Artemisia Gentileschi: Vrouw en Macht. Rijksmuseum Twenthe, t/m 23 januari 2022.

Artemisia Gentileschi Jaël en Sisera, 1620, Szépmüvészeti Múzeum/ Museum of Fine Arts, Boedapest

In de najaars-tentoonstellingen spelen drie vrouwen een hoofdrol. De bijbelse Maria Magdalena, de 17e eeuwse barokschilderes Artemisia Gentileschi (1593- 1656?) en haar 20e eeuwse Mexicaanse collega Frida Kahlo (…). Hoe verschillend ook, zij hebben een ding gemeen: zij veroverden een plaats in een door mannen gedomineerde wereld.

Frida Kahlo genoot volop publieke belangstelling, maar dat gold tot voor kort niet voor Artemisia Gentileschi. Zij is pas eind vorige eeuw herontdekt. Tot en met 23 januari zijn haar historiestukken en portretten naast werken van tijdgenoten te bewonderen. Orazio Gentileschi, Giovanni Francesco Barbieri (‘Il Guercino’), Giovanni Baglione, Gerard van Honthorst, Matteo Loves en Giuseppe Ribera waren in de tentoonstelling Caravaggio en Europa in 2018 ook te zien. Maar de vanuit feminien oogpunt belangrijkste navolger van Caravaggio, Artemisia Gentileschi, schitterde toen door afwezigheid. Haar Judith onthoofdt Holofernes uit de Uffizi had daar niet misstaan. Tijdgenoten en latere critici konden niet geloven dat dit een creatie van een vrouw was. In dit werk resoneert onmiskenbaar Caravaggio’s gelijknamige werk uit het Palazzo Barberini. Bij het zien van dit werk in de tentoonstelling Rembrandt en Caravaggio deed ik in 2006 automatisch een stap naar achteren!  

Na zijn ontijdige dood bleven de moeder en echtgenote van de groothertog van Toscane Cosimo II tot hun ongenoegen met Artemisia’s doek zitten. Onder uitroepen als …’het is èrger dan Caravaggio en ik kan er niet naar kijken’… zouden zij opdracht hebben gegeven om het werk weg te stoppen in de kelder.


Vormde een #MeToo voorval in Artemisia’s jeugd de aanleiding voor deze hardvochtige afrekening? Mogelijk. De met haar vader bevriende schilder Agostino Tassi had Artemisia als jong meisje met geweld tot de zijne gemaakt. Maar bijbelse heldinnen waren destijds geliefd. Zij figureren veelvuldig in Artemisia’s werk: Suzanna, Bathseba en Maria Magdalena. In het campagnebeeld ontmoeten we nòg een bijbelse heldin. We betrappen Jaël op heterdaad. Nadat zij hem vriendelijk heeft onthaald, berooft zij de Kanaänitische hoofdman Sisera met een welgemikte hamerslag van het leven, waarmee zij een heldenstatus verwerft. Een rondgang door de expositie leert dat er in de 17e eeuw veel meer koppen rolden!

Artemisia Gentileschi Jaël en Sisera, 1620, Szépmüvészeti Múzeum/ Museum of Fine Arts, Boedapest

Ook andere moordscènes waren populair. We zien Gerard van Honthorsts Dood van Seneca. Aan Gerardo della Notte, zoals hij in Rome genoemd werd, ontleende Artemisia het kaarslicht motief. Artemisia bracht de  zelfdoding van de Egyptische koningin Cleopatra meermaals in beeld. De houding en aankleding variëren, maar de gifslang die op het punt staat toe te bijten vormt daarin de constante. Het doek waarin zij Cleopatra, gehuld in een azuurblauwe japon ten voeten uit weergaf, is een absolute blikvanger.

Bij Artemisia’s verbeelding van het apocriefe verhaal van Suzanna en de ouderlingen lijkt de verkrachting uit haar jeugd nog niet vergeten. Terwijl zij niets vermoedend geniet van een verfrissend bad, schrikt Suzanna op van twee mannen die niet veel goeds in de zin hebben. Ouderlingen nog wel, die haar proberen te verleiden. Wanneer ze niet op hun avances ingaat strooien ze het praatje rond dat ze een affaire heeft met een jongeman. Op grond van hun tegenstrijdige verklaringen weet de profeet Daniël hen als bedriegers te ontmaskeren. Zo wordt de kuise Suzanna van steniging gered.
Het trauma uit haar jeugd blijft Artemisia blijkbaar achtervolgen. Na eerdere versies uit 1610 en 1622 neemt Artemisia dit thema in 1652 nogmaals ter hand. In de tentoonstelling zie je ook enkele versies van tijdgenoten.

