God op Aarde. Keizer Domitianus. Tot en met 22 mei 2022 in het Rijksmuseum van Oudheden, Leiden

Campagnebeeld tentoonstelling ‘God op aarde. Keizer Domitianus’ Rijksmuseum van Oudheden

Keizer Domitianus had er tijdens zijn regeringsperiode (81-96 AD) juist alles aan gedaan om zijn herinnering levend te houden. Hij was populair bij zijn manschappen en het volk. Toch staat hij tegenwoordig te boek als een vergeten keizer.   

Het Colosseum kent iedereen, maar dat Domitianus het door zijn vader Vespasianus begonnen amfitheater liet voltooien is weinig bekend. Dit enorme theater is slechts één van de vele gebouwen die in Domitianus tijd van de grond kwamen. Hoe komt het dat bijna niemand dit weet, terwijl we de naam van Domitianus aannemers nog wel kennen? Het grafmonument van deze bouwers, de Haterii, is in de tentoonstelling te zien. Met in reliëf gebeitelde afbeeldingen van de voor de keizer gerealiseerde projecten: de boog van Titus, het Colosseum, de Templum Pacis  en de Templum Gens Flavis.

Bouwwerken in Rome op grafreliëf Marmer, 43 x 163 x 24 cm., Rome, 100-120 na Chr.Collectie: Vaticaanse Musea, Museo Gregoriano Profano ex Lateranense, inv. 9997 Foto: © Servaas Neijens
Rome..Colosseum © Foto Servaas Neijens

Middels een door de Senaat opgelegde damnatio memoriae werd Domitianus uit het collectieve geheugen weggevaagd. Althans dat was de bedoeling.

Zijn naam werd van officiële gebouwen verwijderd en munten werden van zijn beeltenis ontdaan. In een iconoclastische furie werden beelden van hun sokkel getrokken, vernield of in de Tiber gegooid. Voorzien van een prachtig patina werd een bronzen busteportret daar eeuwen later weer uit opgevist. (Bijna) niets ontsnapte aan de aandacht van de beeldenstormers.

Keizer Domitianus Brons, h. 15 cm., gevonden in de Tiber, Rome, 88-96 na ChrCollectie en foto: © Ny Carlsberg Glyptotek, Copenhagen Denmark

Niet alleen in Rome, maar tot in de periferie van het Romeinse Rijk gingen de zij tekeer. In een aan hemzelf gewijde tempel in Efeze zijn brokstukken van een kolossaal Domitianus beeld gevonden. Zelfs van een in Engeland gevonden korenmaat werd zijn naam geschrapt.     

Marmeren portretbustes werden omgebeiteld tot de tanige kop van zijn opvolger Nerva. Het recyclen van keizerportretten was overigens niet ongebruikelijk. Met vaardige hand werden bustes van keizer Nero omgetoverd in die van Vespasianus.  

Portret van Vespasianus gerecycled uit een portret van Nero. Museo Nazionale Roma

Na deze damnatio memoriae werd er alleen nog in negatieve bewoordingen over Domitianus geschreven. De eigentijdse dichters Martialis en Juvenalis bewierookten hem wegens zijn bouwkundige opdrachten, militaire prestaties, het organiseren van literaire festivals en atletiekwedstrijden. Na zijn dood verweten ze hem dat hij bij bouwkundige restauratie-opdrachten de naam van de oorspronkelijke bouwheren achterwege liet. 

Munt met beeltenis van (Domitanus weggevijld) en Domitia Dupontius, Romeinse Rijk, 96 na Chr. Collectie en foto: © De Nederlandse Bank/Nationale Numismatische Collectie, inv. DNB-30723 en inv. DNB-35223

De samenstellers van de tentoonstelling zijn op zoek gegaan naar het waaròm van de damnatio memoriae. Ze namen de veelal gekleurde literaire bronnen onder de loep: de geschriften van Suetonius, Tacitus, Plinius de jongere, Flavius Josephus en de dichters Statius en Martialis. De inhoud toetsten zij aan informatie gewonnen uit archeologische vondsten.

In zijn Vita Caesarum beschreef Gaius Suetonius Tranquillus in het jaar 120 de levens van de eerste twaalf Romeinse keizers. Een 19e eeuwse juwelier smeedde een reeks munten aaneen tot een armband met de beeltenis van Julius Caesar en de Julisch-Claudische keizers: Augustus, Tiberius, Caligula en Nero gevolgd door de keizers uit het vierkeizerjaar (69): Galba, Otho, Vitellius en de Flaviërs: Vespasianus, Titus en Domitianus.

De eerste twaalf Romeinse keizers Armbanden van gouden aurei met amethyst, l. 19,7 cm., 46 v.Chr.-96 na Chr.Collectie en foto: © The Metropolitan Museum of Art, New York, inv. 67.265.7a-f en 67.265.8a-f

 

Munt met beeltenis van Domitianus Aureus, goud, 82-83 na Chr. Collectie en foto: © De Nederlandse Bank Amsterdam/Nationale Numismatische collectie,

Het is de samenstellers van de tentoonstelling gebleken dat je niet kunt blindvaren op de literaire bronnen, want uit het vergelijkende onderzoek komt een àndere Domitianus naar voren, dan de man die ons door de geschiedschrijving is overgeleverd. Zij concluderen dat Domitianus niet beter of slechter was dan andere keizers, maar …’op sommige punten voerde hij innovaties door die voor de senaat te ver gingen….’ aldus Claire Stocks van de Universiteit van Newcastle. Aangezien …’de senatoriële elite de geschiedenis schreef’…is Domitianus de geschiedenis in gegaan als een slechte keizer. Dat had hij overigens wel gedeeltelijk aan zichzelf te danken. Zijn hoogmoedswaan heeft de negatieve beeldvorming beïnvloed. Een zoon had de eer van zijn vader wellicht hoog kunnen houden, maar Domitianus enige zoon was jong gestorven.

