Impressie tentoonstelling Alle Rembrandts, tot en met 10 juni in het Rijksmuseum.

Ter gelegenheid van het 350ste sterfjaar van Rembrandt presenteert het Rijksmuseum alle Rembrandts uit de eigen collectie. Tweeëntwintig schilderijen, een selectie van zestig tekeningen en driehonderd etsen, waarin de oplettende kijker composities en figuren uit Rembrandts schilderijen herkent.

Voorafgaand aan de openstelling van de tentoonstelling vond een ludieke act plaats. Alle Nederlanders die anno 2019 luisteren naar de naam Rembrandt mochten met hun naamgever op de foto.

In de thematisch ingerichte tentoonstelling ziet de bezoeker eerst Rembrandts talrijke zelfportretten, geschetste en geëtste huiselijke scènes, levendige portretten van familie en vrienden wiens karakter of gemoedstoestand hij feilloos wist vast te leggen. Prachtig zijn ook de impressies opgedaan tijdens wandelingen in en buiten de stad. Daarna ziet de bezoeker Rembrandt als verteller van verhalen. Niet alleen het schilderen van een historisch-, mythologisch- of bijbels onderwerp, maar ook de herkenning daarvan, maakte het zogenoemde historiestuk tot het hoogst gewaardeerde genre in de 17e eeuwse kunstkritiek.

Zelfportretten

Rembrandt zelfportret als de apostel Paulus, 1661, Rijksmuseum Amsterdam

In de eerste zaal kijkt de oude Rembrandt als de apostel Paulus, je over de hoofden van de bezoekers aan alsof hij denkt…’is that all there is ?’  Een van de laatste in een reeks van wel 80 selfies. Er tegenover hangt zijn vroegste zelfportret uit 1628. Hij was 22 jaar toen hij dit paneeltje bij het schijnsel van een lamp schilderde. Van zijn gezicht zie je niet veel meer dan een glimlichtje op zijn neus. Door de krullen afzonderlijk in te krassen met de achterkant van zijn penseel, wordt de geelbruine grondering zichtbaar, waardoor een coupe-soleil-achtig effect ontstaat. Wie op 5 maart jl. keek naar het Geheim van de Meester, zag dat het niet meeviel dit werk te kopiëren.

Rembrandt, zelfportret als jongeman 1628, Rijksmuseum Amsterdam

Om Charlotte Caspers te helpen werd in de studio van Peter Greenaway met het licht geëxperimenteerd tot zij de mysterieuze lichtval op het gelaat en de krullenbol van de Rembrandt look-alike kon reproduceren. Ze begon overigens haar werk met alleen maar goed te kijken!

Hoe het Rembrandt tussen het schilderen van dit vroegste en zijn laatste zelfportret is vergaan is in deze tentoonstelling te zien. De aandachtige kijker wordt met menig aha-moment beloond. Zoals bij een voorstudie van de Verloren Zoon uit de Hermitage of de tekening van de Leeuw, die de ledenpas van de Vereniging Rembrandt siert. In 1660 maakte Rembrandt een snelle schets, van een met een VOC schip meegekomen leeuw. Als finishing touch bracht hij, voordat het beest in beweging zou komen, gauw nog wat schaduwpartijen aan door de inkt met zijn vinger uit te smeren.

Rembrandt, Liggende Leeuw, pen en bruine inkt, ca. 1660. RM Amsterdam

Prachtig zijn de geëtste portretjes van Saskia en dat van Titus uit 1656, op wiens neus (die heeft hij van zijn vader) Rembrandt een glimlichtje aanbracht.

