Suze Robertson: Toegewijd, Eigenzinnig, Modern. Tot en met 5 maart in Museum Panorama Mesdag, Den Haag.

Suze Robertson, Pietje, lezend meisje ca 1898, Paneel 42 x 32 cm. Part. Collectie

Pietje. Onlangs zag ik haar terug in de aan Suze Robertson (1855 – 1922) gewijde solotentoonstelling. In 1893 portretteerde de Haagse kunstenares deze jonge vrouw, gekleed in haar eenvoudige donkerbruine goed. Robertson zette haar neer tegen een non-descripte achtergrond, versierd met puur bladgoud.
Waarom? Zoals iedere werkende vrouw wist Robertson: een goede hulp is goud waard! Met een boek rust Pietje even uit. Wat zou ze lezen? Een keukenmeidenroman of een bijbel?

Dit portret is ter gelegenheid van Robertsons honderdste sterfdag tot en met 5 maart in Museum Panorama Mesdag te zien samen met ruim 75 vlot geschetste tekeningen en schilderijen. Ze dateren van de late 19e en vroege 20e eeuw. Het was nog lastig om enige chronologie in de meest ongedateerde tekeningen aan te brengen. Dankzij het familiearchief kon daar, afgaande op Robertsons verschillende woonplaatsen, door de samenstellers van de expositie Kees van der Geer en Suzanne Veldink enige lijn in worden gebracht. De getekende en geschilderde werken van eenvoudige, hardwerkende boerenvrouwen vormen het hoofdonderwerp van Robertsons oeuvre, dat qua onderwerp en stijl doet denken aan Vincent van Gogh. Close-up weergegeven in de pastel Oude Hanna (1903-1910) of op de rug gezien zoals in Vrouw met geit.  

Suze Robertson, Oude Hanna, circa 1903-1910, pastel op karton, 47 x 38 cm, particuliere collectie.Foto Piet Gispen.

Deze overeenkomst geldt ook voor diverse, simpele stillevens. De vruchten in Stilleven met rode appelen, roepen ook herinneringen op aan de appels van Cézanne, die Robertson waarschijnlijk in een kunsttijdschrift op de leestafel van Pulchri in Den Haag had gezien. Aanvankelijk hanteerde zij nog de destijds gebruikelijke donkere kleuren van de Haagse School, maar al snel klaarde haar palet op. Zoals te zien in het doek Vrouw aan tafel. Robertson schilderde meermaals verstilde binnenkamers met vrouwen die, zittend bij een raam, opgaan in huiselijke bezigheden. Tot deze compositiewijze werd zij mogelijk geïnspireerd door de schilderijen van Johannes Vermeer, die destijds weer in de belangstelling stonden. Tijdens de Vermeer tentoonstelling in het Rijks, waarover ik binnenkort zal spreken, kan deze veronderstelling worden getoetst. 

Suze Robertson, Adolphe Boutard ca. 1884-1889, zwart krijt op papier, Museum Kröller Müller, Otterlo. Foto:Marina Marijnen

Waar leerde Robertson het vak?
In 1877 nam ze avondlessen aan de kunstacademie in Rotterdam. Overdag gaf ze tekenlessen. Na enige jaren verruilde ze Rotterdam voor Amsterdam. Ze verwachtte veel van de destijds gevierde docent August Allebé, maar dat viel tegen. Hij adviseerde haar om het eerst eens met stillevens te proberen. In de tentoonstelling zijn enkele voorbeelden te zien, maar ze vond het zonde om met dit genre haar ‘kostelijke tijd’ te verdoen!
Hij vond haar eigenlijk te eigenzinnig, maar adviseerde haar wel om zich als zelfstandig kunstenaar in Den Haag te vestigen. Ze is 27 jaar en haar weg naar succes kon beginnen! Ze gaat lessen volgen aan de kunstacademie en ze wordt lid van kunstenaarsvereniging Pulchri Studio. Van die tijd dateren raak geschetste portretten van de populaire zwarte variétéartiest Adolphe Boutard, die ook model stond voor Breitner en Israëls.