Met het verstrijken der tijd wisselt de kijk op het verleden. Zoals alles in het leven, beweegt ook geschiedenis en de perceptie van historische gebeurtenissen mee op de golven van de tijd.

Ontmoet de Flaviërs
De samenstellers van de tentoonstelling hebben alles uit de kast gehaald om de tijd van Domitianus, zijn vader Vespasianus, zijn broer Titus en hun vrouwen te laten herleven. De expositie biedt weliswaar een genuanceerde kijk op Domitianus, maar deze is niet als rehabilitatie bedoeld, aldus Nathalie de Haan van de Radboud Universiteit. De bijgestelde blik laat onverlet dat hij een nare man was met een onberekenbaar karakter. Hij maakte korte metten met zijn tegenstanders en hij speelde, tot grote ergernis van de senaat, voor eigen rechter. Een van onkuisheid verdachte Vestaalse Maagd liet hij levend begraven, terwijl hij zelf een incestueuze relatie had met de Julia Titi, de dochter van zijn broer. 

In zijn als historisch verantwoord bedoelde 19e eeuwse projectie van De Triomf van Titus presenteert Sir Lourens Alma Tadema de Flaviërs. Hij plaatst keizer Vespasianus prominent in beeld, gevolgd door Titus, Julia Titi en Domitianus. In de achtergrond zie je een vroeg voorbeeld van roofkunst: de Menora die de Romeinen na het neerslaan van de Joodse opstand in 69 n. Chr. uit de tempel van Jeruzalem meenamen.

Sir Lawrence Alma-Tadema, RA, OM – The Triumph of Titus – The Flavians 1885, Walters art museum
Keizer Domitianus Marmer, (Met enscenering dolk RMO) , Rome, 81-96 na Chr.Collectie: Napels, Museo Archeologico Nazionale, Foto: Marina Marijne

Bij het betreden van de expositie word je meteen geconfronteerd met het einde: de moord op Domitianus. De perfecte moord. Juist toen hij opgelucht ademhaalde, omdat de voorspelling dat hij die ochtend zou sterven, de-goden-zij-dank, nietwas uitgekomen, gebeurde het toch! Misleid door zijn bediende die de klok een uur vooruit had gezet, trok Domitianus zich terug om zich te verkleden. In de stilte van zijn slaapvertrek wist de dood hem in de gedaante van de verrader Stephanus alsnog te vinden. Op 18 september van het jaar 96 kwam Domitianus door steekwonden om het leven. Kwade tongen beweerden dat zijn echtgenote, Domitia Longina bij het moordplan betrokken was. Van munten en een camee van chalcedon is ook haar beeltenis bekend.

Domitia Longina, gedragen door een pauw Camee, chalcedoon, h. 8 cm., Romeinse Rijk, 81-96 na Ch Collectie British Museum, Londen, inv. 1899,0722.4 Foto: © Courtesy The Trustees of the British Museum

Na deze schokkende entree geven thematisch gepresenteerde flash-backs een indruk van Domitianus leven en zijn tijd. Op 24 oktober van het jaar 51 werd hij als derde kind van Vespasianus en Domitilla in de Granaatappelstraat geboren…Via een levensgroot geprojecteerd beeld van het atrium van zijn (fictieve) geboortehuis, stap je onder een bloeiende boom Domitianus wereld binnen…

Reconstructie: kijkje in het geboortehuis van Domitianus, Granaatappelstraat, Rome © Image supplied by and copyright 2021 Learning Sites, Inc.

Een wereld gekleurd door intriges, machtswellust, militaire acties en religie. Met welgekozen thema’s wordt daarvan een kleurrijk beeld geschetst. Domitianus was een nakomertje. Zijn broer Titus (39-81) was 12 jaar ouder.
Domitianus kinder- en adolescententijd worden geïllustreerd met het beeld van een jongetje met een zogenoemde bula, een kwaadafwerend amulet en een portretbuste van een jongeling met de typische haardracht die in de tijd van keizer Nero (54-68) in de mode was. Toen deze zelfmoord pleegde was Domitianus 17 jaar.

Bronze portrait bust of a young boy, ca. A.D. 50–68 Roman, Early Imperial, Julio-Claudian Bronze, silver; H. 11 1/2 in. (29.2 cm) The Metropolitan Museum of Art, New York, Funds from various donors, 1966 (66.11.5) http://www.metmuseum.org/Collections/search-the-collections/255215

Game of thrones
Onder de geactualiseerde noemer Game of thrones wordt de opvolgingsstrijd toegelicht die na keizer Nero’s zelfmoord in 68 los brandde. In het zogenoemde vierkeizerjaar streden vier mannen om de macht. Munten tonen de beeltenis van de vechtersbazen. Galba werd door de Senaat in Rome meteen tot keizer uitgeroepen. Hij werd verslagen door Otho, die op zijn beurt werd overwonnen door Vitellius. Toen bleven nog twee troonpretendenten over.

