Back to Benin Nieuwe Kunst, Eeuwenoud Erfgoed. Tot 8 juni in Museum de Fundatie, Zwolle

Plaquette met Moddervis. 18e eeuw, brons, 43 x 18 cm. Hof van de Oba, Benin. Foto Martijn Schmidt.

De kleurrijke tentoonstelling in de Fundatie werpt een blik op de koloniale periode, waarin het land te boek stond als het koninkrijk Benin. Aanleiding voor de expositie vormt de teruggave van een eeuwenoude bronzen plaquette uit de museumcollectie. Videobeelden nemen de bezoeker mee naar Nigeria, waar de directeur van de Fundatie Beatrice von Bormann verschillende kunstenaars die nu in Zwolle te zien zijn ontmoet. Zij lieten zich inspireren door het koloniale verleden.

Phil Omodamwen, Bronzen bel. 2025 Foto Marina

Sinds de discussies over restitutie van de in 1897 door de Britten geroofde Benin Bronzen, staat de geschiedenis en de kunst van Benin weer in de belangstelling. In deze video demonstreren eigentijdse bronsgieters hoe zij hun ambacht, de cire perdue methode nog steeds op traditionele wijze beoefenen. Een met bijenwas bekleed model wordt, ingepakt in rode klei, in een houtvuurtje verhit. In de holle ruimte die na het smelten van de was tussen het model en de omhullende klei ontstaat, wordt vloeibaar brons gegoten. Na afkoeling wordt de klei eraf getikt en komt de creatie tevoorschijn. Deze bel is in de museumwinkel te koop.

Von Borrmann was niet alleen op werkbezoek. De video toont ook het plechtige moment waarop de overdracht van de Ama O Ghe Ehen, de met een moddervis gesierde bronzen plaquette, officieel wordt bekrachtigd. Behalve vertegenwoordigers uit de museumwereld zijn ook twee afgevaardigden van het koninklijk paleis aanwezig. Het oude paleis werd in de late 19e eeuw weliswaar door de Britten leeggeroofd en platgebrand, maar het vorstenhuis van Benin bestaat nog steeds. De huidige in 2016 gekroonde zogeheten Oba Ewuare II fungeert niet als soeverein staatshoofd, maar als hoeder van de cultuur van het oorspronkelijke Edo-volk.

De begeleidende catalogus geeft antwoord op vragen rond de herkomstgeschiedenis van de plaquette, die in 1932 door directeur Dirk Hannema werd aangekocht. Foto’s in oude tentoonstellingscatalogi getuigen van de omzwervingen van dit object dat via Parijs, New York en Amsterdam uiteindelijk in Zwolle terechtkwam. Pas in 2020 kwam de discussie rondom de teruggave van koloniaal erfgoed daadwerkelijk op gang. De restitutie van de bronzen plaat uit de Fundatie markeert een belangrijke stap in de bewustwording over de bedenkelijke kanten van het koloniale verleden. Von Borrmann houdt zich al langer bezig met deze kwestie. In 2021 was zij betrokken bij de tentoonstelling Kirchner en Nolde: Expressionisme. Kolonialisme. In het Amsterdamse Stedelijk werden enkele in 1897 door de Britten geroofde Benin Bronzen getoond. 

Geïnspireerd op de teruggave van de plaquette zijn tien Nigeriaanse kunstenaars een dialoog aangegaan met de geschiedenis, de symboliek en de cultuur van het oude Benin. In de ruim ingerichte zalen zijn behalve objecten van brons ook schilderijen en monumentale textiele werken te bewonderen. Aan de hand van oude foto’s en documenten wordt de koloniale geschiedenis in beeld gebracht.

Het oudste document is Olfert Dappers kopergravure met impressie van de stad Benin in Naukeurige Bschrijvinghe der Afrikaense gewesten, 1668.

Het koninkrijk Benin werd zo’n 1000 jaar geleden gesticht in het zuiden van Nigeria. Aan het hoofd stonden de Oba’s, goddelijke vorsten, die hun grondgebied gewapenderhand uitbreidden. Onder Oba Ewuare de Grote groeide de hoofdstad Edo in de 15e eeuw uit tot een belangrijk handelscentrum dat vanaf zee via de rivier de Niger bereikbaar was. Europeanen haalden er peper, ivoor, rubber en palmolie. Om de stad tegen indringers te beschermen werden de zogeheten Grote muren van Edo opgeworpen. Deze lemen wallen, waarvan je in een video de sporen nog ziet, werden in 1897 grotendeels door de Britten verwoest. Uit het Paleis van Edo roofden zij enorme hoeveelheden bronzen beelden en plaquettes. Behalve deze bronzen beelden getuigen ook fraaie uit ivoor en hout gesneden objecten en textiele kunstwerken van een hoogstaande cultuur. De nu als kunstwerken beschouwde objecten werden destijds pro memoria gemaakt; bedoeld om specifieke gebeurtenissen vast te leggen. 

