Charley Toorop; liefde voor van Gogh. Tot en met 14 september in het Kröller-Müller Museum, Otterlo.

Charley Toorop, zelfportret tegen palet, 1934, Museum Kröller Müller, Otterlo

Ons land is rijk aan exposities van oude en eigentijdse kunst. De getoonde werken zijn vaak niet alleen een lust voor het oog; ze openen onze blik ook voor het zien van verbanden. Dat Vincent Van Gogh van invloed was op tal van kunstenaars is bekend. Voor twee van hen fungeerde hij letterlijk en figuurlijk als artistiek kompas. Anselm Kiefer, wiens indrukwekkende werk dit voorjaar in een dubbeltentoonstelling te zien was, reisde in zijn jonge jaren in het voetspoor van Van Gogh naar Arles. Kiefers onmiskenbaar op zijn voorganger geïnspireerde tekeningen waren in het Van Gogh museum te zien. Het is wellicht minder bekend, maar ook Charley Toorop (1891-1955), de getalenteerde dochter van Jan, reisde Van Gogh achterna. In 1922 trok zij naar de Borinage. Evenals Van Gogh, die in 1880 als lekenprediker in de Belgische mijnstreek werkte, legde zij de robuuste, door een hard bestaan getekende koppen vast. Ook zij voorzag deze impressies vaak van een spirituele ondertoon. Hier ontdekte Toorop wat zij wil:

’het leven in z’n volle gestalte te geven – God in iedere stof te zien, hoe dan ook uitgebeeld’…   

Deze woorden echoën na bij het zien van haar doek met twee mijnwerkersvrouwen in de Borinage uit 1922. Toorop vereeuwigde daar ook de eigenares van een logement samen met haar dochter. Gasten konden in het etablissement eten, drinken en desgewenst gebruik maken van de diensten van de dochter des huizes. In de fysionomie heeft Charley de onontkoombare lotsbestemming van beide vrouwen treffend weergegeven. 

Charley Toorop, De bazin en haar dochter, 1922. Doek 92 x 79 cm. Museum Kröller-Müller, Otterloo

Van Gogh en Toorop waren niet de enigen die compassie voelden met de arme bevolking van de Borinage. In 1934 maakte Joris Ivens een nog altijd aangrijpende documentaire over het armoedige bestaan van de stakende mijnwerkers. . Zoals Charley hun armoedige bestaan met haar penseel in een niets verbloemende rauwe stijl vastlegde, schilderde de cineast dat leven met bewegende beelden.

Levenslange fascinatie voor Vincent van Gogh
Charley Toorops bewondering voor Van Gogh was in het atelier van haar vader ontstaan. Jan Toorop kreeg al vroeg oog voor Van Goghs visionaire schilderstijl. Sinds 1892 was hij betrokken bij de eerste tentoonstellingen van zijn werk. Ook de kunstkenner en adviseur van Helene Kröller-Müller, Hendrik P. Bremmer, ontdekte enkele decennia later de vernieuwende artistieke kwaliteiten van Van Gogh. En in Charley herkende hij zelfs Van Goghs opvolger. Op Bremmers advies kocht Helene Kröller- Müller werken van haar hand. De meeste zijn niet op zaal te zien, maar voor deze tentoonstelling hebben Charley’s schilderijen het depot verlaten. Aangevuld met bruiklenen geven ze een goed overzicht van haar ontwikkeling. Haar inspiratiebron is direct zichtbaar. Niet alleen in de schilderijen en schetsen die zij maakte in de Borinage, maar ook in haar latere Zonnebloemen en  Korenschoven in Zeeland. 
 

Charley Toorop, Korenschoven in Zeeland, 1933. Doek 91 x 110 cm. Collectie Centraal Museum Utrecht. Bruikleen Stichting van Baaren. Foto Anda van Riet
Charley Toorop Zonnebloemen 1940 olieverf op doek, Stedelijk Museum Alkmaar

De artistieke verwantschap tussen Van Gogh en Charley Toorop is niet iets van conservatoren onder elkaar; als leek zie je het ook en Charley zei het zelf. In een interview vertrouwde ze de toenmalige directeur van Kröller-Müller Bram Hammacher, toe:    …‘Vincent van Gogh was er voor mij al vóór ik begon te schilderen, eigenlijk bij mijn bewustwording’…

Vooral ‘zijn diepe barre liefde’ voor de realiteit, de mens en de natuur’ raakte haar. De zoektocht naar de mentale gesteldheid van de mens zou ook haar drijfveer worden. De bevindingen vertaalde zij evenals van Gogh in een realistische en tegelijkertijd bezielde vormentaal, waardoor zij door een eigentijdse criticus als …’de voorvrouw van de moderne figuratieve kunst’…werd gezien.

Toen zij Van Goghs tekeningen en schilderijen in een naoorlogse tentoonstelling in Amsterdam zag ervoer Toorop een enorme verwantschap. Dit overkwam haar in 1951 weer tijdens een bezoek aan het Parijse Musée de Jeu de Paume. De impressionisten die ze bij die gelegenheid zag vond ze prachtig, maar het zelfportret van Van Gogh bleef nog lang op haar netvlies gebrand. Ook de Brabantse schilderijen die ze in 1953 in Museum Boijmans van Beuningen zag maakten diepe indruk. Aan het begin van de huidige expositie zie je Toorops verbeelding van Het Gezin, dat qua onderwerp en licht-donker behandeling duidelijk op Van Goghs Aardappeleters geïnspireerd is.  

