Tentoonstelling Bij ons in de Biblebelt, tot en met 22 september in Museum Catharijneconvent.

Campagnebeeld Bij ons in de Biblebelt, foto Sjaak Verboom, ontwerp Fabrique

Dubbelbeelden

Portretten uit de fotoserie Zaterdag/Zondag van Sjaak Verboom, waarin  vrouwen op zondag een totale make-over ondergaan, roepen een herinnering op.

Wij lopen naar buiten voor een ommetje. Bij de brievenbus staat een jonge vrouw. Onder haar prachtige lange haar is een oor piercing zichtbaar. Ze vertelt dat postbezorging maar een bijbaantje is. Ze doceert kunstvak en is in-between-jobs even thuis bij haar ouders.

Een paar weken later nodig ik haar binnen voor een kop thee. Onze studerende dochter revalideert na een knieoperatie bij ons thuis. Met stijgende verbazing hoort zij het gesprek aan. De ‘postbode’ heeft kunstacademie gedaan. In haar vrije tijd past ze vaak op de vier kinderen van haar zus, die ook les geeft. Welk vak? Geboorte regulatie. Wat vooruitstrevend denk ik, naïef. Pas wanneer de methode wordt genoemd, valt het kwartje: periodieke onthouding. Verbaasd roept dochterlief uit: maar dat werkt toch niet?!

Wanneer onze gast in de loop van het gesprek onbevangen en moedig getuigt dat God voor haar wel nummer één is beseffen we onmiskenbaar dat we in de Biblebelt wonen.   

Historie
Met verwondering en soms verbazing loop ik door de zalen van het Catharijneconvent, waar de wereld van de bevindelijk gereformeerden ontsloten wordt. In de fotoserie zie ik meer dubbelbeelden; door de week casual en hip, op zondag refo-chique. Anders dan de bezoeker van het Catharijneconvent gewend is, deze keer geen oogverblindende objecten en bijzondere schilderijen, maar vooral foto’s en boeken met en over het woord van God. De door dit woord gedicteerde levenshouding van streng gereformeerde gelovigen in de laatste zuil van Nederland, de Biblebelt, wordt niet door beelden, maar vooral met woorden geïllustreerd. De reformatorische cultuur is geen materiële cultuur. Dat heeft te maken met het Tweede van de Tien geboden; de richtlijn voor een zuivere levenswandel. Bijbelteksten spelen een belangrijke rol in het leven van streng gereformeerden, die overigens niet één groep vormen, maar in de woorden van conservator Tanja Kootte uit …’een mozaïek van verschillende kerkgenootschappen bestaat, die we rekenen tot de rechterflank van het protestantisme’

De tentoonstelling verklaart het ontstaan van de Biblebelt; dat deel van ons land met een hoge bevolkingsdichtheid aan reformatorische christenen. Deze streek loopt diagonaal vanuit Zeeland tot diep in het oosten van ons land. Deze demografische gesteldheid vindt haar oorsprong in de late 16e eeuw, de tijd van de 80-jarige oorlog, toen de Noordelijke Nederlanden in opstand kwamen tegen de overheersing van het katholieke Spanje. 

Verkiezingsuitslagen laten zien dat de SGP hier favoriet is. Een historisch overzicht verduidelijkt de ontwikkeling van de verschillende afscheidingen, de bijbehorende geschriften en afbeeldingen van de godshuizen. Waar elders kerken worden gesloten of voor een seculiere doorstart opgedeeld in appartementen, verrijzen in de Biblebelt nieuwe kerken met soms wel 2500 zitplaatsen. De bezoeker ziet foto’s van deze zogenoemde refo-domes in o.a. Bleskensgraaf en Barneveld.

De Hoeksteen, Barneveld

Levenskeuzes

De mensen in de Biblebelt en hun levensstijl staan centraal. Eigentijdse literatuur biedt interessante uitgangspunten. In hun romans beschrijven  Jan Siebelink en Franca Treur meermaals momenten waarop de werking van God in het hart van de gelovige wordt ervaren: het bevinden, waar het voor buitenstaanders wat raadselachtige bijvoeglijk naamwoord bevindelijk van is afgeleid.

Aanhakend op de actualiteit wordt de Nashville verklaring zonder commentaar getoond: met stellingname over Bijbelse seksualiteit gebaseerd op psalm 100:3: …‘Weet dat de Heere God is: Hij heeft ons gemaakt – en niet wij-…’  Dit in Amerika opgestelde pleidooi voor het traditionele gezin, waarmee alternatieve gezinsvormen en het praktiseren van homoseksualiteit op grond van Genesis 1: 27 worden afgekeurd, vindt ook binnen reformatorische kringen in ons land veel weerklank.

’En God schiep den mens naar Zijn beeld;…man en vrouw schiep Hij ze’..
Wanneer ik dit lees komt nog een herinnering boven. In New York worden we in een trendy restaurant door een leuke ober bediend. We raken in gesprek en hoe we erop kwamen weet ik niet meer, maar anders dan we verwachten zegt hij met een lach:

’God created Adam and Eve; not Adam and Steve’…                                                            
Elders in de expositie is de stem te beluisteren van een man voor wie wegens zijn seksuele geaardheid geen plaats meer is in de gereformeerde kerk van zijn jeugd.

De Bijbel en wetenschap

Bijbelteksten en de drie zogenoemde formulieren: de Heidelbergse Catechismus uit 1563, de Nederlandse Geloofsbelijdenis van 1561 en de van 1619 daterende Dordtse leerregels spelen een belangrijke rol in het dagelijks leven van reformatorische christenen. Een paar jaar geleden hoorde ik een leerling van Pabo de Driestar in Gouda tijdens een rondleiding  zeggen:…‘wij geloven dat de Bijbel van kaft tot kaft waar is’. Sprekend over de Heilige Schrift wordt niet gedoeld op eigentijdse edities, maar op de Statenvertaling uit 1637, waartoe in 1619 bij de Synode van Dordrecht werd besloten. Hoe valt deze overtuiging te rijmen met de huidige stand van wetenschap inzake de evolutieleer en recente verkenningen van het heelal?