Rembrandt. portret van Titis, 1656, Rijksmuseum Amsterdam

In 2015 achtte conservator Taco Dibbets de kans groot dat je bij het zien van de toenmalige tentoonstelling Late Rembrandt geen droge ogen zou houden. Hij sprak van een …’once- in-a- lifetime’, zo niet ‘once- in- eternity experience’…  Maar zo lang heeft het publiek niet hoeven wachten. Nog geen 4 jaar later komt hij, als directeur, op deze uitspraak terug. Rembrandt is werelderfgoed. Voor het Rijksmuseum is het Rembrandtjaar 2019 de gelegenheid om weer eens met hem uit te pakken. Dat doe je, aldus Dibbits, twee keer in de vijftig jaar. Op Alle Rembrandts volgt deze zomer de expositie: Lang Leve Rembrandt, waarin het publiek op Rembrandt geïnspireerde werk mag tonen. Dan gaat in het openbaar de restauratie van de Nachtwacht van start. Het jubileumjaar wordt in oktober afgesloten met de expositie Rembrandt-Velazquez. Niet alleen het Rijksmuseum, maar ook tal van andere musea besteden aandacht aan het jubileumjaar. In het Rembrandthuis wordt Rembrandts familie en vriendenkring tot en met 17 mei belicht. In het Mauritshuis staan elf Rembrandts uit eigen bezit, waaronder zijn laatste zelfportret (met prominente neus) en de zeven ‘afgeschreven’ doch evenzeer interessante werken tot 16 september centraal. Tot 8 juli is daar ook de tentoonstelling Bewogen beeld – Op zoek naar Johan Maurits te zien. In deze expositie wordt een andere visie op de tot voor kort als een verlicht bestuurder van Nederlands-Brazilië bezongen bouwheer van het Mauritshuis gepresenteerd. Waarover u elders op mijn blog wordt geïnformeerd. Terug naar Rembrandt

Rembrandt, biografie van een rebel, Jonathan Bicker, Rijksmuseum Amsterdam

De mens Rembrandt
Iedereen kent de schilder, maar Rembrandt de mèns kennen we niet. Van zijn hand zijn slechts enkele ego-documenten bewaard. Puttend uit eigentijdse bronnen schreef conservator Jonathan Bikker Rembrandt’s levensverhaal. Rembrandt: biografie van een rebel leest als een roman. Mooi uitgegeven op gerecycled papier, met slechts één minpuntje: de zeer kleine paginanummers vlak naast de bindrug. 
Anders dan wel gedacht wordt kwam de in 1606 geboren molenaarszoon niet uit een arm gezin. Hij doorliep de Latijnse School en stond ingeschreven bij de Leidse Universiteit, maar Rembrandt verkoos het schildersvak dat hij o.a. bij Herman van Swanevelt en Pieter Lastman leerde. Al jong had hij in Leiden een werkplaats met leerlingen, onder wie Gerard Dou. Zijn talent werd opgemerkt door Constantijn Huyghens. Behalve persoonlijke wetenswaardigheden rond zijn huwelijk met Saskia, haar overlijden, zakelijke kwesties, zijn faillissement en zijn latere levensgezellin Hendrikje komt de lezer nog veel meer over deze icoon van de Gouden Eeuw te weten. Niet alles is even fraai zoals de afwikkeling van de problemen met zijn huishoudster Geertje Dircx.                                
Zijn slechte reputatie had Rembrandt vooral te danken aan de negatieve berichtgeving door Samuel Van Hoogstraten en Arnold Houbraken, die nogal wat roddels de wereld in hebben gestuurd.

Miskend genie?
In de late 17e en vroege 18e eeuw neemt de populariteit van zijn werk af. Dat had niets te maken met de mythe van Rembrandt als miskend genie, zoals ik op de lagere school leerde, maar met een smaakverandering in de tweede helft van de 17e eeuw. Desondanks hield hij bewonderaars en opdrachtgevers. Zijn financiële situatie was niet florissant, maar dat kwam omdat hij niet met geld kon omgaan. De biografie begint pakkend met een hoofdstukje over de kast van Cornelia, de dochter die Rembrandt samen met Hendrickje kreeg. Na zijn dood, komt de weduwe van Titus bij haar schoonzus verhaal halen inzake de financiële nalatenschap. Het eerste van een reeks verhelderende hoofdstukken, waarin Bikker de lezer een inkijkje verschaft in het leven van Rembrandt.  

De schilderijen in de tentoonstelling laten zich moeiteloos bekijken, maar voor de talrijke werken op papier is geduld en concentratie nodig. De gratis te downloaden of te huren audiotour helpt om de aanwezigheid van andere belangstellenden een beetje weg te denken. De manier waarop Vincent Van Gogh’s dat had willen doen is nu absoluut onmogelijk. In 1885 schreef hij… ‘Ik zou er 10 jaar van mijn leven voor over hebben, om hier (bij de Joodse Bruid) 14 dagen lang met alleen water en een stuk brood naar te kunnen kijken’...

Rembrandt, Isaäc en Rebekka bekend als de Joodse Bruid, 1665 RM Amsterdam

De Joodse bruid, is één van mijn favorieten. Anders dan de glad gepenseelde portretten die hij in opdracht maakte, bracht Rembrandt de verf in dit schilderij met het paletmes dik aan. Zo ontstond in de mouw van de man een sculpturaal effect. Sinds jaar en dag wordt dit werk de Joodse bruid genoemd, maar wat stelt deze scène eigenlijk voor?

