Cyprus: eiland in beweging tot en met 15 maart in het Leidse Rijksmuseum van Oudheden.

Museumaffiche, Terracotta dame, 625-600 v.Chr., h. 32,7 cm., uit Agios Georgios Rigatos Collectie Cyprus Museum, Nicosia

Dat Cyprus… behalve zon en zee nog meer te bieden heeft is natuurlijk wel bekend, maar van de rijkdom aan archeologische vondsten die nu in het RMO getoond wordt kun je alleen maar dromen. Om de kale ruïnes volledig te kunnen waarderen moet je, struinend door de resten van Khirokitia, Kition, Amathus,Kouklia, Athienou, Salamis, Paphos en andere verstilde archeologische sites als gewone toerist wel over veel fantasie beschikken… Geschoold aan de Utrechtse archeologische faculteit projecteer ik in gedachten een met gebouwen en figuurtjes ingekleurd blad over de ruïnes en krijg dan een impressie van hoe het ooit was…

Archeologische sites op Cyprus

In de tentoonstelling Cyprus; eiland in beweging werkt het andersom. Bij de getoonde objecten moet je de ruïnes erbij denken en dan wordt, geholpen door oude en recente landschapsfoto’s alles zonneklaar. In de fraai ingerichte zalen kun je je verwonderen over de ruim 10.000 jaar oude geschiedenis van dit strategisch op een kruispunt van waterwegen gelegen eiland. Volgens de overlevering werd de godin van de liefde Aphrodite hier -op bizarre wijze geconcipieerd- geboren uit zeeschuim. Sculpturen van haar welgevormde lichaam en bustebeelden van andere op Cyprus vereerde godinnen als Astarte en Hathor, zijn rijkelijk vertegenwoordigd.

Aphrodite, Salamis, midden van de 2e eeuw n.Chr. Cyprus Museum

Sleutelwoord in de expositie vormt het begrip migratie. Sinds mensenheugenis gingen schepen uit alle windstreken hier voor anker, bemand met bewoners van nabije en verre kusten: Anatoliërs, Feniciërs, Egyptenaren en Grieken, Assyriërs, Perzen, Romeinen, Byzantijnen, Arabieren en Turken. Zij kwamen onder andere voor het koper dat gewonnen werd in de mijnen van het Troödosgebergte. Behalve handelswaar en kunstig vervaardigde gebruiksvoorwerpen brachten de schepen ook sieraden, meubelstukken, sculpturen en wapentuig mee én (religieuze) ideeën.

Later lieten Europese kruisvaarders en pelgrims op weg naar het heilige land hun sporen hier eveneens achter. Van een van hen, de Nederlandse reiziger Cornelis de Bruyn die het eiland in 1706 bezocht is een publicatie uit 1711 te zien met impressies van Cypriotische oudheden, die in die tijd nog (deels) overeind stonden. Reizen van Cornelis de Bruyn door vermaardste delen van Klein Asia … Cyprus…mitsgaders de voornaamste steden van Aegypten, Syrien en Palestina […], Delft, 1711.

Kruisvormige figurine van picroliet, 4de-3de millennium v.Chr., h. 8,8 cm. Collectie Cyprus Museum, Nicosia

De getoonde objecten zijn zonder uitzondering indrukwekkend. Toegerust met verbeeldingskracht komen voor mijn geestesoog de meest onbeholpen en onbeduidende objecten nog tot leven. Zoals een kleine amulet van picroliet, uit het 4e millennium v. Chr. dat op gestileerde wijze de essentie van het vrouwzijn met een inkeping hier en een streepje daar treffend in beeld brengt.

Enkele bruiklenen uit het Cyprus museum springen er qua grootte en gelijksoortige functie uit: de met zilver beklede (deels gereconstrueerde) houten troon van Salamis met ergonomische voetenbank daterend van 800-700 v. Chr. Daarnaast staat een bronzen mengvat opgesteld dat aan de Cypriotische koningshoven tijdens feestelijkheden gebruikt werd voor het serveren van wijn.

Bronzen vat en Troon van hout en zilver, eind 8e eeuw v.C. Cyprus Museum Nicosia.

