dit gebied schittert door afwezigheid. Althans…de recensent van de Volkskrant schreef onlangs dat het lastig zou zijn geweest om de Extase van St. Theresia van Avila uit de Romeinse Cornaro kapel los te beitelen, waarna de auteur het thema laat liggen. Kennelijk heeft hij Bernini’s schitterende model, de zogenoemde videmus dat in de tentoonstelling wèl aanwezig is, over het hoofd gezien. Op kleine schaal, met enkele kleine wijzigingen is in Amsterdam te zien hoe Theresia zich met heel haar hart en ziel overgeeft aan de goddelijke extase.

Gian Lorenzo Bernini, De extase van St.-Theresia van Avila, 1647, Staatsmuseum de Hermitage, St.-Petersburg

In mijn recente impressie van de tentoonstelling Allemaal Wonderen in het Catharijne Convent leest u dat de goddelijke extase van Theresia van Avila ook de 16e eeuwse schilder Giuseppe Bazzani en Marina Abramovic inspireerde.

Deze eerste in terracotta uitgedrukte impressie van de opperste emotie van de mystica is een waar kleinood. In dit kleine presentiemodel is reeds alle emotie aanwezig, die Bernini op ware grootte wist over te brengen

Wanneer een kleine engel haar hart en ingewanden met een vurige gouden liefdespijl penetreert, ervaart de Spaanse non de mystieke eenwording met God. Bij het zien van dit werk zit ik weer in de collegebanken en hoor de lang vervlogen ondeugende opmerking van een sceptische kunsthistoricus:

                           …’if this is godly ecstasy, I know it very well’…

In de tentoonstelling ontdek ik nòg een in extase verkerende vrouw, Maria Magdalena, geschilderd door de enige vrouw in dit mannenbolwerk: Artemisia Gentileschi.

Artemisia Gentileschi, De extase van Maria Magdalena 1620-1625 of 1630-1635
Particuliere Collectie

Zij gaf haar niet weer in de hoedanigheid van boetvaardige zondares met vanitassymbolen en evenmin in aardse, zondige vervoering, maar in goddelijke extase. Zo op het oog is er in de weergave van beide vormen van gelukzaligheid weinig verschil. In 1612 voorzag Gentileschi de godin Danaë van eenzelfde gelaatsuitdrukking, terwijl zij de oppergod Zeus, vermomd in een stroom van gouden regen ontvangt.                                
Maria Magdalena heeft haar reputatie als vrouw van lichte zeden niet aan zichzelf te danken, maar aan een foutje van de laat 6e eeuwse Paus Gregorius de Grote. Tijdens een preek verwisselde hij haar met Maria van Bethanië, de door Lucas in hoofdstuk 7: 36 beschreven boetvaardige zondares. Maria Magdalena, afkomstig uit Magdala, wordt in Lucas 8: 2 e.v. genoemd. Zij was een van de vrouwen die het graf van Jezus leeg aantroffen.

Na dit te hebben rechtgezet staan we op weg naar de laatste zaal nog even stil bij het thema Scherzo. Hier zijn o.a. twee lieflijke beeldjes opgesteld, waarmee vader Pietro en zoon Gian Lorenzo Bernini de toon hebben gezet voor een eindeloze reeks al of niet waterspuwende tuinbeeldjes. Min of meer vrije kopieën van een Putto met een draakje en Putto gebeten door een dolfijn. Tijdens een vakantie in Italië ging ik als kind helemaal mee in de bekoring van mijn inmiddels 90-jarige moeder voor een dergelijk beeldje. Het staat, voorzien van een prachtig patina, nog altijd in haar inmiddels verwaarloosde tuin. 

