Shelter; a contemporary intervention. Zomertentoonstelling Museum Catharijneconvent t/m 9 September

Zaalimpressie kloostergang met werk van Danh Vo en Kerry James                                                             
                                                                                                                                               Wie als regelmatige bezoeker de doorgaans verstilde expositiezalen van het Catharijneconvent betreedt kan deze zomer zijn ogen waarschijnlijk niet geloven! In de Catharinazaal en Schatkamer vallen de zogenoemde ‘interventies’ met eigentijdse kunst uit de tentoonstelling
Shelter, a contemporary intervention nog niet direct op. Dat wordt anders in de bovenzalen.
Hanson in het Catharijneconvent
De Refter van Museum Catharijneconvent met op de vloer Derelict Woman (1971) van Duane Hanson (coll. Centraal Museum Utrecht)

In de Refter ontmoet ik een oude bekende. Duane Hansons Derelict woman uit 1973. Wist ze mij in de Drentse expositie the American Dream, ter illustratie van de keerzijde daarvan al te raken, hier in het voormalige gasthuis van de Johannieters, is de confrontatie nog groter. Liggend onder een 16e eeuws beeld van de gekruisigde Christus, die volgens de leer voor de zonden der mensheid is gestorven, vraag je je af of deze zwerfster de liefde van God nog gaat meemaken.

Serie Anti Drone Tenten (2013) van Sarah van Sonsbeek

De zomerexpositie in Museum Catharijneconvent is genoemd naar goudkleurige shelters van Sarah van Sonsbeeck, gemaakt van folie dekens die bootvluchtelingen tegen onderkoeling krijgen aangereikt. Haar Anti Drone Tent beschermt de vluchtende mens eveneens tegen herkenning met infra rood vanuit drones. Door de vorm en het materiaal verwijst de tent tegelijkertijd naar geborgenheid en opvang in hedendaagse vluchtsituaties en de oorspronkelijke functie van het Catharijneconvent. Het 16e eeuwse klooster herbergde een gasthuis voor zieken, armen en daklozen.

De hedendaagse kunstwerken van o.a. Daan van Golden, Danh Vo, Marlene Dumas, Frank Ammerlaan en Damien Hirst onderbreken de verstilde sfeer van het Catharijneconvent, waar de geschiedenis van het christendom in Nederland wordt verteld. Ze vormen een schakel tussen verleden en heden.

Voor deze bijzondere expositie hebben het Centraal Museum en het Catharijneconvent de handen ineen geslagen. Aanleiding vormt het 550 jarig bestaan van het oude kloostergebouw. Met haar geschiedenis alleen al kan een boek worden gevuld. Karmelieten moesten hun in aanbouw zijnde klooster in 1528 op last van keizer Karel de V afstaan aan Johannieters. Leden van deze orde moesten hun  klooster annex gasthuis op het Catharijneveld verlaten om plaats te maken voor de bouw van kasteel Vreedenburgh. In het nieuwe Catharijneconvent richtten de Johannieters wederom een gasthuis in. Na de oprichting van de Utrechtse medische faculteit in 1636, kwam de eerste hoogleraar Willem Stratenus hier al met zijn studenten voor ‘bedside-teaching’, waarmee het fundament werd gelegd voor het Utrechtse Academische ziekenhuis. In later tijd fungeerde het Catharijneconvent o.a. als passantenhuis voor soldaten en vonden Belgische refugiés hier tijdens WO I onderdak. Sinds 1979 tenslotte vinden door ontkerkelijking overbodig geworden christelijke objecten hier een veilig onderkomen. Het Catharijneconvent was en is a real shelter.

De tentoonstelling  is samengesteld door Bart Rutten, directeur van het Centraal Museum. In 1997 zag hij in Chicago een expositie waarin kunst uit verschillende culturen in dialoog was opgesteld. Leidraad vormde de behoefte van de mens ‘om een staat van religieuze extase te bereiken’. De huidige expositie is hierop geïnspireerd en ingericht rond de vraag hoe kunstvoorwerpen functioneren en hoe deze ons bewustzijn aanspreken.

Wat doet kunst met je?

Aan kunst kun je plezier beleven, kunst kan je verrijken en aanzetten tot nadenken. Kunst kan je ontroeren en zelfs in vervoering brengen, maar kunst kan ook irritatie of woede opwekken. In een recente publicatie, Kunst is om te huilen beschrijft Anton Erftemeier deze effecten. In deze expositie kom je alle in dit boek beschreven gemoedstoestanden tegen.

Soms worden we door kunst geraakt zonder precies te begrijpen waarom… Niet het verstand maar het gevoel neemt de leiding. Zelf had ik dat bij een van de 20e eeuwse objecten: een lege doos met titel: The book of 100 Questions van James Lee Byars uit 1969. Bij de uitleg waarvan ik mij enigszins bij de neus genomen voelde. Too many questions, denk ik; dit is in een jaren ’70 populaire term zo would be !

Intuïtie vormde ook voor Rutten de leidraad bij zijn object keuze; resulterend in een expositie die uit twee delen is opgebouwd. Rutten combineerde werken uit de vaste collectie van het Catharijneconvent met modern en eigentijds werk van zijn eigen museum en bruikleengevers.

