Een uitstapje naar Abu Dhabi

Lees hier over Abu Dhabi en in het volgende artikel op mijn site over het Louvre aan zee.

Abu Dhabi, strand met dhow 1962

Wie in de vorige eeuw zou hebben gezegd: over 50 jaar kun je schaatsen en skiën in de woestijn, zou zeker voor gek verklaard zijn. Datzelfde geldt voor degene die zou hebben voorspeld dat in diezelfde woestijn ooit schilderijen van Leonardo da Vinci zouden hangen. Toen ik in de jaren ’80 voor het eerst in Abu Dhabi kwam, leek niets op deze toekomstige ontwikkelingen te wijzen. Toch heeft die gek gelijk gekregen!

Abu Dhabi kustlijn 1962

Dankzij de vondst en exploitatie van olie, is het onooglijke (parel) vissersplaatsje Abu Dhabi uitgegroeid tot een moderne wereldstad met een skyline als die van Atlanta.  Bestemming voor een alternatieve wintersportvakantie is Abu Dhabi niet, maar je kunt hier wel genieten van zon, zee en cultuur. Het nieuwe Louvre geeft een visueel overzicht van de culturele wereldgeschiedenis, die hier letterlijk en figuurlijk vanuit niet-Europees perspectief wordt gepresenteerd. U kunt hierover lezen in het volgende artikel dat zich richt op het Louvre Abu Dhabi.

Abu Dhabi, zicht op de stad januari 2018

Van de oorspronkelijke vissersnederzetting krijgt de bezoeker in het Heritage Village een indruk. In traditionele met palmbladeren gedekte lemen hutten demonstreren lokale ambachtslieden hun handwerk. Een niet meer voor de visserij gebruikte dhow is pittoresk in het zand gestrand.

De Skyline vanaf Heritage museum Abu Dhabi 2018

Vlak naast dit openluchtmuseum ligt één van de vier shopping malls met Amerikaans allure: Marina Mall. Ik houd niet van winkelen, maar hier zonder etende en rokende winkelaars, werd ik bekeerd. Behalve juwelen, elektronica winkels en leuke boutiekjes treft de bezoeker een Carrefour aan van een formaat dat in Frankrijk niet te vinden is. Nu ik hier toch ben wil ik die letterlijk en figuurlijk ‘onwijze’ ijsbaan ook wel eens zien. Na enig zoeken deelt een gesluierde dame aan de informatiebalie mee ‘we have stopped that’ ! Toch nog enig common sense in deze wereld, waar de “sky” de “limit” lijkt te zijn. Ik besluit om de overdekte skibaan in Dubai ook maar te laten voor wat het is.

Royal emirates palace hotel

 

 

 

 

 

 

 

We besluiten de dag met een kijkje in de voormalige presidentiële residentie, het Emirates Palace hotel. Schattige Japanse meisjes in Hello Kitty outfit, roodverbrande westerlingen op slippers in korte broek en elegante tot de ogen gesluierde vrouwen vergapen zich aan het oogverblindende interieur met marmeren zuilen, goud beschilderde kapitelen, kristallen kroonluchters en enorme boeketten. In een van de cafés genieten we van de high tea en de muziek van een trio conservatorium studenten. Onderaan een caserta-achtige cascade in de tuin wacht nog een verrassing. Rijke-sheiks-zoontjes gehuld in smetteloos wit gewassen dishdashes showen hun dure sportwagens. De meest opvallende, een Ferrari dacht ik met portieren die omhoog opengaan, bleek een McLaren te zijn, zo vertelde mijn zoon. Wie wil mag met de bestuurder op de foto. Na de fotoshoot waarvan dankbaar gebruik wordt gemaakt scheurt hij met veel pk geblèr weg!

Abu Dhabi vanaf Royal Emirates palace hotel
Uitzicht op de haven met bootje

Een bezoek aan de Sheik Zayed bin Sultan al Nahyan-Moskee is de moeite waard. Mooi in de namiddag. Na zonsondergang wordt het gebedshuis in paarsblauwe en maïsgele verlichting omgetoverd tot een sprookjespaleis van duizend-en-één-nacht.  Kunst … of kitsch?

Sjeik Zayed moskee even voor zonsondergang

Ik moest even denken aan de woorden van Middeleeuwse en latere Rooms Katholieke prelaten, die kritiek op de pracht en praal van de kerkschatten weerlegden met de woorden: deus optimus maximus;  voor God is niets goed genoeg. Zo denken ze er hier ook over!

Sjeik Zayed moskee na zonsondergang
Sjeik Zayed moskee

In de oasestad Al Ain, zo’n twee uur rijden in oostelijke richting bezoeken we het National Archeology Museum, waar de bezoeker zo’n slordige 5000 jaar geschiedenis krijgt voorgeschoteld. Niet te vergelijken met presentaties in het westen, maar met goede Engelse en Franse teksten heel informatief. Bijzonder leuk vond ik de foto’s uit de jaren ’60 die de sfeer van mijn beginregels weerspiegelen. Abu Dhabi zoals het ooit was. De tentoonstelling begint met de kleding, gewoonten, en gebruiksvoorwerpen uit het begin van de vorige eeuw. Een beeld van een jongen in de Koranschool, waar hij behalve reciteren van soeraverzen ook leert lezen en schrijven op het schouderblad van een kameel of os. Het equivalent van het leitje waarop mijn moeder nog leerde schrijven. Een bedoeïenen vrouw giet melk in de mond van haar baby met behulp van een schelp. We zien foto-impressies van het ‘straatbeeld’ van Abu Dhabi rond 1960; de tijd waarin Saoedie Arabië de buurlanden probeerde in te lijven. Na een stammenstrijd kwam de familie Al Ain bovendrijven. Uit dit geslacht stamt sjeik Zayed onder wiens heerschappij de Verenigde Arabische Emiraten werden opgericht. Hij gaf de aanzet tot de ontwikkelingen waar wij nu getuige van zijn. Zijn naam en beeltenis duikt overal in Dhabi op.

Al Ain Archeologisch museum, binnenplaats

In het museum wordt aan de hand van archeologische vondsten als speerpunten, vroege artefacten, aardewerk en sieraden een historische indruk gegeven van het stenen tijdperk tot de huidige dag. Interessant zijn de vroege handelscontacten tussen oost en west en vice versa via zijderoutes en overzee. In een scherf herken ik celadon porselein uit China. Opgravingsfoto’s en een reconstructie geven een idee van de zogenoemde Hili graftombe daterend van ca. 2500 BCE (nee, niet before Christ, maar before common era) en daarin gevonden grafgiften.

Hili Tombe

Later zien we de tombes in het archeologisch Hili park terug. Een site die aantrekkelijk gemaakt is voor ouders met kinderen, die in de Arabische wereld als prinsjes en prinsesjes worden behandeld. Tussen de grafheuvels staan speeltoestellen en je kunt met fietsskelters door het park rijden. Jammer dat we geen kleintjes meer hebben!

Familie uitstapje naar archeologische site Hili                                                                                    Eerder op de dag wandelden we in Al Ain door een heerlijke dadelpalmentuin naar de eenvoudige eerste woonstede van sjeik Zayed, dat thans als Palace Museum voor het publiek is opengesteld. Op de wanden zijn citaten van deze vernieuwende heerser aangebracht. Hij gaf behalve de aanzet om scholen, ziekenhuizen, wegen en infrastructuur te bouwen, in de jaren ’70 ook een verrassende impuls aan de emancipatie van de vrouw. In zijn eigen woorden: ..’A woman constitutes half the society and keeps the house. A country aspiring to build itself should not keep a woman in the darkness of illiteracy and a prisoner tot the shackles of oppression’. Daar kunnen ze in veel oosterse landen nog iets van leren.
Palace Museum Al Ain

Voor wie wel met kinderen naar Abu Dhabi reist is er ook nog het pretpark Ferrari-world. Wie geïnteresseerd is in een bij ons uitgestorven elite-sport de valkenjacht vindt het wellicht interessant een kijkje te nemen in het unieke hospitaal voor valken!

 

Links:

Ferrari World

Abu Dhabi Falcon hospital

Georganiseerde reizen naar de Emiraten,  Oman en verder:

Danielle Kloeg Travel Service (DKTS)

Video Abu Dhabi

 

 

Rondreis door Apulië

Napels gezien? Dan is het tijd voor een afzakkertje!

Op naar het land van de trulli, de traditionele kabouterhuisjes, waarmee Alberobello en omgeving in Puglia bezaaid is. De aanblik ervan is op z’n Amerikaans truly amazing! De naam Alberobello, mooie boom, is afgeleid van het Latijnse silva aroboris belli, maar de bomen uit dit mooie sprookjesbos zijn sinds lang gekapt. 

Over het ontstaan van de trulli, gebouwd op een vierkant grondplan met een (oorspronkelijk) uit losse stenen gestapeld kegelvormig dak, gaan diverse verhalen de ronde. Deze bouwwijze zou het idee geweest zijn van een 16e eeuwse ‘onroerendgoedbelastingschuwe’ graaf. Giangirolamo Acquaviva d’Aragona droeg zijn onderdanen op om huisjes zonder cement te bouwen, zodat, wanneer de belastinginner van de koning van Napels langs kwam, deze snel afgebroken konden worden. Nogal omslachtig, daarom lijkt de veronderstelling dat deze manier van bouwen geïmporteerd werd door immigranten van overzee geloofwaardiger. In Turkije zijn soortgelijke zeer oude bijenkorfhuisjes in (het bijbelse) Haran te vinden.