Geschilderde en getekende autobiografie
Tussen de vele wetenschappelijke publicaties vond ik een in 2019 verschenen graphic novel van Gina Siciliano: I Know what I Am: The Life and Times of Artemisia Gentileschi.  Niet zomaar een strip, maar een op gedegen bronnenonderzoek gebaseerd beeldverhaal, waarin Siciliano de lezer letterlijk en figuurlijk meeneemt naar Artemisia’s tijd. Samen met haar vader Orazio stapt de lezer in 1600 de Contarelli kapel binnen. Het zien van Caravaggio’s Roeping van Mattheus zou zijn leven en dat van zijn dochter en andere kunstenaars voorgoed veranderen!

In het werk van vader en dochter Gentileschi en tijdgenoten zie je vele ontleningen aan dit voor die tijd baanbrekende werk. Anders dan de enigszins verheven beeldtaal voor bijbelse voorstellingen, maakte Caravaggio gebruik van alledaagse, door dramatisch clair-obscur belichte figuren, die hij zonder decorum in een onduidelijk gedefinieerde ruimte.

Gina Siciliano, Schavot voor de Engelenburcht, uit ‘I Know What I Am: The Life and Times of Artemisia Gentileschi’ grahic novel by Gina Siciliano

In Siciliano’s stripverhaal ontdek ik de mogelijke inspiratiebron voor de talrijke 17e eeuwse geschilderde onthoofdingen. Een historisch verantwoorde schets van een publieke executie die in 1599 –het jaar waarin Caravaggio zijn Judith onthoofdt Holofernes schilderde- voor de Engelenburcht in Rome plaats vond.

Goede wijn behoeft geen krans’

Of in Artemisia’s woorden: …’Ik zal u niet langer vervelen met mijn vrouwelijke kletspraatjes: de werken spreken voor zichzelf’, zoals ze schreef aan de kunstverzamelaar Don Antonio Ruffo van wie zij een opdracht hoopte te krijgen.

Artemisia Gentileschi Allegorie op de roem, zelfportret als Clio, ca. 1630-1635 The Bennett Collection of Women Realists, San Antonio

In de halfdonkere eerste zaal staat de bezoeker meteen oog in oog met Artemisia Gentileschi. Niet gehinderd door enige vorm van bescheidenheid portretteerde zij zichzelf in de gedaante van Clio, de Griekse muze van de faam. En bescheidenheid is ook niet nodig: ere wie ere toekomt!  Artemisia is de eerste 17e eeuwse vrouwelijke kunstenaar die indertijd tot ver buiten de eigen landsgrenzen beroemd werd. Haar Zelfportret als Pittura, de personificatie van de schilderkunst, werd door koning Karel I van Engeland aangekocht.

Artemisia Gentileschi Allegorie op de schilderkunst, 1638-1639 Royal Collection, Londen

Aan de wand van de tentoonstellingszalen worden veelzeggende zinsneden uit Artemisia’s brieven, die wonderwel vierhonderd jaar bewaard zijn gebleven, geciteerd. Ze geven een inkijkje in het gevoelsleven van deze vooruitstrevende vrouw en haar inspanningen om zich in een door mannen gedomineerde wereld staande te houden. Hoe deed ze dat? Moest zij zich middels een opgeplakte snor vermommen als man? In deze uitmonstering werd zij door de in Rome woonachtige Leonard Bramer op een geinige manier geportretteerd. Ook zonder snor, maar bepaald manmoedig, veroverde zij een plaats in de galerij der grote barokkunstenaars.  

Leonaert Bramer Portret van Artemisia als man met snor, ca. 1620, Koninklijk Musea voor Schone Kunsten van België, Brussel

In de expositie wordt dit portret geflankeerd door de koppen van Dirk van Baburen en Gerard van Honthorst, met wie zij bevriend was. Samen waren ze lid van de Romeinse Accademia dei Lincei; een genootschap waar poëzie, historie en wetenschappen werden beoefend. Ook Simon Vouet, Pierre Dumonstier en Jerome David gaven met portretten van de Italiaanse kunstenares uitdrukking aan hun bewondering voor Artemisia. In zijn gravure naar een verloren gegaan zelfportret van Artemisia lezen we: Invidendum Facilius Quam Imitandum. Haar te benijden is makkelijker dan haar te imiteren!