The Altar, Damien Hirst, Centraal Museum
The Altar (2005), Damien Hirst, Coll. Centraal Museum Utrecht, foto: Mike Bink

Bij verschillende werken bestaat een link tussen kunst en religie. Nu eens is religie ver weg, dan weer ervaart de bezoeker een associatie met het geloof, soms ook is religie duidelijk aanwezig. De bedoeling van het plaatsen van moderne kunstwerken in deze historische omgeving is de aandacht van de beschouwer tot nauwkeuriger kijken te prikkelen.

Damien Hirst’s altaar met een kruis en met pinnen doorstoken (heilig) hart uit 2005, opgesteld nabij twee 17e eeuwse altaarstukken van Abraham Bloemaart, past naadloos in de historische kloosteromgeving.

Hier verbaast de bezoeker zich wellicht over de  combinatie van gebruikelijke en ongebruikelijke objecten. Een kruis, ingelegd met gekleurde stenen, die bij nadere beschouwing pillen blijken te zijn. Een schedel als memento mori en een uitvergrote pijnstiller….Intrigerend, maar wat wil de kunstenaar hiermee zeggen? Verwijst die pil naar Karl Marx overtuiging: …Religion ist das Opium des Volkes? De bezoeker mag het zelf invullen.

Pieter d’Hont, Het Gesprek 1960

In de Utrechtzaal sluit een beeldengroepje toepasselijk aan bij de subtitel van de tentoonstelling: een dialoog tussen twee roomskatholieke geestelijken, vervaardigd door ‘stadsbeeldhouwer’ van de vorige eeuw Pieter d’Hont (1917-1997). Als student gingen wij in de jaren ’80 op excursie naar zijn atelier in bolwerk Manenburg. De groep is een hommage aan de door de beeldhouwer bewonderde paus Johannes XXIII, hier nog weergegeven in zijn hoedanigheid van kardinaal Angelo Roncalli, in gesprek met de toenmalige aartsbisschop van Florence, Elia Dellacosta

Aan het begin van de opstelling biedt Daan van Goldens Kompositie uit 1971 in de Catharinazaal een mogelijkheid tot  associatie met de ruim 400 jaar oude florale motieven in het gebedenboek van Beatrijs van Assendelft, links daarvan opgesteld. En, je zou er zo aan voorbij lopen, even naar rechts hangt nog een werk van Van Golden: Sleeping Buddha. Een collage uit 1975, opgewerkt met pareltjes en bloedkoraal. Qua techniek en onderwerp geheel passend in de ontstaanstijd. In de jaren ’70 keerden velen de traditionele westerse kerken de rug toe. In de zoektocht naar gemoedsrust en antwoorden op levensvragen richtte menige westerling zich op Oosterse religies en meditatietechnieken. Nu zie je overal boeddha beeldjes maar Daan van Golden was een van de eersten die zich, na zijn verblijf in het Verre Oosten, door het boeddhisme liet inspireren. Ook de geschilderde bloemmotieven vinden daar hun oorsprong. Voor zijn Kompositie vormde Japans pakpapier de inspiratiebron. Al associërend kwamen mijn gedachten uit bij de kleurrijke florale motieven in de marmeren Moghul paleizen, zoals de Taj Mahal.

Kompositie, 1971, Daan van Golden, collectie Centaal Museum Utrecht
Taj Mahal, Agra, India bloemmotief

Achterin in de volgende ruimte, de Schatkamer, staat eenzaam tussen de sacrale gewaden, een profaan mini jurkje van sleetse geborduurde Chinese zijde met aan de bovenzijde een modern rafelrandje. Een creatie van couturier Jan Taminiau, wiens werk t/m  28 augustus in het Centraal Museum te zien is. Hij knipte het model, dat hij Passe Partout noemde, in 2008 uit een oud kazuifel van een processiebeeld.

Zuster Majella Hoppenbrouwers met ingelegde schedel op schoot uit The New Dress van Roy Villevoye en Jan Dietvorst

Al eerder was in het Catharijneconvent videokunst te zien, zoals Bill Viola’s The Greeting tijdens de Maria tentoonstelling vorig jaar. Nu wordt The New Dress (2016) getoond, een ontroerende film van Roy Villevoye en Jan Dietvorst over het leven van zuster Majella Hoppenbrouwers, die als jonge vrouw naar Papoea-Nieuw-Guinea vertrok. Op een foto zien we de nu 90 jarige missiezuster, geportretteerd in een remake van de nieuwe luchtige jurk, die zij zich voor haar werk in de tropen liet aanmeten. Op haar schoot omklemt ze een met kraaltjes versierde kop gesneld door mannen onder wie zij in de vijftiger en zestiger jaren het woord van God verkondigde. De film zoomt in op de trofeeën van de trotse koppensnellers. Damien Hirst’s met diamanten bezette (afgietsel van een) schedel For the love of God, uit 2008, zou in deze sectie van de tentoonstelling niet misstaan.

