Nederlanders in Parijs, 1789-1914. Van Gogh museum, Amsterdam, tot en met 7 januari 2018.

 

Kees van Dongen, De Blauwe Japon, 1911, Van Gogh Museum Amsterdam

Van Barbizon, eerder op deze site besproken, reizen we naar Parijs, het centrum van de toenmalige kunstwereld. De stad met befaamde kunstopleidingen en tentoonstellingen was een artistieke kraamkamer en oefende aantrekkingskracht uit op kunstenaars uit alle windstreken. Voorheen was de reis per diligence een hele onderneming, maar sinds 1847 werd de gang naar la ville lumière dankzij het spoor tot een dagreis teruggebracht. In de lange periode die de Parijse tak van de dubbeltentoonstelling beslaat is op artistiek gebied veel gebeurd. Te veel om deze thematisch-chronologisch in te delen, licht conservator en samenstelster van de expositie Mayken Jonkman tijdens een interview bij Opium op 4 toe. Daartoe werden acht kunstenaars als uitgangspunt gekozen. Aan de hand van hun werk, getoond in samenhang met hun Franse kunstbroeders, worden de belangrijke thema’s van die jaren behandeld.

Gerard van Spaendonck, Bloemen in een albasten vaas en vruchten op een marmeren blad, 1781, Het Noordbrabants Museum, Den Bosch

Zo wordt bij Gerard van Spaendonck (1746-1822) de eerste Nederlander die destijds naar Parijs trok en medeoprichter was van het Institut de France, de kunstopleiding behandeld. Kunstenaars konden uit verschillende academies kiezen, maar de belangrijkste was de École des Beaux Arts. Hier moest je zijn voor de nieuwste artistieke ontwikkelingen. In zijn atelier in de Jardin des Plantes leerde Van Spaendonck, die het tot hofschilder van koning Lodewijk XVI had gebracht, zijn Franse leerlingen het schilderen van bloemstillevens in de stijl van de Hollandse Gouden Eeuw. Zijn meest succesvolle leerlingen waren Bessa, Redouté en Van Dael. Behalve op de academies leerden schilders ook veel door hun ogen op de Salons en in de stad de kost te geven. Maar de tentoonstelling laat zien ook dat deze Franse invloed op Nederlandse kunstenaars geen eenrichtingsverkeer was, verschillende Nederlanders drukten, zoals we zullen ontdekken, hun stempel op de Franse kunst.

Ary Scheffer, Francesca da Rimini en Paolo Malatesta aanschouwd door Dante en Vergilius, 1854, Kunsthalle Hamburg

Ook Ary Scheffer (1795-1858) belandde al vroeg in Parijs. Zijn moeder had een vooruitziende blik toen zij zich met haar zoons in Parijs vestigde. Ary werd beroemd en verkeerde in de hoogste kringen. Bij zijn werk krijgt de bezoeker informatie over de Salon en alternatieve tentoonstellingen. Wanneer aankomend kunstenaars als Rousseau en Huet in 1836 door de jury van de Salon geweigerd worden, biedt Ary hen expositieruimte aan in zijn atelier. Hier vonden Franz Liszt en Frederic Chopin eveneens een podium en Charles Dickens las bij Ary Scheffer voor uit eigen werk. Met zijn vroeg-romantische maar nog wel in academische toets geschilderd werk, zet Scheffer zich, evenals Ingres en Delacroix, af tegen het traditionele classicisme. Scheffers, thans veelal als sentimenteel beoordeelde werk, genoot in de vroege 18e eeuw veel waardering. Dat geldt ook voor zijn ‘society’ portretten; een richting waarmee Kees van Dongen in de 19e eeuw eveneens succesvol zou worden.

Jacob Maris, De schilder Frederick Hendrik Kaemmerer aan het werk in Oosterbeek ca. 1863, Dordrechts Museum, Dordrecht

In de presentatie van Frederik Hendrik Kaemmerer (1839-1902) wordt de bezoeker geïnformeerd over de Kunsthandel in die dagen. Hij wordt als schoolvoorbeeld gepresenteerd van dè Salonkunstenaar. Deze thans minder bekende Nederlander was destijds een van de best verkopende kunstenaars in Parijs. Hij inspireerde tal van landgenoten tot het schilderen van mondaine scènes. In het portret dat Jacob Maris rond  1863 van hem schilderde zien we hem heel geestig zittend op een boomstam aan het werk in de bossen van Oosterbeek.