In de tentoonstelling ligt een geschiedenisboek open bij een hoofdstuk over de oude Egyptenaren. Een kadertje geeft richting aan de gewenste gedachtegang van de leerlingen: ‘…Vaardigheid. Geschiedenis beschouwen vanuit de Bijbel. Je moet een historisch persoon of een periode uit de geschiedenis proberen te beoordelen vanuit de Bijbel. Vraag je hierbij af welke richtlijnen de Bijbel geeft over dit onderwerp’…

Ik sla even een zijweg in. Tot mijn verbazing nam ik onlangs kennis van de stellingname van Heino Falcke, hoogleraar radioastronomie en astrodeeltjesfysica aan de Universiteit van Nijmegen. Wetenschapsjournalist Govert Schilling ging tijdens een recente tv-serie met hem op zoek naar de Grenzen van het Heelal. Deze moderne wetenschapper, onlangs in het wereldnieuws met de eerste foto van een zwart gat, gelooft in de oerknal èn het bestaan van God. In Falcke’s eigen woorden: … ‘De oerknal kan nooit de oorsprong zijn. Er was al iets. God is groter dan alles wat wij in kaart hebben gebracht en hij houdt alles ‘in control”, aldus Falcke in een interview bij ForumC geloofenwetenschap.nl. Bij het zien van deze bepaald niet wereldvreemde wetenschapper, ben ik wederom verwonderd: hoe is dit mogelijk? Het antwoord geeft hij zelf:

…’Sterrenkundig onderzoek leert ons hoe het heelal in elkaar steekt. Maar geloof en wetenschap zijn ook met elkaar verbonden. Mijn onderzoek van het heelal geeft me bijvoorbeeld nieuwe beelden om het scheppingsverhaal uit de Bijbel te beleven. Natuurlijk is een Bijbels verhaal iets heel anders dan een wetenschappelijke theorie. Maar het bevat wel waarheid, net als een gedicht of een liefdesbrief…’

Het gezin als hoeksteen van de samenleving.

In de eerste zalen van de tentoonstelling staat de beeldvorming over de Biblebelt centraal. Deze term is eind vorige eeuw overgewaaid uit Amerika. Afgezien van deze benaming zijn er weinig overeenkomsten tussen Amerikaanse en Nederlandse orthodoxe christenen. Aan uiterlijkheden of levensstijl zijn Amerikanen van de Biblebelt nauwelijks te onderscheiden. Ze wijzen het gebruik van moderne media of vaccinaties niet af, aldus hoogleraar James Kennedy in de Catharijne, het magazine van het Catharijneconvent. Anders dan de bescheiden op zelfreflectie en innerlijke beleving gerichte bevindelijkheid van hun Hollandse geloofsgenoten zijn de Amerikanen uitbundig in hun gemeenschappelijk met muziek ondersteunde lofprijzing. Maar op één terrein komen de opvattingen weer samen: een strenge seksuele moraal.

Refo meisjes, herkenbaar aan lange haren en rokken trouwen jong, zonder eerst samen te wonen. Terwijl doorsnee twintigers nog druk zijn met studeren en aanverwante zaken, krijgen zij al kinderen. Tussen twee kerkdiensten door zie ik ze op zondag vaak wandelen met één kind in de wagen, één op het treeplankje voorop en één onderweg.

Samuel Otte’s foto’s van verloofde en jonggehuwde stellen in de serie Gods Bedoeling, illustreren het beeld van het gezin als hoeksteen van de samenleving. Ze poseren zittend op een eenpersoonsbed in hun tienerkamers of een stap verder, in trendy grijs-wit ingerichte ‘modelwoningen’. Op zoek naar landelijk meubilair belandde ik jaren geleden in een ‘country winkel’ op de Veluwe, waar ik mij toen nog onwetend, verbaasde over het winkelende ‘zwarte kousen’ publiek.

Samuel Otte, Peter en Aline, uit de serie Gods bedoeling, 2014

Reformatorische Kunst

In de laatste zaal komt eigentijdse gereformeerde kunst aan bod met verrassende en soms ronduit geestige creaties zoals Martin de Heer’s tekeningen van de Reformeerkoet uit 2015.

Martin de Heer, Reformeerkoet, 2015

Reformatorische kerken zijn sober ingericht; maar anders dan vaak gedacht was Calvijn geen tegenstander van beelden. Hij was alleen tegen het afbeelden van God, licht Tanja Kootte toe. In reformatorische afbeeldingen van de brede en de smalle weg is Hij dan ook afwezig.

De brede en de smalle weg, toegeschreven aan Laurence Neter,1630-1639, collectie Museum Catharijneconvent

Die brede en smalle weg beschreven in Mattheus 7: 13-14, inspireerde de Zeeuwse kunstenares Liesbeth Labeur tot haar bijdrage aan de tentoonstelling.

Liesbeth Labeur, Ballenbad

Je zou haar installatie in de vorm van een ballenbad, als ludiek kunnen ervaren, maar de rode, gele en oranje ballen verwijzen (met wat fantasie) naar de vlammen van de hel in voorstellingen van de smalle en met name de brede weg die daar uitkomt. Ligt wel lekker hoor… en als je er op tijd weer uit klimt bereikt het hellevuur je niet!

Het Tweede Gebod (Exodus 20: 1-17) staat kunstenaars dus (bijna) niets in de weg. Er is zelfs een beroepsvereniging van Kunstenaars op Reformatorisch Fundament, KORF. In verschillende kunstwerken resoneren de thema’s van de expositie. Zoals de in hemelsblauwe tinten verbeelde Pelgrimsreis van Bert Bosch; een trap over een bergkam eindigend in een dubbele hemelwaarts gerichte lichtbaan. Een eigentijdse symbolische verbeelding van de middeleeuwse levensreis van de viator mundi op weg naar het hemelse vaderland.