Tegelijk met Shelter wordt de nieuwe opstelling van Rembrandt en de Gouden Eeuw gepresenteerd. Bijbelschilderkunst uit de vaste collectie in samenspraak met eigentijdse deels op de bijbel geïnspireerde kunst. Op de begane grond van de westelijke kloostergang krijgt de bezoeker hiervan vast een voorproefje. Een interessante juxtapositie van het vroeg 17e eeuwse portret van dominee Willem Thielen, wiens molensteenkraag zich spannend verhoudt met Ad Dekkers Op-Art Variatie op cirkels no. III uit de jaren zestig.

Ad Dekkers, Variatie op Cirkels no III, in samenspraak met Molensteenkraag van dominee Willem Thielen.

Ook de combinatie Jewish Girl uit 1986 van Marlene Dumas naast Salomon de Brays Jaël, Debora en Barak uit 1635 in de kloostergang boven nodigt uit tot aandachtig kijken. De oudtestamentische heldin Jaël, eveneens een Joods meisje, kijkt de beschouwer over de eeuwen heen indringend aan. Een op het eerste gezicht wellicht wat raadselachtige voorstelling, maar als je goed kijkt zie je een tentpin met, nauwelijks waarneembaar, enkele druppels bloed. Het corpus delicti, waarmee Jaël de vijandige legeraanvoerder Sisera heeft gedood. Mooi voorbeeld van een zogenoemd historiestuk, het genre dat in de 17e eeuw door kunstcritici het meest gewaardeerd werd. Waarom?

Om de voorstelling te begrijpen is kennis nodig. Historieschilders kozen een dramatisch moment uit een mythologisch, historisch of bijbels verhaal, waarvan de betekenis alleen begrepen kan worden door iemand die het verhaal kent. In dit geval het bijbelboek Richteren, hoofdstuk 4. Voorafgaand aan de confrontatie tussen Israeliëten en Kanaänieten voorspelt de profetes Debora dat de vijandige legeraanvoerder niet zal worden gedood door die van de Israëlieten, Barak, rechts in beeld, maar door een vrouw. De voorstelling bewijst haar gelijk en verraadt tevens invloed van de Italiaanse meester Caravaggio, aan wie het Centraal Museum dit najaar een grote tentoonstelling wijdt. Kenmerkend voor diens navolgers is het inzoomen op halffiguren, waarin vaak het contrast tussen jong en oud wordt benadrukt, belicht in een dramatisch chiaro-scuro. De zogenoemde Utrechtse Caravaggisten zijn eveneens bedreven in het treffend weergeven van stofuitdrukking: het zachte incarnaat van Jaëls borsten, de soepele stof van haar openhangende keursje (waarmee ze haar slachtoffer eerder wist te verleiden) naast de harde structuur van Baraks wapenrusting.

Marlene Dumas, The Jewish Girl, 1986, Collectie Centraal Museum Utrecht
Samuel de Bray, Jael, Deborah en Barak, 1635

Dwalend door de museumzalen zie ik behalve schilderijen ook ‘sculpturen’, zoals 3 zuurstofflessen van Sarah van Sonsbeeck.  Alleen het verhaal achter dit materiaal kan boeien. Eilandbewoners van Tristan da Cunha, die dergelijke flessen als gong gebruikten brachten Van Sonsbeeck op het idee voor deze installatie. De kunstenares nam er een mee en liet er een paar in brons namaken. Door ze vervolgens te laten stemmen, kregen de saaie flessen een bijzondere meerwaarde. Wanneer deze met een hamer worden aangetikt klinkt het volgende akkoord: Es, D, G, waarmee het kunstwerk ineens helemaal binnen de kloostermuren past: de beginklanken van Bachs’ Soli Deo Gloria!

Mooi gemaakt, maar eveneens raadselachtig is het roodkoperen beeld van de Vietnamese kunstenaar Danh Vo, die als bootvluchteling naar Nederland kwam. Waar dit werk mij aan doet denken?

Vo_we the people
Danh Vo, We the People (detail), 2011-2014. The Ekard Collection

Aan de manier waarop de onderdelen van vliegtuigvleugels met klinknagels zijn vastgezet, zoals ik met een zitplaats boven de wing vaak heb gezien. En waar zou je dan naar toe vliegen, vraagt de rondleidster met wie ik meeloop. Nou, bijvoorbeeld New York. Helemaal goed, want hier staat het beeld waarvan deze sculptuur -in replica- een onderdeel is. Van de 250 delen die de kunstenaar tussen 2011 en 2014 kopieerde en wereldwijd verkocht, is dit een fragment. Voor wie het niet direct voor zich ziet: u kijkt hier naar een plooival in het gewaad van het Amerikaanse Vrijheidsbeeld. De titel: We the People verwijst naar de beginregels van de Amerikaanse Grondwet. Ook dit werk, dat immigranten bij aankomst in de VS zien, past goed in het voormalig gasthuis. Voor de kunstenaar, die zelf ooit vluchteling was, staat het beeld tevens voor het begrip vrijheid.

Uit de spullen van Danh Vo’s vader hangt in de grote zaal een in schoonschrift gekopieërde brief. Op zich niets bijzonders, zo’n ingelijst stuk papier, maar wanneer je kennis neemt van de inhoud krijg je kippenvel. Aan de vooravond van zijn executie schreef de Franse missionaris Jean-Theophane Venard (1829-1861) de volgende woorden aan zijn vader: .. ‘Wij zijn allemaal bloemen …. welke God plukt in zijn eigen tijd’ ….

