
Op de valreep bezocht ik de indrukwekkende tentoonstelling Onvergetelijk: Vrouwelijke kunstenaars in het Gentse Museum voor Schone Kunsten. De expositie was tot 31 mei te zien. Om te voorkomen dat de herontdekte vrouwen weer vergeten worden en omdat ik het een interessant verhaal vind bied ik deze terugblik. De uitstekend gedocumenteerde en geïllustreerde catalogus maakt een virtueel bezoek aan de expositie alsnog mogelijk.
Letterlijk en figuurlijk een onvergetelijke ervaring! Een tentoonstelling waarin vrijwel uitsluitend vrouwelijke merendeels vergeten kunstenaars te zien waren. Vrouwen speelden in de zeventiende en achttiende eeuw een belangrijke rol in het artistieke leven, maar tot voor kort werden zij in de traditionele kunstgeschiedenis genegeerd. De onzichtbaarheid is veroorzaakt door een combinatie van maatschappelijke- en door moeder natuur bepaalde factoren. Tenzij jouw vader of broer kunstenaar was waren de mogelijkheden om het schildersvak te leren beperkt. Zelfs als je toegang had tot een familie atelier, voorzagen mannen jouw schilderij niet zelden van hun hun signatuur!
Met pakkende leuzen brachten posters de expositie onder de aandacht: Art history skipped a chapter; Geen voetnoot maar een hoofdstuk; Old masters were women too! Zij schilderde, hij signeerde.
De catalogus geeft antwoord op de vraag waarom het verhaal van deze vergeten vrouwen lang versluierd is gebleven. Zij waren niet alleen vaardig in traditioneel vrouwelijke genres als kantklossen of de papierknipkunst, maar ook in teken- en schilderkunst.
Vanuit verschillende invalshoeken wordt hun leven en werk belicht. Hoe getalenteerd ook: door sociale verwachtingen, huwelijk en moederschap werd hun artistieke stem vaak in de kiem gesmoord. Slechts een enkeling lukte het om gehoor te blijven geven aan de innerlijke noodzaak. Rachel Ruysch vond als moeder van 9 kinderen toch mogelijkheden om te blijven schilderen, maar Anna, die niet voor haar zus onder blijkt te doen, stopte na haar huwelijk.


1.Anna Ruysch, Bloemstilleven met pioenen, anjers, tulpen. Koper 44 x 34 cm. Courtesy Y.D.C 2.Rachel Ruysch, Bloemstilleven met maïskolf, ca. 1742. Doek 50 x 40 cm. National Gallery of Ireland, Dublin
De handen van de veelzijdige Judith Leyster waren na haar huwelijk met Jan Miense Molenaer en de komst van vijf kinderen eveneens gebonden. Naast het bestieren van het huishouden en het bijhouden van de financiën, schilderde zij nog maar een enkel doek. Van haar hand werden niet alleen kunstig gecomponeerde bloemstillevens getoond, maar ook humoristische genretaferelen en goed getroffen zelfportretten. De losse toets en de glimlach op het gelaat van menige figuur verraden onmiskenbaar invloed van Frans Hals. In de vrolijk musicerende figuren in het Concert uit Washington vereeuwigde Leyster haar echtgenoot en zichzelf.

De meeste vrouwelijk kunstenaars legden zich toe op bloemstillevens. Dit genre werd behalve door Judith Leyster, Rachel en Anna Ruysch ook beoefend door Clara Peeters, Maria van Oosterwijck, Josina Margaretha Weenix, Cornelia van der Mijn, Margaretha Haverman en Jacoba Maria van Nickelen. Ook al zien deze bloemstillevens er natuurgetrouw uit, realistisch zijn ze niet. Wie groene vingers heeft ziet dat het niet klopt. De uit voorjaars- en zomerbloeiers samengestelde natuurlijk ogend boeketten zijn in werkelijkheid onbestaanbaar.
Anderen combineerden bloemen met fruit en voegden daar iets extra’s aan toe, zoals Maria Theresia van Thielen in haar Stilleven met papegaai of Catharina II Yfkens, die binnen een guirlande van fruit en bloemen het portret verwerkte van een gitaar spelende vrouw.
Genrestukken en (zelf)portretten behoorden eveneens tot het vrouwelijke repertoire. Soms presenteerden zij zich zelfbewust als kunstenaar, zoals Judith Leyster op een paneel uit de National Gallery, Washington en Maria Schalcken, die de beschouwer in haar Zelfportret in het atelier attendeert op het landschap op haar ezel.

Ook prinses Louise Hollandine (1622-1709) aanschouwt de wereld zelfbewust, zelfs een tikkeltje hooghartig. De dochter van Frederik V van de Palts en zijn vrouw Elizabeth Stuart -de winterkoning en winterkoningin van Bohemen- was een leerling van Gerard van Honthorst aan wie de zomertentoonstelling van het Utrechtse Centraal Museum gewijd is. Louise Hollandine schilderde voor haar plezier en niet voor de verkoop. Nadat zij de sluier had aangenomen liet het kloosterleven haar alle ruimte om door te gaan met schilderen. In deze levensfase ontstond haar Zelfportret als Benedictijnse non. Haar werk bleef achter gesloten deuren eeuwenlang onzichtbaar, maar met het hierboven afgebeelde zelfportret dat als campagnebeeld fungeert, treedt zij uit de vergetelheid.

Clara Peeters en Johanna Helena Herolt maakten heel bescheiden een zoekplaatje van hun portret. In Stilleven met bloemen verstopte Peeters haar beeltenis nauwelijks zichtbaar in de reflectie op een glas. In de Bloemenvaas op de cover van het publieksboek paste Herolt een soortgelijk kunstje toe.

Herzog Anton Ulrich-Museum, Braunschweig
Vrouwen hadden de hoofdrol, maar in de expositie zag je ook enkele door mannen geportretteerde kunstenaressen. Niet zelden dochters of zussen van bekende namen, zoals de al genoemde Anna Ruysch en Maria Schalcken, van wie het doek Jonge Vrouw die druiven aanneemt van een [veelbetekenend kijkende] jongen te zien was. Haar signatuur werd overschilderd met de naam van haar bekendere -en daarmee beter verkopende- broer Godfried. Van Alida, dochter van Matthias Withoos, was een in de stijl van haar vader geschilderd Bosstilleven met muis en vlinders te zien. Op buitenplaats de Vijverhof aan de Vecht, schilderde zij verschillende door haar opdrachtgeefster Agnes Block gekweekte uitheemse soorten, waaronder een tomatenplant. Jan Weenix vereeuwigde Agnes Block en haar gezin temidden van door haar verzamelde voortbrengselen der natuur en door mensenhand gemaakte artefacten. De door Block gekweekte ananas heeft daarin een prominente plek gekregen. Maria Sybilla Merian, die ook enige tijd op de Vijverhof verbleef maakte daar diverse botanische tekeningen, waaronder een ananas. De exotische vrucht figureert ook op een door Agnes Block zelf bestelde erepenning, waarop zij zich trots en zelfbewust als Flora Batava liet afbeelden.

Het bovenstaande is een impressie die ik graag met je wil delen. Ga voor meer informatie naar de websites van het Gentse MSK en het National Museum of Women in the Arts in Washington welke betrokken was bij de samenstelling van de tentoonstelling.
Verder lezen:
Virginia Treanor e.a., Onvergetelijk. Vrouwelijke kunstenaars van Antwerpen tot Amsterdam, 1600-1750., Museum voor Schone Kunsten Gent/National Museum of Women in the Arts Washington DC, 2025. (Hannibal Books, Veurne).