
Thuis is dit jaar het museale sleutelwoord. Recent kwamen museumbezoekers al thuis bij de Zwolse familie Ter Borch; in Amsterdam keerden ze terug naar de zeventiende eeuw en in de Leidse Lakenhal kun je tot half september thuis zijn bij Jan Steen.
De kosmopoliet Gerard van Honthorst (1592-1656) is nu eveneens thuis in zijn geboortestad, al was hij allerminst een thuisblijver. In de chronologisch ingerichte tentoonstelling volg je de zeventiende-eeuwse meester op zijn reizen. Met ogenschijnlijk gemak, con sprezzatura, zoals voorgeschreven in het ‘Hoe hoort het eigenlijk’ van de Italiaanse auteur Baldassare Castiglione, bewoog hij zich even vanzelfsprekend in Rome, Den Haag als Londen.
Bij het zien van de ruim 60 schilderijen in deze overzichtstentoonstelling wordt duidelijk dat Honthorst een cruciale schakel vormt tussen de Italiaanse en de Nederlandse schilderkunst. De subtitel van de expositie luidt: In alles anders dan Rembrandt. Conservator Liesbeth Helmus benadrukt dat het niet om een wedstrijd gaat, maar het is wel hoog tijd om Honthorst, die lang in Rembrandts schaduw stond, opnieuw te waarderen als een van de grote meesters van zijn tijd.
Die eclips dateert uit de negentiende eeuw. Toen Europese landen na de Franse overheersing op zoek gingen naar een eigen identiteit, werd Rembrandt als nationale held op de Hollandse kaart gezet. Honthorst, die in de zeventiende eeuw ook internationaal veel succesvoller was, raakte daardoor buiten beeld.
Halverwege de tentoonstelling maakt een geïllustreerde tijdlijn de levensloop en artistieke wapenfeiten van beide kunstenaars inzichtelijk. Eén ding hadden zij gemeen: een ongekend talent, dat zij niet voor zichzelf hielden. Beiden hadden een werkplaats met veel leerlingen, die voor hun opleiding honderd gulden per jaar betaalden. Artistiek én qua karakter waren zij elkaars tegenpolen. Rembrandt was eigenzinnig, een non-conformist die zich weinig aantrok van zijn opdrachtgevers. Honthorst daarentegen was beminnelijk en flexibel. Met een corrigerende, flatterende toets kwam hij tegemoet aan de wensen van zijn opdrachtgevers.

Aan het begin van de tentoonstelling zie je het portret van een stijlvol geklede, zelfverzekerde man met een verzorgd voorkomen. In dit ogenschijnlijk sobere zelfportret, dat Honthorst twee jaar voor zijn dood schilderde, ligt zijn hele carrière besloten. Het getekende portret in zijn hand herinnert aan zijn leertijd bij Abraham Bloemaert, terwijl een Romeinse buste op de achtergrond verwijst naar zijn jaren in Italië. Een aardig detail is de quasinonchalant geschilderde erepenning, die koningin Christina van Zweden hem schonk als dank voor een door hem vervaardigd portret. Met het studiemodel van een gevilde man en de tekenstift in zijn hand presenteert Honthorst zich bovendien minder als schilder dan als tekenaar. Om deze onderbelichte kant van zijn oeuvre voor het voetlicht te brengen, is een interessant kabinet ingericht met veertig tekeningen.
Dit zelfportret wordt geflankeerd door portretten van zijn echtgenote Sophia Coopmans en dochter Eva. Op bijzonder originele wijze vereeuwigde hij haar terwijl zij – zogenaamd – het portret van haar echtgenoot, de Haagse advocaat Jacob van Rosendael, schildert. De engel, symbool van inspiratie, zou je met terugwerkende kracht als een prefiguratie kunnen lezen. Vanaf het doek kijkt Eva de beschouwer blakend van levenslust aan. Drie jaar later overleed zij, vlak voor de geboorte van haar eerste kind. Ars longa, vita brevis.
In het voetspoor van zijn leermeester Abraham Bloemaert vertrok Honthorst in 1612 of 1613 naar Italië. Op een uitvergroting van de in 1593 door Antonio Tempesta ontworpen stadsplattegrond zijn de plaatsen gemarkeerd waar Honthorst zijn sporen in de Eeuwige Stad naliet.
Wie in 2019 de eveneens door Helmus samengestelde tentoonstelling Caravaggio en Europa bezocht, herinnert zich wellicht het eerste werk dat Honthorst bij aankomst in Rome zag: Caravaggio’s Kruisiging van Petrus in de Santa Maria del Popolo. Dat schilderij maakte grote indruk op hem; Honthorst schetste er een vrijwel identieke kopie van.