Geïnspireerd op deze traditionele artistieke uitingen èn de plaquette met de moddervis, gingen de tien eerdergenoemde hedendaagse kunstenaars aan de slag. In de expositie zie je de werken die onder de handen van Leo Asemoto, Enotie Ogbebor, Taiye Idahor, Phil Omodamwen en 6 anderen tot stand kwamen.

Phil Omodamwen, Restitution, 2022. Lox-wax techniek. 81 x 61 cm. Courtesy kunstenaar.

Een bronzen als Restitution gepresenteerde plaquette weerspiegelt Phil Omodamwens jarenlange inzet voor teruggave van de Benin Bronzen. De voorstelling brengt de eerste teruggave van regalia en koninklijke objecten die in 1938 plaats vond.

De installatie van Enotie Ogbebor is eveneens in brons uitgevoerd. Het is een meditatie op het menselijk bestaan, waarin aardse en spirituele aspecten verwerkt zijn. Het werk is gebaseerd op Oba Ohen, die rond het midden van de 14e eeuw aan de macht was. Aan de heersers van Benin werden zowel aardse als spirituele eigenschappen toegekend. Deze dubbele identiteit is als bij een Janusfiguur aan voor en achterzijde verwerkt.   

Geprojecteerd op een oude kaart van West-Afrika brengt Osaze Amadasun Oba Osolua de Veroveraar (1483-1504) als een Romeinse keizer op een vurig paard in beeld. Teruggrijpend op een ander hoofdstuk uit de Nigeriaanse geschiedenis, wordt een object getoond dat te maken heeft met de Europese veroveraars. Een eigentijdse fantasierijke liniaal, die Leo Asemota vervaardigde naar het model van de 17e -eeuwse parallellinialen die de zeevaarders gebruikten om hun koers op zee te berekenen.

Osaze Amadasun, Oba Osolua de Veroveraar, acryl op houtskoolbord, 2020. 97 x 69 cm. Courtesy kunstenaar

Ook vrouwen hebben een plek in de expositie. Met een trotse in brons gegoten buste van Koningin Idia bracht Phil Omodamwen een ode aan de vorstin die in de vroege 16e -eeuw een belangrijke rol speelde in Benin. Van Taiye Idahor zie je ‘Waden in het Water’. Met haar golvende beweging staat dit meterlange gordijn voor de oceaan. De katoenen drager is bedrukt met talloze in het water dobberende vrouwelijke figuurtjes.

Het element water staat in de Nigeriaanse cultuur voor het vrouwelijke. Van Idahors hand wordt ook een acrylschilderij getoond, waarop een vogel met oranje ogen zich neerbuigt over het hoofd van een vrouw met het lichaam van een slag en haren die uitgroeien tot een boom.

Taiye Idahor, De vogel met de Oranje ogen, uit serie het temen van ahianmwen, 2022. Gemengde techniek, acryl en laserprintcollage. Courtesy kunstenaar

In een volgende zaal valt een op het eerste gezicht weinig zeggend monumentaal wandkleed op. Het blijkt een zandschildering van rode aarde op geweven textiel. Bij nadere beschouwing kom je tussen de tintallen daarop geappliqueerde bronzen plaatjes voorouderlijke koppen, luipaarden en krokodillen ook het moddervisje, weer tegen, die zowel in het water als op het land kan leven. Met dit werk dat de titel
Gepantserd draagt, verwijst Osaru Obaseki’s naar de Grote Muren van Benin.

Osaru Obaseki, Gepantserd, zandschildering op textiel met bronzen plaatjes met moddervis, 2025.
320 x 430 cm. Courtesy kunstenaar

Ik besluit met Victor Ehikhamenors betoverende creatie de Kathedraal van de Geest. Een mooi slotakkoord waarin met Christelijke en lokale tradities, Oost en West samenkomen. Dit staaltje van multicultureel monnikenwerk is vervaardigd met talloze draden, kant-, aardewerk en duizenden rozenkransen. Voor de gotische kerkramen vliegt een duif, symbool van de Heilige Geest en van vrede. Achter deze façade vind je een anoniem, ongedateerd beeldje van de regengod uit de Dogon cultuur. 