Nadat hij zijn rivaal Vitellius had uitgeschakeld werd generaal Vespasianus op 1 juli van het jaar 69 in Alexandrië door zijn troepen tot keizer uitgeroepen. De gevechten die hieraan voorafgingen worden geïllustreerd met een fragment van een vloermozaïek uit een huis dat in de strijd in vlammen op ging.

Vespasianus regeerde van 69 tot 79. Na hem kwam Titus kortstondig aan de macht. Van 81 tot 96 opgevolgd door Domitianus.

Vloermozaïek Nymphaeum, de kamer van Ariadne, eerste helft eerste eeuw Cremona Museo San Lorenzo

Domitianus betreedt het toneel
Domitianus groeide op in de schaduw van zijn vader en broer. Zij maakten naam met het -vanuit Romeins oogpunt- succesvol neerslaan van de Joodse Opstand in 79. Naast hun militaire successen zijn Vespasianus en Titus ook de geschiedenis in gegaan als opdrachtgevers van nog altijd gezichtsbepalende gebouwen in Rome.

Anders dan zijn voorgangers spendeerde Domitianus géén pecunia aan dure expansie oorlogen. Afgezien van een treffen met opstandelingen in Dacië (het huidige Roemenië) volstond hij met het consolideren van de rijksgrenzen. Deze werden in Europa gemarkeerd door de loop van de Donau en de Rijn. De zogenoemde Limes staat sinds 2021 op de werelderfgoedlijst van UNESCO. 

Domitianus stak wèl veel geld in de wederopbouw na de brand van Rome in het jaar 80. Daarmee investeerde hij tevens in populariteit onder het volk. Hij breidde het door zijn vader gebouwde Amphitheatrum Flavium uit en gaf opdracht tot de bouw van een stadion annex theater voor atletiek- en literatuurwedstrijden; de zogenoemde Capitolia. In de vorm van het Piazza Navona, tegenwoordig beter bekend van Bernini’s Fontana dei quattro Fiumi, is het sportveld nog te herkennen.

De fontein wordt bekroond met een Egyptische obelisk. Een inscriptie waarin Domitianus in hiëroglyfen geprezen wordt is aan de aandacht van de beeldenstormers ontsnapt!

Met twee verdiepingen bood het stadion plaats aan 30.000 toeschouwers. Onder de tribunes kon het publiek winkelen of na een opwindende voorstelling, even relaxen in een van de daar gesitueerde bordelen. De naam van het Piazza Navona is een verbastering van de woorden ‘in agone’, dat ‘in het strijdperk’ betekent.

In het aangrenzende odeon kon worden genoten van literatuurvoordrachten en muziek. Resten van dit overdekte theater zijn nog zichtbaar aan de gevel van het Palazzo Massimo alle colonne.

Met een ontroerende grafstèle van een 11-jarige jongen worden deze literatuurwedstrijden in de tentoonstelling gememoreerd. In het jaar 96 was Quintus Sulpicius Maximus de jongste deelnemer. Met zijn in het Grieks voorgedragen geïmproviseerde verzen viel hij niet in de prijzen, maar hij ontving wel een eervolle vermelding.  

Grafaltaar van een 11 jarige jongen; Quintus Sulpicius Maximus; Centrale Montemartini copyright Roma Capitale, Sovrintendenza Capitolina ai Beni Culturali

Niet alleen met de organisatie van deze spelen, maar zoals wij op de middelbare school al leerden, ook met graanuitdelingen maakte Domitianus zich populair bij het volk. Geef het volk brood en spelen: panem et circenses: om met de Romeinse dichter Juvenalis te spreken.

De graanuitdelingen vonden plaats in de zuilengangen van de zogenoemde Porticus die Domitianus na de brand van Rome op het Marsveld had laten herbouwen. Er is niet veel meer van over dan een aanduiding op een fragment van een in marmer gegraveerde stadsplattegrond. Behalve met ‘brood en spelen’ zette Domitianus zich als zelfbenoemd censor eveneens in voor de noden van het volk.

Het reeds genoemde Amfitheatrum Flavium, gebouwd voor spektakelstukken, executies en gladiatorengevechten, bood plaats aan wel 50.000 toeschouwers! Om deze enorme stroom bezoekers in goede banen te leiden waren de 76 ingangen met Romeinse cijfers gemarkeerd. Via deze zogenoemde vomaria konden zij in een mum van tijd na de voorstelling -letterlijk- weer worden uitgebraakt.

Domitianus breidde het toch al enorme gebouw, dat van onder tot boven gesierd is met Dorische, Ionische en Korinthische halfzuilen, uit met een boven- en benedenverdieping. Met deze verbouwing werden respectievelijk extra staanplaatsen gecreëerd en in de ondergrondse ‘carcere’, kwamen utiliteitsruimtes en hokken voor dieren.
Het Colosseum dankt haar (bij)naam aan het enorme beeld, de Colossus, dat in de aanpalende tuin van keizer Nero nog overeind stond. Vespasianus had zijn amfitheater –als statement- bovenop een meer in die tuin laten bouwen. Met het aantreden van de Flaviërs was Nero op die manier ondergeschoffeld!
De feestelijke inwijding van het theater met spelen die 100 dagen duurden, wordt gememoreerd op een bronzen munt.                                                                                                                                                             Overal in het Romeinse rijk waren theaters te vinden. In Nijmegen werd, naast sporen van een amfitheater uit de vroege 2e eeuw ook een met gladiatoren versierde aardewerk beker gevonden.

