Middeleeuwse tuinen, Aardse paradijzen in oost en west, Rijks Museum van Oudheden Leiden t/m 1 september 2019

De zomertentoonstelling van het Rijksmuseum van Oudheden, met prachtige kalenderbladen en bloemrijke miniaturen uit Middeleeuwse manuscripten, zou je wellicht eerder in Museum Catharijneconvent verwachten. Uit de collectie van dat museum is een 16e eeuws paneel met Maria in een omsloten tuin, een hortus conclusus, te zien waarmee haar maagdelijkheid wordt gesymboliseerd.

Maria met kind in Stralenkrans, paneel, 37 x 27 cm, late 15e e. Museum Catharijneconvent, Utrecht

Toch is de tentoonstelling Middeleeuwse tuinen: aardse paradijzen in oost en west in Leiden op zijn plaats, want het RMO bezit tastbare overblijfselen uit de Middeleeuwse tuin. Zo ziet de bezoeker tuingereedschap van weleer en een Middeleeuws bestrijdingsmiddel om, wanneer de patroonheilige van de tuinders Sint Fiacrius het liet afweten, één van de vele plagen in de moestuin aan te pakken. Een speciale kruik om (woel)muizen te vangen!

Aan de hand van middeleeuwse manuscripten, herbaria, bloementapijten, schilderijen, prenten, tegeltableaus en opgegraven tuingereedschap krijgt de bezoeker een kleur- èn geurrijke impressie van Middeleeuwse tuinen in de westers-christelijke- en oosters-islamitische wereld. De tentoonstelling laat niet alleen zien wat daar aan tastbare zaken groeide en bloeide, maar toont ook tuinen als decor voor religieuze en amoureuze ontmoetingen…

Blad mei, getijdenboek ongeveer 1525, Maastricht, Kon. Bibliotheek, Den Haag

Tijdens een voorbezichtiging wandelen de belangstellenden met conservator Annemarieke Willemsen achtereenvolgens door een kruiden- en bloementuin, een moes- en siertuin en een lusthof.

Dan volgt een ruimte gewijd aan de religieuze besloten hof en de hemelse paradijstuin, die gelovigen in alle wereldreligies na de dood in het vooruitzicht wordt gesteld.

Tegelplateau met Tulpen, Iznik ceramiek, 16e eeuw, Gemeente Museum Den Haag

Tenslotte komt de bezoeker weer met beide benen op de grond in de voor wetenschappelijke doelen ingerichte Leidse hortus botanicus, de Clusiustuin, partner in dit project. Vernoemd naar een botanicus van het eerste uur, Carolus Clusius, aan wie Nederland het imago van tulpenland te danken heeft. In 1593 bracht hij deze exotische bloem mee uit Turkijke. De tulp figureert prominent op ceramische tegelplateaus uit Iznik. Tijdens de rondleiding hoor ik dat het Turkse woord voor tulp, lâle, is samengesteld uit letters waarmee ook de naam van de allerhoogste wordt geschreven en verwijst daarmee naar Allah.

Middeleeuwse tuinen waren omheind. Het woord tuin, waarmee nu de gecultiveerde grond binnen de omheining wordt bedoeld, stond oorspronkelijk alleen voor de afrastering. Het Duitse Zaun herinnert daaraan, evenals het oud-Nederlandse tuun.
Pas ten tijde van de Romantiek werd de omheining geslecht. Legendarisch daarbij zijn de woorden van Horace Walpole over William Kent, de ‘uitvinder’ van de 18e eeuwse Engelse landschapstuin ‘he leaped the fence and saw that all nature was a garden’, maar in de huidige tentoonstelling zijn de tuinen nog omheind.

Ommuurde tuin in Piero de’Crescenzi, ca. 1500. British Library, Londen

De ontwikkeling van de tuinarchitectuur in onze streken begon met de kruidenhof bij kloosters en gasthuizen. Voor medicinale doelen ingericht op een rechthoekig of vierkant grondplan met een centrale put of fontein. Originele kloostertuinen zijn niet bewaard, maar de reconstructie van zo’n tuin bij de Cloisters in New York geeft een goede impressie. Dichter bij huis geeft een tekening van het in 1573 verwoeste en in 1959 opgegraven Delftse Kartuizerklooster een idee van de privé-tuintjes die elk lid van deze in zwijgplicht gehulde kloosterorde bij zijn cel moest onderhouden.