Een tekening in de opstelling geeft het antwoord. Rembrandt bracht het bijbelse paar Isaäc en Rebecca, als portrait historié, in beeld. De bijbelse geliefden wanen zich onbespied, maar koning Melchisedek kijkt mee (verder lezen: Genesis 26).

Waardering
Gerard de Lairesse omschrijft Rembrand’s techniek in 1707 misprijzend als ‘kladderij’. In zijn Groote Schouwburgh der Nederlantsche Konstchilders en Schilderessen van 1718 beschrijft Houbraken een portret waarin Rembrandt de verf met een ‘metselaarstroffel’ zodanig had aangebracht, dat je het werk zo bij de neus kon optillen. Dat ging vast over Rembrandts laatste zelfportretten, waarin de neus en de rimpels in zijn voorhoofd eveneens geboetseerd lijken. 

Terwijl zijn tijdgenoten de werkelijkheid vooral idealiseerden, bracht Rembrandt zijn wereld levensecht in beeld. Ook de lelijke kanten, zoals te zien in de vrouwelijke naakten. De dichter Andries Pels, noteerde in 1681 dat Rembrandt liever…’een wasvrouw of turftrapster dan een Griekse Venus’… als model gebruikte. Overeenkomstig de werkelijkheid …’met slappe borsten, verwrongen handen; de striemen van het keurslijf op haar buik en de kousenband om het been’…. 

Rembrandt, naakte vrouw gezeten op een verhoging ca 1631, Rijksmuseum Amsterdam

Bikker verklaart waarom. …‘cellulitis bij een model, was voor Rembrandt een speelveld voor licht en schaduw’… Maar vroeger werd dit anders uitgelegd.

Alterstil?

Kunstcriticus Roger de Piles publiceerde in 1669 ideëen over de ontwikkeling van kunstenaars. Ze beginnen in het spoor van hun leermeester, ontdekken vervolgens hun eigen stijl, waarna later het verval intreedt. Aan de hand van Titiaan legt hij het uit. Omdat zijn ogen achteruit gingen en zijn handen trilden hanteerde Titiaan een losse toets. Zijn late werk moet daarom van enige afstand bekeken worden. Ook Rembrandts ontwikkeling werd aldus verklaard. Inmiddels is bekend dat Rembrandt’s vrije stijl niets te maken had met ouderdomskwalen. Zijn losse, ‘ruwe’ toets was louter een artistieke keuze.

Na zijn leertijd bij Pieter Lastman, wiens kleur- en figuurrijke stijl naklinkt in zijn vroege werk, ontwikkelde Rembrandt zijn eigen richting. Door Tobit, Anna en het bokje te vergelijken met Jeremia treurend om de val van Jeruzalem en later werk is zijn indrukwekkende groei goed te volgen. Tussen beide werken zijn maar enkele jaren verstreken, maar ze tonen een wereld van verschil. In de volgende zalen kun je deze ontwikkeling verder volgen.

  • Rembrandt, Tobit, Anna en het bokje, 1626. Rijksmuseum Amsterdam
  • Rembrandt, Jeremiah treurend om de val van Jeruzalem, 1630, Rijks Museum Amsterdam

Portretten in Amsterdam
In 1632 verruilt Rembrandt Leiden voor het welvarende Amsterdam. Ook al werd het schilderen van portretten door kunstcritici minachtend als een zijweg der kunsten beschouwd, Rembrandt schilderde ze graag. Met het zwierige zelfportret waarin Rembrandt zijn vaardigheid als portretschilder afficheert hoopte hij potentiële opdrachtgevers aan te trekken.