Kunst kan op onverwachte momenten ontroeren.

De brief hangt in de grote tentoonstellingszaal, waar ook de met goudverf beklede zadeldeken van Janis Rafa Cover Blue with Red stripes (2018) te zien is en haar film, waarin een  boom wordt begraven (…).

Copper Ribbon_Carl Andre
Carl Andre, Copper Ribbon, 1969, Museum Kröller Möller, Otterlo

In deze ruimte kreeg Bart Rutten de gelegenheid een persoonlijke creatie toe te voegen. Carl Andre overhandigde hem een koperen strip, die hij in een door hemzelf gekozen vorm mocht neerleggen. Aan deze interessante interactie tussen kunstenaar en tentoonstellingsmaker, leverde een onoplettende bezoeker onbedoeld ook nog een bijdrage, waarna het beschadigde object werd verwijderd.

Ammerlaan Untitled
Frank Ammerlaan, Untitled, 2018, Met dank aan Frank Ammerlaan en Upstream Gallery

Elders in de opstelling hangt een in mijn ogen wat smoezelig patchworkje van Frank Ammerlaan (1979). Het is gemaakt van oude restjes stof. Kunstig in elkaar gezet, dat wel. Maar boeiend?

Pas toen ik verderop nog even omkeek zag ik het. Een prachtige ogenschijnlijk driedimensionale creatie van sterren!  Het deed me denken aan de verrassende scheppingen van Maurits Escher die t/m 27 augustus te zien zijn in het Fries Museum.

Kerry James Marshall Vignette
Kerry James Marshall, Vignette, 2003, Defares Collectie

Van de geëxposeerde schilderijen is Kerry James Marshall’s Vignette uit 2003 mijn absolute favoriet. Tegen een idyllische achtergrond rent een zwart mensenpaar weg. Het contrast tussen de lieflijke achtergrond en de hard rennende figuren maakt, wanneer je de scène even op je laat inwerken, een grote indruk. Adam en Eva, verjaagd uit het paradijs? Als stripfiguren die zich na het uithalen van kattenwaad uit de voeten maken. Zwart. Letterlijk en figuurlijk. De kapsels laten er geen twijfel over bestaan, maar er is nog een bewijs; kijk maar goed naar het hangertje van de man. Door Rutten -in het licht van de eerste in Afrika levende mens- terecht als geloofwaardiger beschreven dan de ons bekende witte Adams en Eva’s uit de westerse kunstgeschiedenis. Ook los van de bijbelse context nog steeds actueel. Kennen we ze niet allemaal: zwarte momenten, waaruit we zo hard mogelijk zouden willen wegrennen?

Hatterman Pieta
Nola Hatterman, Pieta of Kruisafname, 1949, Collectie Centraal Museum

De Nederlandse actrice en kunstenaar Nola Hatterman koos in 1949 met haar Kruisafneming eveneens voor een destijds als controversieel ervaren, iconografie. In plaats van de blauwogige donkerblonde Jezusfiguren, bekend van andere schilderijen en bijvoorbeeld de film Jezus Christ Superstar. De rol van Judas kon in de jaren ’70 zelfs nog kritiekloos worden toebedeeld aan een zwarte man…

Hatterman vond in Suriname inspiratie voor deze kruisafname van een zwarte Jezus. Rutten plaatst haar naast een Kruisiging door Pieter Lastman uit 1625. Een werk dat qua emotie, hoewel ingetogener, niet onderdoet voor de luid lamenterende Maria’s van Hatterman. In het Catharijneconvent zult u tevergeefs zoeken naar beelden van Maria met een gekleurde huid. Het Catharijneconvent bezit de Zwarte Madonna van Frans Franscicus uit 2001 maar deze is momenteel niet te zien.

Het bovenstaande is een impressie van een alleszins indrukwekkende tentoonstelling, waarmee het Catharijneconvent haar wellicht wat brave imago heeft afgelegd!

Museum Catharijneconvent: Shelter

The American Dream tot en met 27 mei 2018. Drents Museum Assen & Kunsthalle Emden

 

Affiche The American Dream, 2018, Assen Emden

Het realisme vormt tegenwoordig een belangrijk hoofdstuk in de Amerikaanse kunstgeschiedenis. Progressieve kunstcritici hadden er echter in de naoorlogse jaren, toen abstracte kunst de boventoon voerde, geen oog voor. In de dubbeltentoonstelling The American Dream staat dit Amerikaans realisme centraal. De bezoeker ziet behalve schilderijen en sculpturen met alledaagse onderwerpen ook foto’s uit die tijd, zoals van de voorvechter van gelijke rechten Martin Luther King en beelden van de protestmarsen tegen de Vietnam-oorlog. Informatie via touch-screens, film- en muziekfragmenten vervolmaken de historische ervaring. Een speellijst van Spotify met ‘gouwe ouwe’ maakt deze helemaal compleet. Niet alleen interessant voor tijdgenoten, bij wie de beelden herkenning oproepen, maar ook voor wie de gebeurtenissen uit de jeugd van hun (groot)ouders slechts een ver-van-mijn-bed-show is.
In het Drents Museum ligt de nadruk op de kunst van 1945 tot 1965; de tijd waarin the American way of life ook invloedrijk was in Europa. De Kunsthalle Emden belicht de tijd daarna met beelden van de Golfoorlog, de aanslagen van 9/11 en impressies van het wapengeweld en de drugs- en aidsproblematiek in Amerika. Actueel is een met niets ontziend realisme geschetste beeltenis van Hillary Clinton en het hilarische ‘portret’ van Donald Trump!
De werken worden thematisch gepresenteerd; stadsgezichten, stillevens, landschappen en verhalende scenes.