1.Charley Toorop, Het Gezin, 1920. Doek 142 x 143 cm. Museum Kröller-Müller, Otterloo 2. Vincent van Gogh, De aardappeleters, 1885. Doek op paneel 74 x 95 cm. Museum Kröller-Müller, Otterloo

Tweesprong
Toen de muzikaal getalenteerde Charley zich in 1917 gesteld zag voor de keuze doorgaan als musicus of als beeldend kunstenaar gaf Van Gogh de doorslag. De gekozen weg bleek niet gemakkelijk. Als jonggehuwde vrouw kreeg ze kort op elkaar 3 kinderen. De verzorging en opvoeding kwam geheel op haar neer, want hun vader Henk Fernhout kon niet van de fles afblijven. In de onlangs op deze site besproken tentoonstelling Good Mom/Bad Mom hangt een zelfportret van Charley Toorop met haar kinderen. Getoond naast een portret dat zij maakte van Mevrouw van Ravesteyn met haar kroost. Een anekdote illustreert de toen lastige combinatie van werken en moederen. Zonder opvang hield ze haar kinderen voor een studiereis naar Parijs gewoon van school. Het kwam haar op kritiek te staan, maar de kinderen hadden vast geen bezwaar.

Domburg 
In de zomers van de vroege twintigste eeuw was Jan Toorop (1858-1928) vaak in het landelijke Domburg te vinden. Weg van de grote stad en de elders toenemende industrialisatie. Sociaal geëngageerd schilderde hij het eenvoudige leven van de hardwerkende boerenbevolking. Via haar vader en zijn schilderende vrienden kwam Charley in aanraking met eigentijdse stromingen als het kubisme en expressionisme. Ze zag werk van Bart van de Leck, Jacoba van Heemskerck, Ferdinand Hart Nibbrig en Piet Mondriaan met wie ze bevriend zou raken. In Domburg vonden zij tal van inspiratiebronnen; landschappen, duin- en dorpsgezichten, boerderijtjes en de eenvoudige veelal in streekdracht geklede lokale bevolking. Deze kunstenaars vertaalden hun onderwerpen vooral in licht en kleur; een stijl die als luminisme wordt aangeduid. Tijdens de jaarlijkse zomer tentoonstelling was hun werk sinds 1911 te zien in een door Jan Toorop bedacht en door de mecenas Marie Tak van Poortvliet bekostigd tentoonstellingsgebouwtje. Tussen de grote namen hing ook werk van Charley. De oorspronkelijke expositieruimte heeft de tand des tijds niet doorstaan, maar in 1994 is het als onderkomen van het Marie Tak van Poortvliet Museum herbouwd. Aan deze kunstverzamelaar en haar levensgezellin Jacoba van Heemskerck wijdt het Kunstmuseum Den Haag tot 1 maart een groot overzicht. Kunstenaars uit Toorops kring ontwikkelden een eigen stijl. De meest spectaculaire transitie is die van Piet Mondriaan, die in Domburg zijn weg naar abstractie vond, zoals te lezen in mijn bespreking van de tentoonstelling De ontdekking van Mondriaan.

In de tentoonstelling leer je niet alleen Charley, maar ook haar vader en diens schilderende vrienden kennen. In het groepsportret dat Charley tussen 1935-1938 schilderde, bracht zij hen, geschaard rond de ‘kunstpaus’ H.P. Bremmer, treffend gekarakteriseerd in beeld. Charley en haar vader vind je in de bovensten rij. Ook Jan Sluijters, Bart van der Leck en Van Gogh -goed kijken- hebben een plekje gekregen.

Charley Toorop, Portretgroep van H.P. Bremmer en zijn vrouw met kunstenaars uit hun tijd, 1936-1938. Doek 131 x 151 cm. Museum Kroller Muller, Otterloo

Charley bezoekt Parijs en de Mediterranée 
Charley maakte vanaf 1916 deel uit van de kunstenaarsgroep Het Signaal. De leden stond ‘een diepe beleving van de werkelijkheid voor ogen’. Kenmerkend voor hun stijl zijn felle, door zware contouren omlijnde kleurcontrasten. In 1920 vertrok Charley naar Parijs, waar ze het kubisme en het expressionisme ontdekte. In Musée Guimet raakte ze bovendien in de ban van de Romeins-Egyptische dodenportretten uit de Fayoem. Een echo van de onnavolgbare blik waarmee deze doden in de verte staren, is overduidelijk aanwijsbaar in haar zelfportret uit 1922. Door de beeldvullende compositie en de intense concentratie komt de beeltenis indringend over. De enigszins hoekig vormgegeven gelaatstrekken verraden kubistische invloeden. Met het nog net zichtbare palet met penselen maakt ze hier nog een bescheiden statement. In haar Zelfportretten met Palet uit respectievelijk 1932-33 en 1934 laat ze alle terughoudendheid varen.

In totaal maakte zij zeventien zelfportretten. In alle onderwerpt ze zich aan een grondig zelfonderzoek. In een van haar zelfportretten kijkt Van Gogh met een kopie van zijn Zelfportret met grijze vilthoed over haar schouder mee.

Niet zelden weerspiegelen haar zelfportretten een enigszins onheilspellende gemoedsgesteldheid, zoals in haar latere Zelfportret met zwarte hoed en voile,  Zelfportret met wintertakken en heteen-na-laatste Zelfportret in schilderjas.

Nadat zij tweemaal door een beroerte werd getroffen, bleef zij evenals Van Gogh die leed onder mentale problemen, stug doorwerken. Schilderen hield haar op de been. 

