Van Gogh & Japan – Van Gogh Museum, tot en met 24 juni.

Vincent van Gogh, Kreupelhout met twee figuren, 1890, Cincinnati Art Museum, legaat van Mary E. Johnston

Weer een expositie over Vincent van Gogh. Wat valt er nog te vertellen?

De tentoonstelling Van Gogh – Japan, die eerder in Sapporo, Tokyo en Kyoto te zien was, laat zien dat je niet raakt uitgepraat over Van Gogh. Zestig schilderijen en tekeningen vertellen het verhaal van Vincents fascinatie voor Japanse prenten en het imaginaire beeld dat hij van dat exotische land had.

Toen Vincent van Gogh februari 1888 het enerverende Parijs verruilde voor Arles, had het daar -uitzonderlijk voor die streek- gesneeuwd. Arles zag er in zijn ogen Japans uit schrijft hij aan Theo: …’het is hier helemaal Japan’… Hoe hij op die gedachte kwam wordt -met wat fantasie- duidelijk bij het zien van sneeuwlandschappen verbeeld in Japanse prenten.

Vincent van Gogh, besneeuwd landschap met Arles in de achtergrond, 1888, Privécollectie

Tot en met 24 juni toont het Van Gogh museum Japanse prenten uit Vincents verzameling. Hij bezat zo’n 600 ukiyo-e, kleurenhoutsneden met beelden van de zogenoemde vlietende wereld. Geisha’s en haar bezoekers, acteurs uit het Kabuki theater, impressies van de natuur en landschappen met een steeds wisselende blik op de Fujiama. Een deel daarvan, compleet met gebruikssporen, is in het prentenkabinet te zien. Van Gogh bewaarde ze op stapels en pinde ze aan de muur en zo zijn ze hier ook aan de wand geprikt!

In verschillende schilderijen zijn de Japanse prenten die Van Gogh als inspiratiebron gebruikte herkenbaar. Behalve zijn overbekende Brug in de Regen uit 1887, waarin hij nog dicht bij het grotendeels gekopieerde voorbeeld bleef, zijn andere directe en indirecte inspiratiebronnen zichtbaar. Daarnaast ziet de bezoeker hoe Van Gogh zich de Japanse stijl eigen maakt. Hij bootste niet alleen (echte en fictieve) Japanse karakters na, maar ook de stempels waarmee op de linkerzijde van de prent de naam van de kunstenaar- en rechts de titel en de serie werd aangeduid.

Brug in de regen (naar Hiroshige)
Vincent van Gogh, Parijs, oktober-november 1887, Van Gogh Museum, Amsterdam (Vincent van Gogh Stichting)
Utagawa Hiroshige, Onverwachte avondbui op de brug bij Atake, 1857, Collectie Alan Medaugh, New York

Het ultieme statement van Van Goghs fascinatie voor Japan vormt zijn Zelfportret als boeddhistische monnik uit 1888, waarop hij zich zelfs met geloken ogen portretteerde. Het hangt op de bovenverdieping naast het trieste Zelfportret met verbonden oor uit de Courtauld Gallery. In het zelfportret als boeddhistische monnik zijn vaag wat weg geschraapte letters te zien: A mon Ami Gauguin, voor wie hij dit vriendenportret maakte. Gauguin zond hem in ruil een zelfportret in de gedaante van Jean Valjean, hoofdrolspeler in Victor Hugo’s roman les Misérables.

Vincent van Gogh, Zelfportret als boeddhistische monnik, 1888. Harvard Art Museum, Cambridge.
Vincent van Gogh, Zelfportret met verbonden oor, 1889, The Courtauld Gallery, London