Victor Ehikhamenor, Kathedraal van de Geest, rozenkrans, draden, kant krijt, aardewerk, 2023.

Met deze eigentijdse op het koloniale verleden geënte tentoonstelling levert de Fundatie een belangrijke bijdrage aan de discussie over restitutie van roofkunst. Door de teruggave van de plaquette met de Moddervis is het museum beloond met een mooie en betekenisvolle tentoonstelling. 

Link: Museum de Fundatie

Tentoonstelling Thuis bij Ter Borch. Een impressie. Tot en met 1 februari 2026 in Museum de Fundatie.

Gesina ter Borch, Zelfportret, 1661. Familiealbum, fol 12 recto. Penseel in zwart en kleuren, gehoogd met goud en zilver, 360 x 243 mm. mm. Rijksmuseum, Amsterdam

 Dit najaar krijg je de kans om de Zwolse kunstenaarsfamilie Ter Borch te leren kennen. Niet alleen in Museum de Fundatie, maar ook in Academiehuis Grote Kerk en Stadsmuseum Anno is hun werk te zien. Heel Zwolle doet mee!

In de Fundatie zijn 35 schilderijen en 75 werken op papier voor het eerst samen te zien. Gemaakt door Gerard Ter Borch de Oude, zijn zoons Gerard de Jonge, Harmen, Moses en de herontdekte dochter Gesina.

De tentoonstelling is samengesteld met bruiklenen van gerenommeerde musea uit binnen- en buitenland. The National Gallery of Washington D.C., stond niet alleen schilderijen af, maar ook de samensteller van de tentoonstelling hun conservator Marjorie Wieseman.

Evenals Rembrandt en Vermeer die in de 18e uit de mode raakten, maakten de Ter Borchs in de 19e eeuw hun comeback. Het zogeheten Atelierbezit Ter Borch, dat in 1887 door het Rijksmuseum werd verworven heeft daaraan bijgedragen.

Zo’n 400 jaar geleden kon je hen nabij hun woonhuis in de Sassenstraat, op de Markt en in de Grote Kerk van Zwolle tegenkomen. Plekjes die je ook op hun tekeningen herkent.

Voor haar project The 17th Heaven# liet de Franse kunstenaar Chourouk Hriech zich door deze gedachte inspireren. De wanden van het trappenhuis van de Fundatie zijn van plint tot plafond bedekt met blow-ups van haar creaties. Een welhaast psychedelische mix van stadsgezichten en fragmenten uit de tekeningen en schilderijen van de Ter Borchs. Gesina heeft daarin, geïnspireerd op Gerard de Jonges Concert dat in de expositie te zien is, een prominente plek gekregen. Terecht, want de tentoonstelling is grotendeels aan haar te danken.

Chourouk Hriech, The 17th Heaven#1, 2025. Oost-Indische inkt, 30 x 42 cm Courtesy van de kunstenaar.

Anders dan haar succesvolle broer Gerard, speelde Gesina als ‘zondagsschilder’ een bescheiden rol. Maar met haar kalligrafische teksten, tekeningen, aquarellen en werk van haar broers vulde zij drie albums. Het zogeheten Materi-boeck met kalligrafische teksten, het Poezië-albummet geïllustreerde liederen en poëtische teksten en het Familie-album, dat behalve haar waterverftekeningen ook werk van haar familie bevat. Drie eeuwen later vormen de albums een unieke bron voor de samenstellers van de tentoonstellingen.   

Ook al is Gesina vrij onbekend, toch is de kans groot dat je haar wel eens hebt gezien. Zij stond model voor de mooi geklede dames in de genrestukken van haar halfbroer Gerard, zoals in Dame die haar handen wast uit Dresden.

Gerard ter Borch de Jonge, Dame die haar handen wast, ca. 1655. Paneel, 53 x 43 cm. Gemäldegalerie Alte Meister, Dresden.

Dat Gesina meer kon dan kalligraferen en poseren bewijzen de postume portretten van haar broer Moses, die tijdens de Tweede Engelse oorlog in 1667 op 22-jarige leeftijd sneuvelde. Op een aquarel in het familiealbum is te zien hoe de dood hem in een roeibootje op de kust van Harwich komt halen. Het aan hem gewijde memorieportret, dat als campagnebeeld fungeert, werd dit jaar op de TEFAF voor 3 miljoen euro door het Rijksmuseum aangekocht.

