Relieken, Museum Catharijneconvent Utrecht, t/m 13 februari 2019

Buste met mannenschedel
Reliekhouder in de vorm van een buste met een mannenschedel, ca. 1150-1250 (schedel) en ca. 1450-1575 (buste), Museum Schloss Moritzburg Zeitz, foto © Carlo Böttger

Achter het antropomorfe deurtje van de reliekhouder op het campagnebeeld is nog net een schedel te zien. Mensen die er niets mee hebben vinden relieken al gauw macaber. Maar degenen die in de kracht van relieken geloven koesteren de stoffelijke resten van heiligen en voorwerpen die met hen in aanraking zijn geweest. Zij zijn er heilig van overtuigd dat een gebed uitgesproken in de nabijheid van relieken eerder verhoord wordt dan zomaar een gebed. In de stoffelijke resten zou de kracht van de heilige zijn achtergebleven op aarde. Bovendien kan deze in de hemel ook nog een goed woordje voor hen doen. Relieken slaan een brug tussen dood en leven, aldus conservator Anique de Kruijf.

Veel niet-gelovigen zullen het vereren van relieken als een ouderwetse vorm van bijgeloof afdoen, maar ondanks de voortschrijdende secularisatie bestaat het fenomeen in traditionele èn profane zin nog steeds. Daarvan getuigt de aan religieuze vervoering grenzende bewondering van eigentijdse dode- en zelfs levende idolen. Zoals John Lennon, Elvis Presley of Diego Maradonna. In een Napolitaanse trattoria staat een hemelsblauw huisaltaar met enkele haren van de beroemde voetballer. In de expositie wordt een kopie (met één haar) getoond.

Maradonna altaar
Replica van het Maradonna altaar in Bar Nilo in Napels met een echte haar van de Argentijnse voetballer, verzameling van Karin Guggeis en Stefan Eisenhofer, München

Wie denkt dat reliekverering een uitsluitend rooms katholiek fenomeen is, heeft het mis. Het komt wereldwijd in vrijwel alle godsdiensten voor.  Zelfs de geloofsrichting van de man die zich met klem verzette tegen de rooms-katholieke kerk en haar santenkraam, het lutheranisme, kent enkele relieken.

In de tentoonstelling maakt de bezoeker een virtuele pelgrimsreis langs bedevaartsoorden van verschillende religies, culturen met voor-ouderverering en als religieuze relieken gekoesterde profane objecten. Beelden van massaal bezochte pelgrimsoorden en objecten bedoeld voor privé devotie. De tocht eindigt met eigentijdse persoonlijke relieken. Pelgrimeer in dit stukje met mij mee naar enkele van de twaalf bedevaartsoorden: Santiago de Compostela, Myanmar, Sri Lanka en (buiten tentoonstelling) Kasjmir en ontdek de bijzondere belevingswereld van pelgrims. Laat u niet afschrikken door het campagnebeeld; je hoeft geen gelovige te zijn om van de interessante en soms prachtige achterliggende verhalen te genieten.

Bodhisattva Ksitigarbha
Bodhisattva Ksitigarbha met votiefgaven, Koen, Japan, 1249, Museum für Ostasiatische Kunst Köln, foto © Rheinisches Bildarchiv Köln

Deze bespreking begint met de oudste wereldgodsdienst, het boeddhisme. Halverwege de expositie staat een 13e eeuws Japans beeldje van de bodhisattva Ksitigarbha, alias Jizõ Bosatsu. In de vitrine zijn de talrijke briefjes met smeekbeden, die bij een restauratie in 1983 tevoorschijn kwamen, uitgestald.

In het voormalige ‘Luthernisje’ ontdek ik een reliëf met voorstelling van de verdeling van de as van de boeddha. Na zijn crematie in de 5e eeuw v. Chr. werd de as in Kushiganara in (oorspronkelijk) 8 stoepa’s verdeeld. Omdat het object gemakkelijk over het hoofd wordt gezien en in de tentoonstelling niet wordt toegelicht hier een interessant (kunst)historisch weetje. De figuren met Griekse neuzen en de natte stijl van de kleding verraden onmiskenbaar hellenistische invloed. Artistieke sporen die in de vroege 4e eeuw v.Chr. meereisden met het leger van Alexander de Grote. Over het leven van de historische boeddha, die geboren werd als koningszoon Siddharta Gautama, kunt u tot en met 3 februari alles te weten komen in de tentoonstelling in de Nieuwe Kerk.