Coen Metselaar, Het atelier van de kunstenaar Frederik Hendrik Kaemmerer aan de Boulevard Vaugirard 126 bis 1877-1878, prive collectie Oss

Coen Metzelaar portretteerde hem rond 1878 in zijn Parijse atelier, te midden van rekwisieten bezig aan een impressionistisch werkje, waarin we de stijl van Isaäc Israëls latere vlot gepenseelde impressies van soortgelijke (op een ezel rijdende) figuurtjes herkennen.

Bij Jongkind (1819-1891) komen –heel toepasselijk- de Parijse café’s als ontmoetingsplaats en inspiratiebron in beeld. Jongkind hield van de Franse levensstijl: het savoire vivre. Het genieten van een goed glas wijn ontbrak daarbij niet; een gewoonte die hem uiteindelijk op zou breken. Anders dan vaak gedacht wordt leerde Jongkind de impressionistische toets niet van Claude Monet; het was nèt andersom. Gezamenlijk schilderend aan de Seine deed Jongkind dit kunstje niet alleen voor aan Monet, maar ook Boudin en Sisley namen Jongkinds toets over! Voor wie hieraan twijfelt citeer ik Monets eigen woorden: …’c’est à lui que je dois l’éducation definitive de mon oeil’.. (van hem –Jongkind- leerde ik goed te kijken).

Johan Barthold Jongkind, Rue des Franc-Bourgeois St. Marcel, 1868, Gemeentemuseum Den Haag
Claude Monet, Vétheuil 1879, Triton Foundation

Deze vroege Nederlanders in Parijs, hebben een plek gekregen op de benedenverdieping van het museum. In Jongkinds vluchtige impressie van de Rue des Franc-Bourgeiois St. Marcel uit 1868 is de vlotte, los gepenseelde toets die het handelsmerk van de impressionisten zou worden, goed te herkennen.

In de  bovenzaal ontmoet de bezoeker Vincent Van Gogh, George Hendrik Breitner, Kees van Dongen en Mondriaan.

Ter illustratie van de vraag wat leerden kunstenaars in Parijs van elkaar worden de Nederlanders in samenhang getoond met de Fransen. Van Gogh (1853-1890) probeerde in Parijs de verschillende stijlen van Monet, Pisarro en Signac uit. Een dialoog verduidelijkt hoe Breitner schatplichtig was aan Degas.

George Hendrik Breitner (1827-1923), door Jonkman gekenschetst als een verlegen man, was maar korte tijd in Parijs, maar hij absorbeerde en verwerkte de invloeden die hij daar opdeed op een bijzondere manier. Deze leerschool wordt mooi geïllustreerd met twee schetsen van danseressen; één van Degas en één van Breitner.

Edgar Degas, Ontbijten na het baden ca. 1894, Houtskool en pastel op papier,
Bruikleen Triton Foundation
George Hendrik Breitner, Het model zoekt haar kleren bijeen, 1888, privécollectie, Den Haag

 

 

 

 

 

 

 

 

De vernieuwende manier waarop Breitner het vrouwelijk naakt in beeld brengt is zonder Degas ondenkbaar. Zij hebben elkaar niet ontmoet, maar Breitner zag zijn werk en trok er lering uit. In de tentoonstelling Rumoer in de stad werd deze invloed ook al getoond (zie elders op deze site). Op zijn beurt gaf Breitner dit weer door aan Isaäc Israëls en Willem de Zwart.
Even terug naar de hyper-sensitieve Van Gogh, die het in Parijs bij zijn broer Theo, iets langer uithield dan Breitner. Over Vincents zielenroerselen in die periode is weinig bekend, want de broers schreven elkaar toen geen brieven. Zijn schilderijen spreken echter voor zich. Geen kunstenaar heeft in slechts een half jaar zo’n grote ontwikkeling doorgemaakt. Dit wordt prachtig geïllustreerd aan de hand van twee schilderijen met Uitzicht uit mijn atelier. Het eerste, direct na aankomst gemaakt is nog gehuld in zilverachtig licht, het tweede vertoont het goudkleurige licht dat kenmerkend is voor Parijs, aldus Jonkman. Daarbij gaat van Gogh, geïnspireerd door Seurat en Signac, over op het gebruik van ongemengde kleuren, die hij in talrijke toetsjes naast elkaar opbrengt.