Bij idolate bewondering speelt eigen projectie vaak een rol. We willen in iets of iemand graag een ideaalbeeld zien. Vanuit Arles schreef Van Gogh aan zijn broer Theo …’Ik benijd de Japanners om die enorme helderheid die alle dingen bij hen hebben… het is net zo gemakkelijk als ademhalen’…(september 1888). Om het belang van deze nieuwe fase in Van Goghs stijl te begrijpen volgen we zijn ontwikkeling. Van de donkere Brabantse periode naar Parijs, waar zijn palet onder invloed van tijdgenoten begint op te klaren. Hij experimenteert met een impressionistische en pointillistische toets, maar is nog niet waar hij ‘wezen wil’. Dan komt hij in aanraking met een nieuwe rage; het Japonisme. Na de (gedwongen) openstelling van Japan in 1853 maakt het Westen kennis met de kunst uit het Oosten. Wereldtentoonstellingen die rond het fin de siècle in Londen, Amsterdam en Parijs worden gehouden geven een enorme impuls aan de belangstelling voor Aziatische kunst. Wie het zich kon veroorloven verzamelde exotische objecten, zoals de succesvolle Haagse schilder Hendrik Willem Mesdag, wiens verzameling tot en met 16 juni te zien is in de expositie Mesdag  & Japan, die ik eveneens heb besproken.
Minder kapitaalkrachtige kunstenaars als Gauguin en Van Gogh stelden zich tevreden met goedkopere Japanse prenten, die al voor 15 cent te koop waren. De dure houtsnedes van Hiroshige en Hokusai kenden zij slechts uit reproducties.In Zuid-Frankrijk zet Vincent van Gogh zijn artistieke zoektocht voort. Het zonnige landschap en het vooruitzicht op samenwerking met geestverwanten als Bernard en vooral Gauguin, geven hem nieuwe artistieke energie. Japanse prenten vormen daarbij een belangrijke inspiratiebron zowel voor zijn schilderijen, die gekenmerkt worden door grote kleurvlakken, als voor zijn tekeningen. In een ruimte achter de wand met Japanse rolschilderingen is te zien dat Van Gogh ook de toets en arcering van Japanse rolschilderingen en houtsnedes overneemt.

De belangrijkste verandering in van Goghs stijl vormt het toepassen van de ‘Japanse blik’, zoals hij het zelf omschreef. Resulterend in voorstellingen zonder dieptewerking, met felle kleurvlakken en ongebruikelijke afsnijdingen. Ook zoomt hij in op enkele figuren, die hij met brede toets in harde kleuren neerzet, omkaderd door donkere contouren zonder schaduwen. Pure kleur en lijn, zoals in de werken met kleurrijke vissersboten en het doek Hutten in les Saintes Maries-de-la-Mer uit 1888. Tijdens de introductie staat conservator Nienke Bakker even stil bij haar favoriete schilderij: … ‘je kunt niet dichter bij Van Gogh komen’ !

Vincent van Gogh, Hutten in les Saintes Maries-de-la-Mer uit 1888, Kunsthaus Zurich
Katsushika Hukusai, Irissen en sprinkhaan, 1820, Metropolitan Museum of Art, New York
Van Gogh, Irissen , 1889, The J. Paul Getty Museum, Los Angeles. .

 

 

 

 

 

Typisch Japans is het inzoomen op details als vlinders en bloemen in het gras, zoals in het doek met Irissen uit 1889, geïnspireerd op een prent van Hukusai met hetzelfde onderwerp. In verschillende werken zijn, nu eens duidelijk dan weer schetsmatig, Japanse prenten te zien, zoals in de achtergrond van het reeds genoemde Zelfportret met verbonden oor.  Vlakbij dit zelfportret ziet de museumbezoeker de inspiratiebron: een kleurrijke anonieme prent met geisha’s in een landschap.

In de achtergrond van het Portret van Père Tanguy, de man die in hem geloofde en bij wie Van Gogh zijn werk mocht etaleren, zien we o.a. Van Goghs Courtisane, naar Eisen uit 1887. Een groot doek van 100 x 60 cm uit de eigen collectie van het Van Gogh Museum. De inspiratiebron hangt er tegenover. Dit schilderij verduidelijkt Van Goghs werkwijze. Hij kopieerde het bewonderde voorbeeld ten dele, maar gaf aan de uitwerking een eigen invulling. Mooi te zien in de randversiering van zijn Courtisane, met  elementen ontleend aan verschillende Japanse prenten, zoals het kikkertje, de bamboe en de kraanvogel.

Vincent van Gogh, portret van Père Tanguy, 1887, Musee Rodin, Parijs

 

Keisai Eisen, Courtisane, ca. 1830-40, Van Gogh Museum, Amsterdam
Courtisane (naar Eisen), Vincent van Gogh Parijs, oktober-november 1887 Van Gogh Museum, Amsterdam (Vincent van Gogh Stichting)

Na de dramatische breuk met Gauguin en het noodlottige oor-incident valt ook Vincents Japanse droom in duigen. Van Gogh neemt afstand van de felle kleurcombinaties. Zijn palet weerspiegelt gaandeweg de kleur van het duistere gemoed, dat hand over hand bezit van hem zal nemen. Maar zover is het nu nog niet. Laten we nog even de betoverende ‘Japanse’ wereld van Van Gogh betreden, waarover hij zei: ‘Na enige tijd verandert je kijk, je kijkt meer met een Japanse blik, je ondergaat de kleur anders’
Hoe ging hij te werk? In verschillende gevallen trok Van Gogh de prent over, waarna hij de voorstelling op eigen kleurrijke wijze invulde. Soms voegde hij wat  decoratieve elementen toe zoals we eerder zagen.