Zo mogelijk nog indrukwekkender is het gaaf bewaarde terracotta zitbad uit de Hellenische periode (400-300 v. Chr.), waarin ik in mijn fantasie een poedelende Griekse schone zie zitten!

Links: Badkuip, terracotta, Heuvel van Ayios Georgios, Laat Cypro-klassiek/Hellinistisch, Cyprus Museum Nicosia

Elders zijn toiletartikelen te zien; fraaie glazen potjes en flesjes uit de Romeinse tijd, die hier in het jaar 58 v. Chr. (onderbroken door een korte periode onder Egyptisch bestuur) begint. Van deze tijd dateren de Romeinse baden in Kourion en schitterende mozaïeken zoals die gevonden zijn in de havenstad Paphos.

Jongeman met fruit, mozaiek, Romeins 2de-eeuw na Chr. uit Lambousa,
Cyprus-Museum-Nicosia

In deze mooi vormgegeven tentoonstelling getuigen meer dan 350 objecten van de materiële en ideële erfenis van Cyprus. Er zijn vondsten uit het neolithicum waarin de eerste immigranten arriveren, het chalcolithicum, de bronstijd waarin het koper waarmee door toevoeging van tin brons wordt verkregen, een impuls geeft aan de handel. Koper werd ter plaatse voor export gereed gemaakt door deze grondstof te smelten en vervolgens in de vorm van runderhuiden te gieten. Zo was het makkelijk te transporteren. Ze dateren van de late bronstijd maar in de opstelling lijken het wel eigentijdse sculpturen.

Baren van koper in de vorm van runderhuid, Enkomi, Late Bronstijd, Cyprus Museum

Daarna wordt de ijzertijd belicht met de vestiging van vroege koninkrijken, gevolgd door de meer tot mijn verbeelding sprekende Hellenistische, Romeinse en in de Byantijnse periode, wanneer het christendom haar intrede doet.

Stethoscoop

De bezoeker komt niet alleen veel te weten over de algemene ‘grote’ geschiedenis van het eiland, maar ook van de ‘petite histoire’, met wetenswaardigheden over het dagelijks leven van gewone mensen. Geïllustreerd met kleine gebruiksvoorwerpen en een wat onbeholpen ontroerend sculptuurtje van een barende vrouw. Vlakbij ligt een terracotta stethoscoop, waarin ik de voorloper herken van de handmatige tool zoals die door verloskundigen nog steeds wordt gebruikt.

Terracotta groep met barende vrouw, 6de eeuw v.Chr., 10 cm., uit Lapithos Collectie Cyprus Museum, Nicosia
Tempeljongen, kalksteen, 475-400 v. Chr., h. 30 cm., uit Lefkoniko Collectie Cyprus Museum, Nicosia

Bij het thema geboorte sluiten votiefbeeldjes van jonge kinderen mooi aan. Het percentage kindersterfte lag hoog. Om de beschermgoden gunstig te stemmen werden deze beelden bij heiligdommen achter gelaten. In een vitrine worden sculptuurtjes van halfnaakte jongetjes getoond, de zogenoemde temple boys, en een klein meisje dat haar huisdier omklemt.

Bijzonder leuk èn vast en zeker heilzaam zijn de resten van terracotta kruiken in de vorm van het te behandelen lichaamsdeel. In gebruik vergelijkbaar met de in de magnetron te verwarmen braces van kersenpitten die de fysiotherapeut vandaag de dag voorschrijft.  

Therapeutische warme kruiken met aangepaste vorm

Voor we doorgaan, nog even iets verder terug in de tijd. Ronduit verbijsterend zijn de van nog ouder datum daterende juwelen, zoals een armband van kunstig gevlochten gouddraad met een in filigrein gevatte ronde agaat, daterend van de late 8e eeuw v. Chr. en een gouden fibula met klokvormige hangertjes, gevonden in een koninklijke graftombe in Larnaca (destijds Kition). De aloude voorliefde van vrouwen voor sieraden wordt mooi geïllustreerd met het campagnebeeld van de tentoonstelling, een damesportret in terracotta uit de 7e eeuw v. Chr. getooid met een diadeem, oorhangers en een reeks halssieraden!