Hoe het ook zij, het betalen van belasting voor deze optrekjes zou tegenwoordig geen probleem meer zijn. Sinds het stadje Alberobello in de Valle d’Itria op de Werelderfgoedlijst van Unesco staat stromen de inkomsten binnen. Het is leuk om hier even rond te kijken en binnen te lopen bij de als museum ingerichte trullo Sovrano of bij de unieke Siamese tweeling.

Terwijl de toeristen zich hier als mieren door de straatjes voortbewegen, is op een steenworp afstand een ongehoorde rust te vinden. Ook buiten Alberobello vaart de locale agrarische bevolking wel bij het toerisme door het exploiteren van een agriturismo, zoals Arco del Sole, nog geen 10 minuten van Alberobello. Het is er doodstil, afgezien van de waakhonden in de buurt, die in beurtzang, canon of tutti voci van zich laten horen.

Gewend aan cultuurrijker bestemmingen als Toscane, de Veneto en Campania, waar je als cultuurminnaar geen kerk of museum wil missen, ervoer ik deze reis een weldadige rust. Want wat er te zien is, is te overzien. Begonnen in Bari bleek Villa Romanazzi Carducci een goede uitvalsbasis, gelegen in een prachtige tuin met zwembad.
Natuurlijk bezochten wij de kathedraal van Sint Nicolaas, de multi-purpose heilige, niet alleen beschermer van zoete kinderen, zeelieden en meisjes zonder bruidsschat. Ergens las ik dat vrouwen die moeilijk zwanger konden worden zich languit op zijn tombe neervlijden, maar sinds Dottore Antinori meer succes boekt verhindert een stevig hek deze behandeling. Wel zag ik in de crypte gesluierde vrouwen die prevelend veelvuldig een kruis sloegen. Enkelen knielden en staken zelfs een arm door het hek om de sokkel van de tombe van de heilige even aan te raken. Schilderijen tonen de wonderen die de bisschop van Myra (270-343) zou hebben verricht. Zeelieden die van een verdrinkingsdood worden gered, de wanhopige vader bij wie de goedheiligman 3 gouden ballen naar binnen gooit, als bruidsschat voor zijn dochters en het verhaal van de wederopstanding van de drie in mootjes gehakte en ingepekelde scholieren.

Aan de Lungomare bezochten wij de Pinacoteca Provinciale Corrado Giaquinto, op de bovenverdieping van het provinciehuis. Ingericht met barokke werken van de man naar wie de galerie genoemd is en werk van Tintoretto, Luca Giordano en een reeks werken in de stijl van Caravaggio door Giuseppe Bonito. Hier ontdek ik een doek met San Pietro liberato dall’Angelo door de uit Amersfoort afkomstige geïtalianiseerde Utrechtse Caravaggist, Matthias Stom, die ver van huis op Sicilië is overleden.

Mathias Stom (Amersfoort ca. 1600 Sicilië ca 1650), Petrus bevrijd door de engel

In een apart zaaltje, het enige met de juiste klimatologische omstandigheden, wordt het topstuk van de collectie getoond: Giovanni Bellini’s San Pietro Martire, met wie de beulen getuige zijn attributen, geen halve maatregelen namen. De keerzijde biedt de bezoeker nog een toegift: een vlot schetsje van een naakte jongeling in contrapost-houding naast de kont van een welgeschapen paard. In de afdeling met 19e eeuwse schilderkunst zien we Manet-achtige vrouwelijke naakten tegen Japanse kamerschermen, waartoe de kunstenaar Giuseppe de Nittis in Parijs werd geïnspireerd.

 

Hier, evenals in andere musea die wij later bezoeken, zijn wij de enige bezoekers. Een overijverige suppoost, blij dat hij eindelijk iets te doen had, hield ons  nauwlettend in de gaten en voorzag ons regelmatig van goedbedoelde overbodige informatie.

Bari di notte had een speciale verrassing voor ons in petto. Het centro storico, afgezet met enorme betonblokken, werd door poliziotto’s in soorten en maten bewaakt: polizia stradale, polizia communale en veel carabinieri. Keiharde heavy metal schalde door de straten, waar de hele bevolking voor was uitgelopen. Toen ik vroeg wat er aan de hand was,  luidde het antwoord ‘un Poppustarrrruh’: Iggy Pop. Die ouwe rocker! Ook in het stadskasteel van Carlo V, met architectonische en sculpturale fragmenten uit de regio, zagen we hem in een fototentoonstelling samen met David Bowie.

De streek waar wij rondreizen, de Valle d’Itria, kent een lange geschiedenis. Van Mesapiërs, Grieken, Romeinen, Byzantijnen, Ostrogoten, Normandiërs, het huis van Anjou, Habsburgers tot en met de Bourbons; allen zagen het strategisch potentieel van deze vallei.

Elke havenstad heeft een uit dikke muren opgetrokken Castello.  De eerste aanleg dateert van de tijd van Frederik II Hohenstaufen (1194-1250). Als koning van Sicilië en keizer van het Heilige Roomse Rijk beijverde Frederik II zich, in het voetspoor van zijn roemruchte grootvader Frederik I Barbarossa, voor de bescherming van het ware geloof. Op Sicilië sloeg hij een opstand neer van moslims die een islamitische staat wilden stichten (…). Later in 1228 organiseerde hij een kruistocht naar het Heilige Land om de bijbelse plaatsen voor pelgrims uit het Westen toegankelijk te maken. Deze gingen scheep vanuit de havensteden aan de Adriatische zee. Drie eeuwen later liet keizer Karel V de kastelen van Frederik in zijn strijd tegen de oprukkende Turken versterken. Ook elders, zoals in Utrecht liet hij een burcht bouwen, maar daar was in die dagen nog geen militante Turk te bekennen. Hier bewapende de keizer zich tegen de opstandige bevolking.

De kathedralen en kerken van Apulië dragen de sporen van de heersers die hier in de loop der tijd van troon wisselden. Resulterend in een mengeling van Arabische, Byzantijnse, Normandische, Lombardische en andere invloeden, die in talrijke interessante plaatsjes te zien zijn. Zoals Matera, met haar in de berg uitgehakte grotwoningen en grotkerken, dat een plaats heeft gekregen op de wereld erfgoedlijst van Unesco. Het desolate landschap inspireerde Carlo Levi tot zijn later verfilmde klassieker Cristo si è fermato ad Eboli uit 1945 en Mel Gibson liet zijn Passion of Christ op deze locatie opnemen.

Van verre zie je het witte plaatsje Locorotondo, dat, zoals het woord zegt gebouwd is rondom een heuveltop. Ook Martina Franca met haar  barokke geveltjes is de moeite van een stop waard. Hier bewonderden wij Carella’s 18e eeuwse fresco’s met romantische scènes in het Palazzo Ducale. In de San Martino zien we nog meer fresco’s, o.a. van de voor Utrechters bekende Romeinse soldaat die zijn mantel deelt met een bedelaar.

Hier ontdekken we ook iets nieuws. In de tentoonstelling Maria in Museum Catharijneconvent (zie elders op deze site) ziet de bezoeker haar vele hoedanigheden, maar Maria als herderinnetje, die afrekent met het kwaad in de gedaante van een boze wolf, kende ik nog niet.

 

 

 

 

In Taranto wachtte ons een cadeautje; in de reisgids las ik dat hier (misschien wel) het mooiste archeologisch museum gevestigd was. Met het RMO in mijn gedachten kon ik kon ik dit niet geloven, maar tijdens ons bezoek aan het MARTA troffen we een museum naar Noord-Europese standaard aan. Dat de objecten van topkwaliteit zijn verwondert niet; Taranto is één grote archeologische site. Met vondsten van de vroegste Griekse kolonisten tot en met de Romeinen kun je hier urenlang educatief genieten.  Een foto van de vroegste ‘scavi’ toont dat dat huisvrouwen hangend vanuit het raam nu eens echt iets bijzonders in hun straat konden zien. Er kwam een keur aan Griekse zwartfigurige vazen uit de 6e eeuw voor Christus bovengronds: een bronzen beeld van Zeus met een zogenoemde archaïsche glimlach en fragmenten van grafstenen met anatomisch correct vormgegeven lichamen. Bij de sieraden en gouden lauwerkransen voor overledenen vraag je je af hoe de goudsmid deze perfectie zo’n 2500 jaar geleden, zonder moderne instrumenten voor elkaar heeft gekregen. Oorhangers in de vorm van een bootje en  een op een kerstboombal lijkende hanger van bergkristal beide uit de 4e e. v. Chr. Heel bijzonder ook de twee in elkaar grijpende bronzen handen, die samen een notenkraker blijken te zijn!  Romeinse sarcofagen en kleine anatomisch correct weergegeven sculptuurtjes van dansende figuurtjes, vele nog met de oorspronkelijke polychromie en een prachtig vrouwenkopje met haar make-up 2 millennia na dato nog helemaal intact.  Talrijk zijn ook de Romeinse vondsten. Vloermozaïeken, voorouderbeelden, gebruiksvoorwerpen, glas, munten en make-up spullen, die in de Leidse tentoonstelling Casa Romana, waarover later meer, niet zouden misstaan. Ook in dit museum waren we, afgezien van een luidruchtig echtpaar met dito bambino, de enige bezoekers: jammer voor Marta.