Gesina Ter Borch, Postuum Portret van Moses op de kust bij Harwich. 1667-70. Familie-album, fol. 81 recto.

Gesina maakte tekeningen en aquarellen van alledaagse scènes, vaak met zwarte humor. Zoals een herbergscène waar een bezoeker rustig van zijn pintje geniet terwijl een zelfmoordenaar aan de schoorsteenmantel bungelt.

Of de impressie van een bedlegerige stervende roker, die per testament dicteert hoe zijn schamele bezittingen -vooral drinkglazen- onder zijn vrienden moeten worden verdeeld.

Gesina Ter Borch, Herberginterieur met twee doden en een drinker, ca. 1658. Poëzie-album, fol. 83 recto. Zwarte inkt en penseel met waterverf, gehoogd met zilver. 313 x 240 mm. Rijksmuseum

Voor we naar de originele tekeningen en schilderijen in Museum de Fundatie gaan, nemen we een kijkje in het Academiegebouw Grote Kerk. Onder het motto Gesina & Gezien worden wordt de dochter des huizes hier in het zonnetje gezet. Onder een grote op het hemelbed in een van Gerards schilderijen geïnspireerde tent, kun je de 45 minuten durende animatie-opera Geesken van Wim Trompert & Camerata Traiectina bekijken en beluisteren (zie website Academiegebouw Grote kerk). De opera is samengesteld met beelden uit Gesina’s albums en componisten uit haar tijd. Ook fotograaf J. Abels liet zich door Gesina inspireren. Met een blik door de peep holes van zijn kijkkasten beland je in de wereld van Gesina en haar broers. 

In Stadsmuseum Anno staat het thema Alles is Familie centraal. In de voormalige woonvertrekken van Gesina’s zus Catharina wordt de bezoeker aangesproken op –of geconfronteerd met– de vraag: waar stond jouw wieg en heeft dit bepaald wat je bent geworden?

Ben je (niet) familieziek, loop dan door en sta even stil bij het thema rouw, dat ook prominent aanwezig is in Gesina’s werk. Door kindersterfte en pestepidemieën (1655-1657) was de dood in de 17e eeuw nooit ver weg. In 1655 werd een derde van de Zwolse bevolking gedecimeerd.

In Zwolle herinnert de naam van restaurant het Pestenhuys nog aan die tijd. Wie kon verliet de stad, zoals het gezelschap dat in een van Gesina’s waterverftekeningen per koets op het platteland arriveert. Goed mogelijk dat we de Ter Borchs zien die aankomen bij hun buitenplaats De Ramshorst.

In het stadsmuseum wordt een kopie van het postume portret van Moses als tweejarig kind getoond. In een vitrine zie je enkele voorbeelden van de daarop afgebeelde objecten.  

Ook in andere voorstellingen staat de dood centraal. Zelfs in ogenschijnlijk vrolijke voorstellingen, zoals in de grimmige variant van een vrolijke buitenpartij als een Bacchanaal met levenden en doden. De boodschap lijkt duidelijk: CARPE DIEM!

Gesina ter Borch, vrolijk gezelschap dat door de dood wordt gestoord, ca.1656 Rijksmuseum Amsterdam

In het Stadsmuseum kun je Gesina’s kunstboek in facsimile eigenhandig doorbladeren. In de Fundatie, waar het origineel achter glas ligt zie je een digitale versie. In een verstild kabinetje gaat de wereld van Gesina voor je open.  

In een van haar aquarellen kerft Gesina haar naam en de datum van haar dertigste verjaardag in een boom: 15 november 1661. De letters DMS staan voor haar persoonlijke motto: Deugd Maakt Schoonheid. De daaronder aangebrachte Franse tekst met hartjes bevat mogelijk een liefdesverklaring aan Hendrik Jordis, een Amsterdamse koopman, acteur en toneelschrijver. De tekst luidt in vertaling: …‘Leve het hart dat van mijn hart houdt’. Ter gelegenheid van haar verjaardag schreef hij een lofdicht; de Papiere Laure krans gevlochten ter gebooren dagh van d’E Juffrouw Gezina Ter Borch. Ondanks de wederzijdse affectie traden zij nooit in het huwelijk. Kort na 1661 werd de relatie om onbekende reden verbroken.