Gouden sieraad, eind 8ste eeuw v.Chr. uit Larnaca, tombe 1, Museum of the Larnaca district Collectie Lanarca Archaeological Museum

Conservator Ruurd Halbertsma geeft via de audiotour informatie over oude en recente opgravingen; de methodes (of het ontbreken daarvan) en hoe de opgediepte objecten eertijds nog moeiteloos hun weg vonden naar Zweden, Engeland en Nederland. In het bulletin van het RMO staat een interessant stuk over een nog lopende opgraving op Cyprus bij Chorakas-Palloures. De begeleidende illustratie toont hoe nieuwbouw het archeologisch verleden voorgoed dreigt toe te dekken. In dit artikel wordt afgerekend met het romantische beeld van de archeoloog. Bleda Düring hoofddocent Universiteit Leiden schetst een beeld van de harde werkelijkheid, waarin archeologen, opgejaagd door bouwers in spe, werkend onder de brandende zon met gevaar voor eigen leven tussen de graafmachines door, proberen te redden wat er te redden valt! Het kopje Opgraven nu het nog kan slaat op de haast die vaak geboden is, wanneer door nieuwbouw of aanleg van wegen het bodemarchief verstoord dreigt te worden.

Hoewel de bewoningsgeschiedenis van veel sites bekend is, mag de archeoloog, zoals bepaald bij het verdrag van Malta (1992), nooit zomaar de spade in de grond steken. Opgraven is alleen toegestaan in de zojuist genoemde situaties, waardoor archeologisch veldwerk meestal een haastklus is. Wat daar allemaal bij komt kijken wordt in dit artikel uiteen gezet.

De bezoeker die nog vol van alle periodes en bijbehorende vondsten, de laatste ruimte van de expositie betreedt, wacht nog een verrassing.  

Niet alleen (kunst)historici en archeologen, maar ook kunstenaars raakten gefascineerd door Cypriotische kunstschatten. Van Pablo Picasso ziet de bezoeker ceramische objecten in de vorm van een kan en schaal met het gezicht van een vrouw, daterend van 1953.

Pablo Picasso, beschilderde kan, 1953, Collectie Kunstmuseum Den Haag © Pablo Picasso, c/o Pictoright 2019 Amsterdam

Mooi is ook de lapislazuli kleurige sculptuur van de hand van Yves Klein de Blauwe Venus (1970) uit Museum Voorlinden.

Yves Klein, Venus Bleue, pigment op gips ,1970, Museum Voorlinden, Wassenaar en Torso van Aphrodite, marmer 2e eeuw n.Chr. Collectie RMO

Ook in onze dagen blijft Cyprus eigentijdse kunstenaars inspireren. Van recente datum zijn de op antieke borstvazen geïnspireerde ceramische creaties van Samantha Thole uit 2019. Leidende gedachte daarbij is aldus de ceramiste, de Pygmalion mythe; de beeldhouwer die een naar ideale maten gevormd vrouwenbeeld vervaardigde, dat tot zijn grote geluk tot leven kwam!

Zulke wonderen staan de bezoeker in het RMO niet te wachten, maar verwondering is er ruimschoots! Er is echter wel haast bij; de tentoonstelling loopt nog tot en met 15 maart aanstaande.

Borstvazen, antiek (vooraan) en modern gemaakt door Samantha Thole, 2019

Link: Rijksmuseum van Oudheden, tentoonstelling Cyprus

Publicatie: R. Halbertsma e.a., Eiland in Beweging, Rijksmuseum van Oudheden, Leiden, 2019

Middeleeuwse tuinen, Aardse paradijzen in oost en west, Rijks Museum van Oudheden Leiden t/m 1 september 2019

De zomertentoonstelling van het Rijksmuseum van Oudheden, met prachtige kalenderbladen en bloemrijke miniaturen uit Middeleeuwse manuscripten, zou je wellicht eerder in Museum Catharijneconvent verwachten. Uit de collectie van dat museum is een 16e eeuws paneel met Maria in een omsloten tuin, een hortus conclusus, te zien waarmee haar maagdelijkheid wordt gesymboliseerd.