Vincent van Gogh ,Gezicht vanuit Theo’s appartement, 1887,Van Gogh Museum, Amsterdam
Claude Monet, Vétheuil 1879, Triton Foundation

 

 

 

 

 

 

 Zijn donkere palet klaarde in la ville lumière aanzienlijk op, maar zijn gemoed werd door de vele grootstedelijke prikkels steeds somberder en onrustiger. Februari 1888 vertrekt Van Gogh naar Arles waar in korte tijd een groot aantal kleurrijke werken ontstaat. De rest is historie. In zijn eigen tijd vrijwel onopgemerkt, weet Van Gogh kunstenaars en filmproducenten tot de huidige dag te inspireren. Daarvan getuigen de Jackson Pollock-achtige schilderijen van de Chinese kunstenaar Zeng Fanzhi die nog tot en met 5 maart in het Van Gogh Museum te zien zijn en de recente animatiefilm Loving Vincent, van de Poolse cineaste Dorota Kobiela. Gemaakt als eerbetoon aan de geestelijk gekwelde  schilder van wie zij zelf, lijdend aan een depressie, veel is gaan houden. Vincents schilderijen zijn door een leger van kunstschilders geframed en komen in prachtige gemanipuleerde beelden langs. De opgeklopte verhaallijn (‘whodunnit’) dat Van Gogh vermoord is, moet de kijker voor lief nemen.
Terug naar de Nederlanders in Parijs, waar Kees van Dongen (1877-1968) niet kan ontbreken. Bij hem komen de thema’ssociaal engagement en sensuele vrouwen’ aan bod. Van Dongen voelt zich in Parijs als een vis in het water en verwerft in korte tijd een positie in de Parijse beau monde. In de Art Deco tentoonstelling in het Haags Gemeentemuseum draait een film, waarin we Van Dongen zien in gezelschap van couturier Paul Poiret, de spil van de Haagse tentoonstelling. Boven diens bed hangt een versie van Van Dongens Inquiétude, met twee prachtig gestroomlijnde roodgloeiend aaneengesmede lichamen. (zie de Art Deco tentoonstelling,op deze site).

Kees van Dongen was een non-conformist; hij begon zijn carrière zelfs als anarchist. Hij wilde geen schilderijen voor de elite maken, maar alleen getekend werk dat voor iedereen bereikbaar was. Wanneer hij echter eenmaal van succes en geldelijk gewin geproefd heeft, laat hij deze instelling varen. Hij gaat schilderen… en hoe!

Zijn kleurrijke door kunstlicht beschenen scènes van het nachtelijke uitgaansleven, konden niet iedereen bekoren. De daarin figurerende arbeidersvrouwen, die slempend de nacht doorbrengen worden door een kunstcriticus wegens de oorlogskleuren op hun gezicht, afkeurend omschreven als ‘Apachemeiden’. Heren en vooral dames uit de upper-class vragen evenwel al snel om geportretteerd te worden. In prachtige kleuren, niet zelden sensueel, brengt hij hen in beeld. De sjieke Comtesse Anna de Noialles met een (goed kijken) ondeugend toetsje en Madame Jasmy, wier portret in de actuele Haagse Art Deco tentoonstelling als steunafbeelding fungeert bij de avondjaponnen van Paul Poiret. Deze dames van stand zette hij een tikkeltje ondeugend neer, maar met het meeste gemak maakte Van Dongen van een ondeugend bartypetje een dame door haar een mooie hoed op te zetten.