DIA Bronzen munt (sestertius) in het jaar 80 geslagen ter herinnering aan de opening van het Colosseum door Titus
Aardewerk beker met gladiatoren gevonden in Romeins Nijmegen, 2e eeuw Nijmegen, Valkhof Museum

Uit talrijke schilderijen en 19e eeuwse souvenirs blijkt dat het Colosseum eeuwen na de bouw nog steeds tot de verbeelding spreekt. Op internet vond ik zelfs een kunstig 19e eeuws micromozaïekje, dat voor een kleine 28.000 euro wordt aangeboden. 

Niet bij brood en spelen alleen…
Evenals zijn voorgangers de Julisch-Claudische keizers zette Domitianus zich in voor de beschikbaarheid van nog een eerste levensbehoefte: water. Dit werd via grote aquaducten aangevoerd naar openbare fonteinen en badhuizen. Enigszins verbaast lees ik dat elke inwoner in Rome per etmaal 67 liter water kon gebruiken! Dat moet je wel ruim opvatten; het meeste water stroomde naar de keizerlijke thermen, waar dagelijks duizenden bezoekers gebruik van maakten.

Aqua Claudia, Roma

Keizerinnenkapsels
De vrouwen uit Domitianus tijd zijn in Leiden prominent aanwezig. Met hun hoog opgetaste krullen zetten zij, als influencers avant la lettre de toon voor de haarmode in het hele Romeinse rijk. De kunstig in marmer gebeitelde krullen zitten na twee millennia nog perfect in model. Ook toiletartikelen en juwelen worden getoond: spiegels, haarpinnen, parfum- en zalfpotjes.

Domitianus gaf zijn echtgenote Domitia Longina niet alleen mooie spullen, maar hij schonk haar ook de titel Augusta, de ‘verhevene’. Zijn nicht en minnares Julia Titi had dit predikaat van haar vergoddelijkte vader keizer Titus geërfd. Om gedoe te voorkomen liet Domitianus munten slaan, waarop beide vrouwen gelijkwaardig zijn afgebeeld.

Wonen als een vorst….
Ook het luxe leven van keizer Domitianus wordt breed uitgemeten. Naar ontwerp van meester-architect Rabirius werd in slechts twee jaar tijd een enorm woon-werkpaleis op de Palatijn opgeleverd met een siertuin in de vorm van een paardenrenbaan. De vloeren en de wanden van de vergaderruimtes, de bibliotheek en de schitterende eetzaal waren met kostbaar marmer bekleed. Na een verijdelde moordaanslag liet Domitianus deze wanden letterlijk spiegelglad polijsten, zodat hij van alle kanten kon zien of iemand het op hem gemunt had!  Blow-ups van fresco’s en uitgestalde archeologische vondsten geven een idee van de sfeer in het triclinium, de eetzaal. Je ziet een (kopie) van de zilverschat van Heidelberg, geëtaleerd naast origineel Romeins glaswerk, waaronder een kunstig geblazen drinkhoorn. De man in de muurschildering brengt een soortgelijk exemplaar naar de mond. De Romeinse dichter Statius was aanwezig bij een gastmaal in de Domus Flavia, dat met meer dan 100 zuilen veeleer op een tempel dan een paleis leek. Het moment waarop  Domitianus, uitgemonsterd als de oppergod Jupiter, plaats nam op de troon, ontlokte de dichter de volgende woorden: …’Het leek alsof ik met Jupiter tussen de sterren zat en onsterfelijke nectar dronk’….

Reconstruktie van de Domus Flavia, Domitianus’ paleis op de Palatijn © AKG Images Aquarell von Peter Connolly (1935–2012).
Reconstructie: het triclinium in de Domus Flavia, Rome (diverse uitsnedes ) © Image supplied by and copyright 2021 Learning Sites, Inc.

Met kopieën van muurschilderingen, sculpturen en architectuurfragmenten wordt eveneens aandacht besteed aan Domitianus buitenhuizen, zoals villa Alba Longa, bij het huidige Castel Gandolfo. Op een perceel van zes vierkante kilometer bevonden zich een renbaan, een theater en koele half onderaardse wandelgangen. Fris water werd via aquaducten aangevoerd.  De Romeinse schrijvers Martialis, Suetonius en Plinius beschrijven deze heerlijkheid, waar de keizer o.a. het boogschieten beoefende en spectaculaire feesten organiseerde met boten op het meer. Van dit glansrijk gedocumenteerde verleden getuigen nog enkele tastbare brokstukken en een beeld van een jonge atleet

Boog van Titus en nog meer Flavische bouwwerken
In het publieke domein herinnert de Boog van Titus aan de tijd van Domitianus. Na diens ontijdige dood opgericht ter herinnering aan het neerslaan van de Joodse Opstand. De reliëfs tonen de overwinnaar op zijn zegewagen, gevolgd door een optocht, waarin de uit de tempel van Jeruzalem geroofde trofeeën in triomf worden meegedragen: de Menora, de Ark van het Verbond en twee rituele bazuinen. Met de opbrengst van deze roofkunst werden de Flavische bouwprojecten bekostigd. 

Anders dan dit postuum eerbetoon doet vermoeden, boterde het niet erg tussen Domitianus en zijn succesvolle oudere broer. Dit aspect wordt in de tentoonstelling geïllustreerd met een beeldje van twee om bikkels vechtende jongens. Verschillende bronnen melden dat Domitianus een reeks complotten tegen zijn broer smeedde. Wellicht had Domitianus zelfs de hand in diens dood, maar ‘dat laten de bronnen in het midden’, aldus het publieksboek.