Zijn talent bleef niet onopgemerkt. Hij ontving opdrachten van vooraanstaande kunstverzamelaars als Giovanni Battista Longhi en van kardinalen als Francesco del Monte en Scipione Borghese, voor wie hij een altaarstuk met het Visioen van Paulus voor de Santa Maria della Vittoria schilderde. Ook de gebroeders Benedetto en Vincenzo Giustiniani, bij wie hij gastvrijheid genoot, behoorden tot zijn opdrachtgevers. Het voor Vincenzo geschilderde doek met Christus voor de Hogepriester is nu in Utrecht te zien.
De in Italië geschilderde werken weerspiegelen de invloed van barokke tijdgenoten, onder meer in de geëxalteerde verbeelding van heiligen. Van Caravaggio nam Honthorst het realisme en de dramatische licht-donkereffecten over. Zijn bedrevenheid in het schilderen van nachtstukken bezorgde hem in Rome de bijnaam Gherardo delle Notti. Met die beeldmiddelen zou hij op zijn beurt tijdgenoten als Rembrandt, Vermeer en Hals beïnvloeden.

Particuliere collectie, Verenigd Koninkrijk
In de figuurstukken die hij na zijn terugkeer in Utrecht in 1620 maakte, blijft Caravaggio’s invloed nog jarenlang zichtbaar. Dat geldt ook voor het werk van andere Italiëgangers als Hendrik Ter Brugghen, Dirck van Baburen en Jan Bijlert, die als de zogeheten Utrechtse Caravaggisten een plaats hebben gekregen in de vaste collectie van het Centraal Museum. Hun halffiguren, geschilderd met dramatische licht-donkereffecten, waren in de eerste decennia van de zeventiende eeuw bijzonder populair. Honthorsts doek Oude vrouw met kaars is daarvan een treffend voorbeeld. In het altaarstuk met de Onthoofding van Johannes de Doper, dat hij in opdracht van Giovanni Battista Longhi schilderde voor diens kapel in de Santa Maria della Scala, figureert zij als metgezel van Salomé.
In Utrecht zijn verschillende indrukwekkende nocturnes te bewonderen, zoals de Bespotting van Christus uit Los Angeles en de Verloochening door Petrus uit Rennes.

In de opstelling zie je enkele monumentale, op Italiaanse leest geschoeide altaarstukken, zoals de Bewening die Honthorst schilderde voor de kapel van bisschop Antoon Triest in de Gentse Sint-Baafskathedraal. In overeenstemming met het credo van de Contrareformatie, volgens welke kunstwerken gelovigen emotioneel moesten aanspreken, voegde Honthorst op verzoek van de opdrachtgever enkele huilende putti toe die de lijdenswerktuigen torsen. Voor zijn compositie baseerde hij zich op een werk van Anthony van Dyck, dat eveneens te zien is.

Sint Baafskathedraal, Gent.
Ook in het onlangs verworven grote doek met de Extase van Maria Magdalena uit 1618-1620 past Honthorst het dramatische chiaroscuro toe. Volgens de legende kwam Maria Magdalena na een leven in zonde tot inkeer. Honthorst verbeeldt de extase die zij beleeft wanneer engelen haar naar de hemel begeleiden. Eeuwenlang stond zij ten onrechte te boek als prostituee. In de vijfde eeuw haalde paus Gregorius de Grote drie Bijbelse vrouwen door elkaar: Maria van Magdala, Maria van Bethanië en de zondares die de voeten van Jezus zalfde. Sindsdien regeert de misvatting. In 2016 werd Maria Magdalena door paus Franciscus in ere hersteld met de titel apostel der apostelen: zij was de eerste getuige van Jezus’ opstanding.