Gesina Ter Borch, Vrouw die haar naam in een boom kerft, 1661. Familie-album, fol. 27 recto. Penseel in zwart en kleuren, gehoogd met zilver. 243 x 360 mm. Rijksmuseum, detail.

We sluiten het prentenboek en vervolgen onze kennismaking met de Ter Borchs in Museum de Fundatie. De expositie begint met een stamboom van de kinderrijke familie. In de navolgende zalen kun je de originele tekeningen en schilderijen van Gerard de Jonge, Harmen (1638-1677), Moses (1645-1667), Anna (1622-1679) en Gesina (1631-1690) bewonderen.

Zij erfden het talent van hun vader, die, na een veelbelovende artistieke start geen carrière in de schilderkunst maakte. Wegens zijn drukke baan als licentmeester (belastingontvanger) moest hij stoppen met schilderen, maar hij liet zijn kroost van kleins af aan tekenen. Thuis bij de familie Ter Borch werd dan ook iedere dag getekend. Zelfs de allerkleinsten deden mee.

Harmen Ter Borch, Moses aan het tekenen, 1649. Zwart krijt 146 x 106 mm. Rijksmuseum.
Gerard Ter Borch de Jonge, Een ruiter op de rug gezien Rijksmuseum Amsterdam

De talrijke schetsen met dezelfde onderwerpen laten zien dat de kinderen ook van elkaar leerden. Harmen en Gesina beeldden beide een vioolspelend kind uit. Op diverse werken noteerde vader Gerard wie het gemaakt had en wanneer. De meeste kinderen van die leeftijd komen niet verder dan een houterig mannetje of een rudimentair vormgegeven huis met een rookpluim uit de schoorsteen, maar Gerard de Jonge maakte in 1625 een rake schets van een man te paard. Op het blad noteerde zijn vader:  ‘Anno 1625. den. 25./September. G. T. Borch/de Jonge inventur’. Geen wonder dat hij trots was: Gerard was nog maar 7 jaar toen hij de voorstelling uit eigen waarneming maakte.

De familieleden zijn met diverse (zelf)portretten vertegenwoordigd. Leuk om het uiterlijk van Gesina, zoals waargenomen door de ogen van haar broer, te vergelijken met haar flatteuzere zelfportret.


De jongste zoon, Moses legde niet alleen zijn eigen gelaatstrekken vast, maar ook een goed getroffen portret van zijn vader.

In de kabinetten in de bovenzalen worden verschillende thema’s belicht. Aan elke Ter Borch is bovendien een aparte zaal gewijd. En een daarvan zie je coproducties van Gerard de Jonge en Caspar Netscher. De leerling die naam zou maken als genreschilder, hielp zijn leermeester bij het portretteren van de kinderrijke familie Crayevanger. In deze zaal wordt behalve de al genoemde olieverfportretten van Moses nog een derde portret Moses ter Borch met kolf slaghout uit Washington getoond.

De kinderen Ter Borch hadden een scherp oog voor opmerkelijke verschijningen in de Zwolse straten. Van ieders hand wordt een keur aan pentekeningen en schetsen van velerlei alledaagse scènes. Van Gesina’s hand zie je een studie van twee zwarte jongens, die zij ‘nae ’t leven’ portretteerde. Boeiend zijn ook de sfeervolle stadsgezichten bij dag of nacht en impressies van zwierige schaatsers, zoals weergegeven door Gerard de Jonge en zijn broer Harmen. Arbeidslieden die een zware last uit een kelder trekken, figuren die tegen de wind in torsen of daar juist op meegaan. Harmen legde het beeld van een schilder vast, op wiens werk een aantal bewonderaars over de schouder meekijken. Het deed me denken aan impressies die 19e -eeuwse kunstenaars als Isaac Israëls van soortgelijke pottenkijkers gaven.

Harmen ter Borch naar Gerard ter Borch de Jonge, Schaatsers bij de Zijlpoort, Haarlem, 1653. Pen en penseel in zwarte inkt over sporen van zwart krijt, 157 x 297 mm. Rijksmuseum, Amsterdam

In hun oeuvre ontdek je ook getekende en geschilderde varianten van een tegenwoordig weer actueel actuele verschijning: de luizenmoeder. Gerard de Jonge maakte een momentopname van zijn stiefmoeder Wiesken Matthijs, die het hoofd van Harmen nakijkt op kruipend ongedierte. Let op de goed waargenomen lijdzame manier waarop het jochie, dat gestoord in het balspel,  voor dit vervelende klusje is binnengeroepen. Op een ander paneeltje wordt ook hun huisdier onder handen genomen.