Maria met kind in Stralenkrans, paneel, 37 x 27 cm, late 15e e. Museum Catharijneconvent, Utrecht

Toch is de tentoonstelling Middeleeuwse tuinen: aardse paradijzen in oost en west in Leiden op zijn plaats, want het RMO bezit tastbare overblijfselen uit de Middeleeuwse tuin. Zo ziet de bezoeker tuingereedschap van weleer en een Middeleeuws bestrijdingsmiddel om, wanneer de patroonheilige van de tuinders Sint Fiacrius het liet afweten, één van de vele plagen in de moestuin aan te pakken. Een speciale kruik om (woel)muizen te vangen!

Aan de hand van middeleeuwse manuscripten, herbaria, bloementapijten, schilderijen, prenten, tegeltableaus en opgegraven tuingereedschap krijgt de bezoeker een kleur- èn geurrijke impressie van Middeleeuwse tuinen in de westers-christelijke- en oosters-islamitische wereld. De tentoonstelling laat niet alleen zien wat daar aan tastbare zaken groeide en bloeide, maar toont ook tuinen als decor voor religieuze en amoureuze ontmoetingen…

Blad mei, getijdenboek ongeveer 1525, Maastricht, Kon. Bibliotheek, Den Haag

Tijdens een voorbezichtiging wandelen de belangstellenden met conservator Annemarieke Willemsen achtereenvolgens door een kruiden- en bloementuin, een moes- en siertuin en een lusthof.

Dan volgt een ruimte gewijd aan de religieuze besloten hof en de hemelse paradijstuin, die gelovigen in alle wereldreligies na de dood in het vooruitzicht wordt gesteld.

Tegelplateau met Tulpen, Iznik ceramiek, 16e eeuw, Gemeente Museum Den Haag

Tenslotte komt de bezoeker weer met beide benen op de grond in de voor wetenschappelijke doelen ingerichte Leidse hortus botanicus, de Clusiustuin, partner in dit project. Vernoemd naar een botanicus van het eerste uur, Carolus Clusius, aan wie Nederland het imago van tulpenland te danken heeft. In 1593 bracht hij deze exotische bloem mee uit Turkijke. De tulp figureert prominent op ceramische tegelplateaus uit Iznik. Tijdens de rondleiding hoor ik dat het Turkse woord voor tulp, lâle, is samengesteld uit letters waarmee ook de naam van de allerhoogste wordt geschreven en verwijst daarmee naar Allah.

Middeleeuwse tuinen waren omheind. Het woord tuin, waarmee nu de gecultiveerde grond binnen de omheining wordt bedoeld, stond oorspronkelijk alleen voor de afrastering. Het Duitse Zaun herinnert daaraan, evenals het oud-Nederlandse tuun.
Pas ten tijde van de Romantiek werd de omheining geslecht. Legendarisch daarbij zijn de woorden van Horace Walpole over William Kent, de ‘uitvinder’ van de 18e eeuwse Engelse landschapstuin ‘he leaped the fence and saw that all nature was a garden’, maar in de huidige tentoonstelling zijn de tuinen nog omheind.

Ommuurde tuin in Piero de’Crescenzi, ca. 1500. British Library, Londen

De ontwikkeling van de tuinarchitectuur in onze streken begon met de kruidenhof bij kloosters en gasthuizen. Voor medicinale doelen ingericht op een rechthoekig of vierkant grondplan met een centrale put of fontein. Originele kloostertuinen zijn niet bewaard, maar de reconstructie van zo’n tuin bij de Cloisters in New York geeft een goede impressie. Dichter bij huis geeft een tekening van het in 1573 verwoeste en in 1959 opgegraven Delftse Kartuizerklooster een idee van de privé-tuintjes die elk lid van deze in zwijgplicht gehulde kloosterorde bij zijn cel moest onderhouden.

