Voorwoord – Museumtips – voorjaar 2025
Beste lezers,
Ook in het nieuwe jaar 2025 worden we verrast met mooie culturele programma’s in theaters, concertzalen en musea. In deze rubriek beperk ik mij zoals u van mij gewend bent tot de museale hoogtepunten. U vindt hieronder een mooie selectie. Ook het komend jaar hoop ik u te kunnen blijven attenderen op en informeren over boeiende exposities. Zoals de tentoonstelling Zien en Geloven over Middeleeuwse spiritualiteit die vanaf eind januari tot 6 mei te zien zal zijn in Rijksmuseum Twenthe. De bezoeker wordt niet alleen uitgenodigd om te kijken. In deze expositie worden alle zintuigen geprikkeld, zodat je teruggaand in de tijd, de totaalervaring krijgt van Middeleeuwse religiositeit. Je ruikt kaarsen en wierook en kunt de sensatie die het aanraken van relieken veroorzaakt beleven. De expositie sluit mooi aan bij de exposities In de Ban van de Middeleeuwen die tot 27 januari te zien is geweest in het Catharijneconvent en bij Zoeken naar Zingeving in Museum Kröller-Müller in Otterloo die loopt tot 12 mei. De bespreking van In de Ban van de Middeleeuwen staat op deze site.
U kunt scrollen tot u bij de voor u interessante expositie komt. Bij enkele heb ik een uitgebreider artikel op deze website geschreven. Ter voorbereiding op- of ter verdieping na uw museumbezoek: in beide gevallen een aanrader. De herkenning verhoogt uw plezier!
Tussen Hemel en Oorlog: Kunst en Religie in het Interbellum. Tot en met 15 juni in Museum Catharijneconvent

De expositie sluit mooi aan bij de exposities In de Ban van de Middeleeuwen die tot 27 januari te zien is geweest in het Catharijneconvent en bij Zoeken naar Zingeving in Museum Kröller-Müller in Otterloo die nog loopt tot 12 mei. De bespreking van In de Ban van de Middeleeuwen staat op deze site. De kunstwerken uit deze laatste expositie hebben in het Catharijneconvent plaats gemaakt voor een nieuwe bijzonder interessante tentoonstelling. In de zalen van het oude kloostergebouw wordt de turbulente periode van het Interbellum op kleurrijke wijze belicht. De periode tussen de beide wereldoorlogen wordt verbeeld in op religie geïnspireerde devote schilderijen en sculpturen, maar je ziet ook kunstwerken waarin de makers op expressieve wijze hun kritiek op de in hun ogen afwezige God uitten! Link: Museum Catharijneconvent
Nieuw Parijs; van Monet tot Morisot. Tot en met 9 juni in het Kunstmuseum Den Haag.

Alweer een tentoonstelling over de impressionisten? Die hebben we toch net in het Van Gogh Museum gezien? Klopt. Met een keur aan vluchtig gepenseelde impressies van landschappen, strandscènes en alledaagse voorstellingen schilderde Vive l’Impressionnisme een kleurrijk, pretentieloos beeld van deze stroming, die zo’n 150 jaar geleden met Monets Impression Soleil Levant begon. Vive l’Impressionnisme was in mijn ogen al een feest, maar de tentoonstelling Nieuw Parijs, waarin de bezoeker naast kleurrijk werk een gedegen geschiedenisles krijgt voorgeschoteld, plaatst het veelkleurige palet van de impressionisten letterlijk en figuurlijk in een ander licht.
Nieuw Parijs
De titel Nieuw Parijs verwijst letterlijk naar de nog altijd veelgeprezen, radicale renovatie die de architect Baron Georges-Eugène Haussmann in opdracht van keizer Napoleon III sinds 1852 ter hand nam. Hij is in de expositie vertegenwoordigd met een trots portret. Het Middeleeuwse brandgevaarlijke Parijs moest plaats maken voor een leefbare gezonde stad, met een goede infrastructuur. De arme bevolking leefde in krotten; de Seine was als open riool een broeiplaats van besmettelijke ziekten als cholera. De grootscheepse operatie ging zoals je ook vandaag de dag nog overal ter wereld ziet gepaard met onteigeningen, speculatie en corruptie. Na de afbraak knapte de stad ontegenzeglijk op. Aan brede boulevards verrezen statige woonblokken afgewisseld met lommerrijke parken. Ondergronds werd met een nieuw rioleringssysteem nog een ‘wegennet’ aangelegd. De stad werd bovendien verrijkt met theaters, restaurants en een indrukwekkende opera. Deze faciliteiten boden de welgestelde Parijzenaren een beter leven, maar dat was niet voor iedereen weggelegd. De keerzijde van het Parijse succesverhaal wordt in het hoofdstuk de Mythe van Parijs op aangrijpende wijze in woord en beeld toegelicht. Door de afbraak van de oude stad werd de arme bevolking naar de periferie van Parijs verdreven, maar de welgestelde Gustave Caillebotte had geluk. Vanaf het balkon van zijn nieuwe appartement geeft hij de beschouwer een blik op de Boulevard Haussmann.

De in het Van Gogh Museum terloopse vermelding van Claude Monets vlucht naar Engeland en daaropvolgend verblijf in Zaandam, waaraan zijn lieflijke impressie van Huizen aan de Zaan herinnert, valt in het Kunstmuseum door de historische context op zijn plaats.

Verder lezen over deze interessante en mooie tentoonstelling kunt u hier.
Henri Martin & Henri Le Sidaner, tot en met 11 mei in Singer Laren.

De in de tentoonstelling Henri Martin (1860-1943) & Henri Le Sidaner (1862-1939) getoonde zonovergoten impressies van het landleven en tuinen met uitnodigend gedekte tafels stemmen vrolijk. Wie in de tentoonstelling Vive l’Impressionnisme en Nieuw Parijs de authentieke werken van de impressionisten heeft gezien zal in de aan de ‘laatste impressionisten’ gewijde expositie in Singer Laren misschien eerder het werk van epigonen zien.
Uitgangspunt voor de expositie vormt een twaalftal werken van Henri Le Sidaner uit de eigen collectie. Deze Franse kunstenaar was bevriend met het Amerikaanse verzamelaarsechtpaar William Henry en Anna Singer dat zich in 1901 in Laren vestigde. In ruim een eeuw tijd is hun villa De Wilde Zwanen uitgegroeid tot een museum met een belangwekkende collectie moderne kunst. Enkele jaren geleden werd deze uitgebreid met de omvangrijke artistieke erfenis van het echtpaar Blokker. Naast exposities van moderne kunst biedt het museum een podium aan eigentijdse kunstenaars, zoals de imposante presentatie van het verbijsterende werk van Levi van Veluw in 2024.
Singer wordt altijd goed bezocht en ook de huidige tentoonstelling is weer een publiekstrekker. Tijdens mijn bezoek vroeg ik enkele vertrekkende gasten naar hun mening. Ze waren steevast enthousiast. Ze vonden het heerlijk om in de wereld van Le Sidaner en Martin even te ontsnappen aan de donkere eigen tijd. Mooi voorbeeld van het belang van kunst en cultuur!

Zoals het persbericht meldt wordt het werk van het duo Martin & Le Sidaner nogal eens als zoetsappig afgedaan. Ze zijn weinig vernieuwend, maar hun werken getuigen wel van vakmanschap en hun composities hebben grote decoratieve waarde. Om die reden kreeg Martin in 1914 dan ook de opdracht om een reeks muurschilderingen te ontwerpen voor de zaal van de Franse Raad van State. De recent op een zolder teruggevonden voorstudies vormen een belangrijk onderdeel van de expositie. Met een stralende oogstscène bracht Martin in Les Moissons, een allegorie van de landbouw in beeld. Zijn werk vertoont onmiskenbaar invloeden van Vincent van Gogh, de pointillisten en de kunstenaarsgroep de Nabis. De laatste invloed herken je in zijn ontwerp voor een wandschildering voor Dr. Jean d’Herbecourt; een vrolijk stemmende Gabrielle au figuier uit 1911. Met enkele toetsen pasteus opgebrachte verf suggereert Martin bloemen en korenhalmen. Daarop geïnspireerd creëerden de vormgevers Kiki & Joost een feestelijke landelijke ambiance. Wandelend langs metershoge korenhalmen betreed je via een pergola een paradijselijke museale tuin. Deze setting is geïnspireerd op de realiteit. Beide schilders waren de gelukkige eigenaren van een landhuis met prachtige tuin.

De werken van de als neo-impressionisten gepresenteerde vrienden Martin en Le Sidaner weerspiegelen een serene sfeer. Een wereld waar de zon altijd schijnt en de gedekte tafels tot aanschuiven uitnodigen. Le Sidaners idyllische in zachte tinten gepenseelde symbolistische werken, zoals Le Dimanche voeren je eveneens naar hemelse sferen. Deze ijle voorstelling van in witte zondagse jurken gehulde enigszins pre-rafaëlistische vrouwen deed me niet alleen denken aan Maria Magdalena van Pierre Puvis de Chavannes (1824-1899), maar ook aan soortgelijke impressies van de Italiaan Plinio Nomellini (1866-1943), wiens te zien is in de Galeria d’Arte Moderna in Genua en Palermo.

De door Yann Farinaux, de achterkleinzoon van Le Sidaner, samengestelde tentoonstelling is tot en met 11 mei te zien.
Literatuur: Y. Farinaux, Henri Martin & Henri Le Sidaner, twee broederlijke talenten, Singer Laren. 2025.
Link Singer Laren .
Dwarsverbanden, Two Sides of the same Coin (tot 3 maart) en Kunst is een Werkwoord (tot 26 april) Impressie van drie tentoonstellingen in het Van Abbe Museum.
In mijn besprekingen van de tentoonstelling Zoeken naar Zingeving en Zien & Geloven kwam de zintuigelijke ervaring van kijken naar kunst al uitgebreid aan de orde. Dat deze insteek niet uniek is bleek bij mijn bezoek aan het van Abbe Museum, waar je tot 3 maart de multi-zintuiglijke collectiepresentatie Dwarsverbanden kunt bezoeken. Verdeeld over alle verdiepingen van het museum worden zo’n 120 kunstwerken getoond; variërend van een abstract schilderij van Piet Mondriaan uit 1913 tot een recent figuratief wandtapijt van Laure Prouvost. De werken zijn niet alleen een lust voor het oog, maar ook andere zintuigen worden geprikkeld. Onder de tekstbordjes is tastbare informatie in braille aangebracht en naast verschillende werken hangt een 3-D print die je mag aanraken, zoals bij de Javaanse Danser van Isaac Israels.