 

 

 

 

 

 

Gallipolli, een havenstad aan de Ionische zee, waarin de naam die Griekse kolonisten aan deze plek gaven nog naklinkt: kallipolis, mooie stad en dat is ze nog steeds. Het centro storico, met kathedraal, kasteel en vissershaven ligt op een eilandje. Aan de haven genoten we bij Martinucci van degustazione di mare; crudo (even doorzetten!) en cotto. Lekker eten, kerken en musea horen erbij, maar het Italiëgevoel is voor mij niet compleet zonder zee. Baia Verde is het mooiste strand, aldus de reisgids, en dat blijkt een publiek geheim. Andiamo alla spiaggia.  Het verblijf op een overvol strand is niet mijn hobby, maar een Italiaans strand zonder diepe kuilen met oosterburen of jongelui met ghettoblasters is leuk. Af en toe opkijkend van mijn boek waan ik me toeschouwer van een Felliniaanse film met gewone Italianen als acteurs,  die niets anders hoeven te doen dan zichzelf zijn!

 

Vanuit Gallipolli bezochten we Lecce dat wegens de vele palazzi en barokke kerken als de Santa Croce, het Florence van het Zuiden wordt genoemd. Aan het Piazza Sant’Oronzo is de herinnering aan de oudheid nog zichtbaar in de resten van een Romeins amfitheater uit de 2e eeuw dat plaats bood aan 25.000 bezoekers. Even verderop ontdekken we nòg een theater dat getuige de Dixi en een rij detonerende blauwe plastic stoelen tot de huidige dag in gebruik is. Ook hier liet Karel V zijn sporen na. Een stevige stadsmuur met de Porta Napoli, moest de oprukkende Turken buiten de deur houden.

 

’s Avonds rijden we naar Leuca; de laatste in één lange rij van typisch Italiaanse stadjes, gelegen aan het einde van de wereld: Finis Terrae, gemarkeerd door een enorme kerk gewijd aan Maria. Het is zaterdagavond en vanuit luidspekers schalt de stem van de celebrerende priester over het kerkplein, gevolgd door kerkzang. Langs de boulevard beneden, staan prachtige buitenhuizen, restaurantjes en een gelateria met goddelijk ijs, maar daarvoor hoef je niet per se naar Leuca.

Om Ostuni kunnen we de volgde dag ook niet heen. De huizen van het stadje bedekken als één groot wit fort met kleine venstertjes een heuveltop. Als elders kunnen ook hier een kathedraal, een keur van kerkjes en een museo archeologico bezocht worden. Kom ’s morgens op tijd of in de namiddag, want in het mezzogiorno, het zuiden van Italië, is in de middag alles chiuso, gesloten. Bij Shuluq ceramiche artistiche laten we ons verleiden tot de aankoop van twee met citroenen beschilderde ceramische plantenhangers. De lieflijke winkeljuffrouw weet ons te overtuigen: we ship worldwide, no problemdieci giorni.. We wachten het (on)rustig af, betaald zijn ze al!

Dan rest ons nog Monopoli, een heerlijk stadje met een wirwar van kleine Middeleeuwse straatjes, winkeltjes en ‘ristorantjes’ en zowaar een niet kunstmatig gecreëerd, maar echt stadsstrand. Het Italiaanse strandgewoel laat ik achter en zwem een eind de zee in. Op dit fenomeen heeft Monopoli overigens geen monopolie; de volgende dag tref ik nog zo’n strandje aan, onder de kliffen waarop Polignano a Mare is gebouwd.
Twee uur voor de terugvlucht naar Olanda neem ik ook hier een frisse duik, maar niet vanaf de hoge rotsen vanwaar regelmatig duikwedstrijden worden gehouden. Of zij hier ook gezwommen hebben is mij niet bekend, maar tal van beroemde schrijvers bezochten Polignano. Liep ik in Monopoli nog door de Via Purgatorio (…) hier in Polignano stuit ik op een deur met de volgende, daarmee in tegenspraak zijnde tekst: ‘Questo luogo è stato creato prima del Paradiso’, was getekend Mark Twain. Voor het paradijs werd geschapen bestond deze plek al. Elders zijn nog meer opmerkelijke citaten op muren en deuren gekalkt. Onder andere van de 19e eeuwse Italiaanse dichter Giacomo Leopardi en Henry Miller die mij in het bijzonder aansprak. Voor wie nog twijfelt aan het nut van kunst …’L’Arte non insegna nulla, tranne il senso della vita!’. Vrij vertaald: Van kunst kun je niets leren, behalve levenskunst!’

Wie opmerkt dat Brindisi in deze beschrijving ontbreekt heeft dat goed gezien. In de Dominicus reisgids lees ik dat de meeste toeristen  Brindisi overslaan, maar dat er …’zeker interessante plekken zijn die de aandacht verdienen’. Anders dan gepland leggen we hier toch maar even aan. Leuk om het eindpunt van de Via Appia, dat vlakbij zee door een van de twee zuilen van Trajanus wordt gemarkeerd te zien. Maar met dit monument is wat betreft historisch Brindisi voor mij alles verteld. Zelden zagen wij een saaiere, uitgestorven stad, waar zelfs het archeologisch museum op zondag gesloten was. Anders dan genoemde gids adviseer ik: laat Brindisi links liggen, in ieder geval op zondag en voor als je toch besluit te gaan, breng dan een heildronk uit op je bezoek: brindisi!

Link: Il Museo Archeologico Nazionale di Taranto (MARTA)

OMAN, januari 2017

Oman revisited

Birkat al Mauz

 

Na 35 jaar keer ik terug naar Oman. Destijds zag ik met spijt de bergketen, de groene palmen en de azuurblauwe zee onder de vleugels van de opstijgende jumbojet wegglijden en beloofde ik mijzelf terug te komen. Nu is het zo ver en rijd ik langs die kale bergketen met groene oases en de azuurblauwe zee.

 

Sultan Qaboos (1940)

Zoals de keizers van het oude Rome hun portret tot in alle buitenposten van hun rijk verspreidden, ontmoet je overal in Oman het vriendelijke, door een keurig getrimde baard omkranste gelaat van sultan Qaboos. Het mooiste vind ik het portret dat ik in het authentieke lemen museumhuis in Al Hamra zag, waar anders dan bij ons in het Openlucht Museum èchte figuranten in de weer zijn met traditionele huishoudelijke bezigheden als het bereiden van qua –koffie- en het bakken van flinterdun brood. Daar zag ik dus het in mijn ogen mooiste portret van de sultan, samengesteld uit honderden zorgvuldig geplakte postzegels, resulterend in een verbluffend goed gelijkend portret! Dit staaltje van liefdevolle huisvlijt mag van mij kunst heten. Het portret deed me denken aan de portretten uit gerecycled materiaal door Arnaud Delorme. Zou het het gelaat van onze koning geplakt in postzegels er net zo gelikt uit zien?

Op de voorpagina van de Oman Times van woensdag 25 januari ontwaar ik Qaboos minzame portret wederom, afgebeeld boven foto’s van de wateroverlast veroorzaakt door de eerste regen in een jaar tijd.

Onder de kop ‘His majesty’s Wisdom’ staat:

’Citizens have a right to know what efforts the government is making to improve living standards, develop the economy, develop national resources and provide care and welfare services for the community, guarantee its security and stability and uphold its values, heritage and achievements’

Nadat de in Engeland opgeleide sultan zijn vader -naar goed Oosters gebruik- afzette en diens op zelfverrijking gerichte politiek verving door een regering voor het volk, heeft hij er veel aan gedaan om deze woorden waar te maken. Vrijwel alles in Oman is prima geregeld. De goed onderhouden wegen waarlangs enorme regeringsgebouwen staan, zijn opmerkelijk schoon. Elders, zoals in Al Hamra, zijn de tot ruïnes vervallen authentieke lemen huizen bewust bewaard gebleven als onderdeel van de Omani Heritage. We parkeerden onze gehuurde 4 wheeldrive en zichtbaar veel bagage met een gerust hart in een achteraf buurt, iets waarover we in Europese vakantielanden of zelfs dichterbij huis niet zouden prakkiseren!

Alle Omani zijn (gast) vriendelijk; we drukten menige spontaan uitgestoken hand ook die van vrouwen en de stapels papieren wisselgeld bleken bij natellen in de auto op de rial nauwkeurig te kloppen! De hartelijke houding jegens onbekende bezoekers stamt uit de tijd dat de meeste Omani nog als bedoeïenen leefden en je een vreemdeling niet in de kou, of in dit geval de woestijn liet staan. Denkend aan de oudtestamentische kinderloze Abraham, alias Ibrahim, peins ik: je weet nooit welke verrassing je dan zou mislopen.