Reconstructie Kartuizer klooster met tuintjes, door H.H.Vos, foto: Archeoloigie Delft
Tuingereedschap, gieter van aardewerk, ca.1575 Museum Boymans van Beuningen

In het eerste paviljoen van de door kleuren, geuren en vogelgeluiden vrolijk stemmende tentoonstelling ziet de bezoeker een tuingieter van aardewerk, waarin het water lekker koel bleef. Als replica zou dit exemplaar, bedoeld voor het begieten van de kruidhof, in de museumwinkel vast grif van de hand gaan!  

Met een laat 15e eeuwse encyclopedie over de werking van kruiden, de Hortus Sanitatis of tuin van de gezondheid en een vitrine met albarelli, apothekerspotten wordt het belang van geneeskrachtige planten en kruiden geïllustreerd. Verderop ziet de bezoeker de al genoemde kruik die, getuige de daarin gevonden muizenskeletjes, met succes als muizenval werd gebruikt.

Een marktstuk van Joachim de Beuckelaar uit 1595 geeft een indruk van de toenmalige opbrengst van de moestuin. Leuk om te zien dat naast enkele tegenwoordig minder gangbare soorten als kruisbes en moerbei, je deze gewassen vandaag de dag nog bij de groenteman kunt aantreffen.  

Tapijt met Charles van Orléans en Maria van Kleef, Brussel 1460 – 1465, Musée des Arts Décoratifs, Parijs

Behalve als productietuin bood met name de Middeleeuwse kasteeltuin ontspanning. Een heerlijke locatie om te wandelen, in de schaduw te lezen of te converseren. De kasteelvrouwe kon zelf ook wat lichte tuinwerkzaamheden ter hand nemen, zoals het begieten van de bloemen met een zogenoemde ‘chantepleure’, een duimgieter. Aan het licht ruisende, zingende geluid van het stromende water dankt dit bijzondere tuinattribuut haar naam.
In zo’n lusthof konden de bewoners zich met hun gasten vermeien met  een spel, muziek of een maaltijd in de open lucht. Bij sommige kastelen was ook een menagerie of dierentuin ingericht.  

Een mooie tuin riep gevoelens van welbevinden op en stimuleerde de liefde. In het tot liefdestuin ingericht paviljoen herkent de bezoeker die nog Frans in het pakket had enkele oude bekenden. Een geïllumineerd manuscript van de 13e eeuwse Roman de la Rose en het onfortuinlijke paar Tristan en Isolde. In een miniatuur uit 1486 beleven zij nog gelukkige uren in de liefdestuin, maar hun verhaal kent geen happy-end. In de vitrine ziet de bezoeker dat hun destijds populaire love-story zelfs op Middeleeuwse trippen werd afgebeeld. Een lederen blad is voorzien van een optimistisch opschrift: …’Altos blide so wat ick lide’… ‘altijd blijven lachen, wat er ook gebeurt’ …

Tristan en Isolde, schakend in de liefdestuin in: Dirc Potter, Der minnen loep, 1486

In het oude Perzië was de tuin eveneens de locatie bij uitstek voor ontspanning en …. de liefde, zoals verbeeld in een Perzische prent uit de 16e eeuw met de Sassanidische koning Khosrow II en zijn geliefde Shrin.

Perzische tuin met de Sassanidische koning Khosrow II en zijn geliefde Shirin prent, Shahnama van Ferdowsi, Iran, 1500-1600.© Rijksmuseum Amsterdam, bruikleen Vereniging van Vrienden der Aziatische Kunst

Ook in religieuze voorstellingen ziet de bezoeker overeenkomsten tussen oost en west. Zoals in miniaturen en schilderijen met Maria en het kindje Jezus zittend in een besloten hof. In een illustratie van een Indiase Falnameh, een waarzeggersboek uit de 16e eeuw, herken ik Maryam (Maria) met haar zoontje Issa (Jezus) eveneens zittend in een besloten hof. De afbeelding was twee jaar geleden ook te zien in de Maria tentoonstelling in Museum Catharijneconvent.