Soms gaf ik in Museum Catharijneconvent een rondleiding voor blinden en slechtzienden. Het was een hele uitdaging om de kunstwerken met woorden voor het geestesoog van de toehoorders te schilderen. In Eindhoven worden de rondleider en de bezoeker enorm geholpen door de aaibare impressies van de tentoongestelde werken.

Met de inzet van de reukzin wordt de beleving vervolmaakt, zoals bij een Vlaams landschap van Constant Permeke. Bij de deprimerende aanblik van donkere klei onder een zware wolkenlucht, hoorde ik de rauwe klanken van Willem Vermandere’s Mijn Vlaanderland uit 1995. Wrijvend over een geurkaartje kwam (met wat inlevingsvermogen) een vleug aroma van een omgeploegde akker vrij.
Een vergelijkbare sensatie ervaar je bij het zien van Charley Toorops Volkslogement. Bij het geurkaartje dat je hier ter hand kunt nemen snuif je de onfrisse geur op van arme mensen die zij, dicht bijeengepakt rond een potkachel, portretteerde.


Onder de noemer Two sides of the Same coin komen onderbelichte koloniale verhalen aan het licht. Leden van het Congolese kunstenaarscollectief Cercle d’Art des Travailleurs de Plantation Congolaise (CATPC) doen met eigentijds twee- en driedimensionaal werk een boekje open over de geschiedenis van hun land. Een land dat door Europeanen in de koloniale tijd voor eigen gewin letterlijk (de aarde) en figuurlijk (de bevolking) is uitgeput. In de zalen zie je aangrijpende sculpturen, gemaakt van lokale klei en materialen die symbolisch verwijzen naar de destijds uit Congolese bodem gewonnen producten als cacao, palmvet en suiker. In de grauwe massa ontwaar je handen, ketenen en hoofden van tot slavernij gedwongen mensen.

De bezoeker ziet een klein sculptuurtje voorstellende de Belgische officier Maximilien Balot, die de lokale Pende-bevolking in Congo tot slavenarbeid dwong. Hij moest dit in 1931 met de dood bekopen. Een Congolese beeldhouwer maakte dit beeldje om de geest van Balot te vangen en in dienst te stellen van het Pende-volk, aldus het bijschrift.
Meermaals kom je het beeld van de weinig sympathieke (Europese) kunstverzamelaar’ tegen. Soms solitair, zoals in de impressie van Djonga Bismar en Jérémie Mabiala, maar ook als een man die met uitpuilende ogen een stier berijdt of zelfs, zoals in Matthieu Kasiama en Ced’art Tamasala hangend aan een kruis!
De oprichter van het Van Abbe museum wordt niet gespaard. Als tabakshandelaar betrok Henri van Abbe zijn handelswaar van plantages op het Indonesische eiland Sumatra. De vergaarde winsten stak hij -gelukkig voor de hedendaagse kunstliefhebber- in kunstaankopen en het naar hem genoemde museum.
Een interessant onderdeel van de huidige presentatie is de tentoonstelling Kunst is een Werkwoord, dat anders dan de besproken presentaties nog tot en met 25 april te zien is. In deze expositie tonen vijf kunstenaars werk dat geïnspireerd is op onderbelichte verhalen en onderdrukte gemeenschappen in hun vaderland.
Terwijl het belang van kunst en cultuur door bezuinigingen onder druk staat benadrukken deze kunstenaar dat kunst meer is dan een luxeproduct. In tijden van ontreddering, oorlogsdreiging en persoonlijk ervaren leed biedt kunst troost en vreugde. Kunst sleept je erdoorheen met mooie schilderijen, sculpturen, muziek en literatuur. Daarvan getuigen Libia Castro & Ólafur Ólaffson, al-yené, Svetlana Romanova & Chelsea Tuggle, Cristina Flores Pescorán en de leden van het collectief BKP. In hun werk staat niet alleen de esthetiek centraal, maar vooral de ethiek. De vijf kunstenaars willen een actieve bijdrage leveren aan een mooiere wereld.

Om even dicht bij de al genoemd naamgever van het museum te blijven; in de laatste zaal wordt de samenwerking tussen het Van Abbe Museum en Museum Wakare in Kampung Wates in Indonesië belicht. Hier zie je kunstwerken die gemaakt zijn door de leden van het Indonesische collectief BKP. De inheemse bevolking, die sinds 1945 in de clinch ligt met de Indonesische luchtmacht over het gebruik van hun land, vraagt middels kunst aandacht voor het herkrijgen van hun soevereiniteit. In een video zie je hoe vrouwen van de Wates gemeenschap samen werken aan de totstandkoming van een groot textielwerk.
Met bovenbeschreven museumtip schets ik op de valreep een beeld van twee exposities die tot 3 maart te zien zijn. De derde tentoonstelling Kunst is een werkwoord die nog tot en met 25 april te zien is, maakt een bezoek aan het Van Abbe Museum nog steeds de moeite waard!
Jan Mankes: Verstilling en Strijd. Dubbeltentoonstelling in Museum Arnhem en in Museum Bélvèdere, Oranjewoud tot en met 22 juni.

Museum Arnhem en Museum Belvédère presenteren een omvangrijke dubbeltentoonstelling over Jan Mankes (1889-1920). Een expositie van voornamelijk kleine verstilde werken, waarop de tijd letterlijk en figuurlijk heeft stilgestaan. Dit aspect viel ook zijn collega-kunstenaar Richard Roland Holst al op in 1923. Hij noemde Mankes “Hollands meest verstilde schilder”

Rustige momentopnames van een mens of dier; geschilderd met een ingetogen palet en een nauwelijks zichtbare penseelstreek. Tegen een heiige, omfloerste achtergrond weet hij de essentie van zijn onderwerp met een gevoelige toets te vangen. Mooie impressies die tot wegdromen of nadenken stemmen. Impressionistisch is het echter niet. De werken zijn realistisch, maar van een zachte soort. Realisme kan soms heel hard zijn aldus Saskia Bak, directeur van Museum Arnhem. In de Ochtend van NPO klassiek vertelt zij over het zachte door een onduidelijke bron veroorzaakte licht dat Mankes op zijn onderwerp laat schijnen.

Probeerde hij met dit werk te ontsnappen aan de harde realiteit? De eerste decennia van de twintigste eeuw werden getekend door de gevolgen van de Russische Revolutie en de gruwelen van de Eerste Wereldoorlog. Ook zijn persoonlijke omstandigheden nodigden uit tot escapisme. Jan Mankes leed aan TBC en is niet oud geworden. Op dertigjarige leeftijd overleed hij aan de gevolgen van deze destijds wijdverbreide ziekte. Alsof hij zijn vroege dood voorvoelde moet hij als een bezetene gewerkt hebben. De talrijke tekeningen en negentig schilderijen die nu getoond worden vormen nog maar de helft van zijn totale oeuvre van 150 schilderijen, 100 tekeningen en 50 prenten met landschappen en portretten van mens en dier.
Zijn werk is heel uniek; niks lijkt op Mankes, aldus Bak, maar je kunt hem naar mijn mening wel vergelijken de stijl van de eveneens jonggestorven magisch-realist Dick Ket (1902-1940).
Evenals als andere kunstenaars liet Mankes zich ook inspireren door bewonderde voorgangers. Hij bestudeerde niet alleen stillevens van 17e -eeuwse meesters, maar hij keek ook naar de leden van de Haagse School, Vincent van Gogh en werk van Odilon Redon. Wanneer je aandachtig naar het werk van Mankes kijkt, kun je echo’s van deze voorgangers ontdekken. In Arnhem wordt Mankes in relatie met eigentijdse- en hedendaagse kunstenaars getoond in wiens werk je verwantschap met- of inspiratie door Mankes kunt herkennen.

Reis na je bezoek aan de tentoonstelling in Arnhem door naar Oranjewoud. Een betere locatie voor een expositie over Mankes is nauwelijks denkbaar. In Museum Belvédère worden zijn Friese jaren belicht. Van zijn geboorteplaats Meppel verhuisde hij met zijn ouders naar Delft, maar in 1909 keerde hij terug naar Friesland. Geschoold als glasschilder legde Mankes zich in Friesland vooral toe op het schilderen van landschappen en dieren.
Een van zijn topstukken is het schilderij van de Woudsterweg. Langs deze weg, gelegen tegenover het huis van zijn ouders, liep hij dagelijks naar Oranjewoud. Aan diezelfde weg vind je museum Belvédère.