Via het thema Amore, met verbeeldingen van nog meer aardse en hemelse liefde, waaronder een Courtisane van de Utrechtse Caravaggist Hendrick ter Brugghen, belandden we in de laatste zaal bij het thema La Gran Maniera Greca. Hier is een keur aan geschilderde en gebeeldhouwde classicistische werken te bewonderen, die anders dan wel gedacht wordt, nauw verwant zijn aan kunstwerken uit de Barok. Mooi voorbeeld is Nicolas Poussin’s Bacchanaal voor een herme uit 1633, waar saters en nimfen er, onder invloed van wijn lustig op los dansen. Poussin schilderde deze voorstelling nadat hij in Rome marmeren reliëfs met dergelijke voorstellingen op antieke sarcofagen had bestudeerd. Leuk is het beeld van de sater rechts in de achtergrond, waarvan in de expositie enkele soortgenoten van vader en zoon Bernini te zien zijn.

Nicholas Poussin, Bacchanaal voor een herme, 1632-1633, The National Gallery, Londen

Ook Francois du Quesnoy was een groot liefhebber van oudheden. Van zijn hand ziet de bezoeker een reliëf in verguld brons van een slapende Silenus die door bedrijvige putti met rode kleurstof wordt bewerkt.

Francois du Quesnoy, Slapende Silenus met putti, Rubenshuis Antwerpen
Foto: Marina Marijnen

Behalve met dit kleine modello verrast hij de bezoeker met een monumentaal beeld van een dansende bosgod: de zogenoemde Rondinini faun. Niet alleen interessant door het formaat en de uitstraling, maar ook wegens de  ontstaansgeschiedenis. In de 16e en 17e eeuw werden in Rome steeds meer antieke sculpturen opgegraven, die met hun schoonheid en perfecte proporties  kunstenaars als  Michelangelo, Leonardo, Bernini en zijn leerlingen tot eigen creaties inspireerden.

Zo ook Francois du Quesnoy, leerling en huisgenoot van Bernini. In wiens atelier opgegraven antieke beelden met archeologische precisie, bestudeerd en nagemaakt of zo goed als nieuw gerestaureerd werden, zoals deze Rondinini faun.  

Het vervaardigen van een sculptuur naar antiek voorbeeld was voor Bernini’s leerlingen geen probleem. Het portretteren van een levend model vormde een ander verhaal. Het verhaal gaat dat Bernini zijn leerlingen daarom adviseerde om een levend model met meel te bestrooien. Weliswaar werden deze minder herkenbaar, maar hun eigenaardigheden zouden duidelijker worden, waardoor het karakteriseren van de persoon in kwestie zou worden vergemakkelijkt.

Francois du Quesnoy, Rondini faun, 1630-1635, The British Museum, Londen

Deze prachtig gemodelleerde bosgod danst lichtvoetig over een staf, terwijl hij zichzelf met twee zwaaiende (nee, geen lege wijnschalen) cimbalen begeleidt. In opdracht van Alessandro Rondinini slaagde Du Quesnoy erin om van een gehavende archeologische torso weer een complete antieke man te maken. Een in extase geraakte volgeling van de wijngod Bacchus, wiens metgezellen we ook in Poussins Bacchanaal in actie zien.

Als slotakkoord van mijn impressie heb ik Bernini’s terracottamodel van de triton in de Fontana del Moro op het Piazza Navona gekozen. In dit beeld is alle opgedane kennis uit de bestudering van antieke beelden en de anatomie van het mannelijk lichaam samengebald tot een fantastische barokke creatie van atto en mozione, actie en beweging, aangevuld met emotie en bijzonder actueel: inclusie. De triton draagt de naam die de volksmond hem heeft toebedeeld il moro, met trots!

Bibliografie

L. Helmus e.a., Caravaggio en Europa, Centraal Museum Utrecht. 2018.

S. Weppelmann e.a., Caravaggio & Bernini: vroege Barok in Rome, Rijksmuseum Amsterdam. 2020.

Link: Caravaggio-Bernini. Barok in Rome Rijksmuseum Amsterdam

Link: Allemaal wonderen, Museum Catharijneconvent (gesloten)

Link: Hier, Zwart in Rembrandts tijd, Rembrandthuis (gesloten)

Link: George Stubbs – De man, het paard, de obsessie. Mauritshuis Den Haag

Link: Video met tableau vivant schilderijen van Caravaggio (Youtube)