Reliëf van leisteen Gandharacultuur
Reliëf van leisteen met de verdeling van de relieken van de Boeddha, Pakistan Gandharacultuur, ca 3e eeuw n Chr. Nationaal Museum van Wereldculturen

Anders dan relieken van katholieke heiligen, zijn stoffelijke resten van de boeddha schaars. Zijn as is vanuit de oorspronkelijke 8 stoepa’s inmiddels in duizenden houders over de boeddhistische wereld verspreid. Behalve zijn as zijn slechts enkele haren en tanden bewaard. Deze worden wegens het directe contact met boeddha’s wijze woorden, als zeer krachtdadig beschouwd. Zijn linker bovenhoektand is in de koningsstad Kandy op Sri Lanka beland, en vormde in het verleden aanleiding tot talloze oorlogen. De catalogus vertelt over pogingen van katholieke missionarissen die in hun geloofsijver de heidense tand probeerden te verbrijzelen. Sinds een aanslag door Tamils op de tempel van de tand in 1998, is een einde gekomen aan de processie met de (omstreden) tand. Op dit kleurrijke reli-festival met beschilderde olifanten kwamen jaarlijks talloze belangstellenden af.

Het jodendom kent nog minder relieken. Niet zo vreemd bij ontstentenis van de Messias, zijn moeder Maria en eigentijdse en latere volgelingen. Wel zag ik een zakje met zand van het graf van de oudtestamentische bruid Rachel, op wie Jacob, de bedrieger bedrogen, zo lang moest wachten. Hoe dit zit leest u in het oude testament van de bijbel, Genesis 29: 1-30. Dat dit verhaal nog niet vergeten is bewijst een film over de geschiedenis van Jacob en zijn bruiden op Netflix.

Zand graf Rachel
Zakjes met zand uit graf van Rachel, 1900-1980 Joods Historisch Museum Amsterdam

Rachel is één van de weinige joodse heiligen. Zij helpt vrouwen met een (veel voorkomend oudtestamentisch probleem) onvervulde kinderwens.

De islam kent ook relieken en geheiligde objecten. Zelfs aan de afbeelding van de hand van Fatima, dochter van de profeet Mohammed en echtgenote van diens schoonzoon en opvolger Ali, wordt bijzondere kracht toegekend.

Kruikje met zemzemwater
Kruikje met zemzemwater, Mekka voor 1958, Nationaal museum voor wereldculturen

In de expositie ziet u kruikjes met wonderdadig water uit de Zemzembron in Mekka. De bron die het leven redde van de door aartsvader Ibrahim (Abraham) verstoten Hagar en haar zoon Ismaël, toen zij van dorst dreigden om te komen in de woestijn.

De Ka’ba, het islamitische huis van God, met de steen waarop Ibrahim zijn andere zoon moest offeren, wordt uit respect met een fraai gekalligrafeerd zwartfluwelen doek bedekt: de kiswah. Moslims geloven dat deze doek, die jaarlijks vervangen wordt, genezende kracht, de zogenoemde baraka, bevat. Kledingsstukken die van deze textilia gemaakt worden bieden de drager bescherming. Die kracht is ook aanwezig in de doeken die in aanraking geweest zijn met het graf van andere islamitische profeten, zoals Jezus. De verlosser van de christenen, wordt in de islam als een belangrijke profeet beschouwd. Moslims bezoeken hun mausolea in Medina, Damascus, Jeruzalem, en Kasjmir. Vlak voor 9/11 zag ik in de kleine Rozabal Moskee in Srinagar het graf van Jezus van Nazareth, ‘gesigneerd’ met een enorme voetafdruk. In de tentoonstelling werd ik er aan herinnerd bij een afbeelding van Adams Peak op Sri Lanka, een bergtop met een voetafdruk die door zowel boeddhisten, hindoes, joden, christenen en moslims geclaimd wordt als zijnde van hun leidsman…

Adam's Peak
Adam’s Peak, M. Jalaludheen Kalibha, Maskeliya, Sri Lanka, voor 1983, Collectie Stichting Nationaal Museum van Wereldculturen

Aan Jezus’ hemelvaart wordt in de islam geen geloof gehecht. De zwaar gewonde profeet zou in het graf zijn hersteld door de kruiden die de vrouwen meebrachten. Over zijn verdere levensloop zijn verschillende verhalen in omloop. Eén daarvan eindigt in Kasjmir, hierover leest u via onderstaande link meer.

Terug naar de tentoonstelling. In de introductiezaal liggen relieken uit alle windstreken: de objecten corresponderen met aangelichte plaatsen op een wereldkaart. Katholieke, joodse, islamitische en, zoals elders in de opstelling, ook profane relieken. Een  brokstukje van de in 1991 gesloopte Berlijnse muur en de koninklijke onderscheiding die prinses Diana in 1982 uit handen van koningin Beatrix ontving.