De bouw van de Templum Pacis (71-75) stond eveneens in het licht van de overwinning in Judea. Vanuit Romeins standpunt was de vrede hersteld. De overwonnen Judeërs, en zeker degenen die als dwangarbeiders bij de Flavische bouwprojecten werden ingezet, dachten daar natuurlijk anders over. In de Templum Pacis waren behalve de Joodse trofeeën ook de kunstcollectie uit Nero’s Domus Aurea te zien.

Rome. Templum Pacis, zuidelijke zuilengalerij

De bouw van nòg een tempel, de Templum Gentis Flaviae opgetrokken ter meerdere glorie van zichzelf, werd door de Senaat niet gewaardeerd. Het feit dat Domitianus zichzelf ‘dominus et deus’ noemde, schoot de senatoren in het verkeerde keelgat. Domitianus maakte daarmee duidelijk dat hij zich boven de senatoren verheven voelde. Augustus bedoelde mogelijk hetzelfde, maar hij had zich destijds als primus inter pares…. als de eerste onder gelijken, bescheidener opgesteld. Doordat Domitianus zich nadrukkelijk boven anderen plaatste keerde de Romeinse elite zich definitief tegen hem.

Toen hij zich ook als een Egyptische Farao liet afbeelden èn vereren, was de maat voor de senatoren vol. Tot ergernis van de Senaat ontpopte Domitianus zich steeds meer tot een autoritaire alleenheerser. Hij was geliefd bij het volk, maar gehaat bij de Senaat. Deze ontwikkeling leidde uiteindelijk naar zijn ondergang.

Domitianus als farao Amphiboliet, h. 18 cm., Campanië, Benevento, Lombardische muren. Origineel uit Isis-tempel van Isis, 88-89 na Chr.Collectie: Museo del Sannio di Benevento, Sezione Egizia, inv. 1901. Foto: © Simone Foresta

Aan de kop van dit beeld dat afkomstig uit het Isis Heiligdom in Benevento, zie je Domitianus identiteit niet af, maar zijn naam staat er in hiërogliefen op.
Zoals vele usurpators voor en na hem liet Domitianus tegenstanders uit de weg ruimen, maar de angst bleef. Na een verijdeld complot besloot Domitianus zijn vijanden wat schrik aan te jagen. Hij nodigde hen uit voor een speciaal diner dat plaats vond in een verduisterd vertrek. De tafelschikking was met van hun naam voorziene grafzerken geregeld. Nadat zij hun plaats hadden gevonden kregen de genodigden zwarte gerechten voorgeschoteld. Geserveerd op zwart servies dat hen werd aangereikt door zwartgemaakte naakte jongens. Terwijl een dinner in the dark tegenwoordig hip is, stierven Domitianus gasten tijdens een ijzingwekkende tafelrede duizend doden.
De volgende dag kregen zij de zerk en delen van het zwarte servies thuis  bezorgd. Het is niet helemaal zeker of het zwarte diner ook echt heeft plaats gevonden, maar se non è vero, è ben trovato, zoals ze in Italië zeggen!

En met dit zwartgallige verhaal zijn we terug bij af. Op de plek van Domitianus geboortehuis stond nu de Templum Flavis. Na de moord op de door de Senaat gehate keizer, werd Domitianus lichaam allerijl in het geheim gecremeerd. Zijn oude voedster Phillis nam de resten mee naar de familie tempel, waar zij deze, vermengd met die van zijn geliefde Julia Titi, bijzette. Ashes to Ashes.

Niet alleen zijn reis naar het hiernamaals was begonnen, maar ook die naar het land der vergetelheid. In het RMO is hij weer tot leven gewekt.

God op Aarde. Keizer Domitianus’ tot en met 22 mei in het Rijksmuseum van Oudheden in Leiden; daarna in Rome te zien.

Bibliografie:

N. De Haan & E. Moormann, God op aarde: Keizer Domitianus, Rijksmuseum van Oudheden, Leiden, 2021.

A. Raimondi Cominesi e.a., God on Earth: Emperor Domitian, Rijksmuseum van Oudheden, Leiden, 2021.

link: Rijks Museum van Oudheden

Maestro van Wittel: Hollandse Meester van het Italiaanse stadsgezicht, tot en met 5 mei in Kunsthal KAdE in Amersfoort

Kunsthal KAdE in Amersfoort omarmt verloren zoon Caspar van Wittel (1653-1736); de in eigen land weinig bekende succesvolle schilder van Italiaanse stadsgezichten.

Santa Maria della Salute
Caspar van Wittel, Santa Maria della Salute bij de ingang van Canal Grande. 1719-1722, The Earl of Leicester and the Trustees of Holkham Estate

Caspar Adriaensz. van Wittel werd onder armoedige omstandigheden, maar onder een gunstig gesternte geboren in Amersfoort. Als twintig-jarige reisde hij, voor de finishing touch aan zijn opleiding, naar Italië. De grote meesters van de Renaissance en het door zuidelijk licht beschenen landschap hadden grote aantrekkingskracht op jonge kunstenaars. Dat dit besluit bepalend zou zijn voor zijn carrière was te verwachten, maar dat hij de geschiedenis in zou gaan als Maestro Gaspare Vanvitelli; één van de grootste Italiaanse (…) schilders kwam voor hem zelf waarschijnlijk als een verrassing. Sterker nog: met zijn heldere op Hollandse stadsgezichten gestoelde vedute inspireerde hij Italiaanse schilders als Canaletto en Bellotto, bij wiens namen het publiek direct beelden van het Canal Grande voor ogen ziet. Dankzij Vanvitelli.