Utrecht Caravaggio en Europa, tot 24 Maart, Centraal Museum Utrecht

Utrecht Caravaggio en Europa
Hendrick Ter Brugghen, Sebastiaan door Irene verzorgd, 1625. Allen Memorial Art Museum, Oberlin, Ohio

In 2006 werd een dubbeltentoonstelling gewijd aan Rembrandt Harmensz van Rijn (1606-1669) èn Michelangelo Merisi da Caravaggio (1571-1610), zoals hij voluit heet. Beide kunstenaars zijn befaamd om hun realistische, dramatisch belichte schildering van mythologische en bijbelse episodes. Het dramatische claire-obscur van Rembrandt was Caravaggio’s specialiteit. De stelling van artistiek directeur Bart Rutten …’zonder Caravaggio geen Rembrandt’  is misschien wat te kort door de bocht, maar het is duidelijk dat Rembrandt  Caravaggio’s vindingen, die hij via het werk van Nederlandse Italië-gangers leerde kennen, toepaste. Rutten benadrukt het belang van deze tentoonstelling; hier ligt de bakermat van de schilderkunst van de Gouden Eeuw.

Rembrandt doet in Utrecht niet mee. De hoofdrolspelers in de tentoonstelling Utrecht, Caravaggio en Europa zijn Gerard van Honthorst (1592-1656), Hendrick ter Brugghen (1588-1629) en Dirck van Baburen (1592/93-1624). Middels de thematische inrichting van de tentoonstelling met hun werk naast dat van Italiaanse en Franse meesters, wordt zichtbaar in hoeverre zij Caravaggio navolgden of door hem èn door elkaar werden geïnspireerd.

Veel jonge kunstenaars uit het noorden maakten in de vroege 17e eeuw een reis naar Italië. Het zuidelijke licht en de grote voorbeelden van de Italiaanse Renaissance gaven de finishing touch aan hun opleiding. De drie uit Utrecht arriveerden tussen 1612 en 1615 in Rome. Sinds het heilig jaar -1600- waren behalve pelgrims ook kunstenaars naar de stad gekomen. Voor de aankleding van nieuwe en gerenoveerde kerken was er werk aan de winkel. Wegens de concurrentie moesten kunstenaars hun best doen om door potentiële opdrachtgevers gezien te worden. Door originaliteit of werkend in een beproefde stijl, zoals die van Caravaggio, waarvan zij wisten dat deze bij de hoge heren in de smaak viel.

Caravaggio had Rome in 1606, voortvluchtig na een moord, moeten verlaten, maar zijn artistieke nalatenschap bleef achter in de collecties van kunstverzamelaars en kerken. Bewonderd door bezoekers van de heilige stad. Zoals Gerard van Honthorst, die in de eerste kerk die hij na aankomst in Rome binnenging, de San Pietro in Montorio, de tekening maakte van Caravaggio’s Kruisiging van Petrus, waarmee de de tentoonstelling begint.

Honthorst Kruisiging tekening
Gerard van Honthorst, Getekende kopie van Caravaggio’s Kruisiging van Petrus.

Caravaggio, kruisiging van Petrus
Caravaggio, Kruisiging van Petrus, San Pietro in Montorio,Rome

Met deze expositie gaat het niet zozeer om de overeenkomsten, maar om de verschillen in de manier waarop de bewonderaars Caravaggio’s lessen toepasten, aldus conservator Liesbeth Helmus in Opium op 4 van 18 december jl.  Voor alle duidelijkheid voegt zij toe dat deze expositie géén Caravaggio tentoonstelling is. De nadruk ligt op kunstenaars die in zijn stijl, of op Caravaggio geïnspireerd werkten.

Het zag er naar uit dat Caravaggio zelf zou schitteren door afwezigheid, maar dankzij een genereus gebaar van de beheerder der Vaticaanse collecties was tot en met 13 januari zijn Graflegging te zien. Getoond naast een hierop geïnspireerde versie door Dirck van Baburen. Een Youtube filmpje toont hoe het twee bij drie metende doek onder het toeziend oog van Bart Rutten en conservator Liesbeth Helmus wordt geplaatst. Zij spreekt de kijker streng toe: …’dit gebeurt nooit meer; iedereen moet komen!’… Een oproep waar inmiddels talloze bezoekers gehoor hebben gegeven!