(Her)Waardering         
Hoewel ze lange tijd in de schaduw van haar vader Orazio Gentileschi en anderen stond genoot Artemisia in de 17e eeuw in binnen en buitenland al bekendheid. In de kunstenaarsbiografiën van Giovanni Baglione (1566-1643) en Joachim von Sandrart (1606-1688) wordt haar naam genoemd. Ze kreeg opdrachten van de groothertog van Toscane, Cosimo II, Michelangelo de Jongere èn Koning Karel I van Engeland. In de late 18e en 19e eeuw raakte ze, door een algemene smaakverandering geleidelijk aan buiten beeld. Het donkere Caravaggeske palet maakte plaats voor heldere gelijkmatig belichte voorstellingen. Ook werd haar werk soms aangezien voor dat van mannelijke tijdgenoten, voor wie ze met haar techniek en overtuigende stofuitdrukking blijkbaar niet onder deed. Haar figuren worden met een dramatisch clair-obscur belicht èn vanuit het perspectief van een vrouw met emotie weergegeven. En dit zonder officiële opleiding!

Omdat vrouwen niet werden toegelaten tot de academie moest Artemisia de kunst afkijken van haar vader en mannen als Caravaggio en Agostino Tassi.

De betrekkelijke onzichtbaarheid van Artemisia en haar weinige vrouwelijke collega’s heeft sinds het einde van de vorige eeuw heel wat pennen in beweging gezet. Op internet kwam ik teksten van feministische kunsthistorici tegen die in de jaren ’80 beweerden dat in H.W. Janson’s gezaghebbende Wereldgeschiedenis van de kunst …’geen enkele vrouwelijke kunstenaar voorkomt’… Toen ik mijn editie erop na sloeg zag ik dat vrouwen weliswaar ver in de minderheid zijn, maar degenen wier naam niet in het zwarte gat van de geschiedenis zijn verdwenen, noemt hij wel degelijk. Aan Artemisia Gentileschi besteedt Janson zelfs evenveel woorden als aan haar beroemde voorganger Caravaggio. En -even terzijde- bij ‘onze eigen’ Judith Leyster (1609-1660) memoreert Janson, het moederschap als voornaamste oorzaak van de afwezigheid van vrouwen. Al zijn er uitzonderingen. Rachel Ruysch zette 10 kinderen op de wereld en liet ook nog een prachtig geschilderd oeuvre na. Artemisia kreeg 5 kinderen, van wie alleen haar dochter Prudenzia de volwassen leeftijd bereikte. Zij leerde haar dochter het schildersvak, maar er zijn geen werken van Prudenzia’s hand bekend.

In de 20e eeuw werd Artemisia door de Italiaanse kunsthistoricus Roberto Longhi uit een lange winterslaap gewekt. In 1916 publiceerde hij zijn biografie Gentileschi padre e figlia. In Longhi’s ogen was Artemisia ’de enige vrouw in Italië die ooit heeft begrepen wat schilderkunst is’… Ook Longhi’s echtgenote Anna Banti, raakte in de ban van Artemisia. In de jaren ’50 publiceerde zij een biografische roman over Artemisia wier leven in 1997 werd verfilmd. En in 2002 verscheen een historische roman door Susan Vreeland. 

Feministische hordenloop 
Ook feministische kunsthistorici kregen oog voor Artemisia. In The Obstacle Race (1979) beschrijft Germaine Greer de hordenloop van vrouwelijke kunstenaars. Artemisia’s Portret van een vaandeldrager in de Pinacotheca van Bologna wekte niet alleen haar belangstelling voor de vergeten kunstenares; het werk bracht ook de overtuiging: … you can do it, girls!…Greers boek markeerde het begin van een blijvende herwaardering van Artemisia Gentileschi.

Tien jaar later deden de Guerilla Girls met een ludieke actie ook een feministische duit in het zakje. Op de stadsbussen van New York lazen voorbijgangers: …’Do women have to be naked to get into the MET?…

Evenredig aan de herwonnen museale aandacht, nam ook de financiële interesse voor Artemisia’s werk toe. In 2018 kocht de Londense National Gallery Artemisia’s Zelfportret als heilige Catharina van Alexandrië (1615-1617) voor 4.7 miljoen dollar. Dat was de ‘wake-upcall’ voor de internationale kunstmarkt. Bij het Franse veilinghuis Arturial werd vorig jaar een Lucretia voor bijna 5 miljoen euro afgehamerd.