Met de vaardigheden die hij in het atelier van Abraham Bloemaert en in Italië had opgedaan, ontwikkelde Honthorst zich tot een artistieke alleskunner. Zijn oeuvre omvat Caravaggistische figuurstukken, pastorale scènes, gehistorieerde portretten en historiestukken. Juist die laatste categorie, met historische, bijbelse en mythologische onderwerpen, gold destijds als de hoogste tak van de schilderkunst. Voor andere genres volstonden een scherp waarnemingsvermogen en een vaardig penseel; voor een historiestuk was ook kennis nodig, zowel bij de schilder als bij de beschouwer. Bovendien moest de kunstenaar hartstochten en emoties, de zogenoemde ‘affecten’, overtuigend weten te verbeelden. Nog altijd is het een intellectuele uitdaging het uitgebeelde verhaal te herkennen. Een van Honthorsts beste historiestukken is zijn verbeelding van Suzanna en de ouderlingen, een onderwerp dat in het licht van de MeToo-schandalen opnieuw actueel is geworden, zoals ook bleek uit de aan Susanna gewijde tentoonstelling in Gouda. In dit werk brengt Honthorst niet alleen de gretigheid van de wellustige voyeurs, maar vooral ook de angst van Susanna meesterlijk in beeld. Vijfentwintig jaar na zijn terugkeer uit Italië klinkt in het contrast tussen haar blanke lichaam en bruine handen nog altijd de echo van Caravaggio door.

Foto: Almichael Fraay
Na zijn terugkeer in Utrecht maakten religieuze onderwerpen plaats voor genrestukken met musicerende figuren en pastorale scènes. De seksuele grappen in Honthorsts Caravaggistische figuurstukken, zoals De koppelaarster, werden destijds onmiddellijk begrepen, maar vragen tegenwoordig om toelichting. In het beeld van de verleidelijk lachende herderin met haar vogelnestje herkende de goede verstaander een embleem van Jacob Cats. Zijn moraliserende prent van een ontsnapt vogeltje verwees naar het verlies van maagdelijkheid. Ook in andere zeventiende-eeuwse schilderijen verwijzen vogels en gevogelte vaak naar een werkwoord dat toen iedereen kende: vogelen…

In de nocturne De luizenjacht uit 1628 inspecteert een hoerenmadam de sponde van een naakt meisje op de aanwezigheid van schaamluizen. Twee potentiële klanten wachten de uitkomst met belangstelling af.
Ook de betekenis van het onschuldig ogende werkje Kwajongen die kaas onderzoekt zal de contemporaine kijker niet zijn ontgaan. Met wat inlevingsvermogen kun je de opgehangen scamozzi (mozzarellabollen) aanzien voor testikels.
De moraliserende boodschap in het doek waarin een soldaat en een meisje met vuur spelen, is duidelijk: begeerte is als vuur; je kunt je er lelijk aan branden. De catalogus leert dat dit van oorsprong klassieke thema, evenals het pastorale genre waarin de protagonisten heerlijke herdersuurtjes beleven, in de Renaissance nieuw leven werd ingeblazen. Het op P.C. Hoofts gelijknamige toneelstuk gebaseerde doek met Granida en Daifilo is daarvan een mooi voorbeeld. Tot dit pastorale genre behoren ook de als herders en herderinnetjes geportretteerde kinderen van de Winterkoningin Elizabeth van Bohemen: Henriette en Eduard van de Palts.
In de categorie portretten springt het monumentale doek met de beeltenis van Maria de’ Medici in het oog. In de zomer van 1638 werd zij in Amsterdam op grootse wijze ontvangen; schrijver Caspar van Baerle deed daarvan uitvoerig verslag. Op de -inmiddels verdwenen- buitenplaats Honselaarsdijk werd zij ontvangen door Amalia van Solms. ‘Op een regenachtige dag’ kreeg Honthorst opdracht haar te portretteren. Daarbij keek hij de kunst af van een eerder door Van Dyck geschilderd portret van de vorstin, dat hier eveneens te zien is. Er was kennelijk haast bij, want aan het beschilderen van de lege plek links op het doek – waar Van Dyck een stadsgezicht van Antwerpen aanbracht – kwam Honthorst niet meer toe.