Zijn werken bevinden zich in belangrijke Europese collecties. Hoog tijd voor de in samenwerking met Museum Flehite gepresenteerde overzichtstentoonstelling.   

Van Amersfoort naar Italië

De bezoeker volgt Caspar van Wittel’s metamorfose tot Gaspare Vanvitelli. Er is aandacht voor zijn leertijd bij Matthias Withoos, die met een Gezicht op Amersfoort uit 1671 vertegenwoordigd is. Op zijn beurt leerde Withoos bij Jacob van Campen. De eveneens uit Amersfoort afkomstige uomo universale, die niet alleen vaardig was met het penseel maar ook met passer en lineaal. Geïnspireerd op de classicistische bouwkunst van Andrea Palladio, tekende hij het ontwerp van het Amsterdamse stadhuis, het huidige Paleis op de Dam.    

Je hoeft niet over een geoefend kunsthistorisch oog te beschikken om in het werk van Van Wittel invloeden van Jan van der Heyden en Gerrit Berckheyde te herkennen. Beide bekend van hun impressies van het trotse Amsterdamse stadhuis en de nog in ontwikkeling zijnde Amsterdamse grachtengordel. Zoals de helder belichte, uiterst realistisch weergegeven Gouden Bocht, waar zelfs nog enkele kavels braak liggen.

Berckheyde, Gouden Bocht
Gerard Adriaenszn Berckheyde, Gezicht op de Gouden Bocht in de Heerengracht (vanuit het Oosten) Rijksmuseum Amsterdam

In 1673 vertrekt Van Wittel met Jacob van Staverden naar Italië. Zoals vele andere Hollanders sluit hij zich aan bij de zogenoemde Bentveughels, een gezelligheidsvereniging met rituelen die vergelijkbaar zijn met die van hedendaagse studentenverenigingen. Er werd stevig gedronken en de leden kregen een bijnaam. Van Wittel werd ‘toorts’ genoemd. Zou hij roodharig geweest zijn?  De grijs gepoederde pruik, waarmee Luigi Vanvitelli zijn vader portretteerde geeft niets prijs van zijn echte haarkleur.

Luigi Vanvitelli, Portret van Gaspare VanVitelli, 1725. Accademia Nazionale di San Luca, Rome.

In mijn bespreking van de tentoonstelling Utrecht, Caravaggio en Europa kwam deze ‘Hollandse Club’ ook al ter sprake. De schildersbent vormde een belangrijk netwerk. Van Wittel kwam in contact met Lieven Cruyl en Abraham Genoels, tekenaars van topografisch werk en de werktuigbouwkundige Cornelis Meyer. In diens poging een pauselijke opdracht voor waterwerken langs de Tiber binnen te halen, vraagt hij Van Wittel om zijn bieding te illustreren.

Eén van zijn eerste geschilderde onderwerpen in Rome is een Gezicht op het Piazza del Popolo, dat Van Wittel daarna nog 15 keer ter hand zou nemen. De bezoeker ziet ook andere bekende locaties, zoals het Collosseum, de Villa Borghese, de Quirinaal, het Sint Pietersplein en de Engelenburcht. De tot de draad versleten, talloze malen herhaalde voorbeeldtekeningen zijn ook te zien.

C. van Wittel, Veduta met de Engelenburcht, pen en inkt op papier, 1706. Biblioteca Nazionale Centrale Vittorio Emanuelle II, Rome.
C. van Wittel, Gezicht op Rome met de Engelenburcht, ongedateerd, Musee des Beaux-Arts, Rouen

Van Wittel bracht ook het Romeinse platteland in beeld, Tivoli, de Campagna en Florence.

Caspar van Wittel, Gezicht op Florence vanaf de Via Bolognese, ca.1695. ©Devonshire Collection, Chatsworth.
Caspar van Wittel, Florence gezien vanaf de Via Bolognese, Museo di San Martino, Napels.

En hij reisde naar Napels en Venetië. Daar ontstonden de betoverende vedute van de San Marco en het Dogenpaleis, waargenomen vanaf het water. Indrukwekkend is het majestueuze doek van La Salute, de kerk op de kop van het Canal Grande. Dit gezichtspunt is door Canaletto en Bellotto thans overbekend, maar van Wittel zette de toon.  

Caspar van Wittel, Gezicht op de Salute en het Canal Grande Venetië, Biblioteca Nazionale Centrale Vittorio Emanuelle II, Rome.
Hans Wilschut, Salute, 2019. Archival print, Courtesy Galerie Ron Mandos.

Giovanni Antonio Canal genaamd Canaletto, De ingang van Canal Grande bij de Punta della Dogana en de Santa Maria della Salute, Rijksmuseum Amsterdam

Antonio Canal arriveerde rond 1719 in Rome waar hij kennismaakte met Van Wittels werk. In navolging van de Hollander begon ook hij impressies van het Canal Grande te schilderen. Reizigers die Italië tijdens hun Grand Tour aandeden namen zijn werk als souvenir mee naar huis. Aan zijn succes dankt hij de bijnaam Canaletto. Zijn neef, Bernardo Bellotto zag ook wel brood in dit onderwerp, dat hen was aangereikt door de pittore olandese met die onuitsprekelijke naam. Zijn bewonderaars noemden hem Gaspare Vanvitelli.