Terug naar het hier en nu: dankzij een goed bewind hebben de streng islamitische burgers kennelijk niets te klagen. In het buurland Jemen lijdt de bevolking tengevolge van een burgeroorlog honger en elders in het Midden Oosten bestrijden bevolkingsgroepen elkaar of worden door IS geterroriseerd.
In onze ogen is Oman een paradijs op aarde. Dat paradijs ontdekten kooplieden in de oudheid ook. Vanuit alle windrichtingen, via karavaanwegen en over zee bereisden zij Oman voor de aankoop van wierook, hout, koper en parels. Archeologische vondsten van beschilderd aardewerk uit Mesopotamië van het 5e millennium voor Chr. duiden op vroege handelscontacten rond de Perzische golf. Ook de Romeinse geschiedschrijver Plinius maakt in de eerste eeuw reeds melding van het rijke Omana. Portugese zeevaarders ontdekten deze regio in de vroege 16e eeuw. In 1506 namen zij onder leiding van Alfonso de Albuquerque bezit van het land. Op de rotsen naast de eertijds zo belangrijke zeehaven van Muthra, traîte-d’union tussen West en Oost, herinneren de forten Mirani en Jalali aan deze periode. Ook landinwaarts lieten de Portugezen hun sporen na in de vorm van ruïneuze en gerestaureerde forten. De mooiste zijn Jabrin Castle en het Fort van Nizwa, deels gestoffeerd met tapijten en huisraad.

Jabrin Castle

In het midden van de 17e eeuw werden zij door de Perzen verdreven. Muscat ontwikkelde zich tot een belangrijke zeehaven. Voor die tijd vestigden Arabische stammen onder leiding van Julanda zich in Nizwa. Zoals elders in Centraal Azië werd ook Oman rond 630 veroverd door Mohammed en onder dwang geïslamiseerd. Om een lang verhaal wat korter te maken slaan we een stukje stammen- en andere strijd over. Midden 18e eeuw verslaat  Ahmed Bin Said de Perzen. Hij is de grondlegger van de Al Bu Said dynastie, die de huidige heerser heeft voortgebracht. Aangezien de ongehuwde Qaboos geen nakomelingen heeft is het de vraag hoe het straks met de erfelijke opvolging van de inmiddels 77 jarige sultan moet. Homoseksualiteit is in Oman strafbaar, maar het is een publiek geheim dat Qaboos de herenliefde is toegedaan…

Sultan Qaboos Grand Mosque (2001)

Niet iedereen kan zich hier wat geaardheid betreft vrijelijk bewegen, maar voor het overige is Oman in de Europese wintermaanden een perfecte bestemming. Behalve zon, zee en natuurschoon biedt het land historische monumenten, waarvan de bezoeker in temperaturen van zo’n 25º comfortabel kan genieten.

Grand Mosq

Langs de weg (Sultan Qaboos street) van het vliegveld naar het centrum van Muscat vindt u de immense moskee die Sultan Qaboos ter meerdere glorie van Allah (en zichzelf) ter gelegenheid van zijn 30-jarig jubileum heeft opgericht. Voor liefhebbers van fotografie een prachtig object.  de oude wijk Mutrah bezochten wij de souq en de vismarkt, waar alles wat kieuwen en tentakels heeft vangstvers wordt verkocht. Leuk en informatief is het nabijgelegen Bait Al Zubair museum met wetenswaardigheden over het land en de bevolking.

 

Mutrah Souq

In de nabijgelegen Ambassadewijk zochten wij tevergeefs naar het Oman Heritage Museum, dat in de Dominicus reisgids van 2015 nog letterlijk ‘warm wordt aanbevolen’ , maar opgeheven bleek. Dat was balen, maar een bezoek aan het luxueuze Al Bustan Palace maakte alles weer goed. Rond borreltijd genoten wij van (alleen maar) thee in de adembenemende lobby. Later op de avond dineerden wij op het strand, met -net als de tafelpoten- onze voetjes in het zand en hier gelukkig wel met een koel glas witte wijn!

Een aanrader en dat geldt ook voor het operahuis van Muscat. Op weg van het vliegveld naar ons hotel wees de taxichauffeur ons vol trots op het Royal Opera House, waar wij helaas geen tijd voor hadden. Weer thuis bezoek ik de website en lees dat je hier luxueus kunt dineren en shoppen (…), en ook kunt genieten van Arabische zangsterren en L’Italiana in Algeri door de Opera di Firenze.. Een gemiste kans stel ik teleurgesteld vast. https://www.rohmuscat.org.om/en/Pages/default.aspx

Bimah Sinkhole

Na twee dagen in Muscat begon onze uitdagende rondreis in zuidelijke richting. Langs het vissersdorp Quriayat, dat niet veel voorstelt, reden we richting Sur. Een weg geflankeerd door rechts de prachtige coulissen van het Hadjargebergte en  links de kust van de Indische Oceaan. Onderweg stopten we bij de betoverende Bimah Sinkhole, een kalksteen krater met azuurblauw zeewater, waarin ik, bij gebrek aan een bourkini, in een lang zwart T-shirt te water ging. De volgende sportieve stop was bij de Wadi Shab, een diepe kloof in de woeste bergen. De reisbeschrijving omschreef

Wadi Shab

dit uitstapje eufemistisch met de woorden ….’hier gaan de wandelschoentjes aan’… maar de realiteit was anders. De excursie bleek een gevaarlijke klim- en klautertocht via smalle paadjes langs steile rotsen waar de hekjes allang geleden naar beneden waren gevallen. De tocht moest ons naar een nòg idyllischer zwemplek leiden, maar gezond verstand maande ons bijtijds terug te keren. Op de vraag hoe de lege wadi’s er gevuld met water zouden uitzien kregen bezoekers van de kloof na de wolkbreuken van 24 en 25                                                                                     januari het antwoord.

Raz al Jinz Eco hotel

Onze relaxte start deze morgen brak ons op: tijdens de rit naar het schildpaddenstrand van Ras al Jinz vervielen we in duisternis… Uiteindelijk bereikten we onze volgende stop: een schitterend gelegen luxueuze Eco tent bij het Ras al Jinz hotel. ‘s Avonds laat zagen we een ploeterende groene reuzenschildpad bezig met het leggen van zo’n honderd eieren. Toen ze haar laatste ei gelegd had bedekte de aanstaande moeder de hoop eieren met vinnige gebaren, waarna ze haar logge lijf moeizaam terug sleepte naar zee.

Moeder in wording

Een ontroerend schouwspel, wanneer je bedenkt dat ze haar kroost -van de 100 eieren die 6 weken later uitkomen, overleven slechts enkele schildpadjes- nooit te zien zal krijgen! Vol ongeloof las ik dat deze dieren eenmaal volwassen, van soms wel 1000 kilometer ver, terugkeren naar hun geboortegrond voor een reprise in hun voortplantingscyclus. Daarin slaagt slechts 1 op de 10.000 dieren. In de Disneyfilm Finding Nemo zag ik ze zwemmen, de honderden migrerende zeeschildpadden.

Wahibi Sands

Graag hadden wij van de verstilde plek nog wat genoten, maar onze itinirario schreef een vroeg vertrek voor om via de Wadi Bani Khalid, alweer een sprookjesachtige plek, door te reizen naar onze volgende bestemming: het 1000 nights Camp in de Wahibi Sands waar we in een geitenharen Sheikh tent zouden gaan overnachten. Voor deze sensatie, een spannende rit  met half leeggelopen banden door de woestijn… hoef je geen geitenharensokken type te zijn ! Glijdend als over pistes met platgereden sneeuw, zoefden we over het zand. Even kwamen we in de verleiding om, zoals we enkele locals zagen doen, recht tegen een zandduin op te rijden, maar gelukkig kreeg gezond verstand de overhand. Ook de met een doodshoofd gemarkeerde afslag negeerden we. Toen de kaart een ‘doorwaadbare’ plek hoog over het duin aangaf, kropen we alsnog spectaculair het zandduin op; de instructie volgend: zet de 4 wheel drive in de hoogste stand, neem een aanloop en hup…. Voor een idee van deze condities: denk aan de film Tirza, waar hoofdrolspeler Gijs Scholten van Aschat onder heel wat minder gunstige omstandigheden voortploetert door vergelijkbare zandduinen in Namibië.

1000 Nights Camp

Aangekomen in het 1000 nights kamp werden we meteen weer zo’n hoog duin opgejaagd, dit keer te voet, om te genieten van de in de beschrijving beloofde mooie zonsondergang. Deze bleef echter verscholen achter dreigende regenwolken.

My Toyota is fantastic!

Een kudde fotogenieke kamelen maakt in de vroege morgen alles weer goed. Na een voldane fotosessie keren we terug in de bewoonde wereld. In Mintirib laten we de banden van onze 4 wheel drive weer oppompen en zetten de achtervolging in achter een Toyota met in de laadbak nog een fotogenieke kameel. Dit beeld zou een prachtige illustratie zijn bij de reclameslogan my Toyota is fantastic!

 

 

Grand Canyon

Vervolgens bezoeken we het pittoreske bananendorp Birkat al Mauz met vele deels leegstaande lemen huizen. Hier begonnen we aan een prachtige rit door de Omaanse Grand Canyon. Aan de voet van het Saiq plateau werden naam, kenteken en paspoortnummer door een politieagent genoteerd; wagens zonder 4 wheel drive werd toegang tot de pas geweigerd. Het beloofde een spannende rit te worden, maar de weg was anders dan bij de latere beklimming van de Jebel Shams, prima. Waar is dit papierwerk nou goed voor dachten we. Een zwart op wit bewijs dat het verdwenen Hollands echtpaar hier echt aan haar laatste reis was begonnen? 
Boven wachtte ons een mooi maar letterlijk en figuurlijk kil onthaal in het Sahab Hotel. Het bedienende Indiase personeel was echter vriendelijk en zette zelfs een straalkacheltje voor ons neer.