Yvonne Jacquette, Chrysler Building Composite at Dusk, 1997, private collection NY

Het verhaal over the American Dream begint met de snel groeiende welvaart van de naoorlogse jaren. De tijd waarin iedereen zijn droom kon verwezenlijken. Zoals de wolkenkrabbers naar de hemel reikten, zo was het ook met de mogelijkheden voor hardwerkende mensen: the sky is the limit! Dat de realiteit vaak anders was wordt in deze tentoonstelling ook getoond naast politieke en maatschappelijke kwesties.

Wat ging aan dat Amerikaanse realisme vooraf?
Tijdens de na-oorlogse jaren gooiden kunstenaars van de  zogenoemde New York School het roer radicaal om. Zij bestempelden figuratieve kunst als trash en gingen over op een abstracte beeldtaal. Parijs moest haar positie als ‘culturele hoofdstad’ afstaan aan New York. Dat hiermee geen einde kwam aan figuratieve kunst bewijst deze als tweeluik gepresenteerde expositie. Terwijl Jackson Pollock en Willem de Kooning zich uitleefden in abstract expressionistisch werk gaven Edward Hopper, Alice Neel, Andrew Wyeth, Andy Warhol, Richard Estes en Robert Birmelin de zichtbare werkelijkheid van alledag weer…en hoe!

Geen nood voor wie niet in de gelegenheid is beide locaties te bezoeken: de tentoonstellingen worden in één publicatie samengebracht en in beide musea wordt een koppeling gemaakt met het partnermuseum. In Assen krijgt de bezoeker een select voorproefje van Emden en andersom. In deze impressie geef ik u -om in jargon te blijven- een medley van beide exposities die behalve visueel genoegen ook een interessante geschiedenisles bieden.

Het Amerikaans realisme kent vele gezichten. Het zogenoemde regionalisme, met -soms desolate- Amerikaanse landschappen, magisch realisme, klassiek realisme in Europese trant, fotorealisme, eclectisch postmodern realisme, popart en politieke kunst: you just name it!

Niet alle realistisch werkende kunstenaars zijn in één hokje te plaatsen. Met hun subtiele observaties van het Amerikaanse leven vormen Andrew Wyeth en Edward Hopper de verbinding tussen Assen en Emden. Hun werken ademen een sfeer van immense eenzaamheid en melancholie.

Woody van Amen,’Wrigley’, 1963, Collectie Museum Het Valkhof, Nijmegen.

De American way of life met coca cola, pop-corn en andere consumptieartikelen, waaide in de jaren ’50 en ’60 over naar Europa. In zijn uit 1963 daterende doek Wrigley prijst de Nederlandse Pop-Art kunstenaar Woody van Amen het genot van Amerikaanse kauwgom aan. De door Andy Warhol als kunst gepresenteerde schilderingen en sculpturen van eigentijdse consumptieartikelen en portretten van celebrities, zijn de geschiedenis in gegaan als popular art: Pop-Art. Sinds enige tijd bestaat ook in Europa herwaardering voor realistische kunst. In 2012 organiseerde het Nijmeegse Valkhof de tentoonstelling Pop-Art met werk van Europese vertegenwoordigers en in 2014 presenteerde het Ludwig Museum de expositie Ludwig Goes Pop met Europese en Amerikaanse realisten. En in Museum More in Gorssel is onlangs de tentoonstelling de Serene Blik met Nederlandse realisten geopend.

De expositie in Assen is ingericht op het denkbeeldige stratenplan van Manhattan. Langs de hoofdas, Broadway, ziet de bezoeker een tijdlijn van 1945 tot 1965 met foto’s, krantenknipsels en filmbeelden van de woelige naoorlogse jaren. Op één van de Avenues sla ik niets vermoedend de hoek om en struikel bijna over een haveloze zwerfster, die hier in New York de weg is kwijtgeraakt. Precies dit effect had Duane Hanson met zijn sculptuur van een Derelict Woman uit 1973 voor ogen. Het beeld van een seksegenote in deplorabele toestand komt harder aan dan de gebruikelijker aanblik van mannelijke zwervers en toont de keerzijde van the American Dream.