Golden Rock Myanmar
Sfeerbeeld: Bidden bij de Golden Rock Myanmar. Flickr, foto © Captain Supachat

Verderop zie ik een surrealistisch fotobeeld. Een biddende boeddhist bij de gouden rots in Myanmar. Hoe blijft die enorme rots, balancerend op het randje van de afgrond, in vredesnaam op zijn plaats? De rots ligt stabiel gefundeerd op 6 haren van de boeddha!
Na de introductiezalen met beelden van massa verering betreedt de bezoeker een zaal met solitair in nissen getoonde relieken; bedoeld voor persoonlijke bewondering of verstilde contemplatie. Daar ziet u het  genoemde bodhisattva beeldje, een grafkleed uit Medina en een 19e eeuws houten voorouderbeeld met schedel uit Papoea. Alsook een oude bekende uit de vaste collectie van het museum: de 4e eeuwse wurgdoek van Cunera. De jonge vrouw die door de jaloerse echtgenote van de vorst van Rhenen, volgens de overlevering met deze doek gewurgd werd. Waar of niet, de doek zou sindsdien genezende kracht bezitten.

In het midden van deze zaal ontdek ik een met cirkelvormige motieven versierd slot. Het werd in de 19e eeuw vastgeklonken aan het traliewerk van een sjiitische graftombe, opdat God de smekeling niet zou vergeten. Voor mijn geestesoog zie ik de honderden slotjes aan een Amsterdamse ophaalbrug. Heeft dit eigentijdse gebruik misschien een islamitische oorsprong?

Een pelgrimsoord dichter bij huis, Santiago de Compostela wordt niet alleen door katholieken, maar ook door sportieve atheïsten bezocht. Behalve het graf van de apostel Jacobus wordt hier (maar ook elders) nòg een zeldzame reliek bewaard: de navelband van Jezus. Daar zijn lichaam, zoals christenen geloven, ten hemel is opgevaren is op aarde niet veel van God’s zoon achtergebleven. Op zijn voorhuid na. Als joods jongetje werd Jezus acht dagen na de geboorte besneden. Kerken in Antwerpen en het Italiaanse Calcata bewaren het minuscule reliekje, dat in het Catharijneconvent schittert door afwezigheid. Wel is een reliekhouder met het navelstrengkoordje van Jezus uit het Musée de Cluny  te zien. Deze reliek werd door zwangere vrouwen of zij die dat graag willen worden, vereerd.

Van alle godsdiensten kent het katholicisme het grootste aantal relieken. Het vereren daarvan begon in het oude Rome, waar christenen de eucharistie vierden bij de ondergrondse graven van martelaren. Boven deze catacomben werden kerken gebouwd. In de altaren werden hier -en later ook elders- relieken van de heilige aan wie de kerk gewijd was ingemetseld. De Utrechtse Domkerk bevat bij voorbeeld relieken van Martinus van Tours (4e eeuw) de beschermheilige van Utrecht. Het rode en witte veld in het stadswapen herinnert aan het witte onderkleed dat zichtbaar werd nadat deze Romeinse soldaat de helft van zijn rode mantel had weggegeven aan een naakte bedelaar.

Een speciale wand geeft naast medaillons met een bot- of kledingpartikeltje informatie over het werkterrein van de betreffende heilige. Hier komen bij iets oudere katholieken vast jeugdherinneringen boven. Oh ja, de heilige Blasius, uit wiens naam je keel met twee kaarsen werd gezegend, of …’Antonius, beste vrind, maak dat ik …[mijn sleutels]… terugvind!

Margaretha die op miraculeuze wijze ongeschonden uit de buik van de draak tevoorschijn kwam kon worden aangeroepen voor een goede bevalling. Maar ook de maagd Maria kon daarbij helpen. De houder met een stuk van de gordel die zij tijdens de bevalling droeg is in de expositie te zien.

Reliekentoning
Reliekentoning vanaf het Schopperschen Haus in Neurenberg 1487. Staatsarchiv Nurnberg

Bidden in de nabijheid van relieken was goed, maar deze aanraken was nog beter. Deze wens werkte diefstal in de hand van zowel de hele reliek alsook daarvan los gepeuterde stukjes. Daarom werden relieken in kostbare houders of achter glas opgeborgen. Bij een reliekentoning vanaf de galerij van de Maastrichtse Sint Servaas, kon het toegestroomde volk er alleen nog maar naar kijken, maar aankomen niet.