Gerard ter Borch de Jonge, Moeder die het haar van haar kind kamt, bekend als de Luizenjacht, ca. 1652-53

Bij de Ter Borchs is, wellicht in navolging van Rembrandt, ook ruimte voor onderbroekenlol. Zowel van Gerard, Moses als Gesina zie je schetsen van poepende figuurtjes.

Moses Ter Borgh, Jongen doet zijn behoefte naast een hond, ca. 1656-1657. Pen in bruine inkt, 93 x 158 mm. Rijksmuseum, Amsterdam

Naast low-life was er ook aandacht voor actuele politiek. Als verslaggever avant-la-lettre legde Gerard de Jonge in 1648 in Münster de plechtige ratificatie van de Vrede van Münster vast, waarmee officieel een einde kwam aan de Tachtigjarige Oorlog. Met een klein zelfportretje links naast de lijst, informeert hij de beschouwers: Gerard was here!

Gerard Ter Borch de Jonge, De ratificatie van het Verdrag van Münster, 1648. Olieverf op koper, 45 x 59 cm. Rijksmusuem, Amsterdam. om Bruikleen National Gallery, Londen

In zijn jonge jaren reisde Gerard de Jonge ook naar Londen en Spanje, maar in 1654 vestigt hij zich in Deventer. Sindsdien maken eenvoudige alledaagse onderwerpen plaats voor elegante figuren in chique interieurs. De prachtig weergegeven stofuitdrukking van tapijten en vooral satijnen japonnen trok de aandacht van Amsterdamse kooplieden. In zijn eigen regio ontving Gerard vooral portretopdrachten van de calvinistische bestuurdersklasse. In sobere stijl vereeuwigd evoceren Willem Mariënburg en zijn echtgenote Geertruid, deugden als terughoudendheid en matigheid.

Opdrachtgevers in Holland hadden er echter geen moeite mee om hun welstand te tonen. Gerbrand Pancras liet zich in een met zilvergalon, strikken en kwikken versierde outfit portretteren.

Gerard ter Borch de Jonge, Gerbrand Pancras, 1670.Olieverf op doek, 33,4 x 27,8 cm. Manchester Art Gallery

Bij een portret van Twee herderinnen (Gesina en Catharina) kom ik nog even terug op de onderlinge beïnvloeding. Gesina hield van de destijds populaire arcadische poëzie. De daarop gebaseerde pastorale illustraties van amoureuze herders en herderinnen inspireerden Gerard kennelijk voor het portret van Gesina en Catharina als Arcadische herderinnen.

Gerard Ter Borch de Jonge, Twee herderinnen (Gesina en Catharina ter Borch), ca. 1650. Olieverf op doek,
50,5 x 34,5 cm. Privéverzameling

Anders dan Gerard en haar zusters bleef Gesina ongetrouwd. Zij wijdde haar leven aan de kunsten en het bewaren van de artistieke nalatenschap van haar familie. Per testament bepaalde ze dat dit archief in de familie moest blijven. Met deze albums en haar allegorisch zelfportret, De overwinning van de Schilderkunst op de Dood, maakte Gesina zichzelf onsterfelijk. De dood met zijn geknakte pijl heeft niet het laatste woord en dat geldt ook voor deze samenvatting, want over de Ter Borchs is nog lang niet alles gezegd.

Gesina Ter Borgh, De overwinning van de Schilderkunst op de Dood, 1660 (Familie-album, fol. 2 recto)..Waterverf, opgehoogd met goud, 243 x 360 mm. Rijksmuseum, Amsterdam

Lees verder in het aan de Ter Borchs gewijde thema nummer van Kunstschrift, de prachtige catalogus die bij de tentoonstelling is verschenen en ga in Zwolle kijken!

Catalogus: Thuis bij Ter Borch, Kunstenaarsfamilie in Zwolle, Marjorie E. Wieseman e.a. Museum de Fundatie, W Books, 2025

Kunstschrift jaargang 69 nr. 4, augustus/september 2025, De Familie Ter Borch

Museum de Fundatie, Thuis bij Ter Borch – Kunstenaarsfamilie in Zwolle

                                            –

Geverifieerd door MonsterInsights