Kees van Dongen, Dame met zwarte hoed 1912
Kees van Dongen, Comtesse Anna de Noialles, 1931, Amsterdam Stedelijk Museum

 

 

 

 

 

 

 

 

In deze tentoonstelling vormt Piet Mondriaan het sluitstuk. Het aan zijn naam gekoppelde thema: Kubisme als katalysator: de behoedzame zoektocht naar het universele, geeft aan dat met zijn werk het laatste woord over moderne eigentijdse kunst nog niet is gezegd. Integendeel: Mondriaans figuratief begonnen werk vindt in Parijs een nieuw begin. Even aangeraakt door het kubisme verlaat hij de figuratie geleidelijk aan, op weg naar een nieuw begin; de weg naar volledige abstractie, maar dat is een ander verhaal, waarover ik onlangs onder de titel de Ontdekking van Mondriaan heb beschreven.

Kees van Dongen, Herinnering aan het Russische operaseizoen 1909, National Gallery of Canada, Ottowa

De in Parijs werkzame kunstenaars putten in die jaren ook inspiratie uit theater- en dansvoorstellingen, zoals ‘Cleopatra’ van de Ballets Russes, waarmee ik even terugkom op de genoemde uitzending van Opium. Uit dit ballet, dat als een ‘salade van nationale [Russische] componisten’ getoonzet werd, maakte Mayke Jonkman een toepasselijke muziek keuze: de wonderschone bijdrage van Modest Moessorski.

Tenslotte: zoals de Haagse tentoonstelling Rumoer in de Stad vooral de stedelijke bedrijvigheid in Nederland toonde, zo laat de huidige tentoonstelling zien hoe kunstenaars in Parijs de dynamiek van de Franse hoofdstad in al haar facetten in beeld brachten. De bezoeker ziet de fraai aangelegde boulevards van Haussmann, de kleurrijke parken, impressies van het pittoreske Montmartre en nieuwe uitgaansgelegenheden als de Moulin Rouge en de Moulin de la Galette. Met zo’n 120 eigen schilderijen en bruiklenen uit heel de wereld, biedt het Van Goghmuseum niet alleen een kleurrijk beeld van een voorbije wereld, maar tot en met 7 januari tevens een aanschouwelijk college in de ontwikkeling van de 19e eeuwse schilderkunst. Warm aanbevolen voor de kerstvakantie!

Bibliografie:

Jonkman e.a., Nederlanders in Parijs, tentoonstellingscatalogus Van Goghmuseum, Amsterdam, 2017.

Themanummer Kunstschrift, Een Nederlander in Frankrijk: Jongkind en de anderen, oktober/november 2017.

Link: Nederlanders in Parijs 1789-1914

 

Art Deco t/m 4 maart 2018 in het Gemeentemuseum Den Haag

Georges Lepape, Les Choses de Paul Poiret, 1911. Palais Galliera, Musee de la Mode de la Ville de Paris.

Directeur Benno Tempel is al begonnen met zijn inleiding op de Art Deco tentoonstelling wanneer ik, vertraagd door het verkeer, binnenkom. Hij roemt de man die de spil was in de grensoverschrijdende ontwerpen van deze stijlperiode. Zijn naam heb ik gemist. Wanneer het gaat over stofontwerpen, kleding, juwelen, meubilair, prenten en schilderijen gepresenteerd als Gesamtkunstwerken, meen ik het te weten: Siegfried Bing.

Paul Poiret op tournee met zijn mannequins, Victoria Station Londen, 1924

Later, als ik tussen de timmerende, lijmende en anderszins ijverige inrichters van de tentoonstelling sta blijkt dat ik het verkeerd heb. Niet Bing maar de Franse couturier Paul Poiret (1879-1944) is de hoofdrolspeler in deze Art Deco expositie.  Als een van de grootste vernieuwers van het modebeeld aan het begin van de 20e eeuw wordt Poiret als ‘de vader van de art deco’ gepresenteerd. De tentoonstelling schetst aan de hand van zijn ontwerpen een nieuw beeld van deze stijlbeweging, die anders dan werd aangenomen al rond 1910 begon. In tijden waarin dames letterlijk en figuurlijk nog in een strak keurslijf zaten, ontwierp Poiret rechte japonnen geïnspireerd op de Griekse peplos, die zònder korset gedragen konden worden. Wat een bevrijding moet dat zijn geweest!