Charley Toorop was niet alleen op zoek naar zichzelf. In 1924 schilderde zij een reeks portretten van psychiatrische patiënten. Tijdens de bezoeken aan haar echtgenoot Henk Fernhout in de Willem Arntz Stichting, wekten zij haar belangstelling. Deze portretten confronteren de beschouwer met de zo treffend geformuleerde ongrijpbare kant van de menselijke psyche.

Charley Toorop, Patiënt van het Willem Arntz Huis, 1924. Doek 96 x 75 cm. Museum Kröller-Müller, Otterloo

De onmacht om op rationeel niveau met een geesteszieke om te gaan bracht haar dichterbij van Gogh, maar brak haar op in haar huwelijk met Fernhout. Tegen de ellende van haar toxische huwelijksrelatie bestond maar één medicijn: schilderen. In het stilleven met geraniums, fles bord met messen en broodje verwerkt ze een voorval waarbij Fernhout haar werk met en mes te lijf ging. 

We keren nog even terug naar Parijs. Hier vond zij eveneens types die haar empathie opwekten. Slapende clochards onder de Seinebrug en hologige vrouwen in de bistro’s. Zoals veel tijdgenoten geloofde Toorop in kunst als middel om de maatschappij te verbeteren. Met haar krachtige portretten van de mijnwerkers in de Borinage en de zwervers van Parijs droeg ze bij aan de bewustwording van hun ellende. Via Mondriaan die haar in Parijs aan woonruimte hielp kwam ze in contact met het destijds onder kunstenaars populaire theosofische gedachtegoed. De overtuiging dat alle religies en filosofieën uit een universele bron zijn voortgekomen.

Tijdens haar artistieke ontwikkeling onderzocht Charley Toorop vele schilderkunstige uitingsvormen. Deze leergang resulteerde in een eigen magisch realistische stijl. Bewonderenswaardig wanneer je bedenkt dat ze -afgezien van wat ze in haar vaders atelier opstak- autodidact was.

Na Parijs trok ze verder zuidwaarts. In 1923 reisde Charley naar St-Paul-de-Vence bij Nice. Gezien haar fascinatie voor Van Gogh lijkt een bezoek aan Arles en St-Rémy-de-Provence een volgende stap, maar zover is ze niet gekomen. Ook zonder deze bedevaart wist zij de geest van Van Gogh te vangen. En dat blijft niet onopgemerkt. Een eigentijds kunstcriticus noteerde ….’ze heeft de Provence door zijn ogen gezien’…

In 1924 is ze terug in Zeeland, waar ze vele zomers met haar ouders had doorgebracht. Geïnspireerd op de Brabantse boerenscènes van Van Gogh ontstaan haar met knoestige boeren en struise Zeeuwse boerinnen bevolkte magisch-realistische doeken. Ze schildert deze niet in het mondaine Domburg, maar in het eenvoudige dijkdorp Westkapelle, waar de bewoners in haar ogen nog puur en onbedorven zijn.

Charley Toorop, Aan de toog, Westkapelle, 1933. Doek 122 x 161 cm. Zeeuws Museum. Aangekocht met steun van de Vereniging Rembrandt

Uit de vroege dertiger jaren dateert een reeks litho’s met boereninterieurs en een straatje in Westkapelle. Wanneer kunsthandelaar G.J. Nieuwenhuizen Segaar de in zijn opdracht gemaakte litho’s weigert af te drukken neemt Toorop de productie zelf ter hand. Segaar had het kennelijk goed gezien, want er bestond weinig belangstelling voor de Zeeuwse werken. Na 1933 gooide Charley het daarom over een andere boeg.

Wanneer ze jaren later nogmaals naar Zuid-Frankrijk reist hebben Van Goghs invloeden plaats gemaakt voor de vrolijke toetsen van de (post)impressionisten. In een kleurrijk palet schildert zij de haven en het café van Villefranche-sur-Mer. De in divisionistische stijl geschilderde impressies van de Port de Villefranche en Bar Cosmopolitain zijn in de tentoonstelling te zien. Het zijn geen louter mooie plaatjes. In de ogenschijnlijk onbeduidende namen van de boten verwerkte Toorop een amoureuze herinnering. Cupido, Henri en Les Misérables refereren aan een korte zomerliefde die zij 10 jaar eerder beleefde met de dichter Hendrik Marsman. Het opschrift op de luifels van het café stellen de beschouwer gerust: Tout va Bien. Ze is er weer overheen: Capito…?    

Charley Toorop, Port de Villefranche sur Mer, 1934, Singer Laren

Haar laatste jaren bracht Toorop door in het schilders dorp Bergen aan Zee. Ze nam haar schildersezel mee naar buiten om de natuur direct op het doek te brengen. Van 1935 dateert haar eerste expressieve impressie van voorjaarsbloesem. Niet van de hele boom, maar een close-up waargenomen fragment. Van Goghs invloed is terug. 

Charley Toorop, Oude bloeiende appelboom, 1949. Doek 120 x 90 cm. Museum Kröller-Müller, Otterloo

De rest van haar arbeidzame leven schildert Toorop, geïnspireerd door de seizoenen, vooral bloemen, bomen en winterlandschappen. Zoals het verstilde, door een raam waargenomen uitzicht op een besneeuwde tuin. In de vensterbank plaatste ze prominent een Christusbeeld. Het bijschrift dat hier geen christelijke boodschap aan ten grondslag ligt, lijkt bij een werk dat Charley een jaar voor haar overlijden schilderde, niet erg geloofwaardig.