Halverwege de expositie zie je, naast de geïllustreerde tijdlijn, een kopie van Honthorsts illusionistische plafondschildering met musicerende figuren uit het Getty Museum. De voorstelling, die hij twee jaar na zijn terugkeer in Utrecht ontwierp, komt geprojecteerd op het grote raam van de Stallen bijzonder mooi tot haar recht.
Op uitnodiging van de Engelse koning reisde Honthorst in 1628 naar Londen. Met portretten van het Engelse koningshuis en de Hollandse Oranjes maakte hij er furore. In datzelfde jaar ontstond het spontane, van dichtbij waargenomen portret van koning Karel I. De monarch, die veertien jaar later met goedkeuring van het Engelse parlement werd geëxecuteerd, heeft het hoofd hier nog stevig op zijn plaats.

In de laatste zalen zie je wand vullende blow-ups van Honthorsts monumentale plafond- en wandschilderingen in The Queen’s Staircase in Hampton Court Palace en de Oranjezaal in Huis ten Bosch (1648-1652).

Voor we naar Den Haag gaan, waar Honthorst in 1637 een tweede werkplaats opende, blijven we nog even in Engeland. Daar schilderde hij een familieportret van George Villiers, de hertog van Buckingham, met wie koning Karel I bevriend was. In het trappenhuis van Hampton Court Palace beeldde Honthorst hen, samen met hun echtgenotes, af als spelers in een theaterstuk over Apollo en Diana. Het modello, een voorstudie in zwart krijt, is te zien in het kabinet met tekeningen. De uitvergroting op de wand geeft een indruk van het heldere, classicistische en gelijkmatig belichte palet dat Honthorst onder invloed van de Franse smaak inmiddels had overgenomen. Karel I beloonde de schilder met een bedrag van omgerekend drieduizend gulden en een levenslang pensioen. Daarbovenop ontving Honthorst een twaalfdelig zilveren servies, een fraai paard en het Engelse staatsburgerschap.
De allegorische beschilderingen van The Queen’s Staircase en Huis ten Bosch vormen het hoogtepunt van Honthorsts scheppend vermogen. De eerste steen voor Huis ten Bosch werd in 1645 gelegd. Lang hebben Frederik Hendrik en Amalia van Solms niet van dit buitenverblijf kunnen genieten: twee jaar later overleed de stadhouder. Ter nagedachtenis aan haar echtgenoot liet Amalia van Solms de koepelzaal, naar ontwerp van architect Jacob van Campen, beschilderen. In vijf allegorische dubbelportretten wordt niet alleen Frederik Hendrik verheerlijkt; in het iconografische programma liet zij ook een portrait historié opnemen, waarin zij figureert als Artemisia, de voorbeeldige weduwe van de Perzische heerser Mausolos. Door de in wijn opgeloste as van haar gecremeerde echtgenoot te drinken, gaf zij letterlijk en figuurlijk blijk van een echtelijke liefde die de grenzen van de dood overstijgt.

In 1632 stond Amalia ook model voor Honthorst. Eerder dat jaar kreeg Rembrandt opdracht voor een pendant met haar beeltenis bij een door Honthorst vervaardigd portret van Frederik Hendrik. Na voltooiing van dit portret werd Honthorst gevraagd het werk over te doen. Bij het zien van de naast elkaar geplaatste portretten is in één oogopslag duidelijk waarom.

Het zijn twee van de ruim zestig eigen werken en bruiklenen uit onder meer het Louvre, de Britse Royal Collection en de Galleria Borghese, die tot en met 14 september in het Centraal Museum te zien zijn.
Link: Centraal Museum
Publicatie De Wereld van Gerard van Honthorst door Liesbeth M. Helmus Uitgeverij WBooks