Paul Poiret en zijn vrouw Denise voor het schilderij La Quietude van Kees van Dongen

Voor stofontwerpen werkte hij samen met eigentijdse kunstenaars als Raoul Dufy, Erté en Man Ray. Ook kocht hij werk van Brancusi en kleurrijke kunstenaars als Delaunay, Raoul Dufy, Henri Matisse en Kees van Dongen. In één van de zalen ziet de bezoeker een opname met boven Poirets echtelijk bed Kees van Dongens Quiétude, een vredige verstrengeling van een rode en blauwe figuur, die mij doet denken aan de regels uit Jacob Cats Houwelick: … ‘twee zielen gloeiend aaneengesmeed’

Kees van Dongen, La Quietude, 1918, Particuliere collectie

In de eerste zaal van de tentoonstelling ziet de bezoeker voorbeelden van Poirets samenwerking met deze kunstenaars. Een schitterend blauw zijden japon uit 1912, een schilderij van Severini, waarin blauwtonen domineren en een met blauwe stof beklede tabouret vormen samen met Brancusi’s Maiastra uit Poirets privé collectie een harmonieus gecomponeerd tijdsbeeld.

Paul Poiret, blauwzijden japon met kimono mouwen, tabouret en blauwe danseres van Gino Severini

Dit geldt ook voor een op Japanse kunst geïnspireerde kimono-achtige mantel met stofontwerp van Dufy, dat tevens gebruikt is voor de stoffering van een tweetal stoelen.
De naam Art Deco komt van de in 1925 gehouden Exposition Internationale des Arts Décoratifs et Industriels Modernes. Deze tentoonstelling bevatte alle artistieke ingrediënten die later als art deco zouden worden bestempeld. Poiret vormde daarin de centrale figuur. Naast toegepaste kunst waren interieur- en architectuur  ontwerpen te zien. Op poppen gemodelleerd naar de vrouwen van Modigliani en Brancusi werden creaties van Lanvin en Worth getoond. Met 150 juwelen stal Cartier de show, maar je hebt altijd baas boven baas. Poiret die inmiddels de bijnaam le Magnifique had verworven, presenteerde zijn interieur-, mode- en parfumcreaties op drie arken in de Seine. Er waren modeshows te zien en één ark was ingericht als restaurant. Het was adembenemend, maar … hoogmoed komt voor de val. In 1925 ging het schip van zijn succes letterlijk en figuurlijk naar de kelder. Om een faillissement af te wenden moest Poiret zijn kunstcollectie plus de huizen die zijn ontwerpen produceerden, Maison Martine en zijn Parfumlijn in 1925 verkopen. Daarna probeerde hij tevergeefs zijn come-back te maken. Toen zijn rivale Coco Chanel haar eenvoudige little black dress presenteerde vroeg Poiret smalend of ze in de rouw was, waarop zij gevat zou hebben geantwoord:  ‘Oui Monsieur, de vous!’

In de tentoonstelling van meer dan 300 objecten met een luxueuze, decadente uitstraling, ligt de nadruk op de Franse art deco. De bezoeker wordt opzettelijk overvoerd, want dat hoort bij deze uitbundige stijl. Prachtige stoffen, bont, japonnen, juwelen, meubels met fraai inlegwerk, fantasievol vormgegeven vazen, objects of virtu en interieurdecoraties worden gepresenteerd als een cocktail van verschillende stijlen. De bezoeker herkent het kubisme, futurisme en constructivisme van die jaren en invloeden van exotische culturen. De uitbundige, naar decadentie zwemende art deco beleeft haar hoogtepunt in de zogenoemde jazz-age 1920-1930 of roaring twenties. Voor een goed begrip even terug naar Siegfried Bing (1838-1905). Ook hij was een vernieuwer. Zijn naam is verbonden aan de Art Nouveau een decoratieve op plant- en dier motieven geïnspireerde stijl die zich in verschillende vorm tussen 1890 en 1914 in heel West-Europa op eigen wijze manifesteert. In Oostenrijk bekend als Secessionsstil, in Duitsland als Jugendstil of Reformstil in Italië als Stile floreale en in Spanje Modernismo werd genoemd. In Nederland werd deze bekend als de Sla-oliestijl,  naar een reclame ontwerp van Jan Toorop voor Delftse sla-olie.