Tijdens een ontvangst voor de leden van de NVK (Nederlandse Vereniging van Kunsthistorici) op 19 januari jl., komt de verwantschap tussen Robertson en Van Gogh ter sprake. Suzanne Veldink corrigeert het beeld als zou Robertson de vrouwelijke Van Gogh zijn en draait de rollen resoluut om. In plaats van haar aan te duiden als de vrouwelijke Van Gogh verdient Van Gogh veeleer het predicaat: de mannelijke Robertson! Deze visie wordt ook uitgedragen in de interessante documentaire en Podcast Beter bestreden dan genegeerd, over Robertsons leven en werk.

Veldink licht toe dat zij de Robertson tentoonstelling die het museum in 2014 organiseerde over wilde doen. Anders dan toen ligt de nadruk niet op Robertsons privéleven, maar op haar kunst. Robertson liet zich niet door schoonheid leiden, maar zij zag schoonheid in verval. Deze zienswijze wordt geïllustreerd met ruim 75 voornamelijk particuliere bruiklenen. De bezoeker ziet een vroeg, nog in academische stijl geschilderd naakt; verscheidene binnenhuisscènes, portretten van (alleen maar) vrouwen en een reeks stadsgezichten. Het zogeheten Witte Huis en poortgebouwen in Harderwijk en Zierikzee staan daarin centraal. En er zijn enkele zelfportretten. Een realistisch, wat streng Zelfportret met rode jurk; geplaatst tegen een Rembrandteske achtergrond. Alleen de linkerkant van haar gezicht is zichtbaar.

Suze Robertson, 1890: Zelfportret, olieverf op paneel

In een wat schalks, Frans Hals-achtig zelfportret kijkt Robertson de beschouwer lachend aan. Mooi en illustratief voor haar virtuoze toets is ook het ongedateerde zelfportret waarin zij zichzelf in grove penseelstreken als een Italiaanse zigeunerin in een blauwe rok en rozerode omslagdoek, vereeuwigde. De blik onbewogen gericht op de beschouwer. In dit werk doet de toets en de dik opgebrachte verf denken aan het werk van haar tijdgenoot Antonio Mancini (1852-1930), aan wie het museum in 2020 een overzichtstentoonstelling wijdde. Suze Robertson moet zijn werk via hun beider mecenas Hendrik Willem Mesdag gekend hebben. De gedachte aan deze Italiaanse tijdgenoot komt ook op bij Robertsons Meisje in ruste uit 1893-1894 en In gedachten dat tussen 1901-1903 ontstond. U kunt mijn artikel over Mancini lezen via de link onderaan deze pagina.


Dezelfde robuuste toets zien we in de verschillende versies die Robertson schilderde van Het Witte huis van ca. 1901.
In de door de omlijsting afgesneden gebouwen meen ik invloed van de fotografie te herkennen. Dit vermoeden wordt in de documentaire bevestigd. Veldink toont Robertsons zelf gemaakte foto’s, die zij als inspiratiebron voor haar composities gebruikte. Hier en daar combineerde zij deze; ze vouwde ze om en legde ze naast elkaar in haar zoektocht naar een manier om deze in kleurvlakken op te bouwen.

Vanaf de jaren 80 ontstaan aldus gecomponeerde stadsgezichten, maar topografisch correct, zoals die van Breitner, zijn ze niet. Het moderne stijlmiddel van de afsnijding, ontstaan bij het maken van een snelle snapshot, paste zij ook toe in het doek Moeder met Kind.

Vooruitstrevend
Suze Bisschop-Robertson brak een lans voor vrouwelijke kunstenaars. En dat was nodig want vrouwen hadden nauwelijks kansen om zich in het schildersvak te bekwamen. Enerzijds doordat hen de toegang tot kunstopleidingen lang ontzegd werd, anderzijds eenvoudigweg door het vrouw-zijn, voorbestemd voor de rol van getrouwde huismoeder.