Sahab hotel (lekker rustig!)
Nizwa Fort

De volgende bezienswaardigheid is de voormalige hoofdstad van Oman, Nizwa. De reisgids dicteert een bezoek aan de geitenmarkt en de souq. Deze zijn vooral leuk wegens de fotogenieke momenten. Na het bezichtigen van het Nizwa Fort ontmoeten we Ali, eigenaar van een souvenirwinkeltje, met later via Whatsapp berichtjes, foto’s en video’s uitwissel. Zijn meest recente met diepe stem ingesproken bericht: …Dear Marina, see you next year in Nizwah, Ins Allah, Ins Allah, bye, bye, bye !!!

Nizwa Souq

 

 

 

 

 

 

 

 

Verder gaat het op weg naar de bergoase Al-Hamra, waar als elders de lemen huizen veelal verlaten zijn. De leegloop van het platteland is ook in Oman een probleem. Wanneer we aan ons volgende bergavontuur beginnen, blijft gek genoeg de voorzorgsmaatregel zoals bij de vorige bergtocht achterwege, terwijl dat hier wel verstandig zou zijn geweest. Het bereiken van de top van de Jabal Shams langs bloedstollende ravijnen via deels onverharde- en niet van vangrails voorziene wegen had veel weg van een dodemansrit!

Mosq Bahla

Aangekomen op de hoogste piek van Oman verwachtten wij een verblijf in een schitterend resort, maar boven bleek voor ons geen plaats in de herberg! Er zat niets ander op dan de berg weer af te gaan. Kort na zonsondergang bereikten we het op een ander plateau gelegen View Camp, met vrijstaande hotelkamers op palen die de naam van het resort waar hadden kunnen maken. Letterlijk en figuurlijk waren wij hier echter in de wolken beland. De regen begon inmiddels flink door te zetten. Gedurende het hele voorafgaande jaar was geen druppel gevallen, maar nu gingen de hemelsluizen open. Het was was koud en winderig. Gelukkig was er een vertroostend en sensationeel warm bad met door de wolken heen soms uitzicht op de lichtjes van het dadeldorp Al Hamra, diep beneden.

Jebel Champs

In de loop van de volgende ochtend trok de mist op en wandelden we door Al Hamra, op zoek naar het bovengenoemde Bait al Safah huis, waar we na bezichtiging Omaanse koffie dronken (geef mij maar een nespressootje) en ons door de Osmaanse dames rozenzalf, sjaals een ‘huisgemaakte’ sleutelhanger en letterlijk een okergeel voorhoofd lieten aansmeren (brings happiness!)

Bait al Safah

Dat huis te vinden was geen sinecure. Het ‘museum’ stond nergens aangegeven en alleen door puur toeval kwamen we er toch nog terecht. Als in een film kwam ons uit een van de tot ruïnes vervallen, maar deels nog bewoonde lemen huizen een vrouw te hulp. Terwijl haar dochtertje mee huppelde, wees ze ons door de wirwar van vervallen straatjes, met handen en voeten gebarend de weg. Toen ze een groepje in smetteloos witte boernoesen geklede mannen tegenkwam ging ze gauw terug, maar om de hoek vonden we het Bait al Safah museum. Individuen kwamen er eigenlijk nooit, hoorden we, alleen kleine groepen met gids. Zo leerden we de het dagelijks leven van de eenvoudige Omani kennen. Met een okergeel besmeerd voorhoofd, verliet ik het pand. Volgens mijn reisgenoot liep ik voor gek, maar de zegen miste zijn uitwerking niet. Na deze bijzondere rondreis genoten wij tot slot nog enkele dagen van de faciliteiten in het paradijselijke Shangri-la Resort Al Husn hotel (adults only). Na het zwemmen in de onstuimige zee stond om 16.00 een verrukkelijke high tea klaar. En om 18.00 stipt was het happy hour in de meest ruime zin van het woord. Onder de zoete tonen van de Celtic harp bespeeld door een lieflijke Argentijnse ‘Lavinia Meier’, deed het personeel haar uiterste best om een Omaanse vakantie die dreigde te eindigen in een ongewenste dry january, af te wenden door het gemis van alcohol in de voorafgaande dagen scheutig te compenseren.

Shangri La Al Husn hotel
Shangri La Al Husn hotel

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Link:
Onze individuele reis was goed georganiseerd door DKTS in Zevenaar. We kunnen hen van harte aanbevelen.

 

Napels zien en dan …..

……..gelukkig thuiskomen!!

                ………Torna a Surriento….. famme campá !..…

In 1902 werden deze dichtregels van Giambattista de Curtis door zijn broer Ernesto getoonzet in de ultieme Napolitaanse canzone. Dit woord te vertalen als smartlap zou een grove belediging zijn !

Beluister de versies van Luciano Pavarotti in duet met Meat Loaf of Andrea Boccelli

 

In de sixties weerklonk deze melodie in een hartstochtelijke remake van Elvis Presley: Surrender !

Dat Sorrento in vele toonaarden werd bezongen is geen wonder. Het bloemrijke, door azuurblauw water omspoelde Peninsola Sorrentina is een groot feest; althans voor de toeristen. De camerieri in de hotels en restaurants, gestoken in zwarte pakken en overhemden met lange mouwen, serverend in temperaturen van (nu al) 340, ervaren dat vast anders, al laten ze het niet merken. Tijdens een vakantieweek in Sorrento, zagen wij niets dan vriendelijke sorrisi !

Sorrento_Napels_baai_Vesuvius
Baai van Napels met Vesuvius, zicht vanaf Sorrento

Wanneer je je geen zomervakantie zonder zee kunt voorstellen is Sorrento een ideale bestemming voor kunst- en cultuurliefhebbers. Boek een hotel met toegang tot een privé strand. Zoals Palace Hotel Europa met zwembad en een lift die stopt in een spannende ondergrondse tunnel, aan het eind waarvan licht gloort en … de zee.

20160708_110104
Onderdoorgang naar golf van Napels

Culturele uitstapjes zijn vanaf Sorrento eenvoudig te maken met de Circumvesuviana, de trein met eindstation Napoli, die je naar de scavi van Pompeii en Ercolano (Herculaneum) brengt. Aan de pier van Sorrento varen ferry’s af en aan naar Napels, Procida, Ischia en het eveneens talloze malen bezongen Capri.

Wij begonnen de week met een bezoek aan het Museo di Capodimonte, het ‘rijksmuseum’ van Napels, hooggelegen in een mooi park. De draagvleugelboot brengt je vanaf Sorrento in een mezz’oretta, ‘n half uurtje, naar Napels. In plaats van het zoeken naar de metro (dove ?) en daarna de bus (come ?) kozen wij voor gemak. Een taxi bestuurd door een autista met het schizofrene karakter van een bandito en een pirata, bracht ons in een kwartiertje op onze bestemming.

Reggia_Capodimonte_Napoli
Museo di Capodimonte, Napels

De Farnese collectie, welke koning Karel III in 1734 van zijn moeder Elisabetta Farnese erfde, vormt de basis van dit enorme museum, eertijds het paleis van de koningen van het huis Bourbon. Behalve overdadig versierde vertrekken, waaronder een porseleinsalon in Chinoiserie stijl, vindt u hier topwerken van de vroege 13e tot in de 19e eeuw. In de collectie zijn schilders van naam vertegenwoordigd: Masaccio, Bellini, Parmigianino, Titiaan, Guido Reni, Caravaggio, Artemisia Gentileschi, Mattia Preti, Pieter Breughel de Oude en onze eigen Matthias Stomer uit Amersfoort, die als veel Nederlandse kunstenaars in de 17e eeuw naar Italië reisde en daar de rest van zijn leven bleef. In navolging van Caravaggio schilderde hij historiestukken met halffiguren, die dramatisch in chiaro-scuro belicht worden, zoals zijn Emmaüsgangers en Aanbidding der herders. Van een andere belangrijke fiammingho, Pieter Brueghel de Oude, bewaart het museum de Parabel van de Blinden.

Indrukwekkend zijn Massaccio’s Kruisiging, Titiaans Danaë en portretten van paus Paulus III. Zo ook Parmigianino’s, Lucrezia, naar wier beeltenis -ontdekte ik- de dochter van Paus Alexander VI in de tv serie de Borgia’s, onmiskenbaar gemodelleerd is. Hetzelfde blonde haar omzoomt het lieflijke, lichtroze getinte gezicht.

Parmigianino_Lucrezia
Parmigianino, Lucrezia, Museo di Capodimonte, Napels
Borgia_Lucretia_Lucrezia_tv series
Holliday Grainger as Lucrezia Borgia in The Borgias (TV Series, 2011)

 

 

 

 

 

 

 

 

Van documentaire waarde is Jacopo de’ Barbari’s Portret van Fra Luca Pacioli met zijn leerling Guidobaldo da Montefeltro, zoon van Federigo, hertog van Urbino, die in mijn bespreking van Fernando Botero in de Kunsthal binnenkort nog ter sprake zal komen.

De geleerde monnik Fra Pacioli is de personificatie van de nieuwe Renaissance mens. Hij publiceerde een wiskundige verhandeling gebaseerd op Euclides en was niet alleen de leermeester van Guidobaldo, maar eveneens van Leonardo da Vinci.