In het nabijgelegen Bovenknijpe leerde Mankes in 1915 zijn echtgenote kennen. Anders dan dit portret van een eenvoudige kippen voerende vrouw doet vermoeden, was zij niet zomaar iemand. Anne Zernicke was de eerste vrouwelijke predikant van Nederland. Jan Mankes overtuiging dat er ‘meer was tussen hemel en aarde’ wordt niet alleen weerspiegeld in de enigszins mystieke sfeer van zijn werk, maar hij heeft het zelf zo gezegd: …‘kunst is uiting geven aan geestelijk leven’…’aangezien het zuiver geestelijke, het onnoembare, niet te noemen is, neemt men stoffelijke dingen te baat als middel’…In de hoop dat de frisse boslucht zijn gezondheid ten goede zou komen vestigde het paar zich in Eerbeek. Het mocht niet zo zijn. Twee jaar na de geboorte van hun zoontje overleed Jan Mankes op dertigjarige leeftijd.
Zijn oeuvre wordt op verrassende wijze gepresenteerd naast werk van een scala aan contemporaine schilders als Rayoul Hynckes, Dick Ket, Matthijs Maris, Jan Toorop en hedendaagse kunstenaars als Marianne Nicholson, Marielle Videler en Milah van Zuilen. Voor deze tentoonstelling maakte Sophie Steengracht het monumentale Catching Shadows. In deze met zelf gekweekte pigmenten gemaakte muurschildering staan mens en dier in een natuurlijke omgeving centraal. Het wordingsproces van dit werk is op Youtube te vinden.
Link Museum Arnhem Link Museum Belvédère
Literatuur:
M. Deutinger e.a., Jan Mankes, Mooie dingen zijn zoo eenvoudig, tentoonstellingscatalogus Arnhem/Oranjewoud, Zwolle, 2025.
Hoe van Gogh naar Groningen kwam. Tot en met 5 mei in het Groninger Museum

Het Amsterdamse Van Gogh Museum trekt het hele jaar grote bezoekersaantallen. Dat geldt helaas niet voor veel musea in de provincie. Met de veelbelovende titel Hoe van Gogh naar Groningen kwam proberen de samenstellers kunstliefhebbers te enthousiasmeren om ‘in het voetspoor van Van Gogh’ naar de het Noorden af te reizen. Het lijkt een publiciteitsstunt, maar de titel van de tentoonstelling is niet uit de lucht gegrepen. Toen nog vrijwel niemand hem kende was hier in 1896 een allereerste aan Vincent van Gogh gewijde tentoonstelling van grootstedelijke allure te zien.
De hedendaagse expositie vertelt het verhaal van een groep vooruitstrevende Groningse studenten die tussen 1896 en 1897 acht tentoonstellingen organiseerden. Daarmee brachten zij destijds moderne, eigentijdse kunst onder de aandacht van het publiek.
De werken van Van Gogh, Jan Toorop, Johan Thorn Prikker, Belgische symbolisten en Franse prentkunstenaars als Henri de Toulouse-Lautrec deden de Groningers destijds niet alleen versteld staan, maar wekten ook de kooplust van lokale verzamelaars. In deze ontwikkeling speelde de geschiedenis student Johan Huizinga, later beroemd geworden met zijn Herfsttij der Middeleeuwen, een belangrijke rol.
Door Van Gogh naast generatiegenoten en latere bewonderaars te presenteren is zijn invloed in vrijwel alle gevallen in een oogopslag duidelijk!

Van Goghs destijds in Groningen getoonde werken openden ook de ogen van docenten en studenten van kunstacademie Minerva. Ze vormden (indirect) een belangrijke inspiratiebron voor een nieuwe generatie: Johan Dijkstra, Jan Altink en andere leden van het in 1918 gestichte kunstenaarscollectief De Ploeg. Hun werk en dat van hedendaagse studenten van Minerva is eveneens in de Groninger expositie te zien.
Verder lezen kunt u hier
De schoonheid van het onbekende: kunstenaars op reis 1880-1950. Tot en met 25 mei in Museum de Wieger, Deurne.

Het goede voorbeeld van het Van Gogh Museum vindt navolging. Met werk uit de eigen collectie en Nederlandse bruikleengevers presenteert Museum de Wieger tot en met 25 mei de vrolijk stemmende tentoonstelling de ‘Schoonheid van het onbekende’: kunstenaars op reis 1880-1950. Een expositie met werken van 19e- -eeuwse noorderlingen die, geïnspireerd door de natuur en het zuidelijke licht, prachtige impressies schilderden van de mediterrane wereld.
De belangstelling voor Zuid-Frankrijk en vooral Italië was destijds niet nieuw. In de 16e eeuw gingen avontuurlijk ingestelde kunstenaars als Jan Brueghel de Oude, Jan van Scorel en Maarten van Heemskerck ook al op reis om het zuidelijke landschap en de grote meesters van de Renaissance te bestuderen.
In de 18e eeuw kreeg de belangstelling voor het zonnige zuiden en met name de interesse voor de pittoreske ruïnes van het roemruchte Romeinse Rijk een impuls. Van hun Grand Tour, een vormingsjaar ter vervolmaking van hun opvoeding, brachten zonen van de Engelse upper-class souvenirs mee in de vorm van schilderijen. Romantische beelden van de Romeinse Campagna, vastgelegd onder het licht van de opkomende- of ondergaande zon. Landschappen met de resten van een aquaduct of een door pijnbomen geflankeerd impressie van het indrukwekkende Colosseum. Ook stadszichten, de zogeheten vedute, van het wonderlijke door waterwegen doortrokken Venetië waren geliefd.
Bij de aanblik van die geschilderde beelden kregen thuisblijvers ook zin om zuidwaarts te reizen. In de 19e eeuw raakten steeds meer kunstenaars in de ban van dat bijzondere gevoel, waarvoor de Duitse taal zo’n treffende benaming heeft: Fernweh. Aangestoken door Wanderlust gingen ook Nederlandse kunstenaars op weg naar het zonnige zuiden.
De meesten moesten dat doen op eigen kracht, maar Jan Sluijters had geluk. Met een in academische stijl geschilderd bijbels historiestuk won hij in 1904 de prestigieuze Prix de Rome. Deze aanmoedigingsprijs gaf jong talent de mogelijkheid om zich tijdens een studiereis in Rome verder te ontwikkelen, maar zover is Sluijters nooit gekomen. Onderweg kwam hij in Parijs zodanig onder de indruk van het kleurrijke werk van de Fauvisten dat hij het roer radicaal omgooide.
In financieel opzicht was dit wellicht niet verstandig: zijn toelage werd ingetrokken. Het volgen van zijn hart bleek uiteindelijk een goede keuze. Hij verruilde de ouderwetse academische stijl voor in kleurrijke tinten geschilderde bloemstukken, portretten en alledaagse onderwerpen, waarvan je in de collectie van museum De Wieger verschillende voorbeelden ziet.
Artistieke veranderingen
De Reformatie en de Verlichting hadden al eerder grote religieuze- en politieke veranderingen veroorzaakt. De kerk en de adel waren als traditionele opdrachtgevers grotendeels weggevallen. Kunstenaars konden zelf keuzes maken, maar ze moesten wel verkoopbare onderwerpen schilderen. Die vonden ze in stads- en zeegezichten, architectuurstukken en stillevens in velerlei soort. Dit vrije repertoire werd sinds de 18e eeuw uitgebreid met berglandschappen en impressies van mediterrane locaties met pijnbomen en subtropische bloemen afgetekend tegen de azuurblauwe Middellandse zee. In de tentoonstelling La Grande Bleu in Singer Laren werden daar vorig jaar ook mooie voorbeelden van getoond.

Evenals Vincent van Gogh trokken diverse Nederlandse kunstenaars in de late 19e en vroege 20e eeuw naar de Côte d’Azur. Voor meer exotische onderwerpen trokken enkelen verder langs Italiaanse-, Griekse-, Turkse- en zelfs Noord-Afrikaanse kusten.
In de expositie zijn ruim zeventig werken te zien. Niet alleen van bekende mannelijke kunstenaars als Otto van Rees, Dirk Filarski, Hendrik Jan Wolter en Isaac Israëls, maar ook van enkele succesvolle vrouwen. Je ziet kleurrijk en vernieuwend werk van Mies Carsten, Jo Koster en de minder bekende Anna Maria Braakensiek. De indrukken die zij tijdens avontuurlijke reizen door Frankrijk, Italië, Griekenland en Turkije opdeed vertaalde ze in mooie expressionistische beelden, zoals een kleurrijke impressie van Cappadocië.

De weg naar een succesvolle carrière als academisch geschoolde historieschilder leidde sinds de 16e eeuw steevast naar Rome. Maar aan het eind van de 19e eeuw komt daar een nieuwe route bij. Jan Sluijters was niet de enige, ook andere kunstenaars ondervonden de magische aantrekkingskracht van Parijs. Sinds het begin van het impressionisme vonden hier tijdens het fin de siècle grote artistieke vernieuwingen plaats. In een aparte aan Parijs gewijde zaal worden deze ontwikkelingen getoond. Hier zie je bijvoorbeeld een kleurrijke impressie van een brug over de Seine, met daarachter de Nôtre Dame door Gerard Hordijk. Deze voorstelling doet nu wellicht clichématig aan, maar destijds was het een fris, vernieuwend beeld.

De tentoonstelling besteedt speciale aandacht aan de nog onbekende voorvader van kunsthandelaar Marc Bies: de Brabantse kunstenaar Marinus Bies (1894-1975). Van zijn hand zie je een sprankelende impressie van het strandleven in Nice.

Een heerlijke wintertentoonstelling! En als je vorig jaar in Singer Laren niet genoeg kon krijgen van de zonovergoten mediterrane onderwerpen en de azuurblauwe zeegezichten kun je in Deurne wederom je hart ophalen! Maar dat geldt natuurlijk ook voor wie daar niet was.
Link: Museum Wieger, Deurne
Tentoonstelling Zien & Geloven. Van 26 januari tot en met 4 mei in Rijksmuseum Twenthe.

Zien & Geloven: met deze woordspeling op de nieuwtestamentische uitspraak van Jezus presenteert Rijksmuseum Twenthe een boeiende tentoonstelling rond het beleven van religie in de Middeleeuwen. Bijbelvasten onder u herkennen deze woorden van het fragment, waarin de ongelovige Thomas zijn vinger letterlijk en figuurlijk op de zere plek legt: de zijdewond die Jezus aan het kruis was toegebracht door de lans van de Romeinse centurion Longinus. Het tastbare bewijs dat zijn meester echt was opgestaan uit de dood.
Onder het motto Eerst Zien dan Geloven presenteerde Museum Catharijneconvent in 2006 de nieuwe inrichting van haar collectie waarbij de nadruk lag op zien.
Van 26 januari tot en met 4 mei nodigt Rijksmuseum Twenthe de bezoeker uit om de Middeleeuwse geloofsbeleving aan den lijve te ervaren. In de tentoonstelling Zien & Geloven wordt niet alleen gekeken naar religieuze kunst, maar in de expositiezalen worden, zoals in het verleden, alle zintuigen aangesproken om het bovennatuurlijke te ervaren. Met beelden, geluiden, geuren, smaken en tastbare objecten worden niet alleen het zicht, maar ook het gehoor, de smaak-, reuk- en tastzin geprikkeld.
Daarmee is de expositie in Twente uniek. Nou ja, bijna uniek.
Na opening leest u hier meer over deze tentoonstelling
Met de tentoonstelling Zoeken naar Zingeving presenteert Museum Kröller-Müller tot 11 mei eveneens een speurtocht naar de zintuiglijke ervaring van kunst.