Van Baburens Graflegging is een mooi voorbeeld van het antieke concept van emulatio; het streven van kunstenaars om een bewonderd voorbeeld te evenaren of beter: te overtreffen.

Caravaggio grafleggging
Caravaggio, Graflegging van Christus, 1602-03, Musei Vaticani, Pinacoteca, Vaticaanstad

Van Baburen graflegging
Dirck van Baburen, Graflegging van Christus, 1617-18, Centraal Museum Utrecht

Van Baburen was van de Utrechtse schilders het meest gefascineerd door Caravaggio. Het half weggezakte lichaam van Christus in zijn Graflegging heeft hij waarschijnlijk naar levend model geschilderd. Dit realisme was een van de vernieuwingen van Caravaggio. Arts en kunstverzamelaar Giulio Mancini noteerde rond 1619 in zijn Considerazioni sulla pittura dat Caravaggio zijn modellen liet poseren in een verduisterd atelier. Soms meerdere figuren als in een tableau vivant,  zoals in het Martelaarschap van Mattheus in de San Luigi dei Francesi. In het werken naar levend model konden kunstenaars zich in Rome aan verschillende Accademie dal naturale bekwamen.

Vanaf half januari is weer een echte Caravaggio te zien: de kop van de Medusa uit een particuliere collectie. En tot mijn verrassing ontdekte ik er nog een: de Hieronymus uit Montserrat. De kerkvader die in de vroege 5e eeuw de in omloop zijnde bijbelteksten bundelde tot de zogenoemde Vulgaat, de bijbel die in de RK Kerk nog steeds gebruikt wordt. Het werk illustreert Caravaggio’s  atelierpraktijk; de gedeeltelijk helder belichte figuur doemt vanuit een donkere achtergrond op. Van dit halfnaakte, realistische uitgezakte lichaam en de gerimpelde kop van de heilige zal de bezoeker nog vele echo’s bij Caravaggio’s navolgers ontdekken. Dat geldt ook voor de manier waarop Caravaggio het incarnaat heeft weergegeven. Met contrasten tussen gebruinde koppen en handen naast witte huidpartijen, kenmerkend voor mensen die in de buitenlucht werken. Bij het creëeren van licht-schaduwpartijen op de huid, gebruikten de navolgers hetzelfde procédé als hun bewonderde voorbeeld: door de donkere grondering gedeeltelijk zichtbaar te laten en andere partijen met lichte verf aan te duiden.

Caravaggio Hiëreonymus
Caravaggio, Mediterende Hieronymus, 1605-06, Museu de Montserrat

Het weergeven van heiligen als doodgewone mensen werd Caravaggio’s handelsmerk. De manier waarop hij de wonderdadige maagd Maria in zijn Madonna di Loreto weergaf als een volksvrouw, met een uit de kluiten gewassen kind op haar heup, oogstte niet ieders bijval. De voorstelling met haveloze, knielende pelgrims die hun vieze voeten zó in het gezicht van de toeschouwer steken miste piëteit en decorum. Biograaf en (jaloerse) collega Giovanni Pietro Bellori had geen goed woord voor hem over. Verschillende Romeinse prelaten erkenden Caravaggio’s talent, maar zeiden ze:…’hij misbruikt het!’…

Caravaggio Madonna di Loreto
Caravaggio, Madonna di Loreto, 1603-05. Cappella Cavaletti, Sant’Agostino, Rome

Desondanks hadden Caravaggio en zijn navolgers veel eigentijdse bewonderaars. Bij kardinaal Del Monte en de gebroeders Giustiniani genoten zij onderdak. Van hen en andere belangrijke Romeinse families als de Barberini en de Borghese ontvingen Caravaggio, Van Baburen en Honthorst eveneens opdrachten. In de tentoonstelling worden werken van de  Utrechtse Caravaggisten getoond naast die van  Bartolomeo Manfredi, Orazio Gentileschi, Simon Vouet, Valentin de Boulogne, Nicolas Tournier, Jusepe de Ribera en een Caravaggist van de tweede generatie, Giovanni Serodine. Vooral religieuze onderwerpen met personages aan wie niets menselijks vreemd was. Verhalen over moord en doodslag, oorlogvoering, overspel, list en bedrog; niets nieuws onder de zon!