De tentoonstelling. Charley Toorop. Liefde voor Van Gogh is tot en met 14 september in Museum Kröller-Müller te zien.  

Ga naar de website voor het uitgebreide aanbod aan activiteiten.

Museum Kröller Müller

NB: de toegang tot het Nationale Park de Hoge Veluwe, waar Museum Kröller-Müller ligt, is niet inbegrepen bij het museum ticket.

Zien & Geloven en Zoeken naar Zingeving. Tot begin mei in Rijksmuseum Twenthe Enschede en Museum Kröller Müller Ottterlo.

Ga mee terug in de tijd en ervaar de Middeleeuwse geloofsbeleving!

Zien en Geloven. Met deze woordspeling op de uitspraak van Jezus presenteert Rijksmuseum Twenthe tot en met 4 mei een tentoonstelling rond het beleven van religie in de Middeleeuwen. Bijbelvasten herkennen het fragment waarin de ongelovige Thomas zijn vinger letterlijk en figuurlijk op de zere plek legt: de zijdewond die Jezus aan het kruis was toegebracht. Het tastbare bewijs dat zijn meester echt was opgestaan uit de dood. 

In Twente worden alle zintuigen aangesproken om de Middeleeuwse beleving van spiritualiteit te laten herleven.

Eeuwenoude altaarstukken met knielende opdrachtgevers, miniaturen in gebedenboeken en tal van liturgische en devotionele objecten nemen de bezoeker mee naar Middeleeuwse kathedralen en kapellen. Geluiden, smaken en geuren vervolmaken de lang vervlogen sfeer. Daarmee is de expositie in Twente naar eigen zeggen uniek. Nou ja, bijna uniek. Want in de expositie Zoeken naar Zingeving in Museum Kröller-Müller staat tot half mei de queeste naar spiritualiteit eveneens centraal.

Zaalimpressie Zingeving met beeld van Ossip Zadkine Rebacca foto: Marina Marijnen

Deze intieme tentoonstelling is postuum ingericht naar de persoonlijke visie van de stichter van het museum Helene Kröller-Müller (1869-1939). Tijdens een virtuele reis langs kunstenaars en stromingen wordt de bezoeker uitgenodigd tot nadenken over kunst en het leven. Een andere invalshoek maar ook verwant aan de Twentse tentoonstelling.
Met de oprichting van een museum in de verstilde natuur stond Helene Kröller-Müller in 1938 een ‘centrum voor geestelijk leven’ voor ogen. Een plek waar je in hedendaagse bewoordingen je accu weer kan opladen.

Dat werd voor ons werkelijkheid. Op weg naar het museum brak de grijze hemel ineens open. Indachtig de leus Ars longa vita brevis stapten we in het Nationale Park de Hoge Veluwe uit om tijdens een wandeling te genieten van dit onverwachte geschenk. Met wat fantasie ervoeren we het levensmotto van Helene: Spiritus et Materia Unum; geest en materie zijn één. De doorsnee bezoeker zal de relatie met spiritualiteit en filosofie niet zo een twee drie opvallen, maar deze begrippen vormen de bouwstenen waarmee de collectie is samengesteld. De zaalteksten informeren de bezoeker over Helenes persoonlijk zoektocht naar zingeving. Haar twijfel aan de traditionele christelijke dogma’s werd gevoed door kunstpedagoog H.P. Bremmer.

In de visie van de 17e eeuwse filosoof Spinoza, dat God zich in al het aardse manifesteert, vindt zij in kunst het antwoord op haar vragen. De neerslag van deze overtuiging is te zien in de nu getoonde modernisten die in dialoog gepresenteerd worden met oude Nederlandse en Italiaanse meesters. Pseudo Pier Francesco Fiorentino is vertegenwoordigd met een portret van een onbekende vrouw, in wie Helene in haar fantasie niet alleen Beatrice, de geliefde van Dante herkent, maar ook de gedroomde vriendin, die zij in haar leven mist. Het portret hing boven haar schrijftafel.

Pseudo Pier Francesco Fiorentino, Portret van een Vrouw, ca. 1470.

In de tentoonstellingszalen zijn uit blank hout opgetrokken alkoven geplaatst. Daarbinnen kan de bezoeker zich, al of niet geleid door de woorden van filosofe Désanne van Brederode in de audiotour, concentreren op één van de getoonde topstukken.

Zaalimpressie met Vincent van Goghs Mand met Citroenen en fles uit 1888 en Middeleeuwse Christuskop

De expositie vangt aan met een stilleven van Vincent van Gogh, dat ter overpeinzing wordt getoond naast een Middeleeuwse Christuskop. Via de wandtekst nodigt Helene de bezoeker uit zich in te leven in het gemoed van de man die ons met zijn verfrissende blik op citroenen ‘ten spijt van alles’ nog altijd weet te boeien.

In deze zaal staat een metershoge sculptuur van een Oosterse vrouw met een waterkruik door Ossip Zadkine; de maker van de Verscheurde Stad in Rotterdam. Dit uit één boomstam gesneden beeld stelt de Bijbelse Rebecca voor. De vrouw in wie Abrahams knecht Eliëzer bij een waterput de ideale bruid voor diens zoon Isaac vond. Zij gaf niet alleen hem, maar uit eigener beweging ook zijn kamelen te drinken. Later zou blijken dat Rebecca ook een minder mooie kant had, maar dat is een ander verhaal.