Geïnspireerd op de Japanse cultuur en prenten ontwierp Bing luxueuze toegepaste kunst. Eigentijdse kunstenaars bezochten zijn expositie op de wereldtentoonstelling van 1900 en zijn handelshuis Maison d’Art Nouveau. Vincent van Gogh zag er de prenten van Utagawa Hiroshige, die hem inspireerden tot zijn doeken Brug in de regen en Bloeiende pruimenbomen. In die tijd ontstonden Gesamtkunstwerken, waarin architecten, beeldhouwers, schilders, ceramisten en meubelontwerpers samenwerkten aan één creatie. Het rond 1910 door Antoni Gaudi als Gesamtkunstwerk ontworpen Casa Milà in Barcelona, beter bekend als La Pedrera, is daar een mooi voorbeeld van.

Dit alles speelt echter vòòr Paul Poirets tijd. De bloeiperiode van zijn creaties en de Art Deco ligt tussen 1920 en 1939. Poiret streefde eveneens naar ‘totaalkunstwerken’. Art Deco is een enigszins eclectische stijl waarin, anders dan in het repertoire van de Art Nouveau, geometrische vormen weergegeven in rijke kleuren, de overhand krijgen boven de asymmetrische plant- en dier motieven van voorheen.

Vier Flacons, ontwerp Paul Poiret, La ‘veritable eau de cologne’, handbeschilderd

In de volgende zalen zijn nog meer loose-fit jurken te zien, waarin je lekker de Charleston kan dansen, kamerschermen en een meubelstuk dat tegenwoordig alleen nog te vinden is in de slaapkamers van hoogbejaarde (groot)moeders of bij de kringloop: de toilettafel met Poirets fraaie parfumflesjes.

Met een reeks ceramische en glazen objecten van René Lalique, tijdschriften en reclame affiches en niet in de laatste plaats juwelen wordt het totaalbeeld van de Art Deco vervolmaakt. Vijfendertig ontwerpen van Cartier weerspiegelen de luxueuze sfeer van het interbellum, waarin na de gruwelen van WOI een nieuw optimisme en élan was ontwaakt.

Cartier Parijs, Vanity Case,1925 , Cartier Collectie

Blikvanger is de zogenoemde Vanity Case; een met email, lakwerk en juwelen bezet doosje voor het meenemen van  compact powder en lipstick. Een must-have voor welgestelde mondaine uitgaanstypes.

 

 

Make up doosje met afbeelding van Sjah Jahan, Moghul keizer en bouwheer van de Taj Mahal

De vormgeving van deze objecten vertonen velerlei oosterse invloeden: Egyptische, Chinese, Japanse en zelfs Indiase inspiratiebronnen. Op een make-up doosje ontdekt ik een Moghul miniatuur met het portret van Sjah Jahan (bouwheer van de Taj Mahal).

 

Cartier Parijs, hanger in Egyptische stijl,1921, Cartier Collectie

De voorliefde voor exotische motieven werd in 1922 aangewakkerd door de ontdekking van de tombe van Toetanchamon met fabelachtige grafvondsten. Louis, één van de drie broers Cartier, gebruikte Egyptische oudheden als inspiratiebron voor zijn juwelen, zoals te zien in een hanger uit 1921. Tijdgenoot Charles Jacqueau gebruikte eveneens oosterse vormen en kleurcombinaties als blauw-groen; die zijn creaties de naam Pauwen-stijl bezorgde. Toepasselijk want met haar luxe overdaad roept deze het 17e eeuwse symbool voor ijdelheid in herinnering.

Naast een artistiek hoogbegaafde ontwerper was Poiret ook een handige zakenman. Voor de vervaardiging van zijn creaties riep hij een speciale werkplaats in het leven: Atelier Martine. De ontwerptekeningen en daar vervaardigde modellen zijn naast elkaar tentoongesteld.
In de volgende zalen wordt het feest van kostbare exotische (avond)japonnen voortgezet. In Kees van Dongens portretten van chique dames zien we de creaties van Poiret terug, zoals in de beeltenis van Madame Jasmy Alvin (voor 1920).