Bert Bosch, einde van de Pelgrimsreis, 2015

Heel modern en diep doorwrocht is de Kruisiging van Martijn Duifhuizen; een minimalistisch drieluik. In een bijbehorende vitrine ligt een klein paneeltje met -zichtbaar onder een loupe- de namen van 1000 christenen. De horizontale en verticale lijnen vormen een kruis als symbool van alle christenen ter wereld. Het werk bevat een diepere betekenislaag; de figuur ter linkerzijde van christus, de sinistere kant, voor de beschouwer rechts, komt aan het kruis niet tot inkeer, ‘alles blijft horizontaal’, de goede moordenaar aan de rechterkant zal, indachtig de verticale lijn, met Jezus naar de hemel gaan.

Martijn Duifhuizen, Kruisiging, 2019

Wat raadselachtig is de knoestige verbeelding van de ellenlange psalm 119 door Tijs Huisman uit 2016. Bovenin deze sculptuur zit de psalmist van dit 176 regels tellende lied. In mijn afscheidscadeau van de lagere school met de bijbel lees ik de beginregels: …’Welzalig zij, die onberispelijk van wandel zijn, die in de wet des Heren gaan’……Gevolgd door o.a. ….’Met heel mijn hart heb ik u gezocht…. Laat mij niet afdwalen van uw geboden’..het oog op uw paden gericht… wanneer zult u mijn vervolgers berechten… ze hebben voor mij een kuil gegraven… bijna was ik van de aarde verdwenen… aanvaard Heer, de lof uit mijn mond en onderwijs mij in uw voorschriften… zondaars hebben een net gespannen… ik dwaal rond als een verloren schaap’

Tijs Huisman, Psalm 119: hoe wonderbaar is uw getuigenis, 2016

Aan de hand van deze tekst probeer ik de gedachtegang van de beeldhouwer te volgen, maar ik zie, afgezien van wat haken, ogen en holtes, geen aanknopingspunten.

Ook de andere kunstwerken blijken geïnspireerd op bijbelteksten, zoals Piet den Hertog’s paneel getiteld:

Als broeders…?  Gebaseerd op de berijmde psalm 133.

Piet den Hertog, Als broeders samenwonen, 2016

..’Ai ziet hoe goed, hoe lief’lijk is ‘t, dat zonen van ’t zelfde huis, als broeders samen wonen’ …’waar liefde woont, gebiedt de Heer den zegen…’.
Dat de werkelijkheid vaak anders is spreekt uit dit prachtige, bijna magisch realistische beeld.

Ogenschijnlijk lieflijk is het paneel met Mirjam, Kwetsbaar weefsel door Jan den Ouden uit 2016. De kunstenaar kwam tot deze creatie door de woorden uit de berijmde psalm 102: …’als een kleed zal ’t al verouden; niets kan hier zijn stand behouden…’, waarmee het beeld van dit jonge meisje op haar skateboard tot een vergankelijkheidssymbool wordt; er hangt zelfs al een draadje los.

Jan den Ouden, Miriam. Kwetsbaar weefsel, 2016

Wie de zojuist besproken eigentijdse kunstwerken uit deze bijzondere tentoonstelling wil zien kan van dinsdag tot en met zaterdag terecht. Op verzoek van de kunstenaars zijn deze werken op de dag des Heren verscholen achter een gordijn.

Literatuur:

Catharijne, Museummagazine nummer 2, juni 2019.

Link:

Museum Catharijne Convent

Tot ziens in de Biblebelt


Tentoonstelling Zuid-Nederlandse Miniaturen; een impressie. Tot en met 3 juni in Museum Catharijneconvent

Posterbeeld magische miniaturen

Het is met Middeleeuwse manuscripten niet anders dan met hedendaagse boeken ; eenmaal liefhebber krijg je er nooit genoeg van. In deze tentoonstelling Magische Miniaturen worden letterlijk en figuurlijk de best bewaarde schatten van de Middeleeuwen ontsloten. Letterlijk want veel manuscripten zijn voorzien van sloten als bescherming tegen vocht, licht en ongedierte. Met bruiklenen uit de Koninklijke Bibliotheek, het Museum Meermanno, Kasteel Huis Berg, verschillende Universiteitsbibliotheken en exemplaren uit eigen bezit heeft het Catharijneconvent een bloemrijke tentoonstelling ingericht. Onder een erehaag van strooibloemen – een uitvergroting van een zogenoemde Gents Brugse strooirand – betreedt de bezoeker de wondere wereld van de miniaturen.

Strooirand uit getijdenboek, atelier Simon Bening, Brugge ca. 1510-1520, ABM S11

De Middeleeuwen werden vaak gezien als een duistere periode, ingeklemd tussen de klassieke Oudheid en de Renaissance. Met deze gedachte wordt in deze tentoonstelling  afgerekend. Miniaturen vormen de best bewaarde kunst van de 14e en 15e eeuw; dichterbij de Middeleeuwen kun je niet komen.

De kleurrijke goudversierde initialen en miniaturen hebben 500 jaar na dato niets van hun glans verloren. Naast een lust voor het oog bieden de boeken niet alleen godsdienstige-, historische- en politieke informatie, maar ook inkijkjes in het dagelijks leven. In de randdecoraties en kalenders van  getijdenboeken zien we ontluikend en vaak overtuigend realisme. De illustraties van de werken van de maanden in het Getijdenboek van de Meester van Morgan maken duidelijk dat de ‘duistere’ Middeleeuwen veel kleurrijker waren dan vaak wordt gedacht.