Deze intieme tentoonstelling is ingericht naar de persoonlijke visie van de stichter van het museum Helene Kröller-Müller (1869-1939). Tijdens een virtuele reis langs kustenaars en stromingen wordt de bezoeker uitgenodigd tot nadenken over kunst en het leven. Daarin gaat deze expositie dus verder dan de tentoonstelling Zien en Geloven in Twente.
Met de stichting van een museum in de verstilde natuur van de Veluwe schiep Helene Kröller-Müller in 1938 een ‘centrum voor geestelijk leven’. Een plek waar je in hedendaagse bewoordingen, je accu weer kan opladen.
Die doelstelling werd voor ons, daags na kerstmis werkelijkheid. Door een grijze middag op weg naar het museum brak de hemel ineens open. Indachtig de leus Ars longa vita brevis stapten we uit om tijdens een wandeling te genieten van dit onverwachte geschenk. Met wat fantasie ervoeren we het levensmotto van Helene: Spiritus et Materia Unum; geest en materie zijn één. De Belgische architect Henry van de Velde vervatte deze woorden in een embleem op de gevel van het door hem ontworpen museum.
De doorsnee bezoeker zal de relatie met spiritualiteit en filosofie niet zo een twee drie opvallen, maar in deze tentoonstelling wordt duidelijk dat deze disciplines de bouwstenen zijn waarmee de collectie is samengesteld. De zaalteksten informeren de bezoeker over Helenes persoonlijk zoektocht naar zingeving. Haar twijfel aan de traditionele door de kerk gedicteerde invulling daarvan wordt gevoed door haar contact met kunstpedagoog H.P. Bremmer. In navolging van de door Bremmer aangehangen visie van de zeventiende-eeuwse filosoof Spinoza, dat God zich in al het aardse manifesteert, vindt zij in kunst het antwoord. De neerslag daarvan is te zien in de nu getoonde modernisten die in dialoog gepresenteerd worden met oude Nederlandse en Italiaanse meesters als Andrea Mantegna en Pseudo Pier Francesco Fiorentino. De laatste is vertegenwoordigd met een portret van een onbekende vrouw, in wie Helene in haar fantasie niet alleen Beatrice, de geliefde van Dante herkent, maar ook de vriendin, die zij in werkelijkheid ontbeert. Het werk hing boven haar schrijftafel.

Tussen de moderne kunstenaars hangt een zeventiende-eeuws kerkinterieur van Pieter Saenredam. In de hoog opgaande gotische kerk gaf hij de almacht van het goddelijke treffend weer door de buitenproportioneel nietig geschetste figuurtjes. Maar nu loop ik op de zaken vooruit.
In de tentoonstellingszalen zijn uit blank hout opgetrokken alkoofjes geplaatst. Daarbinnen kan de bezoeker zich, al dan niet geleid door filosofe Désanne van Brederode in de audiotour, concentreren op één kunstwerk. Bij grote drukte wordt de blik daarop helaas verstoord door bezoekers die zich naar een volgend topstuk spoeden. Want wat je in Otterloo te zien krijgt zijn zonder uitzondering hoogtepunten van laat-negentiende- en vroeg-twintigste-eeuwse kunst.

De expositie vangt aan met een stilleven van Vincent van Gogh, dat ter overpeinzing wordt getoond naast een Middeleeuwse Christuskop. Via de wandtekst nodigt Helene de bezoeker uit zich in te leven in het gemoed van de man die ons met zijn verfrissende blik op citroenen ‘ten spijt van alles’ nog altijd weet te boeien.
In deze zaal staat een metershoge sculptuur; niet van Emil Nolde zoals ik dacht, maar van Ossip Zadkine. Na de dood van Helene breidde de nieuwe directeur van het museum Bram Hammacher de schilderijenverzameling uit met beeldhouwwerk. Dit uit één boomstam gesneden beeld stelt een Oosterse vrouw voor met een waterkruik. Bij zijn creatie stond Zadkine de Bijbelse Rebecca voor ogen. De vrouw in wie Abrahams knecht Eliëzer bij een waterput de perfecte bruid voor Isaac, de zoon van zijn meester vond. Op zijn verzoek om water gaf zij niet alleen hem te drinken, naar uit eigener beweging ook zijn kamelen. Enkele hoofdstukken verder zou blijken dat Rebecca ook een minder mooie kant had, maar dat is een ander verhaal.
In de navolgende zalen zie je werk van realisten en symbolisten als Johan Thorn Prikker en Jan Toorop, die met zijn betoverende Zang der tijden, de Drie bruiden en Les Rodeurs vertegenwoordigd is. Welhaast psychedelische impressies van …. Ja, wat eigenlijk? …’Iemand die mij niet ziet in mijn Oosterse gedachtewereld en de bezwerende tekenen niet verstaat die ik in die kunst heb aangevuld, kan mijn werk niet begrijpen’…aldus Jan Toorops eigentijdse explicatie.
Gebaseerd op zijn Indische vaderland, ademt Toorops werk een mystieke ‘stille kracht’, die je zelf moet ervaren. Voor een beter begrip van Les Rodeurs hierbij een vingerwijzing. Met zijn verbeelding van een onschuldige dode maagd die wordt belaagd door agressieve mannen gaf Toorop een persoonlijke versie van de zondeval.

Ook Toorops dochter Charley, die vooral bekend is van haar (hyper)realistische werk, kwam via Piet Mondriaan in contact met theosofische en antroposofische ideeën, die in de vibrerende vormentaal van haar Vuurtoren bij avond hun weerklank zouden hebben gevonden.
In een apart kabinetje heeft Piet Mondriaans Compositie 10 in zwart en wit uit 1915 een plek gekregen. Zijn zoektocht naar spiritualiteit voert via de weg van de theosofie uiteindelijk naar abstracte weergave van de werkelijkheid. Zijns inziens ligt aan de waarneembare chaotische wereld een goddelijke orde ten grondslag. Een orde waarin, aldus de zaaltekst, de relatie tussen de mens en de kosmos, tussen het aardse en het hogere, het materiële en het spirituele volmaakt is. Mondriaan, die zijn zomers graag in het Zeeuwse Domburg doorbracht, zou zijn inspiratie voor dit werk hebben opgedaan door de haaks op de horizon staande strekdammen op het Zeeuwse strand. Met mijn neus op het doek zie ik iets bijzonders: pentimenti! Onder de dun geworden witte verf ontdek ik tal van weg geschilderde zwarte streepjes.

Tijdens mijn rondgang deed ik nog een verrassende ontdekking. Halverwege de expositie hangen twee werken van Jan Sluijters, die een wereld van verschil illustreren. Naast een in sombere kleuren weergegeven bijna Middeleeuwse Bewening van een afzichtelijke, al in staat van ontbinding verkerende Christus, hangt een modern kleurrijk werk. Een doek met twee vrouwfiguren voor wie Sluijters echtgenote Greet model stond. De een keurig in de kleren; de ander in een verleidelijke naakte pose als personificaties van de aardse en de goddelijke liefde.
Uit het mystieke land van de symbolisten zijn schilderijen te zien van William o.a. Degouve de Nuncques, Maurice Denis en Pierre Puvis de Chavannes.

Daarnaast wordt beeldhouwwerk getoond van John Rädecker, George Minne en een witmarmeren, gestileerde Madonna van Alexander Archipenko. Johan Coenraad Altorf is vertegenwoordigd met een uit coromandelhout gesneden Monnik. Er zijn ook enkele door het boeddhisme aangeraakte sculpturen te zien, zoals een klein biddend figuurtje door Wilhelmina Drupsteen.
Als kind van zijn tijd zocht Odilon Redon eveneens naar zingeving. Geïnspireerd door de Franse filosoof Edouard Schuré, die naar een synthese zocht tussen de wereldgodsdiensten, ontstaat in 1906 Redons Le Sacré Coeur (le Boudha),waarin Jezus en de Boeddha zijn samengevoegd tot één figuur.

In zijn zoektocht naar een zuivere harmonieuze kunst, waardoor de mens het universum en zelfs God kan ervaren, zocht Theo van Doesburg eveneens inspiratie in een niet-westerse religie. Zijn sculptuur van Danseressen is afgeleid van de fluit spelende Hindoeïstische godheid Krishna.
In wezen doet de eigentijdse beeldhouwer James Lee Byars hetzelfde. Op zijn zoektocht naar geluk en geestelijke vrijheid bewandelt hij het boeddhistische pad. Zijn ervaringen zijn gestold in een prachtige bol van blauw Afrikaans graniet. The Path of Luck werd in 2018 passend in de doelstelling van Helene Kröller Müller aangekocht.

Zoeken naar Zingeving tot 11 mei in Museum Kröller-Müller, Otterloo.
Houd er bij het reserveren van tickets rekening mee dat je bij binnenkomst in het Natuurpark de Hoge Veluwe ook daarvoor entree moet betalen (€ 13,05 per persoon).
Tentoonstelling Beatriz Gonzaléz en Amol K Patil. Tot en met 9 maart in Museum de Pont, Tilburg.

Deze winter kunt u in museum de Pont in Tilburg twee bijzondere tentoonstellingen van eigentijdse kunstenaars bezoeken. In War and Peace: a Poetics of Gesture … schetst de grande dame van Colombiaanse kunst Beatriz Gonzaléz (1932) de geschiedenis van haar land. Niet met impressies van het nu eens lieflijke dan weer ruige landschap, maar met schrijnende beelden informeert zij het publiek over de gewelddadige historie van dit Zuid-Amerikaanse land. In vereenvoudigde vormen en felle aan volkskunst en bidprentjes ontleende kleuren brengt zij het verdriet in beeld dat veroorzaakt is door de decennialange binnenlandse strijd tussen guerrillabewegingen, drugsbendes, paramilitairen en het Colombiaanse leger. Alle dragen schuld aan het leed waaronder de burgers sinds 1964 gebukt gaan.
Op zoek naar een eigen stijl begon Gonzaléz in de jaren ‘60 met schilderen. Als inspiratiebron koos zij Italiaanse, Spaanse en Hollandse meesters als Goya en Vermeer. Een bijzonder voorbeeld daarvan is haar fragmentarische interpretatie van Velazquez doek met de Overgave van Breda [Las Lanzas] dat gezien de plaats van de tentoonstelling in Brabant een lokale actualiteit bezit.