Avondjurk, ca.1926, Gemeentemuseum Den Haag
Kees van Dongen, Madame Jasmy Alvin, Centre Pompidou, Parijs

 

 

 

 

 

 

 

 

Met Van Dongens Mata Hari-achtige portret van danseres Mademoiselle Geneviève als Salomé, uit 1923 getoond naast Poirets kostuum voor zijn in 1911 georganiseerde ‘duizend-en-twee-nachtfeest’, haakt het Gemeentemuseum in op de actualiteit. In haar geboortestad Leeuwarden wordt t/m 2 april aan de legendarische Friezin die schuil gaat achter de naam Mata Hari een grote tentoonstelling gewijd. Na veel ups en downs beleefde Margaretha Zelle op het podium van Monsieur Guimet in Parijs, vrijwel gelijktijdig her finest hours en zwanendans als de ‘oosterse’ danseres Mata Hari. Poiret was eveneens gefascineerd door eigentijdse danseressen. Voor Isadora Duncan ontwierp hij schitterende creaties.

Kees van Dongen, Mademoiselle Genevieve als Salome, 1923, Nouveau Musee National de Monaco

Behalve oosterse inspiratiebronnen verraden Poirets ontwerpen ook kleurrijke folkloristische invloeden, ontleend aan de kostuums van de dansers van de Ballets Russes die in die jaren optraden in Parijs. Leuk ook is het gebruik van kindertekeningen. Poiret liet jonge meisjes intuïtief wat op papier te zetten; de resultaten verwerkte hij tot stofpatronen.

De tentoonstellingsmakers zijn ruimhartig geweest: iedereen die destijds tot de avant-garde behoorde mag in deze expositie meedoen: Severini, Modigliani, Picasso en Kees van Dongen, van wiens hand ook een reeks illustraties bij de vertelling van Duizend-en-één-nacht te zien is. Matisse is vertegenwoordigd met een merkwaardig kostuum voor een rouwdrager en er hangt zelfs werk van Mondriaan en Theo van Doesburg, wiens geometrische vormen Poiret inspireerden tot de creatie van de grijs-zwart geblokte japon, model Braque!

Dagjurk, ca 1925, stof bedrukte zijde waarschijnlijk ontworpen door Braque
Theo van Doesburg, compositie IX, opus 18, 1917,Gemeentemuseum Den Haag

 

 

 

 

 

 

 

 

Geïnspireerd op de vertellingen van Sheherazade organiseerde Poiret onstuimige feesten. Voor een bal getiteld Duizend-en-twee nacht, ontwierp hij het reeds genoemde harem kostuum. Via filmbeelden kan de bezoeker bijna honderd jaar na dato, nog meegenieten van dit spectaculaire bacchanaal. In een bonte, uitgelaten  stoet komen Poirets gasten, leden van de Parijse beau monde èn exotische buiten-europese types, langs. Halfnaakt of gehuld in bizarre kostuums staan ze uitzinnig van vreugde te dansen; één van hen is Josephine Baker die ook wel eens iets warms draagt.

Theatre de l’Etoile, La Revue Negre 1925
Josephine Baker, 1928

 

Het antwoord op de vraag naar de oorzaak van deze extase lees ik in de zaaltekst: …’ exorbitante feesten met champagne, felgekleurde cocktails, kreeft en cocaïne’
Wie achter de titel Art Deco een brave tentoonstelling verwacht, komt plezierig bedrogen uit; de expositie is één groot orgie van schitterende en kleurrijke objecten.

B.Tempel e.a., Art Deco Paris, tentoonstellingscatalogus Gemeente Museum Den Haag, 2017.

Leuk voor jong en oud; Kunstprentboek van Enzo Pérès-Labourdette, Paul Poiret dromen van de Oriënt, Leopold Amsterdam, Gemeentemuseum Den Haag

Link: Gemeente Museum Den Haag, Art Deco, tentoonstelling