Juni Getijdenboek
Maand juni, in een getijdenboek
Meester van Morgan M. 491, Brabant, ca. 1530 Den Haag, Koninklijke Bibliotheek, 133 D 11

Diverse films verduidelijken de wordingsgeschiedenis van de handgeschreven en prachtig verluchte boeken. Van het prepareren van het perkament (voor een lijvig boek was een kudde schapen nodig) tot de ‘finishing touch’ uitgevoerd door de makers van de versierde hoofdletters (de initialen) , de randversieringen (de marginalia) en niet in de laatste plaats de miniaturen. Hoewel miniatuur in ons taalgebruik staat voor iets kleins, is dat niet de oorspronkelijke betekenis van het woord waarmee deze illustraties worden aangeduid. Ze werden aanvankelijk met rode verf aangebracht. Een handeling die in het Latijn werd aangeduid als miniare ofwel rood maken. Gaandeweg werden de illustraties kleurrijker. Kleine wandteksten informeren de bezoeker over organische en anorganische kleurstoffen: het uiterst kostbare ultramarijn, gemaakt van gemalen lapis lazuli, het rozerode kraplak gewonnen uit schildluizen, waaraan in die tijd geen gebrek was! En natuurlijk goud dat rijkelijk gebruikt om teksten en illustraties letterlijk te verlichten: illuminare.

Later sneden op geld beluste handelaren mooie miniaturen en versierde hoofdletters uit de boeken om los te verkopen. In de kloostergang hangen er enkele; keurig ingelijst, waaronder een initiaal met de oudtestamentische heldin Judith, die in oorlogstijd (zogenaamd) overloopt naar de vijand. De illustratie laat zien hoe zij de hoofdman Holofernes onthoofdt, nadat zij hem eerder het hoofd op hol had gebracht.

Glazier Rylands
Fragment van de Glazier-Rylands Bijbel, Henegouwen ca 1260-1270, Vervluchting: Pontifical Master Enschede, Rijksmuseum Twenthe

Het is nauwelijks meer voor te stellen dat al deze boeken met de hand werden afgeschreven. De uitdrukking monnikenwerk geeft aan dat het kopiëren van grote folianten, maar ook kleine gebedenboekjes geen sinecure was. Urenlang pennen in een slecht verlicht, koud scriptorium met pijn aan hand en schouders moet voor velen een kwelling zijn geweest. Het werd nog niet zo genoemd, maar RSI bestond ook toen al. Dit alles ter ere van God: Soli Deo Gloria.

Johannes de Evangelist
Johannes de Evangelist, in een evangeliarium Maasland, tweede helft 12e eeuw, Den Haag, Koninklijke Bibliotheek, 76 E

Hoe verheugd een monnik kon zijn na voltooiing van een lange schrijfopdracht, blijkt uit een opmerking in het colofon van een middeleeuws handschrift: … ‘Men brenge de schrijver nu wijn, en wel van de beste…
Wanneer in de 15e eeuw handel en welvaart toenemen ontstaat onder invloed van de Moderne Devotie vraag naar gebedenboeken voor privé devotie. Deze zogenoemde getijdenboeken bevatten een verkorte versie van de officiële koorgebeden, welke binnen de kloostermuren 8 maal per dag op vaste tijden (de getijden) werden gezegd en gezongen. De verschillende gebeden, zoals de Maria getijden, de boetpsalmen en het dodenvigilie, zijn in de rijk versierde boeken geïllustreerd met een miniatuur. Om aan de vraag te kunnen voldoen ontstaan buiten de kloostermuren steeds meer profane schrijfateliers. De tentoonstellingsmakers spreken van de bestsellers van de Middeleeuwen, maar alleen de allerrijksten konden zich zulke dure boeken veroorloven. Op de internationale kunstbeurs de Tefaf waren deze handschriften bij Les Enluminures en Dr. Günther Jorn visueel en zelfs manueel  even binnen handbereik; wat een rijk gevoel.

Datzelfde gevoel ervaart de bezoeker in deze wonderschone tentoonstelling. Je mag er alleen maar naar kijken, maar aankomen niet…. Dit is gelukkig niet helemaal waar, want de museumbezoeker kan op verschillende plekjes zelf creatief aan de slag; fröbelen met het stempelen van marges en het stickeren van strooiranden.

Boeken waren kostbaar en het bezit ervan was slechts weggelegd voor kloosterbibliotheken, vorsten, vermogende geestelijken, leden van de adel en welgestelde burgers. In de tentoonstelling zijn grote en kleine religieuze werken te zien en wereldlijke boeken. Eén, misschien wel twee kent u nog wel van de Middelbare school: de Roman de la Rose, hier bezorgd door Jean Molinet, die het werk aan zijn opdrachtgever Philips van Kleef aanbiedt. In de achtergrond ziet u Molinets logo: een molentje.

Jean Molinet Roman de la Rose
Jean Molinet, roman de la Rose Moralisé et Translaté De Rime en Prose Henegauwen, 1500 Den Haag Koninklijke Bibliotheek, Ms.128                                                                                                                                                                                                                                          Het andere boek dat u wellicht nog kent is Jacob van Maerlants Spieghel Historiael. Het eerste geschiedenisboek in de volkstaal, waarin de verhalen uit de Bijbel, beginnend met de Schepping, kunstig vervlochten zijn met gebeurtenissen uit de wereldse geschiedenis. De Middeleeuwer was niet verbaasd wanneer Alexander de Grote plotseling een verhaal binnen stapte. Van Maerlants Spieghel Historiael wordt voor de ogen van de museumbezoeker ontsloten. Via een touchscreen verschijnt de aangeklikte miniatuur vol in beeld en ziet de bezoeker bijvoorbeeld hoe Godfried van Bouillon met ware doodsverachting een ladder beklimt om de belegerde stad Jeruzalem binnen te gaan. Deze daad in 1099 overleefde hij, maar in 1100 vond hij een ontijdige dood in het Heilige Land. Hij werd in de Heilig Grafkerk in Jeruzalem begraven.