Het grote belang van relieken in de middeleeuwen, wordt door talrijke verhalen over relieken-diefstal bewezen. Een goed katholiek probeerde zich verre te houden van de zeven hoofdzonden, maar ondanks de angst voor straf in het hiernamaals

St Nicolaasbasiliek Bari
Nis met altaar in Sint Nicolaasbasiliek Bari (Foto Marina Marijnen)

knepen sommigen een oogje toe bij een  diefstalletje voor het goede doel. Zoals het wegnemen van het gebeente van Sint Nicolaas, de bisschop van Myra, dat in minstens vier verschillende varianten verteld wordt. Het verhaal van de kooplieden uit Bari lijkt het meest betrouwbaar. Vorig jaar zag ik nog vrouwen die in de crypte van de St. Nicolaaskerk knielden en zelfs hun arm door het hek voor de tombe staken om iets van zijn wonderdadige straling op te vangen.

In de kloostergang van het Catharijneconvent zijn meer voorbeelden van fraai verpakte relieken te zien, zoals het kistje met heilig (bebloed) zand van Thomas Beckett  die in 1170 op lafhartige wijze werd vermoord. Op de plaats delict in de kathedraal van Canterbury zag ik enkele jaren geleden nog een kaarsje branden.

Reliekschrijn
Reliekschrijn van Thomas Becket, Frankrijk, ca. 1200, Museum Catharijneconvent

Een zilveren reliekhouder van Laurentius die de beschouwer zijn rib toont. Laurentius werd geroosterd op een vuur, omdat hij precies gedaan had wat keizer Decius (3e eeuw) hem had opgedragen. Binnen drie dagen bracht hij de keizer de schatten van de kerk in de gedaante van een groep gelovige paupers, maar zo had de keizer het niet bedoeld!

Reliekhouder St Laurentius
Reliekhouder in de vorm van Sint-Laurentius met een rib, Rijnland, 1490-1500, Museum Catharijneconvent

Bij de rib van Laurentius moet ik even denken aan woorden van broeder Adelbert, beheerder van de reliekenschat van de abdij van Egmond. Behalve conserveren houdt hij zich op verzoek ook bezig met reliekendeling: “Dan snijd ik van grote relieken een stukje af. Ribben zijn zeer geschikt om relieken uit te maken. Ze zijn niet zo groot en makkelijk zaagbaar. Bovenbenen zijn dan weer heel lastig. Die zijn heel groot en blijven hard. Zo hebben we hier een bovenbeen van paus Alexander I, een martelaar uit het begin van de tweede eeuw. Daar kun je weinig mee aan.” (citaat uit Trouw 18-11-2018)

Het waarom van reliekenverering is inmiddels beantwoord, maar er is nóg een vraag; zijn ze wel echt?  Ondanks de certificaten van echtheid is de authenticiteit van de meeste relieken twijfelachtig. Voor degenen die in de kracht van relieken geloven maakt dat niets uit, aldus de Kruijf. De 14e eeuwse theoloog William van Baskerville waarschuwde zijn pupil Adson in Umberto Eco’s roman De naam van de Roos echter al niet teveel geloof te hechten aan relieken van het heilig kruis. Wanneer deze allemaal echt zouden zijn, ontstond een heel woud van kruishout-bomen.  Zelfs het Vaticaan, waar met het aantreden van paus Franciscus een andere wind waait, waarschuwde eind vorig jaar nog voor bedrog in deze sector. In een artikel in Trouw wordt melding gemaakt van honderden zogenaamd authentieke relieken die op E-Bay worden aangeboden. Booming business in een tijd, waarin velen in hun spirituele zoektocht naar mentale houvast, terugkeren naar het rooms-katholieke geloof. Bevrijd van het knellende keurslijf van de traditionele geloofsrichtingen, maar gebleven is het verlangen naar goddelijke kracht of witte energie, die via relieken wellicht binnen handbereik komt. Of het werkt?

Jaren geleden hoorde ik in een interview met de componist Laurens van Royen de volgende woorden: …..’Wie niet in wonderen gelooft is geen realist’…  Wishful thinking of niet; een vast geloof of sterk vertrouwen kan (door het aanmaken van endorfinen) wel degelijk wonderen doen; maar je moet er natuurlijk wel in geloven.
Wat waren de beweegredenen om de niet zelden zware pelgrimsreizen te ondernemen? Behalve om de genezing van ziekten of de oplossing van problemen af te smeken gingen pelgrims op reis om boete te doen, of om er gewoon eens uit te zijn. Niet iedere pelgrim ging vrijwillig op pad. Tijdens de middeleeuwen kon een pelgrimage ook als straf worden opgelegd door de kerk of overheid.