Na de geboorte van haar dochter Sara, die in het artistieke voetspoor van haar moeder zou treden, viel Robertson tijdelijk in die traditionele rol terug. Nu zij minder schilderde vielen de inkomsten weg. Van haar weinig succesvolle echtgenoot, de schilder Richard Bisschop had ze niets te verwachten. Gelukkig kwam ze in 1895 in contact met de zondagsschilder Hein Dolk, die haar in ruil voor schilderlessen woonruimte in het Brabantse Leur aan bood. Hier ontstonden de werken met bleekvelden en de gouache Kindermeisje in het gras, voor wie Petronella (Pietje) Prins, model stond. Dankzij dit meisje kon Suze haar penseel weer opnemen; en hoe! In het portret Pietje; lezend meisje bracht Robertson de waterverf heel vernuftig aan, zodat de ontstane kringen in de rok en blouse de  lichaamsvormen van het model suggereren.  

De naam van het meisje zorgt voor enige verwarring. Suze kon weinig modellen vinden. Twee nichtjes die Suze in de huishouding en als oppas hielpen, waren echter bereid om voor haar te poseren. Beide luisterden naar de naam Pietje! Driemaal portretteerde Suze Pietje met zoals gezegd een gouden randje. Collega Jakob Smits, die het wellicht bij Gustav Klimt had afgekeken, deed haar dit gulden idee aan de hand.

In de in Leur ontstane schilderijen met bleekvelden begon Robertson haar composities in welhaast geometrische kleurvlakken op te delen. In het exemplaar uit 1895-98 is een met horizontale en verticale toetsen aangebracht raster zichtbaar.

Suze Robertson, Het Bleekveld, detail, ca. 1895-98. Aquarel, 28,5 x 25,2 cm. Particuliere collectie.
Foto Venduehuis Den Haag

In 1898 was het gezin terug in Den Haag, waar Robertson vastberaden haar comeback maakte. Zij zocht een gastgezin voor haar dochter en nam weer plaats achter de schildersezel. In 1905 brak zij door met een tentoonstelling bij de Rotterdamse Kunstkring. Voortbordurend op haar eerdere thema’s: boerenvrouwen en oude gebouwen, deelde ze haar composities steeds meer in grote expressieve, donker omlijnde kleurvlakken in.

Deze zoektocht zet zij voort in de doeken met het Witte Huis en in 1908-1909 eveneens in de werken waarin de Vischpoort in Harderwijk centraal staat. Hier maakt de realiteit plaats voor experiment en expressie. Haar palet bestaat uit contrastrijk steeds onnatuurlijker toegepaste tinten geel, rood, blauw en wit neigend naar enigszins abstracte vormgeving. Hiermee was Robertson haar tijd vooruit was.

Suze Robertson, Vischpoort van Harderwijk, ca. 1908–1909, olieverf op doek,
100 x 80 cm, Mark Smit Kunsthandel, Ommen.

Het duurde even voor zij haar een plek in de toenmalige door de schilders van de Haagse School gedomineerde kunstwereld, veroverde. Toen zij haar werk aan kunsthandelaren aanbood kreeg ze te horen dat ze meer kans zou maken wanneer ze …’wat mooiere gezichten schilderde zoals die en die. Maar ik schilderde geen lieve gezichtjes!
Vastbesloten en eigenzinnig als zij was besloot ze dit advies niet op te volgen. Ze bleef op koers. Werkend in de reeds beschreven eigen stijl, die vooral gekenmerkt wordt door opvallende penseelstreken in een geheel eigen palet. In 1912 zou ze hierover zeggen:… ’t is beter om te worden bestreden, dan genegeerd’…

Ze werd als een van de weinige vrouwen lid van Pulchri Studio in Den Haag en raakte bevriend met de voorzitter Hendrik Willem Mesdag en zijn vrouw Sientje. Robertson eiste haar positie als kunstenaar op. Ze mocht meedoen met het tekenen naar naaktmodel dat voorheen alleen voor mannen was weggelegd en ze kreeg toegang tot de leestafel met internationale kunsttijdschriften. Haar doorzettings-vermogen leverde uiteindelijk succes op. Vanaf 1905 kreeg zij exposities in binnen- en buitenland tot in Buenos Aires aan toe! Na haar dood in 1922 raakte Robertson echter in de vergetelheid. Met deze expositie, documentaire en podcast komt daar nu verandering in.