In de navolgende zalen zie je werk van realisten en symbolisten als Johan Thorn Prikker en Jan Toorop, die met zijn betoverende Zang der tijden, de Drie bruiden en Les Rodeurs vertegenwoordigd is. Welhaast psychedelische impressies van …. ja, wat eigenlijk?

Jan Toorop, De drie bruiden, 1892-1893, 78 x 98 cm. Krijt, potlood op papier Kröller-Müller Museum

’Iemand die mij niet ziet in mijn Oosterse gedachtewereld en de bezwerende tekenen niet verstaat die ik in die kunst heb aangevuld, kan mijn werk niet begrijpen’…verduidelijkt Toorop.  

In Otterloo zijn behalve op het Christendom ook op het Hindoeïsme en Boeddhisme geïnspireerde kunstwerken te zien. In Kröller-Müller beperkt de ontmoeting met geloof zich tot zien en overdenken; in Enschede, waar het christendom centraal staat, worden alle zintuigen aangesproken.

Tijdens een voorbezichtiging vertelt conservator Nelleke de Vries dat de eigen collectie en met name de door de oprichter van het museum Jan Herman van Heek verzamelde 140 Middeleeuwse handschriften, het uitgangspunt van de tentoonstelling vormt.

Doorgaans worden Middeleeuwse kunstwerken solitair, los van de oorspronkelijke functie getoond. In Enschede worden ze in de oorspronkelijke context gepresenteerd. Het kijken naar religieuze kunst wordt hier in modieus jargon: een immersieve ervaring!  

Meester van de Levensbron, Gregoriusmis, ca. 1510, paneel, 92 x 78 cm, Museum Catharijneconvent Utrecht

Met de Gregoriusmis uit het Catharijneconvent wordt de oorspronkelijke functie van religieuze kunst in een oogopslag duidelijk. Kniel in de geest naast de anonieme opdrachtgever en kijk eens goed naar de verschillende episodes.

                               Wat zien en ervaren we hier?

De Meester van de Levensbron bracht de legendarische verschijning van Christus aan paus Gregorius (540-604) in beeld. Volgens de katholieke leer verandert de wijn tijdens de eucharistie in het bloed van Christus. Om de twijfel aan dit wonder weg te nemen stroomt het bloed uit de kruiswond in de miskelk. Een tweede straaltje bloed daalt linksonder neer op een naakt mannetje in de hellemond. Het is de ziel van de opdrachtgever, die vereeuwigd in aanbidding, hoopt op een plek in de hemel. Bij het zien van dit detail weerklinkt in mijn auditieve geheugen de smeekbede uit Mozarts Requiem: … Libera eas de ore Leonis….Salva me, Fons pietatis! Bevrijd hen uit de muil van de leeuw… Red mij bron van goedheid… Deze voorstelling nodigt de museumbezoeker uit om -denkbeeldig- de wijn van de eucharistie te proeven. Ook de andere zintuigen worden aangesproken. Raak denkbeeldig het goudbrokaat van het Gregorius kazuifel aan, voel de gloed van het hellevuur, hoor de altaarbel en ruik de zwavellucht van het vagevuur en de geur van wierook. Het welriekende gomhars verdreef niet alleen vieze geurtjes, maar op de rook stegen de gebeden naar de hemel!

Bewonder tenslotte ook de in gouddraad en zijde geborduurde voorstelling  van de Kruisiging op Gregorius gewaad. Deze fungeerde als aandachtspunt voor de gelovigen. De priester stond destijds met zijn rug naar hen toe. De kerkgangers hadden iets om naar te kijken, want van de Latijnse mis verstonden ze niets! Een kazuifel uit de rijke collectie van het Catharijneconvent had hier niet misstaan.

Bezien door de huidige bril zijn de getoonde objecten voor de meeste mensen niet meer dan kunstwerken, maar voor Middeleeuwse gelovigen vormden ze een medium om verbinding te maken met het hogere. De tentoonstelling bevat geluiden en tastbare objecten voor een extra dimensie. Ook de reukzin wordt bediend. Flacons met knijpbolletjes produceren een pufje middeleeuwse putlucht, wierook of bloemengeur.

De tentoonstelling is thematisch ingericht naar de volgende onderwerpen:  Zien & Geloven, Lezen & Bidden, Pelgrimsreizen, de Mis als theater, Hemelse Muziek en de Dood.   

De lijdende Christus als inspiratiebron voor meditatie en gebed. 
Bij het zien van het overweldigende aantal aan het geloof gerelateerde objecten wordt een ding duidelijk. Anders dan de hedendaagse mens, die vooral bezig is met het leven vòòr de dood, was de Middeleeuwer als viator mundi, bovenal gepreoccupeerd met het leven de dood. De aardse pelgrim op weg naar het hemelse vaderland probeerde zich het lijden van Christus in te leven. Zijn kruisdood werd niet alleen als een daad van uiterste opofferingsgezindheid gezien, maar bood de gelovigen troost en de mogelijkheid om de eigen levensomstandigheden te relativeren. Ook al was het leven zwaar, bij het besef dat Jezus met zijn offerdood vrijwillig had geleden, viel de eigen ellende in het niet.

Albrecht Bouts (toegeschreven), Christus met de doornenkroon, vr. 16e eeuw. Paneel, 33 x 24 cm, Rijksmuseum Twenthe, Enschede

Schilderijen en sculpturen van Jezus fungeerden als aandachtspunt voor meditatie en gebed. In de loop van de Middeleeuwen veranderen de afbeeldingen van Jezus als een almachtige koning in meelijwekkende, toegankelijker beelden van een lijdende sterveling. Zoals de Man van Smarten door Albrecht Bouts. In het Getijdenboek van de Adair Meester zie je een bizar voorbeeld van Middeleeuwse symboliek: een miniatuur van Christus in de mystieke wijnpers, waarin zijn bloed vers van de pers in een miskelk wordt opgevangen.   