Dankzij contacten met Hollandse en Italiaanse kunstenaars kreeg Van Wittel toegang tot een netwerk van Romeinse opdrachtgevers als de  Sacchetti en de Colonna. Ook de Spaanse ambassadeur en latere onderkoning van Napels, Luis de la Cer, ducque de Medinacelli, behoorde tot zijn klantenkring. Voor hem schilderde van Wittel in 1696 vijfendertig vedute van Napels en omstreken. Romantische impressies, waarvan er enkele in de tentoonstelling te zien zijn.

Caspar van Wittel, Zicht op Sorento, ca 1700, Casa Medinaceli, Sevilla

Het succesverhaal van Caspar van Wittel wordt geïllustreerd met 45 schilderijen en gouaches en ca. 30 tekeningen uit binnen- en buitenland, naast werken van door Van Wittel beïnvloede Italiaanse kunstenaars.
De samenstellers van de tentoonstelling staat een ambitieus doel voor ogen. Met dit eerbetoon in zijn geboortestad willen zij Van Wittel een plek geven in de canon van de Nederlandse kunstgeschiedenis.

De foto’s die Hans Wilschut, in het voetspoor van Van Wittel maakte, verlenen de expositie een extra dimensie. In de spiegeltentoonstelling Stadsbeelden in Museum Flehite zijn t/m 19 mei meer foto’s van zijn hand te zien.

Caspar van Wittel, Gezicht op het Piazza del Popolo, 1718. Collectie Gallerie di Palazzo Zevallos Stigliano, Napels.
Hans Wilschut, Piazza del Popolo, 2019. Archival print, Couresy Galerie Ron Mandos.

Impressie van de tentoonstelling

Matthias Withoos, Gezicht op Amersfoort,1671, Museum Flehite Amersfoort

De presentatie van een historische tentoonstelling in Kunsthal kAdE, een podium voor moderne en eigentijdse kunst, wekt wellicht verbazing.  Wegens renovatie en gebrek aan plaatsruimte in Museum Flehite is dit retrospectief hier te zien. Vanaf de verhoging bij de entree, krijgt de bezoeker een mooie introductie. Met links het portret van Gaspare Vanvitelli, olandese Pittore, geschilderd door zijn zoon Luigi en rechts prominent het Gezicht op Amersfoort door Matthias Withoos. Wellicht mocht Van Wittel als schildersleerling wel een wolkje toevoegen, grapt de directeur van de Kunsthal Robbert Roos tijdens de preview. Tijdens zijn jonge jaren legde Withoos eveneens een impressie van de omgeving van Rome vast.

Caspar van Wittel, Gezicht op Amersfoort, ca.1712, Museum Flehite Amersfoort

Gaspare Vanvitelli maakte 40 jaar na vertrek een schilderij van zijn geboortestad. Had hij misschien heimwee? Het meest karakteristieke bouwwerk van de stad, de middeleeuwse koppelpoort, ontbreekt. Vond hij het te ouderwets, was hij het vergeten of riep het beeld onplezierige herinneringen op aan zijn jeugd in een huisje grenzend aan de stadswal. Zijn zoon Luigi noteerde: …ik ben nooit tot armoede vervallen, zoals onze goede vader toen hij klein was’… In de gouache uit 1712 is deze poort wel te zien.

De bezoeker ziet vervolgens Romeinse stadsgezichten door Van Wittel en collega’s als J.F. van Bloemen, vertegenwoordigd met een romantische, Poussin-achtige impressie van Het Collosseum en voornoemde topografisch tekenaars in wiens voetspoor Van Wittel zìjn stadgezichten, voorzien van kleur, tekende.  Op een blow-up van de Romeinse stadsplattegrond zijn de geschilderde locaties aangegeven.

Naast een geschilderde impressie van de Piazza Navona uit 1699 ligt  het getekende modello, waarin het met mathematische precisie uitgewerkte perspectief in een mooie diagonale lijn verloopt. Wegens deze kundigheid werd Van Wittel, aanvankelijke het enige Nederlandse lid van de Academia di San Luca, gevraagd als perspectief docent.

Caspar van Wittel, Piazza Navona, 1699. Collectie Thyssen-Bornemisza, Madrid.

Boeiend bijwerk

In Vanvitelli’s stadsgezichten, variaties op de nauwkeurig uitgewerkte topografische tekeningen, blijft de architectuur steeds hetzelfde, maar de stoffage is anders. Kleine figuurtjes op de pleinen of onder de bogen van het Colloseum, opgaand in alledaagse bezigheden als het aanprijzen van koopwaar, lopend of voortgaand in een draagstoel of naakt zittend in de zon.

Caspar van Wittel, Detail Gezicht op de Riviera di Chiaia Napels, Lampronti Gallery Londen
Caspar van Wittel, Detail Gezicht op de Riviera di Chiaia Napels, Lampronti Gallery Londen

Echo’s van het eigentijdse leven van alledag zien we terug in de fotobeelden van Hans Wilschut. Soms vond hij Van Wittels gezichtspunten met gemak terug, maar vaker met moeite en ongemak. Zoals zijn gezicht op de marinehaven van Napels, dat hij naar eigen zeggen met windkracht vijf, in een vervaarlijk heen en weer zwiepende hoogwerker, wist vast te leggen. Het resultaat wordt in dialoog met de  300 jaar oude geschilderde impressies gepresenteerd. Zo zie je dat Van Wittel het perspectief soms naar zijn hand zette, zoals in het Venetiaanse gezicht op de Basilica di San Marco die, om het beeld schilderachtiger te maken, dichterbij de Salute geplaatst werd.