Rembrandt Zelfportret in de gedaante van een flamboyante dandy, 1631- 1633. Rijksmuseum Amsterdam

De eerste cliënt die de weg naar Rembrandt’s atelier wist te vinden was de doopsgezinde bonthandelaar Nicolaes Ruts (1574-1638) Het levendig geschetste karakter en de prachtige stofuitdrukking op diens portret bleven niet onopgemerkt. Ook de remonstrantse predikant Johannes Wttenbogaert (1577-1644) liet zich door Rembrandt vereeuwigen. Als dit werk kon spreken zou menige hedendaagse toeschouwer met stomheid geslagen zijn bij het horen van zijn geschiedenis. Om zijn geloofsovertuiging verbannen uit het verleden land waarover je meestal alleen maar verhalen over verdraagzaamheid hoort. Het land waar Johan van Oldenbarnevelt om diezelfde overtuiging door zijn contra-remonstrantse tegenstander Prins Maurits op het schavot belandde. Een zwarte bladzijde in onze vaderlandse geschiedenis. Museum Flehite in Amersfoort, waaréOldenbarnevelt werd geboren, besteedt aandacht aan deze historische gebeurtenis met een tentoonstelling. Te zien vanaf zijn 400e sterfdag 13 mei, deze dag is tevens het begin van andere activiteiten in Amersfoort ter herdenking van deze staatsman.

Portret van de 76-jarige dominee Uyttenbogaert, 1633. Amsterdam, Rijksmuseum.

Rembrandt en Saskia
 …‘Verliefd, verloofd, getrouwd, gescheiden’…die opzegger uit mijn kindertijd ging niet op in de Gouden Eeuw. In een enkel geval bood scheiding van tafel en bed de oplossing voor een slecht huwelijk, maar tot de dood ons scheidt was gebruikelijker…en die dood kwam vaak te vroeg. In het kraambed of al in de wieg, zoals t/m  17 maart te zien was in de tentoonstelling Rembrandt & Saskia; liefde in de Gouden Eeuw. Titus bereikte de volwassen leeftijd, maar ook hij is evenals zijn moeder niet oud geworden. Het percentage kindersterfte was hoog. Een medebezoekster van de tentoonstelling spelde mij een ‘geheim’ op de mouw: ‘jongetjes kregen meisjeskleren aan om de dood te misleiden.’ Had de dood het dan eerder gemunt op jongetjes?
Het heeft hoe dan ook weinig geholpen. De vroege dood was zichtbaar in een reeks familieportretten. Wybrandt de Geest, Lambert Jacobsz en Abraham van den Tempel vereeuwigden trotse ouders met hun kroost. De overleden kindertjes als engeltjes of herkenbaar aan bloemenkransjes op hun hoofd. Soms ook solitair in ontroerende post mortem portretje.

Portretten
Om zijn verloving met de Friese burgemeestersdochter Saskia van Uylenburgh te memoreren schetste Rembrandt op 6 juni 1633 dit lieflijke portretje van zijn aanstaande. Over de authenticiteit hier geen twijfel:        … ‘Dit is mijn huysvrouw 21 jaar oud  op de 3e dag van onze verloving’…

Rembrandt, Portret van Saskia van Uylenburgh, 1633, Kupferstichkabinet. Staatliche Museum zu Berlin.

De monumentale portretten van Marten Soolmans en Oopjen Coppit van een jaar later, zijn spectaculair. Dit formaat was voorbehouden aan vorsten en leden van hoge adel. Een blik op het schoeisel van Marten maakt duidelijk waarom de voeten er ook op moesten!

Let op de vloer waarop ze staan, het contrast tussen die chique schoenen en de gebarsten tegels en Rembrandt’s geraffineerd en tegelijkertijd bedrieglijk weergegeven ongedefinieerde achtergrond die rond Martens hoofd dichterbij lijkt dan de achter hem op een verhoging doorlopende tegelvloer.
De zichtbaar zwangere Oopjen draagt modieuze zwartzijden kleding, opgeleukt met strikken en kwikken en kostbare Vlaamse kloskant. Om haar blanke huid te accentueren bracht zij op haar slaap een (opgeplakte) tache de beauté aan!

Tijdens het portretteren van dit paar, aan wie alles over de top is, moest Rembrandt in zichzelf misschien wel een beetje lachen schrijft Bikker. Maar wat een feest om die prachtige stoffen in zoveel tinten zwart en die verfijnde kledingdetails te schilderen. Zie hoe al die van dichtbij onbegrijpelijke verf-toetsjes vanaf een afstandje steeds scherper worden en de suggestie van echt kant op het netvlies toveren.

Rembrandt, Portret Marten Soolmans en Oopjen Coppit, 1634, Rijksmuseum Amsterdam en Musee du Louvre Parijs

Italië 
Rembrandt staat bekend als een non-conformist; hij trok zich nergens iets van aan en reisde ook niet -zoals veel collega’s- naar Italië om inspiratie op te doen. Dat was in zijn geval niet nodig; Italië kwam figuurlijk en letterlijk naar hem toe. 