Maerlandt Rhijmbijbel
Jacob van Maerlant, Rhijmbijbel, die wrake van Jherusalem, ca 1340, Belegering van Jeruzalem, Groningen Universiteits-bibliotheek

Een van de films toont hoe de boeken van Jacob van Maerlants werden onderzocht met Infrarood Reflectografie. Deze methode om onder de verf te kijken brengt soms verrassende pentimenti aan het licht. Momenten waarop de miniaturist zich bedacht.  Zo was onder een scène met vissen eerder een woud met bomen gepland.

De tentoonstelling werpt ook licht op de plaatsen van herkomst en voor zover bekend voor en door wie ze zijn geschreven. U ontmoet enkele voorname opdrachtgevers zoals Philips de Goede en zijn (onwettige) zoon David van Bourgondië, die door zijn vader krachtdadig als bisschop van Utrecht naar voren werd geschoven. Niet alleen met deze bisschopsbenoeming, maar ook in 1430 met de stichting van de Orde van het Gulden Vlies probeerde de Bourgondische hertog zijn invloed overal in zijn rijk te laten gelden. In verschillende miniaturen zien we Philips de Goede in gebedshouding; voor het gemak heeft hij zijn trippen uitgeschopt. Naar de toenmalige smaak modieus gekapt knielt hij in een inmiddels 500-jarige aanbidding…

Philips de Goede
Getijdenboek van Philips de Goede Oudenaarde, Jean De Tavernier en assistent, 1453(?) Toegevoegde gedeelten: Brugge, Meester van de Gebedenboeken
van omstreeks 1500, ca. 1490-1495, Den Haag, Koninklijke Bibliotheek, 76 F 2

In de laatste zaal krijgen de doorgaans anonieme kunstenaars, een naam. In de hier getoonde verfijnd verluchte  getijdenboekjes lieten zij hun sporen na: Simon Marmion, vader en zoon Bening, Lieven van Lathem en de uit Utrecht afkomstige Willem Vrelant die om den brode naar Brugge vertrok. Had hij misschien heimwee toen hij in de achtergrond van een miniatuur met kruisdraging de Domtoren schilderde?

Kruisdraging
Kruisdraging met in de marges engelen en wildemannen, Getijdenboek, overgangsstijl tussen Goudenrankenmeester en Willem Vrelant, Brugge ca 1450, Den Haag, Koninklijke Bibliotheek

Hier ziet u ook een miniatuur met berouwvolle Koning David uit het laatste kwart van de 15e eeuw. Op de linker bladzijde heeft hij zijn kroon en harp neergelegd en smeekt God om vergeving. De rechterpagina onthult de aard van zijn berouw. In de versierde hoofdletter bespiedt David zijn buurvrouw, die zich in de ondermarge van het blad in haar tuin zit te poedelen. Hij nodigt haar uit op het paleis en …. van het een kwam het ander… Op de linkerpagina heeft David spijt.

De miniaturist heeft het oudtestamentische verhaal geactualiseerd. We bevinden ons in Brussel, daarover bestaat dankzij het urinerende kereltje in de achtergrond geen twijfel.

Gerard Brillis
Getijdenboek
Meester van Gerard Brilis, Meester van de Vederwolken en Meester van Willem van Bossuyt, Gent, ca. 1475 Amsterdam, Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, XXV C 26

Stond u in de eerste zaal vol bewondering voor het kleine getijdenboekje van de Meester van Morgan, in de laatste zaal wacht u een visueel afscheidsgeschenk: het Trivulzio getijdenboek. Een gebedenboekje zo groot als een I-Phone, dat ondanks het formaat beschouwd wordt als de Nachtwacht van de Koninklijke bibliotheek. Het ligt open op een miniatuur met Johannes op Padmos. Een engel dicteert de tekst. Achter deze vitrine ligt een facsimile op folio formaat, waarin u, anders dan met overige manuscripten, eigenhandig mag bladeren!

Thuis kunt u dit nog eens overdoen via de volgende link: Trivulzio Getijdenboek

Johannes op Patmos, Trivulzio-getijdenboek, Simon Marmion, Valenciennes; Liever van Lathem, Antwerpen; weense meester van Maria van Bourgondië, Gent ca 1470, Den Haag KB, 1900 A 009, f. 157v

Link Museum Catharijneconvent ; magische miniaturen

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

‘Maria’ t/m 20 augustus 2017 in Museum Catharijneconvent.

Pieter Fransz de Grebber, Maria met kind, 1632, museum Jacob van Horne, Weert

Maria bij het horen van deze naam begint een liedje in mijn hoofd rond te zingen: …’ The most beautiful sound I’ve ever heard:…Maria, Maria, Maria,’… Herinnering aan mijn eerste bioscoopbezoek: The West Side Story met Nathalie Wood als Maria. Vernoemd naar Maria, de moeder van Jezus, die in de voorjaarstentoonstelling van Museum Catharijneconvent de hoofdrol speelt.

Natalie Wood als Maria in West Side Story, film, 1961

De vele hoedanigheden, of beter gezegd gezichten van Maria worden in deze tentoonstelling in beeld gebracht; letterlijk en figuurlijk. Beschreven, geschilderd, gebeeldhouwd en zelfs getatoeëerd. Op een beeldscherm in de Devotie zaal vertelt Sara Koning over het ontwerpen en zetten van Maria tatoeages.
Op een wereldkaart zijn de vijftien locaties waar Maria ooit zou zijn verschenen aangegeven. De Zuid-Europese plaatsen Lourdes en Fatima kent iedere katholiek.

Onze lieve vrouw van Guadeloupe

Maar dat de allereerste Maria verschijning plaats vond in Zuid-Amerika is wellicht minder bekend. Op 9 december 1531 kreeg de bekeerde Azteek Juan Diego Cuauhtlatoatzin de schrik van zijn leven toen hij op weg naar de mis, plotseling oog in oog stond met de moeder van Jezus. De heilige Maagd van Guadeloupe vormt op de kaart in het Catharijneconvent slechts een speldenprik maar wie goed zoekt vind haar in de wand van de internet-madonna’s.