Hebben deze historiestukken ons in de eenentwintigste eeuw nog wat te vertellen? In het herkennen van de bijbelverhalen zullen de meeste museumbezoekers nu niet ver meer komen, maar de bijbehorende emoties zijn nog altijd herkenbaar. Soms zelfs bijna (in) te voelen. Woede, wreedheid, bloeddorstigheid, wellust, jaloezie, triomf, hoogmoed, spilziekte, maar ook speelsheid en vrolijkheid. Wat deze schilderijen laten zien is -ook los van religieuze betekenis- nog altijd actueel, zoals de woede in Francesco Boneri’s Verdrijving van de geldwisselaars uit de tempel (1610-15).  Voor zover mij bekend het enige moment, waarin de zachtmoedige Zoon van God uit zijn rol schiet.

Boneri Verdrijving van geldwisselaars
Francesco Boneri, ‘Cecco del Caravaggio’, Verdrijving van de geldwisselaars uit de tempel

In deze als een toneelscène neergezette voorstelling deinzen de figuren en masse terug voor zijn boosheid. Het werk hing destijds in het Palazzo Giustiniani, waar Dirck van Baburen, die het thema ook uitbeeldde, het gezien zal hebben. Johannes (2: 14-16) beschrijft hoe handelaren in offerdieren en geldwisselaars  goede zaken deden in de tempel. Jezus geeft ze er met een zweep van langs: …’Maak van het huis van mijn vader geen markt!’ 

 Na de zaal met de Graflegging wordt gekeken naar episodes die aan deze handeling vooraf gingen. Indringende scènes van de Doornenkroning en de Bespotting van Christus, werken met de Verloochening en het Berouw van Petrus. Gevolgd door een flash-back naar de kindertijd van Jezus met voorstellingen van de Twaalfjarige Jezus in de tempel.

Boulogne doornenkroning
Valentin de Boulogne Doornenkroning, met infrarood beeld

Valentin de Boulogne, Doornenkroning

 

 

 

 

 

 

 

 

Interessant om de verschillende resultaten te zien van kunstenaars die alle inspiratie putten uit dezelfde bron. Behalve de variatie die je met het blote oog kunt zien levert lezen van de catalogus ook nog enkele verrassingen, zoals de vierde man in de Doornenkroning van Manfredi. Infrarood reflectografie bracht een overschilderd kardinaalsportret aan het licht. Voor de tentoonstelling zijn veel werken met natuurwetenschappelijke methoden onderzocht. Caravaggio zelf werkte niet met ondertekeningen, maar naar levend model. Anderen, zoals Honthorst maakten voorstudies, waarvan in de catalogus voorbeelden worden getoond.

 In de zaal met de onthoofdingen bereikt het door Caravaggio geïntroduceerde realisme een gruwelijk hoogtepunt in moordscènes met twee bijbelse helden: David en Judith, die het Joodse volk van de vijand redden. De kleine herdersjongen slaagde erin om de reus Goliath met een welgemikte steen uit zijn slinger om te leggen. (1 Samuel 17). Talrijk zijn de verbeeldingen van David met zijn trofee, het hoofd van de overwonnen reus. Judith was de vijand op listige wijze te slim af. De mooie weduwe loopt (zogenaamd) over, brengt de legeraanvoerder Holofornes het hoofd op hol, waarna zij hem in zijn slaap een kopje kleiner maakt. In Valentin de Boulogne’s Judith is te zien hoe haar dat met goedkeuring van de allerhoogste gelukt is.

Jammer is de afwezigheid van de navolger die Caravaggio wellicht het meest nabij kwam: Artemisia Gentileschi. Haar rauw realistische verbeelding van Judith en Holofernes zou hier zeker niet misstaan hebben. Staand voor dit werk deed ik destijds automatisch een stap naar achteren om geen bloedspatten op mijn kleding te krijgen. Deze liquidatie kwam vast voort uit een van de eerste gedocumenteerde MeToo kwesties. Ze werd door haar leermeester Agostino Tassi verkracht. Artemisia’s vader, Orazio, is met een ingetogen versie wel vertegenwoordigd.