Reconstructie Kartuizer klooster met tuintjes, door H.H.Vos, foto: Archeoloigie Delft
Tuingereedschap, gieter van aardewerk, ca.1575 Museum Boymans van Beuningen

In het eerste paviljoen van de door kleuren, geuren en vogelgeluiden vrolijk stemmende tentoonstelling ziet de bezoeker een tuingieter van aardewerk, waarin het water lekker koel bleef. Als replica zou dit exemplaar, bedoeld voor het begieten van de kruidhof, in de museumwinkel vast grif van de hand gaan!  

Met een laat 15e eeuwse encyclopedie over de werking van kruiden, de Hortus Sanitatis of tuin van de gezondheid en een vitrine met albarelli, apothekerspotten wordt het belang van geneeskrachtige planten en kruiden geïllustreerd. Verderop ziet de bezoeker de al genoemde kruik die, getuige de daarin gevonden muizenskeletjes, met succes als muizenval werd gebruikt.

Een marktstuk van Joachim de Beuckelaar uit 1595 geeft een indruk van de toenmalige opbrengst van de moestuin. Leuk om te zien dat naast enkele tegenwoordig minder gangbare soorten als kruisbes en moerbei, je deze gewassen vandaag de dag nog bij de groenteman kunt aantreffen.  

Tapijt met Charles van Orléans en Maria van Kleef, Brussel 1460 – 1465, Musée des Arts Décoratifs, Parijs

Behalve als productietuin bood met name de Middeleeuwse kasteeltuin ontspanning. Een heerlijke locatie om te wandelen, in de schaduw te lezen of te converseren. De kasteelvrouwe kon zelf ook wat lichte tuinwerkzaamheden ter hand nemen, zoals het begieten van de bloemen met een zogenoemde ‘chantepleure’, een duimgieter. Aan het licht ruisende, zingende geluid van het stromende water dankt dit bijzondere tuinattribuut haar naam.
In zo’n lusthof konden de bewoners zich met hun gasten vermeien met  een spel, muziek of een maaltijd in de open lucht. Bij sommige kastelen was ook een menagerie of dierentuin ingericht.  

Een mooie tuin riep gevoelens van welbevinden op en stimuleerde de liefde. In het tot liefdestuin ingericht paviljoen herkent de bezoeker die nog Frans in het pakket had enkele oude bekenden. Een geïllumineerd manuscript van de 13e eeuwse Roman de la Rose en het onfortuinlijke paar Tristan en Isolde. In een miniatuur uit 1486 beleven zij nog gelukkige uren in de liefdestuin, maar hun verhaal kent geen happy-end. In de vitrine ziet de bezoeker dat hun destijds populaire love-story zelfs op Middeleeuwse trippen werd afgebeeld. Een lederen blad is voorzien van een optimistisch opschrift: …’Altos blide so wat ick lide’… ‘altijd blijven lachen, wat er ook gebeurt’ …

Tristan en Isolde, schakend in de liefdestuin in: Dirc Potter, Der minnen loep, 1486

In het oude Perzië was de tuin eveneens de locatie bij uitstek voor ontspanning en …. de liefde, zoals verbeeld in een Perzische prent uit de 16e eeuw met de Sassanidische koning Khosrow II en zijn geliefde Shrin.

Perzische tuin met de Sassanidische koning Khosrow II en zijn geliefde Shirin prent, Shahnama van Ferdowsi, Iran, 1500-1600.© Rijksmuseum Amsterdam, bruikleen Vereniging van Vrienden der Aziatische Kunst

Ook in religieuze voorstellingen ziet de bezoeker overeenkomsten tussen oost en west. Zoals in miniaturen en schilderijen met Maria en het kindje Jezus zittend in een besloten hof. In een illustratie van een Indiase Falnameh, een waarzeggersboek uit de 16e eeuw, herken ik Maryam (Maria) met haar zoontje Issa (Jezus) eveneens zittend in een besloten hof. De afbeelding was twee jaar geleden ook te zien in de Maria tentoonstelling in Museum Catharijneconvent.