Blad van een waarzegalbum met Maryam en het kind Issa, India, ca 1550-1600 Wereldmuseum, foto; Theo van Pinxteren

Denkend aan het islamitische verbod op figuratieve afbeeldingen, vraagt u zich wellicht af hoe deze beeltenis van Maryam en Issa mogelijk is. In de Koran zijn deze inderdaad verboden, maar in waarzeggersboeken zijn ze wel toegestaan.

In dit gedeelte van de expositie, waarin de tuin figureert als setting voor religieuze verhalen, ontmoeten we een bijzondere tuinman. Wie mijn lezing over Alle Rembrandts beluisterde of mijn blog over de gelijknamige tentoonstelling las, kent het verhaal van Maria Magdalena en de tuinman. In een laat 15e eeuws manuscript is deze scėne uitgebeeld in een zogenoemde gehistorieerde initiaal; een met een verhaaltje versierde hoofdletter. De wanhopige Maria Magdalena wendt zich bij het lege graf tot de tuinman met de vraag waar hij Jezus heeft neergelegd. Wanneer deze haar naam noemt herkent zij in hem de opgestane Heer. De bloemen en vruchtjes in de marge hebben een symbolische betekenis. De aardbei staat voor het bloed van Christus, de laag bij de grond groeiende weegbree en het viooltje, verwijzen naar de christelijke deugd van humilitas, nederigheid.

Christus als tuinman, getijdenboek, Holland, ca. 1490,© Koninklijke Bibliotheek Den Haag, 76G9_088R
Jean Bourdichon, Bathseba badend in een fontein, 1498, Paul Getty Museum Los Angeles

Behalve oogstrelende scènes verschaffen middeleeuwse miniaturen soms ook een morele les. In een blow-up van een miniatuur met een naakte vrouw wordt duidelijk dat zelfs aan bijbelse heersers niets menselijks vreemd was. De miniatuur toont koning David als voyeur. Vanaf zijn balkon begluurt hij de beeldschone Bathseba, die in de tuin van de buren een bad neemt. Hij laat haar een briefje bezorgen met het verzoek zich ten paleize te melden. Van het een kwam het ander. (verder lezen: 1 Kronieken 3: 5). Bathseba is de geschiedenis in gegaan als één van een reeks listige bijbelse, mythologische en historische vrouwen die zelfs de meest deugdzame en wijze mannen ten val brachten. Moraal van het verhaal: mannen hoed u voor de listen van vrouwen. Ook de oermoeder van de fatale vrouwen, Eva, ontbreekt in deze tentoonstelling niet.  In verschillende voorstellingen zien we de paradijstuin, waarin zij Adam verleidt tot het eten van de verboden vrucht.

Een bedrieglijk echte kopie van een oorspronkelijk 10 x 5 meter metend Paradijstapijt uit het Victoria & Albert Museum geeft een overweldigende impressie van een oosterse paradijstuin. Het uit ca. 1540 daterende tapijt werd gemaakt voor het mausoleum van Ardabil in Iran. Googelen leert dat je er een replica van kunt bestellen die binnen 8 dagen geleverd wordt!

Leuk detail vormt een ongelijkheid in de verder volledig symmetrisch compositie. De twee moskeelampen ter weerszijden van de centrale tuin zijn niet even groot. Hiervoor kan volgens Willemsen maar een verklaring zijn: in een Perzisch tapijt zit altijd een (weef)fout, want alleen Allah is perfect…  

Ardabil-tapijt, ca. 1540. V & A Londen

Het westen kent ook prachtige weefsels met uitgebreide tuin- en jachttaferelen. Zoals het fragment van een millefiori tapijt met vogels, waarmee de kille kasteelmuren werden bedekt en de tuin binnenskamers werd gebracht. Temidden van de kleurrijke bloemenpracht ontdekt de ornithologisch onderlegde beschouwer een duif, een waterhoen, een fazant, een haan en een reiger. In Middeleeuwse miniaturen en tapijten is ook vaak een pauw afgebeeld. Wegens de middeleeuwse opvatting dat pauwenvlees niet kon bederven, stond de vogel symbool voor onsterfelijkheid.