Caspar van Wittel, De Darsena, Napels, ca. 1700 – 1718, Carmen Thyssen-Bornemisza Collection
Hans Wilschut, Darsena (Marine haven), 2019, archival print, Studio Hans Wilschut

Bij het riviergezicht van de Ripa Grande, de voormalige rivierhaven van Rome, doet het fotobeeld een beroep op het inlevingsvermogen van de beschouwer. Wilschut’s foto biedt een spannend zoekplaatje; de toenmalige loop van de Tiber is veranderd in een strook glanzend asfalt.  

Caspar van Wittel, Veduta van de haven van Ripa Grande, datum onbekend. Accademia di San Luca, Rome.
Hans Wilschut, opname van zelfde standpunt, Studio Hans Wilschut

Opdrachtgevers

Behalve voornoemde Italiaanse opdrachtgevers ontving Van Wittel ook opdrachten van Engelse reizigers. Zoals Thomas Coke. Eigenaar van het in Palladiaanse stijl opgetrokken landhuis, Holkham Hall in Norfolk. Het besluit van hedendaagse schoolverlaters om als backpacker de wijde wereld in trekken wordt niet door iedere vader en moeder toegejuicht, maar Thomas  Coke werd door zijn ouders juist op Grand Tour gestuurd om een beetje volwassen te worden. Thomas Coke, die desperately wenste dat zijn naam niet als Coke zou worden uitgesproken, maar als (fonetisch in het Nederlands) ‘Koe’k’, was idolaat van Italië, Italiaanse kunst en architectuur. De opbrengst van de verkoop van een map met originele tekeningen van Leonardo da Vinci, verschafte de middelen voor de bouw en inrichting van zijn landhuis. In de tentoonstelling ziet de bezoeker twee identieke gouaches uit de serie ‘Caprarola’; een uit het bezit van Thomas Coke. Mogelijk dacht een van Coke’s vrienden: dat wil ik ook!  Wellicht was het Lord Evremont, die aangestoken door Coke’s enthousiasme voor Italië, ook ging verzamelen.

Van diens Grand Tour is een nauwkeurig kasboek bewaard, waarin elke penny wordt verantwoord. Van een kop thee tot de aankoop van aquarellen en schilderijen van Maestro van Wittel en, bijzonder leuk, de aanschaf van een zilveren schaal als cadeau voor…. Gaspare Vanvitelli, met wie de reiziger bevriend was geraakt.

Caspar van Wittel Baai van Pozzuoli, privé collectie

In de laatste drie kabinetten ziet de bezoeker nog meer vedute van Van Wittel en werk van zijn navolgers. Het door hem uitgevonden Italiaanse stadsgezicht werd in de 18e en 19e eeuw ontzettend populair. In navolging van Vanvitelli ontstonden vele Romeinse, maar vooral Venetiaanse vedute, waarin Bellotto, Panini, Guardi en Canaletto bekend en succesvol zijn geworden.

Bernardo Belotto, ingang van het Canal Grande, gezien naar het Westen, datum onbekend. Courtesy Lampronti Gallery Londen.
Francesco Guardi, De ingang van het Canal Grande met de Santa Maria della Salute, Museum Boymans van Beuningen Rotterdam (Bruikleen dienst Cultureel Erfgoed)

Tijdens een recent verblijf in Los Angeles zag ik genoemde Italianen plus Amerikaanse navolgers in een charmante expositie in het museum van de Huntington Library. Hier wordt een link gelegd tussen het oude Europese Venetië en het ontstaan van het nieuwe Venetië, thans bekend als Venice. Een nieuw aangelegd  stadsdeel dat begin 20ste eeuw werd doortrokken met waterwegen.

In een brochure wordt dit ‘Venice of America’ in 1905, aangeprezen als een gezonde leefomgeving, dankzij het met zeewater van de Pacific gevoede kanalen: …’Those living in the vicinity will be practically immune from all contagious diseases’…Of dit laatste nog zo is valt betwijfelen, maar met medische klachten kun je op Venice Beach terecht bij de ‘Green Doctor’. Gekleed in een groen kostuum probeert hij klanten binnen te praten in zijn praktijk, waar ze hun klachten weg kunnen blowen. Lees elders op deze site meer over Los Angeles en The Huntington Library, waar u een trip kunt maken door de geschiedenis van het geschreven woord. 

Terug naar Amersfoort. Tenslotte nog iets over de waardering van Van Wittel. De laatste  tentoonstelling vond in 2002 plaats in Venetië; waar uitsluitend zijn Italiaanse periode werd belicht. Begeleid door een Italiaanse catalogus. De Nederlands-Engelse publicatie bij de Amersfoortse expositie geeft voor het eerst een overzicht van Gaspare Vanvitelli’s gehele oeuvre, van zijn leertijd en de invloeden die hij onderging.

Tegenwoordig een must: ook voor kinderen is een leuk boek verschenen van Maret van Esch, geïllustreerd door Marije Koelewijn, Caspar met de Oogjes. In het kinderatelier, kan worden gewerkt aan perspectief in een kijkdoos. In de kAdE Studio tenslotte wordt een film vertoond. 

Links:

Museum KAdE Amersfoort

Museum Flehite Amersfoort

Studio Hans Wilschut

Huntington Library, Los Angeles CAL

Tentoonstelling Catalogus: Maestro van Wittel, Hollandse Meester van het Italiaanse stadsgezicht, Kunsthal Kade Amersfoort, Bekking&Blitz Amersfoort, 2019