Duane Hanson, Derelict Woman, 1973, Centraal Museum, Utrecht

New York, the artistieke place to be. De stad waar het gebeurt. Inmiddels heeft de 24-uurs economie ook onze hoofdstad bereikt, maar toen ik dit verschijnsel in de vroege jaren ’80 voor het eerst in New York meemaakte was ik stom verbaasd. Als het ritme je niet ligt kun je er makkelijk aan onder doorgaan!
Iets verderop hangt een idyllische impressie van roeiers op het meer in Central Park door Stone Roberts waargenomen vanuit de ‘wild side’ van Central Park, the Ramble. Links is nog net een stukje van The Boathouse te zien. Dit doek is een leuk voorbeeld van hedendaags Amerikaans realisme. De verf is bij wijze van spreken nog nat. Het doek dateert van enkele maanden voor opening van de tentoonstelling.
Een mooie herinnering komt boven. April, een bijna-zomerse dag in Central Park. Bomen in bloei, blije mensen met kinderen in het gras, picknickend, balspelend of lezend. Harmonie zonder  geschreeuw of geluiden uit ghetto blasters, gewoon beschaafd amusement. We eten een hot-dog en bewonderen de witte bloem van een jasmijn-achtige soort. Nog nooit gezien in Nederland denk ik hardop. Een langs rennende jogster roept:…’jawel hoor, bij mij in Bilthoven staat er ook een: ze noemen het hier Dogwood’… en weg is ze.

Stone Roberts, the Lake in Central Park a Late Afternoon in Late June, 2017, William Louis Dreyfus Foundation, NY

Terwijl ik even later naar een doek met de raadselachtige titel Landscape: Homage to C.D. Friedrich van Robert Birmelin sta te kijken komt Peter Trippi naast mij staan. Deze  kunsthistoricus en hoofdredacteur van de Fine Art Connoisseur  was betrokken bij de samenstelling van de tentoonstelling. Op mijn vraag of dit een opgewerkte foto is of een schilderij waarin de kunstenaar fotografische beelden heeft verwerkt, antwoordt hij dat het een combinatie van beide lijkt. Qua kleur en sfeer heeft het wel iets van de stijl van de Duitse romanticus, maar in deze desolate, vervreemdende voorstelling mis ik diens nietige menselijke figuur. Trippi zoekt mee, maar weet er evenmin een aan te wijzen. Knap geschilderd in acryl op groot formaat van 100 x 120 cm, maar deze gloomy voorstelling zou ik niet boven de bank willen hebben.

Robert Birmelin, Landscape: Homage to C.D.Friedrich, 1979, William Louis Dreyfus Foundation, NY

Een citaat van Birmelin geeft het antwoord op de zojuist gestelde vraag: I freely invented the disposition of the landscape from memory… Het ‘fading light of sunset and evening’ deden hem denken aan soortgelijke effecten in de schilderijen van Caspar David Friedrich. Hij omschrijft de voorstelling vrij vertaald als een duistere elegie op de natuur en de teloorgang van een industrieel verleden.

Robert Birmelin, A Subway Experience, 1966, William Louis Dreyfus Foundation, NY

We lopen terug naar een vroeg werk van Birmelin, Subway Experience naast een soortgelijk werk van Richard Estes,  New York Scene beide uit de jaren ’60. Tijdens het rush hour legden zij de gehaaste reizigers in een snelle schets vast. Door de transparante hoofden van Birmelins Magritte-achtige schimmen, is het perron aan de overzijde te zien. Spookbeelden van een mysterieuze, onheilspellende moderne wereld met echo’s van het Europese surrealisme. Richard Estes bracht een metro scène in beeld met goed getroffen wachtende en bewegende figuren. Trippie wijst mij op een humoristisch detail: een vader tilt zijn kind over de tourniquette om een kaartje te besparen! Jaren later is Estes nog steeds gefascineerd door de subway. In zijn View of the W Train Crossing the Manhattan Bridge uit 2003 presenteert hij een met vaart, vanuit een rijdende trein waargenomen gezicht op New York.

Richard Estes, New York Scene, 1964, Carnegie Museum of Art, Pittsburgh
Richard Estes, View of the W Train crossing the Manhattan Bridge, Courtesy the seven Bridges foundation Greenwich

 

 

 

 

 

 

 

Behalve desolate industriële landschappen zijn in de expositie ook werken van de zogenoemde regionalisten te zien met impressies van het lieflijke Amerikaanse landschap. Groene heuvels en golvend graan, overgoten met een nostalgisch sausje, zoals in het icoon van Grant Wood, American Gothic uit 1930. Middels dit portret van een eenvoudig, hardwerkend boerenstel uit de Midwest geef ik u antwoord op de vraag naar het waarheidsgehalte van deze werken. Het lijkt een braaf boerenstel, maar in werkelijkheid stonden de zus en tandarts van de schilder model.

Grant Wood, American Gothic, 1930, Art Institute, Chicago
Gordon Parks, American Gothic, Washington DC, 1942 Harvard Art Museum/Fogg Museum, Cambridge MA

Gordon Parks koos de titel van dit idyllische plaatje jaren later om -met een zwarte knipoog- een heel wat minder vredige boodschap uit te dragen in zijn American Gothic, Washington DC, 1942.  Het werk verwijst naar de rassen-ongelijkheid dat het leven in Amerika, vooral in het zuiden in die jaren beheerst. De tijd van Martin Luther King als voorvechter van rassengelijkheid. Gordon Parks liet Ella Watson, een schoonmaakster bij de Federale overheid, gewapend met mob en bezem poseren voor de Amerikaanse vlag. De veelgeroemde American Dream zal voor haar wel altijd onbereikbaar zijn gebleven, al kreeg ze met deze foto in zekere zin eeuwigheidswaarde!