 

 

Tatoeage Onze lieve vrouw van Guadaloupe, Curacao

Een paar jaar geleden verscheen de Maagd van Guadeloupe ook aan mij, als tatoeage op de arm van een Venezolaanse fruitverkoper op de drijvende markt in Curacao. Ooit zag ik het beeld van deze Zuid-Amerikaanse hemelkoningin met het gezicht van een Indiaans meisje in het echt. Op het enorme plein voor de aan haar gewijde basiliek van Mexicostad kropen jonge moeders met hun baby’s naar de ingang van dit enorme door Oscar Niemeyer gebouwde godshuis om dank te zeggen voor de geboorte van hun kindje. Binnen werden gelovigen en toeristen om filevorming te voorkomen, via een lopende band langs de Maagd van Guadeloupe geleid; ook voor niet-gelovigen een onvergetelijke ervaring!

In de NRC schrijft Joyce Roodnat op 16 februari dat zij veel verwachtte van de tentoonstelling, maar ’het valt tegen. Ik was uit op lekker veel afbeeldingen van de Visitatie…Er is er maar een’…Ze ‘steigert’ zelfs bij het schilderij met de Verloving van Maria en Jozef. Dit duidt op onbegrip en dat is jammer. Gelukkig denkt collega Gretha Pama er anders over en maakt dit met haar positieve bespreking in dezelfde krant helemaal goed.
De expositie biedt een breed scala aan afbeeldingen van Maria door de eeuwen heen. Wegens haar beperkte aanwezigheid in de bijbel werd de beeldvorming van Maria in de loop der tijd verrijkt met informatie uit apocriefen en legenden. Deze ontlokken de bezoeker met historisch bewustzijn en gevoel voor humor hoogstens een glimlach, maar steigeren?

In de eerste zaal maakt de bezoeker niet alleen kennis met Maria, maar ook met voorchristelijke moedergodinnen. Zij zijn in nissen gepresenteerd rond een stralend middelpunt: een 15e eeuws Marianum, dat oorspronkelijk hoog in de viering van de kerk hangt.

Anoniem (Egyptisch). ‘Beeld van  Isis die het kind Horus voedt, 664-525 BC. brons. Walters Art Museum

Lang voor de geboorte van Jezus kende de mensheid moedercultussen rond Kybele, de Magna Mater van de Griekse oudheid. Ook Artemis en Isis, geliefd om hun scheppende en beschermende krachten werden met gebeden, gaven en processies geëerd. Maria wordt evenals de Egyptische godin Isis met haar zoon Horus in beeld gebracht en aanbeden. Het uiterlijk van de Maagd van Guadeloupe gaat eveneens terug op een Indiaanse moedergodin: Tonantzin. Door aansluiting bij bestaande godsdiensten probeerden missionarissen zieltjes voor het eigen geloof te winnen.

Het gepiep dat de bezoeker in de introductiezaal hoort is geen beginnende tinnitus, maar het toepasselijke geluid van krekels, of beter: bidsprinkhanen…

Evenals de voor-christelijke moedergodinnen wordt ook Maria gezien als bemiddelaar tussen de gelovigen en God. Behalve de ontwikkeling van de bekende Maria-met-kind afbeeldingen uit het westerse- en oosterse christendom toont het museum ook werk van eigentijdse kunstenaars, zoals de prachtige Roosenkrans, door Maria Roosen, waarover straks meer.

In Efeze bevond zich het heiligdom van de moedergodin Artemis. De godin met de vele borsten, althans zo worden de bollen op haar lichaam doorgaans geïnterpreteerd. Een misvatting volgens gastconservator Desirée Krikhaar die een prachtige tentoonstelling heeft samengesteld. De ‘borsten’ moeten gezien worden als vruchten en zijn bedoeld als vruchtbaarheidssymbolen. Na het Concilie van Efeze in 431, toen aan Maria het dogma Moeder Gods werd verleend, moest de Artemis verering wijken voor Maria. Terwijl ik dit schrijf komt een interessante herinnering boven. Jaren geleden werd mij in Efeze het huisje van Maria gewezen. Wat moest zij daar ? Verbaasd verdiepte ik mij in de (legendarische) reis die Maria en Jezus naar India gemaakt zouden hebben. [link artikel Trouw; Jezus hemel is een graf in Srinagar].  

Terug naar de tentoonstelling. In een intieme tussenruimte wordt de bezoeker geïnformeerd over de splitsing van het Romeinse Rijk. In 395 gingen ook de oostelijke en westelijke kerken een eigen weg en dat geldt ook voor de beeldvorming rond Maria. De allereerste afbeelding van Maria werd volgens de overlevering geschilderd door de evangelist Lucas. De bezoeker kan haar portret aan de hand van een 18e eeuwse ikoon  uit Cyprus vergelijken met een laat-15e eeuwse Lucasmadonna door Derick Baegert.  Een 17e eeuwse ikoon toont de Geboorte van Christus met Maria op een roodpurperen kraambed en het stralende kindje Jezus, dat niet in een kribbe ligt, maar in een rotshol.

Lucas schildert de ikoon van de moeder God’s, begin 15e eeuw, Ikonen-museum Recklinghausen

Derick Baegert, Lucas schildert de Madonna, Westfalisches Landesmuseum, Munster

 

 

 

 

 

 

 

 

De kleur purper, voorbehouden aan de keizers van het Oost Romeinse Rijk, symboliseert de goddelijkheid van moeder en kind. Uit de 10e eeuw dateert een prachtige ivoren beeldje uit Constantinopel, met beeltenis van de Moeder Gods Hodegetria; zij die de weg wijst. De benaming Moeder Gods klinkt westerlingen wellicht wat vreemd in de oren, maar in het oosten kwam men via het dogma van de Drieëenheid op deze titel. De Hodegetria is een goed voorbeeld van de oosterse visie op Maria als een boven het volk verheven koningin des hemels. Dit beeld verschilt  wezenlijk van de westerse iconografie. Daarin is Maria als een ‘gewone’ liefhebbende moeder afgebeeld, die dicht bij de gelovigen staat, maar wel van groot belang.