Vincent van Gogh, Bloeiende pruimenboomgaard naar Hiroshige, 1887, Van Gogh Museum, Amsterdam
Utagawa Hiroshige, De residentie met pruimenbomen in Kameido, 1857. Prive Collectie New York
Vincent van Gogh, overtrektekening van de residentie met de pruimenbomen in Kameido van Hiroshige, van Gogh Museum, Amsterdam

 

 

 

 

 

 

 

Ook in de portretten die hij in Arles schilderde, paste Van Gogh Japanse principes toe. Tegenover een serie close-up weergegeven Japanse prenten Kabuki spelers hangen Van Goghs portretten van Marie Ginoux, bekend als de Arlésienne, uit 1888, dat van Augustine Roulin bekend als la Berceuse en het leuke portret van haar zoontje Camille Roulin. Een Franse uitvoering van het Amsterdamse schoffie kruimeltje. Op zijn hoofd de pet van zijn vader, de postbode Joseph Roulin (Otterlo, Kröller Müller), die in deze expositie schittert hij door afwezigheid.
In dezelfde zaal kan de bezoeker prenten van Hokusai en Hiroshige waarin Bakker inspiratiebronnen ziet vergelijken met werk van Van Gogh. Zijn doek met Bloeiende perzikbomen in La Crau met kleine figuurtjes en in de verte een mogelijk op de Fuji geïnspireerde berg met sneeuwkap, lijkt wel een Japanse prent!  Getoond naast Hokusai’s Landschap en theeplantages en Fuji in de verte!

Vincent van Gogh, La Crau met bloeiende perzikbomen, 1889, The Samuel Courtauld Trust, The Courtauld Gallery, London                                                                                                                                                                                                                                                                                                          Wanneer Van Gogh na zijn inzinking weer bij zinnen is vertrekt hij in 1889 naar Auvers om Dr Gachet te consulteren. Op doorreis ziet hij in Parijs een tentoonstelling met Japanse prenten van o.a. Hiroshige,  georganiseerd door Siegfried Bing. Opnieuw raakt hij in de ban van Japan, zoals te zien in zijn doek Kreupelhout met twee figuren  uit 1890, waarin vooral de afsnijdingen opvallen. Dit stijlmiddel kwam destijds ook door de fotografie in de mode. Spontane afsnijdingen tengevolge van een snelle snapshot, worden in de schilderkunst een geliefd compositorisch element. In de tentoonstelling wordt dit werk in verband gebracht met een prent van Urtagawa Hiroshige II, Het meer Chuzenji in de provincie Shimotsuke (ca. 1860). Daarnaast keek Van Gogh mijns inziens eveneens naar diens prent met Episode 2, Bij Sojo-ga-tani op de Kurama berg. Het tweetal weerspiegelt tevens Van Goghs onvervulde verlangen naar een levensgezel.
Amandelbloesem, Vincent van Gogh, Saint-Rémy-de-Provence, februari 1890, Van Gogh Museum, Amsterdam (Vincent van Gogh Stichting

Een van Vincents laatste op Japan geïnspireerde schilderijen is het doek met Amandelbloesem, dat hij als felicitatiekaart bij de geboorte van het zoontje van Theo componeerde. Hierin zien we Van Goghs eigen toepassing van een Japans motief, waarbij hij helemaal inzoomt op bloeiende bloesem. Na Vincents dood kreeg Dr Gachet een deel van Vincents Japanse prenten in zijn bezit. Diens kleinzoon Paul jr. bond 14 exemplaren samen in een album: Herinneringen aan Van Gogh. Deze bundel ligt in een  vitrine naast een leuk broddelwerkje. Twee uitgeknipte geisha’s in (gerimpelde) crepon stijl, geplakt op een gouden fond met Japans opschrift. In vertaling: …’dit zijn de prenten die Van Gogh in zijn kamer had’… Of Paul junior deze karakters zelf noteerde? Waarschijnlijk zijn ze van de hand van een Japanse fan van Van Gogh; wiens liefde voor Japan in onze dagen ruimschoots wordt terugbetaald door Japanse bewonderaars!

Gaan zien deze expositie; het kan nog tot en met 24 juni.

Van Gogh Museum: Plan je bezoek