1. Diego Velazquez, de Overgave van Breda, doek 367 x 307 cm. 1635. Museo del Prado. (Wiki)
2. Beatriz Gonzaléz (Fragment van) De overgave van Breda 1963. Foto: Juan Rodríguez Varón
Later vond zij inspiratie in voorbeelden van de contemporaine Pop Art en krantenfoto’s. Daarin afgebeelde personen lichtte zij uit de context om ze vervolgens in grote kleurvlakken op het doek te brengen. Ogenschijnlijk zonder betekenis, maar die is er wel degelijk. Het antwoord op de vraag wat zij met de in haar schilderijen neergezette personen wil zeggen ligt verscholen in de talloze krantenknipsels met berichten over de vele (zelf)moorden in haar land. Achter het op het oog vriendelijke portret van een man en vrouw met boeket witte rozen gaat een ijzingwekkend verhaal schuil. Het portret is geïnspireerd op een krantenfoto bij het bericht dat dit koppel uit wanhoop zelfmoord pleegde. Hun lichamen werden in het meer bij de Sisga i stuwdam gevonden.

Aanvankelijk hanteerde Gonzaléz een helder, kleurrijk palet, maar evenredig aan de toename van gewelddadigheden in haar land, kleurden haar doeken in de jaren ’90 steeds donkerder. Ook deze werken zijn geïnspireerd op foto’s bij krantenberichten over verdwijningen en ontvoeringen. Ze verwerkte deze thema’s terug in series, waarin Gonzaléz op een enkel gebaar of detail focust. Zoals in de reeks waarin een vrouw vertwijfeld naar haar hoofd grijpt of een man wanhopig zijn ogen bedekt. In een ander beeld zie je een levenloze arm van een vermoorde man, waarmee zij de zeggingskracht (uit)vergroot.
Deze werkwijze zie je ook in de monumentale reeks Mourning Frieze dat zij in 2018 in druk liet uitvoeren en op publieke muren liet aanplakken.

Een ander thema in haar series vormt migratie. Tijdens een lezing bij de Kunstkring Doorn licht kunsthistorica Carla van Bree toe dat Gonzaléz in haar geboorteplaats Bucaramanga vele migranten uit Venezuela langs zag komen op weg naar een betere toekomst in de VS.
Bijzonder indrukwekkend is het enorme gordijn, waarin zij een bewerkte krantenfoto van een feestelijk avondje in het presidentieel paleis meterslang herhaalde: Decoracion de Interiores uit 1981. Het doek is geenszins bedoeld als interieurdecoratie, maar als kritiek op de levensstijl van president Turbay en zijn familie.

Sprekend over interieurdecoraties: evenals de hierna besproken Indiase kunstenaar Amol K Patil, heeft ook Gonzaléz verschillende meubelstukken door beschildering tot kunstwerken verheven. In de fabriekshallen van de voormalige textielweverij van de familie de Pont voelen haar werken, en met name de monumentale doeken zich op hun plaats. Voor de realisatie van haar artistieke ideeën keek Gonzaléz niet op een metertje textiel meer of minder. Sommige doeken, zoals die gewijd aan Oorlog en Vrede zijn zo groot dat ze noodgedwongen, maar daardoor eigenlijk nog expressiever, aan de onderzijde op de grond liggen.
Over het kleurrijke, betekenisvolle werk van Gonzaléz valt nog veel meer te vertellen. Maar veel leuker is het om zelf te gaan kijken; dat kan nog tot en met 9 maart.

Dit geldt ook voor het indringende en tegelijkertijd poëtische werk van de Indiase kunstenaar Amol K Patil (1987), waarvan ik hier eveneens een impressie geef. Evenals Gonsalez brengt Patil de niet te winnen strijd tussen overheid en burgers of beter: niet-bestaande burgers in beeld. Zijn belangrijkste thema is de sociale ongelijkheid die veroorzaakt wordt door de hiërarchie van het Indiase kastenstelsel, dat in 1950 werd afgeschaft, maar nog niet verdwenen is. Bij Patil staat het leven van de in het westen als paria’s bestempelde have-nots centraal. De kasteloze dalits die slecht betaald en zwaar werk doen, zoals de straatvegers. Wie ooit in India was weet dat het opruimen van de rotzooi daar onbegonnen werk is. Die wetenschap maakt het thema extra beladen. Er is voor deze mensen maar één uitweg: blijven geloven in reïncarnatie in de hoop op een beter leven.
Patil maakt hun ellende zichtbaar. In het campagnebeeld van de tentoonstelling poseren de talloze, magere gestalten. Het stof -bleef het daar maar bij- dat deze onfortuinlijke lieden opvegen heeft een prominente plek in Patils oeuvre. Stof is overal te zien: op troep die Patil zelf opraapte, zijn zogeheten dust objects, tot in de lades van meubels die hij als stil protest tegen de Indiase bureaucratie als kunstwerk presenteert.

Met intieme en schaars verlichte sculpturen, tekeningen, video’s en performances brengt hij de erbarmelijke omstandigheden van deze ‘onzichtbaren’ aan het licht. De in de expositie getoonde handen en voeten staan symbool voor de mensonterende arbeid die de dalits, als menselijke machines met deze ledematen verrichten.

Met zijn werk treedt Patil, die zelf geen kasteloze is, in het voetspoor van zijn vader en grootvader die middels gedichten en protestliederen eveneens van zich lieten horen om de ellende van de onaanraakbaren duidelijk te maken. Ter illustratie van hun erbarmelijke levensomstandigheden bezocht Patil de krotten van Mumbai, de zogeheten chawl-architectuur. In de vertrekken van de soms al eeuwenoude door de Britten gebouwde gevangenissen vinden fabrieksarbeiders een onderkomen.
…Als de muren van deze cellen eens konden spreken…
Het leed dat binnen die soms honderdjarige muren gevoeld werd en wordt heeft een weg gevonden naar Patils door barsten en butsen getekende sculpturen.
Sprekend over muren: dwars door Mumbai staan nog altijd de scheidingsmuren overeind die de armoedige krottenwijken scheiden van de betere buurten in de city. Met zijn Lines between the city brengt Patil ook dit aspect van de Indiase samenleving in beeld.

Tentoongesteld binnen de venster loze nieuwe vleugel van de Pont komen Patils kunstwerken en installaties extra indringend over. Beelden van alleen maar handen en voeten verwijzen naar de tools waarmee de dalits als menselijke machines moeten werken. De impact van de beelden wordt versterkt door geluiden. Whispers of the Dust bezorgen de bezoeker een immersieve ervaring, waarbij alle zintuigen worden aangesproken.
Link: Museum De Pont Tilburg
Susanna: van Middeleeuwen tot #MeToo. Tot en met 23 maart in Museum Gouda.

Tijdens lezingen en rondleidingen in het Catharijneconvent sprak ik vaak over Bijbelse vrouwen. Door de eeuwen heen, maar vooral in de zeventiende eeuw werden zij veelvuldig en prominent op schilderijen verbeeld. Eva, de dochters van Lot, Rebecca, Delila, Jaël, Ruth, Batshseba, Ester en niet in de laatste plaats Susanna. Aan haar wijdt Museum Gouda nu een solotentoonstelling.
Voordat ik u meeneem naar Gouda, staan we even stil bij het motief achter het ontstaan van de talrijke schilderijen met Bijbelse vrouwen. Zowel voorbeeldige als ondeugende – die waren er ook- zijn veelvuldig ‘tot lering en vermaak’ in beeld gebracht. Onder het voorwendsel van een moraliserende boodschap verschaften de dames aan schilders en opdrachtgevers een alibi om erotisch getint vrouwelijk schoon op het doek te brengen.
Of de motieven louter belerend waren valt niet te achterhalen, maar de dichtende jurist Jacob Cats (1577-1660) had de schilders van dit functionele naakt wel door. Met opgeheven vinger benoemde hij de zedenbedervende onderwerpen:
Een Loth of Davids val ten nausten af te maelen
Doet ick en weet niet hoe, de losse sinnen dwaelen.
Een stier, een valsche swaen, die jonge maeghden schent,
Heeft dickmael aen de jeught de lusten ingeprent !
In een aan Bijbelse vrouwen gewijde publicatie uit 2006 lees je dat zij nogal van elkaar verschillen. Judith en Jaël zijn weliswaar moedig, maar het doden van een tegenstander is niet navolgenswaardig. De daden van andere vrouwen strekken wél tot voorbeeld. Standvastig in hun geloof, vlijtig, lief, kuis en waar nodig boetvaardig zijn vrouwen als Susanna bij uitstek geschikt als instrument om de boodschap van Jezus door te geven. In het Rijksmuseum en het Catharijneconvent zijn interessante illustraties van oudtestamentische vrouwen in voorbeeldige, maar ook in bedenkelijke rollen te vinden. Zoals Rebecca, de bruid van Isaac. Zij leek een lieve volgzame vrouw, maar eenmaal op leeftijd kwam zoals beschreven in Genesis 27, een minder mooie kant van haar karakter aan het licht….
Met Rebecca’s bedrog hielden schilders vrouwen een lesje voor. De boodschap eerlijk duurt het langst wordt ook uitgedragen in schilderijen met de ten onrechte als overspelig veroordeelde kuise Susanna, over wie straks meer.