Onderzoek heeft aangetoond dat Rembrandt wel naar bewonderde Europese en Italiaanse meesters keek. Hij imiteerde hen niet, maar getuige schetsen in de tentoonstelling ontleende hij figuren en composities aan o.a. Rafaël. Conform het klassieke gebruik van emulatio, trachtte hij deze te overtreffen. Een belangrijke inspiratiebron was Caravaggio, zoals in 2006 te zien was in de dubbeltentoonstelling Rembrandt-Caravaggio. Èn onlangs op de Tefaf in Maastricht, waar de Caravaggeske lichtbehandeling en dramatiek in Rembrandt’s Roof van Ganymedes uit de Dresdense Gemäldegalerie Alte Meister niet te koop, maar wel goed te zien was. Geplaatst naast een mogelijke andere inspiratiebron een buste van een huilend jongetje, van tijdgenoot Hendrick de Keyser, dat Rembrandt wellicht kende. In navolging van de groten der Italiaanse kunst, signeerde Rembrandt zijn werk zelfbewust eveneens met alleen zijn voornaam: Rembrant. Aanvankelijk zonder ‘d’!

De faam van de Hollandse meester was doorgedrongen in Italië. Het door de Siciliaan Don Antonio Ruffo bestelde doek met Aristoteles en de buste van Homerus, bevindt zich thans in The Metropolitan in New York. De groothertog van Toscane, Cosimo III bezocht Rembrandt in zijn atelier. Omdat de pittore olandese de eerste keer geen werk in stock had, kwam hij in 1669 terug. Het zelfportret van Rembrandt dat hij meenam naar Italië, is in Florence in de Uffizi te zien.

Uit de mode
Door een algemene smaakverandering nam Rembrandts populariteit gaandeweg af. Vanuit Frankrijk was in de tweede helft van de 17e eeuw een nieuwe academische mode overgewaaid: het classicisme. Opdrachtgevers gaven de voorkeur aan gelijkmatig belichte portretten en historiestukken geschilderd in heldere kleuren. Doordat Rembrandt zijn palet van warme herfsttinten niet aanpaste, raakte hij bij velen uit de gratie en in de tweede helft van de 17e eeuw ook uit de mode. Maar in de 19e eeuw, ten tijde van de Romantiek, kreeg het publiek weer belangstelling voor de Gouden Eeuw. Met zijn romantische geëtste landschappen en gepassioneerd gepenseelde protagonisten maakte Rembrandt zijn come-back.

Maar tot het laatst ontving hij opdrachten zoals we nog zullen zien en qua tekentechniek was hij zijn tijd ver vooruit. Tussen de talrijke, soms zeer humoristische etsen en schetsen ontdek ik er eentje in pen en bruine inkt uit 1641, waarop zeer fragmentarisch een man is neergezet die op een paard wordt geholpen. Overal elders zou ik dit voetstoots hebben aangenomen voor een schets van Picasso!  

Rembrandt, man helpt ruiter te paard, 1640 -1641, Rijksmuseum Amsterdam

Ik kom nog even terug op de mythe dat Rembrandt die als miskend genie arm aan zijn einde zou zijn gekomen. Gedurende zijn hoogtijdagen, maar ook later ontving hij veel geld voor zijn werk. Dat hij later in financiële moeilijkheden kwam was deels het gevolg van de recessie veroorzaakt door de Eerste Engelse Oorlog (1652-54), maar het was deels ook eigen schuld. Rembrandt had een gat in zijn hand. Hij kwam steeds weer in de verleiding om aankopen te doen voor zijn Constcamer. Een verzameling rariteiten bestaande uit artificialia, door mensenhand vervaardigde objecten en naturalia: kostbare voortbrengselen der natuur. Deze fungeerden als rekwisieten in Rembrandt’s atelier. Zo spendeerde hij destijds het enorme bedrag van 1.400 gulden aan veertien prenten van Lucas van Leyden. In 1659 toen hij financieel aan de grond zat, werd de waarde van de Constcamer geschat op 11.000 gulden en voor zijn collectie schilderijen werd 6.400 gulden genoteerd. Bepaald arm was Rembrandt dus niet.

In de huidige tentoonstelling geven de onderstaande twee tekeningen een idee van deze zogenoemde rariteiten. Grappig woord trouwens, dat niet staat voor iets geks. Het is afgeleid van het latijnse woord voor iets zeldzaams: rarus.