Tronende Maria met kind, Zuid Nederland, 17e eeuw, Museum Catherijneconvent, Utrecht

Als tweede Eva, maakte zij de misstap van de eerste vrouw weer goed. De tentoonstelling licht de verschillen toe tussen de beeldtradities van Oost en West.

Kort na 431 verrijst de eerste grote kerk van het christendom,  Santa Maria Maggiore in Rome. Hier vindt men mozaïeken met de oudste afbeeldingen van Maria als hemelkoningin.

Wat weten we eigenlijk van Maria en het ontstaan van het Christendom? Niet veel. De belangrijkste informatie komt van de vier evangelisten; Lucas is nog het meest uitvoerig. Mattheüs wordt al minder mededeelzaam, Marcus doet er het zwijgen toe en Johannes rept slechts cryptisch over het woord dat vlees geworden is.

Geen wonder dat gelovigen behoefte hadden aan meer informatie. In Robert Ankers roman In de Wereld buigt de hoofdpersoon zich met zijn kompanen bij kaarslicht over een Grieks manuscript, waarin zij op zoek gaan naar de herkomst  van het begrip erfzonde. Ze komen tot de (ketterse) conclusie dat Jezus er met geen woord over rept. Ze stellen vast dat het leerstuk vooral door de kerkvader Augustinus is ontwikkeld. Ook vragen zij zich af hoe het komt dat Maria in de kerk zo’n bijna allesoverheersende rol is gaan spelen. De kerk heeft haar gepromoot, maar de mannen vragen zich af hoe de mensen, inzonderheid de paus, in staat kunnen zijn te weten of iemand heilig is. Hoe dit ook zij: de hiaten in de evangeliën zijn ingevuld met apocriefe geschriften, legendes en volksverhalen. Het Pseudo Evangelie van Jacobus ( 2e eeuw) en de Legenda Aurea van Jacobus de Voragine (13e eeuw) zijn het bekendst. Deze vormden wat kennis betreft, naast de afbeeldingen op vroege ikonen, een belangrijke inspiratiebron voor kunstenaars.

Wanneer je door de glazen luchtbrug, onder de zoete tonen van het Ave Maria, naar de westelijke kloostergang wandelt zie je beneden in de pandhof een curieus Mariabeeld met zwaailicht. Is dit een misplaatste grap van een eigentijds kunstenaar? Geenszins: het beeld fungeerde als beschermend lichtbaken voor schippers in de Waal! Veilig aan de overkant wordt de bezoeker middels een 14e eeuws geschilderd beeldverhaal door Turone di Maxio da Camnago en andere afbeeldingen, ingelicht over het leven van Maria.

Ontmoeting van Anna en Joachim bij de gouden poort, eind 16e eeuw, Ikonen museum Recklinghausen

Het begint met de wonderbaarlijke conceptie. Wanneer Maria’s toekomstige ouders, Joachim en Anna, wegens hun kinderloosheid  -in bijbelse tijden een schande- uit elkaar gaan brengt een engel hen weer samen. In de Gouden Poort van Jeruzalem vallen de echtelieden elkaar in de armen.  Tijdens deze kuise omhelzing ontving Anna het kind in haar schoot. Ook de volgende episodes uit het leven van Maria zijn verbeeld: haar geboorte, haar kindertijd (doorgebracht in de tempel), haar verloving, moederschap, haar verdriet om het lijden van haar zoon en tenslotte haar dood en ten hemelopneming, van waar zij fungeert als bemiddelaar voor de mensheid.

Interessant zijn de ‘cross-overs’; voorbeelden van wederzijdse beïnvloeding tussen de beeldtaal van oost en west. Het westerse Maria type van Maria als Sedes Sapientiae, zetel der wijsheid, is bijvoorbeeld ontleend aan Byzantijnse ikonen met tronende Maria. Anderzijds zijn in de starre, aan strenge regels gebonden ikonen, in de 18e en 19e eeuw soms invloeden van de Italiaanse Renaissance te ontwaren. Verrassend vond ik de tekst in de mihrab, de gebedsrichting, in een Montenegrijnse moskee. Deze meldt dat de kleine Maria, in de Koran Maryam, tijdens haar jarenlange verblijf in de tempel op miraculeuze wijze gevoed werd door een engel. ’Telkens, wanneer Zakariya bij haar binnentrad in de kapel, vond hij levensonderhoud aan haar zijde’  Soera 3, 27: 37. Mooi dat deze weinig bekende overeenkomst tussen het christendom en de islam in het Catharijneconvent zichtbaar wordt. Maryam wordt als de moeder van Isa (Jezus) de laatste profeet voor de komst van Mohammed geëerd.

Even terug naar de maagdelijke conceptie en geboorte van Jezus. Hadden predikers in vroeg-christelijke tijden hierover al wat uit te leggen; vandaag de dag heeft vrijwel niemand meer oren naar dit wonder. Kerkvaders legden uit dat de conceptie plaats vond via het (geh)oor; de conceptio per aurem. Du moment dat Maria de blijde boodschap hoort is de conceptie een feit!

Middelrijns altaar, verkondiging,1410,

In het Rijnlands altaar uit 1410 in de refter van het museum wordt dit mirakel aanschouwelijk gemaakt. Vanuit de hemel daalt de duif, symbool van de Heilige Geest, boven het hoofd van Maria neer… met in zijn kielzog een kant- en- klaar baby’tje!

In de orthodoxe kerk werd op dit ongeloofwaardige theologische concept wat gevonden: de testwater proef. In het mooie begeleidend boek, waarin  Desirée Krikhaar voor alle dagen van het jaar een afbeelding, weetje of recept bijeen bracht, vindt u deze oplossing bij 25 september. Een illustratie toont dat Maria en Jozef zich moeten onderwerpen aan een test met een archaïsche leugen-detector om te controleren of zij aangaande de maagdelijke conceptie de waarheid spreken.