Verrassend palet
Aan de hand van een van de doeken met het Witte Huis doet restauratrice Annemiek van Stokkom een interessant boekje open. Robertson werkte met grove penselen, waarmee ze meerdere kleuren mengde. Deze bracht ze aan met een robuuste, vlotte, krachtige, vibrerende èn verrassende toets. Het wit op de muren van het Witte Huis lijkt louter wit, tot je goed gaat kijken. In de pasteus aangebrachte witte verf zitten allerlei tinten verscholen: ultramarijn, zalmroze, rood, geelgroen en paarsblauw, maar van een afstand oogt het gewoon… wit!

Suze Robertson, Witte huizen, (Vollenhove) 1907, Part. Coll.

Tot slot wordt in de documentaire een schetsboekje getoond, waarmee je aldus Veldink in het hoofd van de kunstenares kijkt. De snelle schetsen vormden het uitgangspunt voor haar schilderijen. Het cahier ligt aan het begin van de opstelling open bij een schets van een zittende vrouw. Wanneer je de blik naar rechts wendt wordt duidelijk dat deze schets als inspiratiebron diende voor Vrouw aan ’t spoelwiel van ca. 1904. Robertson gaf de spinster van een laag standpunt weer, waardoor zij volumineus in beeld komt.

1. Suze Robertson, Vlaskaardster ca. 1885-1886, zwart krijt op papier. Part. Coll. Foto: Marina Marijnen. 2. Suze Robertson, Aan het spinnewiel, ca. 1885-1886, pastelkrijt op papier. Part.Coll. Foto: Marina Marijnen

Een van haar laatste werken is de Havenpoort van Zierikzee, daterend van 1918. Een ruig gepenseeld werk, waarin zij met rode accenten ‘rust en richting’ aanbracht. Wellicht was deze woeste toets het gevolg van de artrose waaraan zij leed.
Rond 1917 komt de klad in haar tomeloze scheppingskracht. Tijdens haar laatste levensjaren leed Robinson aan depressies, lichamelijke klachten en verlies van creativiteit. Een moeizaam huwelijk en de ellende van WOI zijn daar waarschijnlijk debet aan.

De documentaire begint met haar einde. Op 22 oktober 1922 overlijdt Suze Robertson, 66 jaar oud. Tijdens haar leven leidde ze een teruggetrokken bestaan, maar haar uitvaart vond onder grote publieke belangstelling plaats. In zijn afscheid prees Pulchri voorzitter Hendrik Haverman haar: Suze was voor het schilderen geboren.
Haar expressieve kleurrijke werken bleven ten onrechte lang ondergewaardeerd. Nu wordt erkend dat zij met haar bijna abstracte blik en toepassing van grote kleurvlakken aan het begin stond van de weg naar moderne, expressieve en abstracte kunst. In de ogen van de samenstellers van de tentoonstelling was Robertson een inspiratiebron voor Mondriaan en een rolmodel voor Charley Toorop! Met haar indringende werk wist zij bovendien haar gevoel op de beschouwers over te brengen, aldus Veldink. Zelf zei Robertson er het volgende over: …’de natuur schenkt mij een gegeven, waar ik dan wat van maak. En ja, dat geloof ik wel: de kleur is mijn hoofdzaak!’

Suze Robertson. Toegewijd, Eigenzinnig, Modern; een unieke tentoonstelling die je niet mag missen! Waarom? Om aan de hand van nooit getoonde werken uit particuliere collecties te ontdekken tot welke hoogte een vrouwelijk schilderstalent -toen dat ongebruikelijk was- kon stijgen.

S.Veldink, Suze Robertson, Toegewijd, Eigenzinnig, Modern. Museum Panorama Mesdag, Den Haag. 2021.

Link: Museum Panorama Mesdag Suze Robertson

Link: Op YouTube is de documentaire Beter Bestreden dan genegeerd door Renate van der Zee en de podcast te zien en te beluisteren.

LINK: Lees hier mijn bespreking over Mancini

Link: Lees hier mijn bespreking over Klimt