Herbarium En Tibi,© Naturalis Biodiversity Centre, L 2077674

Het laatste paviljoen is gewijd aan de wetenschap. In de 16e eeuw wordt de natuur met andere ogen bekeken en bestudeerd. Ter illustratie ziet de bezoeker een herbarium uit ca. 1550 met speciminae van echte planten. DNA onderzoek heeft uitgewezen dat dit boek het oudst bewaarde exemplaar van een tomaatplant bevat.

Dit interessante slotakkoord van de expositie is bedoeld als opstapje naar een bezoek aan de Leidse Hortus, dat met verschillende artikelen in haar magazine en rondleidingen aansluit bij de tentoonstelling.

Een wandeling door de Leidse Hortus is een echte aanrader, maar we zijn nog niet klaar in het RMO.

Hortus Botanicus, Leiden foto: Marina Marijnen

Bezoek voordat u het Rapenburg oversteekt naar de Hortus, eerst nog de twee andere zomertentoonstellingen. Gewijd aan de lange geschiedenis van Glas en de Griekse tempels in het zuid-italiaanse Paestum. Deze tentoonstellingen, samengesteld  door respectievelijk conservator Jill van der Sterren en promovenda Sigrid de Jong geven een prachtig beeld van deze fascinerende onderwerpen uit een ver verleden en daarop geïnspireerde latere creaties.  

Egyptisch zalfflesje (ca 10 cm hoog), Egypte, 18de dynastie, ca. 1400-1335 v.Chr. (bewind van farao Amenhotep III of Echnaton) Collectie en foto © Rijksmuseum van Oudheden AD-35d

De Glas tentoonstelling is samengesteld met Oud-Egyptische, Romeinse, Islamitische en Nederlandse stukken uit de eigen collectie van het RMO. Wegens de breekbare schoonheid van glas spreken vooral de oudste, soms wel 4000 jaar oude objecten tot mijn verbeelding. Een video geeft uitleg over het procedé, waarmee een heel vroeg uit glasdraden gemaakt Egyptisch zalfflesje van ca. 1400 v. Chr. is vervaardigd.

Tijdens een uitzending van de Ochtend van Vier hoorde ik zondag 19 mei de stem van Jill van der Sterre terug. In enkele minuten, toepasselijk afgesloten met muziek van Philip Glass, schetst zij de ontwikkeling van de glasproductie. Door  een mengsel van zand, soda en kalk te verhitten ontstonden, ter imitatie van kostbare stenen, de eerste glazen voorwerpen. Het prachtige blauw van het zojuist genoemde oudste object in de tentoonstelling is dus gemaakt ter nabootsing van het kostbare lapis lazuli. Dit kleinood staat aan het begin van een visuele tijdlijn die deze ontwikkeling over 4000 jaar in beeld brengt. Het begint met zeer kostbare objecten voor de elite dan komen de latere goedkopere stukken voor iedereen. Na het Egyptische flesje volgen in mallen gevormde artefacten en geblazen produkten van latere datum, zoals een schitterend in roze-rood met wit- en blauw gekleurde decoratie uitgevoerde 14e eeuwse moskeelamp.

Moskeelamp, uit Egypte of Syrië, 1322-1328 na Chr. Collectie en foto © Gemeentemuseum Den Haag


De bezoeker ziet ook hedendaagse produkten, zoals ‘zandglas’. Gebruikmakend van zand uit archeologische Leidse (…) bodemlagen ontstonden in Atelier NL uit Eindhoven prachtige objecten van eigentijds design.

Atelier Leiden; ZandGlas Leiden, modern glaswerk van zand uit de Leidse Hout foto: © Blickfanger

Tussen de talrijke mooie en functionele objecten staat een op een gieter gelijkende glazen kan, die gebruikt werd bij het op dronk brengen van wijn. Door deze hiermee uit te schenken werd de droesem opgevangen.

De rustgevende op kleur ingerichte presentatie van de talrijke potjes, flesjes en kralen zijn een lust voor het oog. Bij de prachtige snoeren slaat mijn fantasie op hol. Zelf hield ik in mijn jonge jaren erg van fröbelen met kralen. Voor mijn geestesoog verschijnt een jonge vrouw die een paar duizend jaar geleden, na eindeloos gepriegel haar huisgenoten bij gebrek aan een spiegel vraagt of de kralen haar goed staan.