Blad van een waarzegalbum met Maryam en het kind Issa, India, ca 1550-1600 Wereldmuseum, foto; Theo van Pinxteren

Denkend aan het islamitische verbod op figuratieve afbeeldingen, vraagt u zich wellicht af hoe deze beeltenis van Maryam en Issa mogelijk is. In de Koran zijn deze inderdaad verboden, maar in waarzeggersboeken zijn ze wel toegestaan.

In dit gedeelte van de expositie, waarin de tuin figureert als setting voor religieuze verhalen, ontmoeten we een bijzondere tuinman. Wie mijn lezing over Alle Rembrandts beluisterde of mijn blog over de gelijknamige tentoonstelling las, kent het verhaal van Maria Magdalena en de tuinman. In een laat 15e eeuws manuscript is deze scėne uitgebeeld in een zogenoemde gehistorieerde initiaal; een met een verhaaltje versierde hoofdletter. De wanhopige Maria Magdalena wendt zich bij het lege graf tot de tuinman met de vraag waar hij Jezus heeft neergelegd. Wanneer deze haar naam noemt herkent zij in hem de opgestane Heer. De bloemen en vruchtjes in de marge hebben een symbolische betekenis. De aardbei staat voor het bloed van Christus, de laag bij de grond groeiende weegbree en het viooltje, verwijzen naar de christelijke deugd van humilitas, nederigheid.

Christus als tuinman, getijdenboek, Holland, ca. 1490,© Koninklijke Bibliotheek Den Haag, 76G9_088R
Jean Bourdichon, Bathseba badend in een fontein, 1498, Paul Getty Museum Los Angeles

Behalve oogstrelende scènes verschaffen middeleeuwse miniaturen soms ook een morele les. In een blow-up van een miniatuur met een naakte vrouw wordt duidelijk dat zelfs aan bijbelse heersers niets menselijks vreemd was. De miniatuur toont koning David als voyeur. Vanaf zijn balkon begluurt hij de beeldschone Bathseba, die in de tuin van de buren een bad neemt. Hij laat haar een briefje bezorgen met het verzoek zich ten paleize te melden. Van het een kwam het ander. (verder lezen: 1 Kronieken 3: 5). Bathseba is de geschiedenis in gegaan als één van een reeks listige bijbelse, mythologische en historische vrouwen die zelfs de meest deugdzame en wijze mannen ten val brachten. Moraal van het verhaal: mannen hoed u voor de listen van vrouwen. Ook de oermoeder van de fatale vrouwen, Eva, ontbreekt in deze tentoonstelling niet.  In verschillende voorstellingen zien we de paradijstuin, waarin zij Adam verleidt tot het eten van de verboden vrucht.

Een bedrieglijk echte kopie van een oorspronkelijk 10 x 5 meter metend Paradijstapijt uit het Victoria & Albert Museum geeft een overweldigende impressie van een oosterse paradijstuin. Het uit ca. 1540 daterende tapijt werd gemaakt voor het mausoleum van Ardabil in Iran. Googelen leert dat je er een replica van kunt bestellen die binnen 8 dagen geleverd wordt!

Leuk detail vormt een ongelijkheid in de verder volledig symmetrisch compositie. De twee moskeelampen ter weerszijden van de centrale tuin zijn niet even groot. Hiervoor kan volgens Willemsen maar een verklaring zijn: in een Perzisch tapijt zit altijd een (weef)fout, want alleen Allah is perfect…  

Ardabil-tapijt, ca. 1540. V & A Londen

Het westen kent ook prachtige weefsels met uitgebreide tuin- en jachttaferelen. Zoals het fragment van een millefiori tapijt met vogels, waarmee de kille kasteelmuren werden bedekt en de tuin binnenskamers werd gebracht. Temidden van de kleurrijke bloemenpracht ontdekt de ornithologisch onderlegde beschouwer een duif, een waterhoen, een fazant, een haan en een reiger. In Middeleeuwse miniaturen en tapijten is ook vaak een pauw afgebeeld. Wegens de middeleeuwse opvatting dat pauwenvlees niet kon bederven, stond de vogel symbool voor onsterfelijkheid.