Meester van het Adair Getijdenboek, Christus in de wijnpers, ca. 1490, verluchting op perkament, 16,2 x 11,1 cm, Universiteit van Amsterdam, Hs. BPH 131, fol. 99v.
Keulen, Christus in de wijnpers, ca. 1450­1500, verluchting op perkament, 12 x 8,7 cm, Bijzondere Collecties van de Radboud Universiteit, Universiteitsbibliotheek Nijmegen, Hs. 292, fol. 181r.  

Een persoonlijk hulpmiddel om je in te leven in het lijden van Christus was de zogeheten gebedsnoot van niet veel meer dan 7 bij 5 cm. Gebedsnoten los meegedragen of bevestigd aan een gebedssnoer waren steeds binnen handbereik om je op een intiem moment over te geven aan meditatie en gebed. Bij het geopende exemplaar met een vrouwenhoofd kun je je ogen niet geloven. Binnenin ontvouwt zich een wonder in de vorm van twee uiterst gedetailleerde op miraculeuze wijze gesneden passie scènes. Ter verhoging van de zintuigelijke beleving mag je een kopie van zo’n gebedsnoot aanraken.  

Gebedsnoot in de vorm van het hoofd van Maria: gesloten staat, 16de eeuw, buxushout, 6,7 x 5,2 x 5,2 cm, Museum Schnütgen, Keulen
Gebedsnoot in geopende staat, 16de eeuw, buxushout, 6,7 x 5,2 x 5,2 cm, Museum Schnütgen, Keulen

Alle getoonde religieuze objecten en handelingen waren gericht op het verwerven van een plekje in de hemel. De kans daarop kon je bevorderen door veel te bidden, het maken van een pelgrimsreis en het doen van goede werken. Op een vroeg zestiende-eeuws paneel van de Meester van de Levensbron worden ze op een rijtje gezet: het voeden van de hongerigen, het laven van de dorstigen, het verzorgen van zieken en het bezoeken van gevangenen om er enkele te noemen. Wanneer het levenseinde naderde was het zaak om je met een uitgave van de Ars Moriendi -de kunst om goed te sterven- op een goede dood voor te bereiden. Middeleeuwers waren als de dood voor een plotseling einde. Als je stierf zonder je zonden te hebben gebiecht ging je, zo geloofde men, regelrecht naar de hel. In het gunstigste geval moest je voor je zonden langer boeten in het vagevuur, de plek waar je ziel volgens de apostel Paulus door vuur werd beoordeeld. Waren je zonden uitgeboet dan mocht je hopelijk door naar de hemel. Een illustratie in de Ars Moriendi toont hoe een engel en een duivel strijden om de ziel van de overledene. De angst voor een slechte dood zat er zo diep in dat eigenaar de duivel heeft weggewreven!

Vlaamse Meester, Getijdenboek van ca. 1480. Perkament 17 x 12,5 cm. HieronymusMuseum Catharijneconvent

Boeken
Boeken vormen een belangrijk onderdeel van de expositie ook al worden geen 150 exemplaren getoond, zoals onlangs in een recensie in de NRC te lezen was. Voor de uitvinding van de boekdrukkunst werden ze met de hand geschreven. In koude scriptoria met verkleumde vingers waren kloosterlingen uren achtereen bezig met het  spreekwoordelijk geworden ‘monnikenwerk’: het kopiëren van teksten. De bewondering die je ervaart bij het zien van de gebedenboeken met fraai versierde pagina’s neemt toe wanneer je bedenkt onder hoeveel handen deze tot stand zijn gekomen. De invulling van het nog blanke perkament (geprepareerde dierenhuid) begon met het werk van de scriptor die de hoofdtekst in zwarte inkt noteerde. Daarbij liet hij ruimte open voor de rubricator die bepaalde tekstgedeelten in rode inkt markeerde. Een volgende hand voegde de versierde hoofdletter toe, waarin soms een kleine geheiligde afbeelding was verwerkt: een zogeheten gehistorieerde initiaal. Tenslotte werden de marges versierd, terwijl de miniatuurschilder aan het begin van een nieuw hoofdstuk -afhankelijk van de financiële draagkracht van de opdrachtgever- een pagina vullende afbeelding toevoegde.  

Jan van Eyck, Hiëronymus in zijn studeerkamer, ca. 1395­1441, olieverf op papier en paneel, 31,9 x 24,4 x 4,8 cm, Detroit Institute of Arts, Detroit

In de late Middeleeuwen nam de geletterdheid zowel bij mannen als bij vrouwen toe. Dat was niet alleen van belang in het werkzame leven, maar ook om nader tot God te komen. Tegenwoordig kennen we de leus wie schrijft, die blijft, maar in de 15e eeuw wist men: …’die vele leest hi es te vroeder’.. Wie veel leest wordt wijs, ontvangt goddelijke genade en -ook niet onbelangrijk- lezen zou zonden verdrijven! Deze overtuiging wordt in de tentoonstelling geïllustreerd met heiligen als Hieronymus (347-­420) en Antonius (251-356) die respectievelijk lezend in een studeervertrek of afgezonderd in de natuur zijn weergegeven.  
Ook de Maagd Maria is veelvuldig met een boek in beeld gebracht. Talrijk zijn de afbeeldingen van de Annunciatie, waarbij de rust van Maria verstoord wordt door de aartsengel Gabriel die plots klapwiekend binnenkomt met de blijde, doch verontrustende boodschap dat ze moeder zal worden van Gods Zoon.