Snoer van glazen kralen zoals getoond op tentoonstelling ‘Glas’ Collectie rijksmuseum voor oudheden foto Marina Marijnen

De tentoonstelling informeert niet alleen over de toegepaste techniek, maar ook over de in de verschillende stukken verscholen symboliek. Ook de met dit kwetsbare materiaal onomstotelijk verbonden noodzaak tot restauratie komt aan bod.

Paestum
Misschien wordt het na het bezichtigen van twee tentoonstellingen nu tijd voor een koffie pauze, maar bekijk daarna ook nog even de kleine tentoonstelling gewijd aan Paestum, het oud-Griekse Poseidonia, waar kolonisten in de 6e eeuw v.C. drie oudste Griekse tempels op het Italisch schiereiland bouwden, oorspronkelijk gewijd aan Ceres en Neptunus.

Giovanni Battista Piranesi, tempels van Paestum, ets, 1778, Rijksmuseum Amsterdam

Toen deze tempels gelegen op een verstilde plek zo’n 80 km onder Napels in de 18e eeuw door Europese reizigers herontdekt werden, waren deze met stomheid geslagen. Anders dan de marmeren tempels van de Acropolis of de ruïnes van Romeinse architectuur, waren deze opgetrokken uit ruwe blokken poreus tufsteen. Nadat men van de eerste schrik bekomen was, werden ze ten tijde van de Romantiek snel populair als reisbestemming. De ruwe, ongepolijste kolommen van de in Dorische stijl opgetrokken tempels, voldeden perfect aan de Romantische concepten van het sublieme en het schilderachtige. Voor haar dissertatie onderzocht De Jong de invloed van Paestum op het denken van kunstenaars, schrijvers en architecten van de 18e en navolgende eeuwen.  

1. Zaalimpressie: Kurkmodel tempel voor Neptunus te Paestum, 18de eeuw © Rijksmuseum van Oudheden 2.Doorkijk kurkmodel tempel van Neptunus Paestum, foto: Marina Marijnen

Tussen banieren met blow-ups van prenten door Piranesi staan de ‘creatief met kurk’ gereconstrueerde grote tempel van Neptunus en twee kleine als souvenirs bedoelde maquettes opgesteld. Aldus wordt een enigszins mysterieuze sfeer rond de verstilde millennia-oude tempels gecreëerd.

De mini-tentoonstelling is dan ook vooral ingericht op het ervaren, het beleven van Paestum. Daartoe zijn geschriften van Goethes Italienische Reise uit 1817 en werken over architectuurgeschiedenis door de grondlegger van de kunstgeschiedenis, Johann Joachim Winkelmann uit 1762  bijeengebracht en gravures die G.B. Piranesi na zijn bezoek in 1777 maakte. De expositie wordt aangevuld met geschriften van later datum, zoals laat 19e eeuwse fragmenten uit de reisdagboeken en de romans van Carel Vosmaer, ‘Amazone‘ en Louis Couperus ‘Reisimpressies’.  De expositie eindigt met foto’s van de Nederlands-Hongaarse fotografe Ata Kando, die haar kinderen in de jaren ‘50 tussen de zuilen van Paestum in Griekse kledij liet acteren en poseren. Mooi ook zijn de opnames die architect en fotograaf Cas Oorthuis tien jaar later publiceerde in zijn boek ‘Dit is Napels‘.

Contactafdrukken van Cas Oorthuys, jaren 1960, collectie en foto Nederlands Fotomuseum

Links
Rijksmuseum van Oudheden ; Middeleeuwse tuinen
; Glas
; Paestum

Artikel over Maria tentoonstelling; Maria 2017

Boeken bij de tentoonstellingen;

Annemarieke Willemsen, Middeleeuwse tuinen, aardse paradijzen in oost en west, 1200 – 1600, © Rijksmuseum van Oudheden, 2019

Jill van der sterren-Hendriks e.a., Glas in het Rijksmuseum van Oudheden, © Rijksmuseum van Oudheden, 2019