Ook Caravaggio’s Geseling van Christus, maakte veel indruk, maar Artemisia Gentileschi’s Judith en Holofernes sloeg alles. In andere schilderijen, waarin de bloedmooie oudtestamentische heldin figureert, toont zij triomfantelijk het reeds van de romp gescheiden hoofd van de vijandelijke legeraanvoerder. Hier bevindt de beschouwer zich midden in de crime scene, terwijl de brute moord wordt voltrokken ! Automatisch doe je een stap naar achteren om geen bloedspatten op je kleding te krijgen !

Gentileschi_beheading_Judith_Holofernes
Artemisia Gentileschi, Judith en Holofernes, Museo di Capodimonte, Napels

Behalve oude meesters zijn in Capodimonte ook 19e en 20e eeuwse meesters te zien, zoals Andy Warhols Vesuvius, uit 1985.

Warhol_Vesuvius
Andy Warhol, Vesuvius, Museo di Capodimonte, Napels

Een bezoek aan het Certosa van San Martino in de wijk Vomero is eveneens de moeite waard. Goed bereikbaar met de Funicolare. In dit kartuizerklooster wordt de geschiedenis van Napels aanschouwelijk gemaakt; daarnaast vindt u hier een keur aan Napolitaanse kerststallen. Rust even uit in de met marmeren zuilen omzoomde kloosterhof; het Chiostro Grande en geniet van het panorama; de golf van Napels met de Vesuvius, zoals u dat tot nu toe alleen van ansichtkaarten en reisfolders kende.

Napoli_golfo
Golfo di Napoli

Natuurlijk mag een bezoek aan het Nationaal Archeologisch Museum niet ontbreken. Na een bezoek aan Ercolano (Herculaneum) en Pompeii worden de blinde vlekken in uw voorstellingsvermogen hier ingevuld. Zoals de transparante tekeningen die je in populaire archeologie boekjes over foto’s met ruïnes kunt leggen. In het archeologisch museum vindt u de èchte dansende faun, waarvan u in de luxueuze gelijknamige villa in Pompeii een replica zag. 

House of the FaunAmphitheater, Faun Pompeii, Ancient, Pompeii Herculaneum, Italy Faunopompei,
House of the Faun Pompeii Herculaneum, Italy

 

Ook allerlei gebruiksvoorwerpen en huisraad, waaronder een schommelwiegje, sieraden en heel ontroerend: de gipsafgietsels van de slachtoffers die in hun vlucht werden ingehaald door de dood. Kort na de verwoestende uitbarsting van de Vesuvius in de zomer van het jaar 79 probeerden plunderaars nog kostbaarheden uit de bedolven steden op te diepen, maar in de loop der tijd raakten Pompeii en Herculaneum in de vergetelheid. Tot een boer in 1710, bij het slaan van een waterput op een aantal stukken gekleurd marmer stuitte. Het begin van de herontdekking van Herculaneum, dat, zo’n 25 meter onder het huidige nivo, onder een dikke laag lava, goed geconserveerd bleef. Voornoemde objecten en zelfs verkoolde broden en eieren bleven als bij toverslag eeuwenlang staan, alsof een spookachtig commando: ‘freeze !’ had weerklonken.

Bijzonder schokkend zijn de bewoners, die tijdens hun vlucht door de dood werden ingehaald; verstikt door een reeks pyroclastische golven. Aan de periferie van Herculaneum liggen ze nog steeds; gestold in doodsangst.

IMG_1812 kopie

Lopend door Herculaneum en Pompeii hoor je, wanneer je je fantasie laat werken, de karren ratelen over de met keien geplaveide straten; de uitgesleten sporen zie je nog. Voor mijn geestesoog zag ik ook antieke figuren eten in de thermopolia, de snackbars van de Romeinen, met de kruiken voor etenswaren nog in situ.

Beeldhouwer Igor Mitoraj (1944-2014) voegt aan de intrigerende resten van de oude stad een extra dimensie toe met zijn monumentale op de oudheid geïnspireerde sculpturen, zoals Ikaro Blu, op het Forum, de gevallen Icarus. Zijn beeltenis zou niet hebben misstaan op de cover van Kate Atkinsons, prijswinnende bestseller A god in Ruins.

 

Mitoraj_Ikaro Blu_Ikaro blue
Mitorai, Ikaro Blu

Voor een bezoek aan Pompeii by night, kunt u tijdens de zomermaanden op zaterdagavond terecht. Maar kom op tijd: omdat de entree dan € 2,– i.p.v. € 20,– is, staat er om 20.00 uur al een enorme rij wachtenden voor de biglietteria.

Voor wie niet naar Napels reist biedt de catalogus die in 2007 verscheen bij de tentoonstelling De laatste uren van Herculaneum, in Museum het Valkhof, een goed alternatief.

Sorrento is een prima uitvalsbasis voor excursies. Behalve in noordelijke richting kun je in zuidelijk richting Salerno de tempels van Paestum bezoeken of kiezen voor een bustocht langs de Costa Amalfitana. Rijd over de smalle kustweg met in de diepte de schitterende costa smeralda naar het pittoreske Positano. De locatie waar Francesca uit de film ‘Under the Tuscan sun’ haar Italiaanse vlam terugvindt, maar -niet ongebruikelijk bij ‘latin lovers’– in de armen van een volgende verovering. We reden door naar Amalfi, eertijds een belangrijke zeerepubliek. Bij de haven staat een standbeeld van Flavio Gioia, die volgens de overlevering in de 13e eeuw het kompas zou hebben uitgevonden. Een uitvinding die ook door Genua wordt geclaimd.

Amalfi, Duomo
Amalfi, Duomo

In Amalfi bezochten wij de Dom gewijd aan de heilige Andreas die gestorven is aan een X-vormig kruis. Zoals alle kerken in Italië, heeft ook deze, gesticht in de 9e eeuw, een lange geschiedenis. Achter de beroemde bronzen deuren met bijbelse scènes in de Lombardisch-Romaanse facade gaat een barok interieur schuil. Tussen de zuilen bevinden zich enkele spolia; antieke zuilen geroofd uit Paestum. ’s Middags gingen we op zoek naar de passeggiata costiera, een romantisch rotspaadje langs de zee, dat ik mij na 45 jaar nog goed herinner… Twee jonge informatrices van de locale VVV hadden geen idee, maar een paar oudjes wisten het (nog) wel; …’lí sopra l’acqua’… Zij wezen ons een met houten leuninkjes afgezet, onbereikbaar paadje langs de rotsen, vlak boven het water. Ook hier heeft de opwarming van de aarde toegeslagen; het zeewater is zodanig gestegen dat het paadje niet meer bereikbaar is. We konden er alleen nog maar naar kijken. Een diner bij ristorante Lo Smeraldino, naast de jachthaven maakte alles goed. Met uitzicht op het sprookjesachtige Amalfi, waar steeds meer lichtjes aangingen.

Amalfi_strand_zee
Amalfi

Wij moesten de cameriere, luisterend naar de naam Erasmo (ja, in Italië kan dat !) aansporen om de gangen snel achter elkaar te serveren. …’Non vi preoccupare, Signora’, als u de laatste bus mist breng ik u en vostra bella figlia persoonlijk terug naar Sorrento. Un vero cavaliere ! Jammer dat we toch nog op tijd waren voor de laatste bus!

Maak tenslotte ook een bezoek aan Capri. Diverse lijnen, waaronder de SNAV, varen af en aan met hydrofoils, afgeladen met toeristen. Koop uw tickets van te voren om op de dag zelf niet onaangenaam verrast te worden. Voor onze geplande terugreis met de laatste boot van 18.30 waren geen ticktets meer beschikbaar, zodat wij Capri al om 15.55 moesten verlaten. Wat gezien de drukte en hitte achteraf niet zo erg was. ‘Thuis’ konden we nog even zwemmen en chillen (in de woorden van dochterlief) bij ons hotel.

We keken terug op een spectaculaire rit met funicolare vanaf Marina Grande naar het hoger gelegen stadje Capri. We maakten een bloemrijke wandeling door pittoreske straatjes en via Via Krupp bereikten we de Giardini di Augusto met een betoverend panorama.

IMG_2008 kopie
Via Krupp

IMG_2004 kopie

 

 

 

 

 

 

In het nabijgelegen kartuizerklooster ontdekte een monnik bij toeval het maken van parfum (è vero ?). We lieten ons helaas verleiden tot de aankoop van een van de beroemde Profumi di Capri di Carthusia maar werden ‘geflest’ want bij gebruik bleek de geur met de frisheid van limoenen na enkele minuten reeds vervlogen !

Profumo di Capri
Profumo di Capri

Omwille van de tijd moesten wij jammergenoeg afzien van een bezoek aan Villa Jovis, het paleis van keizer Tiberius. De wandeling naar punta del Capo zou met 34o trouwens ook afzien zijn geweest. Toch hadden we de salto di Tiberio wel graag willen zien; de plek van waar hij ongewenste gasten via een valluik in het azuurblauwe water liet tuimelen. Dit azuurblauwe water kunt u bewonderen in de grotta azzurra. Sinds de tijd van de Grand Tours al een verplicht nummer. Het water neemt hier door lichtreflectie een heel bijzondere kleur aan; een mengeling van opaal, smaragd en aquamarijn.