Top tien
In de jaren ’80 van de vorige eeuw speelde de herziene editie van A. Piglers Barockthemen nog een belangrijke rol in het vak Iconologie. In een daarin gegeven overzicht van favoriete Bijbelse thema’s met erotische mogelijkheden staat Susanna samen met Lot en zijn dochters, Judith en Bathseba hoog genoteerd. In de 16e en 17e eeuw figureerden zij ook vaak in de reeks Vrouwenlisten. Verhalen over mannen van naam die buiten hun schuld door een vrouw ten val worden gebracht. De wijsgeer Aristoteles liet zich het hoofd op hol brengen door de bedrieglijke Phyllis en de oudtestamentische krachtpatser Simson liet zich in de luren leggen door de verleidelijke Delila. Ook koning David wordt in deze reeks als slachtoffer ten tonele gevoerd. Hij liet zich verleiden door de mooie getrouwde Bathseba. Of was het andersom?
Ook Bathseba zou een (bij)rol kunnen spelen in het #MeToo verhaal dat nu in Gouda verteld wordt. Bathseba werd door Koning David, nadat hij haar in haar tuin had zien baden, uitgenodigd op het paleis. Gezien de machtsverhouding kon zij niet weigeren. Van het een kwam het ander. Wanneer Bathseba zwanger is bedenkt koning David een manier om zich van haar echtgenoot Uria te ontdoen. Hij stuurt hem naar het front, zodat hij met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid zal sneuvelen. Hoe het verder ging lees je in het Bijbelboek 2 Samuel 11-27.

De wel- en niet voorbeeldige Bijbelse vrouwen vormen al eeuwenlang een dankbare artistieke inspiratiebron. De samenstellers van de Goudse tentoonstelling beperken zich tot het verhaal van Susanna, uit het apocriefe Bijbelboek Daniel. In de tentoonstelling zie je hoe Susanna tal van zeventiende -eeuwse en latere kunstenaars inspireerde tot het maken van schilderijen, prenten, beeldhouwwerk en films. In een van de zalen wordt de scène uit Alfred Hitchcocks film Psycho geprojecteerd, waarin de gewelddadige hoofdrolspeler zijn slachtoffer onder de douche bespiedt. Weinig kijkers zullen het in 1960 of daarna hebben opgemerkt, maar de peep hole waardoor hij gluurt is verborgen achter een schilderij met voorstelling van Susanna en de ouderlingen door Willem van Mieris.
Wie was Susanna?
Het verhaal van Susanna speelt in de 6e eeuw v. Chr. tijdens de zogeheten Babylonische Ballingschap. De mooie echtgenote van de welgestelde Joachim wordt tijdens het baden in haar tuin bespied door twee ouderlingen. Ze proberen haar te verleiden. Wanneer Susanna niet op hun avances in gaat brengen ze het gerucht in omloop dat Susanna overspel heeft gepleegd. Susanna wordt veroordeeld tot de doodstraf, maar de profeet Daniel brengt redding. Op grond van tegenstrijdige verklaringen vallen de ouderlingen door de mand, waarna Susanna wordt vrijgesproken. Moraal van het verhaal: eerlijkheid prevaleert boven bedrog en een kuise levenswandel strekt tot aanbeveling.
Waarom legden kunstenaars dit tafereel keer op keer vast? In de tentoonstelling wordt het antwoord op deze vraag in beeld gebracht met oude meesters zoals Artemisia Gentileschi en Hendrick Goltzius maar ook met hedendaagse kunstenaars zoals Oscar Jespers. Van Rembrandt wordt een bijzonder goed getroffen tekening getoond, waarin je in spiegelbeeld de compositie herkent van zijn schilderij met hetzelfde onderwerp in de Berlijnse Gemäldegalerie.

Nu eens wordt Susanna ten tonele gevoerd als symbool van vroomheid en huwelijkstrouw, soms ook als lustobject of drager van een politieke boodschap. Vanuit wisselend perspectief als slachtoffer, maar ook als een krachtige survivor, aldus de samenstellers van de tentoonstelling.

Susanna bracht niet alleen de hoofden van de grijsaards en mannelijke schilders op ideeën. We zagen dat zij hen inspireerde tot mooie verstilde, erotiserende of aangrijpende beelden. Van die laatste categorie is het schilderij van Artemisia Gentileschi (1593-1653) wellicht het meest schokkende. Gentileschi werd als eerste vrouw toegelaten tot de academie van Florence. Een persoonlijk #MeToo voorval uit haar jeugd was waarschijnlijk de aanleiding voor haar verbeelding van Bijbelse vrouwen in het algemeen (denk aan Judith en Holofernes) en Susanna in het bijzonder. In de rechtszaak die ze aanspande tegen haar verkrachter werd Agostino Tassi weliswaar veroordeeld tot een gevangenisstraf, maar hij kwam al snel weer op vrije voeten. Het trauma uit haar jeugd blijft Artemisia kennelijk achtervolgen. Na eerdere versies uit 1610 en 1622 neemt Artemisia het thema van Susanna en de ouderlingen in 1649 nogmaals ter hand.

In de tentoongestelde werken is Susanna vanuit verschillende perspectieven in beeld is gebracht. Soms neemt zij een bad in haar tuin zonder de in de bosjes verscholen grijsaards op te merken. In andere werken is ze de wanhoop nabij wanneer ze door hen wordt vastgegrepen. In weer andere werken, zoals in Goltzius versie uit 1607 lijkt haar blik bijna verleidelijk. Rond het midden van de 20e eeuw inspireerde de kuise Susanna beeldhouwer Oscar Jespers tot zijn solitaire verbeelding van Susanna op het moment dat zij de voyeurs ontdekt. Bij zijn witmarmeren versie nodigt de Vlaamse beeldhouwer de bezoeker uit om goed te kijken. Loop er maar eens omheen en neem haar pose en blik in je op. Hoe zie jij Susanna? Een in brons gegoten versie van dit beeld bevindt zich in het Utrechtse park Oog in Al. Wil de echte Susanna nu opstaan?
In zijn doek verwerkte Goltzius een in hedendaagse ogen nogal bedenkelijk grapje. Een van de ouderlingen gaf hij de gelaatstrekken van zijn vriend Jan Govertz. Van der Aer, waarmee deze als een zogeheten ‘Susannist’ is weggezet: een oude snoeper.

Het eeuwenoude verhaal van Susanna is ondanks de vele prenten en schilderijen met moraliserende boodschap helaas nog steeds actueel. Met hun audiotour proberen de zogeheten Sekszusjes van de gelijknamige educatieve VPRO-serie aan de hand van Susanna’s lotgevallen bewustwording te creëren van de problematiek rond ongewenste intimiteiten.
Susanna’s eigentijdse naamgenote Susanna Inglada (1983) is vertegenwoordigd met een animatie, waarin zij met indringende beelden reflecteert op de impact van de #MeToo beweging.

Orange the world
Op 26 november ging de wereldwijde actie Orange the World van start, waarmee aandacht wordt gevraagd voor geweld tegen vrouwen. Ook in ons land vallen vrouwen, veelal onopgemerkt door de buitenwereld, ten prooi aan huiselijk geweld. Via de media en gebouwen die ‘s avonds met schijnwerpers oranje kleuren wordt dit thema belicht. Met de aankoop van een armband met een oranje steen kun je een bijdrage leveren aan het stoppen van huiselijk geweld en femicide. Zie https://www.orangetheworld.nl
Ga voor informatie over de tentoonstelling en het uitgebreide activiteiten programma naar www.museumgouda.nl
Liberté! Ary Scheffer en de Romantiek, tot en met 23 maart in het Dordrechts Museum.

De groots opgezette tentoonstelling Liberté! Ary Scheffer en de Romantiek is eveneens een must see. De geëxposeerde werken geven een interessant beeld van de roerige eerste helft van de 19e eeuw in Parijs. Een periode die getekend werd door revoluties en machtswisselingen. De Dordtenaar van geboorte Ary Scheffer (1795-1858) zit er met zijn neus bovenop, aldus de samenstellers van de tentoonstelling. In 1811 was de 16-jarige Ary met zijn moeder Cornelia naar Parijs verhuist. De weduwe Scheffer voorzag dat haar getalenteerde zoon zijn artistieke vaardigheden hier zou kunnen ontplooien. Hij kwam in de leer bij de beroemde historieschilder Pierre Guérin. Zelf was Cornelia Scheffer ook een begenadigd schilder. Zij kopieerde werken van haar zoon, die door verkoop uit zijn atelier zouden verdwijnen. Haar kopie van het doek met de opstandige Vrouwen van Souli (1827-1828) wordt naast het origineel in de eerste zaal getoond.

In dochter Cornelia Marjolin leefde zijn artistieke talent voort. Zij werd beeldhouwer, evenals prinses Marie van Orléans, aan wie Ary Scheffer als ‘hofschilder’ teken- en schilderles had gegeven. Cornelia Marjolin heeft de schilderijen van haar vader aan het Dordrechts Museum geschonken.
De in ons land vrij onbekende- maar in Parijs zeer geliefde schilder verkeerde in de hoogste artistieke kringen. Hij ging om met Fréderic Chopin, Franz Liszt en raakte bevriend met eigentijdse kunstenaars als Théodore Géricault, Jean-Auguste-Dominique Ingres en Eugène Delacroix. Zij zetten hun penselen in als wapens en klimmen tijdens opstanden zelf op de barricades. Met hun monumentale strijdvaardige doeken ontketenen zij een revolutie in de kunst. In zijn monumentale schilderij het Vlot van de Medusa ventileert Géricault zijn kritiek op de kapitein die zichzelf en de bemanning tijdens een schipbreuk in veiligheid bracht, terwijl hij de overige opvarenden zonder eten en drinken op een vlot aan hun lot overliet. Door een zwarte man toe te voegen uitte Gericault ook kritiek op de slavenhandel. In de expositie zie je een kleine olieverfstudie voor het oorspronkelijke doek van 5 x 7,5 meter.