Het thema van rassendiscriminatie zien we ook in Andy Warhols Birmingham Race Riot uit 1964. Een in zeefdruk uitgevoerde opgewerkte foto, waarin de politie de wapenstok hardhandig hanteert en een politiehond een zwarte man probeert te bijten.

Andy Warhol, Birmingham Race Riot, 1964, National Gallery of Art, Washington

Passend bij de lieflijke landschappen is Andrew Wyeth’s vrijwel lege paneel Monday Morning  uit 1955, met prominent een lege wasmand die herinneringen oproept aan mijn vroege jeugd. De tijd van woensdag gehaktdag en maandag wasdag. Terug uit school stond tussen-de-middag een enorme ketel kookwas op het gasfornuis. Het keukentje werd verduisterd door de lakens van de bovenbuurvrouw die tot voor ons balkon hingen.

Andrew Wyeth, Monday Morning, 1955, The Andrew and Betsy Wyeth Collection

Verschillende geëxposeerde schilderijen roepen andere herinneringen op. Zoals Raphael Soyers Cafe Scene met een duidelijke echo van de eenzame bartypes van Picasso en tijdgenoten. De mistroostige vrouw staat model voor de vrouwen wier echtgenoten en zoons tijdens WO II naar Europa werden gestuurd te vechten. In deze op Picasso geënte stijl en compositie, brengt Soyer de eenzaamheid en het angstige wachten in beeld. Zou hij nog terugkomen?

Raphael Soyer, Cafe Scene, ca. 1940, Brooklyn Museum, gift of James N. Rosenberg
Moses Soyer, Ballet Studio, 1955, Parrish Art Museum, Long Island

 

 

 

 

 

 

 

 

Weer anders van toon en sfeer, in de geest van het klassieke realisme in Europese trant is het onmiskenbaar op Edgar Degas geïnspireerde Ballet Studio van Raphaels broer Moses Soyer. Deze stroming zet zich in de jaren ’70 af tegen het emotieloze fotorealisme van de jaren ’60.

Een gevoel van eenzaamheid en vervreemding wordt opgeroepen door Ralph Goings, Amsterdam Diner uit 1980.  Een impressie van zo’n typisch New Yorkse wat smoezelige eettent. Een latino rust even uit van zijn werk. Fles all-American-equalizer voor zijn neus. Er staan nog asbakken op tafel. Kort na het millennium werden deze vervangen door bordjes met No Smoking op straffe van een boete van 200 dollar. Sindsdien stonden rokers als paria’s voor de entree van de sky-scrapers; een beeld dat inmiddels ook verdwenen is. Anno 2018 kun je als roker New York als reisbestemming beter mijden. Of gewoon stoppen!

Ralph Goings, Amsterdam Diner, 1980, Courtesy of Louis k. & Susan P. Meisel, NY

In de Assense expositie bevinden zich meer eenzame figuren; zoals de zonnebadende vrouw in Edward Hoppers Morning Sun uit 1952. Als je goed kijkt is er iets geks met deze zonaanbidster aan de hand. Anders dan de relaxte uitdrukking die de ervaring van zon op je huid veroorzaakt, kijkt deze vrouw gespannen. Het lijkt wel of ze een masker op heeft; op de plek van haar rechteroog gaapt een gat. Zelf zei Hopper over dit ‘portret’: …’My concern was to paint sunlight on the wall of a house’… Niet de vrouw -een portret van zijn echtgenote- is het hoofdonderwerp, maar het licht.  Subtiele wraakactie?
Voor zijn portretten koos Hopper steevast zijn eigen vrouw Josephine: hij moest wel!  Ze wilde niet dat hij met andere modellen werkte…

Edward Hopper, Morning Sun, 1952, Columbus Museum of Art, Ohio: Museum Purchase, Howald Fund
Will Barnet, Upstairs, 1980, National Arts Club, New York

Vervreemding. Dat label past op veel werken in de expositie. Zoals Will Barnets, Upstairs een doek uit 1980, waarop een vrouw mistroostig naar buiten staart; ikoon van de groeiende grootsteedse anonimiteit. De prominent geplaatste kraai onderstreept de nare sfeer.
Zelfs de intieme familiekiekjes van Fairfield Porter ademen, ondanks het ogenschijnlijk genoegzaam samenzijn samenzijn een sfeer van eenzaamheid; loneliness-in-togetherness. Naast rust stralen ze ook verveling uit, een gemoedstoestand die tegenwoordig dankzij de moderne media voorgoed uit onze levens verdwenen lijkt. Psychologen en auteurs uit antroposofische hoek beschouwen deze ontwikkeling niet als een zegen: je af en toe eens lekker vervelen is heilzaam!

Fairfield Porter, A Day Indoors, 1962, Parrish Art Museum, Long Island

Andy Warhol koos ook celebrities, wiens portretten hij solitair of vaker nog serieel in zeefdruk reproduceerde, zoals de overbekende reeks van Marilyn Monroe. In Assen ziet de bezoeker het portret van Jacqueline Kennedy. Tijdgenoot Roy Lichtenstein verbeeldde fragmenten uit reclame advertenties en stripverhalen. De pixels in de rasters van het drukwerk schilderde hij op groot formaat na. Wat een bijzonder bevreemdend effect opleverde.