In de 19e eeuw werd Capri een geliefde bestemming van kunstenaars en schrijvers als Alexandre Dumas, Oscar Wilde en de Zweedse arts en schrijver Axel Munthe. Evenals de Duitse industrieel Krupp werd hij verliefd op Capri en liet er een huis bouwen.Villa Michele is thans een museum. Laat u tenslotte door een van de talrijke schippers brengen naar een van de rotsstrandjes, waar je een verfrissend bad kunt nemen in het goddelijke azuurblauwe water.

Met het voorgaande heb ik u een impressie van Napels, Capri en het heerlijke schiereiland Sorrento gegeven. Wie de voorkeur geeft aan een kortere, poëtische impressie klikt hier voor de woorden van de gebroeders De Curtis !

De lokroep van het lied is even gestild, maar de herinneringen aan deze onvergetelijke reis beginnen zich nu al zodanig te nestelen dat wij een come-back niet uitsluiten !

Verder lezen:

Ph. Von Zabern, Verschüttet vom Vesuv: Die letzten Stunden von Herculaneum, Mainz am Rhein, 2006.

Links:

Fra Luca Pacioli:

Avondopenstelling Pompeii 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Andiamo a Bologna !

 

Bologna_Madonna di San Luca_colonnade_ansicht
Bologna, ansichtkaart colonnade naar Sanctuario della Madonna di San Luca

Nooit in Bologna geweest en ook niet van plan daar naar toe te gaan ? Reis dan in de geest met mij mee naar la Grassa, of zo je wilt la Dotta. Bijnamen van de oudste universiteitsstad op het westelijk halfrond, gesticht in 1088. Respectievelijk de vette, niet in de huidige betekenis als superlatief voor iets ‘cools’, maar duidend op welstand en la Dotta, tja, dat kan alleen maar de geleerde betekenen.

Bologna is een bruisende studentenstad, zoals wij ‘s nachts in onze B & B met kamer aan een ogenschijnlijk doodstille straat, helaas ondervonden. Vroeg uit de veren dus, maar dat moest toch wel gezien het programma dat wij voor deze midweek hadden opgesteld.

We begonnen met een bezoek aan de San Petronio, een kolossale gotische kerk aan het Piazza Maggiore, gewijd aan de beschermheilige van de stad, wiens feestdag 4 oktober, toevallig samenvalt met die van mijn vorige protagonist, Franciscus van Assisi. Petronius reisde in zijn jonge jaren naar het heilige land. In 432 werd hij gewijd tot bisschop van Bologna. Zijn attribuut een kerkmodel verwijst naar de diverse door hem gestichte kerken. In 450 vond hij zijn laatste rustplaats in de San Stefano; een van de 7 vroegchristelijk kerkjes die ook een belangrijke bezienswaardigheid vormen.

Terug naar de San Petronio. Wanneer je de kerk via het hoofdportaal in de onvoltooid gebleven façade betreedt, sta dan even stil bij de vroeg 15e eeuwse reliëfs met oudtestamentische scènes door Jacopo della Quercia. Ze vormden een bron van inspiratie voor Michelangelo.

02_La basilica di San Petronio
Bologna, La Basilica di San Petronio

Door toedoen van paus Pius IV bleef de façade onvoltooid. De San Petronio zou de Sint Pieter in Rome naar de kroon steken !

Binnen sta je op historische grond: in 1530 werd Karel de V hier tot keizer gekroond en tijdens het Concilie van Trente (1535-63) kwamen de bisschoppen ook hier in vergadering bijeen. Staand in de immense binnenruimte zie ik deze historische beelden voor mijn geestesoog verschijnen ! Interessant is de enorme zonnewijzer aangebracht in het plaveisel van de kerk; rond het midden van de 17e eeuw ontworpen door Giovanni Domenico Cassini. Na uitbreiding van de kerk herstelde hij de reeds in de 16e eeuw voor didactische doeleinden aangebrachte meridiaan, die dwars over de kerkvloer loopt.

Evenzeer interessant zijn de fresco’s in de Cappella dei Re Magi. Koop even een apart kaartje om de vroeg 15e eeuwse fresco’s door Giovanni da Modena goed te kunnen bekijken. Indrukwekkend is de ‘Boschiaanse’  scène gebaseerd op Dante’s Inferno, waarin een afzichtelijke behaarde duivel zondaren verslindt, die hem vervolgens langs de natuurlijke weg weer verlaten.  Rechtsboven dit duivelse monster bevindt zich de scène waarin Mohammed verscheurd wordt door demonen, welke enige jaren geleden aanleiding gaf voor een voorgenomen, maar verijdelde aanslag door moslimextremisten…..

3_Giovanni da Modena_Inferno_ca 1410
Giovanni da Modena, Inferno ca 1410

Op het Piazza Maggiore bevindt zich een fontein met het boegbeeld van Bologna: de prachtige Neptunus, van Giambologna de als Jean de Boulogne geboren maniërist. Hij leefde zich uit  in het weergeven van de geprononceerde musculatuur en de moeilijke houding van de god van de zee, die balancerend op één voet, (voorbij aan het het Renaissance ideaal van stand-en-spilbeen ) het hele plein domineert !

Bologna_Neptuno_Giambologna
Bologna, Neptunus op Piazza Maggiore

Ook bezochten wij het Archiginnasio, de bakermat van de Universiteit van Bologna, met het anatomisch theater en de naar Joachino Rossini’s Stabat Mater vernoemde gehoorzaal. De Universiteits bibliotheek van Bologna is hier eveneens gehuisvest. In de 16e eeuw gebouwd in opdracht van Paus Pius IV. In het met lambrizeringen betimmerde anatomisch theater herinneren een wit marmeren snijtafel en sculpturen van -ter bestudering van de musculatuur- gestripte mannen, aan de didactische taferelen van weleer.

 

Anatomisch_theater_snijtafel
Anatomisch theater (snijtafel), Bologna

Op advies van onze gastvrouw ondernamen wij een pelgrimage naar het Sanctuaria di San Luca; een pelgrimskerk hoog boven de stad, die de echte pelgrim te voet bereikt via een bijna 4 kilometer lange overdekte colonnade. Deze werd speciaal ontworpen ter bescherming van de icoon die tijdens een processie langs dit steile traject naar boven werd gedragen. Wie geen boete wil doen kan beter een taxi nemen om niet amechtig aan te komen bij de Madonna di San Luca.

In de barokke kerk voert een trap naar een klein podium op het koor, waar je even kunt mediteren, bidden en/of een foto maken van de ikoon, wier beeltenis van de maagd Maria teruggaat op het oerbeeld dat geschilderd zou zijn door de evangelist Lucas. Vanachter een risa, de bekleding met verguld zilverbeslag, lijkt zij, samen met haar ouwelijke kindje, de devote beschouwers te begluren, terwijl deze na het slaan van een kruis hun gebeden tot haar richten. Volgens de overlevering werd deze ikoon door een pelgrim meegebracht uit Constantinopel. Let op de sieraden die smekelingen haar in ruil voor bijstand hebben geschonken en geniet daarna van het fraaie uitzicht en de rust !

Madonna_maria_Icoon_Lucas de evangelist
Icoon van de maagd Maria, toegeschreven aan Lucas, de evangelist,

Gastronomia Bolognese

In Bologna wilden wij de beroemde spaghetti alla Bolognese ook wel eens proeven. ‘No, no’, zei onze gastheer; ‘spaghetti alla Bolognese non esista’, bestaat niet, ‘è un mito’. Het is een wijdverbreide mythe !

Teleurgesteld gingen we toen maar op zoek naar een pizza Bolognese. Bij bestudering van het menu bleek zijn bewering onjuist: in een restaurantje op de incrocio Montegrappa stond tagliatelle Bolognese wel degelijk op het menu! In dit ristorante, zwaait een aardige identieke tweeling (‘gemelli identiche’) zeer gastvrij de scepter. Met hun fraai in jaren ‘60 stijl gekapte identieke hoofden en precies dezelfde gulle glimlach, waren zij slechts aan hun verschillend gekleurde truitjes te herkennen. Aanrader voor een goede Italiaanse maaltijd genoten in een sfeervolle omgeving. Heel anders dan het ons aanbevolen veel duurdere da Nello, gerund door ongastvrij, arrogant personeel.