In de Dakkamer van de expositie verneemt de bezoeker dat relieken niet alleen door gewone gelovigen werden vereerd, maar ook door vorsten en prelaten. Zij hoopten op vergroting van hun macht of een goede afloop van een veldtocht. Ter illustratie van dit streven wordt een wel heel navrant citaat aangehaald: …‘Ik staarde lange tijd naar de Heilige Lans. Het voelde of ik hem in een eerder stadium van de geschiedenis had vastgehouden. Het leek of hij een innerlijke kracht had en ik riep hem uit tot mijn talisman. Met de lans leek het alsof ik degene was die het lot van de wereld in handen had…’ aldus Adolf Hitler (1889-1945).

Lijst als reliekhouder
Lijst bevat stukjes van Luthers mantel en preekstoel. E.C.Schmidt, J.F.Baerecke 1838, Museum Catharijneconvent Utrecht

Bezoekers van de Luther tentoonstelling herinneren zich wellicht dat Frederik de Wijze, de keurvorst bij wie de opstandige monnik asiel verkreeg, zijn reliekenverzameling op 1 november, de dag van Allerheiligen, voor het publiek openstelde. De in die expositie getoonde reformatorische relieken zijn ook nu weer te zien: een (kopie van) de trouwring van Luther’s echtgenote en een prent van een Luthers kerkinterieur met in de lijst reliekjes van Luthers mantel en hout van zijn preekstoel.

De 9e eeuwse Franse Koning Lodewijk de Vrome bracht zijn enorme relieken collectie onder in de speciaal daarvoor gebouwde Sainte Chapel. Het pièce de résistance uit zijn bezit, een kroon met relieken van de doornenkroon van Christus, is nu in Utrecht te zien.

Reliekhouder
Reliekkroon met fragment van de heilige lans, het ware kruis en de doornenkroon van Christus, Maasvallei (Luik?), ca. 1260-1280. Parijs, Musée du Louvre, département des Objects d’art. Foto © RMN-Grand Palais (Musée du Louvre) / Martine Beck-Coppola

De definitie van het begrip reliek is door de samenstellers van de tentoonstelling zodanig opgerekt dat enkele wel heel curieuze objecten ook een plaats in het oude convent hebben gekregen. Bij de tong en vinger van Johan de Witt, die in 1672 door het grauw werd gelyncht, kun je je, hoe macaber ook, nog wel iets voorstellen. Maar met de enorme schoen van Rigardus Rijnhout (1922-1959), de reus van Rotterdam en de sigarendoos van Pim Fortuin, dreigt dit gedeelte van de expositie te veranderen in een rariteitenkabinet.

In de laatste zaal ziet de bezoeker religieuze relieken in de privésfeer. Een luguber, verschrompeld handje herinnerend aan de nieuwtestamentische kindermoord van Bethlehem. Een blaadje van de bodhiboom, waaronder de boeddha de verlichting bereikte. Rozenkransen, islamitische gebedssnoeren en relieken verwerkt in sieraden en medaillons. De indrukwekkende uitstalling eindigt met eigentijdse profane relieken, ingebracht door lezers van Dagblad Trouw. Een haarlok van een overleden moeder en een enorme keten van haarballen gemaakt van de getrimde vacht van een zo te zien heel oud geworden teckel. Een paar van grootmoeder geërfde oorbellen en een ‘wonderdadige’ foto van Marco Borsato.

De tentoonstelling geeft met geheiligde en profane, eenvoudige en rijk versierde reliekhouders een boeiend en verhelderend beeld van het universele, grensoverschrijdende verlangen van de mens naar goddelijke, bovennatuurlijke, maar ook gewone huis-tuin-en-keuken krachten ter ondersteuning van de soms lastig begaanbare levensweg.

Literatuur:

E. den Hartog e.a., Relieken, Museum Catharijneconvent Utrecht, 2018.

A. de Kruijf, Miraculeus bewaard: Middeleeuwse Utrechtse Relieken etc., Utrecht, 2011.

H. van Os, De Weg naar de Hemel: Reliekverering in de Middeleeuwen, Museum Catharijneconvent, Utrecht, 2001.

Link:

Artikel Trouw: Jezus Hemel is een Graf in Srinagar:

Catharijneverhalen : De tombe van Jezus in India,

Artikel in Trouw: Broeder Adelbert beheert honderden relieken