Herbarium En Tibi,© Naturalis Biodiversity Centre, L 2077674

Het laatste paviljoen is gewijd aan de wetenschap. In de 16e eeuw wordt de natuur met andere ogen bekeken en bestudeerd. Ter illustratie ziet de bezoeker een herbarium uit ca. 1550 met speciminae van echte planten. DNA onderzoek heeft uitgewezen dat dit boek het oudst bewaarde exemplaar van een tomaatplant bevat.

Dit interessante slotakkoord van de expositie is bedoeld als opstapje naar een bezoek aan de Leidse Hortus, dat met verschillende artikelen in haar magazine en rondleidingen aansluit bij de tentoonstelling.

Een wandeling door de Leidse Hortus is een echte aanrader, maar we zijn nog niet klaar in het RMO.

Hortus Botanicus, Leiden foto: Marina Marijnen

Bezoek voordat u het Rapenburg oversteekt naar de Hortus, eerst nog de twee andere zomertentoonstellingen. Gewijd aan de lange geschiedenis van Glas en de Griekse tempels in het zuid-italiaanse Paestum. Deze tentoonstellingen, samengesteld  door respectievelijk conservator Jill van der Sterren en promovenda Sigrid de Jong geven een prachtig beeld van deze fascinerende onderwerpen uit een ver verleden en daarop geïnspireerde latere creaties.  

Egyptisch zalfflesje (ca 10 cm hoog), Egypte, 18de dynastie, ca. 1400-1335 v.Chr. (bewind van farao Amenhotep III of Echnaton) Collectie en foto © Rijksmuseum van Oudheden AD-35d

De Glas tentoonstelling is samengesteld met Oud-Egyptische, Romeinse, Islamitische en Nederlandse stukken uit de eigen collectie van het RMO. Wegens de breekbare schoonheid van glas spreken vooral de oudste, soms wel 4000 jaar oude objecten tot mijn verbeelding. Een video geeft uitleg over het procedé, waarmee een heel vroeg uit glasdraden gemaakt Egyptisch zalfflesje van ca. 1400 v. Chr. is vervaardigd.

Tijdens een uitzending van de Ochtend van Vier hoorde ik zondag 19 mei de stem van Jill van der Sterre terug. In enkele minuten, toepasselijk afgesloten met muziek van Philip Glass, schetst zij de ontwikkeling van de glasproductie. Door  een mengsel van zand, soda en kalk te verhitten ontstonden, ter imitatie van kostbare stenen, de eerste glazen voorwerpen. Het prachtige blauw van het zojuist genoemde oudste object in de tentoonstelling is dus gemaakt ter nabootsing van het kostbare lapis lazuli. Dit kleinood staat aan het begin van een visuele tijdlijn die deze ontwikkeling over 4000 jaar in beeld brengt. Het begint met zeer kostbare objecten voor de elite dan komen de latere goedkopere stukken voor iedereen. Na het Egyptische flesje volgen in mallen gevormde artefacten en geblazen produkten van latere datum, zoals een schitterend in roze-rood met wit- en blauw gekleurde decoratie uitgevoerde 14e eeuwse moskeelamp.

Moskeelamp, uit Egypte of Syrië, 1322-1328 na Chr. Collectie en foto © Gemeentemuseum Den Haag


De bezoeker ziet ook hedendaagse produkten, zoals ‘zandglas’. Gebruikmakend van zand uit archeologische Leidse (…) bodemlagen ontstonden in Atelier NL uit Eindhoven prachtige objecten van eigentijds design.

Atelier Leiden; ZandGlas Leiden, modern glaswerk van zand uit de Leidse Hout foto: © Blickfanger

Tussen de talrijke mooie en functionele objecten staat een op een gieter gelijkende glazen kan, die gebruikt werd bij het op dronk brengen van wijn. Door deze hiermee uit te schenken werd de droesem opgevangen.

De rustgevende op kleur ingerichte presentatie van de talrijke potjes, flesjes en kralen zijn een lust voor het oog. Bij de prachtige snoeren slaat mijn fantasie op hol. Zelf hield ik in mijn jonge jaren erg van fröbelen met kralen. Voor mijn geestesoog verschijnt een jonge vrouw die een paar duizend jaar geleden, na eindeloos gepriegel haar huisgenoten bij gebrek aan een spiegel vraagt of de kralen haar goed staan.