Orazio Gentileschi, Judith en Holofernes, 1621-25. Hartford, Wadsworth Atheneum Museum of Art

Artemisia Gentileschi (1593-1653), Judith en Holofernes, 1614-20. Napels, Museo di Capodimonte

Van deze onthoofdingen, symbolische overwinningen van het kwaad, zijn zo’n tien voorbeelden te zien. Enkele gaan terug op Caravaggio’s prototype in de Galleria Borghese. Het gezicht van David weerspiegelt zowel afschuw als compassie. Saillant detail: Caravaggio gaf het gezicht van de gevelde reus zijn eigen gelaatstrekken!

David Goliath
Caravaggio, David met het hoofd van Goliath, 1609-10, Rome, Galleria Borghese. Buiten tentoonstelling

Na Ter Brugghen’s doek waarin David, het hoofd van Goliath nog in de hand, wordt bezongen door de Israëlitische vrouwen, wordt de toon wat vrolijker. Gebruikmakend van Caravaggio’s vindingen creëren de Utrechtse Caravaggisten een ware klank en lichtshow in hun genrestukken met kaartspelers, bordeel-gangers en muzikanten.

Anders dan de Italianen en Fransen, die vasthouden aan Caravaggio’s vrij donkere kleurengamma, gebruiken zij een helder palet. Kleurrijk zetten zij de eveneens aan Caravaggio ontleende figuren in fantasierijke kleding neer, soms op virtuoze wijze opgeleukt met glanzende harnas onderdelen en gevederde baretten. Een terugkerend beeldmiddel is de combinatie van gerimpelde al of niet bebrilde personages naast frisse gladde types.

Gerard van Honthorst’s Liederlijke Student vormt een pars pro toto voor de schilderijen met zaken die God verboden heeft. Bezigheden waar jongemannen, de Utrechtse Italiëgangers niet uitgezonderd, juist zo van houden: wein, weib und gesang. In lokalen met ondubbelzinnige namen als de Osteria della Lupa, aan de zelfkant van de heilige stad, konden zij zich hieraan volop bezondigden. De sleutel tot begrip van deze vrolijke voorstelling wordt gegeven in het epigram in het opengeslagen boek. In de bijbehorende illustratie wordt Pallas Athene, de godin van de wetenschappen en wijsheid, door Bacchus en Amor neergesabeld. Moraal van het verhaal: dit lot staat de student die zich overgeeft aan aardse genoegens, eveneens te wachten!

Honthorst liederlijke student
Gerard van Honthorst, de liederlijke student

Detail ‘De liederlijke student’

Als lid van de zogenoemde Bentveughels, een gezelligheidsvereniging voor kunstenaars trokken ze er hele nachten op uit. Zoals bij eigentijdse studenten-verenigingen ook gebruikelijk kregen de leden een passende bijnaam: die van Dirck van Baburen was biervlieg. Gerard van Honthorst stond bekend als Gherardo della Notte, of in plurale: Gherardo delle Notti, maar dit was meer een erenaam, te danken aan zijn fabelachtige schildering van nachtelijke scènes.

In vrijwel alle kroeg- en bordeelscènes wordt, in navolging van Caravaggio’s Valsspelers uit 1595 een kaartje gelegd. De argeloze hoofdrolspeler heeft niets in de gaten, maar de opmerkzame beschouwer ziet dat het er niet eerlijk aan toe gaat. Omdat een potje kaarten nogal eens eindigde in een vechtpartij, werd dobbelen en kaarten in Rome verboden. De negatieve connotatie waarin speelkaarten gezien werden als het boek van de duivel, deed mij denken aan een hit uit de late jaren ’60. Het parlando lied van ‘cowboy Gerard’ over een soldaat die in de kerk berispt wordt door een superieur omdat hij met speelkaarten in de weer is. De soldaat legt uit dat de speelkaarten voor hem het equivalent vormen van de bijbel. De drie staat voor de heilige Drieëenheid, de boer voor de duivel en de tien voor de 10 geboden. En daar had deze officier natuurlijk niet van terug!