Getijdenboek. Verluchting met de Annunciatie ca. 1500, perkament, 25 x 12 x 20,5 cm, Tournai, KB, Nat. bibliotheek, Den Haag, Hs. 76 G 4, fols. 29v­30r

De woorden van de engel: Ave Maria, Gratia Plena vormen het uitgangspunt voor het rozenkrans gebed. Met dit gebedssnoer, dat vaak is afgebeeld op stichtersportretten, repeteerde de gelovige de tot Maria en God de Vader gerichte gebeden.

Zwarte-ogen-meesters, Gebedenboek, detail Pater Noster en Ave Maria, ca. 1480-1510. KB, Nationale bibliotheek Den Haag, Hs. 135 E 19 fol. 25 v.

Ook in het verre verleden hadden mensen behoefte om snel een notitie te maken. In de tentoonstelling zie je een voorbeeld van de Middeleeuwse I-Pad. Een mooi gesneden ivoren diptiekje dat bestreken met was gebruikt werd om notities te maken met een stilus. Fascinerende gedachte dat Johanna van Harcourt (1372–1456), echtgenote van Willem II (1355­-1418), graaf van Namen ruim 600 jaar geleden haar boodschappen of gedachten op dit kleinood noteerde.

Parijs, Schrijftableau met religieuze voorstellingen van Tristan & Isolde en reisetui, ca. 1330-­1340, ivoor, zilver en leer, TreM.a ­ Musée des Arts anciens du Namurois, Namen.
Mr van Viborg, Sculptuur Profeet uit altaarretabel van de Kreuzbrüderkirche in Keulen, 1515-1520. Gepolychrom.eikenhout 57 x 26 x 9 cm. Museum Schnütgen, Keulen.

Brillen en Grote Letter bibliotheek
Brildragers weten hoezeer slechtziendheid je leven beïnvloedt. De uitvinding van de bril rond 1280 betekende een enorme doorbraak. Deze gebeurtenis wordt gemarkeerd met een in onze ogen geestige sculptuur van een bebrilde profeet. De uitvinding was niet alleen fijn voor slechtzienden, maar drukte ook de kosten van het kostbare perkament. In plaats van gebedenboeken met grote letters van bijna een centimeter groot, zoals het zojuist besproken gebedenboek met afbeelding van de Annunciatie, konden nu manuscripten met kleine letters worden afgeschreven. Boeken werden niet alleen gelezen. De afbeeldingen met Jezus, Maria en geliefde heiligen werden door de gelovigen ook aangeraakt en gekust. In de expositie zie je diverse objecten en handschriften die slijtage vertonen. Een missaal uit Huis Bergh, dat fungeerde als handleiding voor het vieren van de mis vertoont vlekken. Deze zijn paradoxaal genoeg ontstaan als gevolg van de in rode inkt genoteerde instructie dat de priester alvorens de eucharistie te vieren zijn vingers moet wassen in ablutione digitorum.

Missaal met instructies voor het wassen van de handen in rood, Johannieters, 1469. Perkament. 39 x 30 x 11 cm. Coll. Huis Bergh, s-Heerenberg

Door herhaaldelijk strelen van geliefde heiligen of het expres wegvlakken van duiveltjes, zijn verschillende figuren vrijwel geheel verdwenen, zoals in een miniatuur met de tenietgegane afbeelding van Maria in een Brugs gebedenboek. 

Gebedenboek, Maagd Maria, Brugge, 1401-1415. Perkament 14,5 x 22 cm. Bisschoppelijk Semnarie, Brugge
Pietà, ca. 1400, elzenhout, 79 x 66,5 x 39,5 cm, Collectie Bonnefanten, Maastricht. Langdurig bruikleen Suermondt-­Ludwig­Museum, Aachen

Processies, passiespelen en andere rituelen 
Een interessant aspect van Middeleeuwse devotie vormen processies en passiespelen. Op de zondag voor Pasen, Palmpasen, werd de intocht van Jezus in Jeruzalem herdacht. Een groot beeld van Christus op de ezel werd door de straten voortgetrokken, toegezongen door met palmtakken zwaaiende gelovigen. Op Goede Vrijdag werd de kruisdood met de graflegging herdacht, gevolgd door de Verrijzenis op Paaszondag. Dit ritueel wordt met een zogeheten Pieta toegelicht; een sculptuur van de Maagd Maria die haar dode zoon op schoot heeft.

Bij de kersttijd hoorde een vrolijk ritueel: het zogeheten Kindje Wiegen. Beeldjes van het Kindje Jezus werden door nonnen in een wiegje gelegd, dat vervolgens zachtjes heen en weer werd bewogen. In de opstelling zie je enkele Christuspopjes en een zilveren wiegje.   