Ook Ary Scheffer raakte bevlogen door de idealen van die tijd. Als reactie op de door de rede aangestuurde stijl van het koele Classicisme ontstond in de vroege 19e eeuw de Romantiek, waarin emotie en gevoel de boventoon ging voeren. Over smaak valt niet te twisten. Sommige 19e -eeuwse en hedendaagse critici zijn niet zo te spreken over Scheffers nogal zoetgevooisde, gladgepolijste werken. Er blijft echter genoeg om van te genieten. Als documenten van een voorbije tijd zijn Scheffers werken, aangevuld met ‘steunafbeeldingen’ van beroemdere tijdgenoten zoals Ingres, Géricault, Eugène Isabey en Théodore Rousseau ook al heel interessant.
Link: Liberté! Ary Scheffer en de Romantiek
In de Rug van de Zee, tot en met 11 mei 2025. Museum Kranenburgh, Bergen aan Zee. Drie tentoonstellingen onder een dak. (Gesloten t/m 16 november)

Onlangs bezocht ik Museum Kranenburgh, museaal pareltje in het bos en duinrijke Noord-Hollandse Bergen. Tot eind mei is de tentoonstelling In de rug van de Zee: 100 jaar verbeelding van het landschap te zien. De kunstenaars van de Bergense School spelen de hoofdrol. Deze eerste expressionistische kunststroming van Nederland beleefde haar bloeitijd tussen 1915-1925. De verstilde bossen, duinen en stranden lokten ook daarna talloze kunstenaars naar Bergen. Zij brachten de waargenomen werkelijkheid met brede toetsen en verzadigde, soms contrastrijke kleuren op het doek. Wisselende weersomstandigheden en vooral het litorale licht inspireerde hen tot steeds weer nieuwe creaties.
Tussen de veertig door mannen geschilderde werken bevinden zich twee vrouwelijke kunstenaars. Else Berg is aanwezig met een landelijke impressie van Knotwilgen die zij onder invloed van het Kubisme in vereenvoudigde vormen weergaf en Charley Toorop met haar expressieve Goudreinetten.
In de deels door daglicht beschenen expositie in Bergen wandel je langs diverse duin-, bos- en poldergezichten, zoals Arnaut Colnot, Bosgezicht Bergen en Frans Huysmans Gezicht op de polder vanuit de duinen (1930). Van Gerrit Willem van Blaaderen, bekend van enigszins kubistische stadsgezichten, zie je een kleurrijke impressie van een Bloeiende appelboom, getoond naast Charley Toorops doek met Goudreinetten. Door in te zoomen op de kern van hun onderwerp: de bloeiende bloesem en de rijpe appels, kozen beide kunstenaars een ongebruikelijk gezichtspunt.


De grens tussen ouder werk van de Bergense School en eigentijdse kunstwerken wordt gemarkeerd door een schilderij van Edgar Fernhout. Door zijn moeder Charley Toorop geschoold in figuratieve schilderkunst besloot hij de realiteit in zijn verbeelding van de Herfst te verruilen voor een abstracte impressie.
Na de hoogtijdagen van de Bergense school ging het verhaal van door zon, zee, bos en duin geïnspireerd werk door. Er worden interessante eigentijdse voorbeelden getoond, zoals een reeks van acht lindehouten panelen van Charlotte Caspers, bekend van het Geheim van de Meester. De op middeleeuwse wijze geprepareerde panelen beschilderde zij met natuurlijke pigmenten als ultramarijn en citramarijn. Hiermee brengt zij de schoonheid van de zee tot uitdrukking. De betekenis van het met puur bladgoud bedekte paneel laat zich raden. Caspers panelen worden in dialoog gepresenteerd met een klein in soortgelijk palet geschilderd zeegezicht van Harrie Kuyten.
Een blikvanger is de eigentijdse installatie Betula van Pé Okx (1951). Een werk dat bij mij associaties opriep aan Dr. Zhivago die op zijn paard door een zonovergoten, besneeuwd berkenbos voortjakkert.

( Foto Marina Marijnen)
De vijftien aan het plafond opgehangen berkenstammen lijken zachtjes in de wind te wiegen, maar wind is er niet. Ze worden op ingenieuze wijze door magneten onder de vloerplaat in beweging gezet, wat een magisch effect teweegbrengt. Mooi om te zien, maar er zit meer achter. De kunstenaar onderzoekt de menselijk neiging tot antropomorfisme: het toekennen van menselijke eigenschappen aan dieren, planten en objecten. Sinds kort ‘weten we’ vertelt de gids, dat bomen via gigantische ondergrondse netwerken met elkaar communiceren. Die ‘wetenschap’ brengt de kunstenaar met de voortdurende communicatieve bewegingen in beeld. Mocht het niet wetenschappelijk bewezen zijn, dan is het toch mooi gevonden. Betula is de Latijnse naam voor een winterharde berkensoort. Zo gezien was mijn associatie met de Russische berkenbossen nog niet zo gek.
Neem ook een kijkje in de exposities met werk van Harmen Brethouwer (1960) en Jan Roeland (1935-1916).
Gefascineerd door de 8000 jaar oude Japanse lakwerktechniek ontstonden onder Brethouwers handen glad gepolijste met lak beschilderde panelen. Lak wordt uit het sap van de lakboom Rhus Vernicifera gewonnen. Door een inkerving in de stam wordt het sap, urushi, als bij een rubberboom getapt. De substantie is kleverig en lastig te verwerken. In de Japanse lakkunst kon daarmee alleen zwart en rood pigment worden gemengd. Brethouwer ging de uitdaging aan om ook andere kleuren, stukjes parelmoer en zelfs schalen van kippen- en struisvolgeleieren met het lak te vermengen. Al experimenterend, bereikte hij bijzonder verrassende effecten.

Eveneens verrassend zijn de hier getoonde bronzen sculpturen, die geen sculpturen zijn maar klokken! Ook de eeuwenoude kunst van het klokkengieten vormt een bron van inspiratie voor de kunstenaar. Na 20 jaar van experimenteren lukte het om in dit medium een zuivere vorm en klank te bereiken. De grote klok klinkt als een A. Hier zit het geheim in een ingenieus systeem, waardoor de klok iets boven de grond op een statief staat. Naast de klok ligt, heel uitnodigend, een hamer. Het is echter niet de bedoeling dat de bezoeker deze ter hand neemt. Op verzoek van onze rondleider ontlokt de suppoost met een welgemikte slag een doordringend en lang nazingend zuiver geluid uit de klok.

Tenslotte zie je hier, leuk voor jong en oud, de schilderijen van Jan Roeland. Deze werken zijn in al hun eenvoud niet alleen mooi en goed getroffen, maar ook humoristisch. Na jarenlang voor de klas te hebben gestaan besloot Jan Roeland zijn bestaan van onderwijzer te verruilen voor dat van kunstenaar. Zijn keuze werd ingegeven door een bezoek aan de Wereldtentoonstelling in 1959.
Het werk van deze autodidact wordt gekenmerkt door een uiterst vereenvoudigde weergave van een detail van de werkelijkheid; een steeltje van een bloem of een kenmerkend aspect van een dier. Door de spaarzame middelen en het vernuftig gebruik van kleuren slaagt hij erin een zekere spanning op te bouwen.
Prachtig zijn de ooievaars, kikkers en grappig het Dick Bruna-achtige kleurrijke vliegtuigje, waarin de vorm en de titel F-16 niet geheel of beter: helemaal niet samenvallen. Of Roeland nooit goed geluisterd of gekeken heeft naar deze Freedom Fighter, waar zijn zoon op vloog is een raadsel, of het moet zijn dat zoonlief de straaljager als een speeltje zag.


Hoe dit ook zij: de fragmentarische blow-up van een kikker is helemaal gebaseerd op de werkelijkheid; bij het zien van dit schilderij roept ieder kind het goede antwoord.
Link: Museum Kranenburgh
Marianne von Werefkin (1860-1938) – pionier van het Expressionisme. Van 5 oktober tot en met 16 maart in Museum de Fundatie.

Museo Comunale d’Arte Moderna, Ascona
Terwijl de expositie Wassily Kandinsky: pionier van de abstracte kunst in Museum H’ART bijna ten einde loopt, presenteert de Fundatie in Zwolle nog een wegbereider: Marianne von Werefkin: pionier van het Expressionisme.
Dankzij haar geprivilegieerde adellijke afkomst kon zij -ongebruikelijk voor die tijd- de artistieke stem van haar hart volgen. Zij volgde schilderlessen bij de beroemde Russische schilder Ilja Repin (1844-1930). Deze kunstenaar bracht het soms rauwe Russische leven met niets ontziend realisme in beeld. Von Werefkin nam zijn lessen ter harte. Wegens haar losse, vloeiende toets en het warme palet werd zij bezongen als de Russische Rembrandt! Dit eerste hoofdstuk uit haar carrière wordt in de Fundatie geïllustreerd met een realistisch portret dat zij maakte van de echtgenote van haar leermeester, Vera Repin en een portret dat Repin van zijn jonge pupil maakte. Getuige een krachtig zelfportret ontwikkelt Marianne als snel een eigen -toen nog- op het impressionisme geënte stijl.

Museo Comunale d’Arte Moderna, Ascona
Met de schilder Alexej von Jawlensky verhuist ze in 1896 naar München; indertijd de ‘culturele hoofdstad’ van Duitsland. In de rolbevestigende veronderstelling dat haar werk er niet toe deed stopte ze met schilderen. Ze zat echter niet stil, zoals meer dames in artistieke kringen ontving ze in haar zogeheten ‘rose salon’, schrijvers, dichters, dansers en kunstenaars als Kandinsky en Münter. Met Alexej von Jawlensky maakte ze studiereizen naar Frankrijk en Italië tijdens welke ze haar ogen goed de kost gaf. De jaren dat ze op schilderkunstig gebied op non-actief stond, waren nicht umsonst; ze vormden een werkelijke incubatietijd! Wanneer ze in 1906 het penseel weer opneemt is haar expressieve stijl tot volle wasdom gekomen. De enigszins geabstraheerde platte vormen en intense kleuren verraden invloed van Vincent van Gogh, Paul Gauguin en de Nabis. Mooi voorbeeld vormt de geestige Herbstschule dat dateert van de periode 1907-1909, waarin zij met Jawlensky bij Kandinsky en Münter in Murnau verbleef.