In de laatste zaal ontmoet de bezoeker een reeks solitair weergegeven  muzikanten, waarin de bezoeker de voorbeelden herkent van musicerende en drinkende figuren van Frans Hals en Judith Leyster. Waarmee de woorden van Rutten bewaarheid worden: hier ligt de bakermat van de schilderkunst van de Gouden Eeuw.

Hendrick Ter Brugghen, Vrolijke Drinker, ca. 1625. Utrecht Centraal Museum

Frans Hals, Pekelharing, 1643, Frans Hals Museum Haarlem

 

 

Achterin de laatst zaal hangt als blikvanger en slotakkoord Ter Brugghen’s Annunciatie uit 1629, het jaar van zijn dood. Geschilderd in een ongebruikelijke iconografie. Het moet voor Maria een beangstigende ervaring zijn geweest, toen de aartsengel klapwiekend binnen kwam. Maar van angst geen spoor op het prachtige verstilde gelaat van de toekomstige moeder van Gods zoon. Devoot hoort zij de bijzondere boodschap aan. In de voorstelling zijn twee episodes uit het leven van Maria versmolten: de verkondiging en de uiteindelijke beloning voor bewezen diensten: Maria’s kroning tot hemelkoningin.                                        Voor wie zich afvraagt waarom op de houten constructie geen cache-pot met varen staat; dit is geen piedestal, maar een garenhaspel. Soms uitgelegd als een verwijzing naar het kruishout, waaraan het kind dat hier geconcipieerd wordt zal eindigen. Een andere mogelijkheid staat in het apocriefe proto-evangelie van Jacobus: toen de engel zijn boodschap bracht zat Maria de purperen draad te spinnen voor de voorhang van de tempel, die 34 jaar later zou scheuren op het moment dat Jezus de geest gaf.  Vergezocht? In de symbolische duiding van ogenschijnlijk realistische details is alles mogelijk!

H. ter Brugghen, de Annunciatie, 1629. Diest

Ter Brugghen’s Annunciatie markeert niet alleen het einde van de tentoonstelling, maar ook de bloeiperiode van de Utrechtse Caravaggisten. Dirck van Baburen en Hendrick Ter Brugghen waren in 1630 overleden. Gerard van Honthorst sloeg als hofschilder van Frederik Hendrik en Amalia van Solms en later van Karel I in Engeland andere wegen in; één ervan leidde naar de Oranjezaal van Huis ten Bosch.

Met werk uit de eigen collectie en ruim 60 bruiklenen wordt aanschouwelijk gemaakt hoe de navolgers van Caravaggio zijn realisme en lichtgebruik op hun eigen manier toepasten. De Utrechters zijn met hun poldermodellen echt Hollands. Aan Caravaggio’s repertoire van personages met vieze voeten en gerimpelde koppen voegen zij dooraderde benen toe, tenen met kalknagels, rotte tanden en enorme drankneuzen. In hun werk bereikt het realisme van Caravaggio een absoluut hoogtepunt. Zij werkten in een kleuriger palet, inzoomend op de hoofdvoorstelling, belicht in een contrastrijk claire-obscur. Dat laatste deden de Italiaanse en Franse schilders eveneens, maar in een meer academische en beschaafde stijl bleven zij dichter bij Caravaggio’s donkere palet.

Na Utrecht zal de tentoonstelling vanaf 23 april tot en met 21 juli te zien zijn in Alte Pinakothek, München.

Link: Centraal Museum, Utrecht Caravaggio en Europa

Link: Museo di Capodimonte,  bezit werk van Caravaggio, Artemisia Gentileschi en andere caravaggisten als Manfredi, Jusepe Ribera , Mattia Preti en Simon Vouet.

B. Eberd & L. Helmus, Utrecht, Caravaggio en Europa, tentoonstellingscatalogus, Centraal Museum Utrecht, 2018.