Artemisia Gentileschu, Zelfportret als Catharina van Alexandrië, 1616, National Gallery, Londen

Meme Artemisia door MeToo

È vero, È vero, È vero!
Onder tortuur schreeuwde Artemisia deze woorden uit tijdens het proces dat haar vader Orazio in 1612 had aangespannen tegen de man aan wie hij zijn dochter voor perspectieflessen had toevertrouwd maar die dat vertrouwen zo ernstig had beschaamd. Tassi beloofde met haar te trouwen, maar hij kwam zijn trouwbelofte niet na. Dat kon ook niet, want hij was al getrouwd. Artemisia’s vingers werden met een scherp aangetrokken touw gepijnigd en ze werd middels een vaginaal touché, onderworpen aan een vernederend lichamelijk onderzoek. Tassi werd schuldig bevonden en verbannen, maar kon niettemin ongestraft in Rome blijven. Het juridische verslag van dit wellicht vroegst geboekstaafde #MeToo voorval was in 2018 in de Artemisia tentoonstelling in Londen te zien. De #MeToo beweging heeft Artemisia’s portret als meme geadopteerd.

Artemisia Gentileschi personificatie van de Inclinatie, 1615-1616, Casa Buonarroti, Florence

Na een gearrangeerd huwelijk met Pierantonio Stiattesi vertrok Artemisia toen zelf maar naar Florence. Over haar echtgenoot weet de geschiedenis niet veel meer te melden dan dat hij goed was in het opmaken van Artemisia’s geld. In Florence begon haar ster te rijzen. Zij werd -uitzonderlijk voor een vrouw- toegelaten tot de Accademia dell’Arte del Disegno. Ze ontving opdrachten van Cosimo II de’Medici. Via hem openden zich deuren die voor anderen gesloten bleven. Ze raakte bevriend met Galileo Galileï en van Michelangelo de Jongere ontving ze de opdracht voor het schilderen van een Personificatie van de Inclinatie, dat zich nog altijd in Casa Buonarotti bevindt. En ze ontmoet de edelman Francesco di Niccolo Maringhi. Met de vondst van een aantal onthullende brieven kwam deze affaire in 2011 aan het licht.

De personificatie, voor wie Artemisia zelf model stond, laat zich leiden door haar attribuut, een kompas en een ster aan het firmament.  Elementen die zij via haar vriendschap met Galileo Galilei in haar repertoire had opgenomen.

Thema’s
Wandteksten met citaten uit Artemisia’s brieven lichten de thema’s in de tentoonstelling toe. Het thema Vrouw in de Mannenwereld wordt geïllustreerd met de woorden die ze in 1649 schreef aan Don Antonio Ruffo:

Ik denk niet dat u enig verlies zal lijden als u met mij in zee gaat. En u zult de geest van Caesar in de ziel van een vrouw vinden….

Rembrandt, Aristoteles met de buste van Homerus, 1653, Metropolitan Museum of Art

Bij Rembrandtkenners gaat bij het horen van deze naam wellicht een belletje rinkelen. Ja, ook Rembrandt correspondeerde met deze Siciliaanse kunstverzamelaar, voor wie hij het doek Aristoteles met de buste van Homerus schilderde, dat zich thans in het Metropolitan museum in New York bevindt.

Bij Het lichaam van een Vrouw: worden Averardo de’Medici’s woorden aangehaald: …Bij wijze van spreken kun je de zachtheid van haar prachtige huid bijna met je handen voelen….
Bij het thema Getekende Levens ventileert ze haar ongenoegen over de ongelijke financiële behandeling die haar als vrouw ten deel valt. En onder de noemer de Rollen omgedraaid prijst ze zichzelf met aan als: …’een vrouw met een overvloed aan talent, een vrouw die ieder onderwerp elke keer op een andere manier schildert.

Behalve in Florence werkte Artemisia in Genua, Rome, Venetië en Engeland. Tussen 1637-1639 werkte ze met haar vader in Greenwich aan plafondschilderingen in the Queens House die nu in Marlborough House te zien zijn.

Na het Engelse avontuur woonde ze in Napels, waar ze soms samen werkte met Massimo Stanzione en Viviano Codazzi. In de kathedraal van Pozzuoli bevindt zich een Heilige Januarius van haar hand.
In 1656 loopt haar levensspoor dood. Vermoedelijk is zij tijdens de pestepidemie van dat jaar overleden. Na lange tijd onzichtbaar te zijn geweest is Artemisia Gentileschi weer helemaal in the picture. Met de artistieke èn financiële waardering voor haar werk zit het anno 2021 ook wel snor!

Link: Rijksmuseum Twenthe: Artemisia. vrouw en macht

J. Keizer e.a., Artemisia Vrouw en Macht, Rijksmuseum Twenthe, Enschede, 2021.

B. Eberd & L. Helmus, UtrechtCaravaggio en Europa, tentoonstellingscatalogus, Centraal Museum Utrecht, 2018.

G. Siciliano, I Know What I Am: The Life and Times of Artemisia Gentileschi, Fantagraphics Books, Seattle, 2019.   

(Ook in Nederland verkrijgbaar)

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.