 

Rembrandt (atelier van) De heilige familie bij avond ca 1642-1648, Rijksmuseum Amsterdam

Houd in de kloostergang bij de bocht naar links even stil; vanuit dit standpunt krijg je drie topstukken in het vizier: (omgeving) Rembrandt de Heilige familie bij nacht,  Toorop’s Jezus ontmoet zijn moeder en uit het atelier van Cuypers een 19e eeuwse impressie van de Leerjaren van Christus.

De Rembrandt toont een prachtige in clair-obscur weergegeven intieme scène met de lezende Maria en Anna, die terwijl zij het kindje wiegt, zelf in slaap is gesukkeld. Als je goed kijkt zie je een leuk detail: wat moet Jozef daar, nauwelijks zichtbaar, onder de trap; een subtiele verwijzing naar het feit dat hij niet de biologische vader is van het kind?

In het paneel met de Heilige Maagschap van de meester van Liesborn kunnen liefhebbers van genealogie de stamboom van Maria bestuderen, met haar ouders, halfzusters, en hun kinderen. Aan deze loot is zelfs Sint Servaas ontsproten, de eerste bisschop van Maastricht!

Elisabet Stienstra, Virgin of Mercy, 2015, particuliere collectie

Het verdere parcours langs Maria’s levensverhaal laat behalve traditionele schilderijen en beelden ook een aantal verrassende eigentijdse creaties zien. Zoals het op oude Sheela-na-gig beelden geïnspireerde lindenhouten beeld Virgin of Mercy door Elisabet Stienstra uit 2015. Een ontroerend beeld van een jong meisje dat, misschien wel voor het eerst ongesteld, zich bewust wordt van haar vrouwelijkheid.
Naast een 14e eeuwse Pieta hangt een in mijn ogen op een pleister gelijkende collage van Klaas Kloosterboer, waarmee hij de aanslag in Parijs uit 2015 memoreert. Onder het met goudverf gelakte oppervlak zijn krantenartikelen (nauwelijks) zichtbaar. Mooie intentie, al vrees ik dat de portee van dit werk de minder oplettende museumbezoeker zal ontgaan.

Ger van Elk, Honda Gothic

Misschien springt Ger van Elks Honda Gothic uit 1986 meer in het oog. Van Elk gebruikt zijn eigen portret voor zowel de beeltenis van Jezus als Maria, gevat in het wiel met spaken dat dienst doet als een aureool met stralenkrans.

 

 

De laatste episode uit het leven van Maria. Nadat zij is ontslapen in plaats van gewoon dood te gaan, vaart zij ten hemel. In Italië wordt deze gebeurtenis, Ferragosto, nog altijd groots gevierd. Vijftien augustus is een nationale feestdag, een christelijke voortzetting van het heidense oogstfeest de Feriae Augustie. In een olieverfschets, die gedurende drie maanden in de expositie te zien zal zijn, geeft Peter Paul Rubens zijn kijk op de Hemelvaart van Maria. Tijdens deze hemelreis ontmoet Maria de apostel Thomas die, komende van zijn missiegebied in India te laat kwam om afscheid van haar te nemen. Als eerder bij de verschijning van Jezus na zijn dood, kon hij ook nu zijn ogen niet geloven. Daarom overhandigde Maria hem haar gordel; als tastbaar bewijs van hun ontmoeting op kruishoogte. Dit wonder is in Rubens ‘modello’ niet te zien, maar wel in de Porta della Mandorla van de Florentijnse Dom.

In de zogenoemde dakkamer kan de bezoeker eigen ervaringen met Maria kwijt, die in een beeldarchief van het museum bewaard zullen worden.

De expositie gaat verder met Maria devotie en Maria processies; praktijken die eveneens wortelen in het oude Rome, waar al processies werden gehouden om de goden gunstig te stemmen. Wie is grootgebracht tijdens het rijke roomse verleden, wacht hier menige aha-erlebnis, hetzij in negatieve, hetzij in positieve zin. Het vertrouwen van katholieke gelovigen in Maria’s bemiddeling bij gebedsverhoring wordt geïllustreerd met een reeks, voor deze gelegenheid afgestofte, stolpen waaronder bloemrijke Mariabeeldjes en porseleinen wijwaterbakjes en ex-voto’s. Een video toont tatoeëerder Sara Koning tijdens het ontwerpen- en zetten van heilbrengende tatoeages met beeltenis van Maria.

De laatste Maria verschijning vond dichtbij huis plaats. In de 20e eeuw zou Maria zijn verschenen aan Ida Peerdeman in Amsterdam. Het tekstboekje meldt dat er grootse plannen zijn voor de bouw van een basiliek; wellicht een nieuw ‘Lourdes aan de Amstel’?

In een ruimte voor de laatste zaal draait Bill Viola’s The Greeting, uit 1995. Een contemporaine verbeelding van de Visitatie, geïnspireerd op Pontormo’s Visitatie in de Pieve di San Michele Arcangelo in Carmignano.

Maria Roosen,Roosenkrans, 2017

Tot slot wachten de bezoeker nog enkele eigentijdse kunstwerken, waaronder Maria Roosen’s rozenkrans, samengesteld uit reusachtige glas geblazen kralen in de vorm van groenten. De oranje gevlekte misbaksels zijn in mijn ogen het mooist!

De expositie die begint met een cluster antieke godinnen-beelden geschaard rond de beeltenis van de Maagd Maria eindigt als een rondeel met eigentijdse moedergodinnen zoals de Hindoestaanse Durga,  Yashoda de stiefmoeder van Krishna en zijn vrouw Radha. En van de andere zijde van de Atlantische Oceaan: de Braziliaanse Iemanja, de godin van de liefde en de zee, evenals Maria gehuld in een lichtblauw gewaad.

Link: Museum Catharijneconvent