Roy Lichtenstein, Crying Girl, 1963 Museum Boijmans van Beuningen, Rotterdam
Andy warhol, Jacqueline Kennedy, 1964, Museum Ulm, Kurt Fried Collection

Evenals in Europa maakten Amerikaanse kunstenaars zich rond 1900 los van de academische tradities en kozen voor onderwerpen uit het dagelijks leven. Deze vroege vernieuwers werden in de eerste decennia van de 20e eeuw aangeduid met de term Ashcan School, de vuilnisbakkenschool, en dat was nìet als compliment bedoeld. Sinds de jaren ’50 brachten realisten het alledaagse op ‘democratische’ wijze in beeld. Vuilnisbakken, bier- en soepblikken en  geschilderde en gebeeldhouwde menselijke sculpturen. Alles kon, maar sinds 9/11, de oorlog in Irak, de orkaan Katrina en schietpartijen zoals op de Sandy Hook Elementary School zijn er barsten gekomen in the American way of life.
Internet en sociale media tonen de minder mooie kanten van het bestaan, die  weer nieuwe inspiratiebronnen bieden. Hoe kunstenaars op dit gekantelde wereldbeeld reageren is in Emden te zien.

Eric Fischl, Late America, 2016, Skarstedt Gallery, New York

Eric Fischel laat de lelijke kant van America today zien in zijn uit 1973 daterende doek Late America, waarin een rijke Amerikaan, liggend bij zijn privé zwembad, zijn naakte kont naar het beschouwer wendt.  Naast hem de figuur van zijn in de Amerikaanse vlag gehulde (klein)zoon. In de achtergrond doen gekleurde tuinlieden het werk.

We kijken nog even verder rond in Emden. Hier zijn ook voorbeelden te zien van eigentijdse fotografie èn bedrieglijk fotografisch, met grote precisie gepenseelde schilderijen, onder andere van de oorlog in Irak. Gebaseerd op foto’s die haar broer als marinier in Irak heeft gemaakt, geeft Megan Rye haar visie op de oorlog (2003-2011) tegen het internationale terrorisme. Op de strijd, waarin naar schatting 4500 Amerikaanse soldaten de dood vonden, kwam steeds meer kritiek. Rye bewerkt de foto’s tot realistische, dramatische schilderijen. De beelden werken vervreemdend en angstwekkend, zoals in het doek Alien, uit 2008. Er zijn geen wapens te zien, maar ook geen echte mensen. Tot de tanden ingepakt in camouflagekleding en kogelvrije vesten, afgetopt met helm en masker…‘zo kwam een Amerikaan over op de bevolking van het bezette land: als een ‘alien’, in een woestijnlandschap waar hij niet thuis hoort’.

Megan Rye, Alien, 2008, Courtesy of Forum Gallery New York

Uit datzelfde jaar stamt een serie society portretten door Cindy Sherman, met  vrouwelijke Amerikaanse rolmodellen, zoals de onder een dikke laag make-up verscholen well-to-do elderly lady. Is zij met haar geverfde haar en blote schouders nog steeds verleidelijk of veeleer belachelijk?

Cindy Sherman, Untitled#465, 2008, Collectie Goetz
Karl Haendel, Hillary Clinton, 2016, Potlood op papier met geluid (let op afmeting 261 x 434,5 cm)

 

 

 

 

 

 

Een soortgelijk fijnmazig web van rimpels herken ik in een door Karl Haendel goed getroffen portret van Hillary Clinton: een vrouw met een ijzeren wil, waarmee ze het tot eerste vrouwelijke president van Amerika had kunnen schoppen indien niet….. In Emden is het hilarische portret te zien van de man die haar versloeg.

Peter Saul, Quak-Quak Trump, 2017, Mary Boone Gallery, New York.

In Quack-Quack Trump, uit vierdelige reeks getiteld Fake News, refereert Saul op Trumps reacties op hem onwelgevallig ‘Fake News’ bestempelt. Wie herinnert zich niet Trumps ordinaire geschreeuw, waarin hij journalisten uitmaakt voor: …’you’re all lyers’… Quack, quack duidt op het gekakel van een, wij zouden zeggen kip zonder kop, maar een quack betekent in het Amerikaans een kletser en bedrieger. Deze voorstelling zou op de cover van het zojuist gepubliceerde boek van Michael Wolff, Fire & Fury niet hebben misstaan. Afijn, over het hoofdstuk Trump in de Amerikaanse èn wereldgeschiedenis is het laatste woord nog niet gezegd… en het laatste beeld nog niet gemaakt.                                                                                                                                                                                                                                                                 God Bless America!

Bibliografie:

H.Tupan e.a., The American Dream, Drents Museum Assen/Emden, 2017

Van de Schoor, e.a., Pop Art in Europa, Museum het Valkhof, Nijmegen, 2012.

Rondeau e.a., Roy Lichtenstein; a retrospective, Tate Modern, Londen, 2012.

Diederich e.a., Ludwig Goes Pop, Ludwig Museum, Keulen, 2014.

Link: Drents Museum Assen

Kunsthalle Emden