Snoer van glazen kralen zoals getoond op tentoonstelling ‘Glas’ Collectie rijksmuseum voor oudheden foto Marina Marijnen

De tentoonstelling informeert niet alleen over de toegepaste techniek, maar ook over de in de verschillende stukken verscholen symboliek. Ook de met dit kwetsbare materiaal onomstotelijk verbonden noodzaak tot restauratie komt aan bod.

Paestum
Misschien wordt het na het bezichtigen van twee tentoonstellingen nu tijd voor een koffie pauze, maar bekijk daarna ook nog even de kleine tentoonstelling gewijd aan Paestum, het oud-Griekse Poseidonia, waar kolonisten in de 6e eeuw v.C. drie oudste Griekse tempels op het Italisch schiereiland bouwden, oorspronkelijk gewijd aan Ceres en Neptunus.

Giovanni Battista Piranesi, tempels van Paestum, ets, 1778, Rijksmuseum Amsterdam

Toen deze tempels gelegen op een verstilde plek zo’n 80 km onder Napels in de 18e eeuw door Europese reizigers herontdekt werden, waren deze met stomheid geslagen. Anders dan de marmeren tempels van de Acropolis of de ruïnes van Romeinse architectuur, waren deze opgetrokken uit ruwe blokken poreus tufsteen. Nadat men van de eerste schrik bekomen was, werden ze ten tijde van de Romantiek snel populair als reisbestemming. De ruwe, ongepolijste kolommen van de in Dorische stijl opgetrokken tempels, voldeden perfect aan de Romantische concepten van het sublieme en het schilderachtige. Voor haar dissertatie onderzocht De Jong de invloed van Paestum op het denken van kunstenaars, schrijvers en architecten van de 18e en navolgende eeuwen.  

1. Zaalimpressie: Kurkmodel tempel voor Neptunus te Paestum, 18de eeuw © Rijksmuseum van Oudheden 2.Doorkijk kurkmodel tempel van Neptunus Paestum, foto: Marina Marijnen

Tussen banieren met blow-ups van prenten door Piranesi staan de ‘creatief met kurk’ gereconstrueerde grote tempel van Neptunus en twee kleine als souvenirs bedoelde maquettes opgesteld. Aldus wordt een enigszins mysterieuze sfeer rond de verstilde millennia-oude tempels gecreëerd.

De mini-tentoonstelling is dan ook vooral ingericht op het ervaren, het beleven van Paestum. Daartoe zijn geschriften van Goethes Italienische Reise uit 1817 en werken over architectuurgeschiedenis door de grondlegger van de kunstgeschiedenis, Johann Joachim Winkelmann uit 1762  bijeengebracht en gravures die G.B. Piranesi na zijn bezoek in 1777 maakte. De expositie wordt aangevuld met geschriften van later datum, zoals laat 19e eeuwse fragmenten uit de reisdagboeken en de romans van Carel Vosmaer, ‘Amazone‘ en Louis Couperus ‘Reisimpressies’.  De expositie eindigt met foto’s van de Nederlands-Hongaarse fotografe Ata Kando, die haar kinderen in de jaren ‘50 tussen de zuilen van Paestum in Griekse kledij liet acteren en poseren. Mooi ook zijn de opnames die architect en fotograaf Cas Oorthuis tien jaar later publiceerde in zijn boek ‘Dit is Napels‘.

Contactafdrukken van Cas Oorthuys, jaren 1960, collectie en foto Nederlands Fotomuseum

Links
Rijksmuseum van Oudheden ; Middeleeuwse tuinen
; Glas
; Paestum

Artikel over Maria tentoonstelling; Maria 2017

Boeken bij de tentoonstellingen;

Annemarieke Willemsen, Middeleeuwse tuinen, aardse paradijzen in oost en west, 1200 – 1600, © Rijksmuseum van Oudheden, 2019

Jill van der sterren-Hendriks e.a., Glas in het Rijksmuseum van Oudheden, © Rijksmuseum van Oudheden, 2019