
Eindelijk is het zover! Met deze woorden opent het persbericht waarmee het Drents Museum de tentoonstelling van de Hongaars-Indiase kunstenaar Amrita Sher-Gil (1913-1941) aankondigde. Vertraagd door de geopolitieke situatie zijn de bruiklenen uit de National Gallery of Moderna Art in New Delhi inmiddels toch in Assen gearriveerd. Toen bleek dat de schilderijen niet konden afreizen richtte het Drents museum allerijl een alternatieve expositie in met modernisten uit Nederlandse collecties. Deze Ode aan Amrita Sher-Gilwas geïnspireerd op haar eigen woorden: Europa is van Picasso, Matisse, Braque en vele anderen. India is alleen van mij.”
De surrogaat tentoonstelling is voorbij, maar drie van de daarin getoonde stand-ins zijn nog te zien: de Sybille (1929) van Picasso en stillevens van Matisse en Braque uit Kunstmuseum Den Haag. Hun werk is bij het publiek heel wat bekender dan de Indiase ster die nu schittert in de Drentse museumzalen.
Goed mogelijk dat je nog nooit hebt gehoord van de kunstenares die wegens haar baanbrekende werk en vrijgevochten levensstijl wel wordt omschreven als de Indiase Frida Kahlo. Evenals de Mexicaanse legde ook zij met compassie de ziel van de lokale bevolking vast. Dankzij haar kunst wordt Amrita Sher Gil in haar vaderland als grondlegger van de moderne Indiase kunst beschouwd.
Amrita werd in 1913 in als kind van een Indiase aristocraat en Hongaarse operazangeres in Boedapest, geboren. In 1921 vertrok zij met haar familie naar Shimla, een stad aan de voet van de Himalaya. Terug in Europa volgde Amrita kunst- en schilderlessen in Florence en Parijs. Aan de École des Beaux Arts zag ze werk van modernisten als Paul Cézanne, Suzanne Valadon en Paul Gauguin. Zijn invloed herken je niet alleen in het onderwerp, maar ook in het als Slaap getitelde zelfportret als Tahitiaanse uit 1933.


Behalve (zelf)portretten en stillevens schilderde Sher-Gil impressies van het dagelijks leven in Parijs. Haar naam roept tegenwoordig weinig herkenning op, maar haar talent bleef destijds niet onopgemerkt. Met het doek Jonge Vrouwen won ze op de Parijse Salon in 1933 een gouden medaille.

Ook al had ze veel succes in Parijs, de fascinatie voor het land van haar vader bleef trekken. Toen een docent haar erop attendeerde dat zij met haar rijke kleurenpalet niet thuishoorde in de grijze ateliers van het Westen, besloot ze in 1934 terug te keren naar de stad waar ze in 1921 als achtjarig meisje gewoond had. In Shimla combineerde zij de artistieke Europese vaardigheden met traditionele Indiase elementen. Haar werk weerspiegeld de indrukken die zij tijdens haar reizen door het onmetelijke land had opgedaan. Prachtig zijn de op de grotschilderingen van Ajanta en Mogol-miniaturen geïnspireerde werken. Dat geldt ook voor de impressies van het eenvoudige dagelijks leven. Boeren, arme vrouwen en paria’s vonden hun weg naar haar doeken. Vastgelegd in de aardkleuren van de kruiden die op de markten lagen uitgestald. Amrita gaf een stem aan de armen en liet hen stralen in het Indiase licht. Vooral vrouwen komen in haar werk opvallend krachtig uit de verf. Verschillende Indiase steden boden haar een podium voor een tentoonstelling. Ze wint zelfs een prijs voor beste vrouwelijke kunstenaar, maar het ergert haar dat ze in deze categorie genoemd wordt.

National Gallery of Modern Art, New Delhi.
In 1938 was ze terug in Hongarije, waar ze trouwt met haar neef Victor. In deze jaren verdiept zij zich in de Hongaarse volkskunst. Van deze periode dateert het doek met een impressie van een vrolijke begraafplaats.
Wanneer de grond hen in het steeds fascistischer wordende land te heet onder de voeten wordt keren Victor en de Joodse Amrita terug naar India. Met haar werk raakt Amrita bekend tot in de hoogste kringen. Ze onderhield vriendschappelijke betrekkingen met Jawaharlal Nehru, die als politicus en later als premier met Mahatma Ghandi een belangrijke rol zou spelen in de weg naar onafhankelijkheid. In 1941 wordt in Lahore een grote solotentoonstelling georganiseerd, hier was onder andere haar impressie van de Kurkuma malers te zien; een werk, waarin zij experimenteert met vorm en kleur.

In datzelfde jaar komt, slechts 28 jaar oud, een abrupt einde aan haar avontuurlijke en succesvolle leven. De doodsoorzaak is niet bekend gemaakt, maar volgens geruchten is zij overleden aan de gevolgen van een abortus. Amrita Sher-Gil vond haar laatste rustplaats in Lahore, het huidige Pakistan.
Bij de expositie is een mooi publieksboek verschenen: Annemiek Rens & Berber van der Veer, Amrita-SherGil: Europa is van Picasso: India is alleen van mij.
Tentoonstellingscatalogus Drents Museum, Assen. 2026.
Link: Drents Museum Assen