Museo Comunale d’Arte Moderna, Ascona
Als lid van de in 1911 door Kandinsky en Marc opgerichte kunstenaarsgroep Der Blaue Reiter speelde zij een belangrijke rol in de ontwikkeling van het Duitse expressionisme. In het zomernummer van Kunstschrift stelt conservator Sanne van der Kraats zelfs dat Von Werefkin tijdens het verblijf in Murnau dè inspirerende kracht was: niet alleen van haar partner Alexej von Jawlensky, maar ook van Gabriele Münter en Wassily Kandinsky aan wie de ‘uitvinding’ van de abstracte kunst doorgaans wordt toegedicht. Kandinsky heeft deze stijl weliswaar verregaand doorgevoerd, maar in de ontwikkeling daarvan liepen Werefkin en Münter met hem op! In een van de in Zwolle getoonde schetsboeken bevindt zich een schets van Murnau, met de karakteristieke kerktoren die we kennen van de impressies die Kandinsky en Múnter op diezelfde plek vastlegden.
De tentoonstelling is chronologisch thematisch ingedeeld naar hoofdstukken als: het Nachtleven in München en Vrouwenlevens, waarin het hardwerkende bestaan van weinig gewaardeerde eenvoudige vrouwen wordt uitgebeeld. Ook zie je schilderijen die tijdens haar connectie met der Blaue Reiter ontstonden en impressies van de landen die ze bezocht, zoals de Baltische kusten. Geloof en kunst streden in Werefkins leven om de voorrang. Onder de noemer Spiritualiteit zie je hoe zij daar vorm aan gaf.
Na het uitbreken van de eerste Wereldoorlog vestigen Von Werefkin en Von Jawlensky zich in het Zwitserse Ascona aan het Lago Maggiore. Aan de lange relatie tussen de beide kunstenaars komt een einde. Von Jawlensky verruilt Marianne voor haar dienstmeisje. In de bloedrode Tragische Stimmung heeft Marianne in 1910 haar verdriet gestalte gegeven. De datering van het op karton geschilderde werk zou je op het verkeerde been kunnen zetten. De affaire met het dienstmeisje Helene Nesnakomoff, waaruit een zoon werd geboren, speelde echter al ruim voor die tijd.
De inmiddels 61-jarige schilderes blijft berooid, maar niet werkeloos achter. Vervallen tot de kaste van de have-nots kiest la nonna, zoals de lokale bevolking haar noemt, het thema van sociale ongelijkheid tot hoofdmotief. Alle werken getuigen van empathie met hardwerkende arme mensen.
Daarvan getuigen werken met troosteloze drinkers in Het Café, de meer dood dan levende arbeiders van de pastafabriek in Lebende und Tote uit 1924 en de zorgelijke vrouwen met zuigelingen in Zwilinge, die veel weg hebben van de door Van Gogh geportretteerde baby Marcelle van postbode Roulin.

In mijn lezing en artikel over de Kandinsky tentoonstelling in Museum H’ART sprak ik mijn teleurstelling uit over de afwezigheid van geschilderd werk van Gabriele Münter. Ik besloot mijn impressie met volgende woorden: …’zonder de pretentie volledig te zijn heb ik een indruk gegeven van Kandinsky’s weg van figuratie naar abstractie. Anders dan vaak gedacht bewandelde hij die weg niet alleen. Gabriele Münter en Marianne von Werefkon vergezelden hem!’…
Het komt dan ook goed uit dat Museum de Fundatie dit najaar een groot overzicht geeft van het oeuvre van Marianne Von Werefkin. Deze expositie is het eerste retrospectief dat in ons land aan deze vrouwelijke pionier van het Duitse expressionisme gewijd is. Naast een kleurrijk overzicht van haar werk, gerangschikt naar de plaatsen die zij bereisde of waar ze gewoond heeft, geven foto’s een inkijkje in haar leven. Daarin zien we een stoere ‘manhafte’ vrouw, die haar artistieke succes, behalve door haar afkomst, vooral aan een ongebreideld doorzettingsvermogen en rotsvast geloof in zichzelf te danken had….
Met de volgende woorden was ze haar tijd ver vooruit:
…’Ich schaffe mir ganz bewusst Illusionen und Traüme.
Darin bin ich Künstler. Ich bin mehr Mann als Frau.
Allein das Bedürfnis zu gefallen und das Mitleid machen mich zur Frau.
Ich bin nicht Mann, ich bin nicht Frau, ich bin Ich’…
Van 5 oktober tot 16 maart is haar uitgebreide oeuvre in de Fundatie in Zwolle te zien. Von Werefkins verhaal wordt geïllustreerd met werken uit particuliere collecties en een groot aantal bruiklenen van het Museo Comunale d’Arte Moderna in het Zwitserse Ascona, dat Von Werefkin in 1922 samen met enkele kunstenaarsvrienden heeft opgericht.
Postscriptum.
Na afloop van de voorbezichtiging werd ik uitgenodigd om plaats te nemen in de ReCharge-dome; een grote tent die onder de ‘wolk’ van Museum de Fundatie is opgezet. Het is een, tja hoe moet je het noemen, kunstig digitaal klank en lichtspel, waar de bezoeker zich, gewapend met koptelefoon en liggend op een comfortabel matras, aan over mag geven. Dit 3600 kunstwerk maakt deel uit van de tentoonstelling RESET met werken van Delic & Huda, Yssef Ola-Agbo en Josèfa Ntjam. Het bleek een bijzondere totaalervaring, dat de doelstelling van de ontwerpers meer dan waarmaakt. Dit werk biedt aldus de kunstenaars Delic & Huda een …’een moment van bezinning als antwoord op ons hypersnelle moderne leven en laat het zenuwstelsel tot rust komen’…
Liggend in die tent krijg je gelegenheid om je batterij op te laden: en inderdaad, juist toen ik bijna in slaap viel, ging het licht weer aan en was de oplaadtijd verstreken!
Link naar artikel: Kandinsky, Pionier van de Abstracte Kunst
Link: Museum de Fundatie
Joan Miró – Sculptures. Tot en met 2 maart in Museum Beelden aan Zee, Den Haag.

Als je niet beter wist zou je bij het zien van Miró’s Monument uit 1970 kunnen denken dat het per abuis is achtergebleven na de vorige expositie. In 2022 wijdde Museum Beelden aan Zee een indrukwekkend retrospectief aan Henry Moore (1898-1986). De binnen een afgerond vierkant geplaatste eivormige holle- en gespiegelde bolle vorm daar bovenop zouden ook associaties kunnen oproepen met de sculpturen van Anis Kapoor (1954). Dit metershoge beeld is verrassend genoeg een creatie van Joan Miró (1893-1983)!
Kenners kijken hier natuurlijk niet van op, maar bij de doorsnee museumbezoeker is Miró beter bekend van zijn schilderijen. Poëtische, enigszins raadselachtige doeken, waarin hij in een geheel eigen symbolistische beeldtaal uiting gaf aan zijn binnenwereld. De hoogbejaarde kunstenaar was in 1983 over zijn dubbele kunstenaarschap heel duidelijk:
…‘Ik ben een gevestigde kunstschilder, maar een jonge beeldhouwer!’…
De verrassing wordt nog groter wanneer je leest wat het triviale uitgangspunt was voor de zojuist beschreven sculptuur: een door veelvuldig gebruik uitgehold stukje handzeep. Dit past helemaal in de bizarre ideeënwereld van de kunstenaars die hun onderwerpen ontleenden aan het onderbewuste en het domein van de dromen. Miró was een van de grondleggers van de stroming die de geschiedenis is ingegaan als het surrealisme.
Evenals zijn tijdgenoot Henry Moore haalde Mirò ook inspiratie uit natuurlijke objecten die hij op het strand vond. Een betere locatie dan Museum Beelden aan Zee is dan ook nauwelijks denkbaar voor een overzicht van Mirò’s sculpturen.
Dankzij zo’n 55 bruiklenen van de Fundació Joan Miró in Barcelona en de Fondation Maeght in Saint-Paul-de-Vence kan het Nederlandse publiek tot 3 maart kennis maken met die andere kant van Miró. Zowel met zijn surrealistische schilderijen, vol mysterieuze tekens en symbolen, als met zijn beeldhouwkunst doorbrak Mirò de toenmalige artistieke grenzen. Behalve monumentale openbare werken worden ook zijn experimenten met keramiek, studies in gips en assemblages getoond. Ze getuigen van zijn onbegrensde verbeeldingskracht en voortdurende zoektocht naar nieuwe ideeën, materialen en technieken.

Vrouwen, vogels en alledaagse voorwerpen inspireerden de (fervent) Catalaanse kunstenaar tot de meest fantasierijke creaties. In dit overzicht van zijn beeldhouwwerken kun je moeiteloos een veelvoud aan artistieke invloeden herkennen. Echo’s uit het verre en nabije verleden, zoals invloeden van Picasso, de surrealisten, abstract expressionisten en -dat kennen we al van zijn schilderijen- biomorfe vormen, waartoe hij geïnspireerd raakte na het zien van micro-organismen onder de microscoop.
Miró was een zeer veelzijdig man. Tot hoge leeftijd bleef hij letterlijk en figuurlijk in beweging. Als een kameleon die voortdurend van kleur verandert vond hij zichzelf elke keer weer opnieuw uit!

Naast vernieuwing duiken, soms jaren later, allerlei eerder gebruikte motieven steeds weer op. Het op twee aaneengeklonken koffiemokken gelijkende Tête Multicolore herleeft in 1971 in het carnavaleske Personnage et Oiseau, waarin het artistieke vocabulaire van Picasso, de Cobrabeweging en zelfs Jeroen Bosch, niet ver weg is.

Bijzonder geestig is het als campagnebeeld gebruikte Couple d’amoureux aux jeux de fleurs d’amandier, dat qua titel en uitvoering perfect de geest van de doldwaze surrealisten illustreert. In een voorbeschouwing las ik:
… ‘Miro’s surrealistische droombeelden komen in zijn latere werk als driedimensionaal figuren in zijn sculpturen terug: ze stappen als het ware het schilderij uit!’…
Ik zou het niet beter kunnen verwoorden! Ontdek het zelf in de letterlijk en figuurlijk geestverruimende expositie die nog tot 2 maart in Museum Beelden aan Zee is te zien.
Link: Museum Beelden aan zee
Link: Mijn artikel over Henri Moore bij Beelden aan zee