  • Rembrandt, de schelp (Conus Marmoreus) 1650, Rijksmuseum Amsterdam
  • Rembrandt, Sjah Jahan met zijn zoontje, 1649, Rijksmuseum Amsterdam .        

Op het hoogtepunt van zijn roem, vlak voor voltooiing van de Nachtwacht in 1642, kwam Saskia, kort na de geboorte van Titus, te overlijden. Twee maanden later werd Rembrandts magnum opus, het wereldberoemde portret van de Officieren en Schutters van wijk II onder leiding van kapiteitn Banning Cocq en zijn luitenant van Ruytenburgh, beter bekend als de Nachtwacht in het ‘clubhuis’ van deze afdeling van de burgerwacht, de Kloveniersdoelen geplaatst. Desondanks waren  Rembrandt’s handen gebonden. Het duurde lang voor hij weer kon werken

We maken  een sprong in de tijd. Na zijn faillissement in 1656 moest Rembrandt zijn mooie woning aan de Anthonie Breestraat verruilen voor een eenvoudig huisje aan de Rozengracht. Titus en Hendrikje, de vrouw die als verzorgster van Titus met het gezin was meegegroeid, runden de werkplaats annex kunsthandel. Rembrandt krabbelde overeind en maakte zijn mooiste laatste werken, de Joodse Bruid en een portret van de zogenoemde waardijns (keurmeesters) van het lakengilde, bekend als de Staalmeesters uit 1662.

  • Rembrandt, De Staalmeesters 1662 Rijksmuseum Amsterdam
  • Frans Hals , Regenten van het Sint Elizabeth gasthuis 1641, Frans Hals Museum Haarlem

Mooi, maar het idee voor deze wegens de beweeglijke en originele compositie veel geprezen groepsportret deed Rembrandt op van een twintig jaar ouder portret van de Regenten van het Sint Elizabeth gasthuis (1641) door Frans Hals.

Enkele jaren eerder portretteerde Rembrandt zijn zoon Titus als Franciscaner Monnik. Het lijkt of Rembrandt de Fioretti van San Francesco letterlijk in beeld heeft gebracht. Mooi ter illustratie van de gedachte dat het historiestuk als belangrijkste vorm van schilderkunst werd beschouwd. Zowel voor het maken als voor het begrijpen van een historiestuk is kennis nodig. Wellicht kende Rembrandt de volgende passage uit Franciscus biografie: de Fioretti di San Francesco… waarin vermeld wordt dat Franciscus rond 1211 veertigdagen en nachten vastte op een onbewoond eiland: …’in een dichtbegroeid gedeelte van het bos, dat helemaal overwoekerd was met doornstruiken en andere kruipplanten die een soort van hut vormden, begon hij te bidden en over goddelijke zaken te mediteren’…

Titus in de gedaante van een Franciscaner Monnik, 1660 Rijksmuseum Amsterdam.

In de Anthonie Breestraat bevond zich een Fransciscaner schuilkerk. Het is mogelijk dat Rembrandt het portret van Titus voor de Franciscanen heeft geschilderd. Een ontroerend portret. Titus wilde ook graag schilder worden. Hij had echter, aldus Bikker, niet het ‘superieure DNA van zijn vader geërfd’. Maar hij had andere kwaliteiten, zoals we eerder hebben gezien en als model was hij een inspiratiebron voor zijn vader.

Rembrandt van Rijn, zelfportret 1669. Museum Het Mauritshuis Den Haag

We begonnen met Rembrandt’s vroegste beeltenis en eindigen met zijn laatste zelfportret uit 1669, misschien wel het doek dat je liggend op de grond zo bij de neus kunt oppakken.

Bibliografie

D. Bull e.a., Rembrandt en Caravaggio. Rijksmuseum, Amsterdam, 2006.

M. Stoter, Rembrandt & Saskia, Liefde in de Gouden Eeuw. Fries Museum, Leeuwarden, 2018.

E. Runia, Rembrandt’s Social Network: familie, vrienden etc. Rembrandthuis, Amsterdam, 2019.

J. Bikker, Rembrandt: biografie van een rebel. Rijksmuseum, Amsterdam. 2019.

Links:

Artikel Marina over High Society waarin Marten en Oopjen

Virtuele anatomische les van Dr. Tulp via Apple App Store of Google Play Store

Amersfooort Museum Flehite, tentoonstelling Johan van Oldenbarnevelt