Behalve voedsel voor de inwendige mens heeft Bologna veel geestelijk voer te bieden. Voor oude kunst kun je je hart ophalen in de Pinacoteca Nazionale, vlakbij de Due Torri, waarover zo meer. In het voormalige Jezuïetenklooster van Sant’Ignazio zijn werken van de 13e t/m de 18e eeuw te zien. Schilderijen van Giotto en tijdgenoten, 14e eeuwse fresco’s, en werken uit de periode van het Humanisme en de Renaissance van kunstenaars als Rafaël, Perugino, Carracci, maniëristen als Vasari en Parmiggianino en barokke meesters als Guido Reni. Na een ochtend (let op, het museum sluit al om 13.30), kun je in deze studentenwijk voor un tozzo di pane; voor een appel en een ei, een kop koffie met een panino gebruiken om krachten te verzamelen voor de volgende bezienswaardigheid; het beklimmen van de Torre degli Asinelli, de Bolognese tegenhanger van het torentje van Pisa. Na 500 treden wordt je letterlijk en figuurlijk adembenemend beloond met een wijds uitzicht !

corsi-di-formazione-bologna
Torre degli Asinelli

Voor liefhebbers van moderne en eigentijdse kunst is een bezoek aan het Mambo, het Modern Art Museum van Bologna een must. Een ruim en licht museum ondergebracht in een voormalige broodfabriek, waar behalve het Museo Morandi ook moderne en eigentijdse kunst vanaf WO II te zien is, met onder andere voorbeelden van Minimal Art en Arte Povera. Via Don Minzoni 14. Wie geïnteresseerd is in de ontstaansgeschiedenis van Bologna moet in het Palazzo Pepoli zijn. Hier is de ontwikkeling van de stad deels gepresenteerd aan de hand van moderne beeldmiddelen, vanaf de stichting in de Etruskische tijd tot nu te volgen. In een ‘virtueel theater’ stap je via een 3D-film zo in de geschiedenis van Bologna !

Morandi_Landschap_1936
Morandi, Landschap,1936

En verder terug in de tijd kunt u naar het Museo Civico Archeologico aan de Via dell’Archiginnasio, waarover ik hierboven al schreef. Hier tref je een boeiende, maar ouderwetse encyclopedische opstelling aan van Pre-historie, Egyptenaren, Etrusken, Grieken en Romeinen. Verrassend was de prachtige tentoonstelling, Egitto Splendore Millenario capolavori da Leiden a Bologna, waar het verhaal van het oude Egypte aan de hand van prachtige artefacten, teksten, mummiekisten en mummies tot 17 juli a.s. verteld wordt. Om deze tentoonstelling te zien non è necessario andare a Bologna, hoef je niet perse naar Bologna te reizen. De tentoonstelling is tot stand gekomen in samenwerking met het RMO in Leiden. Een groot aantal objecten zal daar vanaf 6 oktober te zien zijn in een nieuwe vaste opstelling.

Wie even genoeg heeft van musea (..) bezoeke het complesso monumentale di Santa Maria della Vita, wier barokke koepel het stadsbeeld domineert.

Bologna_Santa Maria della Vita
Bologna, Santa Maria della Vita

De stichting van deze kerk gaat terug op de reis die Raniero Barcobini Fasani in 1260 maakte. Zichzelf geselend onder het uitroepen van Pace, Pace, kwam hij vanuit Perugia aan in Bologna. Hij stichtte de orde der Battuti Bianchi, de frati flagellanti. Naast zelfkastijding hielden deze flagellanten zich bezig met de verzorging van zieken en pelgrims in hun gasthuis. Het aanpalende kerkje gewijd aan San Vito, werd wegens de vele genezingen omgedoopt tot ‘chiesa della Vita’. Deze middeleeuwse stichting groeide uit tot het huidige kunstrijke complex (toch weer een museum !) van Santa Maria della Vita annex oratorium.

Niccolò dell’Arca_Bewening
Bewening, Niccolo dell Arca in de Santa Maria della Vita

De belangrijkste bezienswaardigheid is de laat 15e eeuwse terracotta beeldengroep van Niccolò dell’Arca. Een expressieve bewening, waarbij de beeldhouwer alle registers van verdrietige emoties heeft open getrokken. Als je goed naar de verbijsterde, door verdriet overmande figuren kijkt, kun je bijna horen hoe hoe ze het uitschreeuwen. Letterlijk en figuurlijk ongehoord voor een kunstwerk uit de 15e eeuw. Het suggereren van dergelijke gemoedstoestanden geschilderd op het platte vlak is al knap, maar het driedimensionaal uitbeelden van dergelijke emoties was volkomen nieuw in die dagen.

Van links naar rechts: Jozef van Arimathea met hamer en nijptang, waarmee hij zojuist de spijkers uit Jezus handen en voeten heeft verwijderd. Direct naast hem staat Maria, de moeder van de zonen van Zebedeus (Jacobus de Meerdere en Johannes de Evangelist); ontzet knijpt zij in haar bovenbenen. Aan haar rechterzijde staan de handenwringende Madonna en Johannes, die sprakeloos zijn hand in een traditioneel gebaar van treurnis voor de mond geslagen heeft. Maria Cleophas probeert met haar handen tevergeefs het kwaad en onrecht af te weren en over Maria Magdalena de boetvaardige zondares, lijkt een stormwind te razen. Zij geeft in een welhaast macabere dans uiting aan haar verdriet. In schril contrast met deze dynamische figuren ligt daar heel sereen en verstild de gekruisigde op een met fraaie textiel bekleed bed.

Bijbelvasten onder de lezers zullen één figuur missen. De grote afwezige is Nicodemus, de ongelovige die hielp bij het overbrengen van het lichaam naar het graf. Volgens de overlevering droeg zijn beeld de gelaatstrekken van Giovanni Il Bentivoglio, een hoge piet in Bologna, wiens beeld na inname van de stad door Paus Jullius II in 1506 werd vernietigd om de herinnering aan deze voormalige signore (alleenheerser) van de stad, uit te wissen.

Eveneens bijzonder en in 1568 reeds bezongen door Vasari in diens Vite, is een beeldengroep uit 1522 in het oratorium, met het Ontslapen van de Maagd Maria, door Alfonso Lombardi. Een wervelende, uiterst realistische verbeelding geplaatst tegen een prachtige trompe-l’oeil; een bedrieglijk echt, maar geschilderd architectonisch décor. In de voorgrond ligt de ongelovige Hebreëer, die volgens de legende probeerde de baar omver te werpen. God strafte direct: zijn beide handen werden afgehakt. De man, zeer onthand, kwam echter meteen tot geloof, waarna een engel zijn handen weer vastplakte !

Tot slot noem ik nog even de tentoonstelling over Edward Hopper in het Palazzo delle Esposizioni. De expositie met ca. 60 werken, variërend van Parijse aquarellen, landschappen en stadsgezichten van de jaren ‘60 tot mooie beelden van desolate Amerikaanse landschappen en eenzame individuen is nog tot 24 juli in 2016 in Bologna te zien.

Dit en meer, zagen wij in Bologna !

Hopelijk heeft u met mijn verslag een goede virtuele reis naar Bologna gehad en mochten deze regels u geïnspireerd hebben om daadwerkelijk naar la Dotta af te reizen: dan zeg ik:

Buon Viaggio e a presto !

 

Wie is de andere vrouw in het Paradijs…

 

Jheronimus Bosch, Detail Linkerluik Hooiwagen, Museo del Prado, Madrid
Jheronimus Bosch, Detail Linkerluik Hooiwagen, Museo del Prado, Madrid

Sinds de lancering van deze website heeft u wellicht al een van mijn stukjes over actuele tentoonstellingen gelezen.Misschien ook niet en ziet of zag u daar achter het menu alleen de achtergrond met de schepping van Adam en Eva en de zondeval in het paneel met het aardse paradijs uit de Tuin der Lusten van Jeroen Bosch. Dit verhaal kennen de meeste 50-plussers nog wel. Eva, die door de duivel in de gedaante van een slang wordt verleid tot het eten van de verboden vrucht met alle desastreuze gevolgen van dien !Die slang, gekronkeld rond stam of tak van een appelboom, is op talloze schilderijen met dit thema te zien, maar hier heeft zij het bovenlichaam van een vrouw.

Wie is zij ?

Dat waarschijnlijk niet alle lezers deze vraag kunnen beantwoorden is niet zo vreemd; het verhaal van de eerste vrouw van Adam is, wegens haar rebelse karakter, angstvallig uit de christelijke traditie geweerd.

Wij kennen haar naam dankzij een Joods geschrift uit de 9e eeuw; het zogenoemde Alfabet van Ben Sira.

Haar naam is Lilith. Zij kon zich niet vinden in de aan haar man ondergeschikte positie en nam de benen. Toen ze echter merkte dat Adam een nieuwe vrouw had, kwam ze door de achterdeur terug, klom in de boom van kennis van goed en kwaad en verstoorde met haar verleidingskunsten niet alleen het geluk van haar ex en zijn nieuwe vrouw, maar ook dat van de gehele mensheid…

De rest van het verhaal is bekend.

In het bijbelboek Genesis wordt tweemaal gewag gemaakt van de schepping van de vrouw; genesis 1: … ; Genesis 2: …. Deze woorden gaven voeding aan de gedachte dat Adam voor hij zijn leven deelde met Eva, een andere vrouw had. En zo verschijnt Lilith in de schilderkunst. Michelchelangelo, Hugo van der Goes, Cornelis Cornelisz van Haarlem en …Jeroen Bosch raakten geinspireerd door deze rebelse vrouw, die in de vorige eeuw het boegbeeld werd van verschillende femininistische stromingen.

Zondeval_Cornelisz van Haarlem_1592
Cornelis Cornelisz van Haarlem, De Zondeval, 1592. Amsterdam, Rijksmuseum
Zondeval_Hugo _Goes_1475
Hugo van der Goes, De Zondeval, linkerpaneel van het diptiek van Wenen, 1475. Pan. 32 x 22 cm. Wenen, Kunsthistorisches Museum
Zondeval_verdrijving_Adam en Eva_Paradijs
Michelangelo, Zondeval en Verdrijving van Adam en Eva uit het Paradijs, 1508-12. Rome, Sixtijnse kape