Kunstenaar onbekend, Kerstwieg (Jésueau), (verguld) zilver. Luik, vroege 15e eeuw. TreM.a–Musée des Arts Anciens du Namurois, Namen

Het kindje Jezus inspireerde verschillende schilders tot lieflijke verbeeldingen. Tijdens de rust op de vlucht naar Egypte laat Dirck Bouts hem even spelen. Op schoot bij zijn moeder probeert hij een vogel aan een touwtje te lokken met een kers. De meervoudige symbolische betekenis van de kers was destijds alom bekend. Kersen werden gezien als hemelse vruchten, ze konden symbool staan voor de Annunciatie, maar wegens de bloedrode kleur ook voor het lijden van Christus.
Een ander belangrijk door nonnen beoefend ritueel vond in augustus plaats: de Kroning van Maria tot Koningin van de hemel. Als bemiddelaarster tussen haar hemelse familie en de gelovigen op aarde was zij bijzonder geliefd. Dit feest wordt geïllustreerd met een laat 15e eeuws gebeeldhouwd reliëf door een navolger van Veit Stoss uit de collectie van Huis Bergh.

Atelier van Dirk Bouts, Maria met Kind, gezeten op een zodenbank (detail), ca. 1450, tempera en olieverf op paneel, 41,2 x 29,6 cm, Rijksmuseum Twenthe, Enschede

Pelgrimstochten                                                                                                  
In de hoop op vergeving van zonden of genezing trokken gelovigen in de Middeleeuwen de stoute schoenen aan om gesteund door de beschermheiligen Christoffel en Jacobus de Meerdere, een pelgrimsreis te maken naar een kerk met belangrijke relieken. De Middeleeuwer was er heilig van overtuigd dat de helende kracht van de overleden martelaar in zijn of haar stoffelijke resten en persoonlijke bezittingen, op aarde was achtergebleven.

In Rome werd behalve de relieken van de apostel Petrus ook de wonderdadige Zweetdoek van Veronica met de gelaatstrekken van Jezus bewaard. Het graf van Jacobus de Meerdere in Santiago de Compostela was en is nog steeds een geliefd bedevaartsoord. Dichter bij huis kon je in Tongeren een fragment van de hoofddoek van Maria bewonderen. Deze reliek is nu in Enschede te zien.

Reliekhouder met een fragment van de sluier van Onze-Lieve-Vrouw, ca. 1401-1410. Zuidelijke Nederlanden. Tempera op paneel, zijde, goud, koper, parel en linnen. Eigendom
O.-L.-V.-Geboorte Basiliek, Tongeren

In talloze kerken werden relieken van het Heilig Kruis bewaard. Op een van de wanden wordt een fragment uit de film De Naam van de Roos geprojecteerd. De hoofdrolspeler William van Baskerville waarschuwt zijn pupil Adson, dat hij niet te veel geloof moet hechten aan relieken van het Ware Kruis. Als ze allemaal echt zouden zijn ontstond er een heel woud van heilige bomen!

Jacobus de Meerdere, 15e e. eikenhout, 138 x 24 x 28 cm. RM Twenthe. Met pelgrimsinsigne op zijn hoed

Na voltooiing van een bedevaart brachten gelovigen reli-souvenirs mee. Metalen pelgrimsinsignes met de beeltenis of het attribuut van heiligen, aan wie wonderdadige kracht werd toegekend, zoals de Sint Jacobsschelp op de hoed van de gelijknamige heilige die in Santiago de Compostela wordt vereerd.

Op een 15e- eeuws paneel uit Madrid zie je hoe een pelgrim, die zo te zien nogal wat ontberingen heeft doorstaan zo’n insigne krijgt aangereikt.
Het geloof in de kracht van heiligen bereikt een bizar hoogtepunt in het nuttigen van zogeheten Schluckbilder. Prentjes met afbeeldingen van heiligen die in de hoop op genezing werden opgegeten.

De hoopvolle verwachting op een plek in het hemelse paradijs tenslotte wordt op indrukwekkende wijze verbeeld in twee vroeg-16e eeuwse panelen van de Haarlemse schilder Jan Mostaert. Op het linker paneel uit de eigen collectie is de zogeheten Nederdaling ter Helle te zien, waarbij Christus verschillende rechtvaardige figuren uit het Oude Testament bevrijdt. Zij leefden lang voor de Zoon van God op aarde kwam, zoals beschreven in het Nieuwe testament, waardoor zij de door de Heiland geschonken verlossing niet konden ervaren. In deze scène worden Adam, Eva, en koning David alsnog gered uit uit het voorgeborchte van de hel; een schemergebied tussen hel en hemel.

Om de wachttijd te verzachten zorgden Engelen voor de muzikale omlijsting. De rechtervleugel uit de collectie van het Madrileense Museum Thyssen Bornemisza zie je de gelukzaligen die in de hemel zijn toegelaten. De biddende vrouw is waarschijnlijk een portret van Maria van Bourgondië, de moeder van Margaretha van Oostenrijk voor wie Mostaert het diptiek vervaardigde.

Jan Mostaert, Vleugel van een diptiek met de Verschijning van Christus aan Maria, ca. 1515-1520, olieverf op paneel, 26 x 18 cm, Rijksmuseum Twenthe, Enschede
Jan Mostaert, Vleugel van een diptiek met de Rechtvaardige zielen en een opdrachtgeefster (Maria van Bourgondië), ca. 1515-1520, olieverf op paneel,24 x 16 cm, Museo Nacional Thyssen-Bornemisza, Madrid.     


Een bezoek aan deze tentoonstellingen, waar nog veel meer te zien en te genieten is, is echt een aanrader.

Publieksboek dat is verschenen bij de tentoonstelling: de Vries, K. Rudy e.a., Zien en Geloven: Zintuigelijke ervaring in de late Middeleeuwen. Rijksmuseum Twenthe, Enschede, 2025.

Link: Kröller Müller, Otterlo

Link: Rijksmuseum Twenthe, Enschede

                                               